Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek

Geldend van 07-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-03-2026

Intitulé

Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek

Het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek

  • Gelet op artikel 5, derde lid onder II van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek 2024,

  • Gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10 24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wet Milieubeheer,

  • Gelet op artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen,

  • Gelet op de mededeling in het portefeuillehoudersoverleg fysiek domein van 4 december 2025,

BESLUIT vast te stellen de navolgende:

Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begrippen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • Perceel

    perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.

  • Gemeenten

    de aan de Regeling (artikel 5 lid 3 sub II - “Milieubeheer) deelnemende gemeenten.

  • Scheidingsstation

    de daartoe op grond van artikel 5 lid 1 aangewezen plaats.

  • Inzameling

    verzameling van afvalstoffen die binnen de Gemeenten ter inzameling worden aangeboden, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.

  • Inzamelmiddel

    een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilzak of minicontainer, ten behoeve van één huishouden.

  • Inzamelvoorziening

    een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of - plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer of een wijkcontainer, ten behoeve van meerdere huishoudens.

  • Regio Gooi en Vechtstreek

    de Regio Gooi en Vechtstreek als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub k van de Gemeenschappelijke Regeling Gooi en Vechtstreek.

Artikel 2 Doelstelling

De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen.

Paragraaf 2 Huishoudelijke afvalstoffen

Artikel 3 Aanwijzing van de inzameldienst

  • 1. De Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst (GAD), onderdeel van organisatie van de Regio Gooi en Vechtstreek, is als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel 4 Regulering van andere inzamelaars

  • 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:

    • a.

      daartoe is aangewezen door het dagelijks bestuur;

    • b.

      bij nadere regels van het dagelijks bestuur van het verbod is vrijgesteld; óf

    • c.

      verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan aan een aanwijzing bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdige beslissing) is niet van toepassing.

Artikel 5 Aanwijzing van inzamelplaats (aanwijzing scheidingsstations)

  • 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor tenminste drie daartoe ter beschikking gestelde plaatsen binnen de gemeenten waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten (hierna: scheidingsstations).

  • 2. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen over de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen met inbegrip van grof huishoudelijk afval op scheidingsstations dienen te worden achtergelaten.

Artikel 6 Algemene verboden

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:

  • a.

    ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;

  • b.

    over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of

  • c.

    achter te laten op een andere plaats dan een scheidingsstation.

Artikel 7 Gescheiden afvalinzameling

  • 1. Het dagelijks bestuur stelt regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan een omschrijving vaststellen van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8 Gescheiden aanbieding

  • 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die krachtens artikel 7 afzonderlijk worden ingezameld, anders dan afzonderlijk:

    • a.

      ter inzameling aan te bieden; of

    • b.

      achter te laten op een scheidingsstation.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9 Tijdstip van aanbieding

Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door het dagelijks bestuur daartoe bepaalde dagen en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen van afvalstoffen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10 Wijze en plaats van aanbieding

  • 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het dagelijks bestuur te stellen regels over het gebruik van:

    • a.

      Inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel ; of

    • b.

      Inzamelvoorzieningen voor het aanbiedenter inzameling bij of nabij een perceel.

  • 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.

  • 3. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

Paragraaf 3 Bedrijfsafvalstoffen

Artikel 11 Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst

Het dagelijks bestuur kan bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen krachtens artikel 3, in gevallen waarin het voor deze inzameling verschuldigde tarief, als vermeld in de tarieventabel behorende bij de begroting voor de Regio Gooi en Vechtstreek, is voldaan.

Artikel 12 Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen

Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan de inzameldienst aan te bieden, aan de inzameldienst over te dragen of bij een van de scheidingsstations achter te laten.

Artikel 13 Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen

  • 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door het dagelijks bestuur te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen voor het aanbieden of overdragen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, inhouden.

Paragraaf 4 Zwerfafval en overige

Artikel 14 Dumpingsverbod

  • 1. Het is verboden zonder ontheffing van het dagelijks bestuur, hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te verbranden, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke  afvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;

    • b.

      het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit  is ontstaan;

    • c.

      het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegripvan daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

    • d.

      handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Omgevingswet of het Besluit bodemkwaliteit;

    • e.

      het verbranden van kerstbomen, voor zover dit plaatsvindt tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de burgemeester van de betrokken gemeente vergunning is verleend.

  • 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof,stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15 Zwerfafval in de openbare ruimte

  • 1. Het is verboden (huishoudelijke) afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.

  • 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.

  • 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 16 Zwerfafval rondom inrichtingen

  • 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

  • 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.

Artikel 17 Afval en verontreiniging op de weg

  • 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.

  • 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18 Geen opslag van afval in de open lucht

Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met Paragraaf 2 Huishoudelijke afvalstoffen van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 19 Kadavers van gezelschapsdieren

  • 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.

  • 2. Het dagelijks bestuur kan een ondernemer aanwijzen die belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren.

  • 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.

  • 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid.

  • 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.

  • 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.

Paragraaf 5 Handhaving en toezicht

Artikel 20 Strafbare feiten

Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 t/m 10 en 12 t/m 19 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21 Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaren.

Paragraaf 6 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 22 Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsbepalingen

  • 1. Deze verordening treedt in werking één dag na bekendmaking en wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Gooi en Vechtstreek.

  • 2. Besluiten, waaronder mede begrepen aanwijzingsbesluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 22, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 23 Intrekking oude verordening

De Afvalstoffenverordening Regio Gooi en Vechtstreek 2017 wordt ingetrokken.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Regio Gooi en Vechtstreek, gehouden op 12 februari 2026.

Bussum, 4 maart 2026.

G. Van den Top

voorzitter

Toelichting

Algemeen

1. Inleiding

Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden verandert.

2. Hoofdlijnenvan de verordening

Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijk afval. Bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte behoort niet tot de verordening.

Huishoudelijke afvalstoffen

De regiogemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen en Laren hebben taken en bevoegdheden op het terrein van de inzameling afvoer en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer overgedragen aan de Regio Gooi en Vechtstreek. De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wm, waarin de gemeenteraad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast te stellen. De op grond van de wet aan de gemeenten opgedragen taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen vindt plaats door middel van de in de verordening aangewezen inzameldienst, de GAD. Deze verordening regelt ook de aanwijzing van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld.

Afval in de openbare ruimte

Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet-en drinkgelegenheden, evenementen of reclame en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.

Omgevingsbeleid

Nagegaan is of de verordening in lijn is met het afvalstoffenbeleid in het gemeentelijke omgevingsbeleid voor zover aanwezig in de aan de Regio deelnemende gemeenten. Dat is het geval.

3. Wettelijke begrippen

In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts zeer beperkt gebruik van begripsbepalingen. Voorbeelden zijn o.m. de begrippen huishoudelijke afvalstoffen, afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen. Uit de artikelen 3 en 4 in de verordening volgt voldoende waarover het gaat bij de begrippen inzameldienst en inzamelaar.

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten en, anderzijds, dat door gebruikers van de percelen waar huishoudelijke afvalstoffen ontstaan, deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overgedragen aan inzamelaars, of achtergelaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling of het aanbieden ter inzameling door of aan anderen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze dat plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afvalstoffen zoals Groente-, Fruit,- tuinafval en Etensresten (hierna: GFT +E) of Oud Papier en Karton (hierna: OPK), over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt t.a.v. de huishoudelijke afvalstoffen:

De gebruiker van een perceel

De inzameldienst of inzamelaar

Overdragen (aan een inzamelaar)

Innemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via

inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

Inzameling (via de betreffende middelen of

voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats

Inzamelplaats

De Regio verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De inzameling en verwerking van huishoudelijke grond- en afvalstoffen is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6 lid 1 sub e van de AVG. De GAD heeft een privacyverklaring opgesteld, deze is te vinden op de website van de GAD.

Uitvoeringsbesluit van het dagelijks bestuur

De verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het dagelijks bestuur, waaronder:

  • 1.

    De wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen.

  • 2.

    Vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars.

  • 3.

    De mogelijkheid van vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en nadere regels over afzonderlijke bestanddelen zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen.

  • 4.

    Gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen en regels over de aanwijzing van inzamelvoorzieningen ten behoeve van een perceel.

  • 5.

    De frequentie en dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt.

Artikelsgewijs

Artikel 1. Definities

Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”.

Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Op grond van jurisprudentie is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden.

Artikel 2. Doelstelling

In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zal derhalve telkens in dat kader plaatsvinden. Doelmatig grond en afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is als volgt gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst

In het eerste lid van artikel 3 wordt de GAD (Grond- en Afvalstoffen Dienst) aangewezen als inzameldienst belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De GAD vormt een organisatorisch onderdeel of “resultaat verantwoordelijke eenheid” van de Regio Gooi en Vechtstreek (het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en in artikel 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Gooi en vechtstreek). Nadere regels zoals genoemd in het tweede lid, die aan de inzameldienst kunnen worden gesteld over de wijze van inzameling, worden in de praktijk vervat in het Uitvoeringsbesluit.

Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars

In beginsel is het op grond van de verordening verboden voor anderen dan de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Uitzonderingen zijn:

  • Aangewezen inzamelaars. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden.

  • Personen of organisaties vrijgesteld bij nadere regels.

  • Producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Artikel 6. Algemene verboden

Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 3, 4 en 5 zijn aangewezen. Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte verbod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen.

Artikel 7. Gescheiden inzameling

Dit artikel regelt dat het dagelijks kan vaststellen welke afvalbestanddelen afzonderlijk worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie(-s). Het dagelijks bestuur heeft dergelijke regels opgesteld in het Uitvoeringsbesluit. Voor informatie over de omschrijving van de bestanddelen wordt verwezen naar de website van de GAD (www.gad.nl).

Artikel 8. Gescheiden aanbieding

Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het dagelijks bestuur in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden. Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding

De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door het dagelijks bestuur bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemenestrekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. NB de daadwerkelijk, feitelijke wijze van inzameling en frequentie en tijdstippen blijven ongewijzigd als gevolg van de herziening van het uitvoeringsbesluit.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding

Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzamelingaanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. De Regio heeft dergelijke voorschriften opgenomen in het Uitvoeringsbesluit.

Onderdeel van het voorschrijven van inzamelvoorzieningen is het aanwijzen van locaties waar inzamelvoorzieningen zoals ondergrondse verzamelcontainers worden geplaatst ten behoeve van meerdere huishoudens. Ook kunnen regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen.

Artikel 14. Dumpingsverbod

Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt een instrument te bieden om illegale dumpingen, voor zover er geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte

Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in hun Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.

Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van zeer beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallenvia de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.

Tweede lid: uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, enz.; en dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren of stadsjutters, niet onder het verbod valt.

Artikel 16. Zwerfafval bij het aanbieden van eet- of drinkwaren

Deze bepaling sluit aan bij het (niet langer geldende) artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer dat was gericht op “inrichtingen”. Artikel 17 is toegespitst op de problematiek van zwerfafval bij het aanbieden van eet of drinkwaren en wijkt daarom op een aantal punten van artikel 16, dat is gericht op de openbare ruimte in het algemeen, af.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg

Het gaat in dit artikel met name over laden, lossen en vervoeren. Het artikel bevat een gebod om de veroorzaakte verontreiniging op te ruimen. Mocht aan dit gebod geen gehoor gegeven worden, dan is sprake van een overtreding die strafbaar is gesteld op grond van artikel 20. Daarnaast is er de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Dit kan inhouden dat de Regio de verontreiniging zelf opruimt en de kosten daarvoor op de overtreder verhaalt.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht

Het gaat in dit artikel om opslag van huishoudelijke afvalstoffen. Opslag is niet het bewaren voor de eerstvolgende aanbieding ter inzameling. Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast.

Artikel 19. Kadavers van gezelschapsdieren

Dit artikel betreft de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. Het eerste lid regelt wat onder gezelschapsdier moet worden verstaan. Tot de gezelschapsdieren worden gerekend onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is, zoals de (commerciële) productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden. Het artikel heeft geen betrekking op hobby- en landbouwhuisdieren zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg)geiten, hangbuikzwijnen, varkens en herten.

De Regio draagt zorg voor de verwerking en verwijdering van kadavers van gezelschapsdieren. De kadavers zijn een bijzondere vorm van afvalstoffen, die op grond van de Wet dieren nadere regeling behoeven. De grondslag voor deze nadere regeling is deels gelegen in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer, en voor het overige in artikel 3.5 van de Wet dieren. De Wet dieren verplicht de Regio diegene aan te wijzen die met de inzamelingvan kadavers is belast (tweede lid). Deze draagt dan zorg voor de overdracht van de kadavers van gezelschapsdieren aan Rendac Son B.V. Deze verwerker is door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wet dieren.

In het vierde tot en met zesde lid zijn de verantwoordelijkheden en plichten van de houder van een kadaver van een gezelschapsdier opgenomen. De houder (meestal de eigenaar) is ervoor verantwoordelijk dat het kadaver wordt verwijderd. Op grond van de Wet dieren kan de houder het dier op eigen terrein begraven, of afgeven aan een van de erkende dierencrematoria of dierenbegraafplaatsen. In dat geval gelden de bepalingen in het vierde lid niet voor de houder op grond van het zesde lid.

Als de houder van die mogelijkheid geen gebruik maakt, dan moet de houder het kadaver afgeven aan degene die de inzameling daarvan doet. Deze afgifte vindt plaats uiterlijk op de eerste werkdag nadat de houder het overlijdenheeft geconstateerd. Tot het moment van afgifte wordt het kadaver zodanig bewaard dat er geen vermenging met ander materiaal kan plaatsvinden (vijfde lid).

Artikel 21. Toezichthouders

Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 18.2 en 18.6 van de Omgevingswet. Het dagelijks bestuur heeft de toezichthouders aangewezen middels het “Algemeen aanwijzingsbesluit medewerkers met toezichthoudende taken Regio Gooi en Vechtstreek” (artikel 1).