Evenementenbeleid 2015-2019 gemeente Druten

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Intitulé

Evenementenbeleid 2015-2019 gemeente Druten

Inwerkingtreding 1 januari 2015

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Inleiding

Binnen de gemeente Druten vindt jaarlijks een groot aantal publieksactiviteiten plaats. Evenementen leveren een welkome bijdrage aan het culturele, sociaal-maatschappelijke leven in de gemeente. Aantrekkelijke evenementen dragen bovendien bij aan een positief beeld van de gemeente.

In deze beleidsnota is beschreven op welke manier de gemeente Druten de organisatie van publieksactiviteiten in goede banen wil leiden. In de nota worden spelregels geformuleerd voor de regulering. Ze dienen als kaders voor de organisator, de omwonenden en de gemeente en dragen bij aan goed en veilig verlopende publieksactiviteiten.

Uitgangspunt is het maatschappelijk belang dat evenementen veilig en gezellig dienen te zijn. Daarmee is het een gedeeld belang van gemeente, organisatoren en bezoekers. Het aspect openbare orde en veiligheid is een zeer belangrijk element geworden in het organiseren en beoordelen van evenementen en festiviteiten. Evenementen kennen in toenemende mate hogere risico’s en er komt steeds meer nadruk te liggen op de rol, verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van de organisator, de gemeente en de hulpdiensten.

Bij incidenten is er meer dan ooit een grote media- aandacht, helemaal als de sociale media ook betrokken is en een rol speelt. Dat maakt dat ook de politieke en bestuurlijke aandacht en het besef groter is geworden. Een actueel evenementenbeleid is daarom belangrijk.

1.2 Grondslag

Het “Evenementenbeleid gemeente Druten” werd op 15 juni 2010 door het college vastgesteld. Het schetst het lokale vergunningenbeleid ten aanzien van evenementen in de gemeente Druten, en de regionale afstemming daarin.

Het evenementenbeleid 2015-2019 bevat vooral een belangrijke richtlijn voor de toepassing van de wettelijke regels (met name artikelen 2.2.2 en 2.2.2a APV1) naar de praktijk en daarmee een goede basis voor de uitvoering (vergunningverlening) en het toezicht en de handhaving.

1.3 Reikwijdte

Deze evenementenbeleid 2015-2019 heeft eveneens een lokaal karakter. Dit vloeit voort uit de juridische grondslag: de relevante artikelen in de APV.

Dit neemt niet weg dat er ook landelijke regelgeving van invloed is. Een voorbeeld is de Drank- en Horecawet. Deze rijkswet stelt op landelijk niveau voorschriften ten aanzien van de verstrekking van alcoholhoudende drank, die ook tijdens evenementen van toepassing zijn.

Daarnaast is er invloed vanuit de regio. Vanuit de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid worden er modellen en richtlijnen ontworpen. Ze harmoniseren de regelgeving en het beleid in de diverse gemeenten en bewerkstelligen dat er in de regiogemeenten zo uniform mogelijk met publieksactiviteiten omgegaan wordt.

1.4 Het bestaande beleid herzien

Landelijke ontwikkelingen

Er is een aantal ontwikkelingen die aandacht vragen. Zo is medio 2011 de landelijke Handreiking Evenementen Veiligheid 2011 (HEV) verschenen. Deze handreiking is uitgebracht in opdracht van en vastgesteld door het Veiligheidsberaad. De HEV biedt een landelijk kader voor evenementenveiligheid. Het regionaal beleid sluit aan op de HEV en volgt de daarin geformuleerde kaders. Dit geldt eveneens voor classificatie in meldingsplichtig-, regulier-, aandacht- of risicovol evenement. (Respectievelijk categorie 0-, A-, B- en C-evenementen)2 In Druten geldt voor het houden van evenementen nog altijd een vergunningsplicht. Om aansluiting te zoeken bij de landelijke ontwikkelingen en de dereguleringswens voeren wij de meldingsplicht in voor categorie 0-evenementen.

De APV van de gemeente Druten wordt hierop aangepast.

Herzien regionaal beleid

In de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid werken gemeenten, hulpverleningsdiensten en organisatoren intensief samen om het feestelijke en veilige karakter van evenementen te kunnen garanderen. Het is van belang dat de Veiligheidsregio de inzet van de hulpverleningsdiensten en hun reguliere (veiligheids-)taken kan waarborgen. De uniforme beleidsuitgangspunten zijn in 2008 zijn vastgelegd in de "regionale handreiking evenementen Gelderland-Zuid". Na bijna 5 jaar is dit beleidsplan ook vanwege de landelijke ontwikkelingen herzien. “Het Beleidsplan evenementenveiligheid Gelderland-Zuid” (hierna: “regionale beleidsplan”), werd in 2013 vastgesteld door het AB van de VRGZ.

1.5 Waar hebben we het over?

Deze nota richt zich op ‘publieksactiviteiten’. Deze term is een verzamelnaam voor twee veelgebruikte woorden voor publieksactiviteiten die gericht zijn op en georganiseerd zijn voor publiek, namelijk evenementen en festiviteiten.

Wat houdt dat in?

  • Evenementen:

    In de landelijke wetgeving treffen we geen definitie aan van het begrip evenement. In het kader van deze beleidsnota hanteren we de omschrijving van VNG-model.

    Zie in artikel 1, sub l APV.

  • Festiviteiten:

    Het begrip “festiviteit” wordt eveneens nergens gedefinieerd, maar komt voor in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (afgekort als Barim, verder te noemen “Activiteitenbesluit”). De publieksactiviteiten die door individuele horeca ondernemers binnen een inrichting (gebouw, pand, perceel, e.d.) worden georganiseerd, vallen veelal niet onder het begrip evenement maar worden als festiviteit aangemerkt.

Het activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening (APV) aanvullende voorwaarden te stellen aan festiviteiten ter voorkoming of beperking van geluidhinder in. (Hoofdstuk 4, Afdeling 1 APV “Geluidhinder en verlichting”).

Het onderscheid tussen evenement en festiviteit is zoals gezegd van belang in verband met de juridische basis en toepassing van deze nota en de regelgeving

Op evenementen is de Algemene Plaatselijke Verordening (verder: APV) artikel 1, sub l, en de artikelen 2.2.2./2.2.3 APV in ieder geval van toepassing:

Een publieksactiviteit is wel of geen evenement op basis van deze omschrijving (artikel 1, sub l APV). Het tweede lid van artikel 1, sub l, APV bepaalt wat mede als evenement wordt verstaan: o.a. een straatfeest en een braderie.

Dus als een activiteit wel een evenement is, is er sprake van:

  • Meldingplicht of

  • Vergunningplicht: Categorie A, B of C

Als de activiteit geen evenement is, kan het zo zijn dat er sprake is van een festiviteit.

Dansen in een Drank en horecawet -inrichting wordt in artikel 1, sub l, eerste lid, onder d APV uitgezonderd van het evenementenbegrip. Feesten die gehouden worden in horecagelegenheden en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld een optreden van een bekende diskjockey of een optreden van een bekende band) zijn op grond van artikel 2.2.2 APV vergunningplichtig.

Een andere, meer incidenteel plaatsvindende activiteit dan het gelegenheid geven tot dansen (bijv. het optreden van een band, een houseparty, of een kooigevecht) wordt als evenement worden aangemerkt. (Toelichting model APV van de VNG) Maar wanneer de ervaring heeft geleerd dat een publieksactiviteit vaak gepaard gaat met grootschalig drugsgebruik, met alle risico’s van dien, en dat extra politie-inzet nodig is om de openbare orde te handhaven, terwijl dit niet het geval is bij een reguliere avond, ook dan is een evenementenvergunning vereist.

Samengevat: Of voor festiviteiten in de zin van het Activiteitenbesluit ook (nog) een evenementenvergunning nodig is, hangt dus af van de vraag of de betreffende publieksactiviteiten tot de normale bedrijfsvoering van de horeca-inrichting behoren.

Feestelijke activiteiten in sportkantines, sporthal en schoolfeesten.

Feesten in sportkantines zijn toegankelijk voor leden van de vereniging en/of deelnemers aan sportactiviteiten (toernooien e.d.). Voor dergelijke feesten is geen evenementenvergunning nodig, tenzij één of meer van de hierboven genoemde aspecten van toepassing is. Wordt er bijvoorbeeld buiten de kantine een grote tent geplaatst, is een evenementenvergunning vereist.

In een sporthal vinden diverse sportieve activiteiten plaats van meerdere verenigingen. Daartoe behoren ook sport gerelateerde feestelijke activiteiten. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor de sportkantines.

Op grond van de Drank- en Horecawet en het horecabeleid in de gemeente Druten3, moeten horeca-activiteiten in de sportkantine sport gerelateerd zijn.

Hetzelfde is het geval bij schoolfeesten die gehouden worden binnen de school. Een schoolfeest is alleen toegankelijk voor leerlingen en het schoolpersoneel.

Het betreft hier para commerciële activiteiten, zie ook de artikelen 2.3.1.9 en 2.3.1.10 van de APV. (schenktijden en wat is wel/niet toegestaan).

Voor besloten particuliere feesten op eigen terrein, dus geen openbaar gebied, (bijv. tuinfeesten, examenfeesten) is geen evenementenvergunning vereist. Het is aan ieders verantwoordelijkheid dat een besloten activiteit geen ongewenste uitstraling heeft naar de omgeving. Zo is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat een particulier feest op particulier terrein voor zeer grote geluidsoverlast tot diep in de nacht zorgt. Ditzelfde geldt wanneer handelingen van bezoekers van de activiteit directe ongewenste gevolgen hebben voor de omgeving. De APV bevat bepalingen tegen overlast. Zie o.a. artikel 4.1.5 APV (overige geluidhinder).

Hoofdstuk 2 Wettelijk kader

2.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de wettelijke kaders.

De voornaamste basis voor veel te regelen onderdelen van een evenement is vervat in de artikelen 1.1 leden l, m en n APV (begripsomschrijving) en 2.2.2 APV (basis artikel)4.

Naast deze specifieke evenementenartikelen zullen vaak nog andere bepalingen uit de APV van belang zijn, bijv. de bepalingen over intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing, de bepalingen m.b.t. het innemen van een standplaats, het houden van een snuffelmarkt en dergelijke.

Ook andere regelingen zijn vaak van toepassing op het reguleren van evenementen, zoals de Drank- en Horecawet, de Wet op de Kansspelen, de Wegenverkeerswet, de Bouwverordening en regelgeving met betrekking tot brandveiligheid.

2.2 Wet- en regelgeving

2.2.1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Net als in de meeste gemeenten dient ook in Druten de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten als basis voor de APV5.

Deze verordening is op 11 februari 2010 vastgesteld door de gemeenteraad en sedertdien diverse malen gewijzigd. De volgende artikelen6 zijn van toepassing bij het verlenen van een evenementenvergunning:

  • Artikel 1.1, leden l, m en n Begripsbepaling evenementen;

  • Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (algemene bepaling);

  • Artikel 1:8 Weigeringsgronden (algemene bepaling);

  • Artikel 2.2.2 Evenement (grondslag vergunning);

  • Artikel 2.2.2a Indienen aanvraag;

  • Artikel 2.2.3 Ordeverstoring.

2.2.2 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer /Activiteitenbesluit)

In hoofdstuk 1 werd al de term ‘festiviteiten’ gedefinieerd. Bij ‘festiviteiten’ gaat het om publieksactiviteiten die worden (mede) georganiseerd door bedrijven als bedoeld in het “Activiteitenbesluit. Activiteiten die door individuele ondernemers binnen de inrichting worden georganiseerd zijn festiviteiten maar vallen in bepaalde gevallen –en zeker als ze ook buiten de inrichting plaatsvinden- óók onder het begrip evenement zoals bedoeld in de APV.

2.2.3 Drank- en horecawet

Voor het mogen schenken van zwak alcoholische dranken op de openbare weg (en op een andere locatie dan genoemd in de vergunning in de zin van artikel 3 van de Drank- en Horecawet) is een ontheffing noodzakelijk op grond van artikel 35 van die wet. Deze ontheffing kan worden verstrekt bij een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (een aaneengesloten periode van maximaal twaalf dagen).

2.2.4 Wet op de kansspelen

Op grond van de Wet op de Kansspelen is het verboden een bijeenkomst (waaronder een evenement of festiviteit) te organiseren, waar gelegenheid tot het deelnemen aan het klein kansspel wordt gegeven. Als klein kansspel worden aangemerkt het kienspel, vogelpiekspel, rad van avontuur en andere vergelijkbare spelen. Burgemeester en wethouders kunnen hier een ontheffing of vergunning (afhankelijk van het soort kansspel) voor verlenen.

2.2.5 Wegenverkeerswet

Gelet op de bepalingen in de Wegenverkeerswet 1994 en het daarop gebaseerd Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/ of pleinen, die in het beheer en eigendom van de gemeente staan af te sluiten ten behoeve van een evenement. Bijvoorbeeld voor de Leste Mert.

In sommige gevallen is voor een dergelijke verkeersmaatregel, een verkeersbesluit op basis van die wetgeving nodig. Voor evenementen is ook bepaald dat ontheffing nodig is van het verbod voor het houden van wedstrijden met voertuigen op de openbare weg.

2.2.6 Bouwbesluit en Wabo

Als een evenement gehouden wordt in een gebouw (of deel van een gebouw dat is bestemd om afzonderlijk te worden gebruikt) of verblijfsruimte (waaronder in sommige gevallen ook semi permanente tenten) moet er een relatie worden gelegd naar het bouwbesluit en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)/ Woningwet. Voor gebouwen dient vaak op basis van het bouwbesluit een gebruiksmelding gedaan te worden. In een aantal andere gevallen (gebouwen/constructies) dient er een vergunning op grond van de Wabo te worden verleend.

2.2.7 Brandbeveiligingsverordening

Indien een evenement in een gebouw en/of als bij een evenement of op een evenemententerrein tijdelijke bouwsels, zoals tenten(-complexen), containercomplexen e.d. worden geplaatst en het gebruik van kramen plaatsvindt, is een melding of vergunning noodzakelijk ingevolge de Brandbeveiligingsverordening.

Doel van deze verordening is om de veiligheid (vluchtroutes, bebording en blusvoorziening) in en om deze bouwwerken te regelen.

Indien er sprake is van gewijzigd gebruik ten opzichte van het reguliere gebruik waarvoor de meldingsplicht is gedaan of vergunning is verleend, zal op grond van de brandbeveiligingsverordening vergunning verleend moeten worden voor dat (afwijkende) gebruik. Deze vergunning heeft tot doel om voor een activiteit of evenement het tijdelijk gebruik van de inrichting vast te leggen en te reglementeren op gebied van brandveiligheid.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie werkt aan een AMvB Brandveilig Gebruik Overige Plaatsen. Deze AMvB gaat de brandbeveiligingsverordening vervangen. Het ministerie verwacht dat de AMvB op zijn vroegst pas op 1 januari 2015 ingaat. Tot die tijd moet echter in elke gemeente een brandbeveiligingsverordening van kracht zijn.

2.2.8 Zondagswet

Bij evenementen die op Zondag plaatsvinden geldt de Zondagswet. In de Zondagswet is bepaald dat het algemeen verboden is om op Zondag voor 13 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. Er kan ontheffing van het bepaalde van de Zondagswet worden verleend.

2.2.9 Wet Luchtvaart

Als er tijdens een evenement feestballonnen op worden gelaten of als er helikopters of hete luchtballonnen starten of landen, of andere vliegende toestellen, is de veiligheid van het luchtverkeer in het geding. In zo’n geval is daarom veelal toestemming van Gedeputeerde Staten nodig om benodigde ontheffingen te krijgen van diverse luchtvaart wetten en -besluiten.

2.2.10 Regeling verkeersregelaars 2009

Om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden, kunnen beroeps- en/of evenementenverkeersregelaars ingezet worden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.

2.2.11 Wet openbare manifestaties

De burgemeester kan naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven voor een openbare manifestatie, als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet openbare manifestaties.

2.3 Samenhangende besluiten

Bij een melding of aanvraag om ontheffing of vergunning voor publieksactiviteiten, wordt steeds vanuit het ambtelijk apparaat beoordeeld of er meerdere wetgeving van toepassing is. Indien dat het geval is wordt de aanvrager hier op gewezen. Indien er samenhang is wordt de procedure van aanvragen, behandelen en besluitvorming echter zoveel mogelijk parallel met de evenementenaanvraag doorlopen. Zo wordt de administratieve last voor zowel aanvrager als gemeente zo laag mogelijk. In artikel 3:20 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt namelijk bepaald dat een aanvrager in kennis wordt gesteld van andere op de aanvraag te nemen besluiten waarvan het bestuursorgaan redelijkerwijs kan aannemen dat deze nodig zijn voor de door de aanvrager te verrichten activiteit. Zo worden onnodige vertragingen en mogelijke tegenstrijdige eisen voorkomen.

Waar aanvragen/melden

Alle aanvragen voor een vergunning of ontheffing die door de gemeente worden verleend, worden samen met de aanvraag voor de evenementenvergunning ingediend bij het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH). De vergunningverlener APV zet de aanvragen vervolgens uit ter medeadvisering/-behandeling bij de relevante adviespartijen.

Niet in behandeling nemen van een aanvraag/melding

Bij het aanvraagformulier worden diverse bijlagen gevraagd. Indien deze ontbreken of niet correct worden aangeleverd en deze ook niet binnen een door de gemeente gestelde hersteltermijn worden aangevuld, kan de burgemeester en/of het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dit is bepaald in artikel 4:5 Awb.

Hoofdstuk 3 Klassering van evenementen

3.1 Indeling

Evenementen worden ingedeeld in categorieën. Bepalend is de belasting die evenementen voor de omgeving vormen.

Categorisering evenementen

Evenementen worden op basis van het regionale beleidsplan ingedeeld in een viertal categorieën7. De klassering is tevens bepalend voor de vraag of er wel of niet –en zo ja wat voor- een vergunning nodig is. Deze indeling wordt ook in het gemeentelijk evenementenbeleid gevolgd:

  • Categorie 0 Meldingsplichtig evenement (art. 2:25 lid 2 Apv8)

  • Categorie A Regulier evenement

  • Categorie B Aandacht evenement (beperkt risico)

  • Categorie C Risico evenement (hoog risico)

Risicoanalyse door middel van risicoscan

Om te bepalen in welke categorie een evenement thuishoort, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde risicoscan van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid puntenmodel9.

Daarbij horen een risicoscan en analyse. Dit zijn hulpmiddelen om evenementen te beoordelen en in te delen in categorien op basis van aan het evenement verbonden risico’s m.b.t. overlast en veiligheid en openbare orde.

Bij evenementen is het uit oogpunt van openbare orde en veiligheid voor iedereen van belang de mogelijke risico’s zo goed mogelijk in te schatten. In het gehanteerde model worden deze risico’s zo objectief mogelijk ingeschat via een puntenwaardering. Het blijkt een bruikbaar hulpmiddel te zijn. De gemeente Druten heeft zich aangesloten bij het model dat door de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid ontwikkeld is.

Dit systeem is niet meer maar ook niet minder dan een hulpmiddel. Naast objectieve meetpunten, kunnen er namelijk ook subjectieve zaken een rol spelen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van rivaliserende groepen bij een evenement, controversiële onderwerpen, historie, cultuur en dergelijke. De verantwoordelijkheid voor de klassering ligt in elke gemeente uiteindelijk altijd bij de burgemeester. Naast de objectieve beoordeling kan en moet deze namelijk ook rekening houden met eventuele subjectieve aspecten.

3.1.1 Categorie 0 – Meldingsplichtige evenementen (artikel 2:25 lid 2 (model) APV)

Deze categorie evenementen vraagt niet om een bijzonder kader omdat ze veelal gering van omvang zijn, in de regel overdag plaatsvinden en een beperkte geluidsproductie veroorzaken. Het betreft bijvoorbeeld buurtfeesten, straatbarbecues, schoolfeesten of kleinere evenementen zonder versterkte muziek of omroep.

Evenementen die voldoen aan de bovengenoemde criteria kunnen worden georganiseerd door het doen van een melding. Een melding dient uiterlijk 15 werkdagen voor aanvang ingediend te zijn bij de gemeente. De organisatoren ontvangen z.s.m. daarna een akkoord, een bericht dat er een vergunning nodig is, of een bericht dat de activiteit verboden wordt. Evenementen die niet (kunnen) voldoen aan de bovengenoemde criteria behoeven een evenementen-vergunning.

Of een klein evenement meldings- of vergunningsplichtig is, hangt af van het (nog aan te passen) artikel 2.2.2 APV10 In dat artikel is bepaald dat er sprake is van een klein evenement dat onder een meldingsplicht valt indien aan alle van de onderstaande volgende critieria wordt voldaan:

  • het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 75 personen;

  • het evenement tussen 08.00 en 01.00 uur plaats vindt;

  • geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 08.00 uur of na 23.00 uur;

  • het geluidsniveau op 2 meter afstand en op 1,5 meter hoogte van de gevel van de woningen minder is dan 80 db(A);

  • het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (bromfietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

  • slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m² per object;

  • er een organisator is, en

  • de organisator minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester.

Indien blijkt dat een meldingplichtig evenement toch overlast veroorzaakt, kan dat evenement, na eerst eventuele betrokkenen/belanghebbenden te hebben gehoord, als een vergunningplichtig evenement worden aangemerkt.

3.1.2 Categorie A - Reguliere evenementen

De activiteiten, omvang, locatie en tijdstippen vormen weinig tot geen belasting voor de omgeving en hebben een laag risicogehalte.

Deze categorie evenementen heeft veelal een herhalend karakter: ze worden jaarlijks georganiseerd. Categorie A evenementen zijn wel vergunningplichtig op grond van artikel 2.2.2 APV.

De termijn voor het indienen van een aanvraag voor een evenementenvergunning voor categorie A bedraagt minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint. Daarbij dient ook een draaiboek en veiligheidsplan opgesteld te worden met tekeningen/plattegronden en andere bescheiden.

Deze categorie komt in aanmerking voor een meerjarige vergunning welke maximaal vijf jaar geldig is. Onder 3.2 van dit beleidsplan is beschreven hoe dat in z´n werk gaat.

3.1.3 Categorie B – Aandacht evenementen (Beperkt risico)

Aandacht evenementen zijn vergunningplichtig op grond van het bepaalde in artikel 2.2.2 APV. Zij hebben, naast het gestelde in de APV en andere regelgeving, een bijzonder kader nodig omdat deze een belasting (kunnen) vormen voor de leefomgeving rondom de locatie waar deze evenementen worden gehouden.

Dit kader betreft de volgende onderdelen:

  • Het evenemententerrein kan -indien nodig- nauwkeurig worden afgebakend waarbij kan worden aangegeven hoe de locatie mag worden ingericht;

  • Er zullen, indien van toepassing, veiligheids- en medische voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden;

  • Er zullen, indien van toepassing, algemeen geldende geluidsrichtwaarden en/of eindtijden voor evenementen voorschriften aan de vergunning kunnen worden verbonden.

Daarnaast vragen deze evenementen extra inzet van de hulpdiensten. Het is dan ook van belang om deze aanvragen zorgvuldig te behandelen. Daarbij wordt rekening gehouden met de belangen van de direct omwonenden. Het betreft onder meer het Drutens festival, (tent)feesten en kermissen. De indieningtermijn voor aanvragen om een evenementenvergunning voor categorie B bedraagt minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint.

3.1.4 Categorie C - Risico-evenementen (hoog risico)

Categorie C-evenementen vragen, net zoals categorie B-evenementen, om een bijzonder kader. In principe is een risico-evenement gelijk aan een aandacht-evenement met als verschil dat er een extra inzet van de hulpverleningsdiensten noodzakelijk is om de openbare orde en veiligheid te handhaven. Het betreft hier voornamelijk grote en zeer grote, omvangrijke evenementen met vaak landelijke uitstraling, omvang en aard. Bijvoorbeeld de Dag van Druten, de Leste Mert en het Dickens festival in Druten.

Rol regio, Veiligheidsbureau

Bij categorie C evenementen treedt de Veiligheidsregio op de voorgrond. Op basis van landelijke systematiek en regionale uitwerkingen daarvan, worden categorie C evenementen door het regionale Veiligheidsbureau (mede) beoordeeld en zo nodig van advies voorzien. De besluitvorming ligt formeel bij de gemeente maar de beoordeling en behandeling van de aanvraag vindt ten aanzien van de veiligheidsaspecten plaats door specialisten van het Veiligheidsbureau. Zij maken een advies op voor de gemeente op basis waarvan de besluitvorming op de aanvraag gebaseerd wordt.

Aanvragen voor een evenementenvergunning voor categorie C evenementen dienen minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint te worden ingediend. Indien nodig wordt er een langere termijn bepaald.

Procesbeschrijving evenementenveiligheid

Het stappenplan als beschreven in hoofdstuk 6 van het regionale beleidsplan is voor aanvragen om evenementenvergunningen in de categorieën categorie A, B en C van overeenkomstige toepassing.

Advisering evenementenveiligheid11

Voor alle vergunningsplichtige evenementen geldt dat advies wordt gevraagd aan diverse interne en externe partijen. Aan wie advies wordt gevraagd is mede afhankelijk van de aard en de belastendheid van het evenement. De adviezen kunnen er toe leiden dat vanwege de openbare orde, veiligheidsaspecten, de volksgezondheid of het milieu een vergunning wordt geweigerd, dan wel dat de vergunning onder voorwaarden wordt verleend.

Externe adviespartijen:

  • Veiligheidsbureau Gelderland-Zuid;

  • Bureau Conflict- en Crisisbeheersing, Politie District Gelderland-Zuid (crowd control);

  • GHOR Gelderland-Zuid;

  • Politie Regio Oost Nederland, Team Druten;

  • Regionale Brandweer, cluster Maas en Waal.

Interne adviespartijen:

  • Team Openbare Ruimte (beheer);

  • Team Vergunningen, Toezicht en Handhaving;

  • Team Informatievoorziening (IV);

  • Team Strategie en Beleid (AOV).

3.1.5 Evenementenkalender

Aandacht- en risico evenementen dienen bovendien uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt te worden gemeld aan de vergunningverlener APV ter vermelding van het evenement op de regionale evenementenkalender12.

Procesbeschrijving evenementenkalender

Het stappenplan als beschreven in hoofdstuk 5 van het regionale beleidsplan is van overeenkomstige toepassing.

3.2 Jaarlijks terugkerende evenementen (vereenvoudigde afhandeling) categorie A evenementen

Een groot aantal evenementen betreft jaarlijks terugkerende evenementen (evenementen die minstens twee opeenvolgende jaren wordt georganiseerd). Deze worden in het algemeen met minimale wijzigingen elk jaar weer aangevraagd en vergund. Ter vereenvoudiging van de aanvraag en de afhandeling wil de gemeente de mogelijkheid bieden om de betreffende evenementen middels een vereenvoudigde afhandeling met de eventuele wijzigingen toe te staan.

Om hiervoor in aanmerking te komen dient de organisator voor het eerstkomende jaar een draaiboek op te stellen. In de aanvraag dient te worden vermeld op welke data de komende (maximaal) 5 jaren het evenement wordt gehouden.

De organisatie is verplicht om jaarlijks, minimaal 12 weken voorafgaand aan de dag dat het evenement plaatsvindt/begint, schriftelijk te melden dat het evenement op exact dezelfde wijze wordt georganiseerd en er geen wijzigingen zijn in het draaiboek, of een actueel draaiboek aan te leveren waarin alle wijzigingen zijn verwerkt13.

Indien blijkt dat de organisatie, zich niet houdt aan de vergunningsvoorschriften, wijzigingen niet of niet correct doorgeeft aan de gemeente en-of niet of niet correct aangeeft in het draaiboek kan de organisatie niet langer g gebruik meer maken van de vergunning. Jaarlijks worden het evenementen en het draaiboek geëvalueerd.

Als blijkt dat er toch van een hogere risicopuntenscore sprake is, wordt opnieuw bepaald in welke categorie het evenement ingedeeld wordt en welke relevante procedure van toepassing is. Zo nodig moet de organisator dan een nieuwe aanvraag indienen. Indien blijkt dat een evenement (bij herhaling) ernstige overlast veroorzaakt, kan worden besloten, na eerst betrokkenen te hebben gehoord, in de toekomst geen meerjarige vergunning te verlenen en of worden verboden.

3.3. Samenloop met andere vergunningen

De procedure voor een evenementenvergunning is complex, doordat er veel aspecten zijn die hierbij een rol (kunnen) spelen. Daarnaast zijn in nogal wat gevallen naast de evenementenvergunning nog andere vergunningen of ontheffingen nodig. Bij de behandeling van een aanvraag voor een evenementenvergunning worden deze direct meegenomen en de met de evenementenvergunning samenhangende besluiten wordt indien mogelijk gelijktijdig verleend en bekendgemaakt14. Let wel op dat de evenementenvergunning door de burgemeester moet worden verleend en de meeste overige vergunningen/ontheffingen door het college. Let op met ondertekening van deze besluiten.

Hoofdstuk 4 Rolverdeling en verantwoordelijkheden

Bij de aanvraag- en verlening van een evenementenvergunning zijn verschillende partijen betrokken, met ieder eigen taken- en verantwoordelijkheden die zij dienen te vervullen. In dit hoofdstuk worden de verantwoordelijkheden van primair betrokken actoren beschreven.

4.1 Organisator

De organisator van een evenement is hoofdverantwoordelijk voor het evenement. De organisator:

  • dient een melding te doen (bij kleinschalige evenementen) of een vergunning aan te vragen voor het mogen organiseren van een evenement;

  • heeft hierbij de verplichting om alle informatie te verschaffen die voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is;

  • is verantwoordelijk voor het aanleveren van een tijdige, correcte en complete vergunningaanvraag, veiligheidsplan en bijbehorende tekeningen en eventueel andere documenten zoals certificaten;

  • is eerstverantwoordelijk voor een veilig en ordelijk verloop van het evenement, dus de veiligheid van het publiek, vrijwilligers/werknemers, verkeersregelaars, communicatie naar belanghebbenden en het beperken van overlast;

  • dient zelf in staat te zijn kleine voorzienbare calamiteiten te bestrijden;

  • is verantwoordelijk voor het gehele evenement en daarbij het naleven van gestelde voorwaarden in de vergunning;

  • is verplicht om derden die deel uitmaken van het evenement, zoals kraamhouders op een braderie, op de hoogte te stellen van de gestelde voorwaarden. Dit betekent dat de organisator er ook verantwoordelijk voor is dat derden, die deel uitmaken van het evenement, zich aan de gestelde voorwaarden houden.

De verantwoordelijkheid strekt zich ook u,it tot de woon- en leefomgeving. Het gaat dan vooral om het voorkomen en beperken van overlastaspecten betreffende geluid, afval, parkeren, enzovoort. Voorop staat dat de organisator goed zal moeten communiceren, niet alleen naar de gemeente maar zeker ook naar omwonenden. Zowel vooraf als achteraf. Hiertoe is een draaiboek en een veiligheidsplan een goed hulpmiddel. Er wordt in beschreven hoe wat wanneer ten aanzien van en met wie gaat plaatsvinden.

4.2 Gemeente

Vergunningverlening, toezicht en handhaving:

De burgemeester is het bevoegde gezag ten aanzien van vergunningverlening voor een evenement. Hij is ook is verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en veiligheid en is belast met het toezicht op openbare vermakelijkheden zoals evenementen en festiviteiten. Artikel 172 Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester, voor handhaving van de openbare orde in zijn gemeente, bij de uitoefening van toezicht op onder meer openbare samenkomsten en vermakelijkheden, bevelen kan geven die hij noodzakelijk acht met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid.

Crisisbeheersing

Het college van burgemeester en wethouders draagt de eindverantwoordelijkheid voor de algemene voorbereiding op de bestrijding van incidenten. Burgemeester en Wethouders zijn verantwoordelijk voor de veiligheid in de openbare ruimte en de woon- en leefomgeving.

Ten aanzien van evenementen is er een raakvlak ten aanzien van waar de verantwoordelijkheden van de gemeente overgaan naar de organisator en vice versa. In de praktijk is duidelijk dat de verantwoordelijkheid van de organisator zich uitstrekt tot buiten de letterlijke grens van een evenemententerrein, tot in de openbare ruimte.

De ambtelijke organisatie behandelt van meldingen en vergunningsaanvragen met betrekking tot publieksactiviteiten. Dat betekent dat het toetsen van gegevens en het beslissen op aanvragen zorgvuldig en tijdig plaatsvindt. Daartoe dient de administratieve organisatie en de ambtelijke processen en middelen (zoals formulieren) ingericht te worden. Deze nota en het beleidsplan van de regio zijn daartoe hulpmiddellen.

In de loop der jaren is ten aanzien van bepaalde evenementen een zekere faciliterende rol van de gemeente ontstaan. In de gevallen waarin de gemeente faciliteert, is deze rol waar nodig vastgelegd in schriftelijke afspraken. In deze nota wordt hieraan verder geen aandacht geschonken. De exacte rol van de gemeentelijke afdelingen, operationele diensten en andere betrokkenen en partners, wordt bij de implementatie van het beleid nader ingevuld en geborgd in processen en werkafspraken. Omdat deze onderhevig zijn aan (organisatorische en personele) actualiteiten en veranderingen worden ze hier niet beschreven.

Hoofdstuk 5 Proces en Procedure

5.1 Inleiding

Hogere wetgeving en de lokale APV bieden de basis voor de beoordeling van meldingen en aanvragen inzake evenementen en festiviteiten. De gemeente toetst of er aan de diverse wettelijke vereisten voldaan wordt en neemt op grond van de uitkomst een beslissing op de aanvraag. In de APV wordt in artikel 1.8 een aantal algemene weigeringsgronden genoemd. Voorts wordt in artikel 2.2.2, lid 2 APV een aantal specifieke weigeringsgronden voor evenementen genoemd.

Ieder evenement kent een eigen karakter qua omvang en aard, ook binnen eenzelfde evenementencategorie. Het behandelen van aanvragen om evenementenvergunningen is dan ook altijd maatwerk. Om die reden is er ook geen procedure in detail beschreven. Wel worden hier de hoofdlijnen van het proces kort beschreven. Indien nodig kunnen aanvullende criteria in de vorm van nadere regels gespecificeerd worden in de vorm van procesbeschrijvingen, met de bijbehorende middelen. Dit vindt plaats bij de implementatie van deze beleidsnota.

Wij maken gebruik van het stappenmodel en de ondersteunende instrumenten van de Veiligheidsregio voor het beoordelen en afhandelen van vergunningsaanvragen.

5.2 Indienen melding/aanvraag vergunning

Doorgaans worden meldingen of aanvragen voor het laten plaatsvinden van evenementen tijdig ingediend, zodat een zorgvuldige beoordeling en belangenafweging kan plaatsvinden. Soms worden echter nog aanvragen op het laatste moment ingediend. Strikt formeel kan een melding en zeker een vergunning om deze reden niet behandeld worden. Benodigde adviezen kunnen dan namelijk niet tijdig aangevraagd en verstrekt worden en er is dan ook geen ruimte meer om te voldoen aan wettelijk voorgeschreven publicatie-, bekendmakings- en bezwaartermijnen.

Daarnaast komt het voor dat organisatoren op dezelfde dag activiteiten plannen die elkaar kunnen overlappen en daarom niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Het tijdig melden en aanvragen is ook van belang in verband met de planning van mogelijke inzet van politie en andere hulpdiensten in regionaal verband. Het aanpassen van de in artikel 2.2.2 APV genoemde termijnen is om die reden noodzakelijk.

In de APV worden in artikel 2.2.2 termijnen bepaald voor het melden en indienen van aanvragen voor evenementenvergunningen:

Categorie evenement

Indieningstermijn voorafgaand aan evenement

Melden bij gemeente voorafgaand aan kalenderjaar t.b.v. evenementenkalender regio

Categorie 0 (melding)

15 werkdagen

-

Categorie A (regulier)

12 weken

-

Categorie B (aandacht)

12 weken

1 oktober

Categorie C (risico)

12 weken

1 oktober

Waar aanvragen/melden

Alle meldingen, aanvragen voor een vergunning of ontheffing die door de gemeente worden verleend, worden samen met de aanvraag voor de evenementenvergunning ingediend bij het team VTH. De vergunningverlener APV zet meldingen bij het frontoffice en aanvragen om vergunning vervolgens uit ter medeadvisering/-behandeling bij de relevante adviespartijen.

Niet in behandeling nemen van een aanvraag/melding

Bij het aanvraagformulier worden diverse bijlagen gevraagd. Indien deze ontbreken of niet correct worden aangeleverd en deze ook niet binnen een door de gemeente gestelde termijn worden aangevuld, kan de burgemeester besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 Awb.

Indien het evenement niet op tijd wordt ingediend zal er in de vergunning een ‘waarschuwing/herinnering’ worden opgenomen met het verzoek om de eerstvolgende aanvraag op tijd in te dienen. Indien de eerstvolgende aanvraag ook niet op tijd wordt ingediend kan er op grond van artikel 2.2.2a, lid 2 APV worden besloten om de aanvraag niet in behandeling te nemen.

Procesbeschrijving totstandkoming regionale evenementen kalender

Zoals reeds onder 3.1.5. vermeld beschikt de regio over een evenementenkalender. In de maand september worden organisatoren van jaarlijkse terugkerende evenementen gevraagd om hun datum voor het volgende jaar door te geven. Jaarlijks terugkerende evenementen worden zoveel mogelijk gepland op vastgesteld data (zoals de Leste Mert op de eerste donderdag na 2 november). De vergunningverlener APV is belast met de inventarisatie en stelt het college in kennis van de jaarplanning.

Het stappenplan als beschreven in hoofdstuk 6 van het regionale beleidsplan is van overeenkomstige toepassing.

5.3 Behandeling van meldingen en aanvragen

Dit beleid voorziet niet in een nadere omschrijving of toelichting van de behandeling van meldingen en aanvragen om ontheffingen en vergunningen, of een werkwijze van wie doet wat. Dat is een kwestie van inrichting en uitvoering van de ambtelijke en administratieve organisatie en het toepassen van de formele vormvereisten op basis van de Algemene wet bestuursrecht en de daarin vastgelegde algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Diverse interne en externe afdelingen en instanties ontvangen afschriften van de meldingen en aanvragen voor evenementen(-vergunningen) zodat zij op de hoogte zijn.

5.4 Advisering door het veiligheidsoverleg

Vergunningaanvragen voor evenementen kunnen aan diverse interne afdelingen en externe operationele diensten en hulpverleningsdiensten ter advisering worden voorgelegd. Op basis van de adviezen kunnen aan de vergunning voorschriften worden verbonden.

Behandelaanpak reguliere evenementen (A)

Bij de reguliere (A) evenementen wordt lokaal door de gemeente afgestemd met lokale adviseurs; hulpdiensten kunnen naar behoefte om advies worden gevraagd. De hulpdiensten hebben hierin elk hun eigen werkwijze die ze monodisciplinair hebben afgestemd met de gemeenten.

Behandelaanpak aandacht evenementen (B)

Bij de categorie B evenementen wordt uitgegaan van een multidisciplinaire aanpak onder regie van de betreffende gemeente, waarbij de gemeente de contacten met de organisator onderhoudt. De hulpdiensten geven hierbij aanvullend advies; de bundeling van die afzonderlijke adviezen door de coördinerende gemeente is onderdeel van de behandelaanpak. Belangrijke deelprocessen binnen de derde processtap zijn het inventariseren en analyseren van risico’s en mogelijkheden (‘capaciteiten’) om die te beïnvloeden: het risicoprofiel van het evenement. Als hulpmiddel hiervoor wordt een regionaal model risicoanalyse aangeboden, dat als standaard door gemeenten en hulpdiensten kan worden gebruikt. In principe voert elke discipline deze risicoanalyse monodisciplinair uit. Zoals eerder aangegeven kan de risicoanalyse reden zijn voor een van de partijen de classificatie te verhogen en de behandelaanpak multidisciplinair op te pakken zoals beschreven in het regionale beleidsplan onder behandelaanpak risico evenement (5.2.6).

Behandelaanpak risico evenement (C)

Bij de categorie C evenementen is de behandelaanpak gelijk aan die van B evenementen. Alleen is de gemeente hier verantwoordelijk voor het organiseren van een multidisciplinair veiligheidsoverleg. De risicoanalyse wordt multidisciplinair uitgevoerd in het veiligheidsoverleg. Indien door partijen gewenst kan de organisator deel uit maken van het veiligheidsoverleg. De gemeente is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitgebrachte adviezen en de verwerking van deze adviezen in de vergunning.

(Zie onder hoofdstuk 6 van het regionale beleidsplan.)

5.5 Vergunningvoorschriften

Op basis van de adviezen worden aan vergunningen voorschriften verbonden. Deze voorschriften verschillen per evenement en betreffen de volgende categorieën:

  • Beperking van overlast (hoofdstuk 6);

  • Borging openbare veiligheid (hoofdstuk 7);

  • Beschermen volksgezondheid (hoofdstuk 8).

5.6 Beslissing/besluitvorming en mandatering

Op grond van de bepalingen in de APV, is de burgemeester als bestuursorgaan bevoegd te beslissen op een aanvraag om een evenementenvergunning. Aan evenementen zijn specifieke verantwoordelijkheden vanuit met name het oogpunt van openbare orde en veiligheid verbonden. In het periodieke portefeuilleoverleg met de burgemeester zullen aanvragen tijdig als agendapunt besproken worden waardoor de burgemeester optimaal geïnformeerd is over de aard en omvang en karakter van evenementen en festiviteiten.

De bevoegdheid om een beslissing op een aanvraag om evenementenvergunning te nemen, of te weigeren kan gemandateerd worden. Dit is geregeld in de mandaatregeling.

Het karakter van een mandaat is dat de mandaatgever te allen tijde verantwoordelijk is en blijft, hij draagt slechts de bevoegdheid tot beslissen over aan de mandataris, niet de verantwoordelijkheid.

Vanwege de aard en het karakter van categorie C evenementen en het belang daarvan, zal de burgemeester voor die categorie altijd zelf het besluit op een aanvraag om evenementenvergunning nemen of te weigeren en deze ondertekenen.

5.7 Bekendmaken van vergunningen, publicatie en rechtsmiddelen.

Bekendmaken van een vergunning geschiedt door toezending aan de aanvrager. Een besluitgericht tot een of meer belanghebbenden dat niet aan belanghebbenden kan worden toegezonden wordt op grond van artikel 3:41 lid 2 bekendgemaakt op een andere geschikte wijze. Bekendmaking op de gemeentelijke website valt daaronder.

Bij een evenement zijn er in de regel meerdere belanghebbenden aan te wijzen. Dit kunnen de bewoners zijn in de directe omgeving, bedrijven of regelmatige bezoekers van het terrein waar het evenement plaatsvindt. De belanghebbenden naast de aanvrager kunnen bij evenementen niet met naam en toenaam exact worden aangegeven. Om deze reden is, naast het toezenden van de vergunning aan de aanvrager, nodig dat het verlenen van de vergunning op een andere geschikte wijze bekend wordt gemaakt.

Op de website van de gemeente Druten is een evenementenkalender te vinden waarop alle verleende evenementenvergunningen zijn te vinden. Hierbij is de periode aangegeven wanneer het evenement plaatsvindt en de datum wanneer de vergunning is verleend, op welke wijze bij het de burgemeester of het college bezwaar kan worden gemaakt en/of voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland kan worden aangevraagd.

Een afschrift van de vergunning kan op verzoek worden toegezonden.

5.8 Veiligheidsplan en draaiboek

Met het oog op de beperking van overlast, de borging van de openbare veiligheid en de bescherming van de volksgezondheid, in samenhang met het risicoprofiel en de categoriering, is het van belang dat er een goede inschatting gemaakt wordt bij de behandeling van aanvragen om een evenementenvergunning.

Daarbij is een juist en compleet ingevuld aanvraagformulier van belang. Echter: in een aanvraag kan niet alles opgenomen worden. In een aantal gevallen zal het noodzakelijk zijn een veiligheidsplan op te stellen en/of een draaiboek te maken en in te dienen bij de aanvraag.

Veiligheidsplan

De organisator is eerstverantwoordelijk voor de veiligheid op het evenemententerrein. De organisator dient zelf in staat te zijn alle kleine voorzienbare calamiteiten te bestrijden. Voor eenmalige categorie A evenementen is geen veiligheidsplan nodig. Wil men bij een categorie A evenement in aanmerking komen voor een meerjarige vergunning dan dient er bij de eerste aanvraag een veiligheidsplan te worden overgelegd en daarna om de vijf jaar; in tussenliggende jaren wordt het plan gecontroleerd op actualiteit. In het geval van een belastend evenement, dus een categorie B of categorie C evenement, dient altijd een veiligheidsplan met bijlagen zoals plattegrond, verkeersplan, certificaten etc. opgesteld te worden.

Advies verlenende instanties dienen het veiligheidsplan goed te keuren alvorens er vergunning verleend wordt. Zonder goedkeuren van de adviesverlenende instanties wordt er geen vergunning verleend. Dit om risico’s op veiligheidsgebied te beperken of tegen te gaan.

Het veiligheidsplan dient in ieder geval te bevatten:

  • soort evenement;

  • op welke dagen en tijdstippen het evenement plaatsvindt;

  • wat het programma is, eventueel met draaiboek;

  • aantal verwachte deelnemers of bezoekers;

  • locaties waarop het evenement plaatsvindt;

  • informatie over de organisatie;

  • contactpersonen tijdens het evenement;

  • de taakverdeling tijdens het evenement;

  • risicoanalyse (bijvoorbeeld brandveiligheid, veiligheid, ongevallen, verkeer, weersomstandigheden);

  • welke risico’s zijn er bij het evenement en wat wordt er aan gedaan om deze te voorkomen of te beperken?;

  • communicatiestructuur en –protocol (o.a. alarmering en infomeren);

  • verkeersplan;

  • plattegronden en situatietekeningen;

  • Inzet beveiliging, welk bedrijf, hoeveel gecertificeerde beveiligers worden ingezet, welke taken en verantwoordelijkheden.

De organisatoren zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een veiligheidsplan. Overleg hierover met diverse actoren zoals bijvoorbeeld brandweer, GHOR en politie is aan te bevelen. Het conceptplan dient bij de vergunning aanvraag te worden bijgevoegd.

Draaiboek

Het kan ook noodzakelijk zijn om het evenement toe te lichten via een draaiboek. Een draaiboek is een logistiek regiedocument waarin beschreven is hoe het evenement wordt georganiseerd qua planning, tijdstippen en actiepunten, afgestemd op het programma aan activiteiten. Het voorziet niet per sé in veiligheidsaspecten maar is indirect wel mede bepalend voor hoe veiligheid geborgd moet worden. Het vormt vaak het uitgangspunt van een veiligheidsplan.

Hoofdstuk 6 Beperking van overlast

6.1 Inleiding

Naast positieve kanten hebben evenementen en festiviteiten ook negatieve kanten. Zo kunnen deze overlast veroorzaken voor mensen die dicht bij de locaties waar de activiteiten plaatsvinden wonen en werken, maar ook verderop.

In dit hoofdstuk worden, zonder de mogelijkheden van publieksactiviteiten (zwaar) te beperken, regels vastgelegd om overlast in het algemeen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Tijdens de behandeling van een aanvraag kunnen deze ergernissen niet altijd worden voorzien, al wordt er wel zoveel mogelijk rekening mee gehouden door het stellen van voorwaarden en door het geven van informatie vooraf. Vaak wordt pas bekend dat een evenement overlast heeft veroorzaakt indien er klachten binnenkomen en het evenement al in volle gang of voorbij is.

Belangrijk uitgangspunt hierbij is dan ook dat de regels en beperkingen, gerelateerd aan publieksactiviteiten, door alle betrokken partijen zo breed mogelijk gedragen worden. Betrokken partijen in deze zijn de organisatoren, de burgers, het publiek, de gemeente, toezichthouders, alsmede de operationele- en hulpverleningsdiensten. Hoe groter de mate waarin het beleid gedragen wordt, hoe meer men zich houdt aan de regels, wat weer van invloed is op het aantal klachten en de mate van handhaafbaarheid.

6.2 Vergunningvoorschriften ter beperking van overlast

Evenementen en (enige) overlast zijn niet van elkaar los te koppelen. Met name gaat het hier om overlast voor omwonenden rond het evenement. Klachten ten aanzien van evenementen betreffen veelal evenementen waarbij gebruik wordt gemaakt van versterkte muziek meestal in de vorm van een live muziekband of dj-achtige activiteiten.

Ook tijdelijke afsluiting van wegen, auto’s die her en der parkeren, rondslingerend vuil of het afsteken van vuurwerk, dronkenschap, wildplassen en vernielingen zijn vormen van overlast.

De voorschriften betreffen diverse onderwerpen welke hieronder nader worden beschreven.

6.2.1 Eindtijden

Ter beperking van overlast in het algemeen kunnen publieksactiviteiten aan begin- en/of eindtijden gekoppeld worden. De begin- en/of eindtijden voor een publieksactiviteit worden bepaald in het beleid. Ze worden overgenomen in een vergunning of ontheffing. Daarbij kunnen ook de tijden voor op- en afbouw geregeld worden. Welke eindtijden van toepassing zijn wordt bepaald door de soort publieksactiviteit.

Het is wenselijk om de in 2010 vastgestelde eindtijden te blijven hanteren15.

  • Van zondag tot en met vrijdag geldt een eindtijd van 1.00 uur. Het eventuele gebruik van geluids(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient uiterlijk om 24.00 uur afgelopen te zijn;

  • Op zaterdag en zondag geldt een maximale eindtijd van 02.00 uur. Hetzelfde geldt voor dagen die voorafgaan aan een algemene vrije dag. Het eventuele gebruik van geluid(versterkende) apparatuur tijdens een evenement dient uiterlijk om 01.00 uur afgelopen te zijn;

  • Op zondag geldt een begintijd vanaf 13.00 uur16.

6.2.2 Geluid

Voor het geluid dat tijdens een evenement geproduceerd wordt, is een ontheffing op grond van artikel 4.1.5 Apv noodzakelijk. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden in deze ontheffing (die deel uitmaakt van de evenementenvergunning) geluidsnormen opgenomen.

Geluid van evenementen kan bij omwonenden leiden tot tal van irritaties en complicaties. De vraag welk geluidsniveau door omwonenden geduld moet worden laat zich moeilijk beantwoorden aangezien de mate waarin overlast wordt ervaren van individu tot individu verschilt. Voor degenen die zich in mindere mate betrokken voelen bij een evenement, zal de acceptatie van het evenement afnemen naarmate de duur van het evenement langer is, het geproduceerde geluidsniveau hoger ligt en de hinder daardoor toeneemt. Enerzijds is het vooral bij grotere evenementen onontkoombaar dat inwoners een zekere mate van hinder ondervinden en dit dienen te accepteren: dit is immers inherent aan het wonen in een dorpskern. Anderzijds mogen inwoners van de gemeente verwachten dat zij duidelijke grenzen stelt en eventuele overlast als gevolg van evenementen zoveel mogelijk beperkt. Eenduidig beleid en een heldere normstelling zijn dan ook voor alle betrokkenen van belang.

Geluidsnormen evenementen

Het beperken van geluidshinder bij evenementen wordt als volgt geregeld:

  • het in de vergunning opnemen van eindtijden (zie paragraaf 6.2.1);

  • het aangeven van maximale geluidswaarden als richtwaarde.

6.2.2.1 Geluidsnormen bij evenementen in de open lucht/openbare ruimte

Bij het vergunnen van evenementen wordt bijna altijd ontheffing van artikel 4.1.5 van de APV afgegeven. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om tijdens het vergunde evenement (muziek)geluid ten gehore te brengen. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden geluidnomen opgelegd:

  • ▪︎

    op 50 meter afstand aan de voorkant van de gebruikte speakers dan wel

  • ▪︎

    op de gevel van gevoelige gebouwen17

Periode

Maximale belasting (1 min. Laeq)

Dag (07.00 – 19.00)

80 dB(A)

Avond (19.00 - 23.00)

80 dB(A)

Nacht* (23.00 – 01.00)

Nacht (23.00 – 07.00)

80 dB(A)

50 dB(A)

* voor dagen waarop een algemene vrije dag volgt, wordt het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat verschoven naar 01.00 uur.

Hierbij is van belang dat er een onderscheid is tussen evenementen en festiviteiten. Zie paragraaf 1.5 Definities. Hieronder worden beschreven de geluidsnormen bij:

  • festiviteiten = binnen, in een inrichting (gebouw e.d.)

    • o

      collectieve festiviteiten

    • o

      incidentele festiviteiten

  • evenementen (buiten, openlucht, tent e.d.).

6.2.2.2 Geluidsnormen bij festiviteiten in (binnen) een inrichting (in de zin van het Barim/Activiteitenbesluit)

Activiteiten die georganiseerd worden in een inrichting, die vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit, vallen niet alleen onder het regime van de artikel 2.2.2 van de APV, maar óók onder het Activiteitenbesluit en de daarop gebaseerde artikelen 4.1.1 t/m 4.1.3 van de APV. Op grond van het Activiteitenbesluit mag bijv. een café, naast een aantal collectieve festiviteiten, ook bij een ander te normeren aantal incidentele festiviteiten afwijken van de normale geluidsnormen die in het Activiteitenbesluit gesteld zijn.

Collectieve festiviteiten (artikel 4.1.2 APV)

Op grond van artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit is het mogelijk om in een gemeentelijke verordening (APV) collectieve festiviteiten aan te wijzen tijdens welke er een afwijkende geluidsnorm geldt. Deze mogelijkheid is in artikel 4.1.2 van de APV uitgewerkt. Dat artikel beschrijft de aanwijzing van de collectieve festiviteiten en de daarbij geldende afwijkende normering van geluidswaarden in het Activiteitenbesluit. Het maximum aantal en de aard/soort jaarlijkse collectieve festiviteiten wordt afzonderlijk bij algemeen besluit vastgesteld worden door het college.

Individuele/incidentele festiviteiten (artikel 4.1.3 APV)

Op grond van artikel 4.1.3 van de APV is het een inrichting toegestaan maximaal vier incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij een afwijkende geluidsnorm geldt. Ondernemers die hier gebruik van willen maken van dienen dit te melden door een kennisgeving in te dienen. Deze kennisgeving dient minimaal twee weken voordat de incidentele festiviteit gehouden wordt, bij het college te zijn ingediend.

6.2.2.3. Geluidnormen kermisattracties

Om het geluidsniveau van kermisattracties in de hand te houden, worden hiervoor onderstaande standaard vergunningsvoorwaarden en geluidnormen opgenomen:

  • Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis behoudens voor het afstellen en testen op de dag voorafgaande aan de eerste kermisdag gedurende maximaal een half uur;

  • Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten anders dan voor begin en einde van een rit dan wel om een andere kermisactiviteit aan te kondigen;

  • De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie: de luidsprekers mogen in geen geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht;

  • De geluidsinstallatie moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van 85 dB(A) gemeten op 1 meter voor de luidsprekers niet wordt overschreden;

  • In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld, geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in of gemeten op 1 meter voor de luidsprekers de 85 dB(A) niet mag worden overschreden;

  • Bevorderd zal worden om de kermisexploitanten zoveel mogelijk gelijktijdig dezelfde muziek te laten spelen.

6.2.3 Afval

Afval

Door het niet goed verzamelen van afval en achterblijvende rommel, kan ook overlast ontstaan. Op advies van het team openbare ruimte worden aan de evenementenvergunning voorwaarden op het gebied van de inzameling en afvoer van afval verbonden.

Afvalinzameling en -verwerking

De organisatie dient er voor te zorgen dat er voldoende minicontainers/afvalbakken geplaatst worden. De organisatie van een evenement kan hiervoor een beroep doen bij het team openbare ruimte. Voor grotere evenementen zijn voor zover beschikbaar rol- en/of afzetcontainers beschikbaar.

De kosten van afvalverwerking komen voor rekening van de organisatie.

De tarieven die in rekening worden gebracht voor het gebruik van het gemeentematerieel en de afvalverwerking staan vermeld in de legesverordening18.

Opruimen terrein

Daarnaast wordt in de evenementenvergunning de voorwaarde opgenomen dat de organisatie verplicht is om uiterlijk de dag na afloop van het evenement vóór 12.00 uur het afval op en in de directe omgeving van de locatie van het evenement te hebben opgeruimd. Indien vergunninghouder dit, naar het oordeel van de gemeente, niet naar genoegen heeft gedaan, wordt het afval door of vanwege de gemeente verwijderd op kosten van de organisatie.

Indien bij een evenement gebruik wordt gemaakt van openbaar groen of gemeentelijke eigendommen, kan als voorschrift bij de vergunning worden opgenomen dat schade hieraan door de gemeente op kosten van de vergunninghouder wordt hersteld. Om onenigheid over mogelijke schade te voorkomen wordt door de gemeente en de vergunninghouder samen voor het evenement de toestand van het terrein geschouwd en vastgelegd.

6.2.4 Vuurwerk

Het ongecontroleerd en onaangekondigd afsteken van vuurwerk is een mogelijke bron van overlast. De ontbranding van vuurwerk is dan ook aan regels verbonden. In het Vuurwerkbesluit (Stb. 33, jaargang 2002) is bepaald dat voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk op locatie afzonderlijk toestemming nodig is van de provincie waar het vuurwerk wordt afgestoken. Aan de toestemming voor het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk zullen door de provincie voorschriften verbonden worden in het belang van de bescherming van mens en milieu.

Voor de gemeente is als lokaal gezag een nadrukkelijke rol weggelegd. Door de provincie moet aan de burgemeester, in het kader van openbare orde en veiligheid, een verklaring van geen bezwaar worden gevraagd. Indien GS geen verklaring van geen bezwaar ontvangt, dan kunnen zij geen toestemming afgeven voor het bezigen van professioneel vuurwerk.

Niet professioneel vuurwerk/afsteken van vuurwerk door particulieren is verboden.

6.2.5 Parkeren

Indien bij evenementen veel bezoekers komen, kan dat leiden tot grote parkeerdrukte. De beschikbare parkeerruimte kan onder druk komen te staan hetgeen tot overlast kan leiden.

Indien bij een evenement sprake is van grote parkeerbehoefte/-drukte, kunnen aan een vergunning voorschriften verbonden worden die moeten voorzien in een goede regeling, zoals beschikbaarheid van alternatieve parkeergelegenheid en het inzetten van verkeersregelaars.

Parkeren kan ook te maken hebben met verkeersstromen en daarmee verkeersveiligheid. Dat aspect wordt beschreven in hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 7 Openbare orde en veiligheid

7.1 Inleiding

Ten aanzien van de openbare orde en veiligheid is veel wet- en regelgeving van toepassing. De regulering van evenementen in deze nota is er grotendeels op gericht om de openbare orde en veiligheid bij evenementen te borgen. Regelmatig zijn er incidenten in binnen en buitenland, die dwingen tot een minder vrijblijvende benadering van evenementen. Met name de inzet/capaciteit van hulpdiensten dwingt tot meer regulering en een gemeentegrensoverschrijdende aanpak is vereist. In dit verband is het steeds vaker inschakelen van al of niet professionele beveiliging bij evenementen niet meer weg te denken.

7.2 Toezicht door organisator

De vergunninghouder is eerstverantwoordelijk voor de orde en veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein. Dit betekent dat de organisator zelf maatregelen dient te nemen.

Er zijn situaties denkbaar dat dit kan met “eigen” mensen die toezien op een goed verloop van het evenement. Ook hier zal sprake zijn van maatwerk. De advisering van de politie hiertoe zal doorslaggevend zijn en indien nodig vertaald worden naar vergunningvoorschriften, en het draaiboek/veiligheidsplan.

7.3 Bewaking/beveiliging

Afhankelijk van de aard en de omvang van het evenement dient de organisator beveiliging aan te stellen die toezicht uitoefenen op het evenement. Beveiliging van evenementen dient uitgevoerd te worden door gecertificeerde en gekwalificeerde medewerkers van door het Ministerie van Justitie erkende beveiligingsbedrijven. Bij categorie C evenementen wordt in ieder geval beveiliging voorgeschreven. Bij categorie A en categorie B evenementen vindt een afweging plaats op basis van advies van de politie en voorgaande ervaringen. Uitgangspunt is dat indien alcohol wordt verstrekt beveiliging verplicht is.

De kosten voor de beveiligingswerkzaamheden zijn voor rekening van de organisator. In de vergunning worden, indien van toepassing, voorwaarden gesteld met betrekking tot het aantal aan te stellen beveiligers. De algemene gehanteerde richtlijn is 1 gecertificeerde beveiliger op 250 bezoekers. Indien het karakter van het evenement daar aanleiding toe geeft of indien gevaar van buiten dreigt, kan deze norm op advies van de politie zowel naar boven als naar beneden worden bijgesteld.

De beveiligers dienen tevens bedrijfshulpverlener te zijn of vergelijkbaar te zijn opgeleid.

7.4 Plaatsen tent, tijdelijke bouwwerken

Het plaatsen van een (grote) tent of tijdelijk bouwwerk dan wel het houden van een feest in bijvoorbeeld een schuur is, in verband met de brandveiligheid, verbonden aan een aantal brandveiligheidsvoorschriften. Dit geldt ook voor de constructieve veiligheid!! (wegwaaiende tenten, instortende tribunes etc.

Voor het plaatsen van een tent of een tijdelijk bouwwerk ten behoeve van een evenement dan wel voor het houden van een feest in bijvoorbeeld een schuur, moet een melding worden gedaan op grond van het Gebruiksbesluit. In sommige situaties kan het noodzakelijk zijn dat bij de gemeente een vergunning op grond van het Gebruiksbesluit wordt aangevraagd. De brandweer beoordeelt of een vergunning op basis van het Gebruiksbesluit noodzakelijk is.

De aanvrager moet bij vergunningsaanvraag of melding een volledig ingevuld aanvraagformulier inclusief plattegrondtekening(en) en situatietekening indienen. Na beoordeling van de aanvraag beslist de brandweer over het opstellen van voorschriften. De voorschriften hebben tot doel het zoveel als mogelijk beperken van een brandgevaarlijke situatie en het borgen van de veiligheid van de inzet van hulpverleningsdiensten.

Het is mogelijk om een vergunning te verlenen voor het (deels) op de openbare weg plaatsen van een tent, mits de overlast die hiermee gepaard gaat zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van verkeersmaatregelen.

7.5 Volksgezondheid/geneeskundige veiligheid

Bij evenementen komen allerlei aspecten aan de orde die de gezondheid van mens en dier kunnen beïnvloeden en waarop kan worden geanticipeerd. De huidige wet- en regelgeving heeft ervoor gezorgd dat in de voorbereiding op (grote) evenementen goede afspraken moeten worden gemaakt ten aanzien van preventie van incidenten. Zoals onder andere aan hygiëne bij tijdelijke horecavoorzieningen en de inzet van EHBO’ers.

Een evenement heeft invloed op de bereikbaarheid van een stad of dorp voor hulpdiensten. Onder veiligheid valt dan ook genees- en gezondheidskundige aspecten. Deze veiligheidsaspecten zijn de verantwoordelijkheid van de organisatie. De GHOR adviseert alle gemeenten in haar regio over preventie van geneeskundige risico’s bij evenementen. Dit door eventuele extra aanvullingen in een vergunning. Het is aan de gemeente om te bepalen of genees- en gezondheidskundige advisering gewenst is. Organisaties kunnen zelf ook informatie inwinnen bij het GHOR.

De GGD en het GHOR hebben een regionale richtlijn voor evenementen opgesteld. Deze richtlijn wordt integraal gehanteerd bij de vergunningverlening. Aan de hand van de onderwerpen worden op basis van ingewonnen adviezen vergunningvoorschriften bepaald.

7.6 Brandveiligheid/open vuur

Naast voorschriften die op grond van de GHOR, kan het zijn dat er ook (algemeen) voorschriften aan een evenementenvergunning verbonden worden ten aanzien van het voorkomen van brand. Het betreft dan maatregelen in het kader van gebruik en aanwezigheid van open vuur, gasflessen, elektra, kooktoestellen, etc.

7.7 Verkeersveiligheid

De organisatie is verantwoordelijk voor een ordelijk verloop van het verkeer, het parkeren en de bereikbaarheid van het terrein voor hulpdiensten en doorgang van de openbare weg. Om dit te realiseren dienen er indien nodig verkeersregelaars en/of parkeerwachters te worden ingezet.

7.7.1 Calamiteitenstrook/route

De hulpverleningsdiensten dienen te allen tijde vrije doorgang te hebben op en naar de evenementenlocatie. Er kunnen dan ook voorwaarden gesteld worden met betrekking tot het vrijhouden van een bepaalde route of calamiteitenstrook. In de vergunning wordt dan opgenomen welke afmeting de vrije doorgang dient te hebben. Daarnaast kunnen, afhankelijk van de locatie, aanvullende maatregelen getroffen worden.

7.7.2 Verkeersregelaars

Op basis van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn bij activiteiten op de openbare weg, waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers geregeld moet worden, verkeersregelaars vereist. Verkeersregelaars die ingezet worden bij evenementen hebben de taak het verkeer voor de veiligheid van deelnemers/bezoekers van het evenement te regelen.

De verplichte instructie van en het directe toezicht op de verkeersregelaars vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de politie. Met de instructie kan ingespeeld worden op de aard van het evenement. Een wielerronde is anders dan een jaarmarkt, maatwerk dus. De gemeente stelt indien nodig, in overleg met de politie, voorwaarden aan het aantal verkeersregelaars dat ingezet moet worden.

In de regio Gelderland Zuid heeft de politie het opleiden en aanstellen van ‘evenementenverkeersregelaars’ centraal georganiseerd via een e-learning module. Evenementenorganisatoren kunnen hun vrijwilligers/medewerkers opgeven bij de gemeente en de politie. De gemeente meldt de organisatie aan bij de Stichting Verkeersregelaars Nederland. De organisator ontvangt daarna een code waarmee de deelnemers in kunnen loggen op de e-learning module. Na het –gratis- volgen van de e-learning krijgen de deelnemers die geslaagd zijn een certificaat van de gemeente. Het betreft een instructieverklaring (voor een specifiek evenement, eenmalig) of een aanstellingspas (voor alle soorten evenementen, 1 jaar geldig).

7.7.3 Verkeersmaatregelen en -besluiten

Bij een evenement kan het nodig zijn om wegen af te sluiten, rijrichtingen te veranderen (bijv. eenrichtingsverkeer) en dergelijke. De organisator geeft in de aanvraag en in het draaiboek en veiligheidsplan aan hoe men hiermee om wil gaan. Het team openbare ruimte beoordeelt dit en vraagt en geeft zo nodig advies of aanwijzingen. Uitgangspunt is dat doorgaande routes, hoofdwegen en routes voor openbaar vervoer niet afgesloten worden. In overleg met de verkeersdeskundige zullen indien nodig verkeersbesluiten genomen worden. De hieruit voortvloeiende kosten zijn voor de organisator.

Omleidingsroutes worden ook samen met de gemeente bepaald. Indien er busroutes tijdelijk moeten vervallen is het de Aan de vergunning worden voorschriften verbonden ten aanzien van verkeersmaatregelen, zoals welke wegen wanneer en hoe lang/wanneer mogen worden afgezet en eisen aan wegafzettingen en verlichting daarvan. Indien nodig neemt het college verkeersbesluiten om de verkeersmaatregelen te formaliseren. Dit dient in de pas te lopen met de termijnen die verbonden zijn aan de behandeling en beslissing op de evenementenvergunning.

7.8 Drankverstrekking en gebruik glaswerk

7.8.1 Tappen op of aan de openbare weg

Bij evenementen wordt regelmatig bier geschonken. Dit gebeurt door horecaondernemers middels een tappunt op hun eigen terras en/of door de organisatie van een evenement met een (mobiel) tappunt op het evenemententerrein.

Tappunt op eigen terras

Indien het terras is opgenomen in de Drank- en Horecavergunning is het toegestaan om alcoholhoudende dranken te verstrekken op het terras.

Is de horecagelegenheid gelegen binnen het evenemententerrein dan stuit dit niet snel op weigeringsgronden. Wanneer een ondernemer een tappunt op eigen terras plaatst, en dit terras maakt geen deel uit van het evenemententerrein waarvoor vergunning is/ wordt verleend, ligt dit anders. In dergelijke gevallen moet worden bezien in hoeverre dit tappunt gericht is op de directe bezoekers van de horecalokaliteit

Het kan zijn dat de reikwijdte van de bijzondere gebeurtenis van tijdelijke aard verder gaat dan de eigen inrichting. Er kan dan al snel sprake zijn van dat de bijzondere gebeurtenis waar, de buitentap wordt aangevraagd, een negatieve invloed heeft op de organisatie en het verloop van het evenement dat in de nabijheid wordt gehouden. Het is in dat geval verstandiger om ofwel de bijzondere gebeurtenis onder te brengen in de organisatie van het (grote) evenement, ofwel een ander tijdstip te kiezen.

Tappunten op straat

Voor het tappen elders dan in een horeca inrichting inclusief terras (bijvoorbeeld op de openbare weg), moet een ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en Horecawet worden aangevraagd. Een dergelijke ontheffing kan alleen afgegeven worden voor bijzondere gebeurtenissen van zeer tijdelijke aard. Dat kan een evenement zijn. Voorwaarde voor het tappen op straat middels (bier-)tappunten of andere vorm van verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank is derhalve dat er sprake moet zijn van een evenement en dat de tappunten binnen het evenemententerrein zijn gelegen (let op andere ontheffingen kunnen ook van toepassing zijn, zoals ontheffing geluid). Daarnaast dient de aanvrager te voldoen aan de wettelijk gestelde eisen en – indien de verstrekker van de alcoholhoudende drank niet de organisator zelf is, maar bijvoorbeeld een cateraar - de toestemming van de organisator.

7.8.2 Gebruik glaswerk

Tijdens evenementen kunnen voorwaarden aan de vergunning worden verbonden zoals de voorwaarde dat in verband met de veiligheid van de bezoekers en ter bescherming van het milieu drank uitsluitend in plastic glazen of in duurzame kunststofbekers mag worden geschonken.

Indien nodig bepaalt de burgemeester op grond van zijn bevoegdheden dat de regel ook geldt voor lokale openbare inrichtingen zoals lokale commerciële en paracommerciële horecabedrijven/-instellingen en of deze voor alleen buiten of ook voor binnen geldt. Hiertoe wordt bij voorkeur op basis van zelfregulering (eventueel in de vorm van een convenant tussen betrokkenen, gemeente en politie) naleving aan gegeven. Indien nodig kan de burgemeester echter daartoe een besluit van algemene strekking nemen met daarin nadere voorschriften ten aanzien van tijden en locaties waarin een verbod op het gebruik van glaswerk uitgevaardigd wordt. In het horecaoverleg c.q. met de werkgroep horecabeleid wordt hier over nader afgestemd en invulling gegeven in het horecabeleid.

7.9 Paracommercie en Alcoholmatiging

Per 1 januari 2013 is de Drank- en Horecawet gewijzigd. Dit heeft tot gevolg dat en heeft de gemeenteraad de verplichting een paracommeciële verordening vast te stellen met het oog op het tegengaan van oneerlijke concurrentie ten opzichte van de commerciële horecabedrijven. Daarnaast heeft de gemeenteraad met de gewijzigde Drank- en Horecawet de mogelijkheid gekregen om een alcoholmatigingsverordening vast te stellen.

In overleg met de gemeenten in het Rijk van Nijmegen heeft de regionale projectgroep ‘Alcoholmatiging Durf Nu’ besloten om zowel bij het opstellen van de onderhavige verordening, de preventie van alcoholmisbruik als de controle op de Drank- en Horecawet de handen in een te slaan. Regionale samenwerking zorgt voor een effectievere inzet van middelen en een bundeling van expertise die de kracht van het beleid ten goede komt. Om dit beleid binnen onze gemeente goed uit te voeren is preventie belangrijk en dient de handhaving gewaarborgd te zijn.

De Raad heeft op 12 december 2013 besloten tot het wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Druten (APV), door aan hoofdstuk 2 Openbare orde, afdeling 8 Toezicht op Horecabedrijven, de artikelen 2.3.1.9 t/m 2.3.1.12 toe te voegen.

7.10 Geen alcohol tot 18 jaar

De Drank- en Horecawet is op 1 januari 2014 gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Aan jongeren onder de 18 jaar mag geen alcohol worden verkocht;

  • Jongeren onder de 18 jaar zijn strafbaar als ze alcohol bij zich hebben. Zowel op straat als op andere plekken toegankelijk voor het publiek. Bijvoorbeeld in een kroeg, winkelcentrum, stationshal of park;

  • De wet maakt geen onderscheid meer tussen zwak alcoholische drank en sterke drank. Het maakt dus niet uit of wat voor soort alcohol jongeren beneden de 18 bij zich hebben. Ze zijn in beide gevallen strafbaar;

  • De burgemeester kan de alcoholverkoop in de detailhandel tijdelijk verbieden. Bijvoorbeeld als is vastgesteld dat de leeftijdsgrenzen 3 keer zijn overtreden binnen een periode van 12 maanden;

  • De gemeenten houden toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet. Nu is de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) hiervoor verantwoordelijk. De Handreiking Drank- en Horecawet helpt gemeenten bij de uitvoering van hun nieuwe taken. Zie hiervoor onder 7.9.

Hoofdstuk 8 Toezicht en Handhaving

8.1 Inleiding

Dit hoofdstuk bevat de specifieke informatie over het gemeentelijk beleid ten aanzien van het toezicht op evenementen en de handhaving tijdens evenementen. Er moet rekening gehouden worden met de veiligheid van bezoekers, organisatoren en omwonenden, onnodige en onevenredige overlast moet worden voorkomen. Indien nodig zal gebruik moeten worden gemaakt van bevoegdheden om handhavend op te treden. In de gemeente Druten geldt een integraal handhavingsbeleid19. Dit bevat ook het toezicht en de handhaving van bepalingen in de APV en op evenementen en festiviteiten.

Integraal handhavingsbeleid betekent dat organisatie breed het optreden tegen de niet naleving van regels wordt bekeken.

Het begrip integraal betreft de hoofdbestanddelen:

  • eenheid in de uitgangspunten van handhaving;

  • samenwerking tussen handhavingsinstanties.

8.2 Invulling handhavingsbeleid

8.2.1 Gemeentelijke klachtenregistratie

Om irritatie bij omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen, is het van belang dat adequaat wordt ingegrepen indien blijkt dat omwonenden onaanvaardbare overlast ondervinden van een evenement.

Burgers kunnen (geluids-)klachten overdag melden op een centraal nummer: Bel- en herstellijn 0487-581571. Het team VTH houdt een centrale klachtenregistratie bij.

Behalve bij de gemeente kunnen burgers ook bellen met de provinciale milieuklachtentelefoon (026 - 359 9999) en de meldkamer van de Politie Gelderland-Zuid (0900-8844).

8.2.2 Handhavingsbeleid en -scenario’s

In het “Handhavingsbeleid VTH 2012” is vastgelegd hoe de gemeente Druten komt tot een zo integraal mogelijke afstemming van toezicht en handhaving. Daarin zijn o.m. binnen de handhavingstaken van de APV en bijzondere wetten opgenomen. Handhavend optreden voorspelbaar en consequent te zijn. Door het ontwikkelen van handhaving scenario’s voor de van de meest voorkomende overtredingen tot in het uiterste geval het stilleggen van een evenement in verband met grote veiligheidsrisico’s, wordt hieraan tegemoet gekomen. De scenario’s zijn opgenomen als bijlage.

8.2.3 Aanvullende voorwaarden

Aan een (volgende) evenementenvergunning kunnen op advies van team VTH aanvullende voorwaarden worden verbonden indien blijkt dat:

  • de gemeente de klacht(en) heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is;

  • de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven.

Indien deze aanvullende voorwaarden niet tot verbetering hebben geleid, kan dit een reden zijn om de vergunning in de toekomst te weigeren.

8.2.4. Weigeren evenementenvergunning:

Een (volgende) evenementenvergunning kan worden geweigerd indien blijkt dat:

  • De gemeente de klacht(en) van eerdere evenementen heeft beoordeeld en tot de conclusie is gekomen dat de overlast voor omwonenden onaanvaardbaar is.

  • Wanneer overlast onaanvaardbaar wordt is lastig te bepalen. Toch kunnen er in voorkomende gevallen wel degelijk aanwijzingen zijn dat dit het geval is. Gedacht kan worden aan:

    • o

      een forse toename van het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren.

    • o

      wanneer niet alleen direct aanwonenden klagen maar ook burgers die op enige afstand van het evenement wonen.

    • o

      wanneer uit geluidsmetingen blijkt dat de geluidsniveaus vergeleken met voorgaande jaren drastisch zijn gestegen.

    • o

      Indien de politie of een gemeentelijke toezichthouder van de verantwoordelijke persoon heeft gevorderd dat het volume verlaagd wordt en hieraan geen of te laat gevolg is gegeven.

    • o

      Wanneer de vergunningsvoorwaarden (herhaaldelijk) niet worden nageleefd.

8.3 Illegale feesten

In Gelderland-Zuid is beleid vastgesteld over de handhaving van illegale feesten c.q. houseparty's. Het doel van dit beleid is het niet laten plaatsvinden, dan wel beëindigen van het illegale feest vanuit het perspectief van de veiligheidsrisico's voor de feestgangers enerzijds en de overlast voor de burgers in de omgeving anderzijds. Hoe er in het voorkomende geval wordt opgetreden, strafrechtelijk of bestuursrechtelijk, hangt af van de omstandigheden van het concrete geval.

Hoofdstuk 9 Communicatie en organisatie

9.1 Communicatie

De vergunningverlener APV is het aanspreekpunt voor organisatoren van evenementen. Voor wat betreft (pro) actieve informatie is de vergunningverlener APV niet alleen betrokken bij de informatieronde voorafgaand aan het evenementenseizoen (over de regionale evenementenkalender) maar informeert hij organisatoren, adviseurs en belanghebbenden. De lokale huis-aan-huisweekbladen en de website van de gemeente Druten zijn geschikte media voor dergelijke publicaties.

9.2 Voorlichting

De expertise van de communicatieadviseur van de gemeente Druten wordt op verzoek van de vergunningverlener APV ingezet.

De beantwoording van persvragen namens de Gemeente Druten aangaande een evenement of het evenementenbeleid wordt altijd gecoördineerd door de communicatieadviseur.

Ondertekening

Vastgesteld 19 augustus 2014


Noot
1

Algemene Plaatselijke Verordening 2010, vastgesteld in de raadsvergadering van 11 februari 2010

Noot
2

Zie hoofdstuk 3 Klassering van evenementen.

Noot
3

Zie onder 7.9, Alcoholmatiging.

Noot
4

model APV van de VNG 2:24 APV (begripsomschrijving) en 2:25 APV (basis artikel)

Noot
5

Nummering conform de” model APV” van de VNG. Gemeente Druten heeft in 2010 besloten om de toen bestaande nummering aan te houden om de aansluiting tussen de oudere versies gemakkelijker te maken. Omwille van de landelijke uniformiteit gaan we redactioneel uit van de model APV van de VNG.

Noot
6

model APV van de VNG:

• Artikel 1:3 Indienen aanvraag (algemene bepaling)

• Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing (algemene bepaling)

• Artikel 1:8 Weigeringsgronden (algemene bepaling)

• Artikel 2:24 Begripsbepaling evenementen

• Artikel 2:25 Evenement (grondslag vergunning en meldingsplicht kleine evenementen)

• Artikel 2:26 Ordeverstoring

Noot
7

Zie onder 6.2 onder ‘classificatie’ in het regionaal beleidsplan

Noot
8

De APV van Druten kent nog geen meldingsplicht voor evenementen. Artikel 2.2.2 wordt gewijzigd conform artikel 2:25 lid 2 (model) APV

Noot
9

Risicoscan Evenementen. Een door het Veiligheidsbureau Gld-Z ontwikkelde tool waarin de gegevens van het aanvraagformulier worden verwerkt. Dit leidt automatisch tot een classificatie-advies. De classificatie is eveneens de basis voor het invullen van de regionale evenementenkalender

Noot
10

Te wijzingen conform artikel 2:25 lid 2 (model) APV

Noot
11

Zie onder 5.4 Advisering door het veiligheidsoverleg

Noot
12

Zie onder 5.2 van het regionale beleidsplan

Noot
13

Deze eis wordt als voorschrift in de vergunning opgenomen.

Noot
14

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van:

- de gebruiksvergunningen of gebruiksmelding voor tenten e.d.

- melding bouwvergunning / voldoen eisen Bouwbesluit

- tijdelijke verkeersmaatregelen voor het afsluiten van wegen

- tijdelijke ontheffing toegang centrum (geslotenverklaring)

- Vuurwerk (vergunning provincie)

- ontheffing drank en horecawet voor verkoop alcoholische drank

- ontheffing van de wet Zondagswet

- ontheffing van de Winkeltijdenwet

- ontheffing voor geluid

- loterijvergunning op grond de Wet op de kansspelen

- verklaring van geen bezwaar op grond van de Luchtvaartwet (helikopters e.d.)

- ontheffing wet beheer Rijkswaterstaatwerken (Rijkswaterstaat)

- vergunning reclame(sandwich)borden op grond van de ? Apv (gem dr heeft eigenregeling?)

Noot
15

De eindtijden lopen gelijk met sluitingstijden voor horecabedrijven in artikel 2.3.1.3 APV, met dien verstande dat het gebruik van geluidsversterkende apparatuur uiterlijk een uur eerder afgelopen dient te zijn

Noot
16

Zie onder 2.2.8 Zondagswet.

Noot
17

Gevoelige gebouwen zijn woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van die gebouwen die behoren bij de betreffende inrichting

Noot
18

Tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing van leges van het betreffende kalenderjaar

Noot
19

Integraal handhavingsbeleid VHT 2012. Collegebesluit van 4 december 2012