Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking

Geldend van 07-03-2026 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking

1. Treasuryfunctie

1.1 Definities

In dit statuut verstaan we onder:

  • a.

    Euribor: is het gemiddelde rente tarief waartegen een groot aantal vooraanstaande Europese banken elkaar leningen in euro's verstrekken;

  • b.

    financiering: het aantrekken van vreemd vermogen;

  • c.

    geldstromenbeheer: de activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te boeken. Zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en anderen (betalingsverkeer);

  • d.

    kredietrisicobeheer: het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling als gevolg van het niet na kunnen komen van de financiële verplichtingen door de tegenpartij;

  • e.

    liquiditeitenbeheer: het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

  • f.

    liquiditeitspositie: het totaal van de rekeningcourantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen og/ug;

  • g.

    liquiditeitsrisicobeheer: het beheersen van risico’s als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning;

  • h.

    renterisicobeheer: het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger zullen zijn en dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bepaald niveau dat wij wenselijk vinden of in de begroting staat;

  • i.

    risicomanagement: het beheersen van financiële risico’s;

  • j.

    RUDDO: Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden;

  • k.

    saldobeheer: het beheren van de dagelijkse banksaldi;

  • l.

    schatkistbankieren: het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het Ministerie van Financiën.;

  • m.

    treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële posities, financiële stromen en de hieraan verbonden risico’s;

  • n.

    treasuryfunctionaris: de personen die de treasuryfunctie uitvoeren;

  • o.

    Tribuut: Tribuut belastingsamenwerking;

  • p.

    valutarisicobeheer: het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van waardedaling van een valuta;

  • q.

    wet Fido: de Wet financiering decentrale overheden;

1.2 Inleiding

Het Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking is het kader voor de treasuryfunctie. Die treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de publieke taken. En biedt waarborgen voor de financiële continuïteit van Tribuut op korte en lange termijn. Voor Tribuut is de treasuryfunctie beperkt. De exploitatie, investeringen en de bijdragen van deelnemers zijn namelijk beperkt in omvang. In de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken staan de specifieke plannen en hoe deze zijn uitgevoerd.

Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van de geldende wet- en regelgeving. Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met:

Het treasurystatuut is voor Tribuut beperkt gehouden. Tribuut heeft namelijk een eenvoudige rol op het gebied van treasury. De behoefte is:

  • 1.

    het aantrekken van geld voor investeringen voor de bedrijfsvoering;

  • 2.

    het overbruggen van de bevoorschotting zoals geregeld in de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking of bij het offreren van projecten en de voortgang van uitvoering van de projecten en begroting;

  • 3.

    Beheer van de eigen middelen:

    • a.

      Gelden voor de bedrijfsvoering worden op een separate rekening beheerd.

    • b.

      Overschot van de gelden worden doorgestort naar de schatkistrekening, conform de landelijk richtlijnen.

  • 4.

    het beheer van de belastinggelden van de deelnemers:

    • a.

      Tribuut beheert de belastinggelden tot het moment van wekelijkse doorstorting naar de gemeente.

    • b.

      De belastinggelden staan op de separate rekening.

    • c.

      De gelden mogen niet gebruikt worden voor de bedrijfsvoering.

    • d.

      De rekening voor de belastinggelden worden doorgestort naar de schatkistrekening, conform de landelijk richtlijnen.

Dit betekent dat er een langlopende financiering mogelijk is voor investeringen in de bedrijfsvoering en een korte termijn financiering voor de overbrugging van bevoorschotting voor de uitvoering.

1.3 Doelstellingen van de treasuryfunctie

De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn:

  • 1.

    verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele voorwaarden;

  • 2.

    minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 3.

    optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido en de grenzen en richtlijnen van dit treasurystatuut;

  • 4.

    waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury duidelijk worden geregeld.

2. Beleid

In de paragraaf financiering in de programmabegroting staan de plannen voor de treasuryfunctie en de uitgangspunten van de treasury-activiteiten. De paragraaf financiering in de jaarstukken geeft een verslag van de uitvoering van het treasurybeleid in het afgelopen jaar. Daarbij toetsen we aan de plannen in de begroting.

3. Risicobeheer

3.1 Uitgangspunten risicomanagement

Het beheersen en vermijden van risico's staat in het treasurybeleid voorop. Het risicomanagement richt zich op het inzichtelijk maken van toekomstige risico's en het beheersen, verminderen en spreiden van die risico's. Het risicomanagement is verder uitgewerkt in de nota risicomanagement.

3.2 Renterisicobeheer

De Wet Fido geeft voor het beheersen van de renterisico's heldere richtlijnen. Dat zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Als aanvulling daarop stemmen we nieuwe leningen af op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsplanning en de rentevisie.

3.3 Kredietrisicobeheer

Het kredietrisico beperken we door het voorkomen van langdurige overschotten. We houden geen reserves aan voor toekomstige investeringen. Uitzondering daarop is de algemene reserve. Belastinggelden worden wekelijks doorgestort naar de deelnemende gemeenten.

3.4 Valutarisicobeheer

We trekken leningen alleen aan in euro's.

3.5 Liquiditeitsrisicobeheer

We baseren de treasury-activiteiten op liquiditeitsplanningen. Die stellen we bij en we laten deze zoveel mogelijk gelijk lopen met begroting en jaarstukken.

4. Financiering

4.1 Relatiebeheer

Het relatiebeheer voeren we zo uit dat de integriteit van het ambtelijk apparaat niet in gevaar komt. De treasuryfunctionaris is verantwoordelijk voor het beheer van relaties met financiële ondernemingen.

Onder dit beheer verstaan we:

  • het beheer van rekeningen bij verschillende bancaire instellingen;

  • het zorgen voor voldoende kredietfaciliteit bij verschillende bancaire instellingen;

  • het beoordelen van bankrelaties en hun bancaire voorwaarden op marktconformiteit;

  • het onderhouden van contacten met banken, instellingen en (geld)makelaars voor de toegang tot en van kennis over de ontwikkelingen in de financiële markten.

4.2 Geldstromenbeheer

Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren beperken we het gebruik van liquiditeiten. Dat doen we door:

  • de geldstromen op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij letten we erop dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat we onze verplichtingen tijdig kunnen nakomen;

  • het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uit te laten voeren door één bank.

4.3 Aantrekken van langlopende financiering

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

  • financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak

  • financiering met externe financieringsmiddelen beperken we zoveel mogelijk door eerst de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken. Zo optimaliseren we de renterisico's en het renteresultaat;

  • toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende financieringen zijn onderhandse leningen;

  • De gemeenschappelijke regeling vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. De offertes en de opdrachtbevestigingen worden door de gemeenschappelijke regeling schriftelijk vastgelegd. Voor de keuze zijn de voorwaarden en het tarieven van belang. Wat betreft de voorwaarden gaat het om zo weinig mogelijk belemmerende factoren voor de bedrijfsvoering. Daarnaast kijken we naar een zo beperkt mogelijke garantiestelling van de deelnemende gemeenten. Bij gelijke prijs wordt gekozen voor de huisbankier van de gemeente.

4.4 Saldo- en liquiditeitenbeheer (Kasbeheer)

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende richtlijnen:

  • bij aantrekken van liquiditeiten met een looptijd tot 1 jaar vragen we bij minimaal twee instellingen een offerte op. Tenzij de rente lager is dan de betreffende Euribor;

  • de toegestane financierings- en beleggingsinstrumenten voor de korte termijn (minder dan 1 jaar) zijn:

Aan te trekken

Uit te zetten

Rekening courant bij banken

Schatkistbankieren

Callgeld (daggeld)

Kasgeld

5. Administratieve organisatie en Interne controle

5.1 Uitgangspunten

Op het gebied van administratieve organisatie en interne controle gelden de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:

    • a.

      de uitvoering van de treasuryfunctie volgens de regels plaatsvindt;

    • b.

      de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • c.

      we de treasuryactiviteiten goed kunnen uitvoeren en bijsturen;

    • d.

      de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.

  • 2.

    Bevoegdheden zijn via mandaatverlening schriftelijk vastgelegd volgens artikel 29 van de Financiële verordening Tribuut;

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;

    • b.

      de uitvoering en de controle geschieden door verschillende functionarissen;.

  • 4.

    De controller zorgt minimaal één keer per jaar voor een interne controle van de treasuryfunctie;

  • 5.

    De treasuryfunctionaris houdt alle relevante stukken ter beschikking om zijn werkzaamheden te kunnen verantwoorden. De treasuryfunctionaris archiveert alle offertes en de keuzen en overwegingen die tot besluiten hebben geleid.

  • 6.

    In de jaarverslag rapporteert de treasuryfunctionaris over de uitvoering en uitkomsten van controles.

5.2 Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden zijn als volgt verdeeld:

  • het bestuur: stelt de programmabegroting en de jaarrekening en daarmee de financieringsparagraaf vast en stelt het treasurystatuut vast;

  • de directeur: is verantwoordelijk voor de uitvoering van het treasurybeleid en het betalingsverkeer en is namens Tribuut opdrachtgever bij uitbesteding;

  • de controller: voert de interne controle uit op de treasuryfunctie;

  • medewerkers van de gemeente Apeldoorn: voeren de treasuryfunctie uit.

6. Intrekking en inwerkingtreding

  • 1.

    Het Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking van 8 januari 2016 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 2.

    Dit treasurystatuut treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking.

7. Citeertitel

Dit statuut wordt aangehaald als Treasurystatuut Tribuut belastingsamenwerking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van Tribuut belastingsamenwerking op 28 januari 2026,

Ondertekening

H. van den Berge B.J. Groot Wesseldijk