Beleidsplan Aanpak Mensenhandel 2026, gemeente Houten

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 06-03-2026

Intitulé

Beleidsplan Aanpak Mensenhandel 2026, gemeente Houten

Samenvatting

Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten en komt ook in de gemeente Houten voor, vaak op een verborgen manier. Het omvat onder meer seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting, waarbij slachtoffers zich zelden uit eigen beweging melden. Dit beleidsplan beschrijft hoe de gemeente Houten haar verantwoordelijkheid invult bij het voorkomen, signaleren en bestrijden van mensenhandel, met aandacht voor zowel slachtoffers als daders en in nauwe samenwerking met relevante ketenpartners.

De gemeente vervult vier rollen in de aanpak: beleidsmaker, signaleerder, regisseur van maatregelen en verzorger van passende opvang. Het beleid richt zich op het vergroten van bewustwording bij medewerkers, inwoners en professionals, het verlagen van de drempel om signalen te melden, en het bieden van adequate hulp en nazorg. Interne processen worden gestroomlijnd en medewerkers krijgen training in signalering.

De aanpak is integraal van aard en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met diverse partners binnen het district West Utrecht. Hierbij gaat het onder meer om de politie, het Openbaar Ministerie (hierna: OM), het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (hierna: RIEC), zorginstellingen, scholen, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties, zoals Belle en Pretty Human. Daarnaast wordt samengewerkt met landelijke organisaties, waaronder de Nederlandse Arbeidsinspectie (hierna: NLA) en het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (hierna: CoMensha). De gemeente werkt hierbij samen met de ketenregisseur mensenhandel en maakt gebruik van regionale overlegtafels om de samenwerking en informatie-uitwisseling te coördineren.

Preventie en toezicht richten zich op drie speerpunten: seksuele uitbuiting, criminele uitbuiting van kwetsbare jongeren en volwassenen, en arbeidsuitbuiting, met speciale aandacht voor arbeidsmigranten en hun huisvesting. Voor slachtoffers wordt zorgcoördinatie geboden, inclusief begeleiding, opvang en doorverwijzing naar gespecialiseerde organisaties.

De aanpak wordt gemonitord op basis van signalen en periodieke analyses in samenwerking met politie en regiogemeenten. Waar nodig wordt beleid bijgesteld. De uitvoering vindt grotendeels plaats binnen de bestaande formatie en middelen, met een geborgde inzet van de aandachtsfunctionaris Mensenhandel.

Kortom, de gemeente Houten streeft naar een gecoördineerde, proactieve en slachtoffergerichte aanpak van mensenhandel, met preventie, signalering, samenwerking en passende zorg als kernpunten.

Voorwoord

Mensenhandel is geen abstract probleem dat zich uitsluitend elders voordoet. Het raakt mensen in kwetsbare posities en doet zich voor in uiteenlopende vormen, zowel zichtbaar als verborgen. Ook binnen onze gemeente. Achter gesloten deuren, in ogenschijnlijk reguliere panden, bevinden zich situaties waarin sprake is van uitbuiting, dwang en een gebrek aan vrijheid.

Seksuele uitbuiting behoort tot de meest ingrijpende vormen van mensenhandel. Slachtoffers worden soms verleid met valse beloften, maar kunnen ook direct onder dwang komen te staan, met verlies van autonomie en waardigheid tot gevolg. Angst, schaamte of een diepgeworteld wantrouwen richting instanties maken het voor veel slachtoffers moeilijk om zich uit te spreken. Juist daarom vraagt deze problematiek om voortdurende alertheid, intensieve samenwerking en een duidelijke, actieve rol van de overheid.

Arbeidsuitbuiting manifesteert zich vaak sluipend. Te lange werkdagen, structurele onderbetaling, onveilige huisvesting of volledige afhankelijkheid van één werkgever voor werk, inkomen en onderdak zijn signalen die niet altijd direct als uitbuiting worden herkend. Voor mensen die de taal niet spreken of het systeem niet kennen, is het bijzonder lastig om grenzen te stellen of hulp te zoeken. Wat begint als een kans op werk en inkomen, kan zo uitmonden in een situatie van afhankelijkheid en misbruik.

Ook criminele uitbuiting krijgt steeds vaker een plaats binnen het brede begrip mensenhandel. Met name jongeren en andere personen in kwetsbare posities worden onder druk gezet of verleid om strafbare handelingen te verrichten. Een ogenschijnlijk onschuldige klus of de belofte van snel geld kan ontaarden in dwang, afhankelijkheid en verlies van keuzevrijheid. Schaamte, angst voor represailles en wantrouwen richting autoriteiten vormen ook hier grote drempels om misstanden te melden of hulp te aanvaarden.

Als gemeente dragen wij verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van al onze inwoners. Dat vraagt om het serieus nemen van signalen, het ondersteunen van professionals en het versterken van de samenwerking met partners in zorg, handhaving en het maatschappelijk veld. Dit beleidsstuk beschrijft hoe wij die verantwoordelijkheid invullen: preventief waar mogelijk, daadkrachtig waar nodig en altijd met oog voor het slachtoffer.

Karen Heerschop

Burgemeester

1. Inleiding

1.1 Wat is mensenhandel?

Mensenhandel betreft het uitbuiten van mensen door anderen en vormt een ernstige schending van de mensenrechten, waarbij de menselijke waardigheid direct wordt aangetast. Deze uitbuiting vindt plaats met het oog op financieel of ander gewin en wordt mogelijk gemaakt door het toepassen van dwang of door misbruik te maken van de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van slachtoffers. Dwang kan zich uiten in (dreiging met) fysiek geweld, chantage of intimidatie, maar ook in meer verhulde vormen zoals misleiding, fraude of het misbruiken van een kwetsbare positie. Bij minderjarigen wordt uitgegaan van een verhoogde kwetsbaarheid. Het aantonen van dwang is in die gevallen niet vereist om van mensenhandel te kunnen spreken. Hoewel slavernij vaak als historisch referentiepunt wordt genoemd, manifesteert mensenhandel zich in de hedendaagse samenleving vooral in uiteenlopende en vaak minder zichtbare vormen.

De strafbaarstelling van mensenhandel is vastgelegd in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht. In april 2024 is een wetswijziging ingediend die beoogt de strafbaarstelling van mensenhandel te vereenvoudigen en de bescherming van slachtoffers te versterken1. Dit wetsvoorstel is unaniem door de Tweede Kamer aangenomen. Mensenhandel is dus een actueel en maatschappelijk relevant onderwerp, dat brede politieke aandacht geniet.

Mensenhandel wordt veelal gepleegd binnen criminele samenwerkingsverbanden die misbruik maken van legale structuren en sectoren. Daarmee wordt mensenhandel aangemerkt als een vorm van ondermijnende criminaliteit en tevens als één van de zwaarste delicten binnen het strafrecht. Het is bovendien een misdrijf waarbij slachtoffers zich doorgaans niet uit eigen beweging melden. Velen durven of kunnen geen aangifte doen, of herkennen zichzelf (nog) niet als slachtoffer. Dit maakt dat opsporingsinstanties, zoals de politie, een actieve en signalerende rol moeten vervullen bij het opsporen van zowel slachtoffers als daders.

De bestrijding van mensenhandel vraagt om samenwerking tussen diverse organisaties, zowel nationaal als internationaal. In Nederland doet het fenomeen zich niet uitsluitend voor in grote steden, maar komt het in alle regio’s voor. Criminele netwerken zoeken bewust naar locaties waar weinig toezicht is of waar de alertheid op ondermijnende criminaliteit beperkt is.

1.2 Verschillende vormen

Mensenhandel2 komt in verschillende vormen voor, die ook kunnen samengaan waarbij iemand mogelijk slachtoffer is van meerdere vormen tegelijk:

  • Seksuele uitbuiting: een persoon wordt gedwongen om fysiek of online seksuele diensten te verrichten tegen betaling van geld of andere vergoedingen, of de belofte daarvan, en deze vervolgens af te dragen aan de uitbuiter.

  • Arbeidsuitbuiting: een vorm van mensenhandel waarbij een persoon gedwongen wordt tot arbeid of diensten in mensonterende omstandigheden en/of diens inkomsten (gedeeltelijk) moet afdragen aan de uitbuiter. Bij deze vorm speelt de aard en duur van het werk, de beperkingen voor het slachtoffer door het werk en het economisch voordeel dat is behaald door de uitbuiter extra mee.

  • Criminele uitbuiting: een vorm van mensenhandel waarbij een persoon wordt gedwongen tot het verrichten van strafbare feiten en de opbrengsten moet afdragen aan de uitbuiter. Dat kan bijvoorbeeld gaan om misbruik van iemands bankrekening, gebruik van iemands woning voor drugsproductie, gedwongen aanvragen en afstaan van zorggelden of uitkeringen en/of het ronselen van andere slachtoffers om uit te buiten. Criminele uitbuiting onderscheidt zich van andere vormen van mensenhandel omdat het slachtoffer (vaak) in beeld komt als een pleger van een strafbaar feit. Het daderschap is direct zichtbaar, voor het slachtofferschap geldt dat veel minder.

  • Gedwongen orgaanverwijdering: een persoon wordt gedwongen een orgaan af te staan. Over deze vorm van mensenhandel is in Nederland nog weinig bekend. Het CoMensha krijgt jaarlijks een of twee meldingen. Vanwege de beperkte omvang laten we orgaanverwijdering hier buiten beschouwing.

1.3 Cijfers en ontwikkelingen

Landelijke cijfers

Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten en een zogenaamde ‘verborgen’ misdaad. Als je er niet naar op zoek bent, kom je het ook niet tegen. Er wordt slechts in weinig gevallen aangifte gedaan. Het precieze aantal slachtoffers is dan ook niet bekend. We spreken daarom van een ‘dark number’. In 2024 registreerde CoMensha 944 nieuwe slachtoffers3 van mensenhandel in Nederland. Dat is aanzienlijk meer dan in 2023 (868) en 2022 (814)4.

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel5 (hierna: NRM) schat dat slechts één op de vijf slachtoffers in beeld is bij CoMensha. Voor het werkelijke aantal zouden we in Nederland moeten uitgaan van jaarlijks 5.000 tot 7.500 slachtoffers. Hoewel meldingen van arbeidsuitbuiting toenemen, blijft seksuele uitbuiting de meest voorkomende vorm van mensenhandel. Ruim de helft van de landelijke cijfers ziet op seksuele uitbuiting. Opvallend hierbij is dat het aandeel slachtoffers van seksuele uitbuiting in de minder zichtbare sectoren ieder jaar oploopt (tot 64% in 2021, bron NRM). Het gaat hierbij bijvoorbeeld om zowel gedwongen thuissekswerk als gedwongen escortwerk. Van slechts 4% van de slachtoffers van seksuele uitbuiting is bekend dat zij zijn uitgebuit in meer zichtbare sectoren, zoals raam- of clubsekswerk en bordelen. Het aanbod van sekswerkers (binnen de escortservice of op privélocaties) verschuift steeds meer naar de onlinewereld.

Regionale cijfers

Cijfers slachtoffers Mensenhandel - Midden-Nederland (2024)

Bron / Regio

Flevoland

Gooi & Vecht

Utrecht

Totaal

Politie

30

Zorgcoördinatoren

36

2

24

62

Andere instanties

0

0

0

0

Niet geregistreerd

77

0

1

78

Totaal meldingen

113

2

25

170

Bron: CoMensha (2024)

De gepresenteerde cijfers betreffen de meldingen van CoMensha over Midden-Nederland voor het jaar 2024. Het is belangrijk te benadrukken dat aanzienlijk meer meldingen binnenkomen bij andere instanties, zoals Moviera, Veilig Thuis en gemeenten, maar dat lang niet al deze meldingen bij CoMensha worden geregistreerd en meegenomen in hun jaarbeeld. De beschikbare cijfers betreffen uitsluitend meldingen van de politie en zorgcoördinatoren. Cijfers van andere partijen, zoals de NLA, Koninklijke Marechaussee, Stichting Fairwork, Nidos en het OM, zijn niet regionaal gespecificeerd en zijn daarom niet meegenomen. CoMensha ontving in 2024 naast de officieel geregistreerde meldingen ook meldingen die niet konden worden geregistreerd. Dit betrof gevallen waarbij te weinig informatie over het slachtoffer beschikbaar was om te bepalen of het om een unieke melding ging.

Deze beperkingen maken duidelijk dat de gepresenteerde cijfers een beperkt beeld geven van mogelijke mensenhandel dat in Midden-Nederland plaatsvindt en dat de werkelijke omvang naar verwachting veel hoger ligt. De cijfers onderstrepen tevens het belang van een goede gegevensuitwisseling tussen meldpunten en registrerende instanties, aangezien niet alle meldingen bij de juiste instanties terechtkomen die deze vervolgens aan CoMensha kunnen doorgeven.

Lokale cijfers

Meldingen Mensenhandel in Houten (2025)

Vorm

Aantal meldingen

Criminele uitbuiting

4

Seksuele uitbuiting

1

Niet ingevuld

 2

Eindtotaal

7

Bron: Veilig Thuis (2025)

Uit de lokale registraties van Veilig Thuis blijkt dat in 2025 in totaal zeven meldingen van mensenhandel zijn gedaan binnen de gemeente Houten. Het merendeel van deze meldingen heeft betrekking op criminele uitbuiting. Het beperkte aantal meldingen betekent niet dat mensenhandel niet voorkomt in de gemeente Houten, maar wijst er eerder op dat signalen of vermoedens niet of onvoldoende worden gemeld bij de gemeente, politie of andere betrokken instanties.

1.4 De rol van gemeente in de aanpak

De Nederlandse overheid is verplicht mensenhandel strafbaar te stellen en te bestrijden, ongeacht de sector waarin de uitbuiting plaatsvindt. Deze verplichting vloeit voort uit verschillende internationale verdragen en strekt zich verder uit dan alleen strafrechtelijke maatregelen. Ook preventie en de bescherming van slachtoffers vallen hieronder. De internationale afspraken vormen ook de leidraad voor het landelijke programma Samen tegen Mensenhandel.

Om deze verplichtingen lokaal vorm te geven, benoemt de NRM vier rollen voor gemeenten:

  • Beleidsmaker: iedere gemeente dient een duidelijk beleid te hebben om mensenhandel tegen te gaan.

  • Signaleerder: zowel professionals binnen de gemeente als inwoners kunnen signalen van (mogelijke) mensenhandel herkennen. Zij moeten weten wat mensenhandel is en wat de signalen zijn. Actieve voorlichting is hiertoe gewenst. Ook moet bekend zijn waar meldingen van (een vermoeden van) mensenhandel kunnen worden gedaan.

  • Regisseur: bij signalen van mensenhandel zal onder regie van de gemeente (team Openbare Orde en Veiligheid) met partners zoals de politie moeten worden bepaald welke middelen (bestuursrechtelijk, strafrechtelijk) worden ingezet om mensenhandel tegen te gaan.

  • Verzorger van passende opvang: iedere gemeente dient te zorgen voor ondersteuning bij het vinden van opvang en nazorg voor slachtoffers (lokaal of regionaal).

In de Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland 2023-2026 is mensenhandel geprioriteerd als onderdeel van de ondermijningsaanpak6. Gemeenten in de regio zetten in op de borging en praktische uitvoering van het bestuurlijk basisniveau, zoals vastgelegd in het Interbestuurlijk Programma van de Rijksoverheid 2018. Dit omvat onder andere het versterken van domeinoverstijgend samenwerken en het uitvoeren van preventieve voorlichtingscampagnes om de bewustwording te vergroten en signalering te verbeteren.

1.5 Doelstellingen gemeente Houten

Mensenhandel is onacceptabel en moet worden gestopt. De gemeente Houten wil daarom mensenhandel bestrijden. De volgende activiteiten dragen hieraan bij:

  • Het vergroten van de bewustwording over mensenhandel onder bestuurders en medewerkers, professionals, ondernemers en inwoners door middel van gerichte communicatie per doelgroep.

  • Het verlagen van de drempel om signalen van mogelijke mensenhandel te melden, o.a. door kenbaar te maken waar men kan melden.

  • Slachtoffers van mensenhandel binnen de gemeente Houten naar de juiste hulp en ondersteuning toeleiden.

  • Bij casuïstiek met als thema mensenhandel: het onderzoeken van de casus en, indien mogelijk en noodzakelijk, het integraal aanpakken ervan.

Binnen Houten bevinden de interne organisatie en beleidsprocessen ten aanzien van de aanpak van mensenhandel zich nog in een ontwikkelfase. De beschikbare middelen en menskracht worden daarom primair ingezet op het op orde brengen en stroomlijnen van de interne huishouding, zodat de samenwerking met externe veiligheids- en zorgpartners zo effectief mogelijk kan verlopen. In deze fase ligt de focus op een signaalgerichte aanpak, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande of in ontwikkeling zijnde projecten en aanpakken binnen het district West Utrecht.

1.6 Samenwerking district West Utrecht

Binnen het district West Utrecht werken gemeenten en politie gezamenlijk aan de aanpak van mensenhandel. De aangesloten gemeenten zijn: Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Vijfheerenlanden en Woerden. Aangezien de problematiek zich niet aan gemeentegrenzen houdt, is een gezamenlijke aanpak zowel noodzakelijk als effectief. In dit plan is op diverse plaatsen al ingegaan op de samenwerking. In eerste instantie komt deze samenwerking tot uiting in:

  • Kennisdeling en overleg tussen de aandachtsfunctionarissen van de verschillende gemeenten en de politie;

  • Gezamenlijke bewustwordingsbijeenkomsten, georganiseerd in overleg met het RIEC, voor medewerkers met klantcontacten;

  • Gecoördineerde communicatie-uitingen over mensenhandel, in ieder geval tijdens de Week tegen Mensenhandel in oktober;

  • Jaarlijkse monitoring van de situatie en de aanpak, met waar nodig bijstelling van beleid en activiteiten.

In de loop van de tijd wordt bekeken welke aanvullende gezamenlijke activiteiten mogelijk zijn, afhankelijk van de actuele situatie. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op bewustwording en voorlichting voor inwoners en professionals die werken met risicogroepen, of samenwerking met werkgevers in de regio die gebruikmaken van uitzendbureaus voor arbeidsmigranten.

2. Aanpak

2.1 Interne huishouding en externe samenwerking

Aanstellen aandachtsfunctionaris

Een belangrijke rol van de gemeente in de aanpak van mensenhandel is die van signaleerder. Het herkennen van signalen is cruciaal om slachtoffers uit uitbuitingssituaties te halen en daderschap te identificeren. De gemeente is hierin een onmisbare partner met haar oren en ogen in de samenleving en contacten met inwoners. Het is belangrijk dat medewerkers van de gemeente signalen van mensenhandel herkennen en dat zij deze melden bij een aandachtsfunctionaris. Deze aandachtsfunctionaris pakt signalen op en zet deze door naar de juiste ketenpartners. In de gemeente Houten is een medewerker van het team Openbare Orde & Veiligheid aangewezen als aandachtsfunctionaris.

Kennis en bewustwording

Signaleren begint met kennis over mensenhandel. Het vraagt veel schakels om te zien dat iemand wordt uitgebuit, om iemand uit een uitbuitingssituatie te halen en hulp te vinden. Het is daarom cruciaal dat professionals van de gemeente Houten vaardig zijn in het herkennen van signalen die kunnen duiden op mensenhandel. Om dit te bereiken, zet de gemeente in op voorlichting, bewustwording en trainingen. Dit geldt onder andere voor medewerkers met klantcontact, zoals bij Burgerzaken, evenals voor BOA’s en medewerkers van het Sociaal Team Houten die bij inwoners thuiskomen. Daarnaast zetten wij in op bewustwording bij professionals buiten de organisatie, waaronder huisartsen, medewerkers in het basis- en voortgezet onderwijs, jongerenwerkers, hulpverleners en professionals werkzaam bij woningcorporaties.

Het onderwerp ‘uitbuiting’ krijgt in eerste instantie aandacht in bestaande werkoverleggen, zodat medewerkers mogelijke signalen leren herkennen. Hierbij kunnen zowel de Signalenkaart Mensenhandel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) als de praktische signalenkaart van CoMensha worden gebruikt. Een overzicht van deze signalen is opgenomen in bijlage 4.1.

Verder dienen baliemedewerkers en toezichthouders verplicht de e-learnings van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid te volgen. In overleg met het RIEC is het daarnaast mogelijk gezamenlijke bewustwordingsbijeenkomsten voor gemeenten binnen het district West Utrecht te organiseren, bijvoorbeeld via CoMensha.

Binnen de gemeente Houten ligt de nadruk in eerste instantie op het vergroten van de interne bewustwording onder gemeentelijke medewerkers. Tegelijkertijd is het, juist om meer zicht te krijgen op de aard en omvang van uitbuiting, noodzakelijk om ook de bewustwording onder inwoners en ondernemers in Houten te vergroten. Door externe partijen actief te betrekken, kan de meldingsbereidheid worden verhoogd en kunnen meer signalen worden opgehaald.

Dit kan onder meer door het stimuleren van het melden van signalen via verschillende meldkanalen in de regio, bijvoorbeeld via Veilig Thuis of Meld Misdaad Anoniem, en door het gericht inzetten van bewustwordingscampagnes. Bovendien kan communicatie en preventie worden ingezet richting kwetsbare groepen, zoals jongeren, mensen met een sociaal‑economische achterstand, statushouders, of personen met andere kwetsbaarheden die hen vatbaar maken voor uitbuiting. Door preventie, bewustwording en laagdrempelige meldkanalen te combineren, kunnen signalen sneller worden opgepikt en kan vroegtijdige interventie plaatsvinden.

Uitwerken en bekend maken interne meldroute

De interne meldroute (zie bijlage 4.2) wordt verder uitgewerkt en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Medewerkers die signalen van mogelijke mensenhandel opvangen, weten zo precies hoe ze deze bij de aandachtsfunctionaris mensenhandel kunnen melden. Deze functionaris beoordeelt de signalen, vult ze waar mogelijk aan en zorgt ervoor dat ze tijdig en correct worden doorgegeven aan de juiste ketenpartner(s).

De ketenpartners en de rol van de ketenregisseur

De ketenpartners voor de verschillende vormen van uitbuiting zijn bekend. Voor een overzicht van de voornaamste ketenpartners en de manier waarop wij als gemeente Houten met hen samenwerken, is opgenomen in bijlage 4.3. Een centrale rol voor de gemeenten in het district West Utrecht is weggelegd voor de ‘ketenregisseur mensenhandel’, werkzaam op regionaal niveau binnen het RIEC Midden-Nederland. De ketenregisseur ondersteunt de aanpak van mensenhandel door de samenwerking tussen zorg- en veiligheidsketen te verbeteren, de signalering en bewustwording van mensenhandel te vergroten en regelmatig onderzoek te doen naar de aard en omvang van dit fenomeen.

2.2 Strategie per uitbuitingsvorm

Seksuele uitbuiting

In de afgelopen jaren heeft de gemeente Houten, in samenwerking met ketenpartners, ingezet op het signaleren en tegengaan van seksuele uitbuiting. Zo zijn gerichte controles uitgevoerd en is waar nodig bestuursrechtelijk opgetreden, onder meer door het opleggen van een bestuurlijke waarschuwing of last onder dwangsom. Daarnaast wordt actief ingezet op bewustwording en signalering, onder andere door gesprekken te voeren met betrokken partijen en het onder de aandacht brengen van Meld Misdaad Anoniem bij inwoners en ondernemers.

Bovendien zijn gemeenten wettelijk verplicht ruimte te bieden voor de exploitatie van een seksbedrijf. De gemeente Houten voert het sekswerkbeleid gezamenlijk uit met de gemeenten IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vijfheerenlanden. Binnen deze regio wordt een maximumstelsel gehanteerd voor locatiegebonden seksinrichtingen, waarbij één inrichting is toegestaan. Deze locatiegebonden seksinrichting is momenteel gevestigd in Nieuwegein (Dynamite Privé). Zolang deze inrichting actief is, kan zich binnen de gemeente Houten geen locatiegebonden seksinrichting vestigen.

Op basis van eigen onderzoek en signalen uit buurgemeenten en van inwoners bestaan er echter meerdere aanwijzingen dat seksuele uitbuiting en onvergund (thuis)sekswerk in Houten wel degelijk plaatsvinden, onder meer in (huur)woningen en hotels. Ook zijn er vermoedens van misstanden binnen de escortsector.

Daarnaast blijkt dat via online seksadvertenties reclame wordt gemaakt voor sekswerk op locaties binnen de gemeente Houten. Deze advertenties worden zowel vrijwillig als onvrijwillig door sekswerkers geplaatst, waarbij in het laatste geval sprake kan zijn van dwang of uitbuiting. Het digitale aspect speelt een steeds grotere rol bij seksuele uitbuiting. De online platforms en advertenties worden ingezet om aanbod te faciliteren en toezicht te ontwijken. Deze ontwikkeling vraagt om proactieve signalering, aangezien meldingen van seksuele uitbuiting doorgaans niet vanzelf binnenkomen. In dit kader behoort het tot de taak van de aandachtsfunctionaris om periodiek online-advertenties te monitoren en te beoordelen op mogelijke signalen van seksuele uitbuiting. Op basis van deze signalen kan de gemeente, indien daartoe aanleiding bestaat, gericht toezicht en controles uitvoeren. Deze werkwijze draagt bij aan een adequate gemeentelijke aanpak van seksuele uitbuiting.

Zoals al beschreven in hoofdstuk 1, is er in de afgelopen vijf jaar een aantal meldingen in de gemeente Houten bij de politie geregistreerd op het gebied van seksuele uitbuiting. Gezien de mogelijkheden van sociale media en andere online platforms is het aannemelijk dat er meer gevallen van seksuele uitbuiting, zoals gedwongen webcamseks, verspreiding van seksueel (online) materiaal of contact met minderjarigen voor seksuele doeleinden, plaatsvinden dan er daadwerkelijk wordt gemeld.

In Houten zijn ook diverse registraties die betrekking hebben op het ongewenst verspreiden van seksueel beeldmateriaal. Het zonder toestemming delen van intiem beeldmateriaal kan een opstap vormen naar seksuele uitbuiting, doordat slachtoffers geleidelijk in situaties van dwang, manipulatie of afhankelijkheid verstrikt raken. Samen met de politie houden we dit nauwlettend in de gaten en, wanneer dergelijke registraties sterk toenemen, ontwikkelen we gerichte communicatie gericht op kwetsbare doelgroepen. Deze communicatie is bedoeld om bewustwording te creëren over de risico’s van seksuele uitbuiting en om informatie te bieden over waar slachtoffers en betrokkenen terechtkunnen voor hulp en ondersteuning.

Criminele uitbuiting

In Houten bestaan diverse (keten)overlegtafels waarin overlastgevend en/of strafbaar gedrag van inwoners wordt besproken. Deze overlegtafels vormen tevens het platform waar signalen van mogelijke criminele uitbuiting aan de orde kunnen komen. Voor criminele uitbuiting bestaat in Houten momenteel geen specifieke, aparte aanpak. De samenwerking vindt plaats binnen bestaande overlegstructuren, zoals de lokaal persoonsgerichte aanpak (voor jeugd, volwassenen en woonoverlast), de jeugd- en veiligheidsoverleggen, de school- en veiligheidsoverleggen, en de overlegtafels van het Zorg- en Veiligheidshuis (zoals Top X, OGG en MDA++).

Binnen deze kaders wordt jeugd beschouwd als een kwetsbare doelgroep. Criminele uitbuiting van minderjarigen wordt erkend als een complexe vorm van mensenhandel, waarbij slachtofferschap en daderschap vaak samenvallen. Dit betekent dat slachtoffers niet altijd als zodanig worden herkend, terwijl minderjarigen een verhoogd risico lopen om zowel slachtoffer als dader te worden. Het is daarom van belang dat binnen de aanpak jeugd en jonge aanwas kennis over criminele uitbuiting aanwezig is en dat men zich bewust is dat sommige jongeren die als ‘crimineel’ worden gezien, in feite slachtoffer zijn.

Gerichte aandacht voor kwetsbare jongeren vraagt om intensieve samenwerking tussen politie, het OM, onderwijs, zorg en jongerenwerk, zodat informatie over risico’s en verdachte situaties sneller gedeeld kan worden. Daarnaast zijn structurele voorlichting, weerbaarheidstrainingen en actieve betrokkenheid van ouders, docenten en ervaringsdeskundigen essentieel. Preventieve maatregelen moeten bovendien inspelen op actuele ontwikkelingen, zoals de rol van technologie en online platforms, om zo jongeren te beschermen en verdere criminele uitbuiting te voorkomen.

Het is echter van belang om een brede blik te hanteren bij het signaleren van criminele uitbuiting, omdat dit zowel bij jongeren als bij volwassenen kan voorkomen. Risicogroepen zijn onder meer mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB), personen met psychische of psychiatrische klachten, mensen met een migratie- of vluchtelingenachtergrond, dak- of thuislozen, mensen met verslavingsproblemen, en sociaal of maatschappelijk geïsoleerde individuen. Externe partners vervullen hierbij een cruciale signalerende rol. Hiertoe behoren onder meer scholen, huisartsen, het Sociaal Team Houten, GGZ- en zorginstellingen, woningcorporaties en andere betrokken organisaties. Door signalen tijdig te herkennen en te delen, kan criminele uitbuiting effectief worden herkend en aangepakt.

Arbeidsuitbuiting

De afgelopen jaren heeft de burgemeester meerdere keren een maatregel opgelegd, zoals een bestuurlijke waarschuwing of een last onder dwangsom, vanwege de illegale huisvesting van arbeidsmigranten. Ondermaatse, erbarmelijke, brandonveilige huisvesting van arbeidsmigranten vormt een vastgesteld risico in de gemeente Houten. Signalen over mogelijke illegale huisvesting worden meegenomen in integrale controles op locaties waar arbeidsmigranten verblijven, met deelname van onder andere de politie, de Omgevingsdienst, de Veiligheidsregio Utrecht en de NLA. Tijdens deze controles wordt onder meer onderzocht of arbeidsmigranten officieel zijn ingeschreven en of de locatie waar zij verblijven rechtmatig bewoond mag worden. Tevens wordt beoordeeld of de woning veilig bewoonbaar is conform de geldende (brand)veiligheidseisen.

Het beleid rondom huisvesting van arbeidsmigranten raakt aan verschillende beleids- en juridische kaders. De Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2023, gemeente Houten (hierna: Huisvestingsverordening) stelt generieke beperkingen aan de splitsing en omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte. Deze regels gelden voor verschillende doelgroepen, waaronder ook arbeidsmigranten. Het effect van deze verordening is onder andere dat de mogelijkheden voor huisvesting van arbeidsmigranten in bestaande woningen worden beperkt, aangezien deze huisvesting vaak plaatsvindt in de vorm van verkamering. Aanvullend geldt dat in het Omgevingsplan gemeente Houten is opgenomen dat een woning in beginsel door slechts één huishouden mag worden bewoond. Ook deze bepaling beperkt de mogelijkheden voor verkamering en daarmee indirect de huisvesting van arbeidsmigranten.

Specifieke regels voor tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten bij fruitteeltbedrijven zijn opgenomen in de Beleidsnotitie Huisvesting (buitenlandse) seizoenswerknemers in de fruitteelt gemeente Houten 2013. In de Woonvisie 2021-2030 en de Woonzorgvisie 2025-2030 is opgenomen dat het beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten wordt geactualiseerd en verbreed naar alle economische sectoren. Verder is in het kader van de Wet goed verhuurderschap sinds januari 2024 een meldpunt ingesteld waar ongewenst particulier verhuurderschap gemeld kan worden.

Inkomen, vervoer, huisvesting en andere zaken worden vaak geregeld via de werkgever of het uitzendbureau en daardoor verkeren arbeidsmigranten in een afhankelijkheidspositie. Als de werkgever, het uitzendbureau en/of een pandeigenaar de woon- en leefomstandigheden niet op orde heeft, volgen bestuurlijke sancties. Directe sluiting van panden/woningen kan aan de orde zijn. De Woningwet, het Besluit bouwwerken leefomgeving en het Omgevingsplan van de gemeente Houten kunnen worden toegepast als basis voor het handhaven op overlast en onveilige woonruimte en strijdig gebruik maken van panden/woningen. In de Huisvestingsverordening is bovendien een vergunningplicht voor onzelfstandige bewoning opgenomen.

De focus van de gemeentelijke aanpak ligt op het signaleren van arbeidsuitbuiting en aanpakken van risico’s. Signalen worden systematisch meegenomen in integrale controles. Daarnaast wordt ingezet op het maken van afspraken met partijen die arbeidsmigranten huisvesten over de voorlichting en informatievoorziening voor de bewoners. Ook wil de gemeente met werkgevers die plannen hebben voor nieuwe huisvesting, afspraken maken over het beëindigen van huisvesting in woonwijken die in strijd is met het Omgevingsplan van de gemeente Houten. Afhankelijk van het beeld van de situatie, kan in een later stadium gewerkt worden aan bewustwording en voorlichting van inwoners en professionals werkzaam met risicogroepen. Ten slotte kan samenwerking worden gezocht met uitzendbureaus die als werkgever van arbeidsmigranten optreden in de gemeenten van het district West Utrecht.

2.3 Aanpak dadernetwerken

Signalering en samenwerking

De regio West Utrecht valt als district onder de veiligheidsregio Midden-Nederland, waar de aanpak ‘Georganiseerde en ondermijnende criminaliteit’ (hierna: GOC) wordt uitgevoerd. De bestrijding van daders van mensenhandel en hun netwerken maakt hier onderdeel van uit, zowel via bestuursrechtelijke als strafrechtelijke maatregelen. Mensenhandel komt binnen de aanpak GOC steeds nadrukkelijker in beeld, zowel binnen casussen als bij afzonderlijke signalen. Casuïstiek wordt opgepakt daar waar dit het meest passend is: lokaal binnen de gemeente via het Lokaal Ondermijningsoverleg, districtelijk via het Districtelijk Team Ondermijning en regionaal via de Regionale Tafel Ondermijning van Midden-Nederland. De verwerking van gegevens vindt daarbij plaats volgens de Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (hierna: WGS) en conform de Algemene verordening gegevensbescherming. Op basis van de opgehaalde signalen worden vervolgacties bepaald, bijvoorbeeld bestuursrechtelijke maatregelen tegen daders en organisaties of doorgeleiding naar politie en OM voor strafrechtelijke vervolging.

Daarnaast is er een Regietafel Mensenhandel in Midden-Nederland, die sturing geeft aan de regionale aanpak en toeziet op beleid, samenwerking en kennisdeling. De regietafel behandelt zelf geen individuele casuïstiek. De focus ligt daarbij op gezamenlijke trends en fenomenen. De regietafel komt eens per zes weken bijeen. Hoewel de gemeente Houten niet direct deelneemt, ontvangt zij via de aandachtsfunctionaris van de gemeente Nieuwegein een algemene terugkoppeling van de bijeenkomsten. Voor vragen kunnen betrokkenen contact opnemen met de ketenregisseur Mensenhandel.

De gemeente Houten is wel actief betrokken bij de Werkgroep Mensenhandel West Utrecht. Deze werkgroep bespreekt lokale casussen, actuele signalen en ontwikkelingen en komt eens per acht weken bijeen. De deelnemers stemmen hun aanpak af, delen kennis en identificeren risico’s die extra aandacht vereisen.

2.4 Hulp en opvang slachtoffers

Zorgcoördinatie

Op basis van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor passende opvang, ondersteuning en nazorg van slachtoffers van mensenhandel. Deze verantwoordelijkheden zijn wettelijk verankerden gelden voor alle vormen van mensenhandel7, ongeacht de leeftijd, het geslacht, de nationaliteit of de verblijfstatus van het slachtoffer.

De zorgcoördinator mensenhandel speelt een centrale rol binnen het gemeentelijk beleid voor slachtoffers van mensenhandel. Deze functionaris behartigt de belangen van slachtoffers, organiseert en coördineert de hulpverlening, opvang en bescherming, en fungeert als aanspreekpunt zowel binnen de gemeente als richting externe partners. Daarnaast zorgt de zorgcoördinator voor een juiste doorverwijzing naar relevante (zorg‑)ketenpartners en richt zich op casemanagement. Het opbouwen en onderhouden van een regionaal en landelijk netwerk behoort eveneens tot de kerntaken, net als het geven van voorlichting en het bevorderen van preventie.

De aanwezigheid van een zorgcoördinator is van essentieel belang, omdat slachtoffers vaak te maken hebben met een complex netwerk van organisaties en regelingen, zoals verslavingszorg, maatschappelijke hulpverlening, juridische ondersteuning bij aangifte en verblijfsrechtelijke trajecten, huisvesting, inkomen en medische zorg. Door deze processen te stroomlijnen en de afstemming tussen betrokken partijen te optimaliseren, kan de zorgcoördinatie slachtoffers zoveel mogelijk ontlasten en de continuïteit van de ondersteuning waarborgen.

Voor de gemeente Houten is de zorgcoördinatie ingekocht door de centrumgemeenten Utrecht en Amersfoort bij Moviera. Deze organisatie biedt zowel opvang als ambulante trajecten aan en is het expertisecentrum voor mensenhandel en (huiselijk) geweld binnen afhankelijkheidsrelaties. De zorgcoördinator richt zich bij de casuïstiek primair op de problematiek rond mensenhandel. Wanneer daarnaast andere hulpvragen of multiproblematiek spelen, wordt altijd het buurtteam of de relevante ketenpartner betrokken bij de ondersteuning. Voor specifieke slachtoffers, zoals slachtoffers van seksuele uitbuiting is door centrumgemeente Utrecht aanvullende maatschappelijke ondersteuning ingekocht bij Pretty Human8 (jongeren) en Belle (meerderjarigen). Belle kan daarnaast ook meegevraagd worden bij sekswerkcontroles en doet aan outreachend werk. Specialistische opvang is bovenregionaal en landelijk opgezet, waarbij de zorgcoördinator in samenwerking met de landelijke organisatie CoMensha kan bemiddelen als er lokaal geen (wenselijke) mogelijkheden beschikbaar zijn. Voor mensen met multiproblematiek zijn de regionale opvangmogelijkheden zeer beperkt. Het waarborgen van adequate en passende opvang blijft daarom een belangrijk aandachtspunt binnen het gemeentelijk beleid en de regionale samenwerking.

Tot slot is bij Veilig Thuis Utrecht een Meldpunt Mensenhandel ingericht. Signalen van mogelijke slachtoffers worden hier geregistreerd en vervolgens overgedragen aan de zorgcoördinator, die de verdere begeleiding en ondersteuning coördineert. Het is van belang dat deze structuur geborgd blijft in de regio en dat professionals, zoals hulpverleners, scholen en veiligheidspartners, goed op de hoogte zijn van het bestaande zorgaanbod en de meldroute.

3. Monitoring en financiën

3.1 Monitoring

Het is belangrijk om de aanpak van mensenhandel te monitoren en te evalueren. De focus in Houten ligt op het acteren op signalen en het aansluiten bij bestaande overleggen en aanpakken. De signalen worden systematisch gevolgd, waarbij wordt vastgesteld welke signalen naar voren komen, welke leiden tot een melding en binnen welke groepen ze zich voordoen. Via de aandachtsfunctionaris kunnen alle signalen, ook kleine, op een laagdrempelige manier worden gemeld. Deze signalen worden niet alleen opgepakt, maar ook geanalyseerd.

De lokale aandachtsfunctionaris Mensenhandel verzamelt signalen en bespreekt deze met de politie en het RIEC. Daarnaast organiseert de aandachtsfunctionaris een intern signalenoverleg met collega’s van onder andere dienstverlening, ruimtelijke ordening en toezicht & handhaving. Voor de lokale en regionale signalering en afstemming wordt aangesloten bij de overleggen zoals beschreven in paragraaf 2.3, waaronder het Lokaal Ondermijningsoverleg en de Werkgroep Mensenhandel West Utrecht. Op deze manier wordt gewaarborgd dat signalen niet alleen worden opgepakt, maar ook systematisch worden geanalyseerd binnen bestaande structuren.

Analyse van signalen en trends maakt het mogelijk om beleidsaanpassingen door te voeren, bijvoorbeeld het bijstellen van preventieve acties of het versterken van samenwerking met ketenpartners. Periodiek worden ervaringen en bevindingen gedeeld binnen de gemeenten van het district West Utrecht, met betrokken overleggen en via een jaarlijkse informatie-uitvraag bij het basisteam van de politie, waarna beleid en aanpakken indien nodig worden bijgesteld.

3.2 Financiën

De aanpak in Houten richt zich in eerste instantie op het vergroten van bewustwording en het adequaat signaleren van vermoedens van mensenhandel. Dit kan binnen de huidige formatie en beschikbare middelen worden gerealiseerd.

Om een sluitende aanpak van mensenhandel te waarborgen, moeten er ondanks het relatief lage aantal meldingen interne uren worden gereserveerd voor de aandachtsfunctionaris mensenhandel. Deze rol wordt belegd binnen het team Openbare Orde en Veiligheid en inschatting is dat dit ongeveer twee uur in de week zal kosten. Als zich een casus aandient, worden extra uren ingezet.

In eerste instantie zal binnen bestaande werkoverleggen aandacht worden gevraagd voor het onderwerp ‘uitbuiting’. Indien nodig kan de ketenregisseur bij het RIEC adviseren over beschikbare trainingen en voorlichtingsactiviteiten, die gezamenlijk voor de gemeenten in het district West Utrecht worden georganiseerd. Een deel van deze bijeenkomsten wordt kosteloos aangeboden, onder andere door CoMensha. Daarnaast kan de gemeente kosteloos gebruikmaken van Loods 17, het trainings- en ervaringscentrum van Midden-Nederland, waar professionals oefenen en leren in realistische praktijksituaties rondom criminaliteit en mensenhandel. Eventuele kosten kunnen uit het budget van het team Veiligheid worden gedekt. Daarbij moeten medewerkers over voldoende uren beschikken om bewustwordingsbijeenkomsten bij te wonen of trainingen te volgen.

Wat betreft de bekostiging van de opvang van slachtoffers ontvangen de centrumgemeenten in Nederland, waaronder Houten, van het Rijk de zogenaamde Decentralisatie Uitkering Vrouwenopvang.

4. Bijlagen

4.1 Signalenkaart

Hieronder volgt een overzicht van enkele signalen van mensenhandel, zoals vermeld door de VNG en CoMensha:

Algemene signalen van mensenhandel (VNG)

Categorie

Signalen

1. Meervoudige afhankelijkheid

  • De werkgever regelt huisvesting, kleding en vervoer

  • Heeft de reis, visa etc. niet zelf geregeld

  • Heeft een vals of vervalst paspoort

  • Verblijft/werkt illegaal in Nederland

  • Bang voor uitzetting, mishandeling, etc.

  • Heeft geen eigen woonruimte in Nederland

  • Overnacht op de werkplek

  • Is onbekend met het werkadres

  • Is in sociaal isolement gebracht door de werkgever

  • Is minderjarig

  • Heeft schulden bij derden

  • Heeft schulden bij de exploitant (overnamebedrag betaald)

2. Sterke inperking van basisvrijheden

  • Kan of mag geen contact hebben met de buitenwereld

  • Heeft geen medische hulp

  • Heeft geen zelfstandige bewegingsvrijheid

  • Heeft geen beschikking over eigen identiteitspapieren

  • Heeft geen beschikking over eigen verdiensten

  • Moet een onredelijk hoog bedrag afdragen

3. Werken onder zeer slechte omstandigheden

  • Krijgt een ongebruikelijk laag loon (t.o.v. markt)

  • Werkt onder gevaarlijke omstandigheden

  • Maakt hele lange werkdagen of werkweken

  • Werkt onder alle omstandigheden buitenproportioneel lang

  • Wordt gechanteerd of familie wordt bedreigd

  • Heeft relatie met personen/locaties geassocieerd met mensenhandel

  • Is verplicht een minimumbedrag per dag te verdienen

  • Heeft een slaafse houding t.o.v. exploitant/souteneur/werkgever

  • Werkt/verblijft in gebouwen met camera’s, schuilplaatsen, fake-inrichting, bodyguards, etc.

4. Aantasting van de lichamelijke integriteit

  • Wordt bedreigd of geconfronteerd met geweld

  • Draagt sporen van lichamelijke mishandeling; er wordt geweld gebruikt

  • Heeft littekens die kunnen wijzen op orgaanhandel

  • Heeft kenmerken die duiden op afhankelijkheid van exploitant/souteneur (bijv. tatoeages, voodoomateriaal)

5. De uitbuiting is niet incidenteel

  • Werkt afwisselend op verschillende plaatsen

  • Er zijn tips van betrouwbare derden

Praktische signalen voor gemeentemedewerkers (CoMensha)

Type medewerker

Praktische signalen

Balie / klantcontact

  • Begeleider beheert paspoort en voert het woord

  • Slachtoffer maakt weinig contact, lijkt afwezig

  • Slachtoffer kijkt naar begeleider voor antwoord

  • Slachtoffer en begeleider spreken mogelijk niet dezelfde taal

  • Let op tekenen van angst, terughoudendheid of afhankelijkheid

Toezicht / toezichthouder

  • Veel mensen in een kleine ruimte

  • Briefje met regels en boetes aanwezig

  • Slechte woonomstandigheden

  • Werkgever beheert paspoort en regelt vervoer

  • Overlast rondom woning

  • Observeer minimale bewegingsvrijheid of sterke controle door werkgever

Sociaal Team / wijkcoach

  • Werkt, maar krijgt geen of weinig geld

  • Mogelijk neerslachtig, bang of teruggetrokken

  • Moet schulden terugbetalen aan exploitant of anderen

  • Ongelijke relatie tussen partners/ouders/medebewoner

  • Let op tekenen van uitbuiting, machtsverschillen of afhankelijkheid

Ondertekening

Toelichting bij de signalenkaarten

De opsomming van signalen is niet limitatief en iedere casus is uniek. De signalenkaarten bieden handvatten om alert te zijn op mogelijke mensenhandel. Sommige personen zijn kwetsbaarder om slachtoffer te worden van uitbuiting, bijvoorbeeld:

  • Personen met een eerdere ervaring van (seksueel) geweld, psychische klachten of een licht verstandelijke beperking (LVB);

  • Jongeren uit multiprobleem- of gebroken gezinnen, wees zijn, dakloosheid of met een laag zelfbeeld;

  • Personen met een voorgeschiedenis van geweld, trauma of jeugdhulpverlening;

  • Vluchtelingen of ongedocumenteerden;

  • Personen die in armoede leven of makkelijk beïnvloedbaar zijn;

  • Jongeren van 12 tot 24 jaar;

  • LHBTI+ jongeren

Bij deze groepen is extra alertheid op enige vorm van uitbuiting wenselijk. Eventuele signalen kunnen altijd (anoniem) besproken worden met de zorgcoördinator.

4.2 Meldroute Intern

Om voor medewerkers te verduidelijken waar zij met vragen en signalen over mensenhandel terecht kunnen, is onderstaande meldroute uitgewerkt. De aandachtsfunctionaris kan signalen waar mogelijk verrijken en doorzetten naar de juiste ketenpartner(s).

STAP 1

De medewerker (baliepersoneel, toezichthouder of bijvoorbeeld WMO-consulent) vangt een signaal op en bespreekt het met de eigen leidinggevende. Het is van belang dat bekend is welke persoon of personen betrokken zijn, in welke hoedanigheid en wat de achtergrond is van het signaal.

STAP 2

De aandachtsfunctionaris mensenhandel binnen de gemeente (van het team OOV) ontvangt het signaal van de medewerker of zijn leidinggevende. De naam van een melder blijft bij de aandachtsfunctionaris en houdt dit anoniem.

STAP 3

De aandachtsfunctionaris gaat na of de betrokken persoon, organisatie of het adres reeds in het eigen gemeentelijke systeem voorkomt zodat het signaal eventueel verrijkt kan worden met andere informatie. Een signaal kan worden besproken tijdens een lokaal ondermijningsoverleg. Bij dit overleg sluit de operationeel expert ondermijning van basisteam Lekpoort/politiedistrict West Utrecht aan. Indien gewenst zal ook de wijkagent aansluiten.

STAP 4

De aandachtsfunctionaris verzamelt alle informatie en weet deze aan de juiste ketenpartner door te geven. Indien het een zeer ernstig signaal betreft waarop direct ingrijpen noodzakelijk is, dan wordt bij de politie de AVIM, Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, in kennis gesteld. Gaat het om arbeidsuitbuiting, dan neemt de aandachtsfunctionaris contact op met de NLA. Er wordt altijd een melding gedaan bij de Zorgcoördinator mensenhandel van Moviera.

STAP 5

De aandachtsfunctionaris vraagt bij de overdracht van het signaal terugkoppeling aan de betrokken ketenpartner.

STAP 6

De aandachtsfunctionaris koppelt aan de medewerker die het signaal heeft afgegeven terug wat er met het signaal gedaan is en legt dit voor de eigen administratie vast.

4.3 Ketenpartners

CoMensha

CoMensha is het landelijk expertisecentrum mensenhandel. De organisatie ondersteunt gemeenten, politie en andere ketenpartners bij het signaleren, begeleiden en beschermen van slachtoffers van mensenhandel. Binnen onze samenwerking bemiddelt de zorgcoördinator samen met CoMensha naar specialistische opvang wanneer lokaal geen passende mogelijkheden beschikbaar zijn. Daarnaast biedt CoMensha advies en kennisdeling aan professionals over signalering, begeleiding en preventie van mensenhandel.

De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)

De NLA zet zich in voor eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen. Vanuit de afdeling Toezicht wordt toegezien op de naleving van de arbeidswetten. De afdeling Opsporing richt zich op signalen van arbeidsuitbuiting. Bij vermoedens van mensenhandel wordt een informatief gesprek uitgevoerd. Na een aangifte of het ambtshalve oppakken van een zaak wordt gekeken of er voldoende aanknopingspunten zijn voor een onderzoek. Dit wordt uitgevoerd door een gespecialiseerd team van rechercheurs onder leiding van een officier van justitie.

De politie

Het basisteam Lekpoort, samen met de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (hierna: AVIM), vormt een belangrijke schakel binnen de politie bij de handhaving van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid op het gebied van vreemdelingen. Daarnaast bestrijdt de AVIM ondermijnende criminaliteit, zoals mensenhandel, mensensmokkel en identiteitsfraude. Binnen de AVIM richt het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel zich specifiek op de opsporing en bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en andere vormen van migratiecriminaliteit.

Het Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is namens de samenleving verantwoordelijk voor de vervolging van strafbare feiten, waaronder mensenhandel. Bij arbeidsuitbuiting werkt het Functioneel Parket van het OM samen met de NLA. Bij seksuele uitbuiting en andere vormen van criminele uitbuiting werkt het arrondissementsparket Midden-Nederland via een eigen mensenhandel officier samen met de AVIM.

Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC)

Het RIEC faciliteert de uitwisseling van informatie en expertise tussen partners in de veiligheidsketen ten behoeve van de aanpak van ondermijning. Zo zijn er een projectleider en ketenregisseur mensenhandel aangesteld die meedenken over regionaal en lokaal beleid. Daarnaast beschikt het RIEC over expertise en capaciteit om te ondersteunen bij het uitvoeren en opzetten van controles die verband houden met mensenhandel, bijvoorbeeld op het gebied van de huisvesting van arbeidsmigranten, bij bedrijven waar vermoedens bestaan van arbeidsuitbuiting of op het gebied van (onvergund) sekswerk. Tot slot fungeert het RIEC ook als platform om bij concrete casussen op het gebied van mensenhandel en -smokkel gezamenlijk te interveniëren. Bij signalen van uitbuiting die niet mono- of multidisciplinair kunnen worden opgepakt, kunnen partners dit gezamenlijk doen onder de WGS.

Belle

Belle en Pretty Human verzorgen de maatschappelijke ondersteuning voor slachtoffers van seksuele uitbuiting. De hulpverlening van Belle is gratis en zonder wachtlijst toegankelijk voor (ex-)sekswerkers en slachtoffers van mensenhandel (18+) in de provincie Utrecht en de regio Gooi- & Vechtstreek. Het aanbod bestaat uit ambulante hulpverlening, dienstverlening en loopbaancoaching. Hulpverleners en ervaringsdeskundigen ondersteunen bij het stoppen met sekswerk en bij een mogelijke (her)start, waarbij wordt gewaarborgd dat dit op een veilige wijze gebeurt. Daarnaast bieden zij ondersteuning bij het vinden van ander werk of passende huisvesting, en bij vragen over financiën, gezondheid, veiligheid, onveiligheid en mogelijke dwang.

De werkwijze van Belle kenmerkt zich door een outreachende benadering en waar nodig door de inzet van bemoeizorg. Tijdens sekswerkcontroles kan Belle ter plaatse informatie verstrekken aan de aangetroffen personen en indien nodig direct passende hulpverlening opstarten. Daarnaast beschikt Belle over een informatie- en adviescentrum in Utrecht, waar verschillende spreekuren worden aangeboden, waaronder medische, financiële en loopbaangerichte ondersteuning. Ook worden hier workshops en activiteiten georganiseerd en kunnen werkartikelen worden aangeschaft. Bovendien fungeert Belle als onafhankelijke vertrouwenspersoon voor iedereen in de provincie Utrecht en de regio Gooi- & Vechtstreek die betrokken is bij de seksbranche en vragen of zorgen heeft over de eigen situatie of die van anderen.

Pretty Human

Pretty Human richt zich op jongeren tot 23 jaar en biedt ambulante begeleiding met een sterke focus op psychosociale ondersteuning, traumaverwerking en zelfredzaamheid. De organisatie ondersteunt cliënten bij het verwerken van traumatische ervaringen die voortkomen uit sekswerk, geweld of andere vormen van misbruik, en kan, indien nodig, het in gang zetten van externe traumabehandeling faciliteren. Daarnaast werkt Pretty Human aan het versterken van het zelfbeeld, de identiteitsontwikkeling en emotionele stabiliteit van cliënten. Een belangrijk onderdeel van de begeleiding is zelfredzaamheidsbegeleiding. Hierbij wordt gewerkt aan vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig te functioneren buiten het sekswerk, zoals zelfzorg, sociale vaardigheden en het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk. Pretty Human biedt daarbij een veilige en vertrouwelijke omgeving, waarin jongeren openlijk over hun situatie kunnen praten en kunnen werken aan herstel en toekomstperspectief.

Moviera

Moviera verzorgt de zorgcoördinatie voor slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel. Dit houdt in dat zij de belangen van individuele slachtoffers behartigen en hen begeleiden naar passende zorg. De zorgcoördinator speelt daarnaast een belangrijke rol in het organiseren van een samenhangend hulp- en ondersteuningsaanbod, waarbij verschillende hulpverleners en instanties in de eigen regio samenwerken. Zo krijgen slachtoffers de medische, psychologische, juridische en maatschappelijke ondersteuning die past bij hun persoonlijke situatie en behoeften.

Scholen

Uit onderzoek van het Centrum Kinderhandel & Mensenhandel (2019) blijkt dat middelbare scholen regelmatig te maken kunnen krijgen met slachtoffers en/of daders van mensenhandel, terwijl docenten soms onvoldoende kennis hebben om signalen te herkennen en niet altijd weten hoe te handelen. De gemeente Houten werkt daarom actief samen met scholen. Zo is er het Veilig in en rond school-overleg, waarin verschillende thema’s aan bod komen, waaronder criminele uitbuiting. Ook binnen de Preventieve Groepsaanpak wordt de samenwerking met scholen opgezocht. In dit kader heeft de gemeente in september 2024 bijvoorbeeld een tweedaagse training georganiseerd voor leerlingcoördinatoren van verschillende middelbare scholen in Houten, gericht op het herkennen van signalen van criminele uitbuiting en het aanpakken van risicogedrag, zowel online als offline. Dergelijke trainingen zijn ook in de toekomst gepland om kennis en bewustzijn bij onderwijsprofessionals structureel te versterken.

Daarnaast is in samenwerking met het jongerenwerk, het Sociaal Team Houten en de politie een groepsscan uitgevoerd bij middelbare scholen. Hierbij wordt in kaart gebracht wat er speelt op persoonlijk vlak en/of in de thuissituatie van jongeren, en welke overlast of risicogedrag zich op school of op straat als groep voordoet. Ook wordt de rol en positie van individuele jongeren binnen de groep geanalyseerd. De uitkomsten van deze groepsscan worden met scholen gedeeld om gerichte interventies, preventieve maatregelen en begeleiding mogelijk te maken.

Veilig Thuis

Veilig Thuis is het officiële meldpunt voor slachtoffers en daders van mensenhandel in de regio. De organisatie biedt advies, ondersteuning en begeleiding, en kan indien nodig doorverwijzen naar gespecialiseerde hulpinstanties. Mensen en professionals kunnen contact opnemen voor advies en begeleiding zonder dat dit in het systeem wordt geregistreerd. Bij een officiële melding wordt de zaak wel geregistreerd, zodat Veilig Thuis haar bevoegdheden kan inzetten en indien nodig interventies kan uitvoeren. Op deze manier is het laagdrempelig mogelijk om hulp of advies te krijgen, terwijl ook formele acties kunnen worden ondernomen wanneer dat nodig is.

Woningbouwverenigingen

Woningbouwverenigingen, zoals Woonin, kunnen een belangrijke rol spelen in de signalering en aanpak van mensenhandel. Wijk- en complexbeheerders en flatcoaches hebben direct contact met bewoners en komen vaak dagelijks in de woningen. Hierdoor zien zij zaken die andere ketenpartners of instanties niet altijd kunnen waarnemen. Ze hebben zicht op opvallend gedrag, bijzondere omstandigheden of risicovolle situaties binnen de leefomgeving van bewoners en kunnen deze signalen doorgeven aan de juiste instanties. Op deze manier vormen zij een waardevolle schakel in het vroegtijdig herkennen en aanpakken van mensenhandel.

Overige partners

Naast bovenstaande partners zijn er nog andere partijen die een rol kunnen spelen bij de aanpak van mensenhandel. Denk hierbij aan Stichting FairWork, een landelijke partij die zich inzet voor slachtoffers en een groot aanbod heeft op het gebied van voorlichting en trainingen. Verder zijn er in het kader van arbeidsuitbuiting uiteraard brancheverenigingen, Stichting Normering Arbeid, FNV, Stichting Naleving cao voor Uitzendkrachten en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen. Bij mensenhandel kunnen naast gespecialiseerde organisaties ook algemene partners een belangrijke rol spelen in het signaleren en ondersteunen van slachtoffers. Denk hierbij aan GGD, sportverenigingen, jongerenwerkers (van Houten & Co), verslavingszorg, huisartsen, hotels, het Rode Kruis en het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Tot slot kan het Zorg- en Veiligheidshuis betrokken worden bij complexe casuïstiek, waar coördinatie tussen verschillende instanties noodzakelijk is.


Noot
1

Kamerstukken II 2023/24, 36547, nr. 2.

Noot
2

Mensenhandel verschilt van mensensmokkel. Bij mensensmokkel helpt iemand, tegen betaling, anderen illegaal een land binnen te komen of door te reizen, zonder dat uitbuiting het primaire doel is. Mensenhandel en mensensmokkel komen echter vaak samen voor, bijvoorbeeld wanneer iemand onder valse voorwendselen naar Nederland wordt gesmokkeld en vervolgens tot sekswerk wordt gedwongen.

Noot
3

Een nieuw slachtoffer betreft volgens CoMensha een persoon die voor het eerst in de registratie is opgenomen op basis van signalen van mensenhandel, ongeacht of er sprake is van een juridische procedure of veroordeling.

Noot
4

CoMensha, Het beeld van 2024, p. 6, zie: Jaarbeeld CoMensha 2024.

Noot
5

De NRM is een onafhankelijke overheidsfunctionaris die onderzoek doet naar mensenhandel en seksuele uitbuiting in Nederland, trends en cijfers monitort, en hierover jaarlijks rapporteert aan de regering en het parlement.

Noot
6

In deze Veiligheidsstrategie hebben de 38 gemeenten, het Openbaar Ministerie en de politie Midden-Nederland prioriteiten vastgesteld om gezamenlijk de regionale inzet van politie en partners in het veiligheidsdomein te richten. De strategie richt zich op ondermijnende criminaliteit, zoals mensenhandel, en op het afstemmen van beleid en acties die de veiligheid en weerbaarheid van de regio versterken.

Noot
7

Zie het overzicht van de rol en verantwoordelijkheden van gemeenten in de aanpak van mensenhandel bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: VNG — Mensenhandel (rol gemeenten).

Noot
8

De organisatie Pretty Human heette voorheen Pretty Woman. Deze naamsverandering werd officieel aangekondigd in mei 2025, vanuit een wens om de naam inclusiever te maken en alle jongeren ongeacht gender te kunnen aanspreken.