Treasurystatuut gemeente Bladel 2026

Geldend van 07-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Treasurystatuut gemeente Bladel 2026

De raad van de gemeente Bladel;

gelezen het voorstel R25.093 van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026;

gelet op artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;

overwegende dat:

  • Het wenselijk is om een duidelijk kader voor het beheer van de financiële middelen van de gemeente, inclusief investeringen, leningen en risicobeheer op te stellen; en

  • Het doel is om financiële stabiliteit en duurzaamheid te waarborgen, met transparantie en verantwoording naar de inwoners.

besluit:

vast te stellen het

TREASURYSTATUUT Gemeente Bladel 2026

Inleiding

Het treasurystatuut is het kader voor het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Bij de opstelling van het voorliggende treasurystatuut is rekening gehouden met de relevante (wettelijke) kaders in:

  • de Gemeentewet;

  • de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido);

  • de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo);

  • de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo);

  • de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • het Besluit lening voorwaarden decentrale overheden (BLDO);

  • de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof);

  • de Wet markt en overheid;

  • het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV);

  • het burgerlijk wetboek 7 titel 14;

  • het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);

  • de financiële verordening 2025 van de gemeente Bladel.

Artikel 1. Definities

Bijlage 1 bij dit treasurystatuut bevat definities voor de toepassing van dit treasurystatuut.

Artikel 2. Doelstelling van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de gemeente heeft als doel:

  • a.

    Duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities te verzekeren:

  • b.

    Het gemeentelijke vermogen te beschermen tegen financiële risico’s zoals rente-, koers-, krediet-, valuta- en liquiditeitsrisico’s;

  • c.

    Financiële risico’s te minimaliseren, inclusief interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities;

  • d.

    Renteresultaten te optimaliseren binnen de kaders van de Wet Fido en aanvullende regelgeving; en

  • e.

    Voldoende financiële middelen aan te trekken en overtollige gelden uit te zetten voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de vastgestelde begrotingskaders.

Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer

Bij risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Alle treasuryactiviteiten moeten voldoen aan de regels van dit treasurystatuut, de Wet Fido en de Wet Hof;

  • b.

    Leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” mogen alleen worden verstrekt aan derde partijen na instemming gemeenteraad en voorafgaand advies van de medewerker treasury;

  • c.

    Middelen kunnen worden uitgezet indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; en

  • d.

    Het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 4. Koersrisicobeheer

Koersrisicobeheer richt zich op het beheersen van risico’s door negatieve koersontwikkelingen:

  • a.

    De looptijd van uitzettingen wordt afgestemd op de liquiditeitsbegroting; en

  • b.

    Alleen producten, waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is, worden gebruikt. Beleggingen in aandelen, opties en vreemde valuta zijn niet toegestaan.

Artikel 5. Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheer richt zich op het voorkomen of beperken van tegenpartijrisico’s:

  • a.

    Uitzettingen geschieden uitsluitend in rekening-courant en/of deposito’s bij het Rijk; en

  • b.

    In de vorm van geldleningen aan andere decentrale overheden, voor zover hierbij geen toezichtrelatie bestaat.

Koers- en kredietrisico’s zijn als gevolg hiervan te verwaarlozen.

Artikel 6. Liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt liquiditeitsrisico’s door treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsbegroting (looptijd tot één jaar) en een meerjarige liquiditeitsbegroting (looptijd van vier jaar).

Artikel 7. Algemene uitgangspunten verstrekken leningen en garanties

Leningen en garanties mogen worden verstrekt indien:

  • a.

    Het doel binnen het gemeentelijk beleid past en vooraf informatie is ingewonnen over de financiële posities en kredietwaardigheid van de betreffende partij; en

  • b.

    De gemeenteraad goedkeuring heeft gegeven en er geen eigen waarborgfonds bestaat voor de betreffende categorie; en

  • c.

    Rekening houdende dat een garantie de voorkeur geniet boven een lening; en

  • d.

    Zekerheden of garanties worden geëist bij leningen uit hoofde van de publieke taak en bij het verstrekken van garanties geldt dat de geldgever dient te beschikken over minimaal een A-rating, zich in de leningsovereenkomst moet verbinden tot in kennis stellen van het college als niet aan enige verplichting wordt voldaan en jaarlijks binnen een maand na afloop van het jaar aan de gemeente een opgave van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar verstrekt dient te worden; en

  • e.

    Valutarisico’s worden uitgesloten door leningen alleen in euro’s te verstrekken of te garanderen.

Artikel 8. Algemene uitgangspunten uitzettingen van middelen en aantrekken van gelden

Uitzettingen moeten een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen waarbij onderstaande uitgangspunten worden gehanteerd:

  • a.

    Renterisico’s op lange en korte schuld worden beperkt;

  • b.

    De kasgeldlimiet en renterisiconorm worden niet overschreden conform de Wet Fido;

  • c.

    Externe financieringsmiddelen worden zoveel mogelijk beperkt en interne financieringsmiddelen worden eerst aangewend;

  • d.

    Het drempelbedrag wordt gemiddeld per kwartaal niet overschreden;

  • e.

    Nieuwe financieringen en uitzettingen worden afgestemd op de financiële positie, liquiditeitsbegroting en rentevisie;

  • f.

    Uitzettingen worden gedaan conform de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • g.

    Valutarisico’s worden uitgesloten door financieringen en uitzettingen alleen in euro’s aan te gaan;

  • h.

    Spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen wordt nagestreefd; en

  • i.

    Spreiding van financiële instellingen waar geld geleend wordt, wordt nagestreefd.

Artikel 9. Uitzetten van gelden

Bij het uitzetten van gelden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Uitzettingen worden gedaan conform de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • b.

    Gelden kunnen bij de schatkist worden aangehouden op een rekening-courant of in een deposito;

  • c.

    De keuze tussen rekening-courant of deposito wordt bepaald op basis van de financiële positie, liquiditeitenplanning en rentevisie, met als doel een zo hoog mogelijk rendement te realiseren;

  • d.

    Openbare lichamen kunnen liquide middelen in de vorm van leningen uitzetten bij andere openbare lichamen, mits zij niet belast zijn met het financiële toezicht op die lichamen; en

  • e.

    Uitzettingen bij een ander openbaar lichaam worden eerst ter goedkeuring voorgelegd aan de wethouder met de portefeuille financiën.

Artikel 10. Aantrekken van gelden (financieringen)

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    Toegestane instrumenten zijn daggeldleningen, kasgeldleningen, krediet in rekening courant en onderhandse leningen;

  • b.

    Minimaal 2 prijsopgaven van financiële instellingen zijn vereist voordat een onderhandse lening wordt aangetrokken;

  • c.

    Liquide middelen kunnen ook worden geleend bij andere openbare lichamen;

  • d.

    Gekozen wordt voor de instelling of het lichaam met de laagste lasten;

Artikel 11. Relatiebeheer

De gemeente streeft naar gunstige en marktconforme condities voor financiële diensten door het stellen van onderstaande voorwaarden:

  • a.

    Financiële instellingen moeten onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen;

  • b.

    Tussenpersonen moeten geregistreerd zijn bij de Autoriteit Financiële Markten;

  • c.

    De onderneming of instelling dient in Nederland te zijn gevestigd en te beschikken over tenminste een A-rating; en

  • d.

    De onderneming of instelling dient zelf aan te tonen dat zij over de juiste rating beschikt.

Artikel 12. Betalingsverkeer

De kosten van het geldstromenbeheer worden geminimaliseerd door:

  • a.

    Het beperken van het liquiditeitsgebruik door afstemming van geldstromen op gemeenteniveau en liquiditeitsplanning, waarbij het van belang is dat het nakomen van verplichtingen wordt gegarandeerd; en

  • b.

    Het zoveel mogelijk elektronisch uitvoeren van betalingsverkeer door één bank.

Artikel 13. Algemene uitgangspunten administratieve organisatie en interne beheersing

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • 2.

    Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; en

  • 3.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • a.

      Iedere transactie wordt door minimaal twee verschillende functionarissen uitgevoerd (het vierogenprincipe); en

    • b.

      De uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen.

In bijlage 2 worden de uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle nader uitgewerkt.

Artikel 14. Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan in geval van onbillijkheden van overwegende aard afwijken van de bepalingen in dit treasurystatuut.

  • 2. In gevallen, de uitvoering van dit treasurystatuut betreffende, waarin dit treasurystatuut niet voorziet, beslist het college.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit treasurystatuut treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2026.

  • 2. Dit treasurystatuut treedt in de plaats van het “Treasurystatuut 2014”, vastgesteld in de raadsvergadering van 6 november 2014.

  • 3. Dit treasurystatuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Bladel 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 februari 2026

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 1: Begrippenkader

Daggeld(lening)

Opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kunnen worden.

Derivaten

Financiële derivaten zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van een ander goed, zoals aandelen en olie. Het andere goed wordt ook wel de onderliggende waarde genoemd. De voornaamste soorten derivaten zijn opties, futures, swaps, en forwards. Men gebruikt financiële derivaten om risico's te verkleinen of juist te speculeren.

Deposito

Geldbedrag dat aan een financiële instelling wordt toevertrouwd voor een bepaalde periode tegen een bepaalde rentevergoeding. Gedurende de afgesproken periode kan niet vrij over dat geld worden beschikt.

Drempelbedrag

Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam. En is het bedrag wat maximaal aan het einde van de dag op de rekening-courant mag staan buiten de schatkist.

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.

Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren-investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

Kasgeldleningen

Niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en voor een vaste periode (van maximaal twee jaar) tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar) tot een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.

Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.

Liquiditeitspositie

Omvat het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen og/ug (opgenomen geld en uitgeleend geld).

Onderhandse leningen

Dit zijn leningen waarbij de geldgever (aanbieder) en de geldnemer (vrager) rechtstreeks met elkaar onderhandelen over de voorwaarden van een krediet.

Openbaar lichaam

Onder een Openbaar Lichaam wordt verstaan: provincies; gemeenten; waterschappen;

lichamen met rechtspersoonlijkheid, ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen:

door Onze Ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen.

Prudent karakter

Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk om die financiële waarden te zijner tijd met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan. Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het generen van inkomsten – zijn als gevolg van deze bepaling verboden.

Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Regeling van de Ministers van Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Milieu van 5 december 2013 houdende de vaststelling van regels ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden).

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering. De norm is een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal.

Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

Treasuryfunctie

De treasuryfunctie bestaat uit de treasuryfunctionaris of de plaatsvervangend treasurer en omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.

Uitzettingen

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities.

Wet verplicht schatkistbankieren

Wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in ’s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren).

Wet Fido

De Wet financiering decentrale overheden.

Wet Hof

Wet houdbare overheidsfinanciën.

Bijlage 2: Beheersdeel treasurystatuut: Administratieve organisatie en interne beheersing

Artikel 1: Verantwoordelijkheden

De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het beleid en de beleidskaders in het treasurystatuut;

  • Het vaststellen en houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid aan de hand van de financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening.

College van B&W

  • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid) en het betalingsverkeer;

  • Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in de financieringsparagraaf;

  • Achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties (bij een looptijd > 1 jaar).

Afdelingshoofd Dienstverlening & Bedrijfsvoering

  • Op basis van mandaat ondertekenen van financiële contracten voorvloeiend uit de treasuryfuncties.

  • Formeel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatievoorziening over treasury in de P&C instrumenten.

Treasurer

  • Invulling geven aan de feitelijke uitvoering van de treasuryfunctie conform het treasurystatuut;

  • Het beheren van de geldstromen en verwerken van informatie van de afdeling in een liquiditeitenplanning;

  • Het onderhouden van contacten met banken, tussenpersonen en overige financiële instellingen;

  • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

  • Het rapporteren aan College van B&W over de uitvoering van het treasurybeheer.

Kredietbeheerders/ budgethouders

  • Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen;

  • Het fiatteren van betalingen en ontvangsten ten laste of ten gunste van hun budgetten en kredieten.

Kassier

  • Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer.

De externe accountant

  • In het kader van zijn reguliere controletaak adviseren en controleren van het uitgevoerde treasurybeheer en waar nodig adviseren.

Artikel 2: Bevoegdheden

In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde autorisatie.

Bevoegd functionaris (voorbereiding)

Bevoegd functionaris (autorisatie)

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

Geldstroombeheer

Financieel medewerker

Treasurer

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Financieel medewerker

Treasurer

Bankrelatiebeheer

Bankrekeningen openen, sluiten en wijzigen

Treasurer

Strategisch financieel adviseur

Bankcondities en tarieven afspreken

Treasurer

Strategisch financieel adviseur

Financiering en uitzetting

Het afsluiten van kredietfaciliteit

Treasurer

Afdelingshoofd Dienstverlening & Bedrijfsvoering

Het aantrekken en uitzetten van gelden

Treasurer

College van B&W

Het verstrekken van geldleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak

College van B&W

Gemeenteraad

Artikel 3: Informatievoorziening

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Informatie verstrekker

Informatie ontvanger

Opstellen van de financieringsparagraaf bij de begroting

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Opstellen van de financieringsparagraaf bij de jaarrekening

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Opstellen liquiditeitenplanning

Jaarlijks / incidenteel

Kredietbeheerder/ budgethouder

Treasurer

Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art 8 Wet Fido

Jaarlijks

Treasurer

Derden

Uitzetting en aantrekken van gelden

> € 1.000.000,=

Voorafgaand aan uitzetting cq aantrekking

Treasurer

Portefeuillehouder