Gelders programma Economie

Geldend van 05-03-2026 t/m heden

Voorwoord

Voorspellen is moeilijk, zeker als het over de toekomst gaat. Maar als ik mijn ogen sluit zie ik een welvarend Gelderland in 2050 voor me. Een Gelderland met een sterke economie die zich heeft aangepast aan de grote uitdagingen waar we nu tegenaan kijken.

Ik zie geen ouderwetse fabrieksschoorstenen meer, maar industrieterreinen die onderdeel zijn van het landschap. Waar grondstoffen niet meer uit de grond komen, maar oneindig worden hergebruikt. Waar spullen niet worden vervangen, maar gerepareerd. Ik zie mensen ondernemen en energiek aan het werk. Die op een duurzame manier ondernemen en werken, niet meer in de file staan en die wonen in de buurt van hun onderneming of werk, scholen en vrijetijdsbesteding. Ik zie ook dat iedereen actief is en bijdraagt aan de economie en de samenleving en dat elke bijdrage telt.

Ik zie ook dat Gelderland nog steeds het wereldkenniscentrum is voor voedselproductie, met Wageningen als wereldmerk. Eten over de wereld wordt duurzaam geproduceerd dankzij de kennis uit Gelderland.

En ik zie de voormalige TenneT-toren van Arnhem die nu gebruikt wordt om wereldwijd het energienetwerk aan te sturen. Het kenniscentrum netcongestie dat ernaast op Arnhems Buiten gevestigd was, is allang gesloten: met de kennis en innovaties die daar en bij Connectr in Gelderland ontwikkeld zijn, hebben we het probleem van netcongestie opgelost. In het gebouw werken starters nu aan nieuwe concepten van energiedragers.

De maakindustrie heeft de grote veranderingen overleeft en loopt voorop in de circulaire productie van machines en robots die je in de hele wereld tegenkomt. Aangestuurd door chips uit Nijmegen.

De Grebbelinie bestaat nog als herinnering aan het verleden. We zijn nu veilig dankzij de onzichtbare digitale verdedigingslijnen van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering in Apeldoorn.

En overal zie ik dat de economie zich heeft verspreid. Elk dorp bruist van lokale bedrijvigheid. U denkt nu dat ik droom. Misschien wel, maar als we vandaag gericht investeren in de Gelderse economie van de toekomst, dan kan deze droom werkelijkheid worden.

Helga Witjes

Gedeputeerde Economie & Innovatie en Onderwijs & Arbeidsmarkt

Samenvatting

In Gelderland hebben we een gezonde welvarende economie. Dat is niet vanzelfsprekend. We zien namelijk ook uitdagingen op het gebied van ruimte, energie en klimaat, grondstoffen, digitalisering en arbeidsparticipatie.

Provincie Gelderland ziet het als haar rol om de randvoorwaarden in Gelderland op economisch vlak op orde te hebben en te houden. Missie van het economisch beleid is: een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart nu en later. Hiermee benaderen we economie en innovatie integraal Gelderland gewoon doen. (Coalitieakkoord 2023-2027)

Ons beleidskader

Onze provinciale rol concentreert zich op het behouden en verbeteren van de randvoorwaarden voor bedrijven, werklocaties, ondernemers, starters, werkenden en werkzoekenden in Gelderse economie. Ons handelen is gefundeerd op een visie en beleid Ruimte voor Economie op drie vlakken.

Beleid voor ruimte maken voor de economie van de toekomst: 

Het fysieke vestigingsklimaat voor het Gelders bedrijfsleven versterken wij door:

  • Te sturen op voldoende ruimte voor werklocaties en daarbij prioriteit geven aan bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie (industrie) en kennisintensieve campussen. Dit verankeren wij in de nieuwe omgevingsvisie. 

  • Te sturen op de beschikbaarheid van energie, water en fysieke bereikbaarheid als belangrijke randvoorwaarden voor de aanleg en doorontwikkeling van werklocaties. Dit verankeren wij in de nieuwe omgevingsvisie.

Beleid voor investeringen in een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Gelderland

We stellen de volgende prioriteiten bij het vormgeven van het vestigingsklimaat in Gelderland:

  • Wanneer keuzen gemaakt worden over wonen, bereikbaarheid, voorzieningen- niveau en leefbaarheid wegen wij de bijdrage aan het economische vestigingsklimaat expliciet mee. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners. 

  • Bij de ontwikkeling en inrichting van nieuwe en bestaande werklocaties geven wij prioriteit aan optimaal benutten van ruimte, kwaliteit van de leefomgeving, ruimtelijke inpassing, samenwerking en regionale meerwaarde van bedrijfsvestigingen. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners in Regionale Programma’s Werklocaties. 

  • We verbreden onze steun aan het mkb in Gelderland in samenwerking met gemeenten en ondernemers, lokaal en regionaal. 

Beleid voor investeren in vitaliteit en innovatiekracht

We stellen de volgende prioriteiten bij het gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie:

  • Bij de ontwikkeling van de economie leggen we prioriteit bij het inspelen op en het aanpassen aan trends in de energievoorziening en klimaateisen, digitalisering en grondstoffengebruik (circulaire economie). 

  • We behouden onze focus bij innovatie op de kennisintensieve clusters voedsel (food), energie (energy) en de maakindustrie (met name hightech). Binnen het cluster gezondheid (health) richten we ons voornamelijk op de technologische innovatie in de gezondheidszorg. 

  • Wij investeren in het behoud en vernieuwing van de brede industriële basis in Gelderland door stimuleren van toepassen van innovaties en ontwikkeling van toekomstbestendige industrieterreinen. 

  • Wij blijven investeren in de sectoren Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme vanwege het specifieke provinciale en regionale economische belang. 

  • Wij verleggen de focus van beschikbaarheid van banen naar de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen voor de arbeidsvraag op korte en langere termijn, met nadruk op energietransitie, circulaire economie en digitalisering.

Drie strategische doelen in het Gelders Programma Economie

De beleidskaders geven richting aan ons handelen en onze programmering. Het Gelders programma Economie kent drie strategische, lange termijn beleidsdoelen:

  • 1.

    De concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers is verstevigd. 

  • 2.

    Het fysieke vestigingsklimaat en de werklocaties voor Gelderse bedrijven zijn versterkt (zowel kwalitatief als kwantitatief).

  • 3.

    Mens en bedrijf in Gelderland zijn klaar voor het werk van de toekomst.

Het maatschappelijk, lange termijn effect van onze inspanningen met het Gelders programma Economie resulteert in een sterke economie met duurzame economische activiteiten (energie, klimaat en grondstoffen), met werkgelegenheid die past bij mensen in Gelderland. Zij merken de effecten van ons beleid door passend werk dicht bij huis, een zeker en voldoende inkomen, goede bereikbaarheid en een gezonde leefomgeving.

Wij meten de beleidseffecten van het Gelders programma Economie met Bruto Binnenlands Product van Gelderland, het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden en het aandeel Gelderlanders die tevreden zijn over hun leven. We monitoren de ontwikkeling van vraag en aanbod van werklocaties en de arbeids- participatie van Gelderlander. Daarnaast monitoren wij brede welvaart en meten hiervoor het aandeel Gelderlanders dat tevreden is over hun leven Daarbij is het ons doel dat de meeste indicatoren zich positiever ontwikkelen dan het gemiddelde in Nederland.

afbeelding binnen de regeling
Schematische weergave Gelders programma Economie

Drie strategische doelen in het Gelders Programma Economie

De programma-activiteiten zijn geordend in 7 tactische doelen (zie figuur) en bij alles wat we doen, worden activiteiten afgewogen tegen algemene uitgangspunten (zie figuur).

Strategisch doel 1. Verstevigen van de concurrentiepositie van Gelderse Ondernemers

Tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters

Wij versterken de concurrentiepositie van het Gelderse bedrijfsleven door de vier kennisintensieve clusters Voeding (food), Gezondheid (health), Energie (energy) en Maakindustrie te stimuleren. Activiteiten die wij uitvoeren, zijn:

  • Versterken van de organisatiegraad van de kennisintensieve clusters. 

  • Stimuleren van groei van kennisintensieve clusters met o.a. acquisitie, resulterend in circa 40 bedrijfsvestigingen in Oost-Nederland per jaar. 

  • Ontwikkelen van toegankelijke innovatie-infrastructuur, zoals proeftuinen en pilotfaciliteiten. 

  • Ondersteunen van 200 tot 300 start-ups en scale-ups per jaar. 

  • Versterken van toegang tot financiering voor innovatieve bedrijven. 

  • Bevorderen van internationale handel, met bijvoorbeeld jaarlijks circa 200 deelnemende bedrijven aan handelsproject G04Export in Oost-Nederland. 

Tactisch doel 2 Versterken van het Gelders ondernemersklimaat

De concurrentiepositie van Gelderland wordt versterkt met verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat:

  • Uitvoeren nationale Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-2026. 

  • Ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf, 250 starters per jaar.

  • Mkb’ers ondersteunen bij transities in hun grondstofgebruik (circulair), energieverbruik en digitalisering (bereik: meer dan 400 bedrijven).

Maatschappelijke effect van tactisch doel 1 en 2

Door veel bedrijven in de vier innovatieve clusters én mkb’ers bij provinciale activiteiten te betrekken, verwachten wij dat het aantal werkzame personen en de arbeidsproductiviteit in Gelderland hoger zullen zijn dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast verwachten wij op de Europese ranglijsten Regional Competitiveness Index (RCI) en Regional Innovation Scoreboard (RIS) bijde Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit dat we blijven behoren totde ontwikkelde economieën. Voor de RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze ambitie is om bij de eindbalans in 2027 te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau.

Strategisch doel 2. Versterken van het fysieke vestigingsklimaat voor Gelderse bedrijven met ruimte om te vestigen en groeien

De komende jaren investeren wij in de planvoorraad, herstructurering en realisatie van voldoende ruimte voor bedrijvigheid in kwantitatieve zin (aantal hectares), maar ook in een kwalitatieve match.

Tactisch doel 3 Zorgen voor passend aanbod van werklocaties

We zorgen voor een passend aanbod van werklocaties door het opstellen van regionale programma’s werklocaties (rpw’s) en als provincie bij te dragen aan de realisatie. Dit resulteert in het accommoderen van 10% van de vraag op bestaande werklocaties. In de prognose tot en met 2030 is er daarnaast nog 450 ha aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit.

Tactisch doel 4 Toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen

We gaan aan de slag met het toekomstbestendig maken van minimaal 80 bestaande bedrijventerreinen met de ‘Aanpak toekomstbestendigebedrijventerreinen’. Deze aanpak is reeds succesvol en wordt geïntensiveerd.

Maatschappelijk effect van tactisch doel 3 en 4

Met onze inzet streven we naar een planvoorraad van werklocaties die gelijk is aan de vraag naar bedrijfslocaties (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat nieuwe en bestaande bedrijven voldoende ruimte hebben om uit te bereiden. Een tweede effect zal merkbaar zijn in het leegstandspercentage voor kantoorlocaties en winkelcentra. Het is onze ambitie om rond de 5% te blijven.

Strategisch doel 3. Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst

In alle sectoren is er een structureel tekort aan personeel en werk verandert door technologie en digitalisering. Zo ontstaan krapteberoepen en spanning opde arbeidsmarkt: voor een openstaande vacature zijn er geen of niet voldoende gekwalificeerde werkzoekenden. Als provincie leggen wij de focus op drie subthema’s: energietransitie, circulaire economie en digitalisering.

Tactisch doel 5 Stimuleren samenwerking human capital

We stimuleren de samenwerking van arbeidsmarkt- en onderwijspartijen aan menselijk kapitaal (human capital) met de volgende activiteiten:

  • Inzetten van provinciale regioadviseurs in zes regio’s. 

  • Verbinden provinciale ambities naar regio’s op het gebied van human capital.

Tactisch doel 6 Vergroten arbeidsparticipatie

We vergroten de arbeidsparticipatie met:

  • Stimuleren van minimaal 7 vernieuwende initiatieven om werkzoekenden, zij-instromers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar een baan die bij hen past. 

  • Participeren in de Nationaal Groeifondsaanvraag Meer uren werkt!

Tactisch doel 7 Aanmoedigen van leven lang ontwikkelen

We stimuleren werkgevers tot inzet op leven lang ontwikkelen (LLO) van medewerkers door:

  • Bevorderen van de leercultuur bij ondernemers. 

  • Opzetten van een LLO-programma in ten minste één kennisintensief cluster. 

  • Versterken samenwerking mbo omtrent LLO. 

Maatschappelijk effect van tactisch doel 5, 6 en 7

Met onze inzet streven we ernaar in Gelderland een hogere arbeidsparticipatie te hebben dan het landelijk gemiddelde en juist een lager werkloosheidspercentage dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast is onze ambitie dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan het landelijk gemiddelde, zodat de spanning op de arbeidsmarkt afneemt. Met name voor de regionale en provinciale ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en digitalisering is het van belang dat het aantal onvervulde vacatures in deze sectoren afneemt.

Van programma naar uitvoering

Vervolg

We stellen per tactisch doel een uitvoeringsagenda op samen met andere partijen. Het beleid geeft richting, de doelen ambitie, maar de exacte invulling van instrumenten moet nog fijngeslepen worden. Bij acties, projecten en instrumenten wordt specifiek bepaalt wie, wat, wanneer, waarom en met welke (financiële) middelen. Onderweg komen wij keuzes en afwegingen tegen qua betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. De beschikbaarstelling van de middelen gebeurt via de reguliere P&C-cyclus.

Integraal opgavegericht werken en aandacht voor regionale verschillen

De uitvoering van het Gelders Programma Economie kent een wisselwerking met ander provinciaal beleid en programma’s. Zo draagt het economisch beleid bij aan bijvoorbeeld grondstofproblemen in de woningbouw of innovatie in de landbouw. Andersom zorgt de uitvoering van andere Gelderse programma’s voor belangrijke randvoorwaarden die een goed vestigingsklimaat creëren. Denk daarbij aan een goede bereikbaarheid, voldoende woningen, een aantrekkelijke woonomgeving en betrouwbare energievoorziening. Uiteraard heeft iedere regio in Gelderland haar eigen uitdagingen. Daar sluiten wij in de uitvoering van dit programma bij aan.

Deel A   Uitvoeringskader

Hoofdstuk 1 Inleiding

2000 jaar geleden veranderde de economie in het gebied dat we nu Gelderland noemen. De komst van de Romeinen bracht het muntgeld naar Nederland.Draaide eerst alles nog om zelfvoorzienende landbouw, nu begon de economie zich te specialiseren. Op de Holdeurn in Berg en Dal opende de eerste fabriek in Nederland haar deuren. Bakstenen en dakpannen werden daar op grote schaal gebakken en Gelderland werd deel van de internationale handel. Sinds die tijd is onze economie alleen maar groter en gevarieerder geworden, vooral na de bloeiperiode tijdens de Hanze (een handelsverbond uit de Middeleeuwen).

Deze economische veranderingen door de eeuwen heen, leverden niet alleen interessante archeologische vondsten op. Ze zorgden ook voor ons huidige welzijn en onze welvaart.

Nu staan we voor nieuwe uitdagingen, zoals de oorlog in Oekraïne, het tekort aan arbeidskrachten en netcongestie op het elektriciteitsnet. Gelukkig gaan we deze uitdagingen als provincie niet alleen aan. Sterker nog, dat kunnen wij niet alleen. We zoeken actief de samenwerking op door integraal te werken, niet alleen ‘binnen’ onze eigen organisatie maar ook ‘buiten’ met onze partners.

Wie weet welke vondsten archeologen hier over 2000 jaar zullen opgraven. En misschien kunnen ze deze wel verbinden aan een document dat niet meer goed leesbaar is, maar waar de eerste ontcijferde woorden beginnen met: ‘Voorspellen is moeilijk, zeker als het over de toekomst gaat …’

Hoofdstuk 2 Bestaande kaders

2.1 Brede welvaart

20 jaar geleden ging het in veel economische programma’s om het vergroten van het bruto nationaal product en het verlagen van werkloosheid. Nu kijken we veel breder naar de economie. Dat geldt ook voor ons als provincie Gelderland. In Ruimte voor Economie dat nu voor u ligt zetten wij de inwoners en ondernemers in Gelderland op de eerste plaats. Dit betekent dat we bij het maken van ons economisch beleid niet alleen een ‘economische bril’ opzetten. We hebben oog voor de maatschappelijke én economische toekomst van onze inwoners en onze ondernemers.

Nederland - en daarmee ook Gelderland - staat voor grote economische én maatschappelijke uitdagingen. Het wordt steeds duidelijker dat een economie die alleen gericht is op de groei van het bruto binnenlands product en inkomen, geen antwoord heeft op de grote uitdagingen van onze tijd. Door alleen te kijken naar ‘materiële welvaart’, lossen we de grote opgaven in de manier waarop we werken, ondernemen, zorgen, leren en samenleven, niet op. We hebben een breder, integraal en samenhangend perspectief nodig op de ontwikkeling van onze welvaart: ‘brede welvaart’.

Brede welvaart gaat over het welzijn van mensen. Het meet alles wat mensen belangrijk vinden. Naast materiële welvaart gaat het vooral ook om niet-materiële behoeften, zoals gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, hoe we omgaan met elkaar en (on)veiligheid. Daarbij kijken we naar het leven in het ‘hier en nu’, de gevolgen van onze manier van leven voor toekomstige generaties (‘later’) en de effecten op het welzijn van mensen op andere plekken (‘elders’).

‘We zijn ons ervan bewust dat onze keuzes over de provincie van invloed zijn op de leefbaarheid van alle Gelderlanders. Daar hebben we oog voor. Dat doen we onder de noemer ‘brede welvaart’. Brede welvaart wordt wel omschreven als de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. Dat loopt als een rode draad door dit akkoord.’

Bron: coalitieakkoord Gelderland 2023-2027

Brede welvaart ‘hier en nu’ gaat over de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven. Het is een breed begrip. Zo wordt er in het ‘hier en nu’ niet alleen gekeken naar hoe tevreden mensen zijn met het leven. Ook gaat het om hun inkomen, de afstand tot voorzieningen, contacten met familie en kennissen, en of er groen in de buurt is.

Brede welvaart ‘later’ draait om de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om net zo welvarend te zijn als wij nu. Deze hulpbronnen kunnen economisch zijn, maar ook natuurlijk, menselijk of sociaal.

Bij brede welvaart ‘elders’ gaat het om de keuzes die Nederlanders maken rondom banen, inkomens, hulpbronnen en het milieu in andere landen. Hierbij kijken we naar ‘handel en hulp’ en ‘milieu en grondstoffen’. Bij ‘handel en hulp’ letten we op de meestal positieve effecten van de internationale handel van Nederland op de welvaart van handelspartners. Bij ‘milieu en grondstoffen’ gaat het om de vooral negatieve effecten op het milieu.

Kortom: ‘brede welvaart’ klinkt misschien ingewikkeld, maar gaat eigenlijk over de levensvragen die mensen hebben: ‘Woon ik prettig en veilig? Kan ik de rekeningen nog betalen? Heb ik een baan met kansen voor (zelf)ontwikkeling? Hoe staat het met de klimaatverandering?’ Maar ook: ‘Moet ik me zorgen maken over de toekomst van mijn kinderen?’

Vanuit economisch perspectief

Brede welvaart bereiken we met een integrale visie en door samen te werken. Zo kunnen we de grote economische en maatschappelijke uitdagingen die op ons afkomen aanpakken. Met Ruimte voor Economie dragen we bij aan brede welvaart vanuit een economisch perspectief. Voor een brede welvaart hebben we een goed draaiende, innovatieve en concurrerende Gelderse economie nodig.

Het is belangrijk dat onze economie groeit, er genoeg ruimte is voor bedrijven en dat er passende banen zijn. Zo kunnen we onze inwoners en ondernemers niet alleen nu, maar ook later kwaliteit van leven en toekomstperspectief bieden. Dit betekent dat we in ons economisch programma vooral kijken hoe we met onze economische activiteiten kunnen bijdragen aan duurzame welvaart én welzijn in Gelderland. In het hier en nu, later en elders.

Inwoners

De kwaliteit van leven van onze inwoners kunnen we niet los zien van hun economische, sociale en fysieke leefomgeving. Vanuit economisch perspectief houden wij ons vooral bezig met vragen en uitdagingen die onze inwoners tegenkomen rondom wonen, werk en inkomen, zoals:

  • ‘Heb ik werk, nu en later? Past dit werk bij me? Geeft het me genoeg geld om van te leven? Is het in de buurt of moet ik ver reizen? Kan ik er makkelijk komen? Is er een goede balans tussen werk en vrije tijd? Haal ik op een gezonde manier mijn pensioen?’

  • ‘Kan ik in een fijne en gezonde omgeving wonen? Zijn er genoeg voorzieningen in de buurt?’

  • ‘Hoe is dit voor de volgende generatie? Moet ik me zorgen maken overde toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen? Kunnen zij nog prettig wonen en werken?’

Ondernemers

Voor onze economische toekomst spelen bedrijven en ondernemers een grote rol. Zij leveren de meeste werkgelegenheid en daarmee ook de basis waarmee we geld verdienen in Gelderland. Een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat is daarbij van groot belang. Daarom helpen wij onze ondernemers bij vragen en uitdagingen, zoals:

  • ‘Kan ik nog de juiste en voldoende mensen vinden voor mijn bedrijf?’

  • ‘Is er ruimte voor uitbreiding van mijn bedrijf? Zijn er kavels? Is er kantoorruimte? Hoe staat het met de energievoorziening? Is mijn bedrijf goed bereikbaar?’

  • ‘Hoe gaat het met mijn grondstoffen- en energieverbruik? Blijft produceren op mijn huidige locatie winstgevend?’

  • ‘Hoe kan ik innoveren? Kan ik nog groeien?’

  • ‘Er is zoveel regelgeving en er zijn zoveel eisen, waar moet ik beginnen?’

  • ‘Hoe ziet de toekomst van mijn bedrijf eruit?’

Regionale verschillen

Regionaal gezien zijn de verschillen in brede welvaart in Nederland groot en ze worden steeds groter. Die verschillen hebben te maken met landschap en cultuur, maar ook met de kansen die mensen hebben om onderwijs te volgen op een plek die goed bereikbaar is, een passende baan te vinden en gezond oud te worden. In sommige gebieden in Nederland hebben mensen weinig kans op al die punten. Deze gebieden liggen vaak buiten de plaatsen en steden waar economisch veel te doen is.

Ook in Gelderland zien we verschillen in brede welvaart. Door ons economisch beleid met maatwerk aan te passen per regio, kunnen we de brede welvaart in onze Gelderse regio’s behouden en vergroten.

2.2 De Gelderse economie nu en later

Om de economische uitgangspositie van Gelderland goed in beeld te krijgen en te houden maken we gebruik van een groot aantal, regelmatig verschijnende monitors. Hierdoor hebben we ook inzicht in de economische context van onze brede welvaart.

De Gelderse economie nu

Gelderland staat er economisch gezien goed voor. Zo groeide de Gelderse economie in 2023 bovengemiddeld met 0,5%, steeg het aantal banen met 3% en ligt het werkloosheidspercentage eind 2023 met 3,4% bijzonder laag. Deze sterke positie is ook terug te zien in de ‘Regional Competitiveness Index’[1] waarin Gelderland, samen met een paar andere Nederlandse provincies, tot de Europese top behoort.

afbeelding binnen de regeling

Als we naar de economische ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar kijken, dan lijkt de Gelderse economie sterk op die van Nederland als geheel. Zo is de groei van het bruto binnenlands product, de beroepsbevolking en de arbeidsproductiviteit bijna hetzelfde als in heel Nederland. Inzoomend op Gelderland zien we een aantal sterke en zwakke punten: 

Bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en overheid werken goed met elkaar samen. Het niveau van onderwijs en onderzoek (mbo, hbo en universitair) is hoog en de (digitale) infrastructuur is goed. De beroepsbevolking is goed opgeleid en de arbeidsproductiviteit is hoog.

De publieke sectoren - zorg, onderwijs en openbaar bestuur - zijn best groot in Gelderland. Hierdoor is de Gelderse economie iets minder conjunctuurgevoelig dan de Nederlandse economie als geheel. Met andere woorden: als het economisch goed gaat dan presteert Gelderland vaak iets minder goed, maar als het economisch tegenzit dan presteert Gelderland relatief goed.

Gelderland heeft een aantal sterke sectoren die (inter)nationaal tot de top behoren. Deze aandachtsectoren zijn belangrijk voor de regionale economie. De afgelopen jaren was er in deze Gelderse sectoren een bovengemiddelde groei van werkgelegenheid, toegevoegde waarde of beide.

Vier van deze sectoren passen binnen onze kennisintensieve clusters. Hierin werken bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen samen. Ze produceren goederen en diensten die lastig ‘te kopiëren’ zijn en leveren veel geld op. Ze bouwen ook voort op bestaande regionale kennis en vaardigheden. Daarom passen de sectoren goed in het Europese economische beleid, waarin regio’s gestimuleerd worden om in te zetten op sectoren die voor economische vernieuwingen zorgen. De clusters gebruiken zelf de Engelse termen Food, Health en Energy, mede omdat zij internationaal opereren. Dit is terug te zien in namen zoals Foodvalley en Health Valley. In Ruimte voor economie gebruiken wede Nederlandse termen en staan de Engelse termen erachter. De vier kennisintensieve clusters zijn:

afbeelding binnen de regeling

Twee aandachtsectoren zijn economisch gezien wel belangrijk, maar behoren niet tot onze kennisintensieve clusters. Deze sectoren zijn vooral groot geworden door de geografische ligging van Gelderland. Zo doet de sector transport & logistiek het goed omdat bijna alle belangrijke transportroutes door de provincie lopen; van de Rotterdamse haven en Schiphol tot aan Duitsland en het verdere Europese achterland. De sector recreatie & toerisme draagt bij aan Gelderland als binnenlandse vakantieprovincie nummer één.

afbeelding binnen de regeling

De arbeidsproductiviteit is in Nederland van oudsher zeer hoog: in 2022 ruim 67 euro per uur. Dit betekent dat met een beperkte inzet van arbeid veel economische waarde kan worden geproduceerd. Door investeringen in innovatie, scholing, kennisontwikkeling, industrie en nieuwe sectoren is de productiviteit de afgelopen decennia gestaag gegroeid. Net als in andere ontwikkelde landen stagneert deze groei echter. In Gelderland ligt de arbeidsproductiviteit iets lager dan in Nederland gemiddeld. Maar ook hier zien we een stagnatie. Een speciale sector is de gezondheidszorg. Deze sector is met 18,5% van het totaal aantal banen de grootste werkgever van Gelderland (Provinciale WerkgelegenheidsEnquête 2023). Deze sector vormt samen met het kennis- intensieve gezondheid (health) cluster de aandachtsector gezondheid/medisch. De gezondheidszorg is de belangrijkste afnemer van kennis en producten die worden ontwikkeld in het gezondheid (health) cluster.

De Gelderse economie later

Onze sterke economische positie staat niet vast voor de toekomst. De laatste jaren zien we een aantal ontwikkelingen die kansen en bedreigingen voor de Gelderse economie creëren. Deze ontwikkelingen hebben nu al invloed, maar zullen in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen.

Economie en ruimte zijn onafscheidelijk verbonden. De economische structuur is niet statisch en bedrijven hebben fysieke ruimte nodig. Industrie, kantoren en bedrijventerreinen nemen 2,5% procent van de fysieke ruimte in beslag. Op deze plekken wordt een groot deel van de toegevoegde waarde van de Gelderse economie gerealiseerd. Door economische ontwikkeling en bevolkingsgroei stijgt de vraag naar ruimte, terwijl ook opgaven als digitalisering, circulariteit ende verduurzaming van de industrie meer fysieke ruimte voor bedrijven gaan vragen dan in het recente verleden. Daarbovenop zorgen internationale afspraken over stikstof, natuurherstel, water, duurzame energie, bodem en asielmigratie voor een aanvullende claim op de schaarse ruimte. Dit betekent dat er keuzes nodig zijn over hoe we onze schaarse ruimte verdelen.

Tijdens de COVID-19-periode bleek dat internationale productie- en toeleverings- ketens niet altijd betrouwbaar zijn. De geopolitieke spanningen van de afgelopen tijd, zoals de oorlog in Oekraïne of de situatie in het Midden-Oosten, hebben dit weer eens duidelijk gemaakt met o.a. stijgende grondstofprijzen. Daarom wordt er gekeken naar oplossingen om de ketens korter te maken en dichterbij huis te houden. Ook moeten bedrijven overstappen naar een circulaire economie, terwijl ze tegelijkertijd werken aan opgaven als de energietransitie en digitalisering. En dit alles met een blijvend tekort op de arbeidsmarkt door de vergrijzing van de Nederlandse en Gelderse bevolking.

Bovenstaande ontwikkelingen bieden ook kansen om de Gelderse economie verder te versterken. Blijvende arbeidstekorten dwingen ondernemers om steeds efficiënter te werken. Hierdoor stijgt de arbeidsproductiviteit. Ook de verdergaande digitalisering, met bijvoorbeeld Artificiële Intelligentie (AI), kan bijdragen aan een stijging van de arbeidsproductiviteit.

Daarnaast liggen er veel economische kansen in de overgang naar een circulaire economie. Als Gelderse bedrijven op tijd beginnen grondstoffen efficiënter te gebruiken en te hergebruiken, kunnen ze op korte termijn kosten besparen. Op de lange termijn kunnen ze met innovatieve ideeën en producten een groot marktaandeel veroveren in toekomstige markten.

Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen samengevat in een overzicht

SWOT-analyse Gelderse economie[2]

 Sterktes

 Zwaktes

 Handelsgeest en internationale verbondenheid

 Lage groei arbeidsproductiviteit

 Grote veelzijdigheid in sectoren

 Dalende prestaties op de basisvaardigheden

 Samenwerking (o.a. in clusters / ecosystemen) tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid

 Lage doorgroei van start-ups naar scale-ups[3]

 Hoge kwaliteit kennis, onderzoek, wetenschap / goede kwaliteit onderwijs

 Kleine nationale afzetmarkt en gefragmenteerde Europese (kapitaal)markt

 Goede infrastructuur (fysiek en digitaal)

 Ongelijkheid in economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal

 Creatieve goed opgeleide bevolking

 

 Vrij hoog niveau arbeidsproductiviteit

 

 Kansen

 Bedreigingen

 Digitalisering en technologie bieden innovatieve oplossingen

 Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies

 Sociale innovatie

 Afnemend mondiaal belang Europa / geopolitieke machtsverschuivingen en ongelijk speelveld

 Verdere Europese samenwerking

 Afhankelijk van (digitale) technologie van andere landen

 Schaarse arbeid stimuleert arbeidsproductiviteit

 Arbeidstekorten, onder andere tekort vakkrachten en technologische experts, door vergrijzing

 Klimaatneutrale, circulaire en natuurinclusieve economie

 Stijgende vraag naar ruimte waardoor ruimte schaars wordt

 Verbetering werking interne markt en kapitaalunie

 

Als we bovenstaande ontwikkelingen volgens een ideaal scenario doortrekken naar 2040, zien we dat Gelderland dan een sterke sociale markteconomie heeft. Hierin werken bedrijven aan lange termijn waardecreatie en stuurt de overheid op brede welvaart en langjarige transities. In 2040 is het investerings- en vestigingsklimaat nog steeds aantrekkelijk en behoren onze innovatieve clusters tot de wereldtop. De bedrijven in deze clusters dragen met innovaties bij aan de oplossingen voor de duurzaamheids-, grondstoffen-, energie- en voedsel- transities. Zo blijft het verdienvermogen in Gelderland ook in de toekomst sterk, zonder dat dit ten koste gaat van het klimaat-, natuur- en biodiversiteitsherstel.

Ook voor de inwoners ziet de economische toekomst van Gelderland er goed uit. Brede welvaart blijft het uitgangspunt van het Gelders economiebeleid. Zo is er een hoge mate van werk- en inkomenszekerheid, een evenwichtige inkomens- verdeling en een goede balans tussen werk en vrije tijd. Werkenden hebben voldoende tijd voor zorgtaken en studie. Er is aandacht voor ieders vaardigheden en talenten. In 2040 doet iedereen volwaardig mee en profiteren alle inwoners van de sterke Gelderse economie.

2.3   Van ambitie naar beleid voor de Gelderse economie

Een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart, nu en later

Gelderland gewoon doen. (Coalitieakkoord 2023-2027)

We hebben te maken met grote uitdagingen op het gebied van energie en klimaat, grondstoffengebruik, digitalisering en geopolitieke verschuivingen. Onze brede welvaart staat onder druk, maar er liggen ook genoeg kansen. Daarvoor moeten we ons aanpassen aan de veranderende omstandigheden en onze aandacht verscherpen.

We moeten daarbij wel realistisch zijn. De provincie heeft geen invloed op de macro-economische ontwikkelingen en de geopolitieke verschuivingen inde wereld. Waar we wel invloed op hebben, zijn de randvoorwaarden in Gelderland. Hiermee benaderen we economie en innovatie integraal (Coalitieakkoord 2023-2027).

Aan de hand van de sterkte-zwakteanalyse in hoofdstuk 2 kiezen we in dit hoofdstuk voor een aantal prioriteiten. Niet alles kan immers tegelijk en overal. Deze prioriteiten vormen het beleidskader waarbinnen wij programma’s en activiteiten uitvoeren. In dit hoofdstuk concentreren we ons op:

  • 1.

    We maken ruimte voor de economie van de toekomst en stellen daarvoor economische prioriteiten bij de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland.

  • 2.

    We investeren in een aantrekkelijk vestigingsklimaat door economische belangen integraal mee te wegen bij keuzen rond wonen, werken, bereikbaarheid en leefomgeving.

  • 3.

    We investeren gericht in vitaliteit en innovatiekracht van onze economie met de speerpunten de energie- en klimaattransitie, grondstoffengebruik en het verhogen van de arbeidsproductiviteit en digitalisering.

Wat we daarmee willen bereiken is een sterke economie, verduurzaming van de economische activiteiten (energie, klimaat en grondstoffengebruik), werkpassend bij ambities en talenten van mensen, dichter bij huis, en tegen een zeker en voldoende inkomen, en een gezonde leefomgeving. Een economie als basis van onze brede welvaart.

1 Ruimte maken voor de economie van de toekomst

We stellen de volgende ruimtelijke prioriteiten en om hierop te kunnen sturen, worden die verankerd in de Omgevingsvisie:

  • We sturen op voldoende ruimte voor werklocaties en geven daarbij prioriteit aan bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie (industrie) en kennisintensieve campussen.

  • We sturen op de beschikbaarheid van energie, water en fysieke bereikbaarheid als belangrijke randvoorwaarden voor de aanleg en doorontwikkeling van werklocaties.

Toelichting

Ruimte blijft in de toekomst schaars. Dat heeft ook consequenties voor de ruimte die beschikbaar is voor economie. Er is ruimte voor bedrijven nodig, zeker ook voor industrieterreinen[4]. Op 2,5% van de oppervlakte van de provincie wordt ruim 40% van het geld verdiend en heeft ruim 30% van onze inwoners werk. En de verwachting is dat dat meer gaat worden. Vanaf 2024 tot en met 2030 is conform de prognose 450 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit. Naar verwachting is er in de periode van 2031-2040 aanvullend tussen de 240 en 1.045 hectare nodig.

Ook als we meer circulair willen werken, hebben we tot zo’n 40% meer ruimte nodig in 2050[5] voor de opslag van (herbruikbare) grondstoffen en voor industrieterreinen met circulaire bedrijven van een hoge milieucategorie. Die zijn energie-intensief vanwege de grote materiaalstromen, watergebonden. Voor de verdere ontwikkeling van onze kennisintensieve clusters is er ruimte nodig voor de campussen waar bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen elkaar ontmoeten. Dit zijn dan ook bijzondere werklocaties, zoals de WUR-Campus in Wageningen.

En het gaat niet alleen om hectares. We moeten rekening houden met de ruimte die nodig is voor natuur, water, onze infrastructuur (energie en vervoer), wonen, cultuur en recreatie & toerisme. Ook moet de economische ontwikkeling passen bij een gezonde leefomgeving.

Hierbij wegen we verschillende belangen af. Deze gaan verder dan alleen de verdeling van schaarse ruimte. Hoeveel ruimte gaat er naar duurzame energieopwekking, woningbouw, cultuur, natuur, water en economische activiteit, waaronder landbouw? En op welke plekken? Als we bijvoorbeeld nieuwe woonwijken bouwen, is er dan werk in de directe omgeving of moeten mensen ver reizen?

Al deze keuzes hebben directe invloed op de ontwikkeling van de economie in Gelderland. Ze bepalen wat op welke plek kan en geven daarmee een sterk structurerende sturing. Zo heeft de bereikbaarheid van woon- en werklocaties invloed op het vermogen om werknemers aan te trekken. Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat trekt talent naar onze provincie en onze regio’s.

Welvaart hangt sterk samen met de leefbaarheid in Gelderland. Dit geldt voor iedereen en in elke regio. Voor leefbaarheid is ook een lokaal gebonden economische basis nodig. Anders verzwakt de dynamiek en komen voorzieningen onder druk te staan. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de leefbaarheid. De economische aantrekkelijkheid van kerngebieden en de herstructurering van centra zijn hiervoor de sleutel. Hiervoor heben wij bijvoorbeeld het programma Steengoed Benutten.

De transitie in de landbouw, onder andere vanwege de stikstofproblematiek, zal veel invloed hebben op ons landelijk gebied. De lokale economie zal sterk van karakter veranderen. In de programma’s Landbouw, Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) en Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) werken we daarom aan een economisch perspectief voor de agrarische sector en de lokale en regionale economische structuur.

De ontwikkeling van de energie-infrastructuur in Gelderland heeft grote gevolgen voor onze economische structuur. Op korte termijn is het een bedreiging voor bestaande bedrijven, denk hierbij aan netcongestie. Op lange termijn is het een belangrijke succesfactor voor de ontwikkeling van een duurzame economie. De keuzes die nationaal en regionaal worden genomen, bepalen waar de nieuwe economie zich zal ontwikkelen. Wat ons betreft hier in Gelderland. Hier werken we aan in het programma Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS).

Ook op het gebied van water moeten er keuzes worden gemaakt. Op de langere termijn moet er gekeken worden naar de beschikbaarheid van voldoende zoet water. En er moeten ruimtelijke keuzes gemaakt worden vanwege hoogwaterveiligheid.

2 Investeren in een aantrekkelijk verstigingsklimaat

We stellen de volgende prioriteiten bij het vormgeven van het vestigingsklimaat in Gelderland:

  • Wanneer keuzen gemaakt worden over wonen, bereikbaarheid, voorzieningenniveau en leefbaarheid wegen wij de bijdrage aan het economische vestigingsklimaat expliciet mee. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners.

  • Bij de ontwikkeling en inrichting van nieuwe en bestaande werklocaties geven wij prioriteit aan optimaal benutten van ruimte, kwaliteit van de leefomgeving, ruimtelijke inpassing, samenwerking en regionale meerwaarde van bedrijfsvestigingen. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners in Regionale Programma’s Werklocaties.

  • We verbreden onze steun aan het mkb in Gelderland in samenwerking met gemeenten en ondernemers, lokaal en regionaal.

Toelichting

Een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat is één van de bepalende succes- factoren voor de Gelderse economie. Dit is niet alleen belangrijk voor de huidige bedrijven. Ook vergroot het de kans dat bedrijven hier willen investeren. Daarnaast maakt een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat het voor bedrijven makkelijker talent aan zich te binden. Hierbij maken we gebruik van de sterke punten van de Gelderse economie, zoals onze kennisintensieve sectoren en de hightech maakindustrie. Maar ook de geografische ligging en de aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving zijn pluspunten waar we zuinig op moeten zijn. Voorzieningen zoals sport- en vrije tijdfaciliteiten en cultuuraanbod zijn hiervoor belangrijk. Hier besteden we aandacht aan vanuit de programma’s voor Sport en Erfgoed en Cultuur. De beperkte ruimte vraagt om een intensieve aanpak voor bedrijventerreinen. Daarom intensiveren we ons programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Dit doen we kwantitatief in hectares en kwalitatief, passend bij de gewenste economische ontwikkeling. Ook kijken we naar beschikbare fysieke infrastructuur- zoals energie, water, wegen - en digitale infrastructuur. Hierbij werken we nauw samen met de programma’s Ruimte, Wonen, Mobiliteit, Energie en Klimaat en Gelderse energie-infrastructuur. In hoofdstuk 3 maken we deze verbindingen zichtbaar. 

Zoals hierboven al is aangestipt blijft fysieke ruimte voor economische activiteiten nodig om ons verdienvermogen in stand te houden, rekening houdend met de bevolkingsgroei. Een op en met de regio afgestemd passend aanbod van werklocaties in Gelderland is hierbij noodzakelijk. Dit moet ervoor zorgen dat er in de toekomst voldoende ruimte is voor de verschillende typen bedrijven die we in Gelderland willen onderbrengen. Deze moeten toekomstbestendig zijn: duurzaam, veilig, voorzien van energie en water, bereikbaar en bijdragend aan een gezonde leefomgeving. 

Herstructurering en intensivering van het ruimtegebruik, kunnen hierbij helpen. Zo kunnen we meer bedrijven kwijt op onze bestaande en nieuwe bedrijven- terreinen. We verwachten op termijn 10% van de vraag op bestaande bedrijven- terreinen te kunnen accommoderen door deze beter te benutten. Dit kost echter wel veel tijd en geld. Vandaar dat we een deel van de RTG-middelen ter beschikking stellen om te kijken of dit gaat werken. Het vestigingsklimaat in Gelderland wordt voor een deel op regionale schaal bepaald. Denk aan de beschikbaarheid van voorzieningen, maar ook de invulling van de ruimte. De regio’s in Gelderland verschillen in sterke en minder sterke punten. Dat vraagt om maatwerk en om samenwerking. Dit regelen we met onze regioteams en door regionale afspraken over de arbeidsmarkt (‘Human Capital’ Agenda’s) en de bedrijventerreinen. 

De verduurzaming van onze samenleving hangt af van de snelheid waarmee bedrijven en inwoners de overstap maken. Hoe versnellen we de overgang naar een duurzame energievoorziening? Hoe verminderen we ons grondstoffenverbruik? Als provincie zorgen we voor de randvoorwaarden om verduurzaming bij bedrijven en inwoners mogelijk te maken. Dit betekent onder andere een vlotte vergunningverlening en het stimuleren van het aanbod van voldoende geschoold personeel. Publieke investeringen in energie-infrastructuur en het aanmoedigen van maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen hierbij van dienst zijn. Ook kunnen wij zelf als provincie het goede voorbeeld geven door in onze eigen bedrijfsvoering zoveel mogelijk te kiezen voor economisch haalbare circulaire oplossingen, zoals bijvoorbeeld bij de bijzondere sloop van Prinsenhof A. Denk verder aan onze inkoop en aanbestedingen (bijvoorbeeld de eis om het oude asfalt te hergebruiken), onze programma’s rond wonen (circulair bouwen), mobiliteit en landbouw. 

Voor een brede economische veerkracht is het belangrijk dat zoveel mogelijk ondernemers investeren in vernieuwing. Nieuwe technieken en producten, nieuwe markten, nieuwe bedrijven, leven lang leren. (Coalitieakkoord 2023-2027). Steun van de provincie kan hierbij helpen. De klassieke benadering via gespecialiseerd organiserend vermogen werkt alleen niet bij een brede doelgroep[6]. Het activeren van lokale en regionale ondernemersgemeenschappen is effectiever. Het is dan ook wenselijk om samen met ondernemers en gemeenten (zij zijn vaak het eerste aanspreekpunt van bedrijven) hier extra in te investeren.

Het overgrote deel van de bedrijven in Gelderland is mkb. Onze dienstverlening moet aansluiten bij de behoefte van deze ondernemers. We willen een mkb-vriendelijke provincie zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om subsidieverlening, vergunningen, toezicht en handhaving, regelgeving, het provincieloket, inkoop en aanbesteding. We willen dat ondernemers makkelijk in contact komen met de juiste afdeling. (Coalitieakkoord Gelderland gewoon doen).

3 Gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie

We stellen de volgende prioriteiten bij het gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie:

  • Bij de ontwikkeling van de economie leggen we prioriteit bij het inspelen op en het aanpassen aan trends in de energievoorziening en klimaateisen, digitalisering en grondstoffengebruik (circulaire economie).

  • We behouden onze focus bij innovatie op de kennisintensieve clusters voedsel (food), energie (energy) en de maakindustrie (met name hightech). Binnen het cluster gezondheid (health) richten we ons voornamelijk op de technologische innovatie in de gezondheidszorg.

  • Wij investeren in het behoud en vernieuwing van de brede industriële basis in Gelderland door stimuleren van toepassen van innovaties en ontwikkeling van toekomstbestendige industrieterreinen.

  • Wij blijven investeren in de sectoren Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme vanwege het specifieke provinciale en regionale economische belang.

  • Wij verleggen de focus van beschikbaarheid van banen naar de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen voor de arbeidsvraag op korte en langere termijn, met nadruk op energietransitie, circulaire economie en digitalisering.

Toelichting

We weten dat de concurrentiekracht en het innovatievermogen van de bedrijven in Gelderland het verdienvermogen van de toekomst bepalen. Daarom kiezen we voor een focus op onze vier kennisintensieve clusters en de twee speciale sectoren in Gelderland.

Onze kennisintensieve clusters voedsel (food), gezondheid (health), energie (energy) en de maakindustrie bestaan uit bedrijven, kennis- en onderwijs- instellingen die tot de nationale en de wereldtop behoren. Ze produceren goederen en diensten die lastig ‘te kopiëren’ zijn en een grote bijdrage leveren aan ons verdienvermogen. Ze zijn extra belangrijk, omdat de kennis doorslaggevend is voor de voedselproductie, energievoorziening, digitalisering en gezondheidszorg. Met gericht innovatiebeleid kunnen we onze positie niet alleen behouden maar zelfs verstevigen. Dit kan bijvoorbeeld door de samenwerking binnen de clusters te versterken. Kennisdeling en samenwerking gaan niet vanzelf. Daarvoor zijn partijen zoals Oost NL, Foodvalley NL en Connectr nodig.

Campussen, zoals de WUR-campus in Wageningen, vormen de kern waarde kennisintensieve clusters samenkomen. Zonder ondernemerschap vindt een innovatie zijn weg naar de markt niet. Om de slagingskans van startende en groeiende innovatieve bedrijven te vergroten, hebben zij kennis, geld en een netwerk nodig. Zij maken immers een belangrijk onderdeel uit van de economie van de toekomst.

Technologische innovatie draagt bij aan een duurzamere energievoorziening en een circulaire economie. En door groei van arbeidsproductiviteit, vermindert het tekort aan arbeidskrachten. Investeren in technologie kan niet zonder een sterke industriële basis. Juist de industrie is een sector waarin technologie sterk verbonden is met productiviteitsgroei, nieuwe producten, diensten en concurrentievoordelen. Niet voor niets investeert de industrie meer in onderzoek dan andere sectoren.

In Gelderland wordt onze industriële basis gevormd door de maakindustrie,het semiconductor cluster in Nijmegen en de papier-, keramische (dakpannen en bakstenen) en kunststofindustrie. De recycling industrie is in opkomst. Het semiconductor cluster in Nijmegen heeft een relatie met de clusters in Gelderland en daarbuiten (Brainport en Twente). Connectr heeft banden met de TU Delft. Deze verbindingen zijn belangrijk voor ons.

Om economische en maatschappelijke impact te maken, leggen we meer nadruk op het toepassen van innovaties. We ondersteunen Gelderse bedrijven om hier stappen in te zetten. Hiermee vergroten wij het verdienvermogen van Gelderland bij een bredere doelgroep. Ook vergroten we de mogelijkheden om de grote maatschappelijke opgaven aan te pakken.

Onze technologische maakindustrie levert aan de belangrijke markten voor voedselproductie, energie- en milieutechnologie, aandrijftechnologie (elektrificatie van vervoer), gezondheidszorg, automotive, en defensie en veiligheid. Deze markten worden belangrijker door geopolitieke ontwikkelingen en de noodzaak van meer Europese strategische autonomie. Mede vanwege deze ontwikkelingen blijft het van belang om te investeren in onze kennisintensieve clusters, waar veel van onze hightechbedrijven onderdeel van uitmaken. Daarnaast is het belangrijk om te blijven investeren in de ondersteuning van de maakindustrie buiten deze clusters.

We willen de energie-intensieve industrie in Gelderland behouden. Hiervoor is ondersteuning nodig bij de transitie naar de toekomst. Een toekomst die afhangt van de energievoorziening. Hier besteden we aandacht aan vanuit het programma Klimaat en energie.

Zoals eerder aangegeven, investeren we ook in twee aandachtsectoren die economisch belangrijk zijn voor Gelderland. We doen dit met name in een aantal specifieke regio’s via aparte programma’s voor deze twee sectoren, Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme.

Logistiek is de bloedsomloop van de Gelderse economie (Coalitieakkoord Gewoon doen). Niet alleen voor de bevoorrading van bedrijven en bijvoorbeeld ziekenhuizen, maar ook voor de pakketjes die we zelf bestellen en de boodschappen die thuis en in de winkel worden gebracht. Een goed functionerend en duurzaam logistiek systeem is van groot belang voor de Gelderse samenleving als geheel alsmede voor individuele inwoners en organisaties. De logistiek levert een cruciale bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke ambities en is één van de kernwaarden voor de regionale economie. Met een duurzame, innovatieve logistiek houden we Gelderland bereikbaar en de logistieke dienstverlening op peil. En we helpen bij de realisatie van maatschappelijke opgaven: verduurzaming t.a.v. de klimaat- en stikstofopgave door het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere emissies. Logistics Valley is hierin een waardevolle partij, die overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen verbindt met als doel om de logistieke economie in Gelderland te ondersteunen, in het bijzonder de Gelderse Corridor. Met onze ligging tussen de mainports Rotterdam en Schiphol en Duitsland is Gelderland spil inde logistiek van Nederland en in Europa.

Met het programma Recreatie en toerisme investeren we samen met regio’s en andere partners in kwaliteitsverbetering van het toeristisch en recreatief (verblijfs-)aanbod en dragen hiermee bij aan de leefbaarheid en economische basis in diverse regio’s, met name de Veluwe.

De krimpende beroepsbevolking zorgt voor blijvende tekorten op de arbeidsmarkt. Daarom richten we ons op het aantrekken van nieuw talent door het inzetten van het onbenut potentieel in Gelderland, zoals deeltijdwerkenden en langdurig werklozen. Daarnaast willen we ook talent behouden in Gelderland. We gaan ondernemers helpen door ze handvatten te geven. En als laatste willen we inzetten op leven lang ontwikkelen - zowel voor praktisch als theoretisch geschoolden - zodat het makkelijker wordt om bij te scholen of om te scholen naar juist die transitieberoepen. Hierin speelt ook digitalisering een grote rol. Zo zorgen we dat mens en bedrijf de digitale vaardigheden hebben die nodig zijn voor de toekomst?

Arbeidsmigratie kan ook een tijdelijke en verantwoorde bijdrage leveren aan de Gelderse economie. Wel moet er dan goed worden omgegaan met eventuele negatieve effecten. Denk aan druk op huisvesting, sociaal onwenselijke arbeidsvoorwaarden, oneerlijke concurrentie en lager wordende lonen.

Hoofdstuk 3 Huidige en gewenste situatie

3.1 Van beleid naar uitvoerings programma

In dit hoofdstuk beschrijven we het uitvoeringsprogramma van het programma economie. Om duidelijke ambities vast te stellen en de voortgang te kunnen meten, hebben we drie strategische beleidsdoelen geformuleerd.

  • 1.

    Verstevigen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers Het toekomstig verdienvermogen van onze economie hangt af van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers. Ons doel is de ontwikkeling van de concurrentiepositie van Gelderse ondernemers positiever te laten zijn dan in Nederland als geheel. De activiteiten die we inzetten om dit doel te bereiken, concentreren zich op innovatiebevordering, internationalisering en het ondernemersklimaat. Bij transities ligt de focus op klimaat en energie, circulaire economie (grondstoffen) en digitalisering.

  • 2.

    Versterken van het fysieke vestigingsklimaat voor Gelderse bedrijven Binnen het economisch programma concentreren we onze inzet op de planning en (door)ontwikkeling van voldoende en toekomstbestendige werklocaties. Ons streven en ambitie is de (plan)voorraad voor het oppervlakte aan bedrijven- terreinen voldoende – zowel kwalitatief als kwantitatief - te laten zijn voorde toekomstige vraag en het leegstandspercentage van kantoorlocaties en winkelcentra rond de 5% te houden.

  • 3.

    Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst Onze inzet rond de arbeidsmarkt concentreert zich op vergroten van de wendbaarheid van mensen om mee te kunnen met de ontwikkelingen in het werk van de toekomst. Onze ambitie is de arbeidsparticipatie in Gelderland hoger te laten zijn dan in Nederland, het werkloosheidspercentage juist lager en dat de spanning op de arbeidsmarkt lager is dan landelijk. Een nadere uitwerking van de beleidsdoelen, hun indicatoren en monitoring staat in hoofdstuk 4. In bijlage 1 vindt u een globale raming van inzet van middelen per strategisch doel. 

afbeelding binnen de regeling
Schematische weergave Gelders Programma Economie

In bovenstaande afbeelding staat het Gelders Programma Economie schematisch uitgewerkt. De drie strategische beleidsdoelen zijn uitgewerkt in 2 of 3 subdoelen. Aan de linkerkant staan de transities energie, circulair en digitalisering. In de uitvoering van ons beleid houden we niet alleen rekening met deze transities, maar ondersteunen wij ook activiteiten die bijdragen aan de versnelling hiervan.

Strategisch beleidsdoel 1: Verstevigingen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers

De concurrentiekracht en het innovatievermogen van bedrijven in Gelderland gaan wij verstevigen door te werken aan twee tactische doelen:

  • Versterken van de kennisintensieve clusters.

  • Verbeteren van het ondernemersklimaat.

Tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters

Het doel is onze kennisintensieve clusters goed te organiseren, te stimuleren goed samen te werken en te voorzien van investeringen. Hierdoor kunnen bedrijven en kennisinstellingen eerder tot baanbrekende innovaties komen en werken aan de toepassing daarvan. Dit creëert nieuwe markten en draagt bij aan het vermogen van bedrijven om zich aan te passen aan de grote uitdagingen van energie en klimaat, grondstofleveringen, digitalisering en geopolitieke verschuivingen. Deze innovaties zijn noodzakelijk om de economie vitaal te houden.

We versterken de kennisintensieve clusters met zes acties. Aangezien onze kennisintensieve clusters zich in verschillende ontwikkelfasen vinden zullen niet alle acties in gelijke mate binnen de clusters plaatsvinden.

Actie 1: Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters

We zorgen voor een sterk samenwerkingsverband van betrokken stakeholders uit bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen. Dit samenwerkingsverband kan door middel van een gezamenlijke visie richting geven aan de ontwikkeling van de clusters Voedsel (food), Gezondheid (health), Energie (energy) en de Maak- industrie. De komende 4 jaar ondersteunen we de uitvoeringsorganisaties van de clusters. Zij zijn een belangrijke partner in de uitvoering van de acties die hieronder worden beschreven.

Actie 2: Stimuleren groei van de kennisintensieve clusters

  • We stimuleren de groei van kennisintensieve clusters om hun (inter)nationale positie te versterken.

  • We bieden voldoende en passende ruimte aan bedrijven in verschillende ontwikkelingsfasen. Denk hierbij aan campusontwikkeling of het creëren van fysieke ruimte op bedrijventerreinen. Hierbij houden we rekening met de vestigingseisen van die bedrijven. Zo werken we bijvoorbeeld met het programma Kennishart aan een beter vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven in de Foodvalley.

  • We zetten de regio op de kaart als interessante vestigingsplaats voor bedrijven. Daarbij acquireert Oost NL gericht buitenlandse bedrijven en organisaties die een aanvulling zijn binnen het desbetreffende cluster, want zij dragen bovengemiddeld bij aan ons verdienvermogen. Gemiddeld levert dit jaarlijks 40 nieuwe bedrijfsvestigingen of complexe bedrijfsuitbreiding in Oost- Nederland op met ongeveer 500 nieuwe arbeidsplaatsen en € 100 miljoen aan bedrijfsinvesteringen. 

Actie 3: Ontwikkelen van een toegankelijke innovatie-infrastructuur

  We willen zorgen voor een toegankelijke innovatie-infrastructuur. Dit is een belangrijke vestigingsfactor voor (startende) kennisintensieve bedrijven. Met een goede innovatie-infrastructuur kunnen zij gebruik maken van hoogwaardige onderzoeksapparatuur. Met name kleine en startende innovatieve bedrijven hebben vaak (nog) niet de middelen om hier zelf in te investeren. Samen met onze bedrijven, partners en ook het Rijk zorgen we daarom voor:

  • investeringen in (locaties voor) gedeelde hoogwaardige onderzoeks- en pilotfaciliteiten;

  • laagdrempelige toegang tot deze faciliteiten voor mkb en startups om het Gelders bedrijfsleven te activeren hier gebruik van te maken;

  • proeftuinen waarin innovatie producten in de praktijk getest en gevalideerd kunnen worden;

  • stimulering van kennisuitwisseling en samenwerking, aansluiting bij (inter) nationale netwerken en ontsluiting van kennis, diensten en faciliteiten om te komen tot projectvoorstellen en investeringen.

Wij zetten hierbij Europese middelen en subsidies in en waar passend het Gelders Perspectieffonds.

Actie 4: Ondersteunen startups en scale-ups

We blijven startende en groeiende ondernemers (startups en scale-ups) steunen bij de doorgroei van hun bedrijf (Coalitieakkoord Gewoon doen). Startende bedrijven zijn een belangrijke motor achter innovaties en economische groei. Zij zijn van belang om onze economie vitaal te houden.

We verstrekken subsidies aan een aantal programma’s gericht op startup en scale-up ondersteuning. Deze programma’s bieden ondernemers (toegang tot) kennis, geld en netwerk. Denk hierbij aan ondernemers in contact brengen met investeerdersnetwerken, subsidies, potentiële afnemers in binnen- en buitenland en/of kennisleveranciers. We zetten hiervoor onder andere de Groeiversneller en het Vroegefasefonds Gelderland in. En we maken ook gebruik van landelijke programma’s en fondsen, zoals Techleap en Invest Nl. Jaarlijks bereiken we hiermee honderden ondernemingen.

We geven innovatieve bedrijven financiering daar waar de markt dit niet doet. Dit doen we omdat de kapitaalmarkt voor innovatieve ondernemers soms tekort schiet. Met deze financiering kunnen bedrijven innovaties opschalen en geld verdienen, maar ook bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken. Dit noemen we missie gedreven innovatie. De kaders hiervoor liggen in de landelijke kennis- en innovatie agenda’s (KIA’s). Jaarlijks bereiken we hiermee duizenden ondernemingen waarvan enkele honderden ook gebruik maken van de subsidiemogelijkheden. We doen dit door innovatieve bedrijven:

  • te begeleiden naar subsidies en investeerders;

  • te subsidiëren via cofinanciering van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Europese regelingen zoals EFRO. Zo benutten we maximaal de beschikbare Rijks- en Europese middelen;

  • het verstrekken van leningen of te participeren in innovatieve bedrijven via Topfonds Gelderland en het Innovatie en Energiefonds Gelderland.

Actie 6: Internationale handelsbevordering

De Nederlandse markt is voor veel innovatie producten en diensten te beperkt en internationaal opererende bedrijven zijn vaak weerbaarder, stabieler en minder afhankelijk van de lokale markt.

  • We doen dit door het programma Go4Export voort te zetten. Met dit Gelderse en Overijsselse programma kunnen ruim 200 ondernemers hun exportkansen vergroten door het organiseren van handelsmissies, beursbezoeken en informatiebijeenkomsten.

  • We hebben natuurlijk oog voor de kansen in Duitsland, want dit is onze meest belangrijke strategische handelspartner.

Tactisch doel 2 Verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat

Een aantrekkelijk ondernemingsklimaat is van essentieel belang voor een sterk verdienvermogen en brede welvaart van Gelderland. Ondernemers maken dit mede mogelijk. Zo zorgen bedrijven voor meer dan twee derde van de banen in Nederland en dragen zij bij aan de financiering van onze publieke voorzieningen, zoals zorg en onderwijs.

Het ondernemingsklimaat verdient blijvende aandacht. De provincie werkt aan de beschikbaarheid van voldoende ruimte voor bedrijven. Ook bevordert het goede toegang tot financiering voor ondernemers en ondersteunt het werkgevers bij de aanpak van personeelstekorten in techniek en ICT. Concreet ondernemen wij 3 acties.

Actie 1: Nationale actieagenda Mkb-dienstverlening in Gelderland uitvoeren

Het overgrote deel van de Gelderse bedrijven behoort tot het mkb. Als mkb-vriendelijke provincie is het belangrijk om goed aan te sluiten bij de behoefte van ondernemers. Daarom stellen we een mkb-commissie Gelderland in. Deze commissie zal bestaan uit ondernemers uit alle regio’s. De commissie is voor ons een klankbord om een goed beeld te hebben van de behoeften van ondernemers en om onze programma’s kritisch tegen het licht te houden. Daarnaast willen we aan de commissie een budget ter beschikking stellen om gericht activiteiten te stimuleren van lokale en regionale ondernemers- gemeenschappen, die het ondernemersklimaat in Gelderland verbeteren.

We sluiten daarbij aan op de Nationale actie-agenda mkb-dienstverlening en richten onze activiteiten onder andere op:

  • Goed accountmanagement door gemeenten: Ondernemers hebben contact met verschillende overheidsinstellingen: de gemeente, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ende Belastingdienst. Niet elke gemeente heeft een bedrijfscontactfunctionaris en in enkele gevallen is er behoefte aan ondersteuning op dit vlak. Het ondernemers- klimaat zal verbeteren als het accountmanagement bij gemeenten goed geregeld is. De provincie gaat hierbij helpen. We gaan kennis en ervaring delen, data uitwisselen, opleidingen en steun voor regionale samenwerking. Resultaat van deze activiteiten is dat elke gemeente in de provincie de mkb ondersteunings- mogelijkheden kent en maakt hier naar behoefte gebruik van voor haar ondernemers.

  • Sterke ondernemersgemeenschappen: Ondernemers leren het meest van en met elkaar. Er zijn in Gelderland verschillende lokale en regionale ondernemersgemeenschappen. De mkb-commissie gaat deze gemeenschappen stimuleren en ondersteunen bij onder andere concrete laagdrempelige gezamenlijke activiteiten. We denken danb.v. aan informatie en ervaring delen over energietransitie en netcongestie of een werkbezoek aan collega’s in een andere regio om ervaring op te doen.

  • Afgestemd provinciaal mkb-instrumentarium: Er zijn veel regelingen voor ondernemers. Ondernemers zien vaak door de bomen het bos niet meer. We gaan ons provinciale instrumentarium beter afstemmen met lokale en Rijks regelingen. Bij nieuwe regelingen toetsen we of er geen dubbeling is met bestaande maatregelen. Dit doen we in het landelijke traject van de Nationale actieagenda mkb-dienstverlening.

  • Goede Provinciale mkb-dienstverlening: We krijgen positieve feedback over de dienstverlening van ondernemers die contact hebben met de provincie. Toch blijven wij de komende jaren continu aan ondernemers vragen waar ze verbetermogelijkheden zien en indien nodig verbeteren.

Actie 2: Ondersteunen ondernemers bij de start van hun bedrijf

De Startversneller (vouchers voor inzet van training en coaching) wordt ingezet om ondernemers te helpen bij een succesvolle start van een eigen bedrijf. Elk jaar ondersteunen we 250 ondernemers en bereiken we een veelvoud van deze 250 tijdens het intakeproces. Dit heeft tot resultaat dat meer starters hun vijfjaarsgrens overschrijden.

Actie 3: Ondersteunen ondernemers bij transities

We hebben te maken met grote uitdagingen op het gebied van energie, grondstoffengebruik en digitalisering. Het is niet alleen noodzakelijk, maar biedt ook economische kansen voor ondernemers om hier stappen in te zetten.

Energietransistie

  • Voor Gelderse ondernemers liggen er kansen in het ontwikkelen, demonstreren, opschalen en uiteindelijk naar de markt brengen van energie-innovaties. Hiervoor zetten we Connectr in, zij ontwikkelen bijvoorbeeld ook innovatieve concepten om netcongestie tegen te gaan.

  • Wij leggen de nadruk op de uitrol en toepassing van Gelderse energie- innovaties. Daarom gaan we ervoor zorgen dat deze innovaties zoveel mogelijk ingezet worden bij andere beleidsprogramma’s, zoals Energietransitie, Wonen, en Mobiliteit en wegenbouw.

Circulaire economie: op verschillende manieren kan circulaire economie bijdragen aan het toekomstig verdienvermogen van onze economie. Circulaire economie draagt bij aan waterbesparing, zorgvuldiger grondstoffengebruik, wordt de leveringszekerheid veiliggesteld en het zorgt voor broeikasreductie. Door als provincie voorop te lopen ontwikkelen we kennis en doen we ervaring op, waardoor (nieuwe) bedrijven nieuwe verdienmodellen kunnen ontwikkelen. 

  • We geven ondernemers advies en kennis en financieren nieuwe ontwikkelingen. Dit doen wij onder andere via het programma Circulaire Economie Smart Industrie Oost-Nederland (CESI-ON). Zij helpen120 bedrijven per jaar een stap verder in de circulaire opgave.

  • Bedrijven in de maakindustrie worden bij hun circulaire opgave ondersteund door Boost Robotics.

  • Via ons eigen (inkoop)beleid wakkeren we de markt voor circulaire producten aan. Zo past de provincie steeds meer circulaire of natuurlijk gemaakte (biobased) grondstoffen toe bij onze provinciale wegen. En wordt circulair bouwen onderdeel van een lopend integraal project Toekomstbestendig bouwen van het programma Wonen.

Digitalisering: digitalisering is niet weg te denken uit onze maatschappij en economie. Bedrijven die digitaliseren hebben een concurrentievoordeel en een hogere arbeidsproductiviteit. Niet alle ondernemers kunnen dit op eigen kracht.

  • We blijven bedrijven ondersteunen met het toepassen van nieuwe, digitale technieken. Via het programma European Digital Innovation Hub (EDIH) hebben we in drie jaar 750 bedrijven bereikt en zijn 250 geholpen bij het toepassen van nieuwe technieken.

  • Met behulp van de digitaliseringsvouchers geven we bedrijven inde maakindustrie toegang tot ontbrekende kennis en expertise, waardoor ze hun bedrijfsprocessen en/of producten verder kunnen digitaliseren.

  • We blijven het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering in Apeldoorn ondersteunen zodat bedrijven hun cyberbewustzijn en cyberweerbaarheid kunnen vergroten.

Maatschappelijke effecten van tactisch doel 1 en 2

Met onze inzet op het versterken van de kennisintensieve clusters en het verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat streven we er naar dat in Gelderland het aantal werkzame personen en de arbeidsproductiviteit hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Voor de Europese ranglijsten Regional Competitiveness Index (RCI) en Regional Innovation Scoreboard (RIS) is het onze ambitie om bij de Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit dat we blijven behoren tot de ontwikkelde economieën. Voor het RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze ambitie is om bij de eindbalans te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau.

Strategisch beleidsdoel 2: Versterken van het fysieke vestigingsklimaat in Gelderland

Bedrijven hebben ruimte nodig om goed te kunnen ondernemen. Om aan elk type bedrijf een goede plek te kunnen bieden, is per regio een divers en passend aanbod van werklocaties nodig. Daarbij moet ook de kwaliteit en duurzaamheid van de werklocaties goed geregeld zijn. We willen dat terreinen een aantrekkelijke werkplek zijn voor werknemers en toekomstbestendig zijn ingericht. Daarom gaan we werken aan de volgende twee tactisch doelen:

  • 1.

    Zorgen voor een passend aanbod van werklocaties

  • 2.

    Toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen

Tactisch doel 3. Zorgen voor een passend aanbod van werklocaties 

Een belangrijk onderdeel van een goed vestigingsklimaat is voldoende ruimte voor bedrijven. Er moet voldoende ruimte zijn voor bedrijven om uit te breiden, om indien gewenst te verhuizen naar een nieuwe locatie en voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Daarbij wordt er niet alleen gekeken naar voldoende ruimte in kwantitatieve zin (aantal hectares), maar ook naar een kwalitatieve match. Want elk bedrijf heeft verschillende eisen als het gaat om bereikbaarheid, uitstraling, kavelgrootte en milieugebruiksruimte. Dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn voor kennisintensieve bedrijven, kleinschalige lokale bedrijven, grootschalige bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën. Vooral de laatste groep is nodig om de transitie naar een circulaire economie te kunnen maken. Dit vraagt om meer ruimte voor opslag, verwerking en vervoer van grondstoffen en materialen. Zo kunnen bedrijven de transities waar zij voor staan, doorlopen en daarmee hun concurrentiepositie versterken. Dit passende aanbod willen wij bewerkstelligen door samen met gemeenten en in overleg met marktpartijen regionale programma’s werklocaties (rpw’s) te blijven opstellen, maar wel met meer aandacht voor kwalitatieve aspecten.

Actie 1: Opstellen rpw’s

Vanuit de provinciale bedrijventerreinen- en kantorenprognose, waarin de vraag naar bedrijventerreinen en kantoren wordt geraamd voor verschillende typen bedrijven, hebben we een beeld hoeveel vraag naar hectares aan werklocaties er kan ontstaan. Hierbij is al zoveel mogelijk rekening gehouden met trends die invloed kunnen hebben op de vraag, zoals circulaire economie. Deze raming wordt ook per regio gemaakt en wordt regelmatig bijgewerkt. De inzichten uit de prognose worden besproken met gemeenten en marktpartijen. Uiteindelijk komt hier een gezamenlijke visie uit op het gewenste economisch profiel van de regio, de bedrijven die daarbij passen en de gewenste verdeling en economische invulling van de beschikbare ruimte.

Het is van belang om dit op regionaal niveau te doen om zo het bredere perspectief naar de gezamenlijke opgave in het oog te houden. Een ontwikkeling van een bedrijventerrein of de keuze voor een locatie kan immers voor één gemeente aantrekkelijk en logisch lijken, maar niet in het totaalplaatje passen. Gemeenten zorgen er uiteindelijk zelf voor dat de functies eerlijk verdeeld worden op lokaal niveau.

Op basis van deze visie maken we afspraken over wat er de komende tijd nodig is aan extra locaties en hoe we de bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig kunnen maken. Dit is maatwerk per regio, waarbij de regio de leiding heeft.

De provincie is betrokken als partner en brengt de provinciale randvoorwaarden en wensen in. Het eindproduct is een gezamenlijk afsprakenkader. Hierbij zorgt de provincie er via de Omgevingsverordening voor dat alle gemeenten zich aan de afspraken houden.

Dit betekent dat alle regio’s verplicht zijn om afspraken te maken over de planning van bedrijventerreinen. Voor de regio Foodvalley geldt dit ook voor kantoren en in de Groene Metropoolregio voor kantoren en perifere detailhandel. Als de markt verandert en er meer of minder afspraken nodig zijn, dan passen we ons daaraan aan. Dit geldt ook voor de rest van het rpw. We monitoren minimaal jaarlijks. We kijken dan of de gemaakte afspraken nog steeds goed zijn of dat we ze moeten bijstellen. Bij het maken van de afspraken gelden de volgende uitgangspunten:

  • We zetten in op voldoende aanbod aan toekomstbestendige terreinen voor verschillende typen bedrijven die passen binnen het gewenste economisch profiel en de identiteit van de regio. We willen dat de ruimte alleen wordt gegeven aan bedrijven die van regionale meerwaarde zijn.

  • Het is belangrijk dat het juiste bedrijf op de juiste plek terechtkomt, vanuit bedrijfs- en maatschappelijk oogpunt. Hiervoor is duidelijkheid nodig over het profiel van het bedrijf en het type bedrijf, waarvoor een bedrijventerrein is bedoeld. We maken alleen afspraken in een rpw over een type werklocatie als wij het nut ervan inzien.

  • We streven ernaar bestaande en nieuwe terreinen zo optimaal mogelijk te gebruiken door slim en intensief ruimtegebruik. Samen met gemeenten werken we aan een ambitie en strategie hiervoor. We verwachten op termijn circa 10% van de geraamde vraag op bestaande bedrijventerreinen te kunnen accommoderen door deze beter te benutten, mits er genoeg middelen beschikbaar zijn.

  • De vrijblijvendheid van het transformeren van bedrijventerreinen (meestal naar woningbouw) moet er af. We maken afspraken over wanneer regio en provincies dit samen een goed idee vinden. Als er bedrijventerreinen verdwijnen moeten dezelfde hectares terugkomen, onderaan de streep moet er voldoende ruimte voor werken blijven. 

  • Er is bijna 9.000 netto hectare aan bedrijventerrein in Gelderland en er zijn voor bijna 380 hectare aan onherroepelijke plannen. In de prognose tot en met 2030 is er daarnaast nog 450 ha aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatie kracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit. Tot 2040 worden de ramingen periodiek geactualiseerd en aangescherpt. Wij bieden ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen, maar alleen als ze toekomstbestendig en met ruimtelijke kwaliteit worden ontwikkeld. Bij het kiezen van een locatie is een integrale afweging nodig. Hierbij moet niet alleen gekeken worden vanuit de bedrijven. Er moet ook rekening worden gehouden met beschikbaarheid van energie, de omgevingskwaliteiten, investeringsbudget en andere ruimteclaims zoals woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie.

  • In Gelderland bieden we in principe alleen ruimte aan XXL-logistiek langs de twee corridors en alleen als de bedrijven van regionale meerwaarde zijn. Aan de Rhine-Alpine doen we dit op drie clusters (Tiel, Nijmegen, Emmerich/ Montferland/Zevenaar). Daarnaast loopt in Gelderland de North Sea Baltic corridor (A1/A28) waar mogelijk ook ruimte is voor grootschalige logistiek. De aandacht gaat hier meer naar regionale bedrijven. Tot slot zijn er ook al bestaande XXL-logistieke bedrijven met een sterke regionale binding, waarbij we voor elke situatie de beste oplossing zoeken. Komende periode onderzoeken we hoe de clusters verder ontwikkeld kunnen worden en of we hiermee de vraag die we willen voldoen, kunnen opvangen.

Tactisch doel 4. Toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen

Ruimte is schaars in Gelderland. Daarnaast zien we dat de eisen die ondernemers en de maatschappij aan een vestigingsplaats stellen, door de tijd veranderen. Dit betekent dat we onze bestaande bedrijventerreinen moeten doorontwikkelen en toekomstbestendig maken. Zo blijven deze bedrijventerreinen aantrekkelijk als werklocatie en leveren ze een bijdrage aan de Gelderse doelstellingen voor bijvoorbeeld veiligheid, energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Actie 1. Intensiveren Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen

We zien in de praktijk dat het voor ondernemers en gemeenten niet gemakkelijk is om bedrijventerreinen aantrekkelijker en duurzamer te maken. Daarom ondersteunen we onze partners en intensiveren we onze Aanpak toekomst- bestendige bedrijventerreinen. Met deze aanpak helpen wij vraaggericht bij het versterken van de samenwerking tussen bedrijven en de realisatie van collectieve projecten. Gemeenten en bedrijventerreinen blijven als eerste verantwoordelijk voor de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. We ondersteunen alleen projecten waar energie en draagvlak voor is bij bedrijven en gemeenten. Het is vooral een gebiedsgerichte en integrale aanpak, waarbij we de opgave in een gebied centraal zetten en alle provinciale belangen meenemen.

We richten onze acties de komende periode op:

  • Het inbrengen van eigen kennis en kunde, een verbinding met andere initiatieven en de ontwikkelkracht en financieringsmogelijkheden van Oost NL, de Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) en het Perspectieffonds. We bieden subsidiemogelijkheden voor procesondersteuning en dekken financiële tekorten bij de realisatie van fysieke maatregelen.

  • Het stimuleren en faciliteren van kennisdeling en netwerkvorming tussen Gelderse ondernemers(verenigingen) en gemeenteambtenaren die werken aan het verbeteren van bedrijventerreinen.

  • Het verbeteren van de samenwerking tussen ondernemers rondom duurzaamheid op bedrijventerreinen. Samen met ondernemersverenigingen, regio’s en gemeenten bepalen we per regio onze aanpak, onderzoeken we welke bedrijventerreinen interessant zijn en wie de leiding neemt. We gaan ervanuit dat dit vooral private partijen zijn, met ondersteuning van de overheid. Het Rijk stelt hier voor Gelderland ongeveer € 2,6 miljoen beschikbaar t/m mei 2027. De komende periode willen wij op minimaal 80 bedrijven- terreinen de organisatiegraad een stap verder brengen. Dit is ongeveer 15% van het totaal aantal bedrijventerreinen in Gelderland.

  • Onze Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) levert maatwerk bij het revitaliseren, herstructureren en transformeren van werklocaties. Omdat we de Gelderse bedrijventerreinen verder willen intensiveren kijken we opnieuw naar de opdracht en aanpak van onze OHG en passen deze waar nodig aan. Herstructureren is echter duur. Het intensiveren van onze inzet kan niet zonder aanvullende financiële middelen.

  • Meer aandacht voor circulariteit. Het aantal initiatieven op dit thema blijft achter bij onze verwachting en ambitie. We denken hierbij aan een proeftuin, zoals we al hebben voor vergroening via Werklandschappen van de toekomsten en het Smart Energy Hub-programma onder Oost NL vanuit energietransitie.

Maatschappelijk effect van tactisch doel 4 en 5

Met onze inzet streven we er naar dat er in Gelderland nu en in de toekomst voldoende oppervlak aan bedrijventerreinen is, zodat nieuwe en bestaande bedrijven voldoende ruimte hebben om uit te bereiden. Bij het leegstands- percentage voor kantoorlocaties en winkelcentra is het onze ambitie om rond de 5% te blijven. Dit percentage is wenselijk om ondernemers de mogelijkheid te bieden om hun onderneming te verplaatsen.

Strategisch beleidsdoel 3: Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst

In alle sectoren is er een structureel tekort aan personeel, zo ontstaan zogenaamde krapteberoepen en dat geeft spanning op de arbeidsmarkt: voor een openstaande vacature zijn er geen of niet voldoende gekwalificeerde werkzoekenden. Dit zal de komende periode niet veranderen. Daarnaast zorgen technologische ontwikkelingen en digitalisering ervoor dat de inhoud van het werk verandert. Dit is de reden dat we inzetten op de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen. Hierbij leggen wij de focus op energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Dit gaan we doen door in te zetten op de volgende drie tactische doelen.

  • 1.

    Stimuleren dat arbeidsmarkt- en onderwijspartijen werken aan Human Capital.

  • 2.

    Vergroten arbeidsparticipatie.

  • 3.

    Aanmoedigen leven lang ontwikkelen.

Tactisch doel 5. Stimuleren dat arbeidsmarkt- en onderwijspartijen werken aan Human Capital

In de provincie zijn veel partijen betrokken bij vraagstukken op de arbeidsmarkt. Om tot effectieve oplossingen te komen, die landen in de regio is het belangrijk dat de samenwerking tussen deze partners goed is. Wij kunnen de natuurlijke brug te slaan tussen regionale, provinciale en nationale partners. Hiervoor gaan we door met succesvolle aanpakken en goedwerkende infrastructuren die we samen met onze partners hebben opgezet.

Actie 1: Inzet regioadviseurs

De provincie Gelderland is opgedeeld in arbeidsmarktregio’s. In iedere regio loopt een regioadviseur rond die oog heeft voor de regionale verschillen binnen de provincie. We delen kennis en halen signalen en knelpunten binnen de regio’s op. Onze rol en kracht zit dan ook in het verbinden en faciliteren van samenwerking tussen de onderwijs- en arbeidsmarktpartners, namelijk ondernemers, overheden en onderwijs, zodat we effectief de arbeidsmarktspanning verlagen, de werkloosheid bestrijden en participatie verhogen.

Actie 2: Verbinden regionale en provinciale ambities op het gebied van Human Capital

Wij zijn er trots op dat de regio’s een Human Capital Agenda (HCA) heeft of deze momenteel opstelt. In een HCA brengen vertegenwoordigers van werkgevers, onderwijs en overheden de personeelsvraag in kaart. Op deze manier plannen ze welke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat er (in de nabije toekomst) voldoende personeel is om de regionale ambities waar te maken. In iedere regio is de provincie een natuurlijke partner en zorgen we dat regionale en provinciale ambities op het gebied van Human Capital elkaar versterken.

Tactisch doel 6. Vergroten arbeidsparticipatie

In Gelderland is talent aanwezig dat nog onvoldoende wordt ingezet. Juist de krapte op de arbeidsmarkt biedt kansen om dit aan te pakken. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen (sneller) werk vinden. Ook kan krapte uitsluiting op de arbeidsmarkt tegengaan. Een andere manier om de arbeids- participatie te vergroten is om mensen die in deeltijd werken meer uren te laten werken.

Actie 1: We stimuleren initiatieven om werkzoekenden, zij-instromers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar een baan die bij hen past

Voor deze actie maken we gebruik van het Gelrepact, waarin 6 arbeidsmarkt- regio’s samenwerken. Gericht (co)financieren we minimaal 7 (boven)regionale projecten waardoor meer mensen aan het werk kunnen.

Actie 2: We sluiten aan bij de Nationale Groeifondsaanvraag Meer uren Werkt! 

Mensen die in deeltijd werken en meer willen werken kunnen dit niet altijd. Meer uren Werkt heeft als doel om zichtbare en onzichtbare drempels weg te nemen, zodat mensen die willen, meer uren kunnen werken. Wij co-financieren deze toegekende Groeifondsaanvraag, zodat in Gelderland projecten worden uitgevoerd en onderzoek naar goede oplossingen wordt gedaan.

Tactisch doel 7. Aanmoedigen van Leven Lang Ontwikkelen (LLO)

De inhoud van het werk kan veranderen. Zowel voor werkgever als werknemer is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen om nieuwe vaardigheden en kennis op te doen. Uit onderzoek blijkt dat vooral praktisch geschoolden minder deelnemen aan bij-, her- en omscholing[7]. Dit is de reden dat we werknemers en werkgevers aanmoedigen om een leven lang te ontwikkelen.

Actie 1: We bevorderen de leercultuur bij ondernemers

We continueren de subsidieregeling goed werkgeverschap en geven deze opnieuw vorm conform het beleidskader. Werknemers krijgen via deze regeling de tijd en ruimte om de vaardigheden te leren, die de werkgever nodig heeft om in te spelen op veranderingen.

Via het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering onderzoeken we hoe we Gelderse ondernemers via scholing en kennisdeling weerbaar kunnen maken voor digitale dreigingen.

Actie 2: We zetten in ten minste één kennisintensief cluster een LLO programma op

Binnen de kennisintensieve clusters worden innovaties ontwikkeld en toegepast. Om deze innovaties succesvol te laten landen in de praktijk is het nodig dat mensen hiermee aan de slag gaan. In minimaal één kennisintensief cluster zetten we een LLO programma op.

Actie 3: Versterken samenwerking MBO omtrent LLO

Het Gelders MBO is van wezenlijk belang voor de vakkrachten van de toekomst. We hebben het MBO nodig om praktisch geschoolden te bereiken, stimuleren en faciliteren tot een leven lang ontwikkelen. Daarvoor is het belangrijk dat het Gelders MBO goed samenwerkt en elkaar versterkt. We gaan verkennen hoe we het MBO hierin kunnen versterken. Daarnaast ondersteunen we minimaal 1 project waarin minimaal 2 mbo’s samenwerken op leven lang ontwikkelen. Tevens onderzoeken we de mogelijkheden voor een Gelders scholingsfonds.

Maatschappelijk effect van tactisch doel 5, 6 en 7

Met onze inzet streven we er naar om in Gelderland een hogere arbeids- participatie te hebben dan het landelijke gemiddelde en dat het werkloosheids- percentage juist lager is dan het landelijke gemiddelde. Daarnaast is onze ambitie dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan het landelijk gemiddelde, zodat de spanning op de arbeidsmarkt afneemt. Met name voorde regionale en provinciale ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en digitalisering is het van belang dat het aantal vacatures in deze sectoren afneemt.

Verschillen ten opzichte van de vorige coalitieperiode

In het voorgaande hebben we aangegeven wat we gaan doen. De basis van ons beleid is voor een groot deel gelijk gebleven waarmee we ons een betrouwbare overheid tonen. In deze paragraaf nemen we kort mee met de verschillen ten opzichte van de vorige coalitieperiode:

  • Nieuw is de aandacht voor de mkb-dienstverlening.

  • We geven nu meer aandacht aan het hightech cluster. Bij het cluster health zoeken wij nadrukkelijk de verbinding met hightech.

  • De focus verschuift van het ontwikkelen van innovaties meer naar het toepassen van innovaties.

  • Circulaire Economie is niet meer een apart programma met (voorbeeld) projecten onder economie maar een thema dat alle beleidsthema’s doorkruist: we zijn circulair in alles wat we doen.

  • We hebben meer aandacht voor het fysieke vestigingsklimaat en toekomstbestendige bedrijventerreinen (uitbreiding, intensivering en herstructurering).

  • Bij onderwijs en arbeidsmarkt richten we onze focus op sectoren die bijdragen aan de transities.

3.2 Economie in relatie tot andere beleidsprogramma’s

Met ons Ruimte voor Economie versterken we niet alleen de Gelderse economie. Ook dragen we bij aan de opgaven van andere beleidsprogramma’s. Op hun beurt zorgen andere beleidsprogramma’s voor belangrijke randvoorwaarden die een goed vestigingsklimaat creëren. Hierin kunnen ondernemers en werknemers zich ontplooien. Denk daarbij aan een goede bereikbaarheid, voldoende woningen, een aantrekkelijke woonomgeving en betrouwbare energievoorziening. Ook kunnen de andere beleidsprogramma’s innovaties stimuleren. Bijvoorbeeld door eerste klant te zijn of vragen op te pakken, die leiden tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten.

Hieronder beschrijven we per programma de verbindingen tussen het programma Economie en de betreffende beleidsprogramma’s. Als een programma niet genoemd wordt, zijn de (mogelijke) verbindingen te beperkt om apart te benoemen. 

Beleven en verbinden

Erfgoed en cultuur

Binnen cultuur hebben we veel aandacht voor het stimuleren van basisvaardigheden (digitale, lees- en rekenvaardigheden), ook door het inzetten van cultuureducatie op scholen. Het thema leven lang ontwikkelen sluit hierbij aan. Het investeren in culturele instellingen, activiteiten en makers vergroot de aantrekkelijke woon- en leefomgeving als onderdeel van het vestigingsklimaat voor inwoners, bezoekers en bedrijven. Verder worden organisaties uit de vrijetijdssector en musea ondersteund. Zo kunnen onze bezoekers Gelderse thematische verhalen beleven en de identiteit van Gelderland uitdragen.

Leefbaarheid

Vanuit het programma Economie kunnen circulaire innovaties helpen bij het verduurzamen van ons erfgoed. Ook hebben wij ons in het verleden ingezet voor banen en opleidingen binnen het cultureel erfgoed.

Een prettige leefomgeving is van groot belang voor het welzijn van onze inwoners. De leefomgeving mag niet achteruitgaan door economische ontwikkeling. Bruisende binnensteden en dorpskernen zijn hiervoor belangrijk. Via het programma Steengoed Benutten kunnen wij bijdragen om deze kernen economisch aantrekkelijk te houden. Bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen, is er aandacht voorde kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast wordt er vanuit het programma Economie geïnvesteerd in een circulaire economie. Circulair werken is goed voor onze huidige leefomgeving én die van de generaties na ons.

Met het Perspectieffonds Gelderland draagt het programma Economie bij aan de innovatiekracht van ondernemingen die zich bezighouden met grote maatschappelijke uitdagingen. Denk hierbij aan de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, het economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat.

Vanuit Leefbaarheid wordt gewerkt aan een inclusieve samenleving waar iedereen mee kan doen, ook op de arbeidsmarkt.

Recreatie en Toerisme

Met Recreatie en Toerisme dragen wij bij aan de vitaliteit van de verschillende regio’s, het versterken van de identiteit en ruimtelijke en maatschappelijke opgaven.

Hiermee zorgen wij niet alleen voor veel banen en bedrijvigheid in de sector. Ook draagt dit bij aan een prettige woon- en leefomgeving, waardoor Gelderland onder andere nieuwe bedrijven aantrekt zich in de provincie te vestigen. Vanuit het programma Economie kunnen wij verduurzaming en innovatie van de sector aanmoedigen. Daarnaast kunnen ondernemers uit de sector Recreatie en Toerisme gebruik maken van de brede mkb-dienstverlening.

Sport

Goede sportvoorzieningen zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving en daarmee een aantrekkelijk vestigingsklimaat. In het kader van ‘sport als werkgever’ moedigen we het opstellen van een Human Capital Agenda aan. Dit geeft werknemers een beter arbeidsperspectief. Vanuit het innovatiecluster voedsel (food) werken we aan innovaties rondom leefstijl, sportvoeding en gepersonaliseerde voeding.

Buitenlandse betrekkingen en lobby

Om onze innovatieclusters te versterken, kijken we naar buitenlandse bedrijven en organisaties die hiervoor kunnen zorgen. Soms is er voorbereidend werk nodig, zoals het aanhalen van de wederzijdse buitenlandse betrekkingen of lobbyactiviteiten. Dit is ook het geval bij het maken van nieuw Europees beleid. Denk aan de invulling van de Europese programma’s, zoals EFRO en Horizon. Voor onze innovatieopgaven en ons Europees profiel werken we samen in Think East Netherlands. Met deze samenwerking bereiken we maximale impact van Europese middelen voor het versterken van ons mkb. Voor de samenwerkings- projecten van bedrijven en kennisinstellingen kunnen Europese middelen als cofinanciering worden ingezet. Daarnaast kunnen ook middelen vanuit Interreg A worden gebruikt, waarbij Nederlandse en Duitse partners samenwerken.

Energietransitie

Het verminderen van broeikasgassen is van vitaal belang voor het Klimaat programma van provincie Gelderland. Een belangrijk deel van deze uitstoot komt door de industrie. Het programma Economie probeert de broeikasgasuitstoot van de bedrijven te verminderen door in te zetten op innovatie, circulaire economie en digitalisering. Dit doen we onder andere met het eerder genoemde Perspectieffonds Gelderland.

Hiermee is gelijk een link gelegd tussen het programma Economie en Energie. Energievoorziening voor nieuwe bedrijven of bedrijfsuitbreidingen is heel lastig te regelen door de netwerkcongestie. Naast het bijdragen aan innovatieve oplossingen voor het energievraagstuk en verduurzaming van de energie- voorziening, draagt het programma Economie ook bij aan het arbeidsvraagstuk voor de energietransitie. Gekwalificeerd personeel om deze transitie mogelijk te maken is er bijna niet. Hier wordt vanuit het Onderwijs & Arbeidsmarktbeleid van het programma Economie aan gewerkt.

Bereikbaarheid

Zonder mobiliteit staat alles stil. Bereikbaarheid is nodig voor leefbaarheid, wonen, economie en werken en bedrijvigheid, voorzieningen, sociale contacten, ofwel brede welvaart. Bij het verbeteren van het vestigingsklimaat gaathet bijvoorbeeld om het bereikbaar maken van (nieuwe) werklocaties en goede (inter)nationale, regionale en lokale verbindingen. We werken daarbij concreet aan het verbinden van ontwikkelingen in de ruimte aan bereikbaarheid, zoalsde extra woningbouw en economische ontwikkeling. En we werken aan het totale pakket aan mogelijkheden (lopen, fiets, OV en auto), waarbij we er naar streven dat meer mensen gaan lopen en fietsen en gebruik gaan maken van het OV. Op deze manier ontlasten we het wegennet en werken we aan de klimaatopgave en gezondheid van onze inwoners. Daarnaast zet het programma Mobiliteit slim en schoon in op goederenvervoer en energy hubs. Dit zorgt zowel voor kansen als uitdagingen, bijvoorbeeld het invoeren van zero-emissie zones in onze stadcentra dragen bij aan een schonere leef- en werkomgeving, maar vragen ook om investeringen in (‘groen’) vervoer. Logistics Valley wordt gefinancierd vanuit het programma Economie. Ook blijft vervoer over water belangrijk, dit vraagt om aandacht voor watergebonden locaties. Het programma Mobiliteit kan als eerste klant optreden, bijvoorbeeld om vraag te creëren voor circulaire innovaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hergebruiken van asfalt voor wegen.

Vanuit het programma Economie kunnen innovaties op het gebied van duurzaam vervoer en logistiek ondersteund worden, bijvoorbeeld via Connectr. Bij mobiliteit wordt data-analyse steeds belangrijker, hieraan kan de inzet op digitalisering bij het programma Economie bijdragen. Wij kunnen ook bijdragen met verschillende regelingen, bijvoorbeeld de MIT, of onze (revolverende) fondsen.

Verstedelijking en transformatie

Wonen

Een goed vestigingsklimaat kan niet zonder voldoende en betaalbare woningen. Hiervoor zijn veel mensen nodig. Wonen heeft een traineeprogramma waarin Ruimtelijke Ordening ambtenaren worden opgeleid. Zij investeren in beter HR-beleid bij ondernemers in de bouw, zodat meer mensen in de bouw gaan werken en er minder mensen uitstromen. Het programma Wonen is daarom belangrijk voor ons programma Economie. Maar ook andersom is Economie belangrijk voor Wonen. Voor de transitie naar een circulaire economie werken we bijvoorbeeld aan het zorgvuldiger omgaan met grondstoffen bij het bouwen van woningen. En ook bij het verduurzamen van woningen en het sneller en goedkoper opleveren van nieuwe woningen, spelen innovaties vanuit het bedrijfsleven een belangrijke rol.

Met ons VAB-beleid zorgen wij dat vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied een nieuwe woon- of werkfunctie krijgt. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid in standgehouden.

Vitaal platteland

Water

Bedrijven hebben nu al last van de netcongestie. Ook de aansluiting van water is in de toekomst geen vanzelfsprekendheid voor bedrijven. Bij de locatiekeuze zal er rekening gehouden moeten worden met het watersysteem (water & bodem sturend) en zo nodig aandacht voor een bijpassende inrichting. Duurzame watervoorziening wordt daarom expliciet genoemd bij het toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen. Een nauwe samenwerking met Water is hiervoor nodig. Het programma Economie wil ook via de MIT bijdragen aanhet vraagstuk rond watervoorziening.

Natuur

Natuur en biodiversiteit zijn van groot belang voor het welzijn van burgers, nu en in de toekomst. Het programma Economie draagt bij aan het versnellen en versterken van de innovatiekracht van bedrijven die zich bezighouden met onder andere biodiversiteit. Dit doen zij via het Perspectieffonds Gelderland, zoals beschreven in het gedeelte over leefbaarheid.

Landbouw

Oost-Nederland is wereldwijd een van de belangrijkste en vernieuwendste voedselproducenten. Ook is het de bedenker van oplossingen voor verduurzaming van het voedselsysteem. Met name op het gebied van voedselzekerheid inde toekomst, ligt er een belangrijke taak voor de innovatieve bedrijven uit het foodcluster. Ons programma Economie speelt daarom een belangrijke rol in de transitie naar een voedselsysteem dat voldoet aan de eisen van de toekomst. Via de MIT worden bedrijven aangemoedigd om innovatieve oplossingen te bedenken voor de vraagstukken rondom energie, landbouw, water en voedsel.

In het kader van de stikstofopgave zijn uiteraard de afspraken uit GMS en het Klimaatakkoord uitgangspunt. De innovatiekant hierbij is onderdeel van het Gelders Programma Economie maar gerichte maatregelen rondverduurzaming van de industrie, zoals CO2-, stikstofreductie en netcongestie zijn bijvoorbeeld onderdeel van de programma’s klimaat en energie en GMS. Zie in dit kader ook het WUR-rapport voor de stikstofdoelen.

Weerbaarheid

Identiteitsfraude, online-oplichting en hacking. Dagelijks worden meerdere burgers en bedrijven getroffen door een of andere vorm van cybercriminaliteit. In het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering bundelen kennisinstellingen, bedrijven en overheid hun krachten. Via de ondersteuning van het centrum dragen we onder andere bij aan het creëren van bewustzijn voor deze bedreigingen. Ook zorgen we ervoor dat de weerbaarheid van bedrijven, bijvoorbeeld via opleidingen van medewerkers, toeneemt.

3.3 Verbinding met regio’s

Gelderlanders voelen zich verbondener met de regio waar ze wonen, dan met de provincie. Dit is niet zo gek, want deze regio’s hebben een lange geschiedenis. Ze hebben eigen verhalen, symbolen en mythes die mensen verbinden. Al inde 14e eeuw was Gelderland opgedeeld in verschillende ‘kwartieren’, grofweg de huidige gebieden van de Veluwe, het Rivierengebied en de Achterhoek. De eigenheid van de regio’s is ook terug te zien in hun economische en demografische profielen. In bijlage 2 wordt dit - op basis van statistische gegevens- uitgebreid beschreven. Hieronder noemen we kort de belangrijkste punten.

De Achterhoek is een echte productieregio door haar sterke (hightech) industriesector. Wat opvalt in vergelijking met de rest van Gelderland, is dat de vergrijzing hier het sterkst is. Ook is het de regio waar de meeste mensen hun eigen gezondheid als (zeer) goed ervaren en waar het grootste percentage mensen actief is als vrijwilliger.

De Groene Metropoolregio is het stedelijke middelpunt van de provincie. De regio heeft grote dienstverlenende sectoren. Dit gaat om zakelijke en publieke dienstverlening. Opvallende publieke dienstverlening vinden we onder andere in het gezondheid (health) cluster rond Radboud UMC op, het onderwijs rondom Radboud Universiteit en de Hogeschool Arnhem Nijmegen, en het energie (energy) cluster in Arnhem. De leeftijdsopbouw van de inwoners is redelijk in balans.

Het zal geen verrassing zijn dat de inwoners op de Veluwe de meeste natuur in hun omgeving hebben. De Veluwe is binnen de provincie onderverdeeld in Foodvalley, Noord-Veluwe en de Stedendriehoek. De Foodvalley heeft een sterk cluster voedsel (food) rond Wageningen en de jongste bevolking van Gelderland.

In de Noord-Veluwe valt de grote bouwsector op en is er veel detailhandel en horeca. Dit laatste komt vooral door de vele bezoekers. Opvallend is dat er veel jongeren en ouderen in deze regio wonen, maar het werkende deel van de bevolking (tussen de 20 en 65) klein is.

In de Stedendriehoek is het openbaar bestuur duidelijk aanwezig. Ook heeft de regio een groot gezondheid (health) cluster. Het aantal mensen boven de 65 ligt hier hoger dan het landelijke gemiddelde. 

Door de geografische ligging heeft Rivierenland een grote logistieke sector. Goederen vanuit Rotterdam en Schiphol worden vervoerd naar het Europese achterland. De regio kent ook een groot voedsel (food) cluster dat vooral bestaat uit een grote glastuinbouwsector. In vergelijking met de rest van Gelderland is de bevolking best jong. In deze regio zijn de mensen het meest tevreden over de kwaliteit van hun leven en hebben ze gemiddeld het meest te besteden.

Verbinding regio's met het programma economie

Binnen het economisch beleid hebben we aandacht voor de regionale verschillen. Wat werkt in de ene regio, werkt misschien niet in de andere. Ons doel is om per regio in te zetten op de economische sterktes en tegelijkertijd rekening te houden met het demografisch profiel.

Een voorbeeld hiervan is onze inzet op Ondernemerschap & Arbeidsmarkt. Veel regio’s zitten samen in een Economic Board. Daarin bepalen ondernemers, onderwijs en overheden de economische koers. In samenwerking met de provincie hebben de meeste boards een Human Capital Aanpak geschreven. Hierin staat welke behoefte aan personeel er in de regio is. Wij werken samen met de Economic Boards om zo de regionale en provinciale wensen met elkaar te verbinden. Hierbij moedigen wij waar mogelijk samenwerking tussen de regio’s aan, zodat ze van elkaar kunnen leren.

Ook bij het versterken van het fysieke vestigingsklimaat kijken we naar de regionale behoeftes. Samen met gemeenten en in overleg met marktpartijen stellen we een regionaal programma werklocaties op. Zo kan er - kijkend naar vraag en aanbod vanuit de regionale economie - maatwerk worden geleverd bij de realisering van nieuwe bedrijventerreinen en het toekomstbestendig maken van de bestaande terreinen.

En doordat de zwaartepunten van de vier kennisintensieve clusters ook op de kaart van Gelderland aan te wijzen zijn, is er ook hier vaak sprake van een specifieke verbinding met de desbetreffende regio.

Regioarrangementen

Het ruimtetekort vraagt een andere manier van het inrichten van onze ruimte. Samen met gemeenten en waterschappen moeten we keuzes maken. In de regioarrangementen hebben we voor de 7 Gelderse regio’s de gezamenlijke ambities, doelen en opgaven op ruimtelijk vlak (leefomgeving) opgenomen. Dit hebben we gedaan voor de korte termijn (2030) en voor de langere termijn (2050). De ruimtelijke keuzes die voortkomen uit ons economisch beleid zullen dan ook in samenhang met de betreffende regioarrangementen bekeken worden.

Hoofdstuk 4 Monitoring

Monitoring is het verzamelen van beleidsinformatie (data) om regelmatig te kunnen zien hoe we ervoor staan. Voor ons meerjarig economisch beleid gebruiken we vooral indicatoren die de maatschappelijke effecten meten (impact en outcome) en voor ons programma gebruiken we prestatie- indicatoren (output). Verder is de monitor brede welvaart een belangrijk instrument voor de integrale keuzes die wij als provincie Gelderland maken.

Maatschappelijke effecten meten

Om de effecten in de tijd te kunnen volgen en bij te sturen, hebben wij een aantal impactindicatoren (missie) en outcome-indicatoren (strategische doelen) en hun streefwaarden bepaald. Hierbij past wel de opmerking dat de provincie maar beperkt invloed heeft op deze impact- en outcome-indicatoren.

Missie: Een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart, nu en later

We houden de voortgang van de missie bij aan de hand van 3 impactindicatoren, die inzicht geven in de welvaart én welzijn nu en in de toekomst:

 Indicator

 Nulmeting

 Bruto binnenlands product in mln € (2022)

Bron: CBS

 95.416

 Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in € (2022)

Bron: CBS

 51.900

 Aandeel Gelderlanders tevreden met het leven (2022)

Bron: CBS

 84%

Streefwaarden

Onze streefwaarde voor het bruto binnenlands product is dat de ontwikkeling positiever is dan in Nederland. Voor het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden en het aandeel inwoners dat tevreden is met het leven, is ons doel om het bij de eindbalans beter dan Nederland gemiddeld te doen.

Strategisch beleidsdoel 1: Verstevigingen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers

De voortgang hiervan meten we aan de hand van de volgende outcome- indicatoren:

 Indicator

 Nulmeting

 Totaal aantal werkzame personen (2022)

 Bron: PWE

 10.99.210

 Arbeidsproductiviteit per uur in € (2022)

 58,9 

 Positie op Europese ranglijst

 -Regional Innovation Scoreboard (2023)

 Bron: RIS

 - Regional Competitiveness Index (2022)

 Bron: RCI

 31

 9

Onze streefwaarden bij de indicatoren totaal aantal werkzame personen en arbeidsproductiviteit is dat de ontwikkelingen positiever zijn dan het landelijk gemiddelde. Voor de Europese ranglijsten (RIS en RCI) is het ons doel om bij de Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit blijven behoren tot de ontwikkelde economieën. Voor het RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze streven is om bij de eindbalans te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau.

Strategisch beleidsdoel 2: Versterken van het fysieke vestigingsklimaat in Gelderland

Om het effect hiervan te meten, hebben we voor de volgende outcome- indicatoren gekozen:

 Indicator

 Nulmeting 

 Oppervlak bedrijventerrein

 -Bruto oppervlak in ha (2022)

 - Terstond uitgeefbaar oppervlak in ha (2022)

 -Planvoorraad bedrijventerreinen in ha (2004)

 Bron: IBIS

 10.933

 472

 582

 Leegstandpercentage

 - Kantoorlocaties in m2 (2022)

 Bron: CBS

 - Winkelcentra in winkelvloeroppervlak (2023)

 Bron: Locatus

 4,8%

 4,4%

Onze streefwaarde ten aanzien van het oppervlak aan bedrijventerreinen is voldoende ruimte voor nieuwe bedrijven en voor bestaande bedrijven om uit te breiden. In onze provinciale bedrijventerreinenprognose wordt de verwachte vraag aan hectares voor bedrijventerreinen geraamd. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit Tot 2040 worden de ramingen periodiek geactualiseerd en aangescherpt. De planvoorraad bedrijventerreinen moet groot genoeg zijn om te voldoen aan de voorziene vraag.

Bij het leegstandspercentage voor kantoorlocaties en winkelcentra is ons doel om rond de 5% te blijven. Dit percentage is wenselijk om ondernemers de mogelijkheid te bieden om hun onderneming te verplaatsen.

Strategisch beleidsdoel 3: Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst

Met de volgende outcome-indicatoren meten we de situatie op de arbeidsmarkt:

 Indicator

 Nulmeting

 Bruto arbeidsparticipatie (2023)

 Bron: CBS

 76,1%

 Werkloosheidspercentage (2023)

 Bron: CBS

 3,2%

 Spanning op de arbeidsmarkt (2023)

 Bron: CBS

 105 vacatures/ 

 100 werklozen

Voor deze indicatoren streven wij er naar om het beter te doen dan Nederland. Voor de bruto arbeidsparticipatie betekent dit een hogere participatie dan het landelijk gemiddelde, terwijl het werkloosheidspercentage juist lager dan het landelijk gemiddelde moet zijn. Ons streven voor de spanning op de arbeidsmarkt is dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan in Nederland.

Output indicatoren

Om prestaties te meten, gebruiken we outputindicatoren. Deze indicatoren zijn niet standaard, maar gericht op specifieke acties en prestaties. Per actie kijken we naar de verwachte resultaten. Zo meten we bijvoorbeeld of een bepaalde subsidie de juiste bedrijven bereikt en het gewenste resultaat oplevert. Ook meten we of acquisitie daadwerkelijk voor de gewenste nieuwe bedrijven zorgt en op hoeveel bedrijventerreinen het organiserend vermogen versterkt wordt. Een nadere uitwerking van de strategische beleidsdoelen in subdoelen, acties en verwachte resultaten vindt u in hoofdstuk 3

Via de reguliere Planning & Control cyclus houden we u op de hoogte van de voortgang van de outputindicatoren alsmede van de resultaten per strategisch doel. 

De komende jaren gaan we deze vorm van monitoring verder verbeteren en doorontwikkelen. Dit doen we onder meer door goed de relatie te leggen tussen de strategische doelen, de te realiseren output en de gewenste activiteiten. Daarnaast is het belangrijk vooraf te bedenken hoe we de te realiseren output kunnen meten: welke gegevens zijn daarvoor nodig? Uniformering, betrouwbare en actuele statistieken, kennisuitwisseling en stroomlijning van datasystemen zijn daarbij belangrijke hulpmiddelen.

PWE Werkgelegenheidsenquête

De provinciale werkgelegenheidsenquête is een jaarlijks onderzoek naar de aard en omvang van de Gelderse werkgelegenheid. BEO voert het onderzoek in samenwerking met gemeenten uit onder bedrijven en instellingen in Gelderland. Alle bedrijven met 5 of meer werkzame personen worden benaderd, de kleinere bedrijven worden steekproefsgewijs onderzocht. Met de werkgelegenheidsenquête krijgen we inzicht in de aard, locatie en ontwikkelingen van de Gelderse werkgelegenheid en bedrijvigheid. Deze informatie is van groot belang voor het maken van prognoses en planningen.

IBIS Bedrijventerreinen 

Met het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) maakt BEO duidelijk waar en hoeveel bedrijventerrein er beschikbaar is voor bedrijven. Naast voorraadgegevens, zijn gegevens over de uitgifte van de afgelopen jaren ook in te zien. Op basis van specifieke wensen kan er in IBIS daarnaast gezocht worden naar een geschikt terrein.

Met onze (uitvoerings)partners, de mkb-commissie Gelderland, VNO-NCW, medeoverheden en andere partijen blijven wij in gesprek over de ontwikkelingen van de Gelderse economie. Zo zorgen we voor bedrijvigheid die ook in de toekomst voor brede welvaart zorgt.

Bureau Economisch Onderzoek

Bureau Economisch Onderzoek (BEO) meet de maatschappelijke effecten. Het bureau verzamelt data, zoals de PWE en IBIS. Daarnaast houdt BEO zich bezig met monitoring en het maken van analyses en toekomstverkenningen van de ruimtelijke- en sociaaleconomische situatie in Gelderland. Dit doet BEO niet alleen voor het thema Economie, maar ook voor thema’s die verbonden zijn aan economie, zoals Recreatie & Toerisme. 

BEO brengt een aantal producten uit, waarin de effecten van ons beleid staan. Zo publiceren ze ieder kwartaal een econometer. Aan de hand van een groot aantal indicatoren wordt daarin de economische ontwikkeling (conjunctuur) in Gelderland beschreven. Daarnaast houdt BEO de databank ‘Gelderland in cijfers’ bij. Dit is een databank met sociaaleconomische gegevens over Gelderland. Hierin staan de belangrijkste kengetallen van alle Gelderse gemeenten en regio’s voor verschillende sociaaleconomische thema’s. De meeste gegevens zijn voor meerdere jaren beschikbaar, zodat ontwikkelingen in de tijd goed in beeld gebracht kunnen worden.

Ook brengt BEO de monitor Brede Welvaart Gelderland uit. Deze monitor wordt jaarlijks bijgewerkt en laat zien hoe de brede welvaart zich in Gelderland én in de Gelderse regio’s, ontwikkelt. Naast de meer ‘objectieve cijfers’, voert BEO ook onderzoek onder inwoners uit om te kijken hoe onze inwoners brede welvaart ervaren en wat zij hierin belangrijk vinden.

Bij het meten van de maatschappelijke effecten van ons economisch beleid, moeten we twee dingen onthouden. Ten eerste moeten we realistisch zijn: ons provinciaal beleid heeft maar beperkte invloed op de gekozen indicatoren. Als provincie hebben we bijvoorbeeld geen controle over de macro-economische ontwikkelingen en geopolitieke verschuivingen die op dit moment plaatsvinden. Ten tweede vertellen cijfers alleen niet het hele verhaal: cijfers vragen om uitleg. Om het verhaal achter de cijfers zo compleet mogelijk te krijgen, is het belangrijk hierover met onze partners binnen en buiten de provincie (zoals bedrijven en experts) in gesprek te gaan.

Slotwoord

De Gelderse economie is sterk. Wel staan we voor grote uitdagingen. Deze uitdagingen gaan we samen met onze partners aan. Een brede welvaart kunnen we namelijk alleen versterken met een goed draaiende, innovatieve en concurrerende Gelderse economie. En een sterke economie is weer belangrijk om de kosten van onze samenleving te kunnen blijven betalen. Maar een innovatieve en concurrerende Gelderse economie heeft niet alleen het vergroten van ons bruto nationaal product als doel. Het draagt bij aan vele andere thema’s van brede welvaart die wij als samenleving belangrijk vinden.

Zo kunnen innovaties die in onze clusters worden ontwikkeld niet alleen zorgen voor bijvoorbeeld snellere ontdekking van tumoren. Door de inzet van AI, toegespitst op de individuele patiënt, kunnen patiënten ook sneller en adequater worden behandeld. Dit heeft direct te maken met het thema Gezondheid van brede welvaart.

Ondernemers kunnen zich volledig ontwikkelen als ze hulp krijgen om hun bedrijventerrein toekomstbestendiger te maken. Door te zorgen voor een goede inpassing in het landschap, vinden voorbijrijdende fietsers het terrein bijvoorbeeld geen ‘lelijke puist’ in het landschap meer. En als we meer circulair werken, draagt dit bij aan de kwaliteit van onze huidige leefomgeving én die van de generaties na ons. Dit heeft niet alleen invloed op het thema Milieu binnen brede welvaart, maar ook op het thema Natuurlijk van brede welvaart later.

Een baan hebben, is op dit moment niet voor iedereen weggelegd. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen we helpen door initiatieven te ondersteunen die helpen hun talent te benutten. Dit geeft deze mensen ook nog eens meer mogelijkheden om hun leven naar hun eigen zin in te richten. Dit past binnen de thema’s Subjectief welzijn, Arbeid en Vrije tijd en Samenleving. En ook dit is brede welvaart.

Wij willen ons hiervoor inzetten. Er zit wel één ‘maar’ aan. Als we helemaal circulair zijn in alles wat we doen, wordt de kans dat archeologen over 2000 jaar vondsten uit onze tijd opgraven, wel een stuk kleiner…

Deel B Uitvoeringsagenda

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2025-2027

Voorwoord

De energie- en grondstoffentransities behoren tot de belangrijkste uitdagingen van onze tijd. Op internationale podia zijn ambitieuze en bindende afspraken gemaakt. In 2050 moet onze economie volledig circulair zijn en al in 2030 voor de helft. De rapporten van het Nationaal Planbureau voor de Leefomgeving laten zien dat we met de huidige Nederlandse aanpak de doelen niet halen. Er gebeurt het nodige, maar te weinig, op te kleine schaal. Het gaat bovendien nog vaak om ‘laaghangend fruit’. De meer complexe en uitdagende stappen liggen vóór ons.

Daar zou je pessimistisch van kunnen worden, maar ik ben van nature positief ingesteld. Ik word daarin gesterkt door wat ik zie tijdens de vele bedrijfsbezoeken die ik afleg. Daar spreek ik bedrijven die op dit moment mooie stappen zetten. Bouwers, recyclers, bakkers, in elke bedrijfstak zijn er ondernemers die laten zien dat het kan. Ze zijn nog in de minderheid, hun resultaten tonen zich nog niet in de statistieken. Maar wat belangrijk is, is dat ze het doen en daarmee laten zien dat het kan. Dat er een verdienmodel achter zit, dat er een markt is, dat er werkgelegenheid mee kan worden gecreëerd. Deze bedrijven weten dat de circulaire economie de enige economie is die toekomstbestendig is. 

Kunnen we dan als overheid achteroverleunen? Nee, zeker niet. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de juiste randvoorwaarden in wet- en regelgeving. Verschillende kabinetten leggen daarbij verschillende accenten, maar de richting is duidelijk en in internationale verdragen verankerd. Als provinciale overheid kunnen we ook veel doen. Daar gaat deze uitvoeringsagenda Circulaire Economie over. Daarvoor hebben we advies gevraagd aan onze partners en een 15-tal circulaire koplopende bedrijven. De komende drie jaar stimuleren we circulaire innovaties bij bedrijven en met name ketens om zo vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. We geven koplopende bedrijven een rol om achterblijvers te activeren ook circulaire stappen te zetten. Ondernemers leren immers het beste van andere ondernemers. Ik zou het mooi vinden als ieder bedrijf met een lineaire lijn kijkt of een circulaire lijn mogelijk is. We intensiveren de ondersteuning aan gemeenten om circulaire stappen te zetten, bijvoorbeeld in circulair opdrachtgeverschap in infrastructurele projecten.

We kunnen als overheid ook veel zélf doen en sturen vanuit onze rollen. Met circulair inkoop en aanbesteden in infrastructuur en bedrijfsvoering verminderen we ons eigen grondstoffenverbruik. Met ruimtelijke planning zorgen we voor voldoende fysieke ruimte voor toekomstige circulaire bedrijvigheid. Door omgevingsdiensten toe te rusten met kennis over circulaire vraagstukken, en de juridische mogelijkheden, zorgen we voor experimenteerruimte voor circulaire bedrijven. En we kunnen de circulaire transitie versnellen door meer circulaire activiteiten te stimuleren vanuit andere provinciale opgaven en beleid. In de uitvoeringsagenda worden mooie voorbeelden genoemd van wat er allemaal al kan. We willen een circulair Gelderland, in alles wat we doen. Doet u mee?

Helga Witjes

Gedeputeerde (Circulaire) Economie

Samenvatting

In 2050 willen we als Nederland een samenleving waarin we zuinig en efficiënt omgaan met grondstoffen en producten. Dat noemen we een circulaire economie. Daarover zijn nationaal en internationaal afspraken over gemaakt: in 2030 moet het gebruik van grondstoffen die opraken zijn gehalveerd en in 2050 dient de economie volledig circulair te zijn. Deze Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2025-2027 laat zien wat we als provincie Gelderland de komende 3 jaar gaan doen en hoe we dat aanpakken. Het borduurt voort op het beleidsplan Ruimte voor Economie en is de uitvoering van ons coalitieakkoord waarin staat: ‘We willen een klimaatbestendig en circulair Gelderland, in alles wat we doen.’ Het circulair maken van de economie hangt af van wat er regionaal, nationaal en internationaal gebeurt. Ook hangt het af van de verschillende partijen die meedoen. Als provincie Gelderland hebben we hier maar beperkte invloed op.Daarom verleggen we onze inspanningen naar de sturingsrollen waarmee we directere invloed hebben om daarmee onze impact te vergroten. 

We richten ons daarom op:

  • wat we zelf kunnen doen: bieden van ruimte, verlenen van vergunningen, toezicht houden en handhaven (VTH), circulaire producten en diensten inkopen die we gebruiken voor onze provinciale infrastructuur en bedrijfsvoering. Ook gaan we vanuit andere provinciale beleidsopgaven werken aan de overgang naar een circulair economie.

  • Bedrijven en gemeenten helpen meer circulair te worden.

Bedrijven zijn belangrijk voor de economie, dus we blijven innovaties (nieuwe ideeën en oplossingen) stimuleren. Daarbij richten we ons meer op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod in innovatieketens (de stappen die bedrijven nemen om nieuwe producten of diensten te ontwikkelen en op de markt te brengen).We ondersteunen niet alleen de koplopers, maar helpen ook andere bedrijven om vooruit te komen; het brede mkb. Daarbij hanteren we een aanpak waarbij ondernemers leren van ondernemers.

We kiezen voor de volgende sectoren (groepen van bedrijven die hetzelfde doen):

  • Economische clusters: groepen bedrijven in de maakindustrie (bedrijven die producten maken), energie, voedsel en gezondheid.

  • Grondstof-intensieve clusters: groepen bedrijven in de landbouw, bouw, afval- en reststromen (materiaal dat overblijft na gebruik). Binnen deze clusters kijken we naar de kansen en de kracht van Gelderland om verdere keuzes te maken. In tabel 2 staat het overzicht van de sectoren en clusters. In thema 1 Bedrijven en ketens gaan we hier dieper op in.

Bedrijven hebben fysieke (gebouwen en terreinen) en experimenteerruimte (ruimte om dingen uit te proberen) nodig om hun circulaire innovaties uit te voeren. We zorgen voor de juiste omstandigheden en geven ruimte om dit mogelijk te maken. Met onze inkoop en aanbestedingen in provinciale infrastructuur (Grond, Weg- en Waterbouw, GWW) en bedrijfsvoering (hoe wij werken) kunnen we ook zelf invloed uitoefenen. We gaan meer circulair inkopen en aanbesteden om ons eigen gebruik van grondstoffen te verminderen. We stimuleren hiermee ook de markt voor circulaire innovaties. Daarnaast zetten we andere provinciale middelen in om de circulaire economie verder te helpen. Bijvoorbeeld financiële middelen of we sturen vanuit andere provinciale opgaven, zoals woningbouw, landbouw, klimaat. We stimuleren het delen van kennis tussen regio’s en gemeenten en werken samen met andere overheden om meer effect te hebben. Deze Uitvoeringsagenda Circulaire Economie is onderdeel van het Gelders Programma Economie. De activiteiten van deze Uitvoeringsagenda worden gefinancierd vanuit de budgetten van de verschillende beleidsprogramma’s. Omdat voor een circulair Gelderland in alles wat we doen, de inzet van de hele provinciale organisatie nodig is. We werken in toenemende mate vanuit alle portefeuilles aan de transitie naar een circulaire economie. Voor het verder aanmoedigen en in gang zetten van circulariteit, ook in andere beleidsvelden, gebruiken we de specifiek geoormerkte middelen voor circulaire economie. Dit is € 3,5 miljoen voor de komende drie jaar, substantieel lager dan in de vorige periode.

 Missie

 Een circulaire economie in 2050 als basis voor onze brede welvaart

 Strategisch doel 2030

 In Gelderland t.o.v. 2016 50% minder gebruik van grondstoffen die snel opraken

 Tussendoel 2027

 In Gelderland t.o.v. 2016 30% minder gebruik van grondstoffen die snel opraken

 Strategie

 Lager gebruik van grondstoffen die snel opraken via:

•Minder producten gebruiken of efficiënter produceren.

•Producten maken van natuurlijke materialen, die weer aangroeien.

•Producten en gebouwen hergebruiken en repareren, en gebruik van materialen met een langere levensduur.

•Materialen verwerken en opnieuw gebruiken in andere waardevolle producten. 

Adviseren en samenwerking voor het versnellen van de transitie (verandering of overgang):

•Met netwerken die bedrijven en ketens helpen.

•Binnen de provinciale organisatie.

•Met andere overheden: gemeenten, regio’s, andere provincies, Rijk

Tabel 1. Uitvoeringsagenda Circulaire Economie (UACE) 2025-2027 in een overzicht

 Inzet UACE 2025-2027

 1. Bedrijven en ketens

 2. Ruimte en VTH

3. Inkoop en aanbesteding 

 4. Beleid en instrumenten

 5. Provincies, regio's en gemeenten

 Onze rol

 Stimuleren van circulaire innovaties, ketens en opschaling

 Sturen met ruimte en VTH-instrumenten

 Sturen met inkoop en aanbesteding; voorbeeldrol

 Sturen met beleid en instrumenten

 Stimuleren kennis- uitwisseling en samenwerking

 Tactische doelen (2025-2027)

 Bevorderen van circulaire innovaties en bedrijven

 Zorgen voor genoeg fysieke ruimte voor toekomstige circulaire bedrijven

 Circulair inkopen en aanbesteden in provinciale infrastructuur

 Bevorderen circulariteit met provinciaal beleid en instrumenten

 Bevorderen circulair opdracht-geverschap door gemeenten

 

 Bevorderen van samenwerking circulariteit op bedrijventerreinen

 Bevorderen van circulaire economie door middel van VTH-instrumenten

 Circulair inkopen en aanbesteden in eigen bedrijfsvoering

 Vergroten van kennis over de circulaire transitie bij medewerkers en bestuurders

 Versterken van regionale netwerken voor circulaire economie

 

 Lobby naar het Rijk en de EU voor o.a. betere wet- en regelgeving

 
 
 

 Afstemmen circulair beleid, instrumenten en uitvoering

 

 Stimuleren van circulair leren en werken in onderwijs en arbeidsmarkt

 
 
 

 Uitwisseling en samenwerken met andere provincies en het Rijk

5.1 Inleiding

Een circulaire economie is een economie waarin we zuiniger omgaan met eindige grondstoffen (grondstoffen die snel opraken, zoals fossiele materialen en metalen). Door meer grondstoffen en producten opnieuw te gebruiken of op te knappen, of door ze van natuurlijke biogrondstoffen te maken. Op die manier zijn er minder nieuwe grondstoffen nodig. Dat is goed voor de Gelderse economie. Beter en slimmer omgaan met grondstoffen bespaart kosten. Lokale kringlopen zorgen ervoor dat we sneller en zekerder producten krijgen (een betere leveringszekerheid). Zo zijn onze bedrijven minder afhankelijk van verre landen en politieke spanningen in de wereld. Met circulaire innovaties kunnen onze ondernemers een groot deel van de toekomstige markt veroveren en daarmee zorgen voor werkgelegenheid. Of zorgen dat sectoren niet vastlopen door het zeldzamer en duurder worden van de eindige grondstoffen. De circulaire economie zorgt ook voor nieuwe werkgelegenheid omdat meer producten gerepareerd, schoongemaakt of opgeknapt moeten worden. Met nieuwe, circulaire manieren van verdienen, maken we winst op een manier die goed is voor onze leefomgeving en brede welvaart.

Hoe we omgaan met grondstoffen heeft ook invloed op de natuur en het klimaat. De circulaire economie helpt zo mee om verschillende maatschappelijke opgaven (problemen in de samenleving) op te lossen. Dit is te zien in figuur 1. Andersom kan het werken aan deze maatschappelijke opgaven ook helpen de circulaire economie te laten groeien.

Figuur 1. Circulaire economie in relatie tot andere maatschappelijke opgaven
Bron: Integrale Circulaire Economie Rapportage, PBL. 2023

Als provincie Gelderland hebben we de Rijksambitie op circulaire economie overgenomen. In onze omgevingsvisie staat dat we in 2030 de helft minder eindige grondstoffen willen gebruiken. Sinds 2017 werken we met uitvoeringsprogramma’s circulaire economie aan deze ambitie. De richtlijnen voor de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2025-2027 komen uit het economisch beleidskader Ruimte voor Economie. Ze zijn ook gebaseerd op de beleidskaders van andere belangrijke programma’s, zoals wonen, landbouw, mobiliteit, leefomgeving, en het herijkte Gelders Programma Klimaat 2021-2030 met daarin het kader voor Energietransitie.

Wat gaan we doen?

In het eindrapport van de laatste uitvoeringsagenda hebben we gezien dat we als provincie Gelderland maar beperkt invloed hebben op het verminderen van het gebruik van eindige grondstoffen in onze provincie. Wij zijn maar één van de vele betrokken partijen. Het circulair maken van de economie hangt sterk af van wat er regionaal, nationaal en internationaal gebeurt. We kiezen nu daarom voor twee sporen: 1) we blijven circulaire bedrijven en ketens ondersteunen, en werken samen en delen kennis met andere overheden, en 2) we verbeterende voorwaarden en stimuleren de circulaire economie met onze provinciale hulpmiddelen. 

Onze aanpak is verdeeld in vijf thema’s:

  • 1.

    Bedrijven en ketens.

  • 2.

    Ruimte en VTH.

  • 3.

    Inkoop en aanbesteding.

  • 4.

    Provinciaal beleid en instrumenten.

  • 5.

    Provincies, regio’s en gemeenten.

Hoe doen we dat?

Binnen de hele organisatie werken we op deze thema’s om de circulaire economie te stimuleren. In de vorige coalitieperiode zijn we hier al mee begonnen. We hebben afspraken gemaakt om vanuit de portefeuilles wonen, mobiliteit en bedrijfsvoering extra stappen te zetten voor meer circulariteit. In deze coalitieperiode willen we dat verder uitbouwen naar andere portefeuilles waar kansen liggen en waar we impact kunnen maken. We zorgen ervoor dat de rand- voorwaarden voor een circulaire economie vastgelegd worden in de nieuwe omgevingsvisie. Zo wordt circulariteit een vast onderdeel van ons beleid en onze instrumenten. Ook is er dan een gedeelde verantwoordelijkheid voor de overgang naar een circulaire economie. Hiermee voeren we ons coalitieakkoord uit: ‘We willen een (klimaatadaptief en) circulair Gelderland, in alles wat we doen.’

In de uitvoering maken we keuzes op basis van:

  • Impact: We richten ons op bepaalde sectoren (tabel 4: Overzicht sectoren en clusters) en het gebruik van innovaties, geven meer aandacht aan circulair ontwerpen en werken hoger op de ‘R-ladder’ (figuur 2: R-ladder met strategieën van circulariteit).

  • Verbreding: We willen mensen meenemen, die nu nog niet circulair bezig zijn: ondernemers, gemeenten en regio’s, en inwoners.

  • Transitiefocus: We richten ons op de overgang naar een circulaire economie door niet alleen in te zetten op sectoren in grondstoffen. We werken ook aan het coördineren van activiteiten en het scheppen van goede voorwaarden. Om deze overgang goed te laten verlopen, moeten we flexibel zijn, leren van wat werkt en zo nodig bijsturen.

Figuur 2. R-ladder met strategieën van circulariteit
afbeelding binnen de regeling
Bron: Integrale Circulaire Economie Rapportage, PBL. 2023

Om de doelen op vermindering van grondstoffengebruik te halen, moeten we niet alleen inzetten op recycling. We moeten ook werken aan preventie: het verminderen van de vraag of het product langer gebruiken (levensduurverlenging) (R1). Ook slimmer ontwerpen is belangrijk, zodat producten langer meegaan of makkelijker te repareren zijn (R2). Dit noemen we circulaire strategieën ‘hoger op de R-ladder’.

Haalbaarheid

Het halen van onze circulaire doelen hangt af van veel dingen, zoals Rijksbeleid en technologische en economische veranderingen. Ook internationale ketens en de wil van mensen om iets anders te kopen en gebruiken, zijn belangrijk. Hierdoor hebben we als provincie Gelderland maar beperkte invloed op het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen. Volgens het laatste rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving ‘Vooruitgang in de Circulaire Economie’ (sept 2024), gaan we het doel van 50% grondstoffenvermindering in 2030 op deze manier niet halen. Door meer te focussen en onze rol als provincie beter te gebruiken, richten we ons op dat wat we wél zelf kunnen. We gaan in deze periode meer werken met een procesaanpak. Dit betekent dat we niet alleen aan losse projecten werken, maar ook aan veranderingen in randvoorwaarden, samenwerking en gedrag (‘systeemverandering’).

5.2   De thema's waarop we gaan werken

Thema 1. Bedrijven en ketens

Veel van de grondstoffen worden gebruikt in het productieproces. In het circulair maken van bedrijfsactiviteiten, is dus veel te winnen. Dit biedt kansen voor ondernemers. Bedrijven krijgen namelijk steeds meer te maken met een tekort aan grondstoffen en strengere milieuregels. Ook veranderen de wensen van klanten en stellen investeerders meer eisen. Door te werken in lokale en regionale kringlopen krijgen bedrijven meer zekerheid over hun grondstoffen en zijn ze minder afhankelijk van problemen in andere landen. Ook wordt hun bedrijfsvoering, hun manier van werken, duurzamer. Met circulaire innovaties wordt geld verdiend en het zorgt voor nieuwe werkgelegenheid. Door circulair te werken kunnen ondernemers op den duur beter concurreren. Maar er is nog veel te doen. Innovaties die zijn getest moeten op grotere schaal worden uitgevoerd. Bedrijven die nog niet circulair bezig zijn, moeten geholpen en actief worden. Circulaire ondernemers hebben ook last van wetten en regels die in de weg staan. Daarnaast is er een tekort aan personeel. Een overzicht van de belemmeringen van circulair ondernemen staat in het tekstkader ‘Belemmeringen bij circulair ondernemen’. Hier gaan we in dit thema aan werken, zie de tactische doelen. Circulaire bedrijven hebben ook fysieke en experimenteerruimte nodig. Daar werken we aan in thema 2: Ruimte en VTH.

Belemmeringen bij circulair ondernemen

Bedrijven die circulair willen werken en groeien, lopen nog tegen verschillende problemen aan. De 7 problemen op een rij:

  • 1.

    Te weinig steun, capaciteit en sturing binnen het bedrijf: Om circulair te ondernemen moeten bedrijven hun manier van werken aanpassen. Dit vraagt om steun van de aandeelhouders en het management. Het vraagt ook om betrokkenheid, kennis en vaardigheden van werknemers. Uit onderzoek van het Versnellingshuis Nederland Circulair! blijkt dat 42% van de ondervraagde bedrijven niet genoeg capaciteit heeft om circulair te ondernemen.

  • 2.

    Te weinig kennis en actieplannen: Sommige bedrijven weten nog niet goed wat circulair ondernemen is. Andere bedrijven zien er de voordelen nog niet van in of zien niet hoe het werkt in hun eigen situatie. Nu bedrijven voorzichtige stappen nemen, is er behoefte aan meer kennis en voorbeelden. Er is wel informatie, maar deze is heel versnipperd.

  • 3.

    Wetten en regels: Een probleem voor circulair ondernemen zijn de wetten en regels. Er zijn nog niet genoeg wetten die de overgang naar een circulaire economie ondersteunen. Bijvoorbeeld regels die het gebruik van ‘afval’ voor grondstoffen moeilijk maken. Aan de andere kant is er binnen bestaande wetgeving soms toch meer mogelijk dan ondernemers weten.

  • 4.

    Gebrek aan betrouwbare data en duidelijkheid in de keten: De transitie naar een circulaire economie is steeds meer data-gedreven; het draait steeds meer om gegevens. De CSRD-richtlijn zegt bijvoorbeeld dat grote bedrijven verplicht moeten rapporteren over hun invloed op mens en milieu. Er is alleen een groot gebrek aan betrouwbare data en duidelijkheid en openheid in de keten. Veel bedrijven weten niet goed waar hun grondstoffen vandaan komen, hoe ze zijn gemaakt, wat de kwaliteit is en wat de impact is van hun grondstoffen, producten en afvalstromen.

  • 5.

    Repareren is zo makkelijk nog niet…: Een onderdeel van circulair ondernemen is het verlengen van de levensduur van producten door ze te repareren in plaats van weg te gooien. Ondernemers vinden het lastig om met het repareren van veel producten tegelijk geld te verdienen. Er is te weinig informatie over materialen, hergebruik en reparatie. Andere ondernemers zijn gespecialiseerd in repareren, maar lopen tegen blokkades aan van de fabrikant die bijvoorbeeld geen software update wil doen bij opgeknapte machines.

  • 6.

    Financiering, hoge kosten en onzekerheid: Financiering blijft een probleem voor veel bedrijven die circulair willen werken. Ze hebben moeite om financiering te vinden voor hun circulaire projecten, omdat deze vaak niet passen binnen de traditionele regels van banken. Ook zijn de kosten voor het ontwikkelen, maken en verkopen van circulaire producten of diensten hoog. Daarbij zijn de opbrengsten ook nog eens onzeker. Dit maakt circulair ondernemen vaak minder aantrekkelijk voor ondernemers.

  • 7.

    Te weinig vraag op de markt: Bedrijven die wel circulair willen ondernemen, zien dat er nog weinig vraag is naar circulaire producten en diensten en dat niet-duurzame producten nog te goedkoop zijn. De milieukosten worden immers nog niet meegerekend in de prijs. Consumenten weten vaak niet wat de voordelen van circulaire producten en materialen zijn. Of ze willen niet meer betalen of minder consumeren. Ook moet het voor de klant makkelijk worden gemaakt. Nu is een oud meubel wegbrengen voor reparatie vaak te ingewikkeld of onhandig.

Wat gaan we doen?

1.1 Bevorderen van circulaire innovaties en bedrijven in de belangrijkste Gelderse sectoren en clusters

We ondersteunen circulaire innovaties en koppelen producenten, verwerkers en afzet aan elkaar (‘ketenbenadering’). We moeten keuzes maken binnen welke sectoren we dat doen. We kiezen ervoor het te doen in de Gelderse clusters met veel kennis, zoals voedsel, energie, maakindustrie en gezondheid. En daarnaast in sectoren waar veel grondstoffen worden gebruikt, zoals landbouw, bouw en afval. Binnen deze sectoren maken we keuzes op basis van kansen die er liggen en de aanwezigheid van Gelderse koplopende bedrijven op deze thema’s (tabel 2: Overzicht sectoren en clusters). We richten ons niet alleen op koplopers, maar ook op het brede mkb. We voeren daarbij de nationale Actieagenda mkb dienst- verlening uit. En we laten ondernemers die nog niet circulair bezig zijn leren van koplopende bedrijven die hebben laten zien dat het kan en dat er geld mee te verdienen valt. We doen dat via ondernemersbijeenkomsten, maar ook de koplopende bedrijven zelf hebben aangegeven daar een rol in te willen pakken. 

We zorgen dat onze economische instrumenten[8] en ons ‘Gelders Organiserend Vermogen[9]’ voor economie goed ingericht zijn op het stimuleren van de circulaire economie. Zo gaan we circulaire bedrijven helpen en verder laten groeien. We zorgen dat de ondersteuning voor circulaire bedrijven beter op elkaar aansluit. Zo weten bedrijven uit de verschillende sub-sectoren (Maakindustrie, Landbouw en voedingsindustrie, Energie, Gezondheid, Bouw en Afval-/reststromen) waar ze hulp kunnen krijgen en worden ze goed geholpen.

Tabel 2: Overzicht sectoren en clusters

 Sector

 Focus op bevorderen circulaire bedrijven en ketens in:

 Maakindustrie

- Klimaatinstallaties

- Machinebouw

 Landbouw en voedingsindustrie

- Circulaire mestverwerking

- Voedselverspilling

- Reststromen

- Plantaardige eiwitten

 Energie

- 'Afval van de toekomst' (zonnepanelen, accu's/batterijen, windturbines, warmtepompen)

- Biobased isolatiemateriaal gebruiken voor verduurzaming

 Gezondheid

- Circulaire verwerking van reststromen inde zorg (zoals medisch textiel)

 Bouw

- Circulair delven (hergebruiken van bouwelementen)

- Toekomstbestendig (ver)bouwen

- Bouwen met biogrondstoffen uit de landbouw

- Industrialisatie van de bouw met prefab en digitalisering

 Afval-/reststromen

- Kunststoffen

- Textiel

- Bedrijfsafvalstromen

- Reststromen uit terreinbeheer

     1.2 Bevorderen van samenwerking circulariteit op bedrijventerreinen

Op bedrijventerreinen zijn er kansen om circulair te werken. Dit is zo voor individuele bedrijven, maar ook voor samenwerking tussen bedrijven. Denk aan inrichting van de openbare ruimte, afvalinzameling en het gebruiken van restmaterialen. De kansen en wensen kunnen per bedrijventerrein verschillen. Een deel van de middelen dat was gereserveerd voor de Railterminal Gelderland (RTG) kan nu worden gebruikt om circulariteit op bedrijventerreinen te stimuleren. Dit is een aanvulling op de bestaande Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen. In oktober 2024 ronden we het onderzoek af naar de onderliggende knelpunten van bedrijven en bedrijventerreinen, en welke instrumenten provincie Gelderland kan inzetten. Daarna maken we een plan om circulariteit op bedrijventerreinen te versnellen. We evalueren de circulaire bonus in de subsidieregeling voor toekomstbestendige bedrijventerreinen en passen deze zo nodig aan of breiden het uit als het succesvol is.

Circulair en logistiek

Een belangrijk effect van een circulair gebruik van grondstoffen is dat goederen- stromen meer lokaal en regionaal worden. Dit zal nieuwe goederenstromen met zich meebrengen en deels bestaande goederenstromen vervangen. Binnenhavens gaan een belangrijke rol spelen in de overgang naar een circulaire economie. Ze maken mondiale en regionale transporten binnen de productieketens mogelijk, laten grondstoffen- en energiekringlopen bij elkaar komen, en bieden ruimte aan goede laad- en losfaciliteiten en opslagruimte voor grondstoffen uit afval. We stimuleren de samenwerking van binnenhavens. De gemeenten Nijmegen, Arnhem en Tiel zetten de eerste stappen in havensamenwerking om circulaire activiteiten mogelijk te maken.

1.3 Lobby bij het Rijk en de Europese Unie

Een van de belangrijkste voorwaarden voor de transitie naar een circulaire economie is het oplossen van problemen in de huidige regels. Die zijn vaak nog gebaseerd op een lineaire economie, waar afval niet als grondstof wordt gezien. We vragen bij het Rijk en de Europese Unie aandacht voor het verbeteren van deze regels. Dat doen we door problemen, goede voorbeelden en ervaringen uit Gelderland onder de aandacht te brengen. We maken een plan om regelmatig aandacht te vragen voor het aanpassen van regels. Denk bijvoorbeeld aan regels over de afvalstatus van grondstoffen, repareren, renovatie, keurmerken en het verschuiven van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen en producten. Dit doen we samen met onze lobbyisten in Den Haag, het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) in Brussel, en samen met andere provincies in Interprovinciaal Overleg (IPO) verband. We werken ook samen in Think East Netherlands. Met deze samenwerking trekken we Europese middelen aan voor het versterken van ons mkb.

1.4 Stimuleren van circulair leren en werken in onderwijs en arbeidsmarkt

We vragen aandacht voor circulaire economie in onderwijs en op de arbeidsmarkt en stimuleren regio’s om circulaire doelen op te nemen in hun plannen. Circulair leren en werken is anders dan we gewend zijn. We vragen hier aandacht voor in de Human Capital Agenda’s. Zo krijgen de regio’s een beter beeld van wat er nodig is voor circulaire bedrijven en hoe dit bereikt kan worden. We moedigen het mbo en hbo aan om het thema circulaire economie in hun programma’s op te nemen en om nieuw aanbod te ontwikkelen. We maken daarbij ook gebruik van circulaire koplopende bedrijven die gastcolleges geven.

Wat hebben we in 2027 bereikt?

Lijstaanhef...

  • 1.

    Een duidelijk ondersteuningsnetwerk waar bedrijven geholpen worden met vragen over circulair ondernemen.

  • 2.

    Nieuwe innovaties en innovatieketens gefinancierd en bestaande doorontwikkeld en toegepast. Hierdoor hebben bedrijven in de kennis- intensieve clusters (maakindustrie, energie, voedsel en gezondheid) en grondstof-intensieve clusters (landbouw, bouw, afval en reststromen) meer circulaire bedrijfsprocessen.

  • 3.

    Op enkele bedrijventerreinen is georganiseerd dat bedrijven meer aandacht hebben voor circulaire activiteiten binnen hun bedrijf en tussen bedrijven op het terrein.

  • 4.

    We hebben problemen, goede voorbeelden en andere Gelderse ervaringen rond circulaire economie onder de aandacht gebracht bij het Rijk en de Europese Unie.

  • 5.

    We hebben met de economische regio’s gesproken over hoe circulaire activiteiten kunnen worden opgenomen in de plannen van onderwijs- instellingen en op de arbeidsmarkt.

Thema 2. Ruimte en Vergunning- verlening, toezicht en handhaving (VTH)

Bedrijven hebben fysieke en experimenteerruimte nodig om hun circulaire innovaties uit te voeren. Als provincie kunnen we helpen om deze ruimte te maken. Hoewel we nu nog niet precies weten hoeveel ruimte de circulaire economie nodig heeft, is het verstandig om hier nu al rekening mee te houden in onze ruimtelijke plannen. De bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie (plekken voor bedrijven met meer geluid, uitstoot of andere milieueffecten) en goede logistieke verbindingen moeten in ieder geval blijven. Recyclers, materialenbanken en bedrijven die producten met gevaarlijke stoffen repareren of herstellen (bijvoorbeeld batterijen en accu’s) kunnen niet terecht op andere plekken. Ook plekken in de stad voor reparatie, delen en hergebruik moeten komen en blijven. Zo kunnen inwoners meedoen aan de circulaire economie.

Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) zijn belangrijk voor de circulaire transitie. De Wet milieubeheer geeft al mogelijkheden om grondstoffen beter te gebruiken en reststromen te verwerken. Het Rijk en de Europese Unie gaan steeds meer eisen stellen aan bedrijven. Dit gaan ze doen op het gebied van productie (bijvoorbeeld het gebruik van recyclaat) en rapportage (bijvoorbeeld laten zien waar grondstoffen vandaan komen en hoe reststromen verwerkt worden). Het aanpassen van wet- en regelgeving duurt lang. Bedrijven die met circulariteit aan de slag willen hebben experimenteerruimte nodig om te laten zien dat hun manier van werken schoon en veilig is. Ook hebben ze vaak vragen over het kunnen toepassen van afvalstoffen als grondstof in hun bedrijfsvoering.

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) heeft in 2022 een ‘bouwstenennotitie circulaire economie en VTH’ gemaakt. Het doel hiervan is dat alle provincies VTH op dezelfde manier werken aan de circulaire transitie. Dit betekent dat circulaire economie een onderdeel moet worden van de taken van omgevingsdiensten.

Wat gaan we doen?

2.1. Zorgen voor genoeg fysieke ruimte voor (toekomstige) circulaire bedrijven

We gaan in kaart brengen wat er momenteel beschikbaar is en wat er nog nodig is aan knooppunten, clusters en ruimte voor toekomstige circulaire bedrijven. Hierbij sluiten we aan bij het Rijk dat een onderzoek start naar ‘ruimte voor circulaire economie’. Op basis hiervan nemen we in de nieuwe omgevingsvisie niet alleen het verminderen van grondstoffen op, maar ook onze visie (wat willen wij) op ruimte voor circulaire bedrijven. Daarna vertalen we deze ruimtebehoefte voor circulaire bedrijven naar afspraken in gebiedsprocessen en regionale programma’s voor werklocaties.

2.2 Bevorderen van de circulaire economie met vergunningen en toezicht

Omgevingsdiensten gaan een rol spelen in de circulaire transitie. Dit betekent onder andere dat bedrijven experimenteerruimte kunnen krijgen voor circulaire innovaties. We gaan door met de trainingen aan omgevingsdiensten. Zo zorgen we dat ze goed op de hoogte zijn van (on)mogelijkheden en hoe hiermee om te gaan. Ook zorgen we voor een samenwerkingsvorm waarin omgevingsdiensten kennis, ervaringen en vragen over circulaire economie kunnen delen (zie ook thema 5). In het najaar van 2024 weten we hoe deze nieuwe taken eruit gaan zien. Vanuit de Omgevingsdienst Nederland (ODNL, de nationale koepel van omgevingsdiensten) wordt in 2024 een landelijk platform afval-/grondstofopgezet. Hierin worden besluiten voorbereid in het kader van afval-/ grondstofdiscussies, zodat omgevingsdiensten op dezelfde manier omgaan met regels over afval en grondstoffen.
 

Wat hebben we in 2027 bereikt?
  • 1.

    We hebben de benodigde fysieke ruimte voor de circulaire economie zo veel mogelijk geborgd in de vernieuwde omgevingsvisie en -verordening, gebiedsprocessen en regionale programma’s voor werklocaties.

  • 2.

    Samen met de regio’s weten we hoeveel ruimte de circulaire economie in de toekomst nodig heeft en hoe we dit (ook landelijk) zeker kunnen stellen.

  • 3.

    Omgevingsdiensten hebben trainingen gevolgd zodat ze kennis en ervaring hebben over circulaire economie. Zij zijn daardoor het aanspreekpunt voor bedrijven, zien kansen en denken actief mee over hoe problemen op te lossen. Ook bieden zij waar mogelijk experimenteerruimte en (op nationaal niveau) duidelijke regels over afval en grondstoffen.

Thema 3. Inkoop en aanbesteding

Bij het inkopen en aanbesteden van provinciale infrastructuur en in onze bedrijfsvoering hebben we zelf de controle. We kunnen hier veel impact maken, omdat met name de infrastructuur veel primaire grondstoffen gebruikt en een grote CO2-uitstoot veroorzaakt. Door circulair in te kopen en aan te besteden, kunnen we ons eigen grondstoffenverbruik verminderen en de vraag naar circulaire producten vergroten. Dit versterkt ook de regionale economie. In de vorige coalitieperiode hebben we besloten extra stappen te zetten om de markt aan te moedigen en te sturen. Een eerste stap is altijd: bekijken of inkopen of aanbesteden wel echt nodig is. Of dat het duurzamer is om bijvoorbeeld de weg langer te laten liggen of producten langer te gebruiken. Het is een samenspel van wat de markt kan en wil leveren en het uitdagen van de markt om nieuwe, circulaire producten en verdienmodellen te ontwikkelen. We gaan door met de activiteiten van de vorige periode, ook samen met andere provincies. Daarnaast helpen we regio’s en gemeenten met circulair inkopen en aanbesteden. Dit beschrijven we in Thema 5.

Wat gaan we doen?

3.1 Circulair inkopen en aanbesteden in provinciale infrastructuur

We richten ons vooral op asfaltverhardingen en civiele kunstwerken, zoals bruggen. Hier kunnen we namelijk de meeste impact maken. We versnellende goedkeuring en marktintroductie van veelbelovende en impactvolle innovaties. Dit doen we door in samenwerking met andere overheidsopdrachtgevers proefprojecten uit te voeren in asfaltverhardingen (zoals de Asphalt Recyling Train – ART) en civiele kunstwerken (Industrieel, Flexibel en Demontabel – IFD). Door samen te werken met andere opdrachtgevers creëren we schaalvoordeel waardoor de markt meer investeringszekerheid krijgt en circulaire oplossingen eerder beschikbaar komen.

We zorgen voor meer hergebruik van bouwstoffen uit en in de deklaag van asfaltverhardingen. En zo min mogelijk gebruik van primair materiaal in civiele kunstwerken. Dit doen we onder andere door met de Milieu Kosten Indicator (MKI) aan te besteden. Hiermee dagen we marktpartijen uit om met circulaire oplossingen te komen. Bij wegelementen, zoals verkeersborden, kiezen we voor biobased materialen, bijvoorbeeld biobased flespalen. We doen ook een proef met biobased installatiekasten. We onderzoeken of we meer materialen kunnen hergebruiken bij grote onderhoudsprojecten. 

3.2 Circulair inkopen en aanbesteden in onze eigen bedrijfsvoering

Voor bedrijfsvoering is ervoor gekozen om extra stappen te zetten via markt- aanjagen en regisseren omdat we daarmee meer impact kunnen maken. Op dit moment wordt bij Inkoop gewerkt aan een herziening van het inkoopbeleid, een nieuwe inkoopstrategie en een nieuw inkoopsjabloon. Hierin worden ook circulaire eisen opgenomen die passen bij de circulaire organisatiedoelstellingen. Maar circulair inkopen begint niet bij inkoop. Het begint bij de (verwachte) behoefte vanuit de organisatie.

We kiezen te werken vanuit de praktijk, dus door ‘gewoon te doen’. Bij iedere afdeling van bedrijfsvoering is ten minste één product of dienst gekozen die toch al op de planning staat om aan te besteden of in te kopen, om daarvan te kijken hoe dit zo circulair mogelijk kan. In totaal worden er dus minimaal 5 pilots gedaan. Er wordt allereerst nagegaan of een product of dienst überhaupt wel nodig is. Als we toch besluiten in te kopen of aan te besteden, dan kijken we naar de mogelijkheden voor die productgroep hoe dit zo circulair mogelijk kan. Dit is een lerende aanpak waarin pragmatisme centraal staat en circulariteit een vast onderdeel van onze inkoop en aanbestedingsprocessen wordt. We delen onze kennis ook met andere overheidspartners, in IPO-verband en met regio’s.

Door bijvoorbeeld samen in te kopen, vergroten we onze impact.

Wat hebben we in 2027 bereikt?
  • 1.

    In infrastructuur hebben we circulariteit in asfaltverharding en civiele kunstwerken getest, goedgekeurd en maximaal toegepast in aanbestedingen.

  • 2.

    We hebben minstens twee nieuwe kansen voor circulariteit onderzocht (zoals biobased installatiekasten en hergebruik van materialen bij groot onderhoud), en als ze kansrijk waren ook toegepast.

  • 3.

    In onze bedrijfsvoering hebben we minimaal 5 pilots uitgevoerd van aanbestedingen of inkopen die toch al gepland stonden, waarbij circulariteit een centrale rol heeft gespeeld. Circulariteit is standaard opgenomen in de uitvraag van inkoop en aanbestedingen van onze bedrijfsvoering. Het werkproces voor meer circulair inkopen en aanbesteden is duidelijk.

Thema 4. Provinciaal beleid en instrumenten

Ook andere provinciale opgaven kunnen de circulaire economie stimuleren. Hier zijn we in de vorige periode al mee begonnen. Er is afgesproken extra stappen te zetten voor circulariteit in de bedrijfsvoering, infrastructuur en woningbouw. Hierdoor is er meer aansluiting, steun en financiering voor circulaire activiteiten vanuit deze thema’s. In een paar andere thema’s wordt al gewerkt aan het bevorderen van de circulaire economie, maar er liggen meer kansen. Deze periode nemen we circulariteit nog verder mee in de provinciale opgaven, zodat hierop vaker gestuurd wordt met beleid en instrumenten. Deze activiteiten worden betaald uit de budgetten van de bijbehorende beleidsprogramma’s. Een ‘circulair Gelderland in alles wat we doen’ vraagt iets van de provinciale medewerkers en bestuurders. We willen dat circulair denken en doen een vaste plek krijgt binnen het Huis der Provincie.

Wat gaan we doen?

4.1 Bevorderen circulariteit met provinciaal beleid en instrumenten

Vanuit onze verschillende beleidsopgaven werken we aan het circulair worden van onze economie. Het is een proces, waarin we steeds meer circulaire activiteiten - waar mogelijk en impactvol - vanuit alle inhoudelijke thema’s initiëren en ondersteunen. Niet alles zal meteen kunnen, omdat de activiteiten betaald moeten worden uit de budgetten van de bijbehorende programma’s.

Hier zijn een paar voorbeelden waar we aan denken. Tussen haakjes staat hoeveel impact het heeft op onze circulaire doelen, op basis van de hoeveelheden grondstoffen die hier nu in gebruikt worden.

  • Landbouw (hoog): Circulaire mestverwerking, voorkomen van voedsel- verspilling in horeca en zorginstellingen, gebruiken van reststromen uit de levensmiddelenindustrie voor dierenvoer, compost en energie, terugwinnen van warmte uit de stal, stimuleren van plantaardige eiwitgewassen, onderzoek naar het hergebruiken van menselijke afvalstoffen (als bron van meststoffen en mineralen), efficiënter omgaan met grondstoffen, mineralen en voeders in land- en tuinbouw.

  • Wonen (hoog): Circulaire ambities en doelen opnemen in het Gelders Kader Toekomstbestendig Bouwen, gebouwen ophogen (‘optoppen’) met houtbouw, in fabriek gemaakte kant-en-klare onderdelen van woningen (‘circulaire woonconcepten’) die op bouwplaats alleen in elkaar gezet hoeven te worden, bevorderen van circulair opdrachtgeverschap gemeenten en woningbouwcorporaties, tenderregeling Natuurlijk Sneller Bouwen voor Gelderse mkb bouwbedrijven.

  • Energie en klimaat (hoog): De behoefte aan (toekomstige) circulaire bedrijven is opgenomen in de Uitvoeringsagenda Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS). Dat betekent dat er bij de ontwikkeling van energie infrastructuur rekening gehouden moet worden met (toekomstige) circulaire bedrijven. Circulaire economie is onderdeel van het Klimaatprogramma. Binnen dit programma wordt ook gewerkt aan het circulair en biobased verduurzamen (isoleren) van woningen en gebouwen, circulaire productieprocessen en innovaties bij bedrijven, energiecoöperaties een rol geven in advisering aan inwoners over het meer circulair maken van uw huis.

  • Steengoed benutten (hoog): ‘niet slopen, tenzij’- principe wordt toegepast, bij renovatie hergebruik van materialen.

  • Leefomgeving (hoog): Programma Circulair terreinbeheer voor stimuleren reststromen uit terreinbeheer zoals maaisel en blad, stimulering hergebruik van vrijkomende grond, gebruiken van nutriënten uit afval- en proceswater als meststof. Duurzaam GWW heeft relatie met Schoon en Emissie Loos Bouwen en Schone Lucht akkoord. Meer circulair werken kan bijdragen aan een schonere leefomgeving, maar niet altijd. De eventuele negatieve effecten moeten we ook in beeld houden

  • Leefbaarheid (laag): circulariteit in dorpendeals t.b.v. repair cafés, ambachts- centra, en circulaire bouw/verduurzaming gemeenschapsvoorzieningen.

  • Biodiversiteit en natuur (laag): project Toekomstbestendig Bouwen, stimuleren van gebruik van ‘afval’ uit natuurbeheer in circulaire producten.

  • Erfgoed en cultuur (laag): aandacht voor afvalreductie en circulariteit op evenementen, circulair restaureren en verduurzamen van erfgoed. Er gebeurt al veel: we werken volgens de ‘restauratieladder’, waarbij onderhoud en levensduurverlenging de eerste keuze is. Circulariteit zit in onze vereisten bij subsidieverlening en in alle werken wordt zoveel mogelijk circulair gewerkt.

  • Sport (laag): aandacht voor circulariteit bij verduurzaming sportlocaties, afvalreductie en circulariteit op sportevenementen. Hier nemen we ook een rol in kennisuitwisseling, inspiratie en voorbeelden tastbaar maken richting de samenleving.

  • Recreatie en toerisme (laag): aandacht voor afvalreductie en circulariteit op recreatielocaties, circulair inrichten vakantieparken. Duurzaamheid en circulariteit worden opgenomen in de opvolgende uitvoeringsagenda van het Gelders Programma Recreatie & Toerisme.

Ook werken we, aan het doorlichten van onze provinciale subsidieregelingen om- daar waar wenselijk, haalbaar en werkbaar - daarin meer aandacht te vragen voor circulariteit.

De provincie neemt op het gebied van grondstofstromen deel aan een ‘PIANOo-Buyer Groep’. PIANOo is het landelijke expertisecentrum op het gebied van inkoop en aanbesteden. In de Buyer Group Grondstromen ontwikkelen publieke opdrachtgevers (Rijkswaterstaat, gemeenten, provincies en waterschappen) een gezamenlijke marktvisie en inkoopstrategie voor het circulair aan- en afvoeren van grond.

De provincie draagt financieel bij aan het restaureren van monumenten in Gelderland. Onderdeel van de procedure is het beoordelen van een restauratie. Hierbij wordt de ‘restauratieladder’ gebruikt. De Restauratieladder biedt monumenteigenaren, opdrachtgevers, adviseurs, architecten en aannemers een heldere leidraad voor het maken van de juiste keuzes bij de ingrepen. Uitgangspunt van deze ladder is eerst mogelijkheden van onderhoud/reparatie benutten voordat overgegaan wordt op vernieuwen. Dit komt overeen met circulaire principes.

4.2 Vergroten van kennis en vaardigheden bij medewerkers en bestuurders

Werken aan de overgang naar een circulaire economie vraagt iets van het vakmanschap van ambtenaren. Het gaat niet vanzelf en we gaan daar inde organisatie mee aan de slag. Voorbeelden zijn: het opzetten van een informeel ‘Transitienetwerk’ voor onze ambtenaren en het integreren, waar relevant, van circulaire kennis in het bestaande trainingsaanbod voor medewerkers. Het vraagt ook iets van ons als bestuurders. We laten ons, waar wenselijk samen met de Provinciale Staten, via een jaarlijks bedrijfsbezoek aan een circulair bedrijf informeren over de successen en belemmeringen.

Wat hebben we in 2027 bereikt?
  • 1.

    Vanuit alle portefeuilles en beleidsopgaven nemen we verantwoordelijkheid voor het bevorderen van circulariteit.

  • 2.

    Het bevorderen van circulariteit wordt in toenemende mate meegenomen in provinciale instrumenten en opgaven.

Thema 5. Provincies, regio’s en gemeenten

De circulaire transitie is nog maar net begonnen. Daarom is bewustwording en het ontwikkelen en delen van kennis belangrijk. Om vervolgens ook tot concrete actie over te gaan. Net als provincie Gelderland kunnen regio’s en gemeenten een grote rol spelen in het versnellen van de transitie. Dit kunnen ze doen door hun taken zo circulair mogelijk uit te voeren en circulair in te kopen. Dit kan bijvoorbeeld bij het inzamelen van huishoudelijk afval, Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW), woningbouw en de openbare ruimte. In de regio’s zijn al veel circulaire initiatieven van bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Door kennis te delen, voorkomen we dat iedereen het wiel opnieuw uitvindt. Samenwerken kan zorgen voor meer impact. We willen de samenwerking verbeteren om initiatieven te bundelen en beleid beter op elkaar af te stemmen.

Wat gaan we doen?

5.1 Bevorderen circulair opdrachtgeverschap in GWW door gemeenten

In de vorige periode zijn we samen met de Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen (GMR) begonnen om gemeenten te ondersteunen bij circulair opdrachtgeverschap in Grond, Weg- en Waterbouw (GWW). Hier gaan we deze periode mee door want het helpt gemeenten om concrete stappen te zetten. Op verzoek gaan we nu ook gemeenten in de regio Achterhoek helpen en ook een derde regio als daar interesse voor is.

5.2 Versterken van regionale netwerken voor circulaire economie

In de vorige periode hebben we verschillende regionale netwerken en circulair living labs gefinancierd. Dit gaan we evalueren om te kijken of en hoe we hiermee doorgaan, of ze nog effectief zijn en concrete resultaten boeken. Ook breiden we het activatieprogramma tegen voedselverspilling verder uit naar meer Gelderse gemeenten.

5.3 Afstemmen circulair beleid, instrumenten en uitvoering tussen gemeenten, regio’s, omgevingsdiensten en provincie Gelderland

We gaan een samenwerkingsvorm met de regio’s opzetten, waarbij we zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande netwerken (regioplannen, regiodeals). Zo willen we zorgen dat het circulaire beleid en de instrumenten goed op elkaar aansluiten. Ook bekijken we hoe we de ambities regionaal kunnen uitvoeren en realiseren. Hierbij maken we gebruik van kansen die de regioarrangementen en de op te stellen regioprogramma’s en gebiedsprogramma’s bieden. Zo gebruiken we het bestuurlijke systeem in de regio’s om circulaire economie een vast onderdeel van de integrale opgaven te maken die ruimte nodig hebben of moeten houden. We willen bestaande wethoudersnetwerken of de Gelderland Academie inzetten om kennis tussen gemeenten te delen en elkaar te inspireren. Ondernemers hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan overleg tussen bedrijven, omgevingsdiensten en bevoegd gezag om ervaringen in innovatie- ontwikkeling en juridische mogelijkheden uit te wisselen en lessen te trekken.

5.4 Uitwisseling en samenwerking met andere provincies en het Rijk

We werken op de onderwerpen circulaire economie, VTH, duurzame GWW en inkoop samen met andere provincies binnen IPO-verband. Met andere provincies en in IPO verband voeren we lobby uit om de belemmeringen voor de overgang naar een circulaire economie onder de aandacht te brengen. We werken samen met het Rijk en de Europese Unie om gebruik te maken van nationale en Europese subsidies voor Gelderse projecten die passen bij de thema’s van deze uitvoerings- agenda.

Wat hebben we in 2027 bereikt?

Hier de lijstaanhef

  • 1.

    In minimaal drie Gelderse regio’s zijn gemeenten begonnen met circulair opdrachtgeverschap in de GWW.

  • 2.

    Er zijn minimaal 4 regionale multi-helixnetwerken of circulaire labs actief op het gebied van bewustwording, kennisdeling en het stimuleren van circulaire activiteiten.

  • 3.

    25% van de Gelderse gemeenten is actief op het tegengaan van voedsel- verspilling.

  • 4.

    Op Gelders en op regionaal niveau is er samenwerking en uitwisseling van kennis tussen ambtenaren en bestuurders over circulaire economie. Dit helpt hen stappen te zetten in circulariteit. Hierbij gebruiken we de kansen die gebiedsprogramma’s bieden.

  • 5.

    Provincie Gelderland neemt jaarlijks deel aan minimaal 2 nationale of Europese subsidieprojecten die passen bij de thema’s van deze uitvoeringsagenda.

5.3 Communicatie

Om het doel van ‘een circulair Gelderland in alles wat we doen’ te bereiken, is communicatie heel belangrijk. Circulariteit vraagt om verandering in gedrag, van ons als overheid, van onze samenwerkingspartners zoals gemeenten, én van onze ondernemers en inwoners. Door samen te werken en een duidelijke boodschap te gebruiken, willen we verandering in kennis, houding en gedrag bij de juiste doelgroepen bereiken.

Onze communicatie-inzet

Met onze communicatie-activiteiten willen we mensen bewustmaken van het belang en de mogelijkheden van een circulaire economie. We houden het simpel en laagdrempelig. We inspireren mensen om mee te doen door goede (Gelderse) voorbeelden te geven en te laten zien wat de voordelen zijn. We delen informatie via onze eigen kanalen, zoals onze website, de nieuwsbrief Gelderland Leeft en sociale media. We gaan op de LinkedInpagina over circulaire economie goede en inspirerende voorbeelden laten zien van circulaire bedrijven en ketens, en van hoe ondernemers leren van andere ondernemers. We ondersteunen bij het organiseren van bijeenkomsten met onze partners.

Interne samenwerking

Ook onze eigen organisatie is een doelgroep voor communicatie activiteiten. Het doel is kennis te delen en te inspireren om meer circulair te denken en te werken.

5.4 Monitoring

We willen een vinger aan de pols houden over de impact die we maken als organisatie en de ontwikkeling van de circulaire economie in Gelderland. In de vorige periode hebben we hier al veel aan gewerkt. Met de grondstoffenatlas hebben we een beeld gekregen van de belangrijkste grondstofstromen in Gelderland en hoe deze veranderen. De circulaire doelen voor de sectoren landbouw, bouw & infrastructuur, maakindustrie en afval hebben we gemeten, in zoverre de gegevens daarvoor beschikbaar waren. Om te zien hoe de circulaire economie zich ontwikkelt, zijn we in 2022 en 2023 met de 12 provincies gestart met een provinciale vertaling van de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Dit helpt ons een monitor te maken waarmee provincies op een vergelijkbare manier kunnen meten. Dit is de Provinciale Circulaire Economie Rapportage (PCER). Dit was een goede eerste stap, maar de uitkomsten waren nog niet helemaal duidelijk en gebaseerd op een aantal aannames. Het blijkt dat de monitoring (het volgen) van de circulaire economie nog in de kinderschoenen staat.

Er is nog geen landelijke methode voor het monitoren van grondstofstromen en het gebruik daarvan. Ook zijn er niet genoeg betrouwbare gegevens. Daarom gaan we deze periode verder werken aan het verbeteren van de monitoring. Dat doen we langs twee sporen:

  • 1.

    Monitoring van de status van de circulaire economie in Gelderland. Samen met de 12 provincies binnen het IPO werken we aan het verbeteren van de data voor de tweejaarlijkse PCER. Als de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER) in 2025 klaar is, verwachten we nieuwe provinciale resultaten. We blijven betrokken bij de ontwikkeling van deze gezamenlijke monitor. En we kijken hoe we de resultaten kunnen gebruiken voor de monitoring van ons Gelderse beleid.

  • 2.

    Monitoring van de inzet van provincie Gelderland. Om de voortgang en effecten deze uitvoeringsagenda te meten, hebben we een monitoringsplan opgesteld. Dit plan verfijnen we tijdens de uitvoering en passen we aan waar nodig. Dit doen we op basis van nieuwe inzichten uit landelijke onderzoeken. We willen een duidelijke en goed leesbare monitor die past bij wat wij als provincie kunnen doen. Ook kijken we naar bestaande onderzoeken om te zien of we circulaire economie daarin kunnen meenemen. Een voorbeeld hiervan is de Provinciale Werkgelegenheidsenquête (PWE).

Onze eigen monitor laat zien hoe ons beleid impact maakt, terwijl de PCER- monitor ons meer inzicht geeft in de circulaire situatie in Nederland en in de afzonderlijke provincies. Denk hierbij aan de hoeveelheid grondstoffenstromen er in Gelderland zijn en welke soorten grondstoffen we gebruiken. Beide monitoren staan niet op zichzelf, maar vullen elkaar aan.

Wat hebben we in 2027 bereikt?

  • 1.

    Een beleidsmonitor die meet wat we als provinciale organisatie doen en of we met het behalen van de doelen en resultaten beschreven in deze uitvoeringsagenda op koers liggen.

  • 2.

    Een overzicht van de soorten grondstofstromen in Gelderland.

  • 3.

    Een overzicht van de circulaire bedrijven in provincie Gelderland.

5.5 Risicoanalyse

Om onze circulaire doelen te bereiken, zijn we afhankelijk van veel externe factoren. In tabel 3 Risico’s en beheersmaatregelen staan de belangrijkste risico’s en hoe we deze proberen te beheersen met beheersmaatregelen.

 

 Risico's

 Beheersmaatregelen

 Geopolitiek

 Oorlog en internationale spanningen zetten druk op internationale productieketens. Leveringsonzekerheid en prijsschommelingen nemen toe (dit is tegelijkertijd een kans om meer in lokale kringlopen te werken).

 Circulaire innovaties en lokale kringlopen stimuleren.

 Economische ontwikkelingen

 Als de economie in een recessie belandt, leidt dit tot minder investeringen in circulaire innovaties en minder afzet.

 Nauwelijks te beheersen. We kunnen wel de markt voor circulaire innovaties stimuleren door inkoop en aanbesteding.

 Rijks- en Europees beleid

 Bestaand beleid, wet- en regelgeving wordt afgezwakt of afgeschaft, en niet aangepast om circulaire economie te stimuleren.

 Lobby bij het Rijk en de Europese Unie.

 Innovaties

 Innovaties komen niet van de grond of kunnen niet groeien door marktfalen.

 Advisering op Kennis- en Innovatieagenda’s van het Rijk. Lobby bij het Rijk en de Europese Unie voor gelijk speelveld.

 Capaciteit gemeente

 Door bezuinigingen is er te weinig uitvoeringscapaciteit op circulaire economie.

 Samen met gemeente lobby bij het Rijk voor meer middelen. Netwerken opzetten in de regio's.

 Maatschappelijk draagvlak

 Door verandering in politiek en economisch klimaat kan maatschappelijke steun voor circulaire economie verminderen.

 Goede voorbeelden delen, kennis delen met anderen zodat men ziet dat eraan kan worden verdiend.

 Uitvoering door provincie Gelderland

 Proefprojecten mislukken of acties hebben minder effect dan verwacht.

 Lerende en flexibele aanpak, bijsturen waar nodig op basis van monitoring.

5.6 Organisatie

Interne organisatie

Figuur 3 ‘Interne organisatie van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie’ laat zien dat we vanuit verschillende beleidsopgaven en inhoudelijke afdelingen deze agenda uitvoeren. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de thema’s van deze agenda ligt bij de betreffende portefeuillehouder. De coördinatie ligt bij de gedeputeerde (Circulaire) Economie. Op ambtelijk niveau zijn de thema-specifieke programmamanagers verantwoordelijk voor de realisatie.

Figuur 3. Interne organisatie van de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie

Externe organisatie

Voor thema 1 (Bedrijven en ketens) werken we aan een goed ondersteuningsnetwerk voor circulaire bedrijven (tactisch doel 1.1). Hierbij kan een regisseur helpen met de samenwerking en doorverwijzing. Voor thema 2 (Ruimte en VTH) werken we samen met omgevingsdiensten. In thema 3 en 5 (Inkoop en aanbesteding, en samenwerking met provincies, regio’s en gemeenten) werken we samen met gemeenten, provincies en het IPO. In thema 4 (Provinciaal beleid en instrumenten) werken we samen met andere beleidsvelden. We werken ook samen met het Rijk en de Europese Unie op alle belangrijke thema’s.

5.7 Middelen

Deze Uitvoeringsagenda Circulaire Economie is onderdeel van het Gelders programma Economie. Voor een circulair Gelderland in alles wat we doen is de inzet van de hele provinciale organisatie nodig. In tabel 4: Vanuit provinciale ambities werken aan de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie staat vanuit welke ambities wordt gewerkt aan welke thema’s van deze Uitvoeringsagenda.

Tabel 4. Vanuit provinciale ambities werken aan de Uitvoeringsagenda Circulaire Economie
 

 1 Bedrijven en ketens

2 Ruimte en VTH 

3 Inkoop en aanbesteding 

4 Beleid en instrumenten 

  5 Andere overheden 

 1 Bestuur en weerbaarheid (BBL&S)

 X

 
 
 

 X

 2 Vitaal platteland (inclusief Agrifood)

 X

 
 

 X

 

 3 Cultuur en maatschappij

 
 
 

 X

 

 4 Regionale Economie

 X

 X

 
 
 

 5 Team circulaire economie met thuisbasis Regionale Economie

 X

 X

 X

 X

 X

 6 Verkeer en Vervoer

 
 

 X

 

 X

 7 Ruimte en Wonen (inclusief leefbaarheid)

 

 X

 

 X

 X

 8 Milieu en Energie (inclusief leefomgeving)

 

 X

 

 X

 

 9 Mens en Middelen (code groen)

 
 

 X

 X

 

De activiteiten van deze Uitvoeringsagenda worden gefinancierd vanuit de budgetten van de verschillende beleidsprogramma’s. We werken intoenemende mate vanuit alle portefeuilles aan de transitie naar een circulaire economie. Voor het verder aanmoedigen en in gang zetten van circulariteit, ook in andere beleidsvelden, gebruiken we de specifiek geoormerkte middelen voor circulaire economie. Dit is € 3,5 miljoen voor de komende drie jaar. Dit is substantieel lager dan in de vorige periode.

Deze middelen zetten we in voor:

  • Advisering, samenwerken en het vergroten van kennis over de circulaire transitiekennis binnen de organisatie.

  • Tijdelijk ondersteunen van activiteiten die nog niet door andere programma’s en afdelingen kunnen worden gedaan of gefinancierd.

  • Stimuleren van betere coördinatie en samenwerking in en tussen regio’s op het gebied van circulaire economie.

Hoofdstuk 6 Uitvoeringsagenda Innovatie & Internationalisering 2024-2027

Voorwoord

Iedere keer als ik op het campusterrein in Wageningen sta, zie ik wat 20 jaar consequent investeren in een topsector kan opleveren. Voor mij liggende indrukwekkende gebouwen waar jaarlijks duizenden studenten hun agrofood- opleiding volgen. Links zie ik de grote R&D-faciliteiten van bedrijven zoals Unilever en Friesland Campina, rechts daarvan zie ik de gebouwen Plus Ultra 1, 2 en 3 al in de steigers waar startende ondernemers bezig zijn met de smaken en het voedsel van morgen. En dat allemaal op een terrein waar 25 jaar geleden de wind vrij spel had.

En nu we toch terugkijken... wist u dat de Nederlandse halfgeleider (semicon/ chip)industrie 70 jaar geleden in Nijmegen begonnen is? Daar staat nu nog steeds één van de grootste chipfabrieken van Europa. En dat geeft ons een groot voordeel in een wereld die zich steeds meer richt op strategische autonomie. Gelderland heeft vier kennisclusters waar we goed in zijn. Naast voeding en Hightech (semicon) zijn dat energie en gezondheid stuk voor stuk sectoren die kansen bieden. Door samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen ontstaan daar niet alleen de nieuwe producten en diensten van morgen, maar werken zij ook aan grote maatschappelijke opgaven en het verdienvermogen van Gelderland.

Zo gaat het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie met en voor ondernemers aan de slag met netcongestie. En met Chiptech Gelderland zorgen we ervoor dat onze semicon-industrie ook in de komende 70 jaar nog een grote bijdrage levert aan ons verdienvermogen. En dat is belangrijk omdat we op deze manier onze huidige brede welvaart ook in de toekomst zullen behouden.

Ik hoop dan ook dat u met mij onze vier kennisclusters verder zult verstevigen. Door zelf te innoveren of juist de innovaties toe te passen en te bouwen aan het ecosysteem. Want één ding weet ik zeker: de ontwikkeling van de campussen in Wageningen, Nijmegen en Arnhem en de innovaties die hier ontwikkeld worden, hebben ons geen windeieren gelegd. 

Helga Witjes

Gedeputeerde Economie

Samenvatting

Met deze uitvoeringsagenda zetten we in op het versterken van het vestigings- klimaat van de Gelderse sterke clusters van bedrijven en kennisinstellingen op het gebied van voeding (Foodvalley), energie (Arnhem), hightech/semicon (Nijmegen/Arnhem) en gezondheid (Nijmegen). Dit doen we vanuit verschillende aanpakken en maatregelen, die in deze uitvoeringsagenda zijn uitgewerkt.

Actie 1: (§ 2.1) Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters door:

  • (Financiële) ondersteuning van clusterorganisaties;

  • Gezamenlijke innovatiestrategie bepalen;

  • Samenwerking binnen de halfgeleiderindustrie faciliteren.

Actie 2: (§ 2.2) Stimuleren groei van de kennisintensieve clusters door:

  • Ondersteunen van vestiging aansprekende kennisinstituten en innovatieprogramma’s;

  • Bieden van voldoende passende werklocaties en ruimte;

  • Aantrekken van nieuwe bedrijven en uitbreiden van bestaande vestigingen.

Actie 3: (§ 2.3) Ontwikkelen van een toegankelijke innovatie- infrastructuur door:

  • Investeren in (locaties voor) gedeelde hoogwaardige onderzoeks-, test- en pilotfaciliteiten in Gelderland om te innoveren;

  • Makkelijke toegang te geven tot gedeelde faciliteiten voor mkb-bedrijven en startups.

Actie 4: (§ 2.4) Ondersteunen startups en scale-ups door:

  • Financiering ondersteuningsprogramma’s;

  • Venture building.

Actie 5: (§ 2.5) Vergroten toegang tot financiering door:

  • Uitvoeren Kapitaalmarktonderzoek;

  • Uitvoeren programma De Groeiversneller;

  • Startupfonds / Vroege fase financiering Gelderland;

  • Subsidiëring via MIT en EFRO;

  • Participaties en leningen via Topfonds Gelderland, Perspectieffonds en Innovatie- en Energie Fonds.

Actie 6: (§ 2.6) Internationale handelsbevordering door:

  • Opstellen acquisitiestrategie;

  • Uitvoering Go4Export;

  • Deelnemen European Enterprise Network.

Een sterke, toekomstbestendige economie is een belangrijke pijler onder de brede welvaart voor Gelderlanders; het hebben van werk is belangrijk voor veel mensen. In Gelderland zitten een aantal sterke, innovatieve clusters van bedrijven en kennisinstituten die (inter)nationaal tot de top behoren. Zij vormen een groot deel van het verdienvermogen van de Gelderse economie voor nu en later. In de clusters rond voeding, energie, hightech, maakindustrie en gezondheid zit ook onze innovatiekracht. We moeten ook op lange termijn concurrerend blijven ten opzichte van andere regio’s, zorgen voor zinvol werk voor iedereen en investeren in een transitie naar duurzame energie en een circulaire economie.

Onze bijdrage

Met deze uitvoeringsagenda neemt provincie Gelderland een stimulerende en faciliterende (ondersteunende) rol in. Wij maken bedrijven sterker door de economische (kennis)clusters waarin provincie Gelderland (inter)nationaal al sterk is, te behouden en te laten groeien. Daarnaast helpen wij kleine en middelgrote bedrijven (mkb) om innovaties in deze sectoren succesvol op de (inter)nationale markt te krijgen. Wij werken daarbij samen met regionale, provinciale en (inter)nationale partners.

Focus op vergroten maatschappelijke impact

De innovaties in deze clusters dragen bij aan oplossingen voor de maatschappelijk opgaven, waar we voor staan, zoals een duurzame energievoorziening, voedsel- zekerheid, gezondheid en digitalisering. In samenspraak met onze uitvoerende partners in deze clusters geven wij binnen de beschikbare middelen en capaciteit richting en sturing aan de activiteiten om tot een zo groot mogelijk effect en impact te komen op de maatschappelijke vraagstukken en lobbyen wij bij Rijk en Europa voor ondersteuning van onze ambities om de Gelderse economie tot de Europese top te laten blijven.

De Gelderse Regionale Innovatiestrategie

Als wij de innovaties aanjagen, zijn deze bedrijven en de bedrijven in die keten, beter voorbereid op de toekomst. Innovatie versterkt hun concurrentiepositie en daarmee onze regionale economie. Onze aanpak sluit aan bij de Regionale Innovatiestrategie Oost Nederland (RIS) en een aantal landelijke Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA) voor verschillende sectoren. Wij richten ons binnen de thema’s specifiek op een aantal missies die voor de Gelderse ambities relevant zijn en waar Gelderse innovatieclusters sterk in zijn. In bijlage 3 is de vertaling van de nationale innovatiestrategie naar de Gelderse agenda opgenomen. Deze zal voor de inzet op de clusters leidend zijn.

Samen leidt dit tot een toekomstbestendige, concurrerende economie die bijdraagt aan de oplossing van de maatschappelijke opgaven van deze tijd. En een vestigingsklimaat binnen onze sterke clusters waar bedrijven uit het cluster zich absoluut willen vestigen.

Deze uitvoeringsagenda is onderdeel van het beleidskader en het Gelders programma ‘Ruimte voor Economie’.

6.1 Inleiding

Op 13 november 2024 is het Beleidskader en Gelders programma Economie ‘Ruimte voor Economie’ vastgesteld. Hierin staat hoe we werken en wat we willen bereiken. Het Gelders programma Economie heeft 3 doelen die we over meerdere jaren willen bereiken. Die doelen bestaan uit 7 tactische doelen:

1 Verstevigen van de concurrentiepositie van Gelderse ondernemers.

  • Tactische doel 1: Versterken van de kennisintensieve clusters

  • Tactische doel 2: Versterken van het Gelders ondernemersklimaat & mkb

2 Het fysieke vestigingsklimaat en de werklocaties voor Gelderse bedrijven zijn versterkt (zowel kwalitatief als kwantitatief).

  • Tactische doel 3: Zorgen voor passend aanbod van werklocaties

  • Tactische doel 4: Toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen

3 Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst.

  • Tactische doel 5: Stimuleren samenwerking bij human capital agenda

  • Tactische doel 6: Vergroten arbeidsparticipatie

  • Tactische doel 7: Aanmoedigen van leven lang ontwikkelen

Gelders programma Economie (Provincie Gelderland, 2024)
afbeelding binnen de regeling

De tactische doelen zijn uitgewerkt in verschillende uitvoeringsagenda’s voor de periode 2024-2027. In deze uitvoeringsagenda staat wat wij gaan doen om de kennisintensieve clusters sterker te maken (tactisch doel 1). Deze bestaat uit 6 acties met daaronder verschillende maatregelen, waar wij op in zetten:

Actie 1: Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters

  • Maatregel 1: (Financiële) ondersteuning van clusterorganisaties

  • Maatregel 2: Gezamenlijke innovatiestrategie bepalen

  • Maatregel 3: Samenwerking binnen de halfgeleiderindustrie faciliteren

Actie 2: Stimuleren van innovatieprogramma’s en groei van bedrijven:

  • Maatregel 1: Het ondersteunen van de vestiging van aansprekende kennisinstituten en starten van innovatieprogramma’s

  • Maatregel 2: Bieden van voldoende passende werklocaties en ruimte

  • Maatregel 3: Aantrekken van nieuwe bedrijven en uitbreiden van bestaande vestigingen

Actie 3: Ontwikkelen van een toegankelijke fysiek innovatie-infrastructuur

  • Maatregel 1: Investeringen in (locaties voor) gedeelde hoogwaardige onderzoeks-, test- en pilotfaciliteiten in Gelderland om te innoveren

  • Maatregel 2: Makkelijke toegang tot gedeelde faciliteiten voor mkb-bedrijven en startups

Actie 4: Ondersteunen startups en scale-ups met speciale programma’s

  • Maatregel 1: Financiering ondersteuningsprogramma’s

  • Maatregel 2: Venture Building

Actie 5: Vergroten toegang tot financiering innovatieve bedrijven en startups

  • Maatregel 1: Uitvoeren van kapitaalmarkt onderzoek (analyse vraag en aanbod van kapitaal in Oost-Nederland)

  • Maatregel 2: Uitvoeren programma De Groeiversneller

  • Maatregel 3: Startupfonds Gelderland/Vroegefasefinanciering Gelderland

  • Maatregel 4: subsidiëring via cofinanciering van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Europese regelingen zoals EFRO

  • Maatregel 5: Topfonds Gelderland, Perspectieffonds Gelderland en het Innovatie- en Energiefonds Gelderland

Actie 6: Internationale handelsbevordering voor Gelderland

  • Maatregel 1: Opstellen gerichte acquisitiestrategie

  • Maatregel 2: Uitvoering Go4export

  • Maatregel 3: Deelnemen European Enterprise Network

Waarom deze uitvoeringsagenda?

Een belangrijk deel van het provinciale innovatiebeleid wordt (mede) uitgevoerd door een verzameling van organisaties die zich richten op innovatiestimulering. Zij worden hiervoor (gedeeltelijk) gefinancierd door provincie Gelderland. Hierdoor kunnen zij ondernemers helpen bij innovatie, andere ondernemings- vraagstukken, maar ook bij transities. We noemen dit organiserend vermogen.

In de Herijking, ‘Keuzes voor een duurzame toekomst 2023’, is de ambitie geformuleerd het organiserend vermogen te willen door ontwikkelen. En dan met name hoe we het organiserend vermogen efficiënter en effectiever kunnen zetten voor de realisatie van onze doelen. Zowel op het gebied van beleid als in de uitvoering.

Met deze uitvoeringsagenda willen we meer sturen op de samenwerking tussen de verschillende organisaties. Aan de hand van de acties in deze agenda kunnen we meer sturen op de effecten en resultaten van het organiserend vermogen. Ook kunnen we dit beter monitoren. Hierdoor krijgen we meer zicht op de efficiëntie en effectiviteit van het organiserend vermogen.

Op welke kennisintensieve clusters richten wij ons?

We behouden onze focus bij innovatie op de kennisintensieve clusters; voedsel (food) met het kennishart in Wageningen en Ede, energie (energy) vooral in Arnhem en omgeving, de maakindustrie (met name hightech/ semiconductor- cluster) in Nijmegen en omgeving; binnen het cluster gezondheid (health) met Nijmegen als belangrijkste centrum richten we ons voornamelijk op de technologische innovatie in de gezondheidszorg.

In deze clusters zijn bedrijven, startups, onderzoekers, onderwijsinstellingen, financiers, leveranciers, vaak ook gebruikers en klanten samen actief bezig met vernieuwing en innovaties. Wij stimuleren de onderlinge samenwerking. Elk kenniscluster heeft een andere startpositie. Hun huidige en toekomstige concurrentiepositie, manier van innoveren en maatschappelijke uitdagingen zijn verschillend. Daarom stemmen we onze activiteiten af op wat een cluster nodig heeft.

De komende jaren gaan we ook kijken naar meer clustering binnen de clusters, naar het voorbeeld van Foodvalley en Connectr, en transparantie in én tussen de organisaties. Dit doen we door een sterk opdrachtgeverschap te vervullen, evaluatie- en bijsturingsmomenten in te richten en ook bij andere provincies in de keuken te kijken.

De clusterorganisaties werken nauw samen met het, mede door provincie Gelderland gefinancierde, Regionaal Centrum voor Technologie (RCT) Gelderland en Oost NL.

Verbeteren randvoorwaarden clusterontwikkeling en innovatie

Voor deze vier clusters zetten wij in op het verbeteren van de randvoorwaarden, om ook op lange termijn succesvol te kunnen blijven:

  • We versterken de samenwerking binnen de clusters, bieden ondersteuning aan bedrijven en ondernemers, zorgen voor meer en betere kennisdeling en zorgen voor voldoende en passende ruimte voor innovatieve bedrijven. Zo kunnen ze groeien in verschillende stadia van hun ontwikkeling.

  • Wij stellen geld beschikbaar voor de bijbehorende innovatie-infrastructuur aan hoogwaardige onderzoeksapparatuur, pilot faciliteiten en proeftuinen, die ook mkb en startups in staat stellen om over de meest hoogwaardige faciliteiten te kunnen beschikken.

  • Wij ondersteunen innovatieve startups en scale-ups met netwerken en financiering om tot wasdom te komen en te ontwikkelen tot volwaardige bedrijven met toekomst.

  • Om de (inter)nationale aantrekkingskracht van Gelderland voor investeringen van bedrijven en Europese en de nationale overheid te vergroten, voeren we een gericht actief acquisitiebeleid. We benaderen bedrijven die passen in onze clusters en ondersteunen instituten en onderzoeksprogramma’s, zoals OnePlanet, het Chip Integration Technology Center (CITC) en het Nationaal Kennis- en innovatiecentrum Netcongestie.

Hoe voeren we deze agenda uit?

Het stimuleren van de regionale economie is een van de wettelijke taken van provincie Gelderland. We richten onze middelen en investeringen op plekken waar we als provincie de meeste toegevoegde waarde hebben. Dit doen we vanuit deze uitvoeringsagenda door partijen die de kennisintensieve clusters sterker kunnen maken, samen te brengen. We werken hierbij altijd samen met partners, zoals ondernemers, investeerders, Oost NL, netwerkorganisaties, kennis- en onderwijsinstellingen en andere overheden. Zo ontstaat een multipliereffect op onze investeringen, met meer impact op de maatschappelijke doelen.

De provincie betaalt en stimuleert projecten, brengt partijen bij elkaar en stuurt soms aan. Bij onze programma’s en activiteiten volgen we deze regels:

  • altijd aantoonbaar voorzien in de behoefte van bedrijven;

  • bijdragen aan circulaire, digitale en energietransitie;

  • korte termijn resultaat boeken en lange termijn impact;

  • werken in lijn met nationale, Europese en mondiale afspraken;

  • taken worden niet door andere overheden opgepakt;

  • werken binnen beschikbaar budget van ambtelijke inzet.

6.2 Uitvoering actie

In dit hoofdstuk lichten wij toe met welke acties en maatregelen wij invulling geven aan de uitvoering van tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters en hoe het bijdraagt aan de strategische doelen, van het beleidskader en Gelders programma Economie, en wat daarvan het beoogde effect is.

We versterken de kennisintensieve clusters met 6 acties. Aangezien onze kennisintensieve clusters zich in verschillende ontwikkelfasen bevinden, zullen niet alle acties in gelijke mate binnen de clusters plaatsvinden.

Actie 1: Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters

Waarom deze actie?

Binnen een cluster van gelijksoortige bedrijven ontstaat concurrentievoordeel en zijn bedrijven succesvoller. Bedrijven profiteren van aanwezige voorzieningen, kennis en stimuleren elkaar tot verhoogde productiviteit, innovatie en verbetering van het bedrijfsresultaat. Met sterke clusters vergroten wede aantrekkings- en innovatiekracht van de (bedrijven in de) clusters en daarmee het verdienvermogen van Gelderland in de toekomst.

Clusterorganisaties helpen bedrijven beter samen te werken, kennis te delen, toegang tot investeringen te krijgen en samen innovatieprojecten te starten. Voorbeelden van zulke organisaties zijn Oost NL, Foodvalley NL, Briskr, Connectr en Health Valley NL.

Overzicht organiserend vermogen in Gelderland
afbeelding binnen de regeling

In 2024 hebben we een evaluatie laten uitvoeren naar de doelmatigheid van het organiserend vermogen door bureau Dialogic. Uit deze evaluatie bleek dat als de samenhang tussen de organisaties verbetert, hun effect vergroot ende inhoudelijke focus verbetert.

In Nederland is steeds meer aandacht voor de hightech sector om in de wereldeconomie onze positie te behouden. In Gelderland gaat het daarbij vooral om de chipindustrie (semiconductorindustrie). Ook wordt het steeds belangrijker om oplossingen te vinden voor energieproblemen, want netcongestie zit bedrijven in de weg en ruimte voor veranderingen in het energiesysteem is schaars. Dit komt ook terug in het rapport van Draghi, dat in 2024 verscheen en gaat over het versterken van het Europese concurrentievermogen. De komende jaren richten we ons daarom extra op het high tech/semiconductor- en energiecluster.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

Wij zetten in op 3 maatregelen en reserveren daarvoor € 5,7 miljoen per jaar als basisfinanciering voor het organiserend vermogen bij Foodvalley NL, Oost NL, Connectr en Health Valley.

Maatregel 1: (Financiële) ondersteuning van clusterorganisaties

We ondersteunen clusterorganisaties financieel en dragen zo bij aan het ‘organiserend vermogen’. Daarnaast zijn we partner van de verschillende clusterorganisaties en brengen we hen ook onderling met elkaar in contact. Hierbij zetten we ons bestuurlijke netwerk in, doen we onderzoek naar trends en ontwikkelingen in de clusters en zetten we subsidies in.

Dit doen we niet alleen. Bij alle clusterorganisaties dragen ook andere betrokkenen bij met kennis, geld, netwerk of in uren. Door in de jaaropdrachten per organisatie duidelijker maken wat wij aan resultaat verwachten, gaan we beter sturen op de doelen en de impact van de organisaties. De samenwerking binnen de clusters speelt een belangrijke rol bij het verder ontwikkelen en uitvoeren van de andere acties, zoals beschreven in actie 2 tot en met 6 in paragraaf 6.2.

Maatregel 2: Gezamenlijke innovatiestrategie bepalen

We maken met ons organiserend vermogen gezamenlijke strategieën voor de clusters om te bepalen hoe we innovatie nog beter in Gelderland kunnen organiseren. Hiervoor hebben we regulier bestuurlijk overleg met het organiserend vermogen om daar invulling aan te geven.

Maatregel 3: Samenwerking binnen de halfgeleiderindustrie faciliteren

We nemen voor het semiconductorcluster samen met Briskr en Oost NL het initiatief om samen met gemeente Nijmegen, The Economic Board, bedrijven en kennisinstellingen een governance in te richten voor een sterkere samenwerking, zodat we makkelijker kunnen aansluiten bij andere (buitenlandse) regio’s,die actief zijn in de halfgeleiderindustrie.

Resultaten

Het resultaat van deze inspanning is 4 sterke en goed georganiseerde cluster- organisaties op het gebied van voeding, energie, hightech/semicon en gezondheid. Hierdoor komen Gelderse regio’s hoog op Europese ranglijsten voor innovatie (zie hoofdstuk over monitoring). Het hoog scoren op innovatieranglijsten staat voor een sterke, toekomstbestendige economie die (inter)nationale aantrekkingskracht heeft wat baanzekerheid biedt voor inwoners.

Actie 2: Stimuleren van innovatie-programma's en groei van bedrijven

Waarom deze actie?

Als een cluster goed georganiseerd is, gaan bedrijven en partners vaak samen bepalen wat ze nodig hebben om te innoveren en te groeien. We versterken de (inter)nationale aantrekkingskracht van onze clusters door het ondersteunen van het behoud en de uitbouw van bestaande instituten en de vestiging van nieuwe aansprekende instituten. Nieuwe instituten en innovatieprogramma’s dragen immers bij aan de (inter)nationale aantrekkelijkheid van de clusters en trekken investeringen aan die de innovatiekracht van bedrijven vergroten.

Het opzetten en uitvoeren van (inter)nationale innovatie- en onderzoeks- programma’s gebeurt doorgaans niet vanzelf in de markt. Daarnaast is het ook belangrijk dat Gelderse bedrijven en kennisinstellingen meedoen aan dit soort programma’s in Nederland en Europa, om zo ook kennis van elders halen en handelsrelaties te versterken.

Door bedrijven en kennisinstituten te clusteren, zoals op een kenniscampus of bedrijventerrein, kunnen zij makkelijker samenwerken. Dit maakt het cluster ook zichtbaarder wat weer andere bedrijven aantrekt. Leegstaande of nieuwe bedrijfslocaties worden gevuld met nieuwe bedrijven die iets toevoegen aan het cluster, bijvoorbeeld door hun kennis, toegang tot markten en producten.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

We stimuleren de innovatie en bedrijfsgroei in verschillende clusters door het nemen van 3 maatregelen en reserveren daar € 5,4 miljoen voor in de komende 3 jaar:

Maatregel 1: Het ondersteunen van de vestiging van aansprekende kennisinstituten en starten van innovatieprogramma’s

We bieden financiële ondersteuning aan behoud en uitbouw van bestaande instituten en bij de vestiging van nieuwe instituten, zoals OnePlanet Research Center (opgericht in 2019, waarvan de huidige financiering loopt tot 1 mei 2027), het Chip Integration Technology Center (2019 waarvan de huidige financiering loopt tot 31 december 2025) en Nationaal Expertisecentrum Netcongestie.Ook de komende jaren blijven we alert op kansen voor uitbreiding of oprichting van innovatieprojecten.

Maatregel 2: Bieden van voldoende passende werklocaties en ruimte

We voeren onderzoeken uit naar uitbreidingsmogelijkheden of herstructurering van terreinen (opnieuw inrichten). Dit ter onderbouwing van de ruimtebehoeften in de Regionale Plannen Werklocaties (RPW’s), regionale investeringsagenda’s en uitbreidingsruimte voor nieuwe kennisintensieve bedrijven in verschillende stadia van hun ontwikkeling. Hierin wordt ook berekend hoeveel ruimte nodig is om de overstap naar een meer circulaire, digitale of energieneutrale economie mogelijk te maken.

Gebiedsontwikkelingen innovatieclusters

In het voedselcluster spelen gebiedsontwikkelingen in KennisAs. Het gebiedsprogramma voor de verstedelijkingsopgave tussen Ede en Wageningen, de uitbreiding van Wageningen Campus (Borne Oost) en het Food Innovation District in Ede. In het energiecluster werken wij aan de doorontwikkeling van Industriepark Kleefse Waard (IPKW), Arnhems Buiten, Innofase te Duiven en Camp Innovate van Defensie in Ede. In het high tech cluster in Nijmegen richten we ons op de doorontwikkeling van de Novio Tech Campus.

Het bestaande regionale vestigingsklimaatprogramma Kennishart Foodvalley (voedselcluster) in de periode van 2025-2027 werken we bij en voeren we uit. Ook voor het energiecluster Arnhem en omgeving (2025) en high tech cluster/Novio Tech Campus Nijmegen (2025) stellen we een regionaal vestigingsklimaat programma op en voeren we deze uit. Hiermee stimuleren we gebieds- ontwikkeling met ruimte voor innovatieve bedrijven voor onder andere het Food Innovation District Ede, KennisAs Ede-Wageningen, Wageningen Campus, Novio Tech Campus Nijmegen, Robolab, IPKW Arnhem en Arnhems Buiten.

Als aanvulling investeren we via revolverende fondsen in herstructurering en nieuwbouw. Dit zijn investeringsfondsen waaruit geld wordt uitgeleend en terugbetaald, zodat het opnieuw kan worden gebruikt. Voorbeelden zijnde Ontwikkeling Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) of het Perspectief Fonds Gelderland.

Maatregel 3: Aantrekken van nieuwe bedrijven en uitbreiden van bestaande vestigingen

Onze derde maatregel, om groei van de clusters te bereiken, is het aantrekken van nationale en internationale bedrijven. Via onze boekjaarsubsidie aan Oost NL voert deze organisatie de acquisitieactiviteiten voor ons uit. Samen met Oost NL stellen we een acquisitiestrategie op voor bedrijven die zich mogelijk in Gelderland willen vestigen en van toegevoegde waarde voor een cluster kunnen zijn. Oost NL stemt dit ook af met het organiserend vermogen, zoals Foodvalley, Health Valley, Connectr enzovoort.

We nodigen deze bedrijven uit om Gelderland te bezoeken, onze locaties te bekijken en kennis te maken met andere spelers in het ecosysteem. Het doel is ze hier te laten vestigen. Dit zijn activiteiten die we ook ondersteunen via de andere tactische doelen.

Resultaten

Met het uitvoeren van deze 3 maatregelen versterken we de (inter)nationale aantrekkingskracht van onze sterke clusters. Door de uitvoering van de acquisitiestrategieën (plan om nieuwe bedrijven aan te trekken) voorde 4 kennisintensieve clusters, vestigen zich of breiden zich, jaarlijks ongeveer 30 bedrijven uit in Oost-Nederland. Dit zorgt voor ongeveer 400 extra banen en € 100 miljoen aan bedrijfsinvesteringen. Met deze activiteiten maken we ons innovatie-ecosysteem nog robuuster. Het draagt bij aan de algehele ontwikkeling van een regio en de welvaart van haar inwoners. Denk bijvoorbeeld aan betere voorzieningen en een socialer en cultureler leven.

Actie 3: Ontwikkelingen van een toegankelijke fysiek innovatie-infrastructuur

Waarom deze actie?

Goed toegankelijke innovatiefaciliteiten vergroten de innovatiekracht van met name (startende) kennisintensieve bedrijven en zorgen ook voor versnelling van innovaties, omdat de apparatuur al beschikbaar is en de kosten gedeeld worden. Vooral kleine en startende innovatieve bedrijven hebben vaak (nog) niet het geld om zelf in dure onderzoeksapparatuur te investeren. Een goede innovatie- infrastructuur helpt hen om toch gebruik te maken van hoogwaardige onderzoeksapparatuur. De faciliteiten hebben ook een aantrekkende werking op grote en kleine bedrijven, die op hun beurt het cluster weer aantrekkelijker maken voor bedrijven om zich juist in Gelderland te vestigen.

We willen binnen alle 4 de clusters zorgen voor een goed toegankelijke fysieke infrastructuur voor innovaties waar bedrijven makkelijk gebruik van kunnen maken. Het delen van kennis en samenwerking zijn belangrijk voor veel innovaties. Dit is zo binnen een cluster, maar steeds vaker ook in combinaties van verschillende technologieën (crossovers). Het is belangrijk, dat dat plaatsvindt. Samenwerking staat of valt bij het vertrouwen dat partijen in elkaar hebben. Als provincie dragen wij met netwerkevents, matchmaking en kennissessies die door ons organiserend vermogen worden georganiseerd daaraan bij.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

Door het inzetten van Europese middelen en subsidies en lobbyen in Nederland en Europa voor meer geld voor passende stimuleringsprogramma’s, zorgen we samen met onze bedrijven, partners en het Rijk voor een toegankelijke fysiek innovatie-infrastructuur.

We zetten in op onderstaande maatregelen, maar hebben daar vooralsnog nog geen middelen voor gereserveerd. Waar mogelijk kunnen hier EFRO-subsidies op ingezet worden en kan het Perspectief Fonds Gelderland ook investeren.

Maatregel 1: investeringen in (locaties voor) gedeelde hoogwaardige onderzoeks-, test- en pilotfaciliteiten in Gelderland om te innoveren

1a Organiserend vermogen

Zoals al staat bij actie 1, maatregel 1, blijven we investeren in de organisatiekosten die nodig is voor het delen van hoogwaardige onderzoeks-, test- en pilotfaciliteiten in Gelderland: Shared Research Facilities, (SRF). Wij stimuleren ons organiserend vermogen te werken aan het ontstaan en (beter) gebruik van de beschikbare locaties.

1b Gedeelde onderzoeksfaciliteiten

Wij onderzoeken of het bestaande fonds voor gedeelde onderzoeksapparatuur in Wageningen kunnen continueren en of we bij de andere clusters zoiets kunnen opzetten. Wij helpen partijen die hierin willen investeren en ondersteunen hen bij het opzetten van een bedrijfsplan. Hiermee hopen we per jaar 4-5 faciliteiten te realiseren met gemiddeld 50 gebruikers per jaar.

De hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten zijn ook ontmoetingsplekken. Als provincie moedigen we via onze subsidie aan dat clusters de organisaties achter deze testfaciliteiten ook sterke netwerken opbouwen en bedrijven stimuleren tot samenwerking met gebruik van elkaars expertise. Daarom stimuleren we onder andere via onze clusterorganisaties dat ondernemers en onderzoekers kennis met elkaar delen. Een locatiemanager kan netwerkevents, expertmeetings en digitale platforms maken en zo het netwerk vergroten.

Bij het opzetten van deze faciliteiten kijken we of geld van het Rijk of Europa (zoals Regio Deals of EFRO) kan worden gebruikt. Samen met onze cluster- organisaties zetten we ons hiervoor in. Elk jaar maken tientallen startups en gevestigde bedrijven hiervan gebruik.

1c Pilotfaciliteiten

Naast hoogwaardige onderzoeksapparatuur willen we ook investeren in open toegankelijke plekken waar bedrijven hun nieuwe producten kunnen testen, valideren en laten maken in een later stadium van de ontwikkeling. De zogenaamde pilotfaciliteiten. Dit is vooral handig voor startende bedrijven die zelf nog niet genoeg geld hebben en de plek nu kunnen huren.

1d Proeftuinen

Proeftuinen of fieldlabs zijn een bijzondere vorm van pilotfaciliteiten, waar bedrijven nieuwe producten of diensten in een praktijksituatie kunnen testen. Ze krijgen feedback van (eind)gebruikers, zodat ze problemen in een vroeg stadium kunnen oplossen. Dit verlaagt het risico en vergroot de kans dat het product of de dienst slaagt in de markt.

Met EFRO en het Perspectief Fonds Gelderland ondersteunen we partijen bij het opzetten van nieuwe proeftuinen die voor het voedsel-, energie-, hightech- en gezondheidscluster van belang zijn. Voor alle clusters in Gelderland gaat het om 1 à 2 proeftuinen in totaal met minimaal 20 gebruikers per jaar in de periode van 2024-2027.

In Gelderland zijn er al proeftuinen voor verschillende sectoren. Voor de fruitteelt zijn er bijvoorbeeld Proeftuin Randwijk en Fruit Tech Campus. Voor melkvee- houderij is er De Marke, voor de zorg Thermion, en voor digitalisering Civon, het Energy Demofield en ELSA-labs. Ook hier ontstaan samenwerkingen en wordt kennis gedeeld, wat zorgt voor een snellere en succesvollere introductie van innovaties in de markt. Deze geslaagde, thematische proeftuinen versterken het innovatieve imago van de provincie en trekken nieuwe bedrijven aan.

Maatregel 2: Makkelijke toegang tot gedeelde faciliteiten voor mkb-bedrijven en startups

Met door ons gefinancierde regelingen zoals de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en De Groeiversneller, stimuleren en verlagen we de drempel voor het gebruik van de aanwezige gedeelde faciliteiten voor mkb-bedrijven en startups. We maken het zo vooral voor startups makkelijker en betaalbaarder om gebruik van te maken van Shared Research Facilities, zoals clean rooms voor de hightechindustrie en MRI-apparatuur (Magnetic Resonance Imaging) voor gedragsonderzoek en industriële pilotfaciliteiten, zoals het Sustainable Protein Innovation and Test Centre (SPRINT) voor testen en opschalen van extractie van plantaardige eiwitten uit gewassen en reststromen. Met deze maatregel willen we voor alle clusters in Gelderland samen minimaal 30 verstrekte subsidies of vouchers per jaar voor toegang tot pilotfaciliteiten in de periode 2024-2027 faciliteren. Ook hopen we hiermee het investeringsrisico voor investeringen in faciliteiten te verlagen.

Resultaat

Startende ondernemers en kleinere mkb-bedrijven kunnen letterlijk terecht bij pilotfaciliteiten, shared research facilities, testcentra of proeftuinen. Hier staan testmaterialen, machines en meetapparatuur in een veilige omgeving. Hier kunnen zij een prototype (dummy) bouwen, hun ideeën testen of verder ontwikkelen. Deze plekken kunnen openbaar, privaat of een combinatie van beide zijn. De aanwezigheid van deze faciliteiten maakt het aantrekkelijk voor bedrijven om zich hier in Gelderland te vestigen. Dat leidt tot meer werkgelegenheid.

Actie 4: Ondersteunen startups en scale-ups met speciale programma's

Waarom deze actie?

Startups richten zich op nieuwe, soms baanbrekende oplossingen voor maatschappelijke opgaven. Bij succesvolle opschaling dragen zij bij aan het verdienvermogen en de werkgelegenheid van Gelderland in de toekomst. Hun aanwezigheid versterkt ook de aantrekkingskracht van het cluster voor grotere bedrijven, die de creativiteit en snelheid waarderen. Veel grote bedrijven zijn dan ook partner van startupprogramma’s en stellen hun netwerken en faciliteiten beschikbaar.

Startende bedrijven zijn daarmee belangrijk voor innovaties en toekomstige economische groei. Een hoog kennisintensief nieuw bedrijf starten is echter niet makkelijk. Geld beschikbaar krijgen, kennis vergaren wet- en regelgeving, personeel vinden, leveranciers selecteren, het zijn allemaal zaken waar startende ondernemers mee moeten leren omgaan.

Startup-programma’s bieden startende bedrijven (toegang tot) kennis, geld en netwerken. Hiermee kunnen ze sneller en met meer succes de opstartfase doorlopen. Denk bijvoorbeeld aan het verbinden van ondernemers met investeerders, subsidies en financiering, potentiële klanten in binnen- en buitenland, kennisinstellingen of investor readyness programma’s (programma’s om bedrijven klaar te maken voor investeringen). Deze programma’s sluiten ook direct aan op maatregel 2 van actie 3 waarin wij beschreven hoe we bedrijven toegang geven tot fysieke test- en experimenteerruimtes.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

We ondersteunen de ontwikkeling van startups en scale-ups met 2 maatregelen en reserveren daar € 4,7 miljoen voor in de komende 3 jaar:

Maatregel 1: Financiering ondersteuningsprogramma’s

Wij verstrekken subsidies voor startup ondersteuningsprogramma’s van onze partners, zoals Orion, Generation-E, Startup Nation, Mercator Launch, StartLife, Fastlane en Briskr. Deze programma’s helpen startups en scale-ups, die passen bij de regio, succesvol te ondernemen en te groeien. Daarnaast maken we gebruik van landelijke programma’s en fondsen, zoals Techleap en Invest NL om onze inzet te vermeerderen. We hebben als provincie de ambitie om in Gelderland minimaal 100 startende bedrijven per jaar te helpen en hun kans om langer dan vijf jaar te blijven bestaan te laten stijgen van 30% naar 50%.

Maatregel 2: Venture Building

De komende jaren richten we ons extra op Venture building en het daadwerkelijk naar de markt brengen van innovaties. Venture building houdt in dat we veelbelovende onderzoeken en innovaties bij universiteiten en grote bedrijven actief oppakken met het doel hier nieuwe bedrijven mee te starten. We willen minimaal één venture building programma opzetten, bijvoorbeeld voor het voedselcluster, met 3-5 projecten.

Resultaat

Startups zijn aantrekkelijk voor gevestigde bedrijven, maar hebben ook aantrekkingskracht op jonge, dynamische mensen. Jonge ondernemers zetten met hun vernieuwde inzichten een gebied in de spotlights, iets wat de lokale economie versterkt. Ze hebben vaak een groter sociaal leven en zoeken elkaar op in horecagelegenheden en culturele evenementen.

Actie 5: Vergroten toegang tot financiering innovatieve bedrijven en startups

Waarom deze actie?

(Toegang tot) financiering is een belangrijke randvoorwaarde voor het versterken van de innovatiekracht en de groei van bedrijven. Dit zorgt ervoor dat het verdienvermogen toeneemt. Er zijn verschillende financieringsinstrumenten.De kapitaalmarkt (de beschikbaarheid van investeringen) schiet soms tekort voor deze innovatieve bedrijven. Met overheidsfinanciering kunnen bedrijven hun innovaties toch sneller opschalen, winst maken en bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan. Dit noemen we missie gedreven innovatie. De kaders hiervoor liggen in de landelijke kennis- en innovatie agenda’s (KIA’s). Jaarlijks bereiken we hiermee duizenden ondernemingen waarvan enkele honderden ook gebruik maken van de subsidiemogelijkheden. Dit gaat eigenlijk altijd in combinatie met private financiering van een bedrijf.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

In het belang van de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven in de toekomst werken provincie, het Rijk en Europa samen met elkaar om innovatieve bedrijven en startups in verschillende fases van hun ontwikkeling te helpen met een subsidie of een lening, daar waar de markt dit niet doet. Voor alle financieringen zorgen wij dat Gelderland goed is aangesloten bij nationale en Europese investeringsfondsen, zoals Invest NL, de Europese Investeringsbank EIB ende European Innovation Council (EIC). We werken ook samen met private investeerders en sectorspecifieke investeringsfondsen, zoals Shift Invest, Innovation Industries en het Pymwymic’s Healthy Food Systems Impact Fund.Oost NL, Health Valley, Foodvalley NL, Connectr en Briskr krijgen van ons de opdracht innovatieve bedrijven te begeleiden en te helpen bij het vinden van subsidies, fondsen, financiers en investeerders.

Instrumenten in het organiserend vermogen van Gelderland
afbeelding binnen de regeling

We reserveren daar € 12,4 miljoen voor in de komende 3 jaar en zetten in op onderstaande maatregelen.

Maatregel 1: Uitvoeren van kapitaalmarkt onderzoek (analyse vraag en aanbod van kapitaal in Oost-Nederland)

Samen met provincie Overijssel doen we eens in de 4 jaar een kapitaalmarkt- onderzoek voor het bedrijfsleven in Oost-Nederland. In 2020 is dit onderzoek voor het laatst uitgevoerd. Hieruit bleek dat er in de startupfase (voor bedrijven jonger dan 5 jaar) een groot tekort is aan kapitaal, vooral als het gaat om innovatie. Eind 2024 is het onderzoek opnieuw uitgevoerd.

De uitkomsten gebruiken we voor het inrichten van het financieringslandschap in Gelderland. Hierin is al een aantal van onze financieringsinstrumenten opgenomen, zoals de Mkb-innovatieregeling met het Rijk, het Vroege Fase Fonds Gelderland, het Startup Fonds Gelderland, het EFRO-programma en het Topfonds Gelderland.

Maatregel 2: Uitvoeren programma De Groeiversneller

Dit programma wordt vanuit de provincie Gelderland gefinancierd en ondersteunt groeiende mkb-ondernemers in Gelderland. Het programma De Groeiversneller wordt, op ons verzoek, uitgevoerd door Oost NL. Samen met Gelderse partners, zoals de RCT’s, Health Valley, Foodvalley NL, Connectr en de Economic Boards. Ondernemers krijgen hulp met netwerken, kennis en financiering, doordat zij met een voucher onafhankelijk advies of expertise kunnen inhuren. Met deze voucher betaalt de provincie maximaal € 10.000 van de kosten. De ondernemer betaalt 50% van de gemaakte kosten zelf. We hebben de ambitie dat 200 bedrijven per jaar gebruik maken van De Groeiversneller waarvan 120 met een voucher.

Maatregel 3: Startup Fonds Gelderland / Vroege fase financiering Gelderland

Door de inzet van financiële middelen van provincie Gelderland kunnen:

  • Startups die zich in het vroegste stadium bevinden via het Startup Fonds Gelderland (SFG) een achtergestelde lening aanvragen van € 30.000 tot€ 100.000. Omdat deze fase wordt gekenmerkt doordat er gewoonlijk nog geen product, personeel of klanten zijn en er zo veel onzekerheden zijn, is het lastig om een investeerder te vinden.

  • Starters en mkb-ondernemingen met een lening uit de Vroege fase financiering (VFF) onderzoeken of hun idee een kans van slagen heeft op de markt. De VFF moet ervoor zorgen dat een idee van de planfase in de startfase komt. VFF geeft innovatieve starters de mogelijkheid om hun technologie en kansen op de markt te testen. Hierdoor worden ze aantrekkelijker voor vervolgfinanciers en kunnen ze op die manier verder groeien. We hebben de ambitie om ongeveer 15 Vroege Fase-projecten per jaar in de periode 2024-2027 te financieren.

Binnen beide financieringsmogelijkheden wordt een koppeling met ondersteuningsprogramma’s zoals Orion, StartLife en Briskr gemaakt. Deze programma’s bieden slimme begeleiding vóór en na het verstrekken van een lening.

Maatregel 4: subsidiëring via cofinanciering van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Europese regelingen zoals EFRO

De Mkb-Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) is een bewezen formule van het Rijk samen met provincies. Innovatieve bedrijven kunnen maximaal €20.000 subsidie krijgen uit deze regeling voor haalbaarheidsstudies en marktonderzoek, wanneer zij zelf hetzelfde bedrag investeren. Voor samenwerkingsprojecten gericht op onderzoek en ontwikkeling (R&D) tussen minimaal 2 mkb-bedrijven, is een subsidie beschikbaar van € 50.000 tot€ 200.000 per project. Zo benutten we maximaal de beschikbare Rijks- en Europese middelen. We hebben de ambitie om 125 bedrijven per jaar te ondersteunen vanuit de MIT-regeling.

Met Operationeel Programma Oost (OP Oost) kunnen bedrijven EFRO-subsidie krijgen voor grotere R&D-samenwerkingsprojecten en demonstratieprojecten. Zo maken we optimaal gebruik van de beschikbare middelen van het Rijk en Europa. Het huidige programma loopt tot en met 2027. Vanaf 2025 gaan wij als Provincie samen met OP Oost een nieuw programmaprofiel schrijven. Via het Interreg-programma stimuleren wij de samenwerking van Gelderse bedrijven met Duitse bedrijven. We hebben de ambitie om 15 initiatieven per jaar via EFRO financieel te ondersteunen.

Maatregel 5: Topfonds Gelderland, Perspectieffonds Gelderland en het Innovatie- en Energiefonds Gelderland

We verstrekken leningen en investeren in innovatieve bedrijven via Topfonds Gelderland, Perspectieffonds Gelderland (PFG) en het Innovatie en Energiefonds Gelderland (IEG). Deze fondsen bestaan sinds 2012 (PFG vanaf 2021) en worden beheerd door Oost NL. Topfonds Gelderland heeft een totaal vermogen van € 47,9 miljoen bedoeld voor investeringen in andere fondsen (‘fonds-in-fonds’) die op hun beurt investeren in bedrijven. IEG heeft € 45,75 miljoen beschikbaar voor directe investeringen in innovatieve bedrijven. PFG heeft een fondsvermogen van € 200 miljoen. We hebben de ambitie om via Topfonds Gelderland en IEG gemiddeld 5 businesscases per jaar te financieren.

Resultaten

Door de inzet van deze maatregelen is het voor innovatieve bedrijven en startups makkelijker om aan kapitaal te komen om te kunnen groeien. Hierdoor worden ze minder kwetsbaar en hebben ze een grotere kans van slagen om uit te groeien tot een volwaardig bedrijf, die bijdraagt aan onze maatschappelijke doelen en werkgelegenheid biedt. Ook ontstaat er een grotere verscheidenheid van bedrijven. Dat draagt bij aan een goed innovatie-klimaat omdat verschillende type bedrijven meer van elkaar kunnen leren dan bedrijven die vergelijkbare werkzaamheden hebben.

Actie 6: Internationale handelsbevordering voor Gelderland

Waarom deze actie?

De Nederlandse markt is te klein voor veel innovatieve producten en diensten. Daarbij komt dat bedrijven, die internationaal actief zijn, vaak sterker, stabieler en minder afhankelijk van de lokale markt zijn. Handelsbevordering draagt dus bij aan de groei van het verdienvermogen en daarmee aan het investerings- vermogen in innovaties van bedrijven.

Maatregelen: Wat gaan we doen?

Via Oost NL International helpen we bedrijven of een bedrijvencluster op verschillende manieren om zaken te doen over de grens. We hebben daar de komende 3 jaar € 1,6 miljoen voor gereserveerd.

Maatregel 1: Opstellen gerichte acquisitiestrategie

We financieren Oost NL International om meerjarig te onderzoeken welke handelskansen er over de grens zijn voor Gelderland, en om samen met de kennisclusters hiervoor een gerichte acquisitiestrategie te ontwikkelen.Focuslanden zijn onder andere Duitsland, Engeland, Frankrijk, China, Amerika, Japan. Oost NL doet dat in nauwe samenwerking met de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA).

Maatregel 2: Uitvoering Go4export

Met dit programma krijgen ondernemers de kans hun export te vergroten, door meedoen aan handelsmissies, beursbezoeken en informatiebijeenkomsten. Het Go4Export wordt door Oost NL uitgevoerd in opdracht van ons en provincie Overijssel. Het programma richt zich vooral op kansen in Duitsland, onze belangrijkste handelspartner. We hebben de ambitie ervoor te zorgen dat er jaarlijks minimaal 200 ondernemers uit Oost-Nederland deelnemen aan handelsmissies, internationale vakbeurzen en kennissessies, waarmee zijde toegang tot internationale markten kunnen vergroten.

Maatregel 3: Deelnemen European Entreprise Network

Gelderland is ook partner in het European Entreprise Network van Europa. Binnen dit netwerk kunnen bedrijven met een eigen profiel gematcht worden aan een potentiële handelspartner in een ander land. Samen met provincie Overijssel, Foodvalley NL, Connectr, Health Valley en Briskr versterken we zo de internationale samenwerking.

Resultaten

De voordelen van handelsbevordering zijn zowel direct als indirect merkbaar voor de inwoners van Gelderland. Het leidt tot meer werkgelegenheid, hogere inkomens, meer effect van innovaties, en een verbeterde levensstandaard. Bedrijven krijgen meer mogelijkheden om te groeien en te investeren, wat resulteert in een meer dynamische en veerkrachtige economie. Dit biedt niet alleen voordelen voor de bedrijven zelf, maar draagt ook bij aan het algehele welzijn van de inwoners.

6.3 Monitoring, rapportage en evaluatie

We verzamelen beleidsinformatie (data) om regelmatig te kunnen zien hoe we ervoor staan. Voor ons meerjarig economisch beleid gebruiken we vooral indicatoren die de maatschappelijke effecten op de kortere (outcome) en lange termijn (impact) meten.

De indicatoren uit ons beleidskader en Gelders programma Economie waar de acties in deze uitvoeringsagenda aan bijdragen zijn:

  • 1.

    Plek van Gelderland op de Regional Competitiveness Index (ranglijst van regionale concurrentie).

  • 2.

    Plek van Gelderland op het Regional Innovation Scoreboard (ranglijst van regionale innovatie).

  • 3.

    Werkgelegenheid (totaal aantal werkzame personen).

  • 4.

    Arbeidsproductiviteit (opbrengst per werknemer).

De streefwaarden hiervoor zijn opgenomen in de hoofdstuk 4 Monitoring in het beleidskader en Gelders programma Economie.

Door het versterken van het Gelders vestigingsklimaat willen we immers bijdragen aan het verstevigen van de concurrentiepositie en het verdienvermogen van onze Gelderse ondernemers.

Voor alle 6 acties uit deze uitvoeringsagenda zijn prestatie-indicatoren (output) opgesteld, waaraan wij de ontwikkeling afmeten. Samen geven zij een indicatie van de Gelders concurrentiepositie en het verdienvermogen.

Actie 1. Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters

Indicator: Samenwerking Gelderse bedrijven

Hier wordt het aantal Gelderse bedrijven dat in samenwerkingsverband is gaan opereren gemeten.

Voor deze indicator is geen nulmeting beschikbaar. Na het vaststellen van deze uitvoeringsagenda krijgt ons organiserend vermogen de opdracht om dit bij te houden.

Door te werken aan de organisatiegraad verwachten wij dat meer Gelderse bedrijven in samenwerkingsverband gaan opereren.

Actie 2. Stimuleren van innovatieprogramma’s en groei van bedrijven

Indicator: Economische omvang kennisintensieve clusters

Hier wordt de totale toegevoegde waarde van onze 4 kennisclusters gemeten. Nulmeting 2023: € 30 miljard (Bron: PWE-Gelderland).

Door te investeren in de groei van de kennisintensieve clusters zou de totale toegevoegde waarde moeten toenemen.

Actie 3. Ontwikkelen van een toegankelijke fysiek innovatie-infrastructuur

Indicator: Gebruik gedeelde faciliteiten

Hier wordt het aantal bedrijven dat gebruik heeft gemaakt van de verschillende shared research facilities gemeten.

Voor deze indicator is geen nulmeting beschikbaar. Na het vaststellen van deze uitvoeringsagenda krijgt ons organiserend vermogen de opdracht om dit bij te houden.

Een groeiend aantal gebruikers zou een positief gevolg zijn van het verbeteren van een toegankelijke innovatie-infrastructuur.

Actie 4. Ondersteunen startups en scale-ups met speciale programma’s

Indicator: Slagingspercentage van startups

Hier wordt het percentage startups dat na 5 jaar nog bestaat gemeten. Het gaat uiteraard om startups die hebben meegedaan aan één van onze instrumenten.

Voor deze indicator is geen nulmeting beschikbaar. De data voor deze indicator zal verkregen worden door de KVK-nummers van de startups die wij ondersteunen te koppelen aan ons eigen werkgelegenheidsregister.

Als het slagingspercentage van bedrijven die door ons geholpen zijn hoger is dan gemiddeld, is dat een indicatie dat onze ondersteuning succesvol is.

Actie 5. Vergroten toegang tot financiering innovatieve bedrijven en startups

Indicator: Investeringen en multiplier daarop van andere financiers

Hier wordt de omvang van de investeringen met provinciale middelen gemeten. Daarnaast wordt er gekeken hoeveel extra investeringen van andere financiers er door onze investeringen zijn ontlokt, het zogenoemde multiplier effect.

Voor deze indicator is geen nulmeting beschikbaar. Na het vaststellen van deze uitvoeringsagenda krijgt ons organiserend vermogen de opdracht om dit bij te houden.

De omvang van de financieringen en het multipliereffect zijn een maat voor het succes waarmee bedrijven zich ontwikkelen. Door bedrijven te helpen in de vorm van financiering verwachten wij dat het voor deze bedrijven makkelijker zal zijn om extra investeringen van externe partijen binnen te halen en zo sneller op te kunnen schalen.

Actie 6. Internationale handelsbevordering voor Gelderland

Indicator: Totale export van Gelderland

Hier wordt de export van goederen (in euro’s) gemeten. Nulmeting 2022: € 3.62 miljard (Bron: CBS internationale handel).

Als de export van Gelderland blijft stijgen dan is dat een indicatie dat onze export- en handelsbevordering succesvol is.

6.4 Relaties met andere uitvoeringsagenda's

In het kader van de uitwerking van het Gelders programma Economie zijn er ook Uitvoeringsagenda’s voor Werklocaties, Onderwijs & Arbeidsmarkt, Ondernemersklimaat & mkb en Circulaire Economie. Samen met deze Uitvoeringsagenda geven zij invulling aan het totale beleidskader Ruimte voor Economie en het Gelders programma.Vanzelfsprekend zijn er veel dwarsverbanden, zoals de beschikbaarheid van arbeidskrachten, fysieke locaties om te ondernemen of circulair ondernemen in de vier sectoren. In het bijzonder zoeken wij de verbinding met het mkb. Deze groep bedrijven zijn vaak toeleverend of afnemend aan de innovatieve koplopers en wij innoveren graag binnen de totale ketens van bedrijven.

Een deel van onze inspanningen hebben relatie of gaan samen met andere programma’s. Specifiek noemen wij:

  • Gelders programma Klimaat en Energie: wij werken op het domein industrie en bedrijven samen aan innovatie voor bijvoorbeeld energietransitie en netcongestie. Veel innovaties in het voedingsdomein dragen bij aan reductie van broeikasgassen.

  • Gelders programma Landbouw: voor de transities in de sectoren is innovatie nodig. Wij werken samen aan veranderingen in landbouwketens.

  • Gelders programma Wonen: woonfuncties willen we toekomstbestendig realiseren in Gelderland dus stimuleren we innovatie vanuit het energieclusters en high tech, maar denk ook aan zorgfuncties in huis waardoor zorgverlening op afstand en preventie mogelijk wordt.

Regio-arrangementen, Ruimtelijk voorstel, Gebiedsprocessen, regionale investeringsagenda’s zijn mogelijkheden om voldoende fysieke ruimte en randvoorwaarden, zoals bereikbaarheid te realiseren voor deze kennisintensieve clusters.

Bij de uitvoering onderhouden wij nauwe contacten hiermee.

6.5 Communicatie

Om het doel: ‘Versterken van de Gelders concurrentie van de 4 kennisintensieve clusters’ te bereiken, is communicatie belangrijk. Als partners in ons netwerk samen communiceren, bouwen we een profiel en imago op van een innovatief en ondernemend Gelderland dat gericht is op het verbeteren van de brede welvaart. Daar heeft provincie Gelderland maar een rol in als één van de partijen.

We nemen hierin een stimulerende rol. Dit doen we door goede voorbeelden van samenwerkingen te laten zien. We delen artikelen via onze eigen kanalen, zoals onze website, de nieuwsbrief Gelderland Leeft, sociale media en pers. En we geven de webpagina ‘www.gld.nl/economie’ een nieuwe impuls. Hier zullen wij onder andere een animatie of filmpje plaatsen wat het belang van innovatie uitlegt.

Als tweede communiceren we regionaal over deze agenda via de Economic Boards en regio-structuren met bestuurders. Hierin zijn ondernemersvertegenwoordigers, overheden, wetenschap, onderwijs en steeds vaker ook inwoners vertegenwoordigd. We zoeken de samenwerking met andere bestuurders en zijn aanwezig als vertegenwoordigers, spreker of panellid bij events en bijeenkomsten. Daarbij is Th!nk East Netherlands een belangrijk platform richting Europa, maar ook het Interprovinciaal Overleg als platform van provincie onderling richting het Rijk. Deze verbanden versterken onze communicatieboodschap en we bereiken zo ook meerdere doelgroepen in de kennisintensieve clusters.

De communicatie is onder andere gericht op het belang van economie en innovatie aan de hand van resultaten, successen en goede voorbeelden. We monitoren en geven inzicht in hoe het met de regionale economie en uitvoering van deze agenda gaat.

6.6 Financiën en budgetraming

De agendabegroting, in tabelvorm, laat een voorlopige raming (schatting) zien van hoe de provincie per jaar middelen inzet binnen dit tactisch doel. Het gaat om geld vanuit het structurele budget (geld dat jaarlijks beschikbaar is) en het incidentele budget (eenmalig geld) voor Economie in deze bestuursperiode. De raming kan veranderen door verschuivingen tussen acties en tactische doelen.

Wij merken hierbij op dat bij het schrijven van deze uitvoeringsagenda nog niet alle inspanningen en projecten duidelijk is of vervolgfinanciering gewenst is. Denk hierbij aan investeringen in de innovatieprogramma’s (actie 2) in bijvoorbeeld het semiconcluster of bij lopende innovatieprogramma’s zoals CITC, Connectr of OnePlanet. Het kan ook zijn dat aanvullende financieringsbehoefte ontstaat (actie 3) naar aanleiding van het kapitaalmarktonderzoek in bijvoorbeeld MIT, Vroege Fase Financiering of Venture Building. We gaan eerst evalueren en blijven ontwikkelingen volgen. Wij komen dan later bij het college terug met vervolgvoorstellen. Ook vervolgfinanciering van een nieuwe EFRO-programma is nog niet opgenomen in deze agenda-begroting. Vervolgfinanciering speelt pas in 2027.

Bij een aantal inspanningen gelden meerjarige afspraken zoals het CITC en OnePlanet uit een vorige bestuursperiode. De budgetten zijn hier niet opnieuw vermeld.

Voorlopige raming inzet provinciale middelen tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters 2024-2027 (in miljoen euro).

 

 2024 Structureel

 2024 Incidenteel

 2025 Structureel

 2025 Incidenteel

 2026 Structureel

 2026 Incidenteel

 2027 Structureel

 2027 Incidenteel

 Totaal

 Actie 1: Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters*

 5,7

 -

 5,7

 -

 5,7

 -

 5,7

 -

 22,8

 Actie 2: Stimuleren groei van de kennis intensieve clusters

 -

 1,8

 -

 1,8

 -

 1,8

 -

 -

 5,4

 Actie 3: Ontwikkelingen van een toegankelijke innovatie-infrastructuur

 -

 -

 -

 -

 -

 -

 -

 -

 0

 Actie 4: Ondersteunen startups en scale-ups

 1,1

 -

 1,2

 -

 1,2

 -

 1,2

-

4,7 

 Actie 5: Vergroten toegang tot financiering

 1,1

 3,5

 1,5

 2,7

 0,5

 1,1

 -

 2.0

 12,4

 Actie 6: Internationale handels-bevordering

 0,4

-

0,4 

 -

 0.4

 -

 0,4

 -

 1,6

 Totaal

 8,3

 5,3

 8,8

 4,5

 7,8

 2,9

 7,3

 2,0

 46,9

* Het structurele budget voor Foodvalley NL en Connectr is meegenomen in deze raming.

Dit budget valt onder de programmabegroting van de thema’s Landbouw en Energie en Klimaat.

Hoofdstuk 7 Uitvoeringsagenda mkb en Gelders ondernemersklimaat 2024-2027

Voorwoord

Elke dag gebruiken we diensten of producten die zijn bedacht, gemaakt of verkocht door Gelderse bedrijven. Denk aan recyclebare bloempotten of het laten uitdeuken van je auto. Ik heb het hier over bedrijven met minder dan 250 mensen: het midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mkb is belangrijk voor onze economie. Deze bedrijven zorgen voor bijna driekwart van het Gelders bruto nationaal product. Hierdoor blijft onze brede welvaart bestaan.

De overheid, zoals provincie Gelderland, wil ondernemers ondersteunen om te doen waar ze goed in zijn: ondernemen. Daarom zorgen we voor goede randvoorwaarden (alles wat nodig is om een bedrijf succesvol te laten werken). Maar soms zijn er zoveel regelingen dat ondernemers niet meer weten waar ze moeten beginnen. Ik ben dan ook blij dat een groep Gelderse ondernemers een mkb-commissie wil vormen die meedenkt over hoe we onze hulp beter kunnen maken.

De wereld om ons heen verandert sneller dan 20 jaar geleden. Het woord crisis horen we vaak, maar verandering zorgt ook voor kansen. De voormalige Amerikaanse president Kennedy zei ooit dat het Chinese woord voor crisis bestaat uit twee tekens: één voor gevaar en één voor mogelijkheden. We willen ondernemers helpen bij het pakken van die mogelijkheden.

Ook grote veranderingen, zoals de energietransitie, de digitalisering en circulaire economie hebben impact. Een metaalbewerkingsbedrijf in Harderwijk of een bouwbedrijf uit Tiel merkt dat nu al. En ook die andere 34.000 Gelderse mkb-bedrijven krijgen meer of minder met deze transities te maken.

Ik wil ze hierbij helpen, bijvoorbeeld via de adviseurs van Regionaal Centrum voor Technologie (RTC) Gelderland of met de digitaliseringsvouchers. Ook de energieoplossingen van Connectr kunnen mkb-bedrijven in hun bedrijfsvoering gebruiken.

Zo maken wij ons Gelders mkb klaar voor de toekomst. Samen met de ondernemers bouwen we aan de brede welvaart van morgen.

Helga Witjes

Gedeputeerde Economie

Samenvatting

Met deze uitvoeringsagenda werken we de komende jaren aan een sterker mkb en een goed ondernemersklimaat in Gelderland. Het mkb is de motor van de Gelderse economie, daarom zetten we ons hier extra voor in. We gaan bedrijven helpen bij op het oplossen van energieproblemen en netcongestie (te veel elektriciteit op het stroomnet), versnellen de digitalisering en zorgen dat bedrijven grondstoffen (materialen) slimmer gaan gebruiken.

Dit doen we vanuit verschillende aanpakken en maatregelen:

  • Actie 1: We zorgen dat het mkb onze provinciale en regionale hulp makkelijker kan vinden en gebruiken. We zorgen er ook voor dat gemeenten het mkb beter kan ondersteunen.

  • Actie 2: We blijven ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf.

  • Actie 3: We ondersteunen mkb-bedrijven nog meer bij de overgang naar circulair werken (het (her)gebruik van minder of andere grondstoffen), slimmer omgaan met energie en verdere digitalisering.

Meer over de acties

Actie 1. Vindbare en bruikbare provinciale en regionale hulp voor het mkb 

Het mkb kan veel hulp krijgen van de overheid, zoals subsidies (geld), vouchers, advies, onderzoeken en informatie. Maar ondernemers weten door de vele regelingen vaak niet meer waar ze moeten beginnen. Daarom zorgen wij, als provincie, dat de nationale, provinciale, regionale en lokale hulp makkelijker te vinden en gebruiken is. Ook gaan we het accountmanagement bij gemeenten versterken. Ons werk in actie 1 is nieuw en sluit aan bij de landelijke Actieagenda Mkb-dienstverlening.

Voor onze eigen mkb-subsidies, adviezen en kennisnetwerken (groepen waarin mensen kennis en ervaring delen) werken we samen met regio’s, gemeenten en ondernemersverenigingen. We sluiten aan bij de regionale mkb-actieagenda’s en zorgen samen voor betere informatie. Dit doen we via online-kanalen zoals websites, door gebruik te maken van AI (kunstmatige intelligentie) en het werk van lokale ambtenaren (accounthouders voor bedrijven) en ondernemersverenigingen.

De nieuwe provinciale mkb-commissie denkt met ons mee. 15 ondernemers uit verschillende sectoren en regio’s helpen ons om onze dienstverlening slimmer en beter te maken. Ook geven ze advies over nieuwe regelingen, zodat ondernemers hier echt iets aan hebben. Daarnaast kan de commissie zelf met nieuwe ideeën of acties komen. Wij kijken dan of we hieraan mee kunnen werken.

Actie 2. Ondersteuning startende bedrijven

Met actie 2 helpen we startende ondernemers al jaren en blijven dat doen. Het programma De Startversneller helpt startende bedrijven bij het bedenken en uitvoeren van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen (problemen in de samenleving). De meeste aandacht gaat naar de energietransitie, circulaire economie en digitale vernieuwing.

Actie 3. MKB klaar voor de toekomst

Met actie 3 helpen we ondernemers met zo’n 10 verschillende activiteiten en projecten. We helpen de ondernemers circulair werken, slimmer om te gaan met energie en verder te digitaliseren. Ondernemers kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van een adviseur die hun bedrijf bezoekt, meedoen aan een leerkring (een groep waarin ondernemers van elkaar leren) of een voucher gebruiken om sneller te vernieuwen. We deden al deze dingen al, maar de komende jaren sluiten we ons aanbod nog beter aan op wat ondernemers echt nodig hebben. We gaan daarmee een stap verder dan in de vorige coalitieperiode.

Dit zijn onze vier belangrijkste projecten van actie 3:

  • Nationaal Expertisecentrum Netcongeste helpt (groepen) bedrijven bij problemen met netcongestie.

  • European Digital Innovation Hub Boost Robotics begint in 2026 aan een tweede ronde. Hierdoor kunnen mkb-maakbedrijven (bedrijven die producten maken) gebruikmaken van AI, robotica (machines die taken uitvoeren), sensoren en chips.

  • Het CIMPL-project helpt elk jaar 50 mkb-bedrijven uit de maakindustrie om slimmer en duurzamer (circulair) om te gaan met materialen.

  • Het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering helpt bedrijven om hun digitale beveiliging (bescherming tegen cyberaanvallen) te verbeteren.

Onze uitvoeringsstrategie is de 3 acties uit te voeren in combinatie met de activiteiten in andere uitvoeringsagenda’s. Zo kunnen mkb-bedrijven uit alle sectoren beter hun weg vinden naar hulp van de overheid. Dit doen we bijvoorbeeld binnen de Gelderse programma’s Agrifood, Wonen, Steengoed Benutten en Recreatie & Toerisme.

Deze uitvoeringsagenda is onderdeel van het beleidskader en het Gelders programma ‘Ruimte voor Economie’.

7.1 Inleiding

Op 13 november 2024 zijn de beleidskaders en het Gelders programma Economie ‘Ruimte voor Economie’ vastgesteld (PS2024-506). Hierin staat hoe we werken en wat we willen bereiken. Het Gelders programma Economie heeft 3 doelen die we over meerdere jaren willen bereiken. Die doelen bestaan uit 7 tactische doelen:

Die doelen bestaan uit 7 tactische doelen:

  • 1.

    De concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers is verstevigd.

    • Tactisch doel 1: Versterken van de kennisintensieve clusters 

    • Tactisch doel 2: Versterken van het Gelders ondernemersklimaat

  • 2.

    Het fysieke vestigingsklimaat en de werklocaties voor Gelderse bedrijven zijn versterkt (zowel kwalitatief als kwantitatief).

    • Tactisch doel 3: Zorgen voor passend aanbod van werklocaties 

    • Tactisch doel 4: Toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen

  • 3.

    Mens en bedrijf in Gelderland zijn klaar voor het werk van de toekomst.

    • Tactisch doel 5: Stimuleren samenwerking bij human capital agenda 

    • Tactisch doel 6: Vergroten arbeidsparticipatie

    • Tactisch doel 7: Aanmoedigen van leven lang ontwikkelen

Gelders Programma Economie (Provincie Gelderland, 2024)
afbeelding binnen de regeling

De tactische doelen zijn uitgewerkt in uitvoeringsagenda’s met activiteiten voor de periode 2024-2027. In deze agenda staat wat wij de komende 3 jaar gaan doen om het Gelderse ondernemersklimaat en het mkb te versterken (tactisch doel 2).

Tactisch doel 2 heeft 3 acties:

  • Actie 1. We zorgen dat mkb-bedrijven onze provinciale en regionale hulp makkelijker kunnen vinden en gebruiken. We zorgen er ook voor dat gemeenten mkb-bedrijven beter kunnen ondersteunen. Deze actie is nieuw.

  • Actie 2. We blijven ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf.

  • Actie 3. We ondersteunen mkb-bedrijven bij de overgang naar circulair werken, slimmer omgaan met energie en verdere digitalisering. Dit deden wel al, maar nu versnellen we dit.

Waarom deze uitvoeringsagenda?

Wij zijn trots op het Gelderse mkb. Deze bedrijven maken producten en leveren diensten, zorgen voor werk en dragen bij aan de samenleving. We begrijpen dat we als overheid soms veel van ondernemers vragen. De veranderingen gaan snel en ook het mkb moet daarin mee.

In het coalitieakkoord 2023-2027 Gewoon Doen zeggen we dat wij als provincie mkb-vriendelijk willen zijn, blijven en nog beter willen worden. We willen het Gelderse mkb helpen met de juiste randvoorwaarden, informatie en mogelijkheden om te leren. Dit doen we samen met gemeenten en regio’s. We letten vooral op veranderingen in het mkb en de bedrijven waarmee ze samenwerken. Denk hierbij aan de overstap naar circulair werken, slimmer omgaan met energie en verdere digitalisering.

Voor welke ondernemers is deze agenda?

In de uitvoering van deze agenda kijken we naar het mkb dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het “bedrijfsleven” noemt. Overheidsorganisaties vallen hier niet onder. Dit bedrijfsleven is belangrijk voor de regionale economie. Als deze bedrijven goed draaien, krijgen mensen een baan en verdienen ze geld. Dit kunnen ze uitgeven aan bijvoorbeeld winkels, horeca, recreatie en sport.

Het mkb bestaat uit:

  • Microbedrijven: 2 tot 9 werknemers

  • Kleine bedrijven: 11 tot 49 werknemers

  • Middelgrote bedrijven: 50 tot 249 werknemers

Wij richten ons met deze uitvoeringsagenda dus niet op grote bedrijven en zzp’ers, maar zij kunnen wel gebruikmaken van onze diensten.

Sommige sectoren vallen buiten het bedrijfsleven, zoals landbouw, financiële diensten, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie. Ook belangenverenigingen en hobbyclubs vallen er buiten. We blijven wel samenwerken met de andere (uitvoerings)programma’s, zoals Steengoed Benutten, Recreatie & Toerisme en Agrifood. Zo zorgen we ervoor dat alle sectoren in Gelderland goed geholpen worden.

 Naar werkende personen

 2-4

 5-9

 10-19

 20-49

 50-100

 100-249

 Totaal

 Advisering, onderzoek, zakelijke dienstverlening

 2584

901

593

 396

 111

 52

 4637

 Bouwnijverheid (alles wat met bouwen te maken heeft)

 2076

697 

497 

310 

99 

43 

 3722

 Groot- en detailhandel

 6744

3017 

1563 

892 

219 

77 

 12512

 Industrie (maken van producten in fabrieken)

 1186

656 

623 

574 

204 

166 

 3409

 Informatie en communicatie

 662

250 

207 

134 

44 

19 

 1316

 Logies-, maaltijd- en drankverstrekking (werk in hotels, restaurants en cafés)

 2070

879 

453 

245 

33 

 3685

 Andere soorten diensten

 160

23 

 198

 Maken, verdelen en verkopen van stroom en aardgas

 10

 26

 Verhuren en verkopen van gebouwen en grond

 329

111 

36 

26 

16 

 524

 Verhuren van spullen en andere zakelijke diensten

 1208

451

254 

193 

56 

38 

 2200

 Vervoer en bewaren spullen

 554

212 

202 

170 

94 

58 

 1290

 Uit de grond halen van delfstoffen (waardevolle spullen)

 5

 

 16

 Zorgen voor schoon water en afval verwerken

 48

 27

31 

26 

16 

 156

 Eindtotaal

 17636

7235 

4472 

2976 

896 

476 

 33691

Hoe voeren we deze agenda uit?

We werken bijna altijd samen met partners, zoals organisaties voor ondernemers, scholen en universiteiten, andere overheden (zoals gemeenten), investeerders, Oost NL en netwerkorganisaties. Bij deze uitvoeringsagenda is de samenwerking met gemeenten en regio’s belangrijk. Zij hebben namelijk direct contact met het mkb. Deze samenwerking zorgt ervoor dat onze investeringen meer opleveren en beter helpen bij het behalen van maatschappelijke doelen.

De provincie betaalt en stimuleert projecten, brengt partijen bij elkaar en stuurt soms aan. Bij onze programma’s en activiteiten volgen we deze regels:

  • We zorgen dat onze hulp echt nodig is voor ondernemers.

  • We helpen bij de overstap naar circulair werken, slimmer omgaan met energie en verdere digitalisering.

  • We willen snel resultaat, maar ook effect na meerdere jaren.

  • We houden ons aan afspraken van Nederland, Europa en de wereld.

  • We doen alleen dingen die andere overheden of bedrijven niet al oppakken.

  • We werken met het geld dat en de mensen die we beschikbaar hebben.

7.2 Uitvoering

In onderstaande paragrafen lichten wij per actie toe met welke aanpak en maatregelen wij invulling geven aan de uitvoering van ons beleid, hoe het bijdraagt aan de doelen en beoogde resultaten.

Actie 1: Vindbare en bruikbare provinciale en regionale hulp voor mkb

We zorgen dat het mkb onze provinciale en regionale hulp makkelijker kan vinden en gebruiken. We zorgen er ook voor dat gemeenten het mkb beter kan ondersteunen.

Waarom deze actie?

Ondernemen is meer dan producten of diensten verkopen en personeel aansturen. Ondernemers werken vaak samen met andere bedrijven, moeten zich aan wetten en regels houden en hebben contact met de overheid. Onderzoek (Staat van het MKB, 2024) laat zien dat veel ondernemers in het mkb moeite hebben om zich aan te passen aan veranderingen. Daardoor kunnen ze soms niet groeien of blijven bestaan.

Soms is hierbij hulp van de overheid nodig. Dat begint met goede en begrijpelijke informatie over wetten en regels. Maar het gaat ook over het snel vinden van kennis over mogelijkheden om geld te krijgen, samenwerken, personeel, innovatie (vernieuwing), subsidies of werken over de grens.

Onderzoek laat zien dat veel ondernemers provincie Gelderland weten te vinden en onze hulp waarderen. Elk jaar maken meer dan 5.000 ondernemers er gebruik van. Maar we zien ook dat nog niet alle ondernemers die onze hulp kunnen gebruiken, ons weten te vinden.

Wat doen we?

De overheid wil de ondersteuning voor het mkb verbeteren. Daarom is een landelijk plan opgesteld: Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-2026. Wij doen als provincie mee en steunen de doelen en acties uit dit plan. De komende 3 jaar werken we mee aan landelijke mkb-proefprojecten in de Achterhoek, Stedendriehoek en Kop van de Veluwe/ Zwolle. Ook helpen we bij de uitvoering van regionale mkb-actieagenda’s.

Wij gaan 3 maatregelen uitvoeren en reserveren daar voorlopig € 1 miljoen voor in de komende 3 jaar:

Maatregel 1.1: Betere hulp voor mkb-bedrijven vanuit gemeenten, regio’s en de provincie

We zorgen dat bedrijven sneller weten waar ze moeten zijn voor mkb- ondersteuning. Ook gaan we het accountmanagement bij gemeenten versterken, zodat zij de bedrijven in hun gemeente beter kunnen ondersteunen. 

Dat doen we onder andere door:

  • Het inzetten van AI (kunstmatige intelligentie) om ondernemers betere informatie te geven over hulp vanuit gemeenten, regio’s en provincie.

  • Het versterken van het accountmanagement bij gemeenten. We gaan onder andere bijeenkomsten organiseren voor accountmanagers bij gemeenten om ze mee te nemen in de mkb-ondersteuning van de overheid.

  • Jaarlijkse bijeenkomsten te organiseren voor ambtenaren, vertegenwoordigers van ondernemersverenigingen en beheerders van bedrijventerreinen om gezamenlijk de dienstverlening voor mkb-bedrijven te verbeteren.

  • Jaarlijkse bijeenkomsten te organiseren voor lokale wethouders, bestuurders, ondernemersvertegenwoordigers, medewerkers van de gemeenten en provincie, en leden van de Gedeputeerde Staten.

  • Gemeenten te helpen om hun steun aan het mkb te verbeteren. Dit kan met losse projecten of als onderdeel van grotere samenwerkingen in de regio (zoals Regio Deals).

Maatregel 1.2: Oprichting Gelderse mkb-commissie

Ondernemers leren het meest van en met elkaar. We willen daarom van ondernemers zelf horen wat we anders kunnen doen. Daarom richten we een mkb-commissie op. Deze commissie bestaat uit 15 tot 20 ondernemers uit verschillende sectoren en regio’s. Ze hebben verschillende soorten bedrijven en ervaring. De leden hebben goed contact met andere ondernemers, bijvoorbeeld via netwerken en verenigingen. Minstens 3 keer per jaar praten we met de leden over de situatie van het mkb in Gelderland en de hulp die de provincie biedt.

De commissie heeft 3 functies:

  • Luisteren en adviseren: De commissie vertelt ons wat er speelt in het mkb en wat de ondernemers nodig hebben. Zo kunnen we beter inspelen op (komende) veranderingen.

  • Doorvertellen en promoten: De commissie helpt om regelingen en subsidies van de provincie bekender te maken bij het mkb. Ook hopen we dat ondernemers elkaar meer gaan helpen via lokale en regionale netwerken. Hiermee willen we de ondernemers bereiken die we nu niet bereiken.

  • Stimuleren en vernieuwen: De commissie moedigt ondernemers aan om meer digitaal, circulair en energiezuiniger te werken. 

De commissie krijgt van de provincie ondersteuning van een secretaris. Ook kunnen de leden zelf met ideeën en projecten komen. Wij kijken dan naar mogelijkheden om deze te ondersteunen.

Maatregel 1.3: Duidelijker aanbod van mkb-dienstverlening

Regelingen voor ondernemers moeten goed op elkaar aansluiten en duidelijk te vinden zijn. Voor het Gelders mkb hebben we dit nog nergens duidelijk staan. We gaan ervoor zorgen dat deze informatie makkelijk vindbaar is (bijvoorbeeld middels het indelen van onze diensten op thema’s en behoeften en het inzetten van AI). Daarnaast gaan we binnen de provincie onderzoeken hoe ondernemers het contact met ons vinden. Wat gaat goed? Wat kan beter? Dit onderzoek doen we eens in de 4 jaar en helpt onze dienstverlening te verbeteren.

Ook sluiten we ons aan bij de nationale actieagenda mkb-dienstverlening en de interprovinciale werkgroep mkb-dienstverlening. Hierdoor kunnen we informatie voor ondernemers beter laten zien, bijvoorbeeld via Ondernemersplein.nl. 

De Groeiversneller op Ondernemersplein.nl

De Groeiversneller helpt mkb-bedrijven groeien. Ondernemers kunnen een voucher van € 10.000 krijgen voor advies op verschillende gebieden, zoals financiën, belastingen, juridische zaken en techniek. De uitvoering ligt bij OostNL. Veel regio’s, gemeenten en ondernemersverenigingen delen al informatie over De Groeiversneller op hun website of nieuwsbrief. Ook andere organisaties, zoals RCT Gelderland, brengen deze regeling onder de aandacht bij ondernemers. Om De Groeiversneller nog beter te kunnen vinden, staat de dienst nu ook op het landelijke Ondernemersplein.nl. Hierdoor kunnen ondernemers de informatie makkelijker vinden via zoekmachines, zoals Ecosia en Google.

Wat merken ondernemers ervan?

Over 3 jaar worden wij als provincie meer en vaker gezien als partner voor mkb-bedrijven. Dit zijn de belangrijkste effecten:

  • De provinciale mkb-regelingen zijn duidelijker en makkelijker te vinden. Ook zijn er geen herhalingen meer in de regelingen.

  • Meer mkb-ondernemers hebben gebruikt gemaakt van onze regelingen.

  • De regelingen van de provincie sluiten beter aan op lokale en landelijke regelingen.

Actie 2: Ondersteuning startende bedrijven

  We blijven ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf.  

Waarom deze actie?

Startende bedrijven (startups) zijn belangrijk voor vernieuwing en groei in de economie. Bestaande bedrijven werken graag met ze samen, omdat deze samenwerking nieuwe ideeën oplevert. Zo helpen startups mee onze economie vitaal (levendig en gezond) te houden.

Ons beleid voor starters bestaat uit 2 delen:

  • 1.

    Ondersteuning van startups en scale-ups (groeiende bedrijven) in 4 kennis- intensieve sectoren (sectoren waar veel kennis en onderzoek nodig is). Dit zijn voeding, gezondheid, energie en maakindustrie. Dit deel valt onder de uitvoeringsagenda “Versterken Gelderse kennisintensieve clusters 2024-2027”.

  • 2.

    Ondersteuning van startende bedrijven die niet (helemaal) binnen deze 4 sectoren vallen. Hierbij gaat het vaak om kansrijke starters uit andere sectoren.

Wat doen we?

Maatregel 2.1: subsidiëren en uitbreiden Startversnellerprogramma

We geven subsidie aan het programma De Startversneller. Dit succesvolle programma wordt uitgevoerd door Oost NL. De Startversneller geeft startende bedrijven een voucher om oplossingen te bedenken en uit te voeren voor maatschappelijke uitdagingen. Hierbij ligt de nadruk op de energietransitie, circulaire economie en digitale vernieuwing. We hebben de ambitie om elk jaar minstens 250 bedrijven mee te laten doen aan het programma De Startversneller. Deelnemers hebben een grotere kans om langer dan 5 jaar te blijven bestaan ten opzichte van bedrijven die niet meedoen.

Oost NL zorgt voor een goede aansluiting met andere programma’s, zoals bijvoorbeeld De Groeiversneller, de Digital Innovation HUB en CIMPL (De twee laatste projecten worden in het volgende hoofdstuk toegelicht). Daarnaast werken we samen met lokale, regionale, nationale en sectorale startersloketten, zoals Startup hubs, ondernemershuizen, KVK en RvO.

Om nog meer ondernemers te kunnen helpen, breiden we het programma uit. Niet alleen starters, maar ook bestaande ondernemers (tot 10 jaar oud) met vragen over deze transities kunnen meedoen. We reserveren € 2,5 miljoen voor de uitvoering van dit programma in de komende 3 jaar.

Wat merken ondernemers ervan?

Het programma De Startversneller heeft een positief effect op startende bedrijven in Gelderland. Deelnemers aan De Startversneller halen vaker de grens van 5 jaar bestaan dan deelnemers die niet meedoen. Ook nemen ze eerder stappen naar een circulair, digitale en energie-neutrale manier van werken.

Actie 3: Mkb klaar voor de toekomst

We ondersteunen mkb-bedrijven bij de overgang naar circulair werken, slimmer omgaan met energie en meer digitalisering.

Waarom deze actie?

De uitdagingen voor het mkb nemen toe. Ondernemers vragen zich af: ‘Waar haal ik mijn materialen vandaan? Kan ik slimmer, goedkoper en duurzamer inkopen? Hoe leer ik mijn medewerkers slimmer om te gaan met energie of materiaalgebruik?’

Veel ondernemers hebben geen groot bedrijfsvoering- of managementteam en moeten deze veranderingen zelf aanpakken. Onderzoek van de Rabobank laat zien dat 4 op de 10 bedrijven te weinig verandervermogen heeft voor de overstap naar een duurzame en inclusieve economie. Vooral kleinere bedrijven hebben moeite mee te komen; zo’n 55% loopt vast in de transities.

Wij moedigen daarom mkb’ers aan iets te gaan doen, zodat ze zich kunnen aanpassen aan de 3 volgende belangrijke transities:

  • Energietransitie: Ondernemers kunnen hun bedrijf duurzamer maken en daarmee energie besparen.

  • Circulaire economie: Slimmere en duurzamere productie bespaart ondernemers grondstoffen en kosten. Het zorgt ook voor nieuwe banen, omdat meer producten gerepareerd, schoongemaakt of opgeknapt moeten worden.

  • Digitalisering: Digitalisering helpt bedrijven meer te bereiken met minder werk. Dit geeft ze een concurrentievoordeel en vermindert de druk op de arbeidsmarkt.

Wat doen we?

Wij gaan 9 maatregelen uitvoeren en reserveren daar € 9,5 miljoen voor in de komende 3 jaar:

Maatregel 3.1: Ondernemers helpen (meer) circulair te werken.

Vanuit de uitvoeringagenda Circulaire Economie 2025-2027 worden 5 thema’s uitgewerkt. Voor het mkb zijn vooral thema 1, 2 en 5 belangrijk:

  • In thema 1 helpen we ondernemers hun circulaire innovatie te versnellen. Dit doen we door producenten, verwerkers en gebruikers met elkaar te verbinden. Bedrijven die al circulair werken, delen hun ervaringen met andere ondernemers. Dit gebeurt vooral in grondstof-intensieve sectoren, zoals landbouw, voedsel, bouw, maakindustrie, wegenbouw en afval.

  • In thema 2 kijken we met mkb’ers, gemeenten en beheerder van bedrijventerreinen hoe circulair ondernemen past in de fysieke bedrijfs- omgeving (de gebouwen en terreinen waar bedrijven zitten). Dit doen we binnen de Regionale programma’s Werklocaties (RPWs). Ook kijken we hoe het vergunningsbeleid, toezicht en handhaving ondernemers kan helpen duurzamer te werken.

  • Via thema 5 ondersteunen we de lobby van ondernemers richting de Nederlandse overheid en de Europese Unie. Het doel is betere regels voor circulaire innovaties, opschaling (het groter maken van succesvolle innovaties zodat meer bedrijven ze kunnen gebruiken) en regionale samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en overheid (triple helix samenwerking).

Maatregel 3.2: Versnellen energietransitie en oplossen netcongestie via Connectr

Vier jaar geleden hebben we Connectr mee opgericht, een samenwerking voor innovatie- en testprojecten. Dit ondersteunen we ook de komende jaren. Connectr helpt mkb’ers slimme energie-oplossingen te vinden en bij het opzetten van financiering. Daarnaast kunnen ondernemers studenten inzetten. Aanvullend op het economische programma, werken wij vanuit de programma’s Energie & Klimaat, Mobiliteit en Netcongestie aan het verminderen van het energiegebruik binnen het mkb.

Wij voeren twee nieuwe projecten uit:

  • Nationaal Expertisecentrum Netcongeste. Dit centrum helpt ondernemers en gemeenten bij het vinden van praktische oplossingen voor netcongestie. Dit maakt het makkelijker nieuwe oplossingen ook echt te gebruiken. Het doel van het centrum is om kennis toegankelijk te maken, innovaties te stimuleren, voorbeelden te laten zien, en toepassingen in de praktijk te brengen.

  • Shared facility metaalwerkplaats REA College. Deze mbo-instelling is onderdeel van Connectr en helpt leerlingen die een extra steuntje nodig hebben op weg naar een baan. Het REA College stelt zijn metaalwerkplaats open voor andere scholen en bedrijven, zoals de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Ondernemers kunnen hier bijvoorbeeld prototypes maken. Wij helpen de verouderde werkplaats te moderniseren, zodat deze weer aansluit bij de vraag van vandaag, Zo kunnen leerlingen en ondernemers hier gebruik van maken. De activiteiten worden uitgevoerd op de locatie van het REA College op Industriepark Kleefse Waard.

Maatregel 3.3: Ondersteunen van de transities via De Startversneller

Zoals eerder vermeld, helpt De Startversneller niet alleen startende bedrijven, maar ook bestaande bedrijven bij uitdagingen rondom de belangrijke transities (energie, circulair en digitalisering). Gemiddeld doen 250 ondernemers per jaar mee aan dit programma.

Maatregel 3.4: Ondersteunen mkb’ers naar meer Slim, Schoon en Sociaal via RCT Gelderland

Het Gelders Regionaal Centrum voor Technologie (RCT) helpt mkb’ers inde maakindustrie met vernieuwing en samenwerking. De innovatiemakelaars van RCT bezoeken bedrijven 1 of 2 keer per jaar en koppelen ze aan andere bedrijven, kennisinstellingen of startups. Hierdoor ontstaan nieuwe samen- werkingen en komt innovatie sneller op gang. We blijven RCT Gelderland ondersteunen met een vaste subsidie en verleggen de focus naar 3 transities. Onderwerpen waar RCT bedrijven bij helpt zijn: automatisering, robotisering en AI (slim), circulair en energievoorziening (schoon) en arbeidsproductiviteit, arbeidsparticipatie en leervermogen van medewerkers (sociaal). RCT Gelderland helpt hier jaarlijks 800 mkb-bedrijven in de maakindustrie mee.

Maatregel 3.5: Uitvoeren van het CIMPL-programma voor maakbedrijven

Samen met provincie Overijssel zijn wij opdrachtgever van het nieuwe programma Circulariteit in de Maakindustrie door Praktisch Leiderschap (CIMPL). We willen dat dit programma elk jaar 50 mkb’ers in Oost-Nederland helpt om stappen te zetten naar circulair ondernemen. CIMPL voert bedrijfsmodellen uit via community-based learning (samenwerken in groepen). Het programma wordt uitgevoerd in samenwerking met brancheorganisaties, ondernemersverenigingen, en regionale partners zoals Oost NL, RCT Gelderland en Kennispoort Zwolle. Elk jaar worden 5 ondernemers- groepen opgezet met elk ongeveer 10 deelnemers. Daarnaast zijn er 3 bijeenkomsten voor kennisdeling en samenwerking. Regionale kennis- en ontwikkelpartners zorgen voor structurele en opschaalbare oplossingen.

Maatregel 3.6: Ondersteunen EDIH Boost Robotics Oost-Nederland (mkb-digitaliseringshub)

We blijven bedrijven helpen bij het gebruiken van nieuwe, digitale technieken via de European Digital Innovation Hub (EDIH) Boost Robotics Oost-Nederland. In deze hub zitten ongeveer 15 partners die alles weten over hoe je robotica kunt gebruiken in je bedrijf. Deze partners zoeken maakbedrijven op en gaan bij ze langs. Samen met het bedrijf kijken ze naar productieprocessen en mogelijkheden om slimmer te werken.

De EDIH Oost-Nederland is voor bedrijven in Gelderland en Overijssel. Het programma is onderdeel van Digital Europe en wordt gefinancierd met € 7,3 miljoen van de EU, het Rijk en de provincies. Wij zijn verantwoordelijk voor de organisatie en de programma-aansturing. Eind 2025 wordt de eerste projectperiode afgerond. Daarom starten we nu al met de voorbereiding van een tweede projectperiode.

Voor de tweede projectperiode (vanaf 2026) breiden we uit:

  • 1.

    Meer bedrijven kunnen meedoen, zoals transportbedrijven die ook iets maken (logistieke bedrijven met een productieonderdeel).

  • 2.

    Naast robotica komt er ook aandacht voor bijvoorbeeld AI en Chat GPT.

Maatregel 3.7: Ondersteunen De Groeiversneller

Wij betalen voor het programma De Groeiversneller, OostNL voert het uit. Met de digitaliseringsvouchers van De Groeiversneller kunnen bedrijven hulp krijgen bij het digitaliseren van hun werk of van producten. De komende jaren besteden we ook meer aandacht aan robotica en AI. Een digitaliseringsvoucher vergoedt 50% van de advieskosten, tot maximaal€10.000. Tussen juli 2024 en juli 2028 stellen we €1,6 miljoen beschikbaar. Minstens 150 bedrijven krijgen hulp.

Maatregel 3.8: Ondersteunen mkb bij cyberveiligheid

De afgelopen jaren hebben we Centrum voor Veiligheid en Digitalisering (CVD) in Apeldoorn helpen opzetten. De komende jaren blijven we betrokken en ze financieel ondersteunen. Het CVD helpt bedrijven om zich beter te beschermen tegen cyberdreigingen. Mkb-bedrijven kunnen hier bijeenkomsten volgen, online informatie vinden en meedoen aan leerkringen. Voor accountmanagers van gemeenten in Gelderland starten we drie leerkringen over cyberveiligheid voor het mkb. Per leerkring doen 20 tot 30 accountmanagers mee, 60 tot 90 deelnemers in totaal. Daarnaast starten we 4 leerkringen voor bedrijven en adviseurs. 2 Beginnen in 2025 en 2 in 2026. Per leerkring doen10 tot 15 bedrijven en adviseurs mee, in totaal dus 40 tot 60 deelnemers. Ook komen er 3 leerkringen voor veiligheidsprofessionals. Elke groep heeft ongeveer 15 deelnemers. Samen vormen ze een netwerk voor cyberveiligheid in Oost-Nederland.

De uitwerking hiervan staat in de Uitvoeringsagenda Onderwijs & Arbeidsmarkt 2024-2027.

Maatregel 3.9: Mkb-bedrijven ondersteunen bij het gebruik van AI

De AI Hub Oost-Nederland is er voor mkb’ers die meer willen weten over AI en hoe ze AI kunnen gebruiken in hun bedrijf. Bijvoorbeeld voor slim energiebeheer of innovaties in de zorg, zoals snellere diagnoses en betere behandelingen. Wij zijn opdrachtgever van de hub en OostNL voert het uit. Zo kunnen zij makkelijk samenwerken met mkb-netwerken, RCT Gelderland en andere innovatiehubs.

Wat merken ondernemers ervan?

Wij starten en financieren 9 projecten en programma’s om ondernemers in Gelderland te helpen groeien. Hiervoor reserveren we € 9,5 miljoen. Ook zetten we ons in voor betere regels en beleid voor mkb’er, zowel in Nederland als in Europa. 

De volgende resultaten willen wij behalen:

  • In Gelderland komt het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie. Dit centrum helpt mkb-bedrijven met vragen over netcongestie. De provincie is initiatiefnemer.

  • RCT-Gelderland bezoekt elk jaar 800 Gelderse mkb-maakbedrijven in de sectoren voeding, gezondheid, energie en maakindustrie. 250 bedrijven worden jaarlijks gekoppeld aan andere bedrijven.

  • Via het project CIMPL werken ongeveer 50 bedrijven per jaar aan circulair ondernemen.

  • In 3 jaar helpt de European Digital Innovation Hub (EDIH) Boots Robotics 750 maak- en (vanaf 2026) producerende bedrijven in Oost-Nederland. 250 bedrijven krijgen hulp bij digitalisering, zodat ze klaar zijn voorde toekomst en beter kunnen concurreren.

  • 60 mkb’ers hebben advies gekregen over hun digitaliseringsplannen,40 plannen zijn versneld uitgevoerd met een Innovatievoucher Groeiversneller Digitalisering.

  • Het Centrum voor Digitalisering en Veiligheid helpt elk jaar 100 ondernemers met vragen over digitalisering en veiligheid.

7.3 Financiën en begroting: hoeveel geld is er en waar gaat het naartoe?

In de tabel hieronder staat hoeveel geld de provincie deze bestuursperiode beschikbaar stelt voor de plannen binnen dit tactisch doel. Dit geld komt uit het vaste budget en uit een tijdelijk budget voor Economie.

 Verwachte kosten voor tactisch doel 2: Verbeteren van het Gelders ondernemersklimaat 2024-2027

 

 Actie 1: We zorgen dat mkb-bedrijven onze provinciale en regionale hulp makkelijker kunnen vinden en gebruiken. We zorgen er ook voor dat gemeenten mkb-bedrijven beter kunnen ondersteunen.

 1

 Actie 2: Ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf met De Startversneller.

 2,5

 Actie 3: Mkb-bedrijven ondersteunen bij de overgang naar circulair werken, slimmer omgaan met energieverbruik en meer digitalisering (9 projecten)

 9,5

 Totaal

 13

Bedragen x € 1.000.000

Onder actie 1 valt de ondersteuning van gezamenlijke projecten om de hulp aan het mkb in de regio te verbeteren. Ook kijken we hoe ondernemers makkelijker informatie kunnen vinden en hoe regionale accountmanagers beter worden in hun werk. De mkb-commissie ondersteunt deze activiteiten.

De € 2,5 miljoen onder actie 2 wordt gebruikt voor De Startversneller, waaronder de vouchers.

De € 9,5 miljoen onder actie 3 gaat naar de ondersteuning van RCT Gelderland, EDIH, de inzet van digitaliseringsvouchers en activiteiten om circulair werken aan te moedigen (9 projecten).

7.4 Samenhang met andere programma's

De uitvoeringsagenda sluit aan op andere Gelderse programma’s. Zo werken we samen met:

  • Energie en Klimaat: Dit programma heeft een speciaal werkplan voor de energietransitie en netcongestie bij bedrijven in de industrie en het mkb.

  • Mobiliteit: Dit programma werkt aan duurzamer vervoer. Met het project Logistics Valley en belangrijke logistieke knooppunten, draagt het programma bij aan verduurzaming van het mkb in de logistieke sector.

  • Wonen: Dit programma moedigt toekomstbestendig wonen aan. Met Steengoed Benutten kunnen ondernemers uit centrum- en winkelgebieden (zoals horeca en retail) aan de slag met hun ondernemerschap en verduurzaming.

  • Recreatie en toerisme: Dit programma ondersteunt ondernemers in de horeca, recreatie, sport en ontspanning.

  • Agrifood & landbouw: Dit programma helpt boeren en andere ondernemers in de landbouwsector bij innovaties en verduurzaming, zoals stikstofreductie, energieverbruik en hergebruik van reststromen.

  • Sport: dit programma ondersteunt jaarlijks 20 evenementen waar de organisatie mkb is en waar veel (regionale) mkb-bedrijven baat bij hebben.

  • Andere uitvoeringsagenda’s: Circulaire economie, innovatieve kennisclusters, onderwijs & arbeidsmarkt, en werklocaties vormen samen met deze agenda het Gelders Programma Economie. Ze werken nauw samen.

7.5 Monitoring en evaluatie

We verzamelen beleidsinformatie (data) om regelmatig te kunnen zien hoe we ervoor staan. Voor ons meerjarig economisch beleid gebruiken we vooral indicatoren die de maatschappelijke effecten op de kortere termijn (outcome) en lange termijn (impact) meten. Voor deze uitvoeringsagenda gebruiken we prestatie-indicatoren (output). Met behulp van deze indicatoren meten we of het Gelders ondernemersklimaat & mkb versterkt wordt. Door het versterken van het Gelders ondernemersklimaat & mkb willen we immers bijdragen aan het verstevigen van de concurrentiepositie van onze Gelderse ondernemers.

Hieronder per actie de prestatie-indicatoren.

Actie 1. We zorgen dat mkb ondernemers onze provinciale en regionale hulp makkelijker kunnen vinden en gebruiken. We zorgen er ook voor dat gemeenten het mkb beter kan ondersteunen.

  • In 2027 geven meer ondernemers aan dan in 2025 dat ze weten waar ze terecht kunnen bij de overheid met een vraag over hun bedrijf en ondernemen. Dat meten we via een ondernemerspanel.

  • In 2027 bevelen meer ondernemers ondersteuning van de overheid aan andere ondernemers aan dan in 2025. Dat meten we via een ondernemerspanel.

  • In 2027 vinden de gemeentelijke bestuurders, ambtenaren van Economische Zaken, ondernemersvertegenwoordigers en beheerders van bedrijventerreinen de samenwerking met de provincie beter dan in 2025. Dat meten we via een enquête.

Actie 2. We blijven ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf.

  • Deelnemers die meedoen aan De Startversneller halen vaker de grens van 5 jaar bestaan dan deelnemers die niet meedoen. Dit meten we via de Provinciale werkgelegenheidsenquête.

Actie 3. Wij ondersteunen het mkb nog meer bij de overgang naar circulair werken (het (her)gebruik van minder of andere grondstoffen), slimmer omgaan met energie en verdere digitalisering.

  • In 2027 geeft 75% van de bedrijven die hebben deel genomen aan een van de projecten die we inzetten voor actie 3, aan dat ze door deelname meer circulair, digitaal of energieneutraal zijn geworden.

  • De toegevoegde waarde en werkgelegenheid van de bedrijven die gebruikmaken van onze hulp groeit tussen 2025 en 2027 harder dan de toegevoegde waarde en werkgelegenheid van bedrijven die dat niet doen. Dit meten we door de ontwikkeling van ondersteunde bedrijven te vergelijken met een controlegroep uit ons werkgelegenheidsregister.

7.6 Communicatie

Goede communicatie is belangrijk om het ondernemersklimaat in Gelderland te verbeteren. Middels het delen van voorbeelden van mkb-bedrijven die met de transities bezig zijn, willen we andere mkb-bedrijven inspireren. We delen artikelen via onze eigen kanalen, zoals onze website, de nieuwsbrief Gelderland Leeft, sociale media en de pers.

We communiceren regionaal over deze uitvoeringsagenda via de Economic Boards en regionale netwerken. Hierin zitten ondernemersvertegenwoordigers, overheden, wetenschappers en onderwijsinstellingen. Steeds vaker doen inwoners ook mee.

We overleggen via het Interprovinciaal Overleg met andere provincies en het Rijk. We volgen de regionale economie en de uitvoering van deze agenda en laten zien hoe het gaat. Van daaruit communiceren we onze boodschap.

Daarnaast blijven we ook prijzen uitreiken voor bedrijven die excelleren. Ook zullen we innovatieprijzen van andere partijen actief communiceren om mooie voorbeelden van bedrijven te laten zien ter inspiratie.

Hoofdstuk 8 Uitvoeringsagenda Onderwijs & Arbeidsmarkt 2024-2027

Voorwoord

Met trots presenteer ik de Uitvoeringsagenda Onderwijs en Arbeidsmarkt 2024-2027 voor provincie Gelderland. Deze agenda is het resultaat van gesprekken en samenwerking met onderwijsinstellingen, werkgevers, gemeenten en andere betrokkenen in onze provincie. Tijdens mijn werkbezoeken aan bedrijven en projecten heb ik gezien hoe innovatief en betrokken onze Gelderse onderwijs- en arbeidsmarktpartners zijn.

Een mooi voorbeeld is de Technohub Inclusieve Technologie. Hier wordt technologie gebruikt om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk te helpen. Dit toont de samenhang tussen mens en innovatie. De arbeidsmarkt draait immers om de mensen die onze economie draaiende houden. Ook heb ik goede herinneringen aan de Dag van de ondernemer. We spraken daar met ondernemers over uitdagingen, zoals het personeelstekort. Deze gesprekken hebben mij laten zien dat we in Gelderland alles in huis hebben om onze arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken.

In deze uitvoeringsagenda richten we ons op het creëren van een goede omgeving voor zowel ondernemers, onderwijs- instellingen als werkzoekenden. We willen dat op de arbeidsmarkt de kennis en vaardigheden die bedrijven nodig hebben aanwezig is. Daarom blijven we investeren in onderwijs dat aansluit op de arbeidsmarkt via onder andere de Human Capital Agenda’s.

Er liggen grote uitdagingen voor ons, maar ik ben ervan overtuigd dat Gelderland, met de juiste samenwerking en innovatieve oplossingen, zich kan ontwikkelen tot een voorbeeldregio voor een toekomstgerichte onderwijs en arbeidsmarkt. Laten we samen werken aan een provincie waar leren, werken en groeien mogelijk blijft. Ik kijk ernaar uit om met u de komende jaren deze uitvoeringsagenda tot een succes te maken. Samen zetten we Gelderland nóg sterker op de kaart als dé plek waar talenten hun potentieel kunnen realiseren.

Helga Witjes

Gedeputeerde Onderwijs & Arbeidsmarkt

8.1 Inleiding

We hebben in Gelderland te maken met grote uitdagingen, zoals energie- en klimaatproblemen, het slim gebruiken van grondstoffen en digitalisering. Heel veel bedrijven hebben een tekort aan medewerkers. Door technologie en digitalisering verandert bovendien het werk. Het duurt lang voordat woningen gebouwd kunnen worden. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die zorg nodig hebben en minder mensen die zorg kunnen geven. Door de vergrijzing zullen we met minder mensen slimmer moeten werken. Dit betekent dat we ons moeten aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. We willen naar een sterke economie, dat bedrijven duurzamer worden, en dat mensen werk doen dat past bij hun talenten en ambities. Deze uitvoeringsagenda focust zich op de transitie- banen. Dat zijn banen waarin mensen werken aan de volgende drie thema’s: energietransitie (overstappen naar energie die beter is voor het milieu), circulaire economie (een economie waarin materialen worden hergebruikt) en digitalisering.

We vinden het belangrijk dat er genoeg talent is om de doelen op deze drie thema’s te bereiken. We richten ons daarom op het aantrekken en inzetten van nieuw talent in Gelderland. Denk hierbij aan mensen die deeltijd werken en langdurig werklozen. Daarnaast willen we ook zorgen dat talent behouden blijft in Gelderland. Ook willen we zorgen dat mensen hun leven lang kunnen leren (leven lang ontwikkelen). Dit geldt voor mensen met een praktische en mensen met een theoretische opleiding. Hierdoor wordt het makkelijker om bij te scholen of om een ander beroep te leren. We richten ons vooral op scholing voor de thema’s energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Zo zorgen we dat mens en bedrijf klaar zijn voor het werk van de toekomst.

In het beleidskader en het Gelders programma ‘Ruimte voor Economie’ legt provincie Gelderland uit hoe we zorgen voor een gezonde en sterke economie. Hiermee willen we onze doelen uit de omgevingsvisie en het coalitieakkoord waarmaken. Deze plannen werken we verder uit in deze uitvoeringsagenda. Hierin staat kort en duidelijk wat we van 2024 tot en met 2027 gaan doen. Ook leggen we uit hoe we dit gaan doen, zodat mens en bedrijf klaar zijn voor het werk van de toekomst.

Met deze uitvoeringsagenda neemt provincie Gelderland een stimulerende en faciliterende (ondersteunende) rol. We zorgen dat de partijen die te maken hebben met problemen op de arbeidsmarkt (de plek waar vraag en aanbod van werk samen- komen), samenwerken. Dit doen we in de regio en in de hele provincie. Wij koppelen arbeidsmarktprojecten aan de economische sterke clusters. We helpen kleine en middelgrote bedrijven (mkb) om meer digitaal en circulair, en energie- neutraal te worden. Om goede oplossingen te vinden, werken we samen met regionale, provinciale en nationale partners. We zijn hierbij een aanvulling op de instrumenten en acties vanuit het Rijk en gemeenten. Wij geven (financiële) steun aan partijen die nieuwe oplossingen voor de arbeidsmarkt bedenken. Succesvolle oplossingen delen we in ons netwerk en voeren deze breder uit als dat kan.

We hebben hiervoor drie tactische doelen:

  • 1.

    Stimuleren samenwerking human capital;

  • 2.

    Vergroten arbeidsparticipatie: meer mensen aan het werk krijgen;

  • 3.

    Aanmoedigen leven lang ontwikkelen.

8.2 Stimuleren samenwerking Human Capital-aanpak

8.2.1 Wat is het?

De afgelopen jaren heeft provincie Gelderland meegewerkt aan het opstellen van regionale Human Capital Agenda’s (HCA’s).Een HCA is een lange termijn agenda over de arbeidsmarkt. Hierin worden economische doelen gekoppeld aan de vraag naar personeel. De HCA laat zien welke mensen nodig zijn om de economische doelen in de regio en de hele provincie te bereiken. In de HCA werken werkgevers, onderwijsinstellingen (mbo, hbo en wo) en de overheid samen.

Provincie Gelderland richt zich op mkb’ers die de stap maken naar meer digitaal, circulair en energieneutraal werken. Ook kijken we naar bedrijven in de kennisintensieve clusters voeding, zorg, energie en maakindustrie (bedrijven die producten maken). Zo kunnen we de juiste stappen nemen om ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt nu en in de toekomst goed blijft werken. We willen de samenwerking tussen partijen die bezig zijn met de HCA’s vormgeven. Hiervoor is het nodig dat we in de regio aanwezig zijn. Net zoals de afgelopen jaren blijven we dit doen door provinciale regioadviseurs in te zetten.

Daarnaast werken we mee aan talentprogramma’s voor specifieke sectoren met grote personeelstekorten. Voor de tekorten in de ICT doen we mee aan landelijke human capital projecten. En we zijn betrokken bij het talentprogramma voor de Semicon industrie.

Kaart van de arbeidsmarktregio’s in Gelderland
8.2.2 Wat doen we?

Niet elke regio heeft een structuur voor een HCA. In de regio’s waar wel een structuur is, heeft nog niet elke regio een HCA. Wat we per regio doen, is daarom verschillend:

  • In 2027 hebben de 6 Gelderse regio’s een toekomstbestendige HCA waarin de doelen van de provincie en de regio zijn vastgesteld.

  • Onze regioadviseurs doen mee aan de regionale overleggen over human capital.

  • We stimuleren dat elke regio een goed werkende structuur voor onderwijs & arbeidsmarkt heeft.

  • Elke twee jaar brengt de stichting Research Onderwijs & Arbeidsmarktcenter (ROA) een rapport uit met voorspellingen over de arbeidsmarkt in de Gelderse regio’s. Deze kennis delen we met onze partners.

  • Samen met gemeenten onderzoeken we elk jaar het soort en de grootte van de werkgelegenheid in Gelderland. Dit doen we met de provinciale werkgelegenheidsenquête (PWE).

  • We sluiten aan bij de ruimtelijke regioteams en zorgen ervoor dat de vraag naar talent wordt meegenomen in de regioplannen.

  • Het grootste tekort aan mensen is in de ICT. Daarom wordt dit probleem samen met de twaalf provincies landelijk aangepakt. We doen mee aan deze landelijke projecten voor HCA in de ICT.

  • We werken mee aan het realiseren van een programmatische aanpak van de semicon industrie inclusief talentprogramma.

8.2.3 Wat is onze rol en wat merkt u ervan?

We stimuleren en helpen bij het maken en uitvoeren van een HCA. Met een HCA kunnen we onder andere inschatten welk kennis en vaardigheden werknemers in de toekomst nodig hebben. Het onderwijs kan daardoor studenten beter opleiden, zodat bedrijven snel goede werknemers vinden. Het verwachte effect hiervan is dat de vraag naar personeel en het aanbod van werk beter in balans is en beter is aangesloten op het onderwijs. Hierbij richten wij ons op de sectoren die zich bezighouden met de energietransitie, digitalisering en/of circulaire economie.

We ondersteunen de regio’s en Gelderse gemeenten door onderzoek uit te laten voeren en resultaten te delen. Hiermee kunnen zij hun HCA maken of aanpassen. De PWE laat zien wat voor werk er is, waar dit werk is en hoe de werkgelegenheid en bedrijven in Gelderland veranderen. De rapporten van ROA laten zien wat de verwachte veranderingen op de arbeidsmarkt zijn. Hierdoor wordt duidelijk wat de verwachte werkloosheid, spanning op de arbeidsmarkt en de arbeidsparticipatie in de regio en in heel Gelderland is.

8.2.4 Welke middelen zetten we hiervoor in?

Voor de financiering van de ROA-rapporten en PWE reserveren we jaarlijks €300.000,-. Voor de andere acties gebruiken we geen geld. Dit hoort bij het werk van onze regioadviseurs. Zij weten precies wat er in hun regio speelt en brengen onderwijsinstellingen (mbo, hbo en wo), werkgevers en gemeenten samen. Ze delen kennis, merken problemen op en denken mee over oplossingen. Zo zorgen we ervoor dat we goed kunnen werken aan de uitdagingen op de arbeidsmarkt.

8.3 Vergroten arbeidsparticipatie

8.3.1 Wat is het?

Arbeidsparticipatie betekent dat inwoners meedoen aan de arbeidsmarkt. We zien dat veel Gelderlanders werk hebben. Het werkloosheidpercentage was 3,3% in 2022. Dit is erg laag en daarnaast is veel vraag naar personeel. Toch zijn er nog steeds mensen die niet aan werk komen. Mensen met talent die heel graag willen werken. Dat is zonde, want er is een groot tekort aan medewerkers. En dat zal de komende jaren zo blijven. We zien namelijk dat er steeds meer ouderen in Gelderland komen en dat het percentage van de beroepsbevolking(de mensen die kunnen werken) kleiner wordt.

Er zijn verschillende manieren om de arbeidsparticipatie te verhogen. Bijvoorbeeld door mensen met een beperking (mensen die ondersteuning of aanpassingen nodig hebben) met behulp van technologie toch aan het werk te helpen. Of begeleiding te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (mensen die moeilijker aan een baan kunnen komen) en aan de werkgevers die deze mensen aannemen.

Veel mensen werken in deeltijd, terwijl ze meer uren willen werken. Door de manier waarop het werk is georganiseerd, kan dit helaas niet altijd. Denk hierbij aan het anders plannen van werkuren, het mogelijk maken van combinatiebanen of het praten over en begrip hebben voor mantelzorg (zorg voor familieleden of vrienden). Het project ‘Meer Uren Werkt’ heeft geld gekregen uit het Nationale Groeifonds om succesvolle oplossingen te bedenken. Zo kunnen mensen die willen, meer uren gaan werken. Dit helpt Nederland meer geld te verdienen en mensen die in deeltijd werken economisch zelfstandig te maken.

8.3.2 Wat doen we?

Om de arbeidsparticipatie in Gelderland te verhogen zetten we in op:

  • Het (mede)financieren van (boven)regionale projecten van de arbeidsmarktregio’s. Deze projecten begeleiden mensen naar een passende baan. Dit doen we via het Gelrepact.

  • Het stimuleren van Gelderse zorgorganisaties om maatregelen te nemen zodat mensen die dat willen, meer uren kunnen werken. 

8.3.3 Wat is onze rol en wat merkt u ervan?

Binnen het Gelrepact zijn we partner en geven we subsidies (geld) om projecten te ondersteunen. We werken samen met de arbeidsmarktregio’s om het tekort aan medewerkers op te lossen. Samen komen we met ideeën voor projecten die we kunnen uitbreiden. Aan het eind van 2027 hebben we (boven) regionale projecten uitgevoerd die mensen naar een passende baan begeleiden.

Binnen het Nationale Groeifonds-project ‘Meer Uren Werkt’, zijn we aanjager en stimuleren we het vormen van een Gelderse samenwerking van zorgorganisaties.

We stimuleren en ondersteunen deze samenwerking bij het aanvragen van een subsidie bij het Rijk. Het project begint in het klein, maar succesvolle oplossingen kunnen we hopelijk deze coalitieperiode al delen en breder inzetten. Zo wordt de arbeidsparticipatie verhoogd. We richten ons op de zorgsector, omdat hierin de meeste banen zijn in Gelderland. Aan het eind van 2027 is er een Gelders project uitgevoerd en hebben wede eerste resultaten van werkende oplossingen.

8.3.4 Welke middelen zetten we hiervoor in?

Voor het (mede)financieren van (boven)regionale projecten van de arbeidsmarktregio’s die mensen helpen naar een passende baan, hebben we van 2024 tot 2026 maximaal €3 miljoen beschikbaar. Het project ‘Meer Uren Werkt’ valt onder het werk dat we normaal doen.

8.4 Aanmoedigen leven lang ontwikkelen

8.4.1 Wat is het?

De arbeidsmarkt verandert snel. De Sociaaleconomische Raad (SER) zegt dat werkgevers en werknemers doorlopend veranderingen in het werk meemaken. Denk aan het sneller veranderen van de inhoud van hun baan, de grote tekorten op de arbeidsmarkt en grote veranderingen die nodig zijn. Dit betekent dat een leven lang ontwikkelen voor iedereen belangrijk is. Om ook in de toekomst een welvarend land te blijven met hoge brede welvaart, moeten we volgens de SER veel en blijvend investeren. Dit moeten we doen in de professionele ontwikkeling van de beroepsbevolking. De beste uitkomst is dat een leven lang ontwikkelen zorgt voor vitale mensen die flexibel en langdurig beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt.

Er zijn verschillende manieren om een leven lang ontwikkelen te stimuleren. Denk aan het zorgen voor activiteiten voor werkgevers, zoals het verbeteren van de leercultuur in de organisatie. Of activiteiten voor de hele beroepsbevolking of voor werkzoekenden. Wij investeren zowel in het mkb, als in werkzoekenden en mbo, hbo en wo studenten. Zo hopen we dat er passend aanbod is voor iedere Gelderlander in elke levensfase.

Als eerste willen we onderzoeken of een Gelders talentfonds nodig of gewenst is. Een talentfonds kan op verschillende manieren worden ingericht. Opijver is bijvoorbeeld een regionaal fonds voor de arbeidsmarkt in de Achterhoek. Gelders Vakmanschap is gericht op de technische sector. In Noord-Brabant (Brabant leert) en Utrecht (Utrechts talent-fonds) zijn de fondsen er voor iedere inwoner van de provincie. Deze mooie voorbeelden gebruiken we in ons onderzoek en de mogelijke vormgeving van een Gelders talentfonds. 

Voor een sterke economie is het belangrijk dat de onderwijs- sector sterk is, zodat opleidingen goed passen bij het werk dat leerlingen en studenten erna gaan doen. Daarom vindt provincie Gelderland het belangrijk om de samenwerking tussen de Gelderse mbo’s (middelbaar beroepsonderwijs) sterker te maken. In Gelderland is er een groot tekort aan praktisch geschoolden. Goed mbo-onderwijs dat bijvoorbeeld gericht is op leren in de praktijk, kan hier goed bij helpen. De samenwerking tussen de mbo’s kan leiden tot het delen van kennis en projecten voor een leven lang ontwikkelen. Mbo’s kunnen naast studenten ook werknemers helpen met het leren van kennis en vaardigheden die passen bij hun (veranderende) werk. Ook richten we ons op digitalisering, energietransitie en circulaire economie. 

Het werk in het mkb verandert, bijvoorbeeld doordat een bedrijf meer digitaal gaat werken en/of grondstoffen meer gaat hergebruiken. Het is daarom belangrijk dat werknemers zich blijven ontwikkelen. Een manier daarvoor is het opzetten van een leercultuur, waardoor in bedrijven het mogelijk is dat iedereen die dat wil kan blijven leren en ontwikkelen. Vooral de kleinere ondernemers hebben geen ruimte of kennis om een leercultuur op te zetten. Zo hebben werknemers de juiste kennis en vaardigheden om hun werk te vernieuwen en goed uit te blijven voeren.

8.4.2 Wat doen we?

Wij starten verschillende activiteiten voor studenten, werkenden, werkzoekenden en ondernemers:

  • In 2025 onderzoeken we of er in Gelderland behoefte is aan een talentfonds. Mensen kunnen zich hiermee omscholen naar een ander beroep waar een tekort aan medewerkers is. We kijken voor welke mensen en sectoren dit een interessant middel kan zijn.

  • Voor Gelderse ondernemers is scholing en kennisdeling beschikbaar over digitale veiligheid. Hiermee kunnen ze zichzelf en werknemers beschermen tegen digitale dreigingen. Hiervoor geeft provincie Gelderland een subsidie aan het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering.

  • In 2025 onderzoeken we samen met de Gelderse mbo’s hoe we de samenwerking op het gebied van leven lang ontwikkelen sterker kunnen maken.

  • We ondersteunen mkb’ers bij het verbeteren van de leercultuur in hun bedrijf.

  • In minstens 1 kennisintensief cluster is een programma voor een lang leven ontwikkelen opgezet. Ons doel is in de komende 4 jaar de 4 Gelderse kennisintensieve clusters Voeding, Zorg, Energie en Maakindustrie sterker te maken. Om de daar ontwikkelde innovaties succesvol en op grote schaal te gebruiken, moeten werknemers hiermee kunnen werken.

8.4.3 Wat is onze rol en wat merkt u ervan?

Wij stimuleren, ondersteunen en geven subsidies. We doen dit door samenwerkingen op te zetten binnen het mbo, het stimuleren van een leercultuur bij het mkb, het opzetten van programma’s voor een leven lang ontwikkelen en het delen van kennis.

U merkt hiervan het volgende:

  • Er is een samenwerking opgezet tussen de Gelderse mbo-instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van leven lang ontwikkelen.

  • Het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering biedt scholing en kennis aan inwoners, ondernemers en overheden.

  • Het onderzoek naar een Gelders talentfonds is afgerond.

  • In 2027 hebben minstens 36 mkb’ers een leercultuur binnen hun bedrijf.

  • In minstens 1 kennisintensief cluster is een programma voor leven lang ontwikkelen ontwikkeld.

8.4.4 Welke middelen zetten we hiervoor in?
  • Voor het opzetten van een leercultuur in het mkb is er jaarlijks €600.000,- beschikbaar.

  • Het verbeteren van de samenwerking tussen het Gelderse mbo op het gebied van leven lang ontwikkelen valt onder ons normale werk.

  • We geven 1 keer €1.004.000,- aan het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering.

  • Het opzetten van een programma voor leven lang ontwikkelen binnen een kennisintensief cluster hoort bij ons normale werk.

8.5 Samenhang andere programma's

Inhoudelijk werken we ook samen met andere programma’s om onze doelen te realiseren.

  • 1.

    Met het Gelders programma Energie en Klimaat mede- financieren we de FLINCK-academie. Doordat lokale energiecoöperaties (groepen die samen energie opwekken) de kans krijgen opleidingen te volgen, kunnen ze beter worden in hun werk.

  • 2.

    Samen met de afdeling Buitenlandse Betrekkingen en Lobby ondersteunen we het Grensinfopunt (GIP) Kleve. Hier krijgen mensen die in het ene land werken en in het andere land wonen, gratis hulp. Deze hulp gaat over wonen, werken en studeren over de grens. Het GIP Kleve werkt zo mee aan het provinciale doel om het tekort op de arbeidsmarkt te verkleinen. Een goed werkend systeem om informatie te delen, ondersteunt een actieve arbeidsmarkt over de grens. Dit biedt voordelen voor de regio en heel Nederland.

  • 3.

    Het project van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering draagt bij aan het doel van het programma weerbaarheid. Dit is de cyberweerbaarheid (de bescherming tegen digitale aanvallen) in Gelderland te vergroten. Het project draagt ook bij aan een beter ondernemersklimaat (de omstandigheden voor bedrijven) in Gelderland. Door scholing en kennis te delen over cyberweerbaarheid helpen we ondernemers met de overgang naar meer digitaal werken. We zorgen ook dat accountmanagers mkb (de mensen die kleine en middelgrote bedrijven helpen) van Gelderse gemeenten meer weten over dit onderwerp. Zo kunnen zij de lokale ondernemers beter ondersteunen.

  • 4.

    Samen met het Gelders programma Wonen van provincie Gelderland werken we verder aan hun actieplan Wonen. We werken samen aan projecten zoals het transitiehuis (een project waarin wordt gezorgd voor meer zij- instroom in de bouw). Ook zetten we samen evenementen op zoals ‘de slimste handen van Gelderland’, dit is een waardering voor technische vakmensen.

  • 5.

    De inzet van het programma Cultuur en Erfgoed om te zorgen dat inwoners goede basisvaardigheden (digitaal, lezen en schrijven) hebben sluit aan bij ons tactische doel ‘aanmoedigen leven lang ontwikkelen’. Laaggeletterdheid zet mensen op een achterstand, onder andere in het werk dat ze (willen) doen. Door de basisvaardigheden van mensen te verbeteren worden hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot.

8.6 Communicatie

Om het doel ‘Mens en bedrijf klaar voor het werk van de toekomst’ te bereiken, is communicatie belangrijk. Dit vraagt om veranderingen in het gedrag van alle deelnemers op de arbeidsmarkt. Daar heeft provincie Gelderland een verbindende en versterkende rol in. Dit betekent dat we moeten kiezen op welk niveau we samenwerken en waar communicatie kan helpen. We volgen de arbeidsmarkt en laten zien hoe het gaat. Deze resultaten delen we op onze website, in de nieuwsbrief Gelderland Leeft en op onze sociale media. Als er heel grote veranderingen op de arbeidsmarkt zijn, dan delen we dit via de pers. Ook onze regioadviseurs delen de onderzoeken met hun netwerk.

Daarnaast hebben we een stimulerende rol. We willen dat er nieuwe projecten komen binnen de samenwerkingen. Dit doen we door goede voorbeelden van samenwerkingen te laten zien. We delen artikelen via onze eigen kanalen, zoals onze website, de nieuwsbrief Gelderland Leeft en sociale media. We geven de LinkedInpagina ‘Onderwijs & Arbeidsmarkt’ een frisse start en organiseren bijeenkomsten met onze partners en regioadviseurs.

We gaan samenwerken met andere thema’s, zoals andere economische thema’s en de programma’s Wonen en Weerbaarheid. Dit maakt onze boodschap sterker en helpt ons meerdere mensen in bepaalde sectoren te bereiken. Binnen de looptijd van deze uitvoeringsagenda delen we de resultaten van de projecten binnen de triple helix (de samen- werking tussen de overheid, het onderwijs en de bedrijven). Zo worden de proefprojecten en andere losse projecten een voorbeeld voor anderen. We willen dat ons idee zich verder verspreidt.

8.7 Voortgang en monitoring

Al ons werk is erop gericht om de arbeidsparticipatie te verhogen, het werkloosheidspercentage te verlagen en de spanning op de arbeidsmarkt te verkleinen. Dit zijn de doelen voor een goede arbeidsmarkt. Provincie Gelderland heeft beperkte invloed op het functioneren van de arbeidsmarkt. Veel landelijke en wereldwijde veranderingen hebben grote invloed op de werkloosheid en de spanning op de arbeidsmarkt. Elk jaar volgen we de arbeidsparticipatie, het werkloosheids- percentage en de spanning op de arbeidsmarkt in Gelderland. Zo weten we hoe de arbeidsmarkt werkt, welke problemen en kansen er zijn. Zo kunnen we vanuit onze rol en positie actie ondernemen.

 Indicator

 Nulmeting

 Bruto arbeidsparticipatie (2023) Bron: CBS

 76,1%

 Werkloosheidspercentage (2023) Bron: CBS

 3,2%

 Spanning op de arbeidsmarkt (Q4 2023) Bron: CBS

 105 vacatures/100 werklozen

Daarnaast hebben wij bij ieder tactisch doel 1 of meerdere indicatoren (meetpunten) gemaakt. Deze zijn SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) geformuleerd. Zo kunnen we elk jaar kijken hoe het gaat.Op deze manier hebben we inzicht in de resultaten van ons werk en kunnen we als het nodig is, bijsturen.

 

 2024

2025

2026 

 2027

 In 2027 hebben de 6 Gelderse regio’s een toekomstbestendige HCA, waarin de doelen  van de provincie en de regio zijn vastgesteld.

 De regioadviseurs blijven met de partners in gesprek om de doelen van de provincie terug te laten komen in de (vernieuwde) HCA’s

 HCA in Stedendriehoek

 HCA Foodvall

HCA Foodvalleyey

 HCA in Noordwest Veluwe

 We stimuleren dat elke regio een goed werkende infrastructuur heeft voor onderwijs en arbeidsmarkt.

 De regioadviseurs zorgen dat de onderwijs- en arbeidsmarktinfrastructuur in elke regio goed werkt en beter wordt

Partners samenbrengen in Noordwest Veluwe

 Stimuleren opzet infrastructuur Noordwest Veluwe

 Infrastructuur in Noordwest Veluwe is opgezet

 

 We brengen rapportages uit over de arbeidsmarktverwachtingen in de Gelderse regio's en delen deze kennis met onze partners

 Publicatie en bijeenkomst

 

 Publicatie en bijeenkomst

 

 We onderzoeken het soort en grootte van de Gelderse werkgelegenheidsregio's via de provinciale werkgelegenheidsenquête (PWE)

 Publicatie

Publicatie

Publicatie 

Publicatie 

 We sluiten aan bij die ruimtelijke regioteams en zorgen ervoor dat de vraag naar talent wordt meegenomen in de regioplannen

 Verzorgen (regionale) informatie over human capital in de regionplannen

 Verzorgen (regionale) informatie over human capital in de regionplannen

 Verzorgen (regionale) informatie over human capital in de regionplannen

 Verzorgen (regionale) informatie over human capital in de regionplannen

 We financieren (boven)regionale projecten die mensen naar een passende baan begeleiden

 Openstellen regeling fase 1

 Uitvoeren projecten fase 1

Evalueren fase 1 en aanpassen regeling

Openstellen regeling fase 2

 Uitvoeren projecten fase 2

Evalueren fase 2 en aanpassen regeling

Openstellen regeling fase 3

 Uitvoeren projecten fase 3

Evalueren fase 3

Eindevaluatie

 We stimuleren Gelderse zorg-, onderwijs- en/ of kinderopvangorganisaties om interventies uit te gaan voeren, waardoor hun personeel meer uren kan gaan werken.

 

 (Mogelijk) toekennen subsidie fase 1

Uitvoeren interventies en onderzoeken effect interventies (tot en met 2030)

 Uitvoeren interventies en onderzoeken effect interventies (tot en met 2030)

Verspreiden succesvolle interventies onder partners

 Uitvoeren interventies en onderzoeken effect interventies (tot en met 2030)

Verspreiden succesvolle interventies onder partners

 We onderzoeken of een talentfonds nodig is in Gelderland en voor welke mensen en sectoren dit een interessant middel kan zijn.

 Opdracht verlenen

 Bekijken advies en beslissen hoe verder te gaan

 
 

 Gelderse ondernemers kunnen gebruikmaken van opleidingen en kennisdeling. Hiermee kunnen zij zichzelf en werknemers beter beschermen tegen digitale dreigingen.

 Verlenen subsidie aan het CVD

 Kennisdeling en opleidingen aangeboden aan 15-20 ondernemers, 10 – 15 veiligheidsprofessionals en 10 – 15 accounthouders mkb van gemeenten

Tussenevaluatie en bijstelling

 Kennisdeling en opleidingen aangeboden aan 15-20 ondernemers, 10 – 15 veiligheidsprofessionals en 10 – 15 accounthouders mkb van gemeenten

Tussenevaluatie en bijstelling

 Kennisdeling en opleidingen aangeboden aan 15-20 ondernemers, 10 – 15 veiligheidsprofessionals en 10 – 15 accounthouders mkb van gemeenten

Eindevaluatie

 We onderzoeken samen met de Gelderse mbo-instellingen hoe we de samenwerking op het gebied van leven lang ontwikkelen kunnen versterken.

 Verkenning

 Bekijken mogelijkheden en maken van plannen om samenwerking te versterken

 Ondersteunen activiteiten op het gebied van leven lang ontwikkelen in het mbo

 

 We helpen mkb’ers bij het bevorderen van de leercultuur in hun bedrijf.

 Vaststellen instrument

 Bij minimaal 12 mkb’ers leercultuur opgezet

Tussenevaluatie en aanpassing instrument waar nodig

 Bij minimaal 12 mkb’ers leercultuur opgezet

Tussenevaluatie en aanpassing instrument waar nodig

 Bij minimaal 12 mkb’ers leercultuur opgezet

Eindevaluatie

 We zetten in minimaal 1 kennisintensief cluster een programma voor leven lang ontwikkelen op.

 Keuze eerste kennisintensieve cluster

 Opzetten programma voor leven lang ontwikkelen

Bekijken of er behoefte is aan programma’s voor leven lang ontwikkelen in andere clusters

 Starten programma voor leven lang ontwikkelen in 1 cluster

Als er behoefte is: opzetten van programma’s voor leven lang ontwikkelen in andere clusters

 Als er behoefte is: starten van programma’s voor leven lang ontwikkelen in andere clusters

Hoofdstuk 9 Uitvoeringagenda Werklocaties 2024-2027

Voorwoord

Met trots presenteer ik de Uitvoeringsagenda Werklocaties 2024-2027 voor provincie Gelderland. Deze agenda is het resultaat van samenwerking en gesprekken met ondernemers, gemeenten en anderen die betrokken zijn bij onze prachtige provincie.

Tijdens mijn vele bedrijfsbezoeken en afspraken met ondernemers heb ik gezien hoe innovatief (vernieuwend) en betrokken onze Gelderse ondernemers zijn. Ik denk met plezier terug aan de inspirerende sessie over circulair ondernemen (hergebruik van grondstoffen en producten) in september. Ook heb ik goede herinneringen aan de Dag van Gelderland, waar we hebben gesproken over energie, netcongestie (te veel gebruik van het stroomnet) en ondernemen. Deze bijeenkomsten hebben mij nog eens laten zien dat we in Gelderland alles in huis hebben om onze economie klaar te maken voor de toekomst.

In deze uitvoeringsagenda richten we ons op het maken van een fijne omgeving voor bedrijven om zich te vestigen; een optimaal vestigingsklimaat. Hier zijn genoeg werklocaties (werkplekken) van goede kwaliteit. Ook willen we een goede balans tussen de vraag naar ruimte en het aanbod van werkplekken die de verschillende (groepen) bedrijven nodig hebben.

Ik ben blij dat we stappen zetten om de problemen met de energievoorziening aan te pakken. Dit onderwerp is belangrijk voor het duurzamer maken van nieuwe en bestaande bedrijventerreinen.

We staan voor grote uitdagingen, maar ik geloof dat we met de juiste samenwerking en innovatieve oplossingen Gelderland kunnen neerzetten als een voorbeeldregio voor duurzaam en circulair ondernemen. Laten we samen blijven werken aan een provincie waar ruimte is om te ondernemen, te vernieuwen en te groeien.

Ik kijk ernaar uit om samen met u de komende jaren deze uitvoeringsagenda tot een succes te maken. En samen Gelderland nóg sterker op de kaart te zetten als dé plek waar ondernemers hun doelen kunnen waarmaken.

Helga Witjes

Gedeputeerde Economie & Innovatie

9.1 Inleiding

Gelderland staat voor een uitdaging. Onze economie groeit, maar er is weinig ruimte. Er is druk op de fysieke ruimte (ruimte om te bouwen), ruimte op het elektriciteitsnetwerk (netcongestie) en milieuruimte (ruimte voor milieuhinderlijke bedrijven). Bedrijven zoeken naar de juiste locaties om zich te vestigen of uit te breiden. Tegelijkertijd moeten we zorgen voor een leefbare omgeving en duurzame ontwikkeling. We moeten een balans vinden tussen economische groei, ruimte op het elektriciteitsnetwerk, zorgvuldig en slim gebruik van de beschikbare ruimte en een fijne Gelderse leefomgeving. Met deze uitvoeringsagenda, onderdeel van het Gelders programma ‘Ruimte voor Economie’, willen we deze uitdaging aanpakken. We willen een Gelderland waar ondernemers de ruimte hebben om te groeien, waar bedrijventerreinen helpen bij een duurzame toekomst, en waar economische groei samengaat met een prettige leefomgeving. Ons doel is ambitieus (groot, uitdagend), maar nodig. We willen het fysieke vestigingsklimaat voor bedrijven verbeteren omde brede welvaart (geld, gezondheid, veiligheid en een fijne leefomgeving) in Gelderland te versterken. We richten ons op de planning en ontwikkeling van werklocaties die klaar zijn voor de toekomst.

We willen:

  • 1.

    450 hectare extra werklocaties toevoegen voor 2030, met focus op Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden bedrijven.

  • 2.

    10% van de vraag opvangen door herstructurering en intensivering van bestaande werklocaties (= inbreiding).

  • 3.

    80 projecten realiseren die helpen onze werklocaties klaar te maken voor de toekomst.

Wat zijn werklocaties?

Werklocaties zijn plekken waar bedrijven staan en mensen werken. Er zijn verschillende soorten werklocaties. Denk aan bedrijventerreinen, campussen, kantoorplekken of detailhandel (winkels). Het zijn belangrijke plekken voor de Gelderse economie. Ze zorgen voor banen, helpen bij veranderingen in de samenleving en moedigen innovatie aan.

Om dit doel waar te maken, voeren we twee tactische doelen uit:

  • We zorgen voor genoeg geschikte werklocaties, met aandacht voor zorgvuldig en slim ruimtegebruik en een prettige Gelderse leefomgeving.

  • We maken bedrijventerreinen klaar voor de toekomst.

Beleidsuitgangspunten

Via de Regionaal Programma Werklocaties maken we afspraken met gemeenten in regionaal verband over het:

  • Uitbreiden en behouden van werklocaties.

  • Stimuleren van de combinatie van wonen en werken.

  • Beschermen en versterken van de positie van HMC-bedrijven op de daarvoor geschikte locaties.

  • Stimuleren van het verplaatsen van bedrijven met een lage milieucategorie (tot cat. 2) van bedrijventerreinen naar de centra.

  • Over de balans tussen economische ontwikkeling en leefbaarheid.

:

9.2 Tactisch doel 1

We zorgen voor genoeg geschikte werklocaties, met aandacht voor slim ruimtegebruik en een prettige Gelderse leefomgeving.

Wat is het?

Er is steeds meer vraag naar bedrijfsruimte in Gelderland, maar er is weinig ruimte beschikbaar. Dat bedrijven hierom vragen, betekent niet dat we dit allemaal kunnen geven. We willen dat de ruimte alleen gaat naar bedrijven die belangrijk zijn voorde regio. Voor deze bedrijven moeten we zorgen dat er genoeg geschikte locaties zijn. Hierbij moeten we rekening houden met verschillende wensen van verschillende soorten bedrijven; van midden- en kleinbedrijf (mkb) tot grote logistieke en industriële bedrijven.

We letten op zorgvuldig en slim gebruik van ruimte en de kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Eén uitdaging is te zorgen voor genoeg ruimte voor milieuhinderlijke bedrijven en watergebonden bedrijven (bedrijven die water nodig hebben). Dit is belangrijk voor de overgang naar een circulaire economie en het houden van een sterke, innovatieve maakindustrie (bedrijven die producten maken) in Gelderland. Deze bedrijven spelen een belangrijke rol in de circulaire keten, maar het wordt steeds moeilijker de juiste locaties te vinden. Dit komt door de steeds grotere druk op de ruimte.

Regioverdeling Regionale Programma’s Werklocaties (RPW’s)
afbeelding binnen de regeling

 RPW

 Vastgesteld door GS

 Ermelo Harderwijk Putten en Zeewolde (EHPZ), RPW Noord-Veluwe 2019

 2019 (maakt nu als eigen regio een eigen RPW, dit proces loopt nu)

 Stedendriehoek, actualisatie 2019-2030

 2021 (zitten nu in proces voor nieuwe RPW)

 Rivierenland

 December 2020

 Kop van de Veluwe 2024-2028

 September 2024

 GMR Arnhem-Nijmegen

 Mei 2021

 Foodvalley 2022-2026

 Januari 2023

 Achterhoek 2024-2028

 Maart 2024

Wat doen we nu?

We werken de Regionale Programma’s Werklocaties (RPW’s) bij en voeren deze uit.

  • RPW’s zijn afspraken die we maken met regio’s en gemeenten. Hierin staat welke nieuwe bedrijventerreinen nodig zijn, welke eisen we daaraan stellen en hoe we bestaande bedrijventerreinen klaarmaken voor de toekomst. Gedeputeerde Staten geven per regio aan of er ook afspraken moeten worden gemaakt over winkels en kantoren buiten het stadscentrum.

  • Om deze afspraken te maken, kijken we samen met gemeenten en andere stakeholders (betrokken partijen) hoe het nu met de bestaande bedrijventerreinen gaat. Ook kijken we wat de vraag in de regio is en wordt, en wat er verder op bedrijventerreinen afkomt. De volgende stap is het maken van een regionale visie (toekomstbeeld of plan): wat wil de regio economisch bereiken en welke bedrijven zijn belangrijk? Hoe kan de regio zich het beste ontwikkelen, rekening houdend met de ruimte die andere functies zoals wonen en natuur nodig hebben en de kwaliteit van de omgeving? Op basis van deze visie maken we afspraken om de doelen goed te bereiken.

  • Deze coalitieperiode hebben we in de RPW’s extra aandacht voor:

    • het toevoegen van 450 hectare extra werklocaties voor 2030;

    • het opvangen van 10% van de vraag op bestaande werklocaties;

    • meerwaarde van bedrijven voor de regio;

    • ruimte voor milieuhinderlijke en watergebonden bedrijven;

    • het duidelijk aangeven waar grootschalige logistieke bedrijven zich mogen vestigen;

    • eisen voor nieuwe bedrijventerreinen (slim gebruik van ruimte, rekening houden met netcongestie, klimaatadaptiviteit (aanpassingsvermogen aan klimaat), goede ruimtelijke kwaliteit, passen in het landschap);

    • hulp bij ingewikkelde vraagstukken en problemen.

In de praktijk zijn er vaak problemen met de inrichting en het gebruik van ruimte bij gemeenten, regio’s, ondernemers en parkmanagers. De regio-adviseurs praten en denken mee over deze problemen. Ze signaleren belangrijke problemen, gebruiken hun kennis en werken samen om oplossingen te vinden. Door hun betrokkenheid en inzicht helpen de regio- adviseurs bij het oplossen van ruimtelijke problemen. Dit geeft ze een belangrijke rol in de ontwikkeling van lokale en regionale projecten.

Naast het bijwerken van de RPW’s, houden we trends en ontwikkelingen in de gaten. We passen ons werklocatiebeleid aan als dat nodig is. Komende periode gaan we in ieder geval aan de slag met:

  • Onderzoek naar bescherming van bestaande ruimte voor hogere milieucategorieën en watergebonden bedrijven in heel Gelderland.

  • Slim omgaan met de uitdagingen van netcongestie. We verzamelen en delen kennis over hoe we hiermee kunnen omgaan, in samenwerking met het netcongestiecentrum. Dit kan namelijk een probleem worden bij de realisatie en verduurzaming van bedrijventerreinen en werklocaties.

  • Onderzoek naar en het bepalen van een plan voor het ruimtelijk mogelijk maken van de overgang naar een circulaire economie.

  • Verwerken van onze visie (ons idee) voor werklocaties in de Omgevingsvisie, regioarrangementen en gebiedsprocessen.

  • Uitwerken van de provinciale energievisie in ons beleid voor bedrijventerreinen. Dit doen we onder andere voor nieuwe grootschalige energieverbruikers. En het zoveel mogelijk ‘netbewust’ (met aandacht voor het elektriciteitsnet) ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen.

We versterken de samenwerking met partners. We werken meer samen met gemeenten, regio’s en andere partners. Samen versterken we de kennis over nieuwe onderwerpen zoals regionale meerwaarde, slim gebruik van ruimte op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen, en het beschermen van ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën. Hierbij kijken we ook naar hulp bij het realiseren van nieuwe terreinen. Denk bijvoorbeeld aan Smart Energy Hubs (slimme energiepunten) en de inpassing in het landschap.

Wat is onze rol en wat merkt u ervan?

We nemen een regisserende (organiserende) en faciliterende (mogelijk makende) rol aan. De provincie zorgt ervoor dat elke regio een RPW maakt via de omgevingsverordening. De regio is verantwoordelijk voor het maken van het RPW. De provincie brengt als partner het provinciaal belang in (wat is belangrijk voor provincie Gelderland). Uiteindelijk is er een gezamenlijke afspraak. De provincie zorgt dat alle gemeenten zich aan de afspraken houden via de omgevingsverordening.

Regio’s, gemeenten en bedrijven zullen merken dat er meer duidelijkheid komt over de beschikbare ruimte. Er wordt gericht gewerkt aan passende locaties voor verschillende soorten bedrijven, met aandacht voor de kwaliteit van de omgeving. Het maken van nieuwe terreinen en het verbeteren van bestaande locaties draagt bij aan een beter vestigingsklimaat. Hierbij willen we een goede balans tussen economische groei en duurzaam gebruik van ruimte.

De realisatie van 450 hectare nieuwe bedrijventerreinen hangt af van de inzet van andere partijen en andere zaken zoals stikstof en netcapaciteit (hoeveel plek er is op het stroomnetwerk). Om 10% van de vraag op bestaande bedrijventerreinen op te vangen, is het vooral belangrijk dat er investeringsmiddelen zijn. We verwachten namelijk dat een deel van de kosten niet wordt terugverdiend.

Welke middelen zetten we hiervoor in?

Voor het realiseren van 10% inbreiding op bestaande terreinen zijn aanzienlijke investeringen nodig. Voorbeelden van hoe we dit aanpakken zijn:

  • Het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik, zoals het bouwen in meerdere lagen.

  • Het herontwikkelen van verouderde bedrijfspanden.

  • Het optimaliseren van de infrastructuur op bestaande terreinen.

We erkennen dat voor deze herstructureringsprojecten extra financiële middelen nodig zijn, omdat een deel van de kosten mogelijk niet direct terugverdiend kan worden.

Om deze uitdagingen aan te gaan en onze doelen te realiseren, zetten we de volgende middelen in:

  • 1.

    Personeel: Beleidsmedewerker en in elke regio een regionale adviseur werklocaties. Zij zijn er voor het uitvoeren van ons beleid, het bijwerken van de RPW’s en de begeleiding.

  • 2.

    Geld: € 900.000 voor het meefinancieren van de RPW’s en ruimtelijk-economische onderzoeken.

  • 3.

    Kennis en expertise: Gebruik van eigen en externe kennis over data, ruimtelijke economie, stadsplanning en duurzaamheid. Dit doen we mede met ons provinciale bureau economisch onderzoek, onze regioteams (gebiedsprocessen) en andere programmateams zoals ruimte, energie en wonen.

  • 4.

    Samenwerking: Samenwerking met gemeenten, bedrijven en andere partners voor de uitvoering van projecten. We werken ook samen met onze grensprovincies, het Interprovinciaal Overleg (vereniging van twaalf provincies) en het Rijk. Zo nemen we deel aan verschillende bestuurlijke en ambtelijke werkgroepen op nationaal niveau.

  • 5.

    Juridische middelen: Gebruik van onder andere de omgevingsverordening en de Omgevingsvisie.

9.3 Tactisch doel 2  

We maken bedrijventerreinen klaar voor de toekomst.

Wat is het?

Toekomstbestendige Gelderse bedrijventerreinen zijn voor ons plekken waar bedrijven, overheden en parkmanagers samenwerken. Ze werken daar samen aan nieuwe kansen en lossen problemen op. Dit zijn problemen op het gebied van economie, veiligheid, ruimte, duurzame energie, circulariteit, klimaat, gezondheid en natuur. Zo maken we een aantrekkelijker vestigingsklimaat en werken we toe naar energieneutrale (zonder gebruik van energie) en klimaatbestendige bedrijventerreinen in 2050.

Deze toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn belangrijk voor een sterke Gelderse economie. De terreinen zijn klaar voor de uitdagingen van morgen. Ze bieden een goede omgeving voor bedrijven om te innoveren en te groeien. Door bestaande bedrijventerreinen stap voor stap klaar te maken voor de toekomst, zorgen we voor een betere werkomgeving. Ook helpen we mee aan de duurzaamheidsdoelstellingen van onze provincie. Hiervoor is een goede samenwerking nodig tussen bedrijven onderling en tussen gemeenten en bedrijven. Bedrijven en gemeenten moeten een gezamenlijke visie hebben voor wat er nodig is op een bedrijventerrein, wat voorrang heeft en hoe verschillende doelen invloed op elkaar hebben.

Wat doen we?

Onze visie is om wonen en werken waar mogelijk te combineren, bedrijven in categorie 2 naar centra te verplaatsen waar dat kan, en HMC-bedrijven beter te beschermen. Concrete acties hiervoor zijn:

  • Het ontwikkelen van gemengde woon-werkgebieden in stedelijke omgevingen.

  • Het faciliteren van de verplaatsing van categorie 2 bedrijven naar centrumlocaties.

  • Het aanwijzen en beschermen van specifieke zones voor HMC-bedrijven.

We gaan door met het uitvoeren van de aanpak Toekomst- bestendige Bedrijventerreinen. We helpen minstens 80 bedrijventerreinen om beter klaar te zijn voor de toekomst (20 nieuwe projecten per jaar van 2024-2027):

  • Onze regioadviseurs gaan praten met gemeenten, ondernemersverenigingen en parkmanagers om te laten zien hoe belangrijk toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn. Ze zoeken waar partners aan de slag willen met gezamenlijke verbeterprojecten. We moedigen ondernemers aan om zich goed te organiseren op een terrein. Als ondernemers goed samenwerken, leidt dit sneller tot succes, leert de ervaring.

  • Partijen die hun bedrijventerreinen toekomstbestendiger willen maken, bieden we directe ondersteuning die past bij hun vraag. Dit doen we door:

    • Onze eigen kennis en expertise in te brengen.

    • Partijen te verbinden met andere acties, goede voorbeelden en belangrijke partijen. Dit kan ook zijn in regiodeals, regionale economische visies en gebiedsprocessen.

    • De ontwikkelkracht en financiering van OostNL, Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland en het Perspectieffonds te gebruiken.

    • Subsidiemogelijkheden aan te bieden om het proces te ondersteunen. En financiële tekorten aanvullen bij de uitvoering van maatregelen, zodat projecten de laatste stap richting realisatie kunnen zetten.

  • Het is nadrukkelijk een integrale aanpak, waarbij we naar de hele situatie op bedrijventerreinen kijken en kansen tussen verschillende thema’s proberen te combineren. In onze hulp richten we ons vooral op de volgende thema’s:

    • Samenwerking: het opzetten van manieren voor ondernemers om beter samen te werken.

    • Energietransitie: projecten gericht op energiebesparing, netcongestie, duurzame energieopwekking en-uitwisseling.

    • Slim gebruik van ruimte: projecten die de beschikbare ruimte beter gebruiken.

    • Circulaire economie: acties om grondstoffen slimmer te gebruiken en minder weg te gooien.

    • Klimaatadaptatie: maatregelen om bedrijventerreinen klaar te maken voor de gevolgen van klimaatverandering.

    • Biodiversiteit: projecten die de natuur op bedrijven- terreinen verbeteren.

    • Veiligheid: acties om de fysieke veiligheid te verbeteren.

Naast onze gewone manier van werken, voeren we een paar extra programma’s uit:

  • Programma Werklandschappen van de Toekomst: via de Stichting Werklandschappen van de Toekomst stimuleren we het vergroenen van bedrijventerreinen. We helpen ondernemers en gemeenten met:

    • De realisatie van één living lab.

    • De realisatie van twee ambassadeursterreinen (voorbeeldterreinen).

    • Het delen van kennis met de andere bedrijventerreinen in Gelderland.

    • Door de kennis en voorbeelden uit het living lab en de ambassadeursterreinen te delen, helpen we ondernemers, parkmanagers en gemeenten van andere bedrijventerreinen in Gelderland die ook willen vergroenen. Ze kunnen ook de expertise uit het programma Werklandschappen van de Toekomst gebruiken.

  • Versterken van ondernemerssamenwerking voor duurzame bedrijventerreinen: samen met VNO-NCW stimuleren we de samenwerking tussen ondernemers om bedrijventerreinen duurzamer te maken. Dit wordt gefinancierd met Rijksgeld via een Specifieke Uitkering (SPUK). Ons doel is om tot mei 2027 op 81 bedrijventerreinen de samenwerking te verbeteren en stappen te zetten naar verduurzaming. Vanuit onze gewone manier van werken, helpen we bij het maken en uitvoeren van de actieplannen die hieruit voortkomen.

  • Gebruik van Railterminal Gelderland (RTG)-middelen (2024): de vrijgekomen RTG-middelen gebruiken we om herstructurering, intensivering en circulariteit op bedrijventerreinen aan te moedigen.

    • Voor herstructurering en intensivering van werklocaties doen we dit door:

      • 1.

        Het vergroten van de mogelijkheden van onze Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland om kansrijke projecten te vinden en richting realisatie te brengen.

      • 2.

        Waar nodig de investeringsmogelijkheden voor de herstructurering of intensivering van bedrijventerreinen van onze Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland te vergroten.

      • 3.

        Mogelijk te maken dat ook herstructurerings- en intensiveringsprojecten met een onrendabele top (verschil tussen kosten en opbrengst) groter dan€ 500.000 kunnen worden ondersteund. De steun die we bieden voor het herstructureren en intensiveren van bedrijventerreinen, combineren we met de herstructureringspilot die het ministerie van Economische Zaken in elke provincie wil opstarten. Dit project vraagt per project € 2,5 miljoen aan cofinanciering van de provincie, regio en gemeenten.

    • Voor circulariteit op bedrijventerreinen onderzoeken we samen met onze partners eerst hoe we steun het beste kunnen geven. We willen beter begrijpen waarom bedrijven dit willen, welke problemen ze tegenkomen en welke hulp ze nodig hebben. Een van de mogelijkheden is het opzetten van een proeftuin.

Wat is onze rol en wat merkt u ervan?

We hebben een stimulerende en faciliterende rol bij het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen. Onze manier van werken is actief en is gericht op samenwerking. Daarbij zorgen we als provincie voor een integrale aanpak, waarbij alle thema’s die betrekking hebben op bedrijventerreinen op elkaar worden afgestemd.

We werken met regionale adviseurs die betrokken zijn bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen. Ons doel is om in totaal 80 projecten te realiseren die helpen om bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. Dit kunnen bestaande projecten zijn die we verder helpen, of nieuwe projecten die we samen met partners starten.

Bedrijven, parkmanagers en gemeenten zullen merken dat er een partner is die meedenkt, verbindt en helpt bij het verduurzamen en toekomstbestendig maken van hun terreinen. Ze krijgen financiële steun (geld), maar ook hulp op het gebied van kennis en netwerk (mensen en partijen leren kennen). We geven oplossingen op maat, zodat onze hulp goed aansluit bij de specifieke behoeften en uitdagingen van elk project.

Met onze manier van werken helpen we niet alleen individuele bedrijventerreinen te verbeteren. We dragen bij aan de bredere doelstellingen, zoals duurzaamheid, innovatie en economische groei in Gelderland.

Welke middelen zetten we hiervoor in?
  • 1.

    Personeel:

    • Opgavemanager toekomstbestendige bedrijventerreinen en regioadviseurs werklocaties voor de uitvoering van de aanpak Toekomstbestendige Bedrijventerreinen.

  • 2.

    Geld: 

    • € 2 miljoen per jaar voor subsidies en ondersteuning van projecten gericht op verduurzaming en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen.

    • € 2,6 miljoen SPUK-middelen om samenwerking voor het verduurzamen van bedrijventerreinen aan te moedigen.

    • Maximaal €1,4 miljoen voor het programma Werklandschappen van de Toekomst.

    • € 10 miljoen voor het ondersteunen van herstructurering, intensivering en circulariteit op bedrijventerreinen.

  • 3.

    Kennis en expertise:

    • Inzet van eigen en externe kennis over duurzaamheid, herstructurering/intensivering, energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en veiligheid.

  • 4.

    Samenwerking:

    • Samenwerking met gemeenten, bedrijven, ondernemers- verenigingen, parkmanagers en andere partners voor de uitvoering van projecten.

    • Gebruik van de kracht en financiering van OostNL, Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) en het Perspectieffonds Gelderland.

  • 5.

    Communicatie en kennisdeling:

    • Organiseren van bijeenkomsten om kennis te delen en netwerkevents.

9.4 Communicatie

Om de doelstellingen van onze Uitvoeringsagenda Werklocaties 2024-2027 te bereiken, is goede communicatie heel belangrijk.

We kiezen voor een brede aanpak die mensen informeert, inspireert en actief maakt:

  • Delen van goede voorbeelden: We zorgen ervoor dat succesvolle projecten en ervaringen worden gedeeld. Dit doen we via onze eigen digitale kanalen, zoals sociale media, nieuwsbrieven en website. Ook gebruiken we de netwerken van onze partners, zoals het programma Werklandschappen van de Toekomst, het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen, OostNL, OHG,VNO-NCW en andere regionale partners. Dit doen we om onze stakeholders direct te bereiken en te inspireren met succesverhalen.

  • Netwerkbijeenkomsten en kennissessies: We organiseren of maken het mogelijk dat bijeenkomsten worden georganiseerd waar Gelderse stakeholders kunnen netwerken, kennis kunnen delen en van elkaar kunnen leren.

9.5 Voortgang & Monitoring

We willen de voortgang van onze uitvoeringsagenda meten (monitoren) en kunnen bijsturen waar dit nodig is. Daarom gebruiken we de volgende doelen en indicatoren (meetpunten) per tactisch doel:

Tactisch doel 1: We zorgen voor genoeg geschikte werklocaties. We monitoren:

  • 1.

    Oppervlak bedrijventerrein:

    • Totale oppervlakte in hectare (nulmeting 2022: 10.933 ha).

    • Direct beschikbare oppervlakte in hectare (nulmeting 2022: 472 ha).

    • Voorraad aan geplande bedrijventerreinen in hectare (nulmeting 2024: 582 ha).

  • 2.

    Realisatie van nieuwe bedrijventerreinen:

    • Voortgang richting het doel van 450 hectare nieuwe bedrijventerreinen tot en met 2030.

  • 3.

    Leegstand:

    • Kantoorlocaties in m2 (nulmeting 2022: 4,8%).

    • Winkelcentra in winkelvloeroppervlak (nulmeting 2023: 4,4%).

Tactisch doel 2: We maken bedrijventerreinen klaar voor de toekomst.

  • 1.

    Opvangen van vraag op bestaande terreinen:

    • Voortgang richting het doel van 10% van de vraag opvangen op bestaande bedrijventerreinen.

  • 2.

    Toekomstbestendige projecten:

    • Aantal verleende subsidies (geldsteun) voor plannen maken voor of uitvoeren van projecten om bedrijventerreinen klaar te maken voor de toekomst (doel: 80 projecten).

    • Aantal bedrijventerreinen waar de samenwerking is verbeterd (doel: 81 terreinen).

Voor beide tactische doelen gebruiken we de volgende methoden om te monitoren:

  • Jaarlijkse evaluatie (controle) van de voortgang van de RPW’s.

  • Bijhouden van het aantal en soort projecten op bestaande bedrijventerreinen.

  • Regelmatig overleg met gemeenten, regio’s en andere partners.

  • Gebruik van gegevens uit bronnen zoals IBIS, CBS en Locatus voor informatie over oppervlakte en leegstand.

We willen het leegstandspercentage voor kantoorlocaties en winkelcentra rond de 5% te houden. Dit percentage zorgt voor genoeg ruimte in de markt om flexibel te blijven. Daarnaast letten we op economische en ruimtelijke veranderingen die invloed kunnen hebben op onze doelstellingen. Denk aan een andere vraag naar bedrijfsruimte of nieuwe wetten.

We rapporteren elk jaar aan Provinciale Staten over de voortgang. We gebruiken deze informatie ook om onze aanpak aan te passen waar dat nodig is. Hierbij kijken we niet alleen naar cijfers. We kijken ook naar kwaliteit, zoals de tevredenheid van ondernemers of hoe we bijdragen aan duurzaamheid en leefbaarheid in de provincie.

Met deze manier van monitoren en evalueren, houden we onze uitvoeringsagenda flexibel en goedwerkend. Zo kunnen we onze doelen voor werklocaties in Gelderland bereiken.

9.6 Risico's

Bij het uitvoeren van de Uitvoeringsagenda Werklocaties 2024-2027 zien we een paar belangrijke risico’s. Deze risico’s kunnen het bereiken van onze doelstellingen lastig maken. Daarom besteden we hier aandacht aan en nemen we maatregelen.

  • Achterblijvende initiatieven (acties): Er bestaat een risico dat er minder initiatieven komen uit de markt dan we hadden verwacht. Dit kan het halen van onze doelstellingen in gevaar brengen. Denk aan het aanleggen van 450 hectare nieuwe bedrijventerreinen en het klaarmaken van bestaande terreinen voor de toekomst. Het is belangrijk dat we onderzoeken waarom dit kan gebeuren, zodat we onze aanpak kunnen aanpassen als dat nodig is.

  • Financieringsproblemen (moeilijkheden met betalen): Door de huidige economische situatie en bezuinigingen bij gemeenten, is er een risico dat gemeenten en bedrijven moeite hebben om het geld voor projecten bij elkaar te krijgen. Daarom gaan we actief op zoek naar extra financiering, bijvoorbeeld van het Rijk of de Europese Unie.

  • Veranderende vraag: De vraag naar bedrijventerreinen kan anders zijn dan we hadden verwacht. Dit risico vraagt om nauwkeurige monitoring en flexibiliteit in onze afspraken. We zullen goed blijven volgen hoe de vraag zich ontwikkelt en onze plannen aanpassen waar dat nodig is.

  • Netcongestie en milieuruimte: Het tekort aan ruimte op het elektriciteitsnetwerk (netcongestie) en de weinige ruimte voor milieuhinderlijke maken het moeilijk nieuwe werklocaties te maken. Ook de verduurzaming van bestaande terreinen is een uitdaging. We zullen nauw samenwerken met netbeheerders en andere stakeholders om innovatieve oplossingen te vinden, zoals Smart Energy Hubs.

  • Balans tussen belangen: Er is een risico dat economische belangen te weinig aandacht krijgen bij het maken van keuzes over ruimte. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen economische groei, duurzame ontwikkeling en een fijne Gelderse leefomgeving. Dit vraagt om veel overleg en samenwerking met alle betrokken partijen.

De Uitvoeringsagenda Werklocaties 2024-2027 staat niet op zichzelf, maar werkt samen met andere provinciale programma’s en beleid. Deze samenwerking zorgt ervoor dat we middelen beter gebruiken en meer resultaat halen.

De belangrijkste relaties zijn:

  • Programma Ruimte: Dit programma zorgt ervoor dat Gelderland duidelijk in beeld wordt gebracht, nu en in de toekomst. De ontwikkeling van werklocaties is hierin ook te zien.

  • Programma Klimaat en Energie: Dit programma richt zich op de energietransitie op bedrijventerreinen, zoals het stimuleren van duurzame energieopwekking en -besparing.

  • Programma Circulaire Economie: De overgang naar een circulaire economie heeft invloed op de ruimte en de inrichting van bedrijventerreinen, vooral voor bedrijven die hoge milieucategorieën hebben.

  • Programma Mobiliteit: Het is belangrijk dat werklocaties goed bereikbaar zijn. We overleggen over infrastructuur en oplossingen voor duurzame mobiliteit.

  • Programma Natuur en Landschap: Bij de ontwikkeling en nieuwe inrichting van bedrijventerreinen houden we rekening met biodiversiteit en hoe het terrein in het landschap past.

  • Programma Wonen: We zoeken een goede balans tussen ruimte voor wonen en werken. We hebben extra aandacht voor het beschermen van milieuruimte voor bedrijven en het beperken van overlast voor gevoelige functies (zoals woningen, ziekenhuizen en natuurgebieden).

  • Programma Water en Bodem: Klimaatadaptatie en waterbeheer op bedrijventerreinen sluiten aan bij de doelstellingen van dit programma.

  • Programma Leefbaarheid: De ontwikkeling van werklocaties zorgt voor meer lokale banen en een sterkere economie in de regio’s.

  • Integrale benadering (gezamenlijke aanpak) en samenwerking: We werken samen met verschillende provinciale programma’s en regioteams om alle belangen goed mee te nemen. Dit doen we ook in regio-arrangementen, gebieds- processen en gebiedsplannen. Door verbindingen te maken tussen verschillende beleidsterreinen, zorgen we voor een manier van werken die helpt bij de bredere doelstellingen van de provincie Gelderland. Denk bijvoorbeeld aan duurzaamheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid.

Bijlage I Financiën Ruimte voor Economie

Voor het programma economie, zijn voor de periode 2024 t/m 2027 zowel structurele middelen (afgerond € 12,6 miljoen per jaar (exclusief indexatie)), incidentele middelen (€ 31 miljoen in totaal) als vrijvallende RTG-middelen (vooralsnog ongeveer € 15,4 miljoen via dit Gelders Programma Economie) om in te zetten of beschikbaar te stellen[10]. In totaal dus € 96 miljoen.

Financiële raming

Beleidskaders, strategische doelen en tactische doelen zijn weliswaar helder, maar de uitvoering moet nog precies gepland worden. Met een uitvoeringsagenda bij de strategische doelen, bestaande uit zeven tactische doelen, volgt wie, wat, wanneer, waar met welk doel, welk instrument en welke middelen gaat doen. De raming is als volgt:

 Strategisch doel

 Totale gewenste financiering

 Dekking structurele middelen (exclusief indexatie)

 Dekking vanuit vrijval RTG-middelen

 Dekking vanuit incidentele middelen 

 1 Het verstevigen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers

 € 81 miljoen

 € 36,6 miljoen

 € 5,4 miljoen

 Maximaal € 31 miljoen

 2 Het versterken van de fysieke werklocaties

 € 30 miljoen

 € 4,8 miljoen

 € 10 miljoen

 Maximaal € 15 miljoen

 3 Mens en bedrijf klaar voor het werk van de toekomst

 € 12 miljoen

 € 9,2 miljoen

 

 Maximaal € 3 miljoen

 

 € 123 miljoen

 € 50,6 miljoen

 € 15,4 miljoen

 € 31 miljoen

Keuzemogelijkheden: activiteiten met incidentele middelen

Van de incidentele middelen (€ 32 miljoen in totaal) is € 1 miljoen bestemd voor het thema Recreatie en Toerisme. Dit betekent dat we € 31 miljoen voorhet Gelders Programma Economie kunnen inzetten waaronder € 1 miljoen om een circulair Gelderland in alles wat we doen te stimuleren & faciliteren.

De financieringsvraag zoals deze nu bekend is, is € 27 miljoen hoger dan de beschikbare middelen. Dit betekent dat wij in de uitvoering keuzes zullen moeten maken in de besteding van de incidentele middelen. 

Vooral bij strategisch doel 1, Het verstevigen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers voorzien we dat we nog keuzes moeten maken over de inzet van incidentele middelen. Hieronder vallen onze activiteiten voor het versterken van de kennisintensieve clusters Voedsel (inclusief activiteiten Foodvalley 2030), Gezondheid, Energie en Maakindustrie (inclusief hightech/semicon) maar ook bijvoorbeeld de subsidieregeling MIT, alsmede onze aandacht voor het ondernemersklimaat van het brede MKB. Zelfs het volledige huidige incidentele budget is niet toereikend om alles te realiseren. Daarnaast hebben we nu geen rekening gehouden met een eventuele vervolgfinanciering van OnePlanet. Tevens beginnen in 2028 nieuwe Europese programma’s waaronder EFRO 2028-2034. Ook hiervoor zal op tijd cofinanciering geregeld moeten worden.

Bij strategisch doel 2, Het versterken van de fysieke werklocaties willen we onze inzet flink verhogen – mede door de inzet van de (voormalige) RTG-middelen in deze periode naar minimaal € 20 tot 25 miljoen. Onze inzet richt zich vooral op het toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen (inclusief herstructurering). Indien de realisatie voorspoedig verloopt en we willen opschalen, vraagt dit extra inzet van middelen waarin op dit moment nog niet voorzien is.

Bij strategisch doel 3, Mens en bedrijf klaar voor het werk van de toekomst is er minder sprake van inzet van incidentele middelen. Hier worden voornamelijk structurele middelen (€ 9 miljoen) ingezet.

Bij de inzet van incidentele middelen worden nog geen concrete bedragen per strategisch doel aangegeven omdat we enerzijds op dit moment nog niet alle projecten en programma’s met concrete bedragen t/m 2027 in zicht hebben en anderzijds we een aantal zaken nog willen uitwerken en ruimte willen houden om mogelijke kansen te verzilveren als deze zich aandoen.

Activiteiten met structurele middelen

De structurele middelen (afgerond € 12,6 miljoen per jaar) zijn bij de Herijking vastgesteld. Deze middelen worden enerzijds ingezet om het organiserend vermogen te financieren. Onder dit organiserend vermogen vallen organisaties zoals Oost NL, RCT Gelderland, Gelrepact etc. die een belangrijk deel vanhet provinciale (innovatie) beleid voor ons uitvoeren. Anderzijds gebruiken we deze middelen voor activiteiten die we langjarig (willen) financieren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Startversneller waarmee wij sinds 2008 (via haar voorganger IkStartSmart) ondernemers begeleiden bij de start van hun bedrijf of een subsidieregeling in het kader van Onderwijs- en Arbeidsmarkt- beleid. Maar ook het opstellen van de RPW’s en de activiteiten van ’ons’ Bureau Economisch Onderzoek worden met structurele middelen gefinancierd.

Activiteiten met ‘Vrijval’ van de RTG-middelen

De ‘vrijval’ van de RTG-middelen van in totaal ongeveer € 30 miljoen willen we via een bepaalde verdeling inzetten. Zo worden de middelen ingezet voor aanpak energietransitie en netcongestie bij bedrijven (ongeveer 1/3 van de middelen), herstructurering, intensivering ruimtegebruik en circulariteit op werklocaties (eveneens 1/3), duurzame en innovatieve logistiek (ongeveer 1/6 van de middelen) en de economische aantrekkelijkheid van kernen en centra (eveneens 1/6). Vooralsnog wordt op dit moment verwacht dat € 15,4 miljoen binnen dit programma zal worden ingezet voor het versterken van onze fysieke werklocaties (€ 10 miljoen) alsmede voor de aanpak van energietransitie en netcongestie via Connectr (€ 5,4 miljoen). De resterende € 14,6 miljoen wordt ingezet voor logistiek, kernen en centra en netcongestie bij bedrijven. Deze laatste activiteiten dragen ook bij aan het versterken van de Gelderse economie maar vallen onder andere programma’s. 

Vervolg

De beschikbaarstelling van de incidentele middelen loopt via de reguliere P&C-Cyclus. Ook eventuele subsidiegrondslagen worden via de P&C-Cyclus ter besluitvorming aan uw Staten voorgelegd.

Bijlage II Begrippenlijst

beleidskader

  Een beleidskader is een integraal strategisch beleidsdocument van PS met een visie voor de lange termijn (10+ jaar), op basis van maatschappelijke opgaven en ambities. In het beleidskader zijn richtinggevende provinciale beleidskeuzes gemaakt over de betreffende beleidsthema's op basis van het provinciaal belang en met een sturingsfilosofie over de wijze waarop de gestelde strategische doelen gerealiseerd kunnen worden.

programma

Een programma is een beleidsdocument van GS waarin het strategische beleid uit het beleidskader is uitgewerkt in tactische doelen en resultaten voor de middellange termijn (4-6 jaar). De grondslag voor een programma die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving ligt in de Omgevingswet. Elk programma heeft een uitvoeringskader waarin elk tactisch doel is uitgewerkt met beoogde resultaten op basis van één of meerdere aanpakken én een uitvoeringsagenda met een overzicht van de voorgenomen maatregelen die in de programmaperiode worden uitgevoerd. Er worden drie typen programma's onderscheiden: Gelderse programma (thematisch), regioprogramma voor elk van de zeven Gelderse regio's en gebiedsprogramma's voor specifieke gebieden.

uitvoeringsagenda

Een uitvoeringsagenda is onderdeel van een programma en bevat per aanpak de maatregelen om de beoogde resultaten te realiseren en daarmee de gestelde tactische doelen te kunnen behalen. Bij elke maatregel wordt aangegeven wanneer deze is gerealiseerd, op welke locatie(s) deze betrekking heeft en welke financiële middelen worden ingezet. Voor het meten van de voortgang van de maatregelen en resultaten worden indicatoren beschreven.

Bijlage III Informatieobjecten

Er zijn geen informatieobjecten

  • [1]

    Dit is een Europees overzicht van het concurrentievermogen per regio. Per regio wordt gemeten in hoeverre de regio een aantrekkelijke omgeving is voor bedrijven en inwoners om daar te werken en te leven. Terug naar link van noot.

  • [2]

    Vanuit de sterke sociaaleconomische positie van Nederland en met het oog op de hierboven genoemde ontwikkelingen, heeft het ministerie van Economische Zaken (EZK) een SWOT-analyse gemaakt van de Nederlandse economie. Op basis van deze analyse hebben we een SWOT-analyse gemaakt vande Gelderse economie. Terug naar link van noot.

  • [3]

    Een start-up is een jong bedrijf met een vernieuwend idee en is gericht op snelle groei, een scale-up is, als het de eerste vijf jaar goed heeft doorstaan, simpel gezegd een opvolger van de start-up. Terug naar link van noot.

  • [4]

    We spreken in dit document over werklocaties, bedrijventerreinen, industrieterreinen en campussen. Werklocaties is de verzamelterm. Bedrijventerreinen zijn werklocaties waar bedrijven in algemene zin zijn gevestigd. Industrieterreinen zijn bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie. Campussen zijn werklocaties waar bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen zijn gevestigd. Terug naar link van noot.

  • [5]

    Trudy Rood en Emil Evenhuis. (2023). Ruimte voor circulaire economie: Verkenning van de ruimtelijke voorwaarden voor een circulaire economie. Geraadpleegd op 21 mei 2024 van https://www.pbl.nl/ publicaties/ruimte-voor-circulaire-economie. Terug naar link van noot.

  • [6]

    Een belangrijk deel van het provinciale (innovatie) beleid wordt (mede) uitgevoerd door verschillende organisaties zoals Oost NL, RCT Gelderland, etc. Deze organisaties vatten wij samen onder de term ‘organiserend vermogen’. Terug naar link van noot.

  • [7]

    ROA rapportage leven lang ontwikkelen in Nederland, p5. https://roa.nl/sites/roa/files/roa_r_2022_1_ analyse_llo_enquete.pdf. Terug naar link van noot.

  • [8]

    Startversneller, Groeiversneller, MIT, diverse fondsen bij OostNL Terug naar link van noot.

  • [9]

    FoodValley, HealthValley, Briskr, Connectr, RCT, Boost, OostNL, Startlife, Orion Terug naar link van noot.

  • [10]

    Het precieze bedrag van de vrijval van RTG-middelen is nog niet bekend. Vooralsnog wordt er uitgegaan dat (minimaal) € 15,4 miljoen beschikbaar is voor activiteiten binnen dit programma. Terug naar link van noot.