Besluit behandeling van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026

Geldend van 06-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Besluit behandeling van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026

Provinciale staten van Zuid-Holland;

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland van 25 november 2025

Gelet op de artikelen 7:13, 7:19 en 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 82 en 168 van de Provinciewet;

Besluiten, ieder voor zover het de eigen bevoegdheden betreft, vast te stellen:

Besluit behandeling bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

belanghebbende:

degene genoemd in artikel 1:2 van de Wet;

beroepschrift:

geschrift waarmee administratief beroep wordt ingesteld als bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, van de Wet;

bezwaarschrift:

geschrift waarmee bezwaar wordt gemaakt als bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Wet;

bestuursorgaan:

bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, of tegen wie de klacht is ingediend;

commissie:

adviescommissie als bedoeld in artikel 2.1;

griffier:

griffier of plaatsvervangende griffier(s) als bedoeld in artikel 171, zesde lid, van de Provinciewet en artikel 4.1, vierde en vijfde lid;

kamer:

kamer als bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de Provinciewet en artikel 6.2;

klacht:

geschrift waarmee een klacht wordt ingediend als bedoeld in artikel 9:1 van de Wet;

klachtenfunctionaris:

klachtenfunctionaris als bedoeld in artikel 9:14 van de Wet en artikel 3.1;

klachtzitting:

klachtzitting als bedoeld in artikel 7.4;

Rechtspositiebesluit dpa:

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

secretaris: 

secretaris of plaatsvervangende secretaris(sen) van de commissie en de klachtenfunctionaris;

voorzitter: 

voorzitter van de commissie;

Wet: 

Algemene wet bestuursrecht.

HOOFDSTUK 2 DE COMMISSIE VAN ADVIES

Artikel 2.1 De commissie

  • 1. Er is een commissie van advies voor de behandeling van:

    • a.

      bezwaarschriften tegen besluiten van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten;

    • b.

      beroepschriften onderworpen aan de beslissing van Gedeputeerde Staten.

  • 2. De commissie behandelt geen bezwaarschriften tegen besluiten van de commissaris van de Koning, tenzij deze de commissie hierom verzoekt.

  • 3. De commissie bestaat in beginsel ut 15 leden met inbegrip van de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters.

  • 4. De commissie heeft geen taak met betrekking tot bezwaarschriften tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake provinciale belastingen of heffingen.

Artikel 2.2 Benoeming voorzitter en commissieleden

  • 1. Gedeputeerde Staten benoemen de voorzitter en de commissieleden.

  • 2. Voor de benoeming, bedoeld in het eerste lid, is een Verklaring Omtrent het Gedrag vereist, waaruit blijkt dat tegen benoeming van de betreffende persoon geen bezwaar bestaat.

  • 3. Niet benoembaar tot voorzitter en commissielid zijn:

    • a.

      leden van Provinciale Staten, leden van Gedeputeerde Staten, de commissaris van de Koning en personen werkzaam onder hun verantwoordelijkheid;

    • b.

      personen, bedoeld onder a, indien nog geen vier jaren zijn verstreken na het einde van hun benoeming in die hoedanigheid of functie;

    • c.

      leden van bestuursorganen in de zin van de Wet binnen de provincie Zuid-Holland;

    • d.

      de klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris, bedoeld in hoofdstuk 3.

  • 4. Gedeputeerde Staten wijzen één of meerdere commissieleden aan als plaatsvervangend voorzitter.

  • 5. De personen die bij inwerkingtreding van dit besluit op grond van het Reglement behandeling bezwaarschriften Zuid-Holland 2014 zijn benoemd tot voorzitter of commissielid worden geacht te zijn benoemd tot voorzitter of commissielid als bedoeld in dit besluit.

  • 6. Het derde lid, onder d, is niet van toepassing op de klachtenfunctionaris die bij inwerkingtreding van dit besluit de functie van voorzitter van de commissie vervult.

Artikel 2.3 Herbenoeming en ontslag

  • 1. De voorzitter en de commissieleden treden af op de dag van het aftreden van Provinciale Staten. Zij kunnen één keer herbenoemd worden. In voorkomende gevallen kunnen Gedeputeerde Staten hiervan afwijken.

  • 2. De voorzitter en de commissieleden blijven in de situatie, bedoeld in het eerste lid, hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 3. De voorzitter en de commissieleden kunnen op ieder moment ontslag nemen.

  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter en de commissieleden ontslaan, indien zij naar het oordeel van Gedeputeerde Staten disfunctioneren, of ernstig nadeel toebrengen aan het in hen te stellen vertrouwen.

  • 5. Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter en de commissieleden ontslaan indien zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functie te vervullen.

  • 6. Ten aanzien van personen, bedoeld in artikel 2.2, vijfde lid, wordt bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid mede de zittingsduur in acht genomen, die zij als voorzitter of commissielid hebben gehad in benoemingen, die op grond van het Reglement behandeling bezwaarschriften Zuid-Holland 2014 hebben plaatsgevonden.

Artikel 2.4 Integriteit en geheimhouding

  • 1. De voorzitter en de commissieleden nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift indien dat, in redelijkheid beoordeeld, de schijn van belangenverstrengeling kan wekken.

  • 2. De voorzitter en de commissieleden nemen geheimhouding in acht ten aanzien van de inhoud van bezwaar- of beroepschriften en daarop betrekking hebbende stukken, alsmede ten aanzien van hetgeen daarover in commissieverband is besproken.

Artikel 2.5 Vergoeding

  • 1. Voor het voorzitten van een zittingsdag waarop een of meerdere hoorzittingen hebben plaatsgevonden bedraagt de vergoeding 300% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van het Rechtspositiebesluit dpa.

  • 2. De commissieleden ontvangen per zittingsdag waarop een of meerdere hoorzittingen hebben plaatsgevonden en die zij als commissielid hebben bijgewoond een vergoeding van 250% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van Rechtspositiebesluit dpa.

  • 3. Voor andere bijeenkomsten dan bedoeld in het eerste en tweede lid, waarbij de aanwezigheid van de voorzitter of de commissieleden vanuit de provincie wordt gewenst, ontvangen de voorzitter en de commissieleden een vergoeding van 250% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van het Rechtspositiebesluit dpa.

  • 4. De voorzitter en de commissieleden ontvangen een vergoeding voor reiskosten op basis van het bepaalde in het Rechtspositiebesluit dpa, waarbij voor de berekening van de reisafstand wordt uitgegaan van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner.

HOOFDSTUK 3 DE KLACHTENFUNCTIONARIS

Artikel 3.1 De klachtenfunctionaris

  • 1. Er is een klachtenfunctionaris die is belast met de behandeling van en advisering over klachten tegen gedragingen van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten en gedragingen van bestuursorganen die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn.

  • 2. De klachtenfunctionaris behandelt geen klachten tegen gedragingen van de commissaris van de Koning tenzij de commissaris van de Koning de klachtenfunctionaris hierom verzoekt.

Artikel 3.2 Benoeming

  • 1. Gedeputeerde Staten benoemen de klachtenfunctionaris.

  • 2. Voor de benoeming, bedoeld in het eerste lid, is een Verklaring Omtrent het Gedrag vereist, waaruit blijkt dat tegen benoeming van de betreffende persoon geen bezwaar bestaat.

  • 3. Niet benoembaar tot klachtenfunctionaris zijn:

    • a.

      leden van Provinciale Staten, leden van Gedeputeerde Staten, de commissaris van de Koning en personen werkzaam onder hun verantwoordelijkheid;

    • b.

      personen, bedoeld onder a, indien nog geen vier jaren zijn verstreken na het einde van hun benoeming in die hoedanigheid of functie;

    • c.

      leden van bestuursorganen in de zin van de Wet binnen de provincie Zuid-Holland;

    • d.

      de voorzitter en de commissieleden, bedoeld in hoofdstuk 2;

  • 4. Gedeputeerde Staten benoemen één of meer plaatsvervangende klachtenfunctionarissen.

  • 5. De personen die bij inwerkingtreding van dit besluit op grond van het Reglement behandeling klachten Zuid-Holland 2014 zijn benoemd tot klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris worden geacht te zijn benoemd tot klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris als bedoeld in dit besluit.

  • 6. Het derde lid, onder d, is niet van toepassing op de voorzitter van de commissie die bij de inwerkingtreding van dit besluit tevens de functie van klachtfunctionaris vervult.

Artikel 3.3 Herbenoeming en ontslag

  • 1. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen treden af op de dag van het aftreden van Provinciale Staten. Zij kunnen één keer herbenoemd worden. In voorkomende gevallen kunnen Gedeputeerde Staten hiervan afwijken.

  • 2. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.

  • 3. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen kunnen op ieder moment ontslag nemen.

  • 4. Gedeputeerde Staten kunnen de klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen ontslaan, indien zij naar het oordeel van Gedeputeerde Staten disfunctioneren, of ernstig nadeel toebrengen aan het in hen te stellen vertrouwen.

  • 5. Gedeputeerde Staten kunnen de klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen ontslaan indien zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn om hun functie te vervullen.

  • 6. Ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 3.2, vijfde lid, wordt bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid mede de zittingsduur in acht genomen die zij als klachtenfunctionaris of plaatsvervangende klachtenfunctionaris hebben gehad in benoemingen, die op grond van het Reglement behandeling klachten Zuid-Holland 2014 hebben plaatsgevonden.

Artikel 3.4 Integriteit en geheimhouding

  • 1. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen nemen niet deel aan de behandeling van een klacht indien dat, in redelijkheid beoordeeld, de schijn van belangenverstrengeling kan wekken.

  • 2. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen nemen geheimhouding in acht ten opzichte van de inhoud van de klachten en de daarop betrekking hebbende stukken, alsmede ten aanzien van hetgeen daarover met betrokkenen is besproken.

Artikel 3.5 Vergoeding

  • 1. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen ontvangen per zittingsdag waarop een of meerdere klachtzittingen hebben plaatsgevonden een vergoeding van 250% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van Rechtspositiebesluit dpa.

  • 2. Voor andere bijeenkomsten waarbij de aanwezigheid van de klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen vanuit de provincie wordt gewenst, ontvangen zij eveneens een vergoeding van 250% van het bedrag genoemd in artikel 2.4.1 van het Rechtspositiebesluit dpa.

  • 3. De klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen ontvangen een vergoeding voor reiskosten op basis van het bepaalde in het Rechtspositiebesluit dpa, waarbij voor de berekening van de reisafstand wordt uitgegaan van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner.

HOOFDSTUK 4 DE SECRETARIS

Artikel 4.1 Secretaris bezwaar en klachten

  • 1. De secretaris is een door Gedeputeerde Staten aangewezen ambtenaar.

  • 2. Gedeputeerde Staten wijzen tevens een of meer plaatsvervangende secretarissen aan.

  • 3. De secretaris ondersteunt de commissie, de klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen bij hun werkzaamheden en heeft bij de beraadslaging een adviserende rol.

  • 4. De secretaris en plaatsvervangende secretarissen zijn tevens griffier, respectievelijk plaatsvervangend griffier voor de behandeling van de administratieve geschillen, bedoeld in artikel 171, zesde lid, van de Provinciewet.

  • 5. Gedeputeerde Staten kunnen plaatsvervangende griffiers aanwijzen, die niet tevens plaatsvervangend secretaris zijn als bedoeld in het tweede lid.

  • 6. De secretaris, plaatsvervangend secretarissen en plaatsvervangende griffiers, bedoeld in het vijfde lid, zijn met betrekking tot hun werkzaamheden voor de commissie, de klachtenfunctionaris en de plaatsvervangende klachtenfunctionarissen alleen aan hen verantwoording schuldig.

  • 7. De personen die bij inwerkingtreding van dit besluit op grond van het Reglement behandeling bezwaarschriften Zuid-Holland 2014 zijn benoemd tot secretaris of plaatsvervangend secretaris worden geacht te zijn benoemd tot secretaris of plaatsvervangend secretaris als bedoeld in dit besluit.

HOOFDSTUK 5 DE BEHANDELING VAN BEZWAARSCHRIFTEN

Artikel 5.1 Ontvangstbevestiging

  • 1. De secretaris bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van het bezwaarschrift aan de belanghebbenden en informeert over de wijze van de behandeling ervan.

  • 2. De secretaris verstrekt van het ingediende bezwaarschrift zo spoedig mogelijk een afschrift aan het bestuursorgaan.

Artikel 5.2 Vooronderzoek

  • 1. De secretaris onderzoekt of het bezwaarschrift via informele behandeling kan worden opgelost en verricht daartoe de nodige voorbereidende handelingen.

  • 2. Als blijkt dat het bezwaarschrift niet via informele behandeling kan worden opgelost, bepaalt de secretaris een datum en tijdstip voor een hoorzitting bij de commissie, tenzij de commissie besluit om op grond van artikel 7:3 van de Wet af te zien van het horen.

  • 3. De secretaris draagt zorg voor de schriftelijke uitnodiging voor de hoorzitting aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan.

  • 4. Indien de commissie besluit van het horen af te zien, doet de secretaris daarvan schriftelijk mededeling aan de belanghebbenden en het bestuursorgaan.

Artikel 5.3 Voorbereiding hoorzitting

  • 1. De secretaris verzoekt het bestuursorgaan om de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift drie weken voorafgaand aan de datum van de hoorzitting aan te leveren.

  • 2. De secretaris draagt er zorg voor dat het bezwaarschrift, de verder op de zaak betrekking hebbende stukken en het verweerschrift aan de belanghebbenden (in beginsel digitaal) worden gezonden op een zodanig moment dat deze ten minste zeven dagen voor de hoorzitting in hun bezit zijn.

  • 3. Voor zover het niet mogelijk is aan alle belanghebbenden het bezwaarschrift, de verder op het bezwaarschrift betrekking hebbende stukken en het verweerschrift te zenden, worden deze stukken ten minste zeven dagen voor de datum van de hoorzitting ter inzage gelegd.

Artikel 5.4 Hoorzitting

  • 1. Bij de hoorzitting zijn tenminste twee commissieleden aanwezig, onder wie zo mogelijk de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter.

  • 2. In uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van het eerste lid, met inachtneming van artikel 7:13, derde lid van de Wet.

  • 3. De hoorzitting vindt fysiek plaats.

  • 4. In afwijking van het derde lid, kan de secretaris beslissen dat een hoorzitting digitaal, of hybride plaatsvindt.

  • 5. Van de hoorzitting wordt door de secretaris een opname gemaakt ten behoeve van het verslag. Het is niemand anders toegestaan om de hoorzitting op te nemen.

  • 6. Tenzij de voorzitter anders regelt of beslist, wordt de opname met niemand gedeeld en wordt de opname vernietigd nadat een schriftelijk verslag is vastgesteld.

Artikel 5.5 Verslaglegging

  • 1. Tenzij de voorzitter anders regelt, wordt van een hoorzitting een schriftelijk verslag gemaakt, inhoudende een samenvattende zakelijke weergave van wat ter hoorzitting is verhandeld.

  • 2. In een schriftelijk verslag als bedoeld in het eerste lid wordt verwezen naar de stukken die tijdens de hoorzitting zijn overgelegd.

  • 3. De voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter of commissielid onder wiens leiding de betreffende hoorzitting heeft plaatsgevonden, stelt het verslag vast.

Artikel 5.6 Advies

  • 1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het uit te brengen advies.

  • 2. Omtrent de inhoud en strekking van het uit te brengen advies wordt bij meerderheid van stemmen beslist.

  • 3. In gevallen waarin het horen heeft plaatsgevonden met minder dan drie commissieleden beraadslaagt de commissie met drie commissieleden, onder wie de voorzitter of een plaatsvervangend voorzitter en de commissieleden die bij de hoorzitting aanwezig waren.

  • 4. De secretaris zendt het advies tezamen met het verslag van de hoorzitting en de tijdens de hoorzitting overgelegde stukken aan het bestuursorgaan.

  • 5. De commissie kan een tussenadvies uitbrengen, in welk geval het eerste tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel 5.7 Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Gedeputeerde Staten verslag uit over haar werkzaamheden en andere relevante ontwikkelingen.

Artikel 5.8 Bevoegdheden van de secretaris

In het kader van de behandeling van bezwaarschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, derde lid, 6:14, eerste en tweede lid, 6:15, eerste en tweede lid, 6:17, 7:4, tweede lid, 7:6, tweede tot en met vierde lid, 7:9, 7:10, tweede tot en met vijfde lid en 7:13, tweede lid, van de Wet namens het bestuursorgaan worden uitgeoefend door de secretaris.

HOOFDSTUK 6 DE BEHANDELING VAN BEROEPSCHRIFTEN

Artikel 6.1 Ontvangstbevestiging

  • 1. De griffier bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van het beroepschrift aan de belanghebbenden en informeert over de wijze van de behandeling ervan.

  • 2. De griffier verstrekt van het beroepschrift zo spoedig mogelijk een afschrift aan het bestuursorgaan.

Artikel 6.2 Samenstelling kamer

  • 1. Na ontvangst van de het beroepschrift formeren Gedeputeerde Staten uit hun midden een kamer als bedoeld in artikel 171 van de Provinciewet.

  • 2. De kamer, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

    • a.

      de eerste portefeuillehouder die het aangaat;

    • b.

      de tweede portefeuillehouder, ter zake van de betreffende materie;

    • c.

      een van de overige leden van Gedeputeerde Staten.

  • 3. In het geval de eerste of de tweede portefeuillehouder, bedoeld in het tweede lid, verhinderd zijn om zitting te nemen in de kamer, worden zij vervangen door een ander door Gedeputeerde Staten uit hun midden aan te wijzen lid.

  • 4. De eerste portefeuillehouder is voorzitter van de kamer. Indien deze is verhinderd het voorzitterschap te vervullen, wordt deze in het voorzitterschap vervangen door de tweede portefeuillehouder. In gevallen waarin ook de tweede portefeuillehouder is verhinderd, wijst het beroepsorgaan uit zijn midden een voorzitter aan.

  • 5. De kamer wordt bij zijn werkzaamheden ondersteund door de griffier.

Artikel 6.3 Vooronderzoek, horen, advies en verslag

  • 1. De commissie, bedoeld in artikel 2.1, verricht vooronderzoek naar aanleiding van het beroepschrift en stelt partijen in de gelegenheid te worden gehoord tijdens een hoorzitting.

  • 2. Nadat het vooronderzoek en het horen zijn afgerond, zendt de commissie haar bevindingen, alsmede haar advies voor een beslissing ten aanzien van het beroep, door tussenkomst van de griffier aan de kamer.

  • 3. Op het vooronderzoek, het horen en het advies zijn de artikelen 5.1 tot en met 5.6 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing .

Artikel 6.4 Beslissing

  • 1. De kamer beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over de door hem te nemen beslissing.

  • 2. Behoudens in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 171, vierde lid, van de Provinciewet, beslist de kamer bij meerderheid van stemmen.

Artikel 6.5 Bevoegdheden van de commissie

In het kader van de behandeling van beroepschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 7:17, 7:18, zesde lid, en 7:19, derde lid, van de Wet namens Gedeputeerde Staten worden uitgeoefend door de commissie.

Artikel 6.6 Bevoegdheden van de griffier

In het kader van de behandeling van beroepschriften kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, derde lid, 6:14, eerste en tweede lid, 6:15, eerste en tweede lid, 6:17, 7:18, tweede lid, 7:20, tweede tot en met vierde lid, 7:23 en 7:24, derde tot en met zevende lid, van de Wet namens Gedeputeerde Staten worden uitgeoefend door de griffier.

HOOFDSTUK 7 DE BEHANDELING VAN KLACHTEN

Artikel 7.1 Wijze van klachtbehandeling

  • 1. Tenzij bij of krachtens provinciale regeling anders is bepaald, vindt de behandeling van klachten plaats overeenkomstig het bepaalde in dit besluit.

  • 2. Op de behandeling van klachten is, conform het bepaalde in artikel 9:13 van de Wet en in aanvulling op afdeling 9.1.2., afdeling 9.1.3 van de Wet van toepassing.

Artikel 7.2 Ontvangstbevestiging

  • 1. De secretaris bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de klacht aan de indiener ervan en informeert over de wijze van behandeling ervan.

  • 2. De secretaris verstrekt van de klacht zo spoedig mogelijk een afschrift aan het bestuursorgaan.

Artikel 7.3 Vooronderzoek

  • 1. De secretaris onderzoekt of de klacht via informele behandeling kan worden opgelost en verricht daartoe de nodige voorbereidende handelingen.

  • 2. Als blijkt dat de klacht niet via informele behandeling kan worden opgelost, bepaalt de secretaris een datum en tijdstip voor een klachtzitting bij de klachtenfunctionaris of een plaatsvervangend klachtenfunctionaris, tenzij zij op grond van artikel 9:10, tweede lid besluiten van horen af te zien.

  • 3. De secretaris draagt zorg voor de schriftelijke uitnodiging voor de klachtzitting aan de klager en het bestuursorgaan.

  • 4. Indien van het houden van een klachtzitting wordt afgezien, doet de secretaris daarvan mededeling aan de klager en het bestuursorgaan.

Artikel 7.4 Klachtzitting

  • 1. Bij de klachtzitting zijn de klachtenfunctionaris of een plaatsvervangende klachtenfunctionaris en de secretaris aanwezig.

  • 2. De klachtzitting vindt fysiek plaats.

  • 3. In afwijking van het tweede lid, kan de secretaris bepalen dat een klachtzitting digitaal, of hybride plaatsvindt.

  • 4. De klachtzitting is niet openbaar.

  • 5. Van een klachtzitting wordt door de secretaris een opname gemaakt ten behoeve van het verslag. Het is niemand anders toegestaan om de hoorzitting op te nemen.

  • 6. Tenzij de klachtenfunctionaris anders regelt of beslist, wordt de opname met niemand gedeeld.

  • 7. Nadat een schriftelijk verslag is vastgesteld, wordt de opname vernietigd.

Artikel 7.5 Verslaglegging, rapport van bevindingen en advies

  • 1. Tenzij de klachtenfunctionaris anders regelt, wordt van een hoorzitting een schriftelijk verslag gemaakt, inhoudende een samenvattende zakelijke weergave van wat ter hoorzitting is verhandeld.

  • 2. De klachtenfunctionaris of een plaatsvervangende klachtenfunctionaris onder wiens leiding de betreffende hoorzitting heeft plaatsgevonden, stelt het verslag vast.

Artikel 7.6 Rapport van bevindingen en advies

  • 1. De klachtenfunctionaris of een plaatsvervangende klachtenfunctionaris stelt een rapport van bevindingen en een advies met eventuele aanbevelingen vast.

  • 2. De secretaris verzendt het rapport van bevindingen, het advies en het verslag aan het bestuursorgaan.

Artikel 7.7 Jaarverslag

De klachtenfunctionaris brengt jaarlijks vóór 1 juli aan Gedeputeerde Staten verslag uit over zijn werkzaamheden en andere relevante ontwikkelingen.

Artikel 7.8 Bevoegdheid van de klachtenfunctionaris

In het kader van de behandeling van klachten kan de bevoegdheid ingevolge artikel 9:10, tweede lid, van de Wet namens het bestuursorgaan worden uitgeoefend door de klachtenfunctionaris of een plaatsvervangend klachtenfunctionaris.

Artikel 7.9 Bevoegdheden van de secretaris

In het kader van de behandeling van klachten kunnen de bevoegdheden ingevolge de artikelen 9:6, 9:9, 9:11, tweede lid en derde lid, 9:12a en 9:15, eerste lid, van de Wet namens het bestuursorgaan worden uitgeoefend secretaris.

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

Artikel 8.1 Intrekking

De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • Verordening behandeling administratieve geschillen Zuid-Holland 2010;

  • Reglement behandeling bezwaarschriften Zuid-Holland 2014;

  • Reglement behandeling klachten Zuid-Holland 2014;

  • Besluit kamers administratief beroep Zuid-Holland.

Artikel 8.2 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien het Provinciaalblad waarin dit besluit wordt geplaatst wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaalblad waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 8.3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit behandeling bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten provincie Zuid-Holland 2026.

Ondertekening

Den Haag, 25 november 2025

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A.W. Kolff, voorzitter

Den Haag, 28 januari 2026,

Provinciale Staten van Zuid-Holland,

drs. B.S.M. Sepers , griffier

mr. A.W. Kolff, voorzitter