Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758269
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR758269/1
Participatieverordening gemeente Nunspeet 2026
Geldend van 09-03-2026 t/m heden
Intitulé
Participatieverordening gemeente Nunspeet 2026De gemeenteraad van de gemeente Nunspeet; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 februari 2026; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit.
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Participatieverordening gemeente Nunspeet 2026.
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
belanghebbenden: (groepen) inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties of anderen die een belang hebben bij een ontwikkeling;
- •
beleid; gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;
- •
bestuursorgaan: indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort: de gemeenteraad. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders behoort: het college van burgemeester en wethouders. Indien het betreffende besluit tot de bevoegdheid van de burgemeester behoort: de burgemeester;
- •
inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;
- •
maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités en sociale ondernemingen (zonder winstoogmerk of commerciële activiteiten) die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
- •
participatie: het informeren, meedenken, meewerken en/of meebeslissen van/door belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van (bouw)activiteiten, projecten en beleid;
- •
uitdaagrecht: recht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren.
Artikel 2 Reikwijdte en toepassing participatie
Dit artikel gaat over het toepassen van participatie bij de voorbereiding, uitvoering, wijziging en evaluatie van beleid, verordeningen, regelingen, programma’s en besluiten;
-
1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uit-daagrecht kan worden verzocht;
-
2. Participatie wordt toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in meer of mindere mate geraakt worden door het betreffende beleid of besluit en er ruimte is voor invloed op de te maken keuzes. Indien er geen ruimte voor invloed is, worden belanghebbenden in ieder geval vroegtijdig geïnformeerd;
-
3. Participatie wordt eveneens toegepast wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het beleid of besluit;
-
4. Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht;
-
5. Er is geen participatie of toepassing van het uitdaagrecht mogelijk:
- a.
ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleid;
- b.
als participatie of toepassing van het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
- c.
als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
- d.
inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
- e.
als de uitvoering van een beleid dermate spoedeisend is dat participatie of toepassing van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;
- f.
als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving;
- g.
bij de behandeling van bezwaar- en beroepschriften en klachten;
- h.
het om een interne aangelegenheid van de gemeente gaat;
- i.
wanneer het gaat om een ondergeschikte aanpassing van juridisch-technische, redactionele of administratieve aard van eerder vastgesteld beleid.
- a.
-
6. De gemeenteraad stelt het participatiebeleid vast.
Paragraaf 2 Participatie
Artikel 3. Participatieproces
-
1. Bij de voorbereiding van het participatieproces stelt het bestuursorgaan bij de start vast of en op welke manier participatie wordt toegepast aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde Participatiebeleid gemeente Nunspeet;
-
2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze;
-
3. Een participatieaanpak bevat in elk geval: a. een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt; b. informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie; en c. informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid. Deze participatieaanpak kan onderdeel uitmaken van de bekendmaking van het tweede lid, maar kan ook later worden uitgewerkt en bekendgemaakt.
Artikel 4. Inspraak
Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.
Artikel 5. Beschrijving participatieproces
-
1. Ter afronding van het participatieproces stelt het bestuursorgaan een beschrijving van het participatieproces op.
-
2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op gebruikelijke wijze openbaar.
Paragraaf 3 Uitdaagrecht
Artikel 6. Verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. De gemeente biedt inwoners en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van gemeentelijke taken over te nemen.
-
2. Een voorstel met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het college van burgemeester en wethouders ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a.
omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;
- b.
uitleg waarom of hoe de indiener dat beter en goedkoper kan;
- c.
duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener;
- d.
indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners;
- e.
raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;
- f.
omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;
- g.
inzicht in hoe de indiener garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn.
- a.
-
3. Het college kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.
Artikel 7. Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
-
1. Het college zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.
-
2. Elk voorstel wordt getoetst aan de in artikel 6, lid 2 van dit artikel genoemde onderdelen en aan de uitzonderingsgronden als beschreven in artikel 2, lid 5 van deze verordening.
-
3. Het college van burgemeester en wethouders wijst een voorstel af indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het voorstel voldoet aan de in artikel 6, lid 2 genoemde voorwaarden, of indien zij overname van de gemeentelijke taak om andere redenen onwenselijk vindt.
-
4. Het college van burgemeester en wethouders geeft aan de indieners binnen 8 weken een onderbouwde reactie op het voorstel.
Artikel 8. Uitvoering taak
-
1. Als het college van burgemeester en wethouders het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener schriftelijke afspraken over:
- a.
het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak;
- b.
het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak;
- c.
het contact met het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak;
- d.
de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; en
- e.
de evaluatie van de uitvoering van de taak.
- a.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 9. Intrekking oude regeling
De Inspraakverordening 2008 gemeente Nunspeet wordt ingetrokken.
Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Nunspeet 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 februari 2026,
De voorzitter, De griffier,
TOELICHTING PARTICIPATIEVERORDENING
Algemeen
Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden. De wijziging van artikel 150 Gemeentewet regelt dat het bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Deze participatieverordening van de gemeente Nunspeet bouwt voort op:
- •
Inspraakverordening 2008 gemeente Nunspeet
- •
Integraal beleidskader participatie 2021, bewonersparticipatie in Nunspeet, inclusief oplegnotitie voor de implementatie
- •
Handreiking omgevingsdialoog gemeente Nunspeet
Deze Participatieverordening is gebaseerd op het integraal beleidskader participatie 2021, waarin input en suggesties zijn verwerkt van inwoners, bestuur en organisatie van de gemeente Nunspeet. Het stuk is mede gebaseerd op een model-Participatieverordening van de VNG. In deze toelichting worden enkele onderdelen van de Participatieverordening nader toegelicht.
Uitdaagrecht
Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Hierbij kan gedacht worden aan: Onderhoud van openbaar groen. Dierenverzorging in parken. Of voorlichtingscampagnes over bijvoorbeeld zwerfafval. Gemeenten moeten in de participatieverordening de voorwaarden bepalen waaronder inwoners en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren. Dit betreft zowel het uitvoeren van de eigen taken van de gemeenten (artikel 150, derde lid, onder a), als het uitvoeren van de taken die aan de gemeenten in medebewind zijn gegeven (artikel 150, derde lid, onder b). Dit laatste voor zover dat niet in strijd is met de wet.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
Voor de definities is aansluiting gezocht bij de inspraakverordening en het participatiebeleid.
Beleid
Het begrip beleid is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Daarbij omvat het begrip niet alleen het vaststellen van beleid, maar ook de uitvoering en evaluatie daarvan.
Participatie
In de verordening zijn alle vormen van participatie waarbij de gemeente het initiatief neemt om inwoners en ondernemers bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid te betrekken, onder het begrip inwonersparticipatie geschaard. Daarmee gelden voor al die vormen van participatie dezelfde spelregels.
Maatschappelijke partijen
Op grond van de wet kunnen ook maatschappelijke partijen om toepassing van het uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. Het is dus aan de gemeente om deze groep af te bakenen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Onder maatschappelijke partijen vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin deze zijn georganiseerd. Sociale ondernemingen, ondernemingen zonder winstoogmerk of ondernemingen die geen winst uitkeren kunnen daar ook onder vallen als zij een lokale binding hebben. Ondernemers in algemene zin echter niet. Er moet een maatschappelijke component zijn. Er kan bij maatschappelijke partijen onder meer worden gedacht aan lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven.
Uitdaagrecht
Voor de definitie van uitdaagrecht is aangesloten bij artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen inwoners en maatschappelijke partijen een verzoek doen om gemeentelijke taken over te nemen.
Artikel 2 Reikwijdte en toepassing participatie
Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of inwonersparticipatie plaatsvindt en of het mogelijk is het uitdaagrecht toe te passen. Dit vanzelfsprekend behoudens die gevallen waarin de wet tot participatie of toepassing van het uitdaag-recht verplicht.
In artikel 2 lid 5 is opgenomen in welke gevallen in ieder geval geen participatie wordt toegepast. Dit sluit aan bij de Inspraakverordening, die vervalt bij de inwerkingtreding van deze verordening. Voor alle overige gevallen wordt op basis van het afwegingskader uit het participatiebeleid gemotiveerd of er voldoende ruimte voor participatie is. Indien er geen ruimte voor participatie is, worden belanghebbenden in ieder geval vroegtijdig geïnformeerd. De beslissing of er wel of niet participatie wordt toegepast zal vaak bij het college van burgemeester en wethouders liggen. In zaken waarbij de raad beslissingsbevoegd is, ligt deze keuze bij de raad. In de praktijk brengen ambtenaren vanuit hun expertise en op basis van het participatiebeleid advies uit over wanneer een participatieproces wenselijk wordt geacht.
Omgevingswet
Hier is aan toegevoegd dat bij het vaststellen of wijzigen van bepaalde kerninstrumenten uit de Omgevingswet, te weten de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de programma’s, ook zoveel mogelijk de verordening wordt gevolgd. Dit om er geen enkel misverstand over te laten bestaan dat, voor zover de toepassing van de verordening op grond van de Omgevingswet niet uitgesloten of beperkt is. In bepaalde gevallen geeft de wet nadere handvaten voor participatie. In die gevallen is deze verordening niet van toepassing. Een relevant voorbeeld van een geval waar de participatieverordening zich niet voor leent is de omgevingsvergunning in de Omgevingswet. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning is namelijk niet het bevoegd gezag, maar de aanvrager aan zet en daarnaast is participatie op grond van de Omgevingswet in beginsel niet verplicht voor de aanvrager.
Artikel 3 Participatie
In dit artikel is geregeld dat het bestuursorgaan een aanpak voor de inwonersparticipatie moet opstellen. Dit zorgt dat er duidelijkheid is over het proces, het doel en de vorm van de participatie. Benadrukt is dat de aanpak in lijn moet zijn met het door de gemeenteraad vastgestelde participatiebeleid. Verder zijn de elementen opgenomen die in ieder geval in de participatieaanpak moeten staan. De aanpak kan in overleg met inwoners en maatschappelijke partijen worden opgesteld. De vorm van een participatieaanpak is vrij. De aanpak kan onderdeel zijn van een voordracht, projectplan of beleidsstuk, maar ook een losstaand document is mogelijk. Van belang is vooral dat inzichtelijk is waar de participatieaanpak te vinden is (gecommuniceerd via kanalen gemeente) en het duidelijkheid biedt. Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van de aanpak zorgt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat.
In het artikel staan ook bepalingen over het ontwerp van het participatieproces en welke onderwerpen in een participatieaanpak of (in geval van een beleid) een startnotitie worden opgenomen. Het bestuursorgaan legt in een participatieaanpak een aantal zaken vast met betrekking tot de participatie. In de meest uitgebreide vorm gaat het hierbij om:
- a.
het onderwerp van de participatie (de opgave)
- b.
doel(en) van de participatie;
- c.
de doelgroep die in het proces wordt betrokken;
- d.
de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor participatie;
- e.
het niveau van participatie, waarbij gekozen wordt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren, meebeslissen en zelf doen of een combinatie hiervan;
- f.
de wijze waarop deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
- g.
de wijze van communiceren over het proces door de gemeente;
- h.
de wijze waarop bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces (terugkoppeling);
- i.
begroting van de kosten van het participatieproces;
- j.
wijze van evaluatie van het participatieproces.
Artikel 4 inspraak
Een bestuursorgaan kan op grond van de verordening inspraak verlenen, ook als de wet daartoe niet verplicht. Inspraak kan eventueel naast een andere vorm van participatie plaatsvinden. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bevat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Deze afdeling is in beginsel van toepassing als inspraak wordt verleend. Het bestuursorgaan kan hier echter van afwijken en een andere inspraakprocedure vaststellen.
Voor de uniforme openbare voorbereidingsprocedure geldt dat het doel is om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen, de uitkomsten hiervan te legitimeren, de rechten en belangen van burgers te beschermen en beleid met andere overheden te coördineren. De procedure voorziet daartoe in de wijze waarop een bestuursorgaan ontwerpbesluiten ter inzage moet leggen, hoe belanghebbenden hierop kunnen reageren en hoe bestuursorganen met deze reacties moeten omgaan. Zo moeten belanghebbenden zowel schriftelijk als mondeling kunnen reageren en moet de termijn voor de reactie minimaal zes weken bedragen. Dit geldt dus ook als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraak wordt toegepast.
Artikel 5 Eindverslag participatieproces
Op grond van dit artikel moet het bestuursorgaan, nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden, een eindverslag daarvan opstellen. Dit eindverslag kan worden opgenomen in een losstaand document, maar het kan ook een onderdeel van een voordracht of een passage in een brief zijn.
Het eindverslag bevat in elk geval een overzicht van het gevolgde proces op hoofdlijnen, een weergave van de mondelinge en/of schriftelijke inbreng die tijdens het participatieproces naar voren is gebracht en een reactie van het bestuursorgaan op deze inbreng, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het centrale onderwerp van participatie wordt overgegaan.
Verder is geregeld dat het college voor het opstellen van het verslag zorgt als het om een bevoegdheid van de gemeenteraad gaat.
Artikel 6 Verzoek toepassing uitdaagrecht
Toepassing van het uitdaagrecht begint, ongeacht het bestuursorgaan dat bevoegd is, met een verzoek aan het college. Hiervoor is gekozen zodat het indienen van een verzoek laagdrempelig is en ook centraal ontvangen wordt. In het verzoek moet de uit te voeren taak omschreven worden, de reden waarom de indiener deze taak wil overnemen en het resultaat dat de indiener met het overnemen van de taak wil bereiken. Daarbij levert de indiener ook specifieke informatie aan met betrekking tot de uitvoering van de over te nemen taak. (Denk aan informatie over de kosten of andere middelen die daarmee gemoeid zijn). Als aanvullende informatie nodig is om op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht te reageren of het verzoek niet compleet is, kan het college deze informatie opvragen. Het ligt voor de hand dat college dan met de indiener in gesprek gaat.
Artikel 7 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht
Het college neemt alle verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht in ontvangst en zendt deze door aan het bevoegde bestuursorgaan. Het bevoegde bestuursorgaan moet het verzoek onder bepaalde omstandigheden afwijzen. In dat verband is een aantal uitzonderingsgronden opgenomen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. Verder is er een aantal omstandigheden genoemd waaronder het bestuursorgaan het verzoek kan afwijzen. Het is dan aan het bestuursorgaan om een afweging te maken welke belangen zwaarder wegen. In het artikel is ook een termijn opgenomen waarbinnen op het verzoek moet worden gereageerd. Het bestuursorgaan moet de reactie onderbouwen en ook openbaar maken.
Artikel 8 Uitvoering taak
Als het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt toegewezen, maakt het bestuursorgaan afspraken met de indiener over de uitvoering van de taak en ook welke stappen er volgen als de afspraken niet worden nagekomen. Het ligt voor de hand deze afspraken vast te leggen in een overeenkomst.
Artikel 9 Intrekking oude regeling
Met deze bepaling wordt de bestaande Inspraakverordening gemeente Nunspeet (2008) ingetrokken.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
Met deze bepaling wordt aangegeven wanneer de nieuwe verordening in werking treedt. Ook wordt bepaald dat de citeertitel van deze verordening Participatieverordening gemeente Nunspeet is.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl