Subsidieregeling Amateurkunst Purmerend 2026

Geldend van 06-03-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Amateurkunst Purmerend 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente van Purmerend,

B E S L U I T E N:

Vast te stellen de navolgende De ‘Subsidieregeling Amateurkunst Purmerend 2026’ en het bijbehorende aanvraagformulier

Artikel 1 Definities

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Actieve leden: contributie betalende leden van een organisatie, die de artistieke activiteiten ervan mede uitvoeren, dan wel bestuurlijk actief zijn. De artistieke leiders, commissarissen, ereleden en dergelijken worden niet als zodanig aangemerkt;

  • b.

    amateurkunst: kunst die niet beroepsmatig wordt beoefend;

  • c.

    activiteiten: de artistiek gerichte werkzaamheden van een organisatie;

  • d.

    activiteiten met een openbaar karakter: een voor publiek toegankelijke activiteit (al dan niet tegen betaling) waaraan door middel van publiciteit bekendheid wordt gegeven, bijvoorbeeld via de (sociale) media, affiches en programmabladen. Optredens op bedrijfsfeesten, serenades of culturele omlijsting van bijeenkomsten worden niet als openbare optredens gezien;

  • e.

    artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, choreograaf en dergelijke. Voor zover deze in het bezit is van een diploma van een officieel erkende beroepsopleiding is sprake van een beroeps-artistiek leider;

  • f.

    ASP: Algemene subsidieverordening Purmerend 2026;

  • g.

    basissubsidie: de aanspraak van een organisatie op financiële middelen voor amateurkunst activiteiten in een kalenderjaar;

  • h.

    Eigen vermogen: het vrij besteedbaar eigen vermogen van een organisatie, dat direct beschikbaar is voor besteding, zonder specifieke beperkingen of bestemmingen;

  • i.

    Organisatie: een vereniging of stichting die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst;

  • j.

    Subsidieperiode: een kalenderjaar van 1 januari t/m 31 december;

  • k.

    Uitvoering: Een uitvoering is een openbare presentatie (al dan niet tegen betaling) van kunst door leden van de amateurkunstvereniging, zoals een concert, toneelvoorstelling of dansoptreden. Het doel is om het publiek kennis te laten maken met het werk van de vereniging.

  • l.

    Wet: de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2 Doel en reikwijdte

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van amateurkunstsubsidies door het college. De doelstelling van deze subsidieregeling is om door middel van subsidieverstrekking organisaties voor amateuristische kunstbeoefening van verschillende categorieën (kunstdisciplines) te stimuleren. De regeling is bedoeld om deze organisaties, indien nodig, te ondersteunen. Hierdoor krijgen de inwoners van gemeente Purmerend de mogelijkheid om op een laagdrempelige manier deel te nemen aan de amateurkunstbeoefening in verenigingsverband.

Artikel 3 Eisen verstrekking subsidie Amateurkunst

  • 1. Bij de beoordeling van een aanvraag amateurkunstsubsidie wordt naast de regels zoals vastgelegd in de ASP rekening gehouden met de volgende algemene criteria:

    • a.

      Op de subsidie kan uitsluitend een beroep worden gedaan door een stichting of vereniging (zonder winstoogmerk) die gevestigd is in gemeente Purmerend, die minstens 2 jaar bestaat, repeteert in gemeente Purmerend en actief is op het gebied van amateurkunst.

    • b.

      De organisatie is aangesloten bij een federatief amateurkunstverband of beoefent op een gelijkwaardige andere wijze amateurkunst.

    • c.

      De organisatie organiseert ten minste eenmaal per jaar een zelfstandige uitvoering met een openbaar karakter (al dan niet tegen betaling) in gemeente Purmerend.

    • d.

      De organisatie int contributie bij de leden en verricht inspanningen om de kosten van de activiteiten zelf te dragen, zoals door het vragen van entreeprijzen, via sponsoractiviteiten, fondsenwerving of onderzoeken van andere manieren.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan organisaties die actief zijn op het gebied van amateurkunst in gemeente Purmerend in de volgende categorieën:

Muziekverenigingen:

Categorie A: een muziekvereniging in de vorm van een symfonieorkest, harmonie- en fanfarekorps, brassband of drumfanfare;

Categorie B: een muziekensemble, niet vallend onder de categorie A;

Categorie C: opera- en operettevereniging of musicalvereniging;

Categorie D: een zangvereniging;

Theater- en literaire verenigingen:

Categorie E: een toneel- en cabaretvereniging of schrijvers- en poëzievereniging;

Dansverenigingen:

Categorie F: een dansvereniging;

Verenigingen voor beeldende activiteiten:

Categorie G: een foto- en filmvereniging alsmede een beeldende kunst vereniging (twee- en driedimensionaal).

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1. De subsidie wordt verleend op basis van de uitgaven van het voorgaande jaar.

  • 2. De hoogte van de amateurkunstsubsidie wordt berekend door optelling van de subsidiebedragen die worden verstrekt:

    • a.

      als bijdrage in het salaris en de voor uitvoering(en) noodzakelijke onkosten van één artistiek leider;

    • b.

      als bijdrage in het salaris en de voor uitvoering(en) noodzakelijke onkosten van een tweede artistiek leider. Deze tweede artistiek leider is van een andere categorie dan de eerste artistiek leider;

    • c.

      als bijdrage voor huur van een repetitieruimte. Dit geldt uitsluitend voor locaties in gemeente Purmerend;

    • d.

      als bijdrage voor zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen. Dit geldt uitsluitend voor locaties in gemeente Purmerend;

    • e.

      Als bijdrage in de onderhoudskosten van instrumenten.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag als bijdrage in het salaris en de noodzakelijke kosten voor de uitvoering(en) van een artistiek leider, zoals vermeld in Artikel 5 tweede lid, onderdeel a, bedraagt 50% van de kosten tot een maximum van:

    • a.

      €3.000 ,- voor een beroepsartistiek leider; of

    • b.

      € 1.455,- voor een niet-beroepsartistiek leider.

  • 2. Het subsidiebedrag als bijdrage in het salaris en de noodzakelijke kosten van een tweede artistiek leider, zoals vermeld in Artikel 5 tweede lid, onderdeel b, bedraagt 25% van de kosten tot een maximum van € 1.455,- voor een beroepsdirigent, instructeur of- regisseur.

  • 3. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimte, zoals vermeld onder Artikel 5 derde lid, bedraagt maximaal 57% van de kosten in het voorgaande jaar.

  • 4. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen bedraagt 50% van de kosten van het voorgaande jaar tot een maximum van € 2.000,-.

  • 5. Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten in eigendom van een vereniging bedraagt € 29 per bespeeld instrument.

Artikel 8 Subsidieplafond amateurkunst en begrotingsvoorbehoud

Het college stelt het subsidieplafond voor amateurkunst jaarlijks vast. Dit gebeurt na vaststelling van de begroting door de gemeenteraad in november of december, voorafgaand aan de periode waarop het subsidieplafond van toepassing is.

Artikel 9 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in aanvulling op het bepaalde in de Algemene subsidieverordening Purmerend wordt subsidie in ieder geval geweigerd indien:

  • 1.

    De aanvraag of aanvrager niet past binnen de reikwijdte of de eisen zoals gesteld in deze regeling;

  • 2.

    De aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;

  • 3.

    Het eigen vermogen van de instelling hoger is dan het te verlenen subsidiebedrag, tenzij de instelling valt onder categorie A, B of C.

  • 4.

    Het eigen vermogen van een instelling die valt onder categorie A, B of C hoger is dan 125% van het te verlenen subsidiebedrag.

  • 5.

    De aanvrager niet (aantoonbaar) actief inspanning verricht om de organisatie financieel gezond en toekomstbestendig te houden.

  • 6.

    De organisatie minder dan 15 leden heeft. Het minimumvereiste geldt niet voor organisaties die op projectmatige basis werken, zoals theaterprojecten, projectkoren en dergelijke. Deze projecten zijn incidenteel, gericht op een specifiek project of periode met open inschrijving voor geïnteresseerden.

  • 7.

    Het vastgestelde subsidieplafond voor deze regeling is bereikt.

  • 8.

    De hoogte van de subsidiabele kosten, zoals huur, niet voldoen aan de beginselen van redelijkheid en billijkheid, zulks ter beoordeling aan het college.

Artikel 9 Aanvraag amateurkunstsubsidie

  • 1. Een subsidieaanvraag voor amateurkunst wordt ingediend via een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Daarnaast levert de aanvrager de volgende gegevens aan:

    • a.

      Jaarverslag met activiteiten van het voorgaande jaar

    • b.

      Jaarrekening (winst- en verliesrekening) van het voorgaande jaar

    • c.

      Balans van de rekening van het voorgaande jaar. Indien er sprake is van voorzieningen, worden deze per voorziening toegelicht met doel en planning voor uitgaves.

    • d.

      Begroting voor het komende jaar

    • e.

      Activiteitenplan voor het komende jaar

    • f.

      Een opgave van het aantal actieve leden op 1 januari van de subsidieperiode waarop de aanvraag betrekking heeft.

    • g.

      Indien een organisatie voor de eerste keer een subsidie aanvraagt, voegt zij aan het aanvraagformulier een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten als bijlage toe.

Artikel 10 Verdeelcriteria

  • 1. Subsidie wordt verleend op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen totdat het vastgestelde subsidieplafond dat beschikbaar is voor de Subsidieregeling Amateurkunst bereikt is.

  • 2. Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

  • 1. In afwijking van het gestelde in de ASP 2025 wordt een aanvraag voor een amateurkunstsubsidie ingediend vanaf 1 februari tot uiterlijk 1 oktober van het jaar waarop de aanvraag van toepassing is.

Artikel 12 Beslistermijn

  • 1. In afwijking van het gestelde in de ASP 2026, beslist het college op een aanvraag subsidie als bedoeld in Artikel 12, binnen 8 weken na ontvangst van de complete aanvraag.

  • 2. Het college kan de beslissing eenmalig met maximaal 8 weken verdagen. Hiervan krijgt de aanvrager vóór afloop van de in het eerste lid genoemde termijn schriftelijk bericht.

Artikel 13 Verantwoording en vaststelling subsidie

Amateurkunst subsidies worden door het college direct vastgesteld. Dit betekent dat er achteraf geen verantwoording nodig is.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze subsidieregeling, indien toepassing van de subsidieregeling leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2026 en volgend op haar bekendmaking.

  • 2. Subsidieaanvragen kunnen vanaf de in het eerste lid genoemde datum en tot uiterlijk 1 oktober van het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd worden ingediend.

  • 3. De Beleidsregels amateurkunst worden op de datum genoemd in het eerste lid ingetrokken.

Artikel 16 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Amateurkunst Purmerend 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 20 januari 2026

Purmerend,

Burgemeester en wethouders van Purmerend,

De secretaris,

M.H. van der Weit

de burgemeester,

E. van Selm

Toelichting bij de Subsidieregeling Amateurkunst 2026

Deze subsidieregeling valt onder de Algemene Subsidieverordening 2026 (ASP2026). Dit betekent dat bepaalde bepalingen en toelichtingen in de ASP2026 zijn opgenomen en dat beide documenten voor een volledig begrip moeten worden geraadpleegd. Op enkele punten wijkt de subsidieregeling af van bepalingen van de ASP2026. Waar nodig wordt in deze regeling een toelichting gegeven op specifieke bepalingen.

Artikelsgewijs

Artikel 3. Eisen verstrekking subsidie Amateurkunst

Onderdeel c benoemd dat de organisatie minimaal één zelfstandige uitvoering dient te organiseren waarin zij zelf de hoofdact vormen. Deze uitvoering moet openbaar toegankelijk zijn, al dan niet tegen betaling.

In onderdeel d is bepaald dat het niet ondernemen van inspanningen om inkomsten te genereren kan leiden tot afwijzing van de aanvraag. Tijdens de kennisdelingsbijeenkomsten voor amateurkunstverenigingen kan onderling kennis worden gedeeld over manieren om extra inkomstenbronnen te vinden.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

Dit artikel beschrijft de hoogte van de bijdragen per onderdeel, waaronder de plafondbedragen voor artistieke leiding, huur repetitieruimte, zaalhuur en instrumentenbijdrage worden benoemd. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd; de nieuwe plafondbedragen worden na indexatie aan de amateurkunstverenigingen gecommuniceerd.

Lid 1 specificeert de noodzakelijke kosten voor artistieke leiding, waaronder uitsluitend reiskosten binnen Nederland.

Artikel 9. Weigeringsgronden

Lid 5 vereist dat verenigingen aantoonbaar actieve inspanningen verrichten. De gemeente biedt vanuit de ambities in de cultuurvisie verschillende tools aan om amateurkunstverenigingen te stimuleren financieel gezond en toekomstbestendig te blijven. Het aanvraagformulier bevat een tabel waarin de vereniging kan aangeven welke activiteiten zijn uitgevoerd, inclusief de mogelijkheid om aanvullende activiteiten te vermelden.