VTH-uitvoeringsprogramma 2026

Geldend van 05-03-2026 t/m heden

Intitulé

VTH-uitvoeringsprogramma 2026

Uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot de regels van het omgevingsrecht in 2026

Hoofdstuk 1: Algemeen

1.1 Inleiding

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en daaraan gerelateerde regelgeving in werking getreden. Op basis van artikel 18.19 van de Omgevingswet in combinatie met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het in 2024 nieuw in werking getreden Omgevingsbesluit is het verplicht om jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma dient volgens deze regels van het Omgevingsbesluit voor de uitvoering van Omgevingsrecht gerelateerde zaken in ieder geval de volgende gegevens te bevatten:

  • Motivering omtrent de na te streven doelen voor de uitvoering en handhaving en te verrichten werkzaamheden met het oog op die doelen;

  • De handhavingsstrategie dient gebaseerd te zijn op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet;

  • Een prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden,

  • Een beschrijving van de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen worden bereikt;

  • De criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet;

  • De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet;

  • De afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden;

  • De wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden;

  • De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties;

  • De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd;

  • Een beschrijving omtrent hoe de handhavingsstrategie is afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving (voor zover dit van belang is voor een succesvolle uitvoering van de gekozen strategie).

Dit VTH-uitvoeringsprogramma strekt ertoe om op zijn minst invulling te geven aan deze verplichtingen.

Voor de uitvoering van gemeentelijke taken op basis van de Algemene plaatselijke verordening en diverse bijzondere wetten is het niet wettelijk verplicht om een VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma vast te stellen. Er is in deze gemeente echter wel voor gekozen om ook deze taakvelden in het VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma mee te nemen. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt immers de in de Omgevingswet beoogde samenhang (meer integraal werken).

Het onderhavige programma beschrijft hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving georganiseerd zijn voor al de taakvelden van het omgevingsrecht. Het beschrijft de reguliere taken, de projecten en de activiteiten die op het gebied van het omgevingsrecht worden opgepakt. Het gaat hier onder andere om de gemeentelijke taken op het gebied van bouwen, slopen, kappen, milieurechtelijk relevante activiteiten, brandveilig- en bestemmingsplanconform gebruik en openbare orde.

1.2 Overzicht van de taakvelden die het VTH-uitvoeringsprogramma omvat

In het kader van het afhandelen van nieuwe vergunningaanvragen en het houden van toezicht op grond van de regels van het verbrede veld van het omgevingsrecht, zijn de volgende wetten en (beleids)documenten relevant:

Landelijk:

Gemeentelijk:

Omgevingswet  

Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bergen (L)

Besluit kwaliteit leefomgeving

Verordening fysieke leefomgeving gemeente Bergen (L)

Besluit activiteiten leefomgeving

Omgevingsplan gemeente Bergen (L)

Besluit bouwwerken leefomgeving (vervanger Bouwbesluit 2012)

Welstandsbeleid

Omgevingsregeling

Handhavingsarrangement 2025

Omgevingsbesluit

Damoclesbeleid (overtredingen van Opiumwet)

Algemene wet bestuursrecht (Awb)

VTH-Beleidsplan en de LHSO

Asbestverwijderingsbesluit 2005

Beleidsnota huisvesting internationale werknemers

Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Beleidskader uitwegen

Erfgoedwet

Verordening adviescommissie omgevingskwaliteit

Gemeentewet

Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht)

Huisvestingswet 2014

Evenementenbeleid gemeente Bergen 2023

Alcoholwet (Aw)

Terrassenbeleid gemeente Bergen (L) 2023

Wet Bibob

Beleidsregels geluid bij horeca gemeente Bergen 2023

Opiumwet

Bijstempelbeleid

Vuurwerkbesluit

Excessenregeling

Wet basisregistratie personen (BRP)

Aanpak mensenhandel Gemeenten NML

Wegenverkeerswet 1994

Beleidsregels standplaatsen Bergen 2017

Wet op de kansspelen (WOK)

Beleidskader Houtopstanden

Woningwet (incl. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen)

Beleidsregel Wet Bibob Bergen (L) 2021

Wet milieubeheer

Bodemkwaliteitskaart PFAS

Visserijwet

Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029

Binnenvaartpolitiereglement

AVOI (ondergrondse infrastructuur)

Wegenverkeerswet 1994 en Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Verordening winkeltijden Bergen 2011

Wet politiegegevens

Nadere regels ter uitvoering van artikel 3:3 APV

Landelijke richtlijn Bouw- en Sloopveiligheid

Beleid omtrent de beoordeling van slecht levensgedrag

Beleidsregel kleine buitenpanse omgevingsplanactiviteit

Bodemkwaliteitskaart NAZCA

In het ‘Beleidsplan leefomgeving – vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ van de gemeente Bergen zijn de volgende vijf doelen die met vergunningverlening worden nagestreefd opgenomen:

  • A.

    Servicegerichte besluitvorming binnen wettelijke beslistermijnen

  • B.

    Rechtszekerheid – Er worden integrale en correcte besluiten genomen

  • C.

    Beschermen en verbeteren van de leefomgeving

  • D.

    Redeneren vanuit oplossingen en leveren van maatwerk

  • E.

    Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming

De gemeentelijke taken op het gebied van vergunningverlening waar dit programma betrekking op heeft zijn de volgende:

  • 1.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding voor de bouwactiviteit (vanaf 1 januari 2024 geldt voor sommige bouwactiviteiten een meldingsplicht in verband met de Wet kwaliteitsborging)

  • 2.

    Het beoordelen en afhandeling van sloopmeldingen;

  • 3.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor uitweg-, inrit-, kap- en reclameactiviteiten;

  • 4.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor monumenten;

  • 5.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding met betrekking tot milieubelastende activiteiten;

  • 6.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning of melding brandveilig gebruik;

  • 7.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag om een exploitatievergunning, standplaatsvergunning, evenementenvergunning, melding kleinschalig evenement en Alcoholwetvergunning;

  • 8.

    Het beoordelen en afhandelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

  • 9.

    Het beoordelen van legalisatieverzoeken, voortkomend uit een handhavingszaak;

  • 10.

    Het beoordelen en afhandelen van informatieverzoeken/vooroverleg/schetsplan, inclusief het juridisch beoordelen van vergunningsvrije bouwwerken;

  • 11.

    Het uitvoeren van een quickscan op basis van de Wet Bibob;

  • 12.

    Het leveren van input bij de behandeling van legesbezwaren;

  • 13.

    Het ambtshalve beoordelen of een bepaalde vergunning ingetrokken dient te worden.

De werkzaamheden die benoemd zijn onder punt 5 zijn nagenoeg geheel bij de medewerkers van de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUDLN / toekomstige ODNML) ondergebracht en de werkzaamheden als bedoeld onder punt 6 zijn grotendeels belegd bij de medewerkers van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). De overige werkzaamheden worden verricht door de medewerkers van de gemeente Bergen.

De inhoudelijke toetsing / advisering m.b.t. asbest, onder punt 2, worden per 1 april 2026 uitgevoerd door de ODNML (Omgevingsdienst Noord en Midden Limburg).

1.3 Ontwikkelingen

In deze paragraaf worden de voor 2026 meest relevante ontwikkelingen op het gebied van regelgeving, jurisprudentie en organisatorische veranderingen beschreven waar bij de uitvoering van VTH-gerelateerde werkzaamheden rekening mee gehouden dient te worden. Een uitgebreid overzicht hieromtrent is in het VTH programma van 2025 vervat. In het navolgende worden uitsluitend de meest relevante aanvullingen hierop weergegeven.

Oprichting Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML) in april 2026

Op 1 april 2026 gaat de netwerk RUD LN over naar een reguliere omgevingsdienst die zich Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML) zal gaan noemen. De medewerkers van de ODNML zullen worden gehuisvest in de hiernaast afgebeelde Innovatoren in Venlo.

Vanuit de gemeente Bergen is geen enkele medewerker verplicht om de overstap te maken van de gemeentelijke werkgever naar de ODNML. Naar verwachting zal ook geen enkele medewerkers van het VTH-team op eigen beweging naar de ODNML gaan. Wel is er m.b.t. asbesttoezicht vanuit de gemeente de mogelijkheid aan de ODNML aangeboden om toezicht- en toetsingscapaciteit in te kunnen huren.

In januari 2026 was hier vanuit de RUD LN weliswaar interesse in getoond, maar de RUD wil meer geleverd krijgen per medewerker dan dat beschikbaar is en aangeboden kan worden.

De oprichting van de ODNML zal ertoe leiden dat interne werkprocessen binnen het team herzien dienen te worden en dat tevens bezien moet worden hoe medewerkers van de ODNML praktisch betrokken kunnen worden bij initiatievenoverleggen en afstemmingsoverleggen over vergunningen en andere plannen.

afbeelding binnen de regeling

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer

De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) treedt op 1 juli 2026 inwerking. Hiermee krijgen inwoners en ondernemers het recht om officiële berichten digitaal aan gemeenten en andere overheidsorganisaties te versturen. Dit betekent voor VTH dat wij ons ook moeten voorbereiden op deze wetswijziging. Werkprocessen en systemen zullen in 2026 moeten aangepast moeten worden om aan deze wetgeving te kunnen gaan voldoen.

Nieuwe taken voor gemeentelijke BOA’s

De komende jaren worden gemeentelijke BOA's (Domein I: openbare ruimte, ordehandhaving; Domein II: milieu, welzijn) verder belast door een combinatie van wetgevingswijzigingen, decentralisatie van politietaken en toenemende incidentdruk. Dit volgt uit de Politie Strategische Agenda 2025-2030, VNG-voorspellingen en evaluaties van de Omgevingswet (Ow). De werkdruk stijgt naar verwachting met 15-25% door extra handhavingstaken die in het onderstaande schema worden geconcretiseerd.

Ontwikkeling

Impact

Tijdlijn

Vuurwerkverbod (Wet Veilige Jaarwisseling)

Extra handhaving tijdens jaarwisseling (Domein I: orde, Domein II: milieu/overlast); meer illegaal vuurwerk leidt tot 20-30% hogere incidenten, agressie tegen BOA's en capaciteitsdruk (geen politie-beschikbaarheid).

Vanaf 2026

Volledige Implementatie Omgevingswet (Ow)

Meer taken in Domein II (milieuhandhaving: geluid, afval, bouwtoezicht); decentralisatie van VTH-taken (vergunningen, toezicht) verhoogt werkdruk met 20% door complexe normen en participatie-eisen.

2025 - 2028

Decentralisatie Politie-Taken

Politie gaat zich nog meer richten op zware misdrijven. Overdracht van surveillance en verkeershandhaving (Domein I) naar BOA's door politie-centralisatie; begroting 2026-2030 voorziet 10-15% meer lokale taken voor BOA's bij evenementen/calamiteiten.

2026 - 2030

Evaluatie Seksuele Intimidatie-Handhaving

Uitbreiding BOA-taken in Domein I (straatintimidatie, evenementen); evaluatie 2026 leidt tot strengere eisen en meer meldingen, met +15% werkdruk door training en registratie.

Uitrol 2027

Toenemende Incidentdruk door Digitalisering en Centralisatie

Meer BOA-taken door politie-tekorten (digitalisering recherche); X-discussies tonen overbelasting bij jaarwisseling en evenementen. Werkdruk +10-20% door piekbelasting.

Doorlopend blijkens Politie Jaarverantwoording 2025

Technologische innovaties en nieuwe toepassingen door ontwikkelingen m.b.t. toepassing kunstmatige intelligentie

In 2025 heeft de AI-sector een voor de gemeentelijke werkpraktijk versnelde evolutie doorgemaakt die ertoe geleid heeft dat AI-tools steeds vaker praktisch ingezet kunnen worden om de kwaliteit van het werk te verbeteren of de afhandeling te versnellen.

Voor het VTH-team (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) kan AI in 2026 en de jaren daarop de werkproductiviteit mogelijk verhogen door automatisering van routineklussen en automatisering van administratieve taken. In 2025 zagen we de eerste AI-tools op de markt verschijnen die vergunningaanvragen kunnen analyseren op volledigheid en redelijk goed kunnen beoordelen of een bepaald bouwwerk / bouwvoornemen vergunningplichtig is of niet.

Gecombineerd met satellietbeelden van opeenvolgende jaren en AI-tools die veranderingen qua bebouwing kunnen registreren en duizenden bouwkundige veranderingen kunnen beoordelen op vergunningplichtigheid, zorgen deze ontwikkelingen voor technologische doorbraken op het gebied van het opsporen van overtredingen.

Op het gebied van risico-inventarisatie biedt AI de potentie voor baanbrekende mogelijkheden. Machine learning-modellen kunnen data uit historische zaken, meldingen en externe bronnen analyseren om risico's te voorspellen, zoals bij ontplofbare oorlogsresten of milieuschendingen. Dit omvat geavanceerde risicokaarten en scenario-simulaties en die proactieve interventies mogelijk maken. De ontwikkelingen op dit gebied zullen in 2026 door de medewerkers van het VTH-team in de gaten worden gehouden.

1.4 Waarom doen we het?

In het onderstaande overzicht is samengevat welke doelen we bij de behartiging van VTH-taken nastreven en waarop we onze inspanningen onder andere focusseren om deze doelen te uitvoer te leggen.

afbeelding binnen de regeling

1.5 Terugblik op 2025 en verbeterpunten voor 2026

In het VTH-jaarverslag over 2025 zijn de volgende aandachts-, actie- en verbeterpunten voor 2026 genoemd:

Beleidsambities en -ontwikkeling

  • Afronden van doorgeschoven beleidsstukken: Afronden van de actualisering van het Wet Bibob-beleid en het wegsleepbeleid voor fietsen en autowrakken (vergevorderd stadium in 2025, maar vervolmaking nodig). Ook het nieuwe welstandsexcessenbeleid afronden (doorgeschoven van 2025).

  • Advies vakantieparken: Ontvangen en implementeren van advies van de regionale Projectgroep Rode en Groene Spoor vakantieparken Noord-Limburg over verbetering van het gemeentelijke beleidsinstrumentarium voor handhaving op kampeerterreinen (verwacht in Q1 2026).

  • Beleid ontplofbare oorlogsresten: Voortzetten van het werk aan de bodembelastingkaart, beleidskader, werkprotocollen en mogelijke APV-aanpassing (opdracht verstrekt in 2025).

  • Privacyprotocol ondermijning: Afronden van het privacyprotocol voor ondermijning (extern uitgezet in 2025, gereed begin 2026).

  • Nieuw beleid Jeugd en Veiligheid: Afronden van het nieuwe beleid "Jeugd en Veiligheid" (gestart in 2025).

Organisatorische en Operationele Doelstellingen

  • Verbetering managementinformatie RX Mission: Aandacht vragen bij de softwareleverancier voor betere destillatie van managementinformatie uit RX Mission.

  • Rotatie milieutoezichthouders: Strikt naleven van de 5-jaar rotatieregel bij complexe bedrijven verbeteren, ondanks uitdagingen door planningaanpassingen en kleine specialistenpoules bij de RUD / ODNML.

  • Evaluatie gegevensuitwisseling: Evalueren van het nieuwe werkprotocol RUD LN / ODNML voor gegevensuitwisseling via RX Mission.

  • Alternatieve leverancier toezichthouderspassen: Zoeken naar een nieuwe leverancier om de levertijd te verkorten (huidig meestal >2 maanden wat onwerkbaar is).

  • Actualisering registers: Volledige actualisering van oude beperkingen in het Wet publiekrechtelijke beperkingenregister; jaarlijkse update van het register van verwerkingen voor BOA’s domein I en II (voor 15 november).

  • Bevoegdheidslacune op water: Herstellen van de bevoegdheid voor BOA’s op de Maas via Rijkswaterstaat (reeds hersteld voor voorhaven en Leukermeer).

  • Screening intrekking vergunningen: Actieve screening en intrekking van ongebruikte vergunningen ouder dan één jaar implementeren (geen adequate screening in 2025, afspraken gemaakt voor 2026).

  • Verbetering data-invoer RX Mission: Structureel vullen van alle verplichte invulvelden in RX Mission verder verbeteren.

Toezicht en Handhaving

  • Capaciteit milieutoezicht: Compenseren voor het verlies aan toezichturen door personeelswissel (afbouw in 2025, externe inhuur nodig); streven naar volledige uitvoering van geplande controles (slechts 70% gehaald in 2025).

  • Capaciteit blauwe BOA: Voorstel aan gemeenteraad voor extra budget om taken beter uit te voeren, inclusief jeugdoverlast, evenemententoezicht, oog- en oorfunctie, en buurtbemiddeling (structurele tekorten in 2025, bezetting ~300 dagen/jaar).

  • Straatcoaches: Herstellen van toezicht op jeugdoverlast door nieuw contract of alternatief (beëindigd in 2025, restantbudget overgeheveld).

  • Controles mantelzorgwoningen en andere objecten: Vervolgonderzoek naar actueel gebruik van mantelzorgwoningen; uitbreiden naar andere objecten (deels geïnventariseerd in 2025).

  • Geluidsmeting pilot: Uitbreiden van succesvolle pilot met live geluidsmetingen bij evenementen (succesvol in 2025 met Venray-apparatuur).

Veiligheid en Samenwerking

  • Bewustwordingssessies ondermijning: Organiseren van sessies om organisatie weerbaarder te maken (naar aanleiding van MT-presentatie in 2025).

  • Intergemeentelijke BOA-uitwisseling: Nadere overleggen over uitwisseling van BOA’s domein I en II met buurgemeenten (verkenning gestart in 2025).

  • Scenariotraining college: Organiseren van een algemene training met maatwerk voor rampenbestrijding (niet gehouden in 2025 door personeelswisselingen).

Financiële en Kwaliteitsaspecten

  • Budget externe expertise: Effectief benutten van het €20.000 budget voor ad-hoc externe inhuur bij complexe cases (om kwetsbaarheden te mitigeren).

  • Cross-training en regionale samenwerking: Verder uitbouwen om eenpitterschap en kennisverlies tegen te gaan (reeds ingezet, maar continu aandacht nodig voor kwaliteitscriteria).

  • Doorontwikkeling RUD/Omgevingsdienst: Omgaan met veranderde takenpakketten en wegvallen RUD-uren bij personeel dat blijft (oprichting april 2026).

Voorts hebben als uitdagingen voor 2026 te gelden hoe we de praktisch werkbaar uitvoering geven aan de samenwerking met de nieuwe Omgevingsdienst en welke werkzaamheden er exact bij de gemeente blijven en welke door de ODNML gedaan worden. Voorts is het duidelijk dat in 2026 de eerste externe Wet-politiegegevens Audit plaats zal moeten vinden over de laatste vier jaren en moet er verder gewerkt worden aan het mogelijk maken van de samenwerken tussen de 4 meest noordelijke gemeenten in Limburg op het vlak van de uitwisseling van hun BOA-capaciteit.

1.6 Nieuw ambities voor 2026

Hieronder volgt een overzicht van nieuwe concrete doelstellingen en ambities die in dit VTH-uitvoeringsprogramma voor 2026 zijn neergelegd.

1. Digitalisering & Datagestuurd Werken

Ambitie: Het verhogen van de efficiëntie en accuratesse van toezicht door inzet van innovatieve technieken.

  • Geautomatiseerde controle vergunningvrije objecten: In 2026 wordt gestart met het structureel uploaden van .shp-bestanden naar Struck. Doel: 100% van de relevante objecten laten beoordelen op de vraag of deze daadwerkelijk vergunningvrij zijn.

  • Integratie Plantoetsing: Het starten van een proefabonnement en evalueren van de digitale tool 'Struck' in het proces van plantoetsing om de snelheid en uniformiteit van vergunningverlening te verhogen.

  • Extra Nachtregistercontroles: Inzet van data-analyse op het nachtregister om oneigenlijk gebruik van verblijfslocaties (bijv. permanente bewoning of overbevolking) te duiden en gericht te controleren.

2. Duurzaamheid & Energietransitie

Ambitie: Actieve bijdrage leveren aan de CO2-reductiedoelstelling van 30% in 2030.

  • Controle Energielabel C Kantoren: 100% naleving stimuleren van de energielabel C-verplichting voor kantoorgebouwen. In 2026 worden 10 panden gecontroleerd om een directe bijdrage te leveren aan de beoogde CO2-reductie in de gemeente.

  • Circulair Slopen: Bij tenminste 80% van de gevallen waarin grote gebouwen zoals een industriegebouw of stallencomplex wordt gesloopt wordt actief toegezien op hoogwaardige materiaalscheiding en het afvoeren van de materialen naar de juiste plaats.

3. Fysieke Veiligheid & Gezondheid

Ambitie: Proactief borgen van constructieve veiligheid en een gezonde leefomgeving.

  • Vergroten publiek bewustzijn draagkracht daken: In 2026 zal het publiek aandacht gevraagd worden om te letten op de constructieve veiligheid van de daken in verband extra belasting door het plaatsen van warmtepompen, zonnepanelen, airco’s of andere installaties al dan niet in combinatie met hevige sneeuwval en slijtage / corrosie van onderdelen. Ook zullen de eigen toezichthouders extra aandacht voor dit soort mogelijke issues in de leefomgeving hebben.

  • Wkb-Steekproeven: Bij de inwerkingtreding van de Wkb wordt minimaal 5% van de meldingen onderworpen aan een steekproefcontrole (bureau en veld) om te borgen dat het stelsel van kwaliteitsborging correct functioneert.

  • In 2026 wordt er via de media voorlichting gegeven over de manier van het stoken van hout op een wijze dat het zo min mogelijk overlast voor derden oplevert

  • Er wordt conform de nieuwe werkafspraken en door middel van het inschakelen van een daarop gespecialiseerd bedrijf gehandeld na het constateringen van illegale afvaldumpingen waarbij het vermoeden bestaat dat asbesthoudend materiaal betrokken is.

4. Wonen & Sociale Leefomgeving

Ambitie: Beschermen van kwetsbare bewoners en aanpakken van oneigenlijk gebruik.

  • Controle Mantelzorgwoningen: 100% controle van alle op de lijst staande mantelzorgwoningen om te verifiëren of deze nog voldoen aan de geldende regels en daadwerkelijk voor de beoogde doelgroep worden gebruikt.

  • Campingtoezicht: Jaarlijks één grote camping integraal controleren op bewoning, oneigenlijk gebruik en algemene misstanden/veiligheid.

  • Huisvesting Arbeidsmigranten: Periodieke controles (in plaats van incidentgestuurd) op de veiligheid en leefbaarheid van locaties waar internationale werknemers gehuisvest zijn, met specifieke focus op brandveiligheid en overbevolking.

  • Controles op illegale regenwaterafvoeren op gemeentelijk riool: Door middel van rookproeven in straten waar issues met overstortingen op het riool worden gesignaleerd worden onjuiste / illegale hemelwaterafvoeren opgespoord en aangeschreven. Alle hierbij gedetecteerde gevallen dienen aangeschreven te worden.

  • In 2025 is er meermaals door verschillende personen uit verschillende dorpen gemeld dat er in toenemende mate sprake is van overlast van feesten en partijen die met name tijdens mooi weer tot laat in de avond buiten afspelen. Het gaat niet zozeer over overlast van vergunningplichtige evenementen, maar van feesten die zich bij iemand thuis afspelen. En anders dan bij vergunningplichtige activiteiten kan het zijn dat in sommige buurten weken op rij overlast wordt ervaren. Voor 2026 wordt beoogd van gemeentewege voorlichting te geven over deze perikelen en mensen te informeren hoe er het best rekening gehouden kan worden met buren en geluidsoverlast zo beperkt mogelijk kan blijven.

5. Organisatie, Participatie & Samenwerking

Ambitie: Optimale regionale afstemming en vroege betrokkenheid van de omgeving.

  • Transitiedoelen ODNML: Het maken van harde afspraken over de samenwerking met de nieuwe Omgevingsdienst (ODNML), inclusief duidelijk verwachtingsmanagement en de aanwijzing van vaste casemanagers voor een soepele doorstroming van dossiers.

  • Kwaliteitscriteria 3.0: Het volledig enten van het VTH-jaarprogramma op de geactualiseerde Kwaliteitscriteria 3.0, inclusief een 5-jaarlijkse zelftoets op competenties.

Hoofdstuk 2: Beleidstechnische en organisatorische doelstellingen VTH-taken in 2026

2.1 Organisatorische doelstellingen VTH-taken

Organisatorische doelstellingen 2026

  • 1.

    De gemeentelijke organisatie dient zodanig ingericht te zijn dat een goede uitvoering van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma is gewaarborgd.

  • 2.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de personeelsformatie voor de uitvoering en handhaving en de bij de functies behorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden vastgelegd.

  • 3.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat een persoon die is belast met het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, het beoordelen van en beslissen op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel of het stellen van een maatwerkvoorschrift ten aanzien van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet wordt belast met:

    • 1°.

      het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit; en

    • 2°.

      het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie ten aanzien van dezelfde milieubelastende activiteit.

  • 4.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit.

  • 5.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de organisatie ook buiten kantooruren is gegarandeerd.

  • 6.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving worden vastgelegd en dat werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures.

  • 7.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen, die noodzakelijk zijn voor het bereiken van de doelen in dit programma en voor het verrichten van de werkzaamheden als bedoeld in dit programma, inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd.

  • 8.

    De gemeentelijke organisatie draagt er zorg voor dat voor de uitvoering van dit uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn.

  • 9.

    Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat over uitvoering van dit uitvoeringsprogramma wordt bericht aan de gemeenteraad en de mate waarin uitvoering van dit programma heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen inzichtelijk wordt gemaakt. In deze rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook geëvalueerd en zo nodig aangepast.

  • 10.

    De coördinator van het team VTH houdt gedurende 2026 in de gaten of er door het Rijk, provincie of andere overheidsorganen subsidies worden verstrekt die benut kunnen worden door het team en maakt deze mogelijkheden ruim vóór de subsidietermijn verstrijkt bespreekbaar. In het bijzonder is aandacht voor subsidies in het kader van Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) en ondersteuning vanuit het Rijk voor de uitvoering van BOA-taken.

  • 11.

    Er dient voor 2026 voldoende (extra) budget gereserveerd te worden voor de uitvoering van RUD / ODNML taken rekening houdend met de voor de gemeente Bergen verwachte kosten m.b.t. de reorganisatie binnen RUD-verband.

  • 12.

    De gemeentelijke organisatie draagt er samen met de RUD/ODNML zorg voor dat een door hen met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend over meer dan 5 jaar wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit.

2.3 Beleidstechnische doelstellingen VTH-taken

Beleidstechnische doelstellingen 2026

  • 1.

    In 2026 dient een Leegstandsverordening opgeleverd te worden.

  • 2.

    In 2026 dient er beleid omtrent ontplofbare oorlogsresten vastgesteld te worden dat mede beleid omtrent magneetvissen en metaaldetectorgebruik inhoudt.

  • 3.

    In 2026 wordt het Wet-BIBOB beleid geactualiseerd.

  • 4.

    In 2026 dient Wegsleepbeleid voor fietsen en autowrakken vastgesteld te worden.

  • 5.

    In 2026 dient een Integraal Veiligheidsplan vastgesteld te worden dat de organisatie in staat stelt om de BOA Domein I eventueel met geweldsmiddelen uit te kunnen rusten.

  • 6.

    In 2026 dient het gemeentebestuur geadviseerd te worden of het al dan niet uitbreiden van het gemeentelijke beleidsinstrumentarium voor handhaving op kampeerterreinen. Indien geadviseerd wordt dit te doen dienen de hiervoor noodzakelijke werkzaamheden in 2026 uitgevoerd te worden.

  • 7.

    Het privacyprotocol voor ondermijning dient opgeleverd te worden.

  • 8.

    Het beleid Jeugd en Veiligheid dient in samenspraak met de afdeling Sociaal Domein in 2026 vastgesteld te worden.

  • 9.

    In 2026 wordt een Handhavingsarrangement met de politie / het OM opgeleverd waarin besloten ligt in welke gevallen er de burgemeester een bestuurlijke overtreding voor vuurwerkovertredingen kan opleggen en in welke gevallen dit aan het OM is voorbehouden.

2.4 Algemene operationele doelstellingen VTH-taken

Algemene operationele doelstellingen 2026

  • 1.

    Binnen 3 werkdagen dient op meldingen omtrent ergernissen, overtredingen of opmerkelijke zaken die via post, telefoon, e-mail of Reppido bij de gemeente binnenkomen gereageerd te worden.

  • 2.

    VTH-medewerkers (met uitzondering van handhavingsjuristen die Djuma blijven gebruiken) dienen in 2026 met het programma RXmission te werken.

  • 3.

    Alle BOA-werkzaamheden gerelateerde zaken die in het BOA-registratiesysteem (BRS) bijgehouden kunnen worden, dienen hierin geregistreerd te worden.

  • 4.

    Er wordt één keer per twee weken een gezamenlijk overleg tussen toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen gehouden over de voortgang van lopende zaken en de beoogde werkzaamheden voor die periode.

  • 5.

    Er wordt wekelijks een initiatievenoverleg gehouden waaraan alle medewerkers van relevante vakdisciplines van de gemeente en Veiligheidsregio aan deelnemen (inclusief water- en uitwegspecialist). Tijdens deze overleggen worden voor alle nieuwe verzoeken / aanvragen beoordeeld wie vanuit zijn of haar discipline een oordeel hieromtrent moet geven en wordt werk verdeeld. Na maart 2026 dient er bezien te worden wie hier van de ODNML mede aan deelneemt.

  • 6.

    Medewerkers bieden service en communiceren conform de gemeentelijke servicenormen en richtlijnen voor externe communicatie zoals beschreven op de bladzijde 11 van dit VTH-uitvoeringsprogramma (tenzij anders vermeld in het VTH-uitvoeringsprogramma).

  • 7.

    In 2026 worden alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de audits op basis van de Wpg beschreven tijdig en volledig ter beschikking gesteld aan de auditor.

  • 8.

    In 2026 worden de gegevens die de Autoriteit persoonsgegevens vereist omtrent interne audits op basis van de Wpg tijdig ter beschikking gesteld.

  • 9.

    De velden in RXmission die volgens de vastgestelde werkprocessen gevuld dienen te worden, dienen door medewerkers conform gemaakte werkafspraken gevuld te worden en voorzien te worden van correcte informatie.

  • 10.

    Er dient voldoende tijd ingepland te worden voor het volgen van cursussen en het op doen van ervaringen met de nieuwe regels van de Omgevingswet en het nieuwe landelijk Digitaal Systeem Omgevingswet (DSO).

  • 11.

    Het register met publiekrechtelijke beperkingen dient voor eind 2026 geactualiseerd te zijn.

  • 12.

    De Coördinator van het Team VTH is verantwoordelijk het maken en controleren van de jaarlijkse autorisatie matrix voor BoaRegistratieSysteem (BRS) en het up-to-date en volledig houden van het verwerkingsregister Wpg, deze door de afdelingsmanager te laten controleren en in Topdesk toe te voegen. Ook is de

  • 13.

    Alle toezichthouders VTH nemen ten minste 1 keer per 2 maanden deel aan de overleggen van de integrale ondermijningstafel.

2.5 Evaluatie van doelstelling en beschrijving van beoordelingsmethodiek

In dit VTH-uitvoeringsprogramma zijn doelstellingen en ambities geformuleerd waar beoogd wordt om in 2026 uitvoering aan te geven.

Begin 2027 zal in een jaarverslag over 2026 gedetailleerd beschreven worden in hoeverre ieder van de in dit VTH-programma beschreven doelstellingen en actiepunten is behaald c.q. uitgevoerd.

De doelen en ambities zijn in dit programma per deelonderwerp overzichtelijk in schema’s gebundeld. Voor ieder van deze doelen en ambities wordt bij de evaluatie in het jaarverslag bezien of ze in 2026 ook daadwerkelijk bereikt zijn.

Om in één oogopslag een beeld te kunnen hebben hoe goed hierin geslaagd is worden de volgende kleuren gebruikt.

afbeelding binnen de regeling

Voor alle onderdelen waar in 2026 nog niet het beoogde resultaat geboekt wordt, zal in het jaarverslag toegelicht worden wat de stand van zaken is en waarom het beoogde resultaat niet werd behaald.

Hoofdstuk 3: Programma vergunningverlening

3.1 Operationele doelen en uitgangspunten vergunningverlening

Operationele doelen en uitgangspunten in 2026 m.b.t. het verlenen van vergunningen / beoordeling meldingen

Operationele doelen en uitgangspunten in 2026 m.b.t. het verlenen van vergunningen / beoordeling meldingen

  • 1.

    Er worden kwalitatief goede vergunningsbesluiten genomen. In een zeer gering aantal gevallen (gesteld op maximaal 3% van het totaal aantal verleende vergunningen) kan het nog voorkomen dat een bezwaarschrift gegrond wordt verklaard of geen stand houdt na toetsing door de rechtbank.

  • 2.

    90% van de aanvragen worden binnen de wettelijke termijn (al dan niet na een met redenen omklede rechtsgeldige verlenging) afgehandeld. Indien hiervoor goede redenen zijn kan de wettelijke beslistermijn met opgave van redenen worden verlengd.

  • 3.

    Er wordt 100% voorkomen dat dwangsommen moeten worden betaald wegens het niet-tijdig beslissen op een vergunningaanvraag.

  • 4.

    Mededelingen aan de balie / via de mail die betrekking hebben op vragen omtrent het vergunningsvrij bouwen van bouwwerken en of slopen / asbest verwijderen worden binnen 2 dagen nadat het overleg plaatsvond geregistreerd in het RXmission-systeem door de baliemedewerker die het overleg heeft gevoerd.

  • 5.

    Vergunningaanvragen worden 100% getoetst aan de regels van het omgevingsplan en (indien van toepassing) redelijke eisen van welstand.

  • 6.

    Als gedurende één jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning wordt ambtshalve bezien om deze in te trekken (art. 5.40 lid 2, onder b, Omgevingswet). 

  • 7.

    Meldingen worden, tenzij anders is voorgeschreven, binnen 4 weken afgehandeld.

  • 8.

    De gemeente bevordert duurzaamheid door middel van volledige controle op de energieprestatie-eisen en andere voorschriften omtrent duurzaam bouwen bij het beoordelen van bouwaanvragen voor zover dit voorgeschreven is en gecontroleerd mag worden door gemeentelijke toezichthouders.

  • 9.

    Toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten vinden onder de vigeur van de Omgevingswet plaats conform de Landelijke Toetsmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 10.

    De vergunningcoördinator bouw controleert samen met de administratief medewerker vergunningen wekelijks of er op de website: https://dat.omgevingswettools.nl nog aanvragen geregistreerd zijn die om welke (ICT-technische) reden dan ook niet zijn doorgezet naar RX.Mission. Zij nemen ook contact met de aanvrager op indien hier een probleem wordt gesignaleerd.

  • 11.

    Werkafspraken met de ODNML maken en werkprocessen erop inrichten om de optimale uitwisseling van adviezen, kennis en gegevens te faciliteren aan de ODNML.

  • 12.

    Actieve sturing op vooroverleg: Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet stimuleren we initiatiefnemers om integrale vooroverleggen aan te vragen.

  • 13.

    Toezichthouders die verantwoordelijk zijn voor de controles op specifieke vergunningen rapporteren periodiek aan de coördinator VTH welke vergunningen niet binnen jaar na verlening gebruikt zijn en waar eventueel andere redenen voorhanden zijn om eventueel tot intrekking ervan over te gaan.

  • 14.

    In 2026 wordt gestart met een proefabonnement op de digitale tool 'Struck' om te evalueren of deze AI-techniek voor de beoordeling van vergunningsvrij bouwen daadwerkelijk van meerwaarde is voor de praktijk en de kosten rechtvaardigen kan.

Toelichting

Als primaire uitdaging voor 2026 geldt om ervoor te zorgen werkafpraken te maken en werkprocessen erop inrichten om de optimale uitwisseling van adviezen, kennis en gegevens te faciliteren met de nieuwe ODNML.

De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg. Echter in het geval van een zeer complex plan, is een regulier vooroverleg mogelijk niet afdoende om vervolgens de behandeltermijn van acht werken te halen. Het in 2022 in het team geïntroduceerde initiatievenoverleg strekt er mede toe om deze gevallen vroegtijdig te duiden en te bepalen wat er in dit gevallen het beste gedaan kan worden, om termijnoverschrijdingen te voorkomen. Binnen het team wordt zoveel mogelijk bij initiatiefnemers aangestuurd om hen van de optie van vooroverleggen gebruik te laten maken.

Op basis van de doelen uit het VTH-beleid ligt de focus op constructieve veiligheid, brandveiligheid en duurzaamheid. Er is ook aandacht voor de veiligheid van panden en passanten in de omgeving tijdens de bouw of de sloop.

3.2 Risico-analyse en prioriteitenmatrix vergunningverlening

afbeelding binnen de regeling

In deze paragraaf wordt het algemene uitgangspunt van risicogestuurd werken, zoals toegelicht in het beleid, uitgewerkt. De vertaling van beleid naar uitvoering bepaalt de gemeente aan de hand van risico’s. Daar waar de grootste risico’s liggen, worden vergunningaanvragen het meest intensief getoetst.

Indien aan de activiteiten waarop de vergunningaanvraag ziet grote risico’s kleven, wordt die aanvraag met meer diepgang beoordeeld dan te vergunnen activiteiten die minder risico’s met zich meebrengen. Dit hoeven niet altijd fysieke (veiligheids)risico’s te zijn. Ook belangen van natuur en milieu evenals rechtszekerheid en bestuurlijke risico’s worden hierin meegewogen. Uiteindelijk resulteert vergunningverlening in een goed afgewogen besluit dat handhaafbaar is en waarbij alle relevante aspecten in de besluitvorming zijn betrokken.

De uitkomst van deze risico-analyse dient als richtlijn gebruikt worden om voor een gehele vergunningscategorie te bepalen hoe intensief deze in relatie tot alle andere vergunningen getoetst dient te worden. Binnen ieder van deze vergunningscategorieën behoort vervolgens voor individuele vergunningen aan de hand van een inschatting van de technisch-inhoudelijke complexiteit en de sociaal-maatschappelijke complexiteit beoordeeld te worden tot welke van de volgende 4 categorieën de concrete aanvraag toebehoort om de uiteindelijke diepgang van toetsing en aandacht voor maatwerk te duiden:

  • 1.

    Vergunning eenvoudig: Een vergunning voor een situatie met geringe technische en sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat vooral uit standaardvoorschriften.

  • 2.

    Vergunning eenvoudig+: Is de situatie technisch-inhoudelijk niet complex maar sociaal-maatschappelijk wel, dan bestaat een vergunning vooral uit standaardvoorschriften en geven we extra aandacht aan afstemming, overleg en samenwerking tussen betrokken partijen.

  • 3.

    Vergunning specifiek: Bij een technisch-inhoudelijk complexe situatie met een geringe sociaal-maatschappelijke complexiteit bestaat de vergunning vooral uit specifieke voorschriften.

  • 4.

    Vergunning specifiek+: De situatie is technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk gezien complex. Dit vraagt om specifieke voorschriften in een vergunning en een zorgvuldige afstemming, samenwerking en overleg tussen betrokken partijen.

afbeelding binnen de regeling

3.3. Prestatiedoelstellingen en toetsingsprotocol bouwen, sloop en ruimtelijke ordening

In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening bouw een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen:

Soort vergunning / werkzaamheden

Verwachte aantallen aanvragen

Kengetallen (uren per gemiddelde vergunning)

Inschatting van benodigde uren

Bouwvergunningen, meldingen gevolgklasse 1 en omgevingsplanactiviteitvergunningen

90

16 (sterk afhankelijk van type)

1600

Aanlegactiviteiten

5

5 (sterk afhankelijk van type)

25

Monumenten

2

15

30

Meldingen brandveilig gebruik

5

9

45

Sloopmeldingen (incl. advies asbest)

100

5

500

Intrekken vergunningen

20

5

100

Huisnummerbesluiten

15

3

45

Beoordeling schetsplannen en vooroverleggen

100

2

200

Casemanagement

230

2

460

Informatievoorziening publiek (inclusief baliediensten)

 
 

700

Bijhouden van RXMission

 
 

700

Opleidingen / actualiteitencursussen

 
 

500

Afstemmings- en initiatievenoverleggen

 
 

150

Overig

 
 

50

TOTAAL BENODIGDE CAPACITEIT

 
 

5.305 uur

TOTAAL BESCHIKBARE CAPACITEIT

 
 

5.300 uur

3.4. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten

Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten 2026

  • 1.

    Ambtshalve worden de vergunningen en meldingen van 5 drank- en horecabedrijven geïnventariseerd en geactualiseerd.

  • 2.

    Er worden alle vergunningaanvragen conform het gemeentelijke Wet BIBOB-beleid gescreend en behandeld.

  • 3.

    Er wordt gewerkt met RXmission en er worden vaste sjablonen en voorbeeldbrieven gebruikt.

  • 4.

    Binnen 5 werkdagen na ontvangst van een aanvraag wordt een eerste ontvankelijkheidstoets uitgevoerd.

  • 5.

    Initiatiefnemers krijgen in beginsel 1 keer de mogelijkheid om een onvolledige aanvraag aan te vullen. Daarna wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

  • 6.

    Er vindt minimaal eens per 6 weken overleg met de burgemeester plaats over aangevraagde vergunningen en ontheffingen op basis van de APV- / VFL en bijzondere wetten.

  • 7.

    Nieuw verleende vergunningen/ontheffingen worden altijd toegestuurd aan de VTH-coördinator en de toezichthouders die de naleving van deze besluiten dienen te controleren.

  • 8.

    Kennisgeving van APV / VFL vergunningen en ontheffingen (evenals die op basis van andere bijzondere wetten) geschied in 2026 conform het in 2023 vastgestelde nieuwe interne publicatie- en kennisgevingsbeleid.

In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er in 2026 nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen.

Soort vergunning / werkzaamheden

Geschatte aantallen

Kengetallen (uren per vergunning gebruik SquitXO)

Geschatte benodigde uren (gebruik RXmission)

Exploitatievergunningen

15

2,5

38

Alcoholwetvergunningen

10

2

20

Evenementenvergunningen

75

4,5

340

Meldingen kleine evenementen, festiviteiten en aankondigingsborden

50

1,5

75

Kampeerontheffingen

10

2

25

Tapontheffeingen

40

2

80

Kansspelen

11

2

24

Kapvergunningen

40

3

120

Vergunningen aanleggen / veranderen uitwegen

10

3

35

Standplaatsen (incidenteel / markt)

15

2

45

Volledige toetsen Wet BIBOB (aanvragen / transacties)

7

36

252

Wet BIBOB quickscans

5

7

35

Informatievoorziening balie

 
 

50

Actualiseren exploitatie en Drank- en horecavergunningen

 
 

60

Actualiseren van beleid

 
 

50

Testen en inrichten RXmission

 
 

100

Opleidingen / actualiteitencursussen

 
 

50

TOTAAL BENODIGD

 
 

1.399 uur

TOTAAL BESCHIKBAAR

 
 

1.400 uur

Toelichting

Evenementen zijn belangrijk in de gemeente Bergen. Deze dragen bij aan de saamhorigheid en vergroten de maatschappelijke cohesie. In het in 2022 vastgestelde gemeentelijke evenementenbeleid zijn kaders vastgelegd die duidelijkheid verschaffen voor welke activiteiten en op welke wijze een evenementenvergunning aangevraagd dient te worden. Daarnaast bevat het nieuwe beleid ook kaders die aangeven op welke wijze evenementen prettig, beheersbaar en vooral veilig moeten verlopen. Het vergunningentraject is een belangrijke schakel in het gehele proces. Het is daarbij van belang dat organisatoren een vergunningaanvraag tijdig indienen. Bij een niet tijdige indiening spreken we de organisatoren daarop aan en wijzen hen op het belang van tijdig indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld. Indien een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of als er om moverende redenen een voornemen tot weigeren is, wordt altijd vooraf de burgemeester geïnformeerd.

Het bestand van drank- en horecabedrijven is nog niet volledig geïnventariseerd en geactualiseerd. Niet alle horecaondernemers beschikken over een adequate Alcoholwet-vergunning. Hier dient in 2025 actie op ondernomen te worden, zodat alle ondernemers over adequate en actuele vergunningen komen te beschikken.

Er wordt ingeschat dat er in 2025 feitelijk zo’n 1400 uur (inclusief 200 uur van de administratieve medewerker) beschikbaar is voor het uitvoeren van voornoemde taken, en hier ook ongeveer 1400 uur voor beschikbaar is.

3.5. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen omgevingsvergunningen milieubelastende activiteiten

Inschatting van aantallen benodigde uren voor het behandelen van aanvragen en meldingen op het vlak van milieu.

Categorieën milieu-inrichtingen / Milieubelastende activiteiten

Geschatte aantallen benodigde uren per categorie voor de te verwachten aantallen vergunningaanvragen en meldingen

1v Vergunningverlening milieu bij industriële IPPC inrichtingen

20

2v Overige uren vergunningverlening milieu

200

3v Overige uren vergunningverlening milieu

50

4v Overige uren vergunningverlening milieu

200

23v Specialistisch advies bouwfysica: Beoordeling melding brandveiligheid

50

25v Beoordeling sloopmeldingen

500

TOTAAL

1220 uur

Toelichting

Het is de inschatting dat er 1200 uur nodig is om de alle aanvragen voor vergunningen en meldingen m.b.t. milieubelastende activiteiten die voor 2026 in de gemeente Bergen verwacht worden te kunnen behandelen. Deze werkzaamheden zullen volledig door de RUD / ODNML worden uitgevoerd in 2026. Indien blijken mocht dat men na de oprichting van de ODNML niet de personele capaciteit heeft op deze werkzaamheden binnen een redelijke termijn uit te voeren dan is de gemeente – anders dan in 2025 – niet meer aan zet om voor externe inhuur te zorgen. Deze verantwoordelijkheid komt dan bij de ODNML te liggen.

Hoofdstuk 4: Programma toezicht en handhaving

4.1. Organisatorische en operationele uitgangspunten en doelstellingen

Organisatorische doelstellingen toezicht en handhaving 2026

  • 1.

    Alle nieuwe en (nieuwe stukken m.b.t.) lopende handhavingszaken worden in het zaaksysteem Djuma geregistreerd, tenzij in 2026 anders wordt besloten. Wel wordt in 2026 een pilot gestart om diverse handhavingszaken in RXMission te registreren om de technische en administratieve issues die hierbij rijzen te adresseren.

  • 2.

    Vóór 1 maart 2026 dient met de Veiligheidsregio afgestemd te worden welke concrete geplande controles (m.b.t. brandveiligheid) in 2026 door de medewerkers van de Veiligheidsregio voor de gemeente Bergen worden verricht.

  • 3.

    Tijdens de twee-wekelijkse briefing vindt minstens twee keer per jaar voor ieder taakveld een inventarisatie plaats van voortgang van het uitvoeren van de ambities in het VTH uitvoeringsprogramma 2026 Indien problemen ten aanzien van de uitvoering gesignaleerd worden wordt zo snel mogelijk bezien of deze op te lossen te zijn binnen de voorhanden zijnde budgetten.

  • 4.

    Gedurende het gehele jaar wordt er aan tenminste 1 HBO-student een stageplaats aangeboden die dient te resulteren in voorwerk ten behoeve van het vaststellen van nieuw beleid.

  • 5.

    Er wordt het gehele jaar door 1 gemeentelijke BOA deelgenomen aan de acties van het Regionaal uitvoeringsteam (ACT) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT), het eerste team heeft ten doel ondermijning tegen te gaan, het tweede team heeft ten doel overtredingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan.

  • 6.

    Het team van BOA’s kan in 2026 beschikken over 3 portofoons met 3 verschillende roepnummers.

  • 7.

    Vóór 31 december 2026 heeft een externe Wpg-audit plaatsgevonden over de afgelopen 4 jaren en is hieromtrent gerapporteerd aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

  • 8.

    In de eerste helft van 2026 dient er een opdracht verstrekt te worden om de externe inhuur van toezichthouders op drankverkoop aan minderjarigen mogelijk te maken.

Operationele uitgangspunten toezicht en handhaving 2026

  • 1.

    De bestrijding van ondermijnende criminaliteit heeft prioriteit. Alle toezichthouders dienen doorlopend aandacht te blijven houden voor de signalen die hierop kunnen duiden en personen en bedrijven die een mogelijke rol vervullen bij ondermijnende activiteiten.

  • 2.

    Iedere toezichthouder heeft bij het surveilleren aandacht voor gevaarzettende / spoedeisende situaties (en onderneemt actie om de ongewenste situatie te beëindigen).

  • 3.

    Meldingen die niet anoniem zijn, worden altijd opgevolgd. Door de toezichthouder wordt altijd gecontroleerd na een ontvangen melding. Na de controle wordt indien gewenst contact opgenomen met de melder. Een melding kan ook afkomstig zijn van een van de medewerkers die voor de gemeente Bergen werken die op het grondgebied van de gemeente Bergen iets opgevallen is waar deze van meent dat het mogelijk in strijd met regelgeving is en nader onderzoek vergt.

  • 4.

    Tegen alle geconstateerde gevaarlijke en/of spoedeisende situaties wordt meteen opgetreden. ACT! (regionaal informatie en expertisecentrum) en SIOM (signalerings- en interventieoverleg mensenhandel) casussen zijn altijd spoedeisend.

  • 5.

    Alle handhavingsverzoeken worden behandeld en afgewikkeld binnen de wettelijke termijnen.

  • 6.

    Alle panden waarin drugs wordt aangetroffen worden conform Damoclesbeleid gesloten, tenzij er in de jurisprudentie erkende omstandigheden zijn die zich hiertegen verzetten.

  • 7.

    Tegen ernstige overtredingen wordt altijd meteen opgetreden.

  • 8.

    Er wordt naar gestreefd iedere dag ten minste één gemeentelijke BOA buiten in het veld aan het werk te hebben die zichtbaar is voor de buitenwereld.

  • 9.

    Constructieve problemen in de bouw worden zo spoedig mogelijk opgespoord. Derhalve wordt er meermaals vóórdat de wezenlijke constructieve bouwwerkzaamheden plaatsvinden in het veld gecontroleerd.

  • 10.

    De controlebelasting voor burgers en bedrijven wordt zo minimaal mogelijk gehouden. Hiervoor dient er wekelijks met het team toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen doorgenomen worden welke locaties er op de agenda staan om gecontroleerd te worden.

  • 11.

    Er worden wekelijks werkoverleggen geagendeerd tussen alle toezichthouders, BOA’s en handhavingsjuristen om de voorgenomen werkzaamheden en voortgang van lopende toezicht- en handhavingszaken te bespreken.

  • 12.

    Tussen de burgemeester en handhavingsjuristen vindt iedere zes weken een portefeuillehoudersoverleg plaats om informatie en adviezen omtrent lopende handhavingszaken uit te wisselen.

  • 13.

    In 2026 worden tot september 25 controles op landschappelijke inpassingsplannen uitgevoerd. De controleur zal in gevallen waarin afwijkingen worden geconstateerd in samenspraak met betrokkenen en via minnelijk overleg bezien hoe de tekortkomingen kunnen worden opgeheven.

  • 14.

    Project: In 2026 wordt projectmatig onderzoek gedaan naar overtredingen m.b.t. mantelzorgwoningen op het grondgebied van de gemeente Bergen aan de hand van de in 2025 samengestelde lijst met mantelzorgwoningen.

  • 15.

    Project: proefabbonnement nemen op AI-vergunningtoets software en evalueren of deze tools (die nog in de kinderschoenen staaan) al dusdanig van meerwaarde zijn dat ze de kosten van een abonnement kunnen rechtvaardigen.

  • 16.

    Terugdringen geluidsoverlast Parookaville: In 2026 wordt er voor gezorgd dat er permanente geluidsmetingen worden verricht tijdens het Parookaville-evenement ter hoogte van de meest dichtbij het festivalterrein gelegen geluidsgevoelige object op het grondgebied van Bergen. Wanneer hier aan de vergunningvoorwaarden voldaan kan worden, kan de feitelijke overlast voor andere bewoners elders ten opzichte van andere jaren worden gereduceerd.

  • 17.

    De gemeente Bergen past de landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht (LHSO) consequent toe bij overtreding van wet- en regelgeving.

4.2. Doelstellingen toezichttaken

4.2.1 Toezichttaken paars kleurspoor

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Benodigde en beschikbare toezichtcapaciteit

Om structureel toezicht uit te kunnen oefenen op de taken die op het vlak van het paarse kleurspoor in de hoge risicoklasse zijn ingeschaald en ook excessen met betrekking tot de taken die ingeschaald zijn in een gemiddelde risicoklasse, wordt ingeschat dat de volgende toezichtcapaciteit benodigd zal zijn.

afbeelding binnen de regeling

De inschatting is dat er voor adequaat toezicht op al de voornoemde taken van het paarse kleurspoor 1400 uur benodigd zijn. Verdeeld over drie van de eigen medewerkers is er in de praktijk ook ongeveer 1400 uur aan toezichthoudende capaciteit beschikbaar.

De afgelopen jaren was er minstens 1200 uur nodig voor het uitvoeren van stelselmatige controles op de nalevering van vergunningen en ontheffingen (onderdeel A van bovengenoemd schema).

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen en kwaliteitseisen controles op vergunningen, ontheffingen, meldingen en overeenkomsten bouw- en ruimtelijke ordening

  • 1.

    Bij verbouwingen van gebouwen waar geen constructie-technische ingrepen plaatsgevonden hebben wordt in principe alleen een eindcontrole verricht.

  • 2.

    De inspectie van openbare toegankelijke bouwwerken, bedrijfsmatig te gebruiken gebouwen, nieuwe woningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden conform de inspectiematrix die bijgevoegd is uitgevoerd, tenzij een kwaliteitsborger dit doet.

  • 3.

    Bij bouwwerken geen gebouw zijnde wordt de constructie steekproefsgewijs gecontroleerd en een eindcontrole verricht, tenzij een kwaliteitsborger dit doet.

  • 4.

    Alle omgevingsvergunningen voor (de wijziging) monumenten worden gecontroleerd.

  • 5.

    Vergunningen/toestemmingen voor meldingen van risicovolle sloopactiviteiten (met asbest) worden steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet risicovolle (zonder asbest) vergunde / gemelde sloopactiviteiten worden slechts steekproefsgewijs gecontroleerd. Bij afwijking van de verleende sloopvergunningen / sloopmeldingen worden de sloopwerkzaamheden stilgelegd en wordt de arbeidsinspectie dan wel de politie ingeschakeld om eventueel strafrechtelijk te kunnen beboeten.

  • 6.

    Verleende aanlegvergunningen worden na uitvoering gecontroleerd door de uitvoering van een eindcontrole.

  • 7.

    Binnen een termijn van uiterlijk 1 week vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen een landschappelijk inpassingsplan volgens de vergunning / ontheffing / melding uitgevoerd dient te zijn wordt bij nieuwe besluiten altijd gecontroleerd of er uitvoering aan gegeven is.

  • 8.

    Binnen een termijn van 1 maand na het verstrijken van de instandhoudingstermijn voor tijdelijke bouw- c.q. omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten, tijdelijke vrijstellingsbesluiten en andere tijdelijke toestemmingen wordt er voor nieuwe besluiten altijd gecontroleerd of de tijdelijk toegestane situatie beëindigd is.

  • 9.

    Binnen een termijn van 6 maanden na het verlenen van de vergunning c.q. de gereedmelding van het bouwwerk dient gecontroleerd te worden of het bouwwerk conform de verleende vergunning is gerealiseerd.

  • 10.

    Voor iedere vergunning dient minimaal eenmaal per 6 maanden gecontroleerd te worden of er al gestart is met de uitvoering.

  • 11.

    Steekproefsgewijs worden 5 gevallen onderzocht waarin het verzoek om een bepaald bouwwerk te mogen bouwen is afgewezen. De doelstelling is vast te stellen of toch niet in afwijking van de afwijkende beslissing gebouwd is.

  • 12.

    Steekproefsgewijs wordt in 5 gevallen onderzocht of er in de praktijk daadwerkelijk vergunningsvrij gebouwd is, nadat men aan de telefoon of aan de balie te horen kreeg hoe vergunningsvrij gebouwd kon worden.

  • 13.

    100% van de tijdelijke afwijkingsbesluiten waarvan de termijn in 2024 of 2025 afliep worden gecontroleerd.

  • 14.

    Steekproefcontroles Wkb: 5% van Wkb-meldingen controleren op functioneren van kwaliteitsborging (bureau- en veldcontroles).

  • 15.

    Meehelpen bij het controleren van één grote camping op illegale bewoning, oneigenlijk gebruik en misstanden.

  • 16.

    Alle mantelzorgwoningen controleren op naleving van regels.

  • 17.

    Bij tenminste 80% van de grote sloopmeldingen wordt actief toegezien op hoogwaardige materiaalscheiding en het afvoeren van de materialen naar de juiste plaats.

  • 18.

    Er wordt conform de nieuwe werkafspraken en door middel van het inschakelen van een daarop gespecialiseerd bedrijf gehandeld na het constateringen van illegale afvaldumpingen waarbij het vermoeden bestaat dat asbesthoudend materiaal betrokken is.

  • 19.

    Het team verwerkt alle ingekomen bouwmeldingen (inclusief risicomatrices, veiligheidsplannen en borgingsplannen) via het Omgevingsloket, met prioriteit voor Wkb-gevolgklasse 1-projecten. Minimaal 95% van de meldingen wordt binnen de wettelijke termijn van 4 weken (voor startmelding) of 2 weken (voor gereedmelding) beoordeeld en afgehandeld.

4.2.2. Geel kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van milieu belastende activiteiten

Doelstellingen 2026

  • 1.

    In 2026 worden de volgende milieucontroles conform het RUDLN Uitvoeringprogramma 2026 (UP2026) op het grondgebied van de gemeente Bergen uitgevoerd door een toezichthouder van de gemeente Bergen:

    • 3 controles bij agrarische IPPC-inrichtingen (intensieve veehouderijen 2T)

    • 5 controles bij vergunningplichtige veehouderijen (3T)

    • 21 controles bij niet vergunninplichtige BTP-inrichtingen (4T)

    • 17 controles bij niet vergunningplichtige inrichtingen die geen BTP-inrichtingen zijn (4T)

  • 2.

    Tot april 2026 wordt 100 uur aan toezichthoudende capaiteit ingehuurd.

  • 3.

    Tot april 2026 worden door eigen / ingehuurde medewekers van Bergen 10 milieucontroles uitgevoerd conform de regionale planning van de RUD.

  • 4.

    Tenminste 50% van de toezichturen aan milieutoezicht op het grondgebied van de gemeente Bergen wordt door het eigen personeel uitgevoerd.

  • 5.

    Geluidsklachten worden in 2026 tijdig in behandeling genomen conform het afgesproken proces (er dienen minimaal 2 verschillende mensen onafhankelijk van elkaar vanaf 2 verschillende adressen te klagen over geluidsoverlast, voordat een toezichthouder in actie komt) met als uiteindelijk doel het aantal klachten te verminderen. Er worden tenminste 2 geluidscontroles uitgevoerd in 2026.

  • 6.

    Bij het plannen van de milieutoezichtcontroles wordt er voor gezorgd dat een met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet belaste persoon niet voortdurend wordt belast met het toezicht op dezelfde milieubelastende activiteit. In de planning van de RUD wordt er voor gezorgd dat alle bedrijven minstens 1 maal per 4 controlemomenten door twee verschillende toezichthouders bezocht zijn.

  • 7.

    Een administratief medewerker van de gemeente Bergen draagt er zorg voor dat alle (ongeveer 200) controles die door intergemeentelijke uitwisseling worden uitgevoerd in RUD-verband in de RUD-tenant van RX.Mission worden geregistreerd.

  • 8.

    De gemeentelijke milieutoezichthouder draagt er zorg voor dat al de relevante milieudossierstukken van volgens het UP2026 door externe partners te controleren locaties op het grondgebied van de gemeente Bergen tijdig (voordat de controles volgens planning plaatsvinden) in de RUD-tenant van RX.Mission worden geupload.

  • 9.

    Er wordt invulling gegeven door de gemeentelijke milieutoezichthouder aan de piketdienst-regeling van de regio.

Toelichting

Voor het grootste deel van 2026 staan toezichthouders van de gemeentelijke organisatie niet zelf meer aan de lat voor het uitvoeren van milieucontroles. In 2026 dient met de collega’s van de ODNML afgesproken worden hoe noodzakelijk geachte ad hoc milieucontroles buiten de planning om praktisch vormgegeven kunnen worden (zoals geluidscontroles na klachten en vermeende milieu-overtredingen al dan niet buiten inrichtingen die door gemeentelijke toezichthouders worden gesignaleerd.

4.2.3. Rood kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van brandveiligheidsregelgeving

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Beschikbare toezichtcapaciteit

Bij de Veiligheidsregio Limburg Noord – Brandweerdistrict Venray is zo’n 300 uur beschikbaar om toezicht te houden op de bovenstaande taken. De systematiek van controleren die door de VRLN aangehouden wordt is beschreven in UP 2024 – 2027 van het Uitvoeringsprogramma 2024-2027.

C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?

Toezicht Brandweer

Benodigde uren op jaarbasis

Controle brandveilig gebruik bouwwerken in afwijking van vergunning / ontheffing

170

Gebruik van inrichting in afwijking van vergunning Brandbeveiligingsverordening

50

Gebiedsgerichte controles

-

Themagerichte inspectiecontroles

-

Controles n.a.v. klachten, meldingen en handhavingsverzoeken

20

Hercontroles om voortgang handhavingszaken te controleren

60

TOTAAL

300 uur

D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Melding / Vergunninggerichte controletaken

 

Gebruik van bouwwerk met bijeenkomstfunctie (horeca, ouderen- en kinderopvang, onderwijs) in afwijking van de benodigde vergunning brandveiligheid

Iedere melding / vergunning altijd volledig controleren

Gebruik van bouwwerk met overige functies in afwijking van de benodigde melding / vergunning brandveiligheid

Iedere melding / vergunning altijd volledig controleren

Gebruik van inrichting in afwijking van vergunning Brandbeveiligingsverordening

Iedere vergunning altijd volledig controleren

Objectgerichte controletaken

 

Controles van bouwwerken / inrichtingen van bestaande voorraad

Er worden minimaal 35 verschillende brandveiligheidscontroles uitgevoerd m.b.t. de bouwwerken / inrichtingen uit de bestaande voorraad

Controles op evenementen

Er wordt capaciteit ingeruimd door de Veiligheidsregio om 5 evenementen op brandveiligheid te kunnen controleren

Hercontroles

Er wordt capaciteit ingeruimd door de Veiligheidsregio om 5 hercontroles uit te kunnen laten voeren

Het streven van de VRLN is erop gericht om met name de probleemgevallen meer aandacht met hercontroles te geven.

4.2.4. Blauw kleurspoor: Toezichttaken van BOA Domein I (Blauwe BOA)

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

De primaire functie van de Blauwe BOA is om uitvoering te geven aan de ambitie om gebiedsgericht programmatisch toezicht op de regels van het Omgevingsrecht plaats te kunnen laten vinden. De Blauwe BOA heeft de volgende standaard aandachtspunten:

  • het dumpen van afval/afvalstoffen;

  • vuurwerk/paasvuren,

  • overlast van honden (bijtincidenten, loslopende honden, hondenpoep);

  • parkeren van voer- en vaartuigen (op de openbare weg, op fietspaden, bij scholen, voor inritten) en neerzetten van containers en andere obstakels;

  • wrakken;

  • reclame-uitingen en spandoeken;

  • uitstallingen bij winkels;

  • overlast van jeugd.

Daarnaast wordt de blauwe BOA ingezet bij het sluiten van panden waar Opiumwet delicten zijn begaan en tijdens evenementen voor het toezien op de naleving van de verleende evenementenvergunning en/of ontheffing en vervullen zij een rol bij de aanpak van ondermijning en jeugdoverlast. Zij leveren daarmee (net als de bouwtoezichthouders) een bijdrage aan de veiligheidsaanpak.

Ook zorgt de blauwe BOA voor (her)controles met betrekking tot handhavingszaken die geen specialistische kennis op het gebied van bouw-, brandveiligheid- of milieuregelgeving vergen.

Bij uitzondering kan de blauwe BOA na goedkeuring van de coördinator VTH ingezet worden bij het uitoefenen van adequaat toezicht op de juistheid van de adresgegevens na een daartoe strekkend verzoek van het team Burgerzaken. Wanneer er twijfel bestaat over de juistheid van het adres wordt een adresonderzoek opgestart. Dit kan zowel een administratieve controle als een fysieke adrescontrole zijn. Het doel van het adresonderzoek is om de feitelijke bewoningssituatie op een adres vast te stellen en deze, voor zover de aangetroffen personen langer dan 4 maanden in Nederland (gaan) verblijven, in de BRP te registreren. Veelal is een schriftelijk uitgevoerd adresonderzoek toereikend om te komen tot een juiste BRP- registratie. Indien dit niet het geval is volgt een fysieke adrescontrole.

Tenslotte zal de blauwe BOA in 2026 nadrukkelijk de aandacht hebben voor het opsporen van nieuwe gevallen van onrechtmatige huisvesting van internationale werknemers. Onderdeel van deze controles is tevens een marginale toets op aanwijzingen van mensenhandel en de betaling van buitensporig hoge huurbedragen met het oog de naleving van de regels van de Wet goed verhuurderschap.

B. Beschikbare en benodigde toezichtscapaciteit

Er wordt ingeschat dat er ongeveer 1150 uur aan beschikbare toezichthoudende capaciteit voorhanden is in 2026 en dat al deze uren benodigd zijn voor het uitvoeren van de hierna genoemde taken en ambities. Ook zullen er 50 uren van de gemeentelijke BOA Domein I dienen worden besteed aan toezicht op de naleving van de regels van de Alcoholwet en op basis hiervan verleende vergunningen (grijze kleurspoor).

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen en kwaliteitseisen gebiedsgericht toezicht in 2026

  • 1.

    De blauwe BOA is 70% van zijn werkzame tijd buiten in het veld actief. Iedere werkdag wordt tenminste 5 uur aan gebiedspatrouilles en controles in het veld besteed.

  • 2.

    Na het signaleren van beboetbare overtredingen van lichte ernst worden personen bij wie de eerste keer wordt gesignaleerd dat ze zich hier schuldig aan maken volstaan met het geven van een waarschuwing. Bij beboetbare overtredingen van zware ernst wordt er in beginsel direct een boete uitgeschreven. Voorbeelden van deze categorie zijn misbruik van gehandicaptenparkeerplaatsen, het blokkeren van wegen voor doorgaand verkeer en verkeersonveilige situaties.

  • 3.

    Uiterlijk binnen 2 werkdagen wordt een bezoek ter plaatse gebracht op die locaties op het grondgebied van de gemeente Bergen waarover geklaagd wordt of waarover meldingen worden ingediend

  • 4.

    Parkeerexcessen in het centrum van Nieuw Bergen worden minstens 1 keer per maand actief opgespoord.

  • 5.

    Gedurende de laatste 2 weken van december 2026 is er dagelijks een BOA actief om te ageren tegen vuurwerkoverlast.

  • 6.

    Alle geconstateerde afvaldumpingen worden op sporen van de dader onderzocht. Indien een dader kan worden geïdentificeerd wordt een proces-verbaal opgemaakt en maximaal beboet. Daarnaast worden de kosten van bestuursdwang verhaald.

  • 7.

    Eén blauwe BOA neemt 3 dagen per maand (maximaal 8 uur) deel aan intergemeentelijke controles van het ACT!

  • 8.

    Er is actief aandacht voor eventuele verkoop van alcohol in supermarkten en slijterijen aan jongeren <18 jaar. Gebruik van alcohol door jongeren <18 jaar op hotspot locaties in de openbare ruimte. Daarnaast is er doorlopend toezicht op het gebruik van lachgas en drugs in de openbare ruimte.

  • 9.

    Mensen die gemeentelijke bermen die bedoeld zijn om bloemen en kruiden in te laten floreren zonder toestemming maaien worden hier mondeling op aangesproken en krijgen uitgelegd waarom het belangrijk is om deze bermen niet te maaien voordat zaden geproduceerd zijn.

  • 10.

    Alle op last van de burgermeester te sluiten woningen en lokalen worden door de blauwe BOA (in samenwerking met een slotenmaker) gesloten.

  • 11.

    Het team van BOA’s ondersteunt het gemeentelijke team openbare werken / verkeer in 2026 voor minimaal 20 uur.

  • 12.

    De blauwe BOA registreert tenminste 150 van zijn geconstateerde waarnemingen van overtredingen in BRS.

  • 13.

    In 2026 wordt er op tenminste 2 verschillende momenten en tenminste 2 verschillende locaties meer dan 2 uur aaneengesloten in burgerkleding opsporingswerkzaamheden verricht naar overtredingen met betrekking tot hondenoverlast (loslopende honden en hondenpoep).

  • 14.

    In gevallen dat het noodzakelijk is om wegen acuut af te zetten (hoogwater, gevonden explosieven etc.) draagt de blauwe BOA hier acuut zorg voor.

  • 15.

    De Blauwe BOA draait in 2026 op tenminste 25 dagen een weekenddienst.

  • 16.

    De blauwe BOA spoort op basis een vergelijking van luchtfoto’s actief nieuwe overtredingen op van regels van het omgevingsrecht en besteedt hier in 2025 minimaal 50 uur aan.

  • 17.

    De Blauwe BOA brengt wekelijks verslag uit van de belangrijkste bevindingen tijdens de dagelijkse gebiedspatrouilles.

  • 18.

    De Blauwe BOA verplicht zich om in 2026 tijdens drukke dagen in de zomer parkeerexcessen in afwijking van het verkeerscirculatieplan rondom de drukke wandel- en natuurgebieden van nationaal Park de Maasduinen en aan de Kampweg te Well te beboeten.

  • 19.

    Er dient minimaal 30 uur op jaarbasis exclusief besteed te worden aan de opsporing van het illegaal gebruiken van de rijweg door containers, kranen, materieel en voertuigen.

  • 20.

    Op jaarbasis wordt als indicatie gehanteerd dat minstens 30 processen-verbaal worden uitgeschreven. Het uitschrijven van pv’s om dit aantal te halen is daarbij geen doel op zich.

  • 21.

    In 2026 worden afspraken met de politie gemaakt hoe om te gaan met fietsverlichtingsacties en verkeerscontroles conform het handhavingsarrangement.

  • 22.

    De coördinator VTH draagt in 2026 zorg dat er via de media voorlichting gegeven over de manier van het stoken van hout op een wijze dat het zo min mogelijk overlast voor derden oplevert

4.2.5. Grijskleurspoor: Inspectietaken Alcoholwet en exploitatievergunningen horeca

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

B. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Themagerichte controles Alcoholwet

Arrangement

Gerichte inzet op afroep

Gebied

Geheel grondgebied

Bedreigingen

  • Gebruik kansspelen zonder vergunning

  • Geluid- en lichthinder

  • Leeftijdsgrenzencontrole drankverkoop jongeren

  • Controle reclame alcoholhoudende drank

  • Verbod om horecabedrijf in afwijking van exploitatievergunning te exploiteren

Taken voor BOA die op Alcoholwet controleert

De volgende controles moeten uitgevoerd worden in 2026:

Controle op leeftijdsgrenzen drankverkoop: Extern bedrijf voert undercover de volgende controles uit:

  • Controle naleving vergunning / ontheffing paracommerciële inrichtingen: 10 controles

  • Controle naleving vergunning / ontheffing horeca inrichtingen: 15 controles

  • Controle naleving vergunning / ontheffing evenementen: 5 evenementen

Budget voor de in huur van ongeveer 150 uur aan toezichttaken op dit front dient gereserveerd te worden.

4.2.6. Groen kleurspoor: Inspectieprofielen gebiedsgericht toezicht BOA’s Domein II (Groene BOA’s)

A. Taken en prioriteiten

afbeelding binnen de regeling

Meest voorkomende overtredingen)

Dumpen afval (2021: 10.000 +) 

Loslopende honden (aantal 2021: 370)

Betreden (aantal 2021: 331)

Aantasting overige Natuur (aantasting natuurelementen)

(aantal 2021: 294)

Aantasting flora fauna (aantal 2021: 218)

Stroperij vis (aantal 2021: 172)

Crossen (aantal 2021: 146)

Stroperij Landbodem (aantal 2021: 142)

Dumpen afval synthetisch (aantal 2021: 61)

Lozing op oppervlakte water (aantal 2021: 29)

Lozing op/in de bodem (aantal 2021: 27)

Op basis van de dataset van het SSIL zijn hiernaast de meest voorkomende overtredingen in Limburg weergegeven op het vlak waar BOA’s Domein II op controleren.

Bij het opstellen van de inspectieprofielen is rekening gehouden met deze ervaringsgegevens.

In 2023 en 2024 werd vastgesteld dat we aanzienlijk minder aanvragen voor kapvergunningen ontvangen hebben als gemiddeld genomen over de afgelopen 5 jaar het geval was. Het vermoeden bestaat dat deze afname verband houdt met het feit dat de legeskosten voor de behandeling van deze aanvragen in 2023 aanzienlijk zijn verhoogd om beter aan te sluiten bij de daadwerkelijke behandelkosten. Dit zou dan impliceren dat er vanaf 2023 meer illegaal gekapt is. Voor 2025 is het daarom ook nadrukkelijk de bedoeling om scherp te letten op sporen van niet vergunde kapactiviteiten in de gemeente.

B. Beschikbare toezichtcapaciteit

Er is naar verwachting 2400 uur aan Groene BOA-capaciteit voorhanden in 2026. Geheel 2026 heeft de gemeente de beschikking over 2 Fulltime groene BOA’s (Domein II) die hun noodzakelijke diploma’s behaald hebben en bevoegdelijk uitgerust zijn met handboeien en een wapenstok.

C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?

Inspectieprofiel watergebieden Maas, Voorhaven, Leukermeer en Reindersmeer

Arrangement

Patrouillemodel

Deelgebieden

Maas, Voorhaven, Leukermeer en Reindersmeer

Toezichtfrequentie

Gedurende vakantieseizoen dagelijkse inspecties / buiten vakantieseizoen maandelijkse inspecties

Urentotaal voor controles

1000 uren

Waarden

  • Rust

  • Diversiteit

  • Natuurbeleving

  • Cultuurhistorische waarden

Bedreigingen en punten van aandacht voor toezicht

  • Geldig vaarbewijs (snelle motorboot)

  • Negeren in- en uitvaartverbod

  • Brandblusser/reddingsvest aan boord

  • Gebruik deugdelijke dodemansknop/koord

  • Toegestane max. snelheid overschrijden (Leukermeer)

  • Bestuurder snelle motorboot < 18 jaar.

  • Registratienummer goed lees/zichtbaar op snelle motorboot

  • Toezicht op openbare orde en veiligheid op en rondom het water

  • Controle inname ligplaatsen zonder of in afwijking van vergunning

  • Toezicht op verbod watersportvoorzieningen te realiseren

  • Toezicht op visserijwet

  • Toezicht op illegaal kamperen / overnachten

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

Inspectieprofiel buitengebied en recreatiegebieden v.w.b. overtredingen opgenomen in de APV van de gemeente Bergen

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

Buitengebied

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

400 uren

Bedreigingen

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

  • Plukverbod paddenstoelen

  • Vuur stoken

  • Parkeerexcessen/overlast

  • Voor recreatief nachtverblijf zonder toestemming rechthebbende overnachten

  • Overtredingen VFL.

  • Illegale kap

  • Stroperij

Inspectieprofiel visvijvers en oevers langs de Maas, beken, recreatiegebied het Leukermeer en Kampergeul

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

Rondom de watergebieden

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

400 uren

Bedreigingen

  • Visserijwet

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

  • Stroperij

  • Milieufeiten (o.a. vuur stoken, afval)

  • Illegale visserij

  • Illegaal kamperen

  • Afval achterlaten/dumpen afval

  • Wet dieren (WED)

  • VFL overtredingen. ( o.a. aanlegplaatsen, gebruik steigers, verbod waterscooters, innemen ligplaatsen

Toezicht en handhaving in de bossen en natuurterreinen waarvoor toegangsbepalingen gelden (overtreding Art. 461 W.v.Str)

Arrangement

Patrouillemodel

Gebied

In en rondom de natuur- en recreatiegebieden van de gemeente Bergen

Toezichtfrequentie

Doorlopende controle van het gebied. Bij aanwezigheid in de gebieden oog hebben voor eventuele overtredingen.

Urentotaal voor controles

600 uren

Waarden

  • Bebossing en open gebied

  • Recreatief en agrarisch

Bedreigingen

  • Zwemmers in natuurgebieden (Reindersmeer)

  • Aan de oevers recreërende mensen

  • Loslopende hond(en)

  • Ruiters buiten aangegeven ruiterroute

  • ATB’ers op gemarkeerde wandelroutes

  • Met gemotoriseerd verkeer (crossmotoren/quads/auto’s)

  • Het zich begeven buiten wegen en paden

  • In gebied begeven tussen zonsondergang en zonsopgang

  • Achterlaten afval en illegale stort van afval

  • Vernielingen aanbrengen

  • Stroperij

  • Vuur stoken

  • Illegale kap

  • Overtredingen van de Opiumwet en gebruik alcohol door minderjarigen

D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen Groene Kleurspoor

  • 1.

    Er wordt gedurende het gehele jaar conform de vastgestelde inspectieprofielen gecontroleerd (in totaal 2400 uur aan patrouilles).

  • 2.

    De groene BOA’s zijn 70% van hun werkzame tijd buiten in het veld actief. In 2026 worden gevallen van illegale kap actief opgespoord.

  • 3.

    We zijn een gemeente met veel natuur waar veel in wordt gerecreëerd. Naarmate de gebieden drukker bezocht worden wordt hier ook meer actief en structureel gecontroleerd op de naleving van regelgeving. In de regel is er in de winter iedere dag altijd 1 groene of blauwe BOA in het veld actief. In de drukke weekenden gedurende de zomerperiodes kan het noodzakelijk worden geoordeeld dat er 2 of zelfs 3 BOA’s actief moeten zijn.

  • 4.

    Op jaarbasis wordt als indicatie gehanteerd dat minstens 70 processen-verbaal worden uitgeschreven bij reguliere vervulling van werkzaamheden. Het behalen van dit aantal is geen doel op zich.

  • 5.

    In 2026 vindt er rondom natuurgebieden stelselmatige opsporing plaats van illegale gronddepots, kappen van bomen, nieuwe ongemelde of onvergunde uitwegen, oneigenlijk gebruik van recreatiegebieden en hondenoverlast.

  • 6.

    In 2026 zal het meest intensief door de groene BOA’s gecontroleerd worden op de volgende plekken: Het Eendenmeer, het Reindersmeer,het Leukermeer, de Baand (zuidelijke hoogwatergeul) evenals de bekende drukke plekken langs de Maas.

  • 7.

    Er worden 6 grootschalige acties gepland om in samenwerking met BOA’s die aangesloten zijn bij het regionale handhavingsconvenant te controleren op onder andere illegale mountainbike-, motorcross- en stroperij-activiteiten. Tijdens deze acties wordt ook gecontroleerd op onder andere overtredingen.

  • 8.

    Iedere groene BOA heeft minstens 1 keer per maand weekenddienst. Daarnaast is er voor die weekenden dat er geen groene BOA in het veld actief is gewaarborgd dat één groene BOA piketdienst heeft en bereikbaar en voor inzet paraat is, indien zich calamiteiten voordoen of er bijzondere meldingen binnenkomen.

  • 9.

    Tijdens Nederlandse en Duitse feestdagen evenals vakanties is er in 2026 altijd een groene BOA op Bergen grondgebied actief.

  • 10.

    In 2026 heeft de controle op het correct gebruik van routes door de diverse doelgroepen (wandelaars, mountainbikers, ruiters) prioriteit. Met name het gebruik van intensieve wandelroutes door mountainbikers dient daar waar dit niet is toegestaan aangepakt te worden.

  • 11.

    In 2026 wordt er tenminste 80 uur besteed aan controles op de openbare wateren van de gemeente. Hierbij is met name oog voor illegale overnachtingen op boten op de nieuwe openbare wateren nabij de voorhaven.

  • 12.

    In 2026 is er wordt er bij de diverse gebiedscontroles nadrukkelijk aandacht voor het opsporen van gevallen waarin gronden zonder noodzakelijke vergunning worden afgeplagd, sloten zonder toestemming worden gedicht of nieuw worden gegraven, mest in strijd met milieuregelgeving wordt aangebracht op gronden en/of wordt opgeslagen, paden kapot worden gereden en houtwallen (geleidelijk) structureel worden uitgedund of geveld.

  • 13.

    In 2026 dragen de BOA’s zorg voor het nauwkeurig bijhouden van een document waarin al hun aanhoudingen, incidenten van door hen ervaren (dreigende) agressie en aan hen gerichte beledigingen in gedocumenteerd worden. In dit document wordt ook gedocumenteerd in welke gevallen assistentie van de politie is ingeschakeld (en hoe lang hierop moest worden gewacht) en waarin dit overwogen is, maar niet is gedaan wegens uitzichtloosheid op tijdige ondersteuning.

4.3. Juridische handhavingstaken

A. Taken en prioriteiten

Het is de primaire insteek van het handhavingsbeleid om te bezien of er in onderling overleg goede structurele oplossingen gevonden kunnen worden voor activiteiten die overtredingen opleveren. Voor die zaken die niet in goed overleg opgelost kunnen worden en waar een handhavingsprocedure voor gestart worden, geldt het volgende. Indien er sprake is van een werkvoorraad van nieuwe handhavingszaken dienen de zaken die op basis van de het onderstaande schema de hoogste score hebben gekregen het eerste opgepakt te worden.

Score-onderdelen die de prioriteit van de op te pakken zaken uitmaken

Punten

  • 1)

    De ernst van het concrete feitencomplex en de negatieve gevolgen voor de leefomgeving bij niet handhaven. Voorbeeld: Is er sprake van een constructieve wijziging ten opzichte van de vergunde situatie of gaat het om “cosmetische” wijzigingen aan het pand. Ander voorbeeld: De aard van de doeleinden waarvoor de bouwwerken gebruikt worden en de kans dat daarbij ongelukken ontstaan. Te denken is aan de opslag van gevaarlijke stoffen, giftige dampen in onvoldoende geventileerde gebouwen etc. (20)

 
  • 2)

    Lengte termijn dat overtreding al voortduurt (recente overtredingen behoren meer prioriteit te hebben dan lang bestaande) / actualiteit van regels op basis waarvan gehandhaafd wordt (indien ze ten gunste van de overtreder zullen wijzigen is handhaving minder dringend) (10)

 
  • 3)

    Rendement van handhaving (kans op succes optreden afgezet tegen de kosten en tijd) (10)

 
  • 4)

    Legaliseerbaarheid van de situatie. Zaken die legaliseerbaar zijn worden niet op het spits gedreven. (5)

 
  • 5)

    Overtreding visueel waarneembaar voor derden al dan niet vanaf openbare weg (5)

 
  • 6)

    Verwachte duur overtreding zonder maatregelen (hoe korter hoe minder punten) (5)

 
  • 7)

    Financieel voordeel overtreder bij overtreding (5)

 
  • 8)

    Individuele belangen andere burgers in gedrang (5)

 
  • 9)

    Ontstaat er een negatief precedent bij het nalaten maatregelen te treffen? (5)

 
  • 10)

    Werkt situatie andere overtredingen in de hand (5)

 
  • 11)

    Heeft de overtreder zich eerder aan (een vergelijkbare) overtreding schuldig gemaakt (5)

 
  • 12)

    Imago gemeente (hoe beter hoe meer punten) (5)

 
  • 13)

    Verwijtbaarheid en verschoonbaarheid overtreder (5)

 
  • 14)

    Wordt de overtreding daadwerkelijk beëindigd door handhavend op te treden of is het waarschijnlijk dat de overtreding zich verplaatst naar een andere locatie, of handhaving tot andere problemen leidt (5)

 
  • 15)

    Spelen er op het terrein van andere disciplines zaken die met de overtreding samenhangen (integrale handhaving: gebiedaspecten, milieuaspecten etc.) (5)

 
  • 16)

    Lopende projecten, gevallen van dezelfde aard die projectmatig worden aangepakt worden eerder behandeld. (5)

 
  • 17)

    De hoogte van de leges en tijd die het kost om de noodzakelijke procedures te doorlopen zijn voor mensen ook belangrijke argumenten om te overwegen of zij wel of niet bereid zijn om de geplande activiteiten te laten vergunnen. (5)

 
  • 18)

    Persoonlijke omstandigheden en financiële draagkracht van de overtreder. (5)

 
  • 19)

    Gelijkheidsbeginsel (leidt het treffen van handhavingsmaatregelen ertoe dat er capaciteitsproblemen kunnen ontstaan door precedentenwerking omdat er veel soortgelijke gevallen in de gemeente spelen). Kun je het maken om er niet-projectmatig tegen op te treden? (5)

 

TOTAAL

 

B. Benodigde en beschikbare personele capaciteit

Juridische / beleidstechnische handhavingstaken uitgevoerd door vast personeel

Benodigde uren op jaarbasis bij vast personeel

Voeren van (minnelijk) overleg, voorlichting bieden, aanschrijvingen vervaardigen en juridische procedures begeleiden m.b.t. overtredingen RO/bouw/APV/Brandveiligheid

1400 uur

Aanschrijvingen vervaardigen en juridische procedures begeleiden m.b.t. overtredingen milieu

50 uur

Handhavingscoördinatie, begeleiding van stagiaires, toezicht houden op programmatische aansturing, inrichting van zaaksystemen en opstellen van werkprocessen

200 uur

Opstellen van jaarprogramma, -jaarverslag (inclusief BOA-jaarverslag voor politie)

100 uur

Beleidsadvieswerk (inclusief advisering implementatie van nieuwe wet- en regelgeving)

200 uur

Werkzaamheden van VTH-coördinator in het lijnmanagersoverleg van de RUD en de RUD-werkgroep

200 uur

Werkzaamheden in het kader van de (audits voor de) Wet politiegegevens en het bijhouden van het informatiedocumentatiesysteem Recourse.nl

150

TOTAAL BENODIGD

2300 uur

TOTAAL BESCHIKBAAR

2300 uur

C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?

Doelstellingen (juridische) handhavingsinspanningen

  • 1.

    Er wordt gestreefd om tenminste 40 nieuwe handhavingszaken op jaarbasis op te pakken

  • 2.

    Er wordt naar gestreefd om zoveel mogelijk maar minimaal 25% van de zaken in de informele fase via goed overleg en onderzoek naar toelaatbare alternatieven op te lossen

  • 3.

    Er wordt naar gestreefd om tenminste 40 handhavingszaken op jaarbasis op te lossen en af te ronden

  • 4.

    Minstens 90% van de handhavingsbeschikkingen hebben standgehouden op het moment dat ze onherroepelijk worden.

  • 5.

    In 100% van de gevallen waarin dwangsommen verbeurd zijn of kosten bestuursdwang zijn gemaakt op basis van handhavingsbesluiten worden invorderingsinspanningen verricht om verbeurde dwangsommen of de kosten van bestuursdwang geheel te verhalen.

Hoofdstuk 5: Programma Veiligheid

Doelstellingen Veiligheid 2026

Ondermijning

  • 1.

    De bestrijding van ondermijnende criminaliteit heeft prioriteit (IVP 2024-2027). De bestuurlijke aanpak en coördinatie van ondermijning ligt bij de gemeentelijke AOV’ers.

    In 2026 borgt en versterkt de gemeente Bergen de bestaande aanpak van ondermijning door maandelijks aan te sluiten bij het provinciale RIEC‑overleg en het regionale ondermijningsoverleg, door vanaf januari maandelijks een lokaal ondermijningsoverleg te organiseren, en door alle binnenkomende signalen van toezichthouders binnen 10 werkdagen te beoordelen. De adviseur openbare veiligheid is verantwoordelijk voor de bestuurlijke coördinatie van ondermijning.

  • 2.

    De bestuurlijk coördinator levert jaarlijks minimaal vier locaties aan waar mogelijke ondermijnende activiteiten plaatsvinden ten behoeve van controles door het regionale Act! Interventieteam en treft voor deze controles alle benodigde voorbereidingen.

  • 3.

    In 2026 stellen we een privacy protocol met betrekking tot het onderwerp ondermijning vast.

  • 4.

    We nemen deel aan alle regionale projecten onder de regiodeal (waaronder Act! Interventieteam, werkgroep veilig buitengebied, Kijk niet weg communicatiecampagne, Rode en groene spoor vakantieparken en innovatie).

  • 5.

    In 2026 organiseren we in het kader van de Limburgse norm bewustwordingssessies voor medewerkers om onze eigen organisatie weerbaarder te maken tegen ondermijning

  • 6.

    In 2026 vergroten wij de bewustwording onder inwoners over ondermijning door in het tweede kwartaal een fototentoonstelling in de centrale hal van het gemeentehuis te realiseren, die gedurende minimaal vier weken toegankelijk is voor bezoekers van het gemeentehuis.

Zorg- en veiligheid

  • 7.

    We nemen deel aan overleggen van het zorg- en veiligheidshuis aangaande mensenhandel, radicalisering, internationale werknemers, jeugd en persoonsgerichte aanpak (PGA).

  • 8.

    We zorgen voor een stevige verbinding tussen veiligheid en sociaal domein door maandelijks aan te sluiten bij het zorgnetwerkoverleg.

  • 9.

    In 2026 borgen wij de samenwerking tussen Veiligheid en het Sociaal Domein door vanaf AVE‑2 (Aanpak Voorkoming Escalatie) minimaal eens per drie maanden aan te sluiten bij de relevante casus overleggen.

Veilige woon- en leefomgeving

  • 10.

    Op verschillende niveaus (strategisch, beleidsmatig en operationeel) vinden er periodiek overleggen met de politie (teamchef, operationeel specialist, wijkagent) OM en burgemeester plaats.

  • 11.

    In 2026 wordt de integrale aanpak overlastgevende jeugdgroepen voortgezet.

  • 12.

    In 2026 stellen wij nieuw Jeugd- en Veiligheidsbeleid op, inclusief een uitvoeringsplan.

  • 13.

    We organiseren een vervolg op de beheerdersbijeenkomst buurtpreventie, ondersteunen de bestaande beheerdersgroep en stellen we een werkproces vast voor het aanvragen en plaatsen van buurtpreventiebordjes. Daarnaast maken wij de aanvraagprocedure voor inwoners duidelijk en in 2026 online toegankelijk via de gemeentelijke website.

  • 14.

    We organiseren in het najaar van 2026 reanimatiecursussen voor burgerhulpverleners.

  • 15.

    We organiseren een veiligheidsdag nieuwe stijl voor inwoners en scholen in samenwerking met diverse partners binnen het veiligheidsdomein

  • 16.

    In 2026 stellen wij een verbetervoorstel op voor het gemeentelijke AED‑netwerk, inclusief een financiële onderbouwing, en brengen wij een advies uit aan het college zodat een zorgvuldig besluit kan worden genomen over de toekomstige inrichting en borging ervan.

Digitale veiligheid

  • 17.

    We organiseren een activiteit in het kader van cybercrime voor jongeren.

  • 18.

    We nemen deel aan de campagne “Dacht het niet”.

  • 19.

    We organiseren we een scenario oefening in het kader van cybercriminaliteit.

Rampenbestrijding

  • 20.

    We zorgen ervoor dat de leden van het Team bevolkingszorg getraind zijn en blijven door middel van een jaarlijkse oefening en het volgen van opleidingen.

  • 21.

    De functionarissen binnen het Team bevolkingszorg hebben geen harde piketfunctie maar dienen in geval van rampen en crises wel bereikbaar en beschikbaar te zijn. Wij dragen zorg voor een continue bezetting van de benodigde functies binnen het team bevolkingszorg. Ook nieuwe functionarissen worden opgeleid en getraind.

  • 22.

    Functionarissen kunnen telefonisch en via het systeem Itel gealarmeerd worden. We beheren het Itel-systeem en dragen zorg voor een maandelijkse alarmeringstest.

  • 23.

    Jaarlijks vindt er een scenariotraining plaats voor het college van B&W.

  • 24.

    We coördineren de plaatselijke maatregelen benodigd bij een verhoogde waterstand van de Maas.

  • 25.

    In 2026 werken wij samen met de Veiligheidsregio aan het programma Weerbare Samenleving. Wij nemen deel aan de periodieke overlegstructuren (minimaal vier keer per jaar) en brengen de daaruit voortvloeiende werkzaamheden voor de gemeente in kaart.

  • 26.

    Onder regie van de Veiligheidsregio werken wij in 2026 aan de actualisering van het natuurmanagementplan, brengen wij de relevante risico’s voor onze gemeente in kaart en treffen wij, waar nodig, passende maatregelen. Wij leveren hierbij een actieve bijdrage en geven uitvoering aan de voorgestelde maatregelen.

  • 27.

    In 2026 voeren wij in samenwerking met Brandveilig Leven minimaal twee publieksgerichte activiteiten uit die de brandveiligheidsbewustwording van inwoners vergroten.

Toelichting

In totaal zijn er naar verwachting 1892 uur beschikbaar voor voornoemde te verrichten werkzaamheden (inclusief beoordeling van vergunningaanvragen in het kader van de Wet BIBOB). Deze uren zijn verdeeld over een adviseur openbare veiligheid en een medewerker openbare veiligheid. Bij de planning voor 2026 is ervan uitgegaan dat externe inhuur gevonden kan worden om volledig te compenseren voor het te verwachten verlies aan uren bij een van deze medewerkers wegens zwangerschapsverlof.

Hoofdstuk 6: Wijze van uitvoering controles

6.1 Wordt er aangekondigd of onaangekondigd gecontroleerd?

Het toezicht gebeurt normaal gesproken aangekondigd, tenzij de inschatting is dat door een onaangekondigde controle plaats te laten vinden (verrassingselement) een meer natuurgetrouw en vollediger beeld verkregen kan worden van de situatie zoals die zich normaal gesproken in de praktijk voordoet.

6.2 Hoe wordt inhoud gegeven aan efficiënte en effectieve toetsing door integraal te werken?

Beleidskeuzes integraal toezicht gemeente Bergen

  • 1.

    Toezicht- en handhavingsactiviteiten worden na het officiële startmoment door alle medewerkers in het voor de gehele organisatie ter beschikking staande RXmission-systeem of Djuma-systeem geregistreerd

  • 2.

    Bij het uitvoeren van de controletaken die een toezichthouder voor zijn eigen vakdiscipline heeft raadpleegt deze altijd de gemeentelijke zaaksystemen om te bezien of er op de te controleren locatie ook zaken spelen m.b.t. het uitvoeren van toezicht- en handhavingstaken ter zake van andere vakdisciplines. Indien er ook vanuit andere disciplines betrokkenheid bij de locatie is wordt met de betrokken vakambtenaar afgestemd of het wenselijk is om samen of voor elkaar actie te ondernemen.

  • 3.

    Controles waarbij er door één integrale handhaver geheel zelfstandig meerdere vakdisciplines wordt gecontroleerd vinden in de gemeente Bergen vooralsnog niet plaats. De specialistische kennis die vereist is om er op een adequaat niveau op te toe te kunnen zien of zowel bouw-, milieu- en brandveiligheidsregelgeving wordt nageleefd is momenteel niet binnen de organisatie voorhanden. Wel dient er bij gebiedsgericht toezicht een oog en oorfunctie vervuld te worden voor wat de overtredingen van het omgevingsrecht aangaat die in de diverse toezichtsgebieden prioriteit hebben en vooraf op lijsten zijn opgesomd.

  • 4.

    In volgorde van de frequentie van toepassing (waarbij de belangrijkste vorm als eerst genoemd wordt) vindt integraal toezicht in de gemeente Bergen als volgt plaats:

    • a.

      Voor toezichthouders geldt een zogenaamde ‘oog- en oorfunctie’ hebben en collega’s informeren indien er een (vermoedelijke) overtreding wordt geconstateerd. De geïnformeerde vakspecialist zal vervolgens een gerichte controle ter plaatse uitvoeren.

    • b.

      In een enkel geval wordt er binnen de gemeente Bergen een handhavingsteam samengesteld. Indien dit gebeurt, is dat een uitwerking van een handhavingsproject.

  • 5.

    In de gemeente Bergen is ervoor gekozen het gemeentebestuur respectievelijk de burgemeester zich van een mix van preventieve en repressieve maatregelen evenals minnelijke afspraken en civiele acties te laten bedienen.

6.3 Samenwerking met andere bestuursorganen, organisaties en dienstverleners

Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUDLN) / Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML)

Met ingang van 1 januari 2015 heeft de gemeente Bergen alle milieutaken onder de RUD-paraplu gebracht. Het betreft alle vergunningverlening, toezicht, handhaving en specialistische taken op het gebied van milieu. Daarnaast is het specialisme ‘constructieve veiligheid’ onder de RUD-paraplu gebracht. De situatie is momenteel zo dat het milieutoezicht bij agrarische bedrijven in de gemeente Bergen in de praktijk via de RUD Limburg-Noord uitgevoerd wordt. Het milieutoezicht bij de overige bedrijven in onze gemeente wordt in principe uitgevoerd door de eigen gemeentelijke toezichthouder milieu. In 2016 is de gemeentelijke Kwaliteitsverordening vastgesteld waarin bepaald is op welke wijze we aan de regionale kwaliteitseisen op het gebied van de uitvoering van WABO-taken willen voldoen. Deze is eind 2023 aangepast voor de introductie van de Omgevingswet. Sinds oktober 2017 geldt een Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN). Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-61521.html 

In 2025 is bepaald dat de ODNML een uniform takenpakket voor alle 15 deelnemende gemeentes zal uitvoeren. Ten opzichte van eerdere afspraken zijn BRIKS-taken niet langer in dit pakket opgenomen (de gemeente Bergen had deze ook niet aan de RUD uitbesteed, maar sommige andere gemeenten wel), maar daarentegen zijn er wel enkele BOA Domein II taken op milieutoezichthoudersvlak in dit takenpakket opgenomen evenals wat toetsingstaken met betrekking tot ruimtelijke plannen (de natuurtoets en soortenbescherschermingstoets bij ruimtelijke plannen blijft wel bij gemeenten). In 2026 dienen vóór en na de oprichting van de ODNML praktische werkafspraken met de ODNML-medewerkers gemaakt te worden hoe de samenwerking zo praktisch en goed mogelijk vormgegeven kan worden.

Samenwerking met politie en justitie

In de Sanctie- en gedoogstrategie Limburg die ook door de gemeente Bergen gevolgd wordt is bepaald in welke gevallen politie en justitie bij handhavingszaken betrokken worden. Ten aanzien van milieugerelateerde overtredingen wordt de overtreding van de zogenaamde ‘gekwalificeerde kernbepalingen’ ook aan de politie gemeld opdat deze ook strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Daarnaast worden overtredingen van de regels van het omgevingsrecht die niet via bestuursrechtelijke maatregelen hersteld kunnen worden en een overtreding van de Wet economische delicten of andere strafrechtelijke wetsartikelen opleveren bij de politie gemeld.

Daarnaast wordt de politie om assistentie gevraagd in handhavingszaken waar de gemoederen hoog op kunnen lopen en toezichthouders zich bedreigd kunnen voelen of bij het verrichten van hun taken onrechtmatig gehinderd worden door de overtreders of andere belanghebbenden. In 2025 is er tussen de gemeente en de politie / het OM een Handhavingsarrangement vastgesteld waarin voor alle type overtredingen waar BOA’s en de politie een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen bepaald welke rol en verantwoordelijkheid iedere partij heeft en hoe de samenwerking feitelijk vorm wordt gegeven.

Samenwerking met BOA’s van Het Limburgs landschap, de provincie Limburg en het waterschap

Momenteel zijn er van verschillende instanties buitengewone opsporingsambtenaren en toezichthouders actief op het grondgebied van de gemeente Bergen. Tot deze instanties behoren onder andere: Natuurmonumenten, sportvisserij Limburg, Staatsbosbeheer, Provincie Limburg, de politie en het Limburgs Landschap.

Ieder van deze opsporingsambtenaren en toezichthouders doet waarnemingen op Bergens grondgebied die ook van waarde voor andere instanties kunnen zijn. Een betere onderlinge communicatie, afstemming en gecoördineerde inzet met betrekking tot bepaalde issues (zoals de aanpak van afval- en asbestdumpingen, crosspraktijken en stroperij) kan een grote meerwaarde voor de gemeente hebben. In januari 2019 heeft de gemeente Bergen ingestemd met het bevoegdheidsconvenant ‘Handhaving in de natuur in de provincie Limburg’.

Dit convenant beoogt een goede samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van de informatiewisseling en maakt het tevens mogelijk dat de buitengewoon opsporingsambtenaren van de deelnemende partijen op elkaars grondgebied (werkgebied) van hun bevoegdheden gebruik kunnen maken.

Het grote voordeel van deze convenant-constructie is dat we te allen tijde zelf bepalen kunnen of we assistentie aan andere instanties verlenen en dat we naar believen hulp kunnen vragen aan andere instanties. De coördinatie van oproepen voor gezamenlijke acties ligt bij de Provincie en politie, dus er komt voor de gemeente geen extra coördinerend werk bij, terwijl we er wel voordelen van hebben.

Samenwerking met douane, belastingdienst, NVWA, GGD en arbeidsinspectie

Deze samenwerking is beperkt tot themagerichte integrale handhavingsacties. Wanneer het vermoeden bestaat dat zich op een bepaalde locatie een groot aantal tekortkomingen voordoet die (ook) voor de douane, belastingdienst, voedsel- en warenautoriteit, GGD en/of arbeidsinspectie relevant kunnen zijn worden deze instanties ook voor het uitvoeren van de controle verzocht om aan te geven of zij behoefte hebben deel te nemen aan een onaangekondigde controle op de locatie waar de overtredingen vermoed worden. In het verleden heeft de gemeente Bergen een dergelijke integrale controle op verschillende kampeerterreinen in de gemeente plaats laten vinden.

Inschakelen van professionele rechtshulp (advocaten)

In sommige gevallen kan een bepaald resultaat (herstel in rechtmatige toestand) zowel bereikt worden door een publiekrechtelijk handhavingstraject te volgen als in te steken op een civielrechtelijk handhavingstraject (normaal gesproken is het volgen van het civielrechtelijke traject echter op basis van de zogenaamde ‘Tweewegen-leer’ uitgesloten wanneer een publiekrechtelijk traject gevolgd kan worden). In deze situaties heeft het de voorkeur in te steken op het volgen van een publiekrechtelijk handhavingstraject. Voor het initiëren van civielrechtelijke procedures geldt namelijk vaak verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat wat de gemeente veel geld kan kosten. Met het oog op het beperken van de met handhavingprocedures gemoeide kosten dient er zo spaarzaam mogelijk gebruik gemaakt te worden van de inschakeling van professionele rechtshulp.

Indien de gemeente zelf aansprakelijk wordt gesteld in een civiele procedure bestaat er echter vaak de mogelijkheid om deze kwestie door de verzekeraar te laten behandelen omdat de gemeente hiervoor verzekerd is.

Regionaal uitvoeringsteam (ACT!) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT)

Ondermijnende criminaliteit uit zich in tal van vormen en zorgt voor complexe problemen. Om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan werd het ACT! interventieteam in 2021 opgericht in Noord-Limburg. De basis van de ACT!-teams is de intergemeentelijke samenwerking van BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) en toezichthouders. Het ACT! Interventieteam voert regelmatig gemeentelijke controles uit om zo criminele netwerken te verstoren en onze samenleving leefbaar en veilig te houden. Zij komen in actie bij drugscriminaliteit, prostitutie, witwassen, illegale bewoning, vergunningen, uitkeringsfraude, arbeidsuitbuiting, brandveiligheid en milieudelicten.

Voor een effectieve aanpak is samenwerking cruciaal. Bij de aanpak van ondermijning schakelen de regionale ACT!-teams met andere overheidspartners. Denk aan politie, belastingdienst en andere belangrijke organisaties. De bestuurlijke handhaving is in Noord-Limburg succesvol gebleken en heeft ertoe geleid dat er in het voorjaar van 2024 in heel Limburg dergelijke teams zijn opgericht.

In 2021 is er ook een Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT). Dit team heeft ten doel overtredingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan. Door deze samenwerking wordt beoogd om belasting-, premie-, uitkeringsfraude terug te dringen, misbruik en oneigenlijk gebruik van toeslagen. In het FRIT werken 8 landelijke ketenpartners (waaronder de belastingdienst, de Immigratie- en naturalisatiedienst, het UWV, de SVB en de inspectie SZW) samen. Om onderling relevante gegevens uit te kunnen wisselen en samen te kunnen werken is begin 2021 een convenant tussen partijen gesloten en heeft de gemeente Bergen ook de “Samenwerkingsovereenkomst voor Interventieteams 2017 (LSI)”.

Samenwerking met Veiligheidsregio Limburg Noord

De VRLN beoordeeld de risico’s van branden, rampen en crises en gaat in op de mogelijkheden deze incidenten te voorkomen, te beperken, de zelfredzaamheid te versterken en de maatregelen om het brandweeroptreden zo goed en veilig mogelijk te kunnen laten plaatsvinden. Hiervoor adviseert de VRLN de gemeente Bergen risicogericht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van omgevings- en brandveiligheid. Ook voert de VRLN op dit gebied het toezicht uit en adviseert het de gemeente Bergen in het kader van handhaving. De VRLN rapporteert per kwartaal jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en de communicatielijnen zijn kort en goed. Wekelijks neemt een medewerker van de Veiligheidsregio deel aan het gemeentelijke initiatievenoverleg, waarbij alle nieuwe aanvragen die de gemeente dient te beoordelen besproken worden.

Hoofdstuk 7: Vormgeving juridisch handhavingstraject (aanschrijvingstraject)

Na het constateren van een overtreding wordt de sanctiestrategie gehanteerd volgens standaard het driestappentraject. Binnen de gemeentelijke organisatie zal de sanctiestrategie zoveel mogelijk uniform toegepast worden. Een op te leggen sanctie kan zijn: een last onder dwangsom, bestuursdwang of het intrekken van een vergunning/ontheffing.

Standaard: 3-stappentraject

De keuze voor drie stappen is ingegeven door het inzicht dat enerzijds een overtreder de ruimte dient te krijgen zijn gedrag aan te passen en maatregelen moet kunnen nemen. Anderzijds mag het handhavingstraject niet onevenredig lang worden met het gevaar dat er onvoldoende zicht is op het beëindigen van de illegale situatie.

1.Mondeling contact en eerste aanschrijving (sommatiebrief)

De overtreder wordt door middel van een brief op de overtreding gewezen en krijgt de mogelijkheid om binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. In alle gevallen waarin dit (redelijkerwijs) mogelijk is dient vóór het versturen van de eerste brief mondeling contact gezocht te worden om de overtreder in kennis te stellen van de actie die vanuit de gemeente geïnitieerd zal worden naar aanleiding van de bevindingen. Wanneer tijdens dit mondelinge contact goede afspraken gemaakt kunnen worden over de beëindiging van de overtreding kan ervoor gekozen worden om het versturen van de sommatiebrief achterwege te laten. Het achterwege laten van de sommatiebrief dient echter uitzondering te vormen om vertragingstactieken de kop in te drukken en geen misverstanden te laten bestaan over datgeen wat concreet gevorderd wordt.1 Mondelinge afspraken worden schriftelijk (per mail of per brief) bevestigd aan de (mogelijke) overtreder. Bij de overtreding van een kernvoorschrift in de milieuvergunning volgt direct een brief naar het Openbaar Ministerie.

2.Hercontrole en vooraanschrijving zienswijze

Als geconstateerd wordt dat aan het eerste schrijven geen gehoor is gegeven, wordt naar de overtreder een bestuurlijke waarschuwing verstuurd met een nieuwe termijn. Daarbij wordt duidelijk gemaakt welke sancties de gemeente open staan om de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. De politie (het Openbaar Ministerie) heeft hierbij de mogelijkheid om ook strafrechtelijk op te treden. De keuze om wel of niet strafrechtelijk op te treden is volledig aan het Openbaar Ministerie te bepalen. Strafrechtelijk optreden is hier wel als uitgangspunt gehanteerd.

3.Oplegging en uitvoering bestuursrechtelijke beschikking

Als ook de bestuurlijke waarschuwing niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, legt de gemeente conform de procedure van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb-procedure) een handhavingsbeschikking op. Na het verstrijken van de termijn in deze beschikking worden de aangekondigde sancties geëffectueerd.

Afwijkend: 2-stappentraject

Van het 3-stappentraject kan in de volgende situaties worden afgeweken:

  • Indien legalisatie van overtreding praktisch uitgesloten is

  • In geval van recidive (notoire overtreders van voorschriften van niet geringe ernst)

In dat geval zijn dit de twee stappen:

  • 1.

    Vooraanschrijving met gelegenheid zienswijze in te dienen

  • 2.

    Handhavingsbesluit met redelijke begunstigingstermijn

Uitzonderlijk: 1-staptraject

In voorkomende acute gevallen of onomkeerbare situaties kan bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd. Naderhand dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. Hieronder staan enkele voorbeelden:

  • levensbedreigende situaties (bijvoorbeeld bij instortingsgevaar);

  • brandgevaarlijke situaties, die acuut levensbedreigend kunnen zijn;

  • het stilleggen van de bouw in het geval van illegale bouw of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouwwerkzaamheden;

  • illegale sloop (bijvoorbeeld met asbest) of onvoorziene veiligheid- of gezondheidssituaties tijdens vergunde sloopwerkzaamheden;

  • aantasting van monumentale waarden;

  • bedreiging van de openbare orde.

In dat geval is dit de enige stap:

  • 1.

    Handhavingsbesluit met korte of geen begunstigingstermijn (deze volgt al dan niet onverwijld na het toepassen van bestuursdwang en opmaken van een proces-verbaal)

Wanneer bestuursrechtelijk optreden geen oplossing biedt, bijvoorbeeld omdat er sprake is van onherstelbare schade, vindt overleg met de politie plaats om tot een strafrechtelijke vervolging te komen.

Hoofdstuk 8: Waarborging middelen en inzet personele capaciteit

8.1 Benodigde en beschikbare capaciteit vergunningverleningstaken

afbeelding binnen de regeling

* Deze toetsingscapaciteit wordt door een medewerker buiten het VTH-team geleverd.

** Een probleem ontstaat wanneer het om meer uren gaat of gaat over vergunning gerelateerde zaken waar ook een handhavingstraject speelt. In dat geval zal bezien worden wat de meest geschikte andere collega is die deze zaak kan behartigen.

8.2 Benodigde en beschikbare capaciteit toezicht- en handhavingstaken

afbeelding binnen de regeling

8.3 Financiële borging

afbeelding binnen de regeling

Kanttekening / waarschuwing

In de eind 2025 gepresenteerde gewijzigde begroting van de RUD is te lezen dat men inschat dat de ODNML over 2026 een deelnemersbijdrage van de gemeente Bergen zal verlangen van in totaal € 345.000,- (incidenteel 32.000,- en structureel 313.000,-). Ten opzichte van het begrote totale budget voor de RUD / ODNML van ongeveer € 297.000,- (waarvan gedurende 2026 nog € 92.000,- van het HRM-budget naar het VTH milieubudget overgeheveld moeten worden) betekent dit een tekort is van ongeveer € 48.000,-.

In het oprichtingsjaar van de ODNML is het echter niet te verwachten dat de daadwerkelijke rekening die eind 2026 zal worden gefactureerd voor het werk dat de ODNML heeft gedaan daadwerkelijk zo hoog zal zijn als waar de RUD momenteel rekening mee houdt. Deze berekening gaat er immers vanuit dat de totale bezetting die men wenst te realiseren in het oprichtingsjaar op meer dan 60% van de omvang zal zijn waarnaar gestreefd wordt. Bovendien is het boekjaar in april 2026 wanneer de ODNML begint al 1 kwartaal korter dan gebruikelijk en lijkt het niet onwaarschijnlijk dat de ODNML ervaren medewerkers van de gemeente Bergen die niet meegaan en nu wel al jaren RUD-werkzaamheden uitvoeren in 2026 nog zal verzoeken om tijdelijk detacheringswerk voor de ODNML uit te voeren (waar inkomsten tegenover staan waar nu nog geen rekening mee gehouden is). In de loop van 2026 en na de oprichting en inwerkingtreding van de ODNML zal moeten worden geëvalueerd of het echt waarschijnlijk is dat nog meer budget gereserveerd moet worden voor de ODNML.

Ondertekening

Bijlage 1 Toetsingsprotocol vergunningen bouw

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bijlage 2 Indeling van handhavingsgebieden

afbeelding binnen de regeling


Noot
1

Immers, wanneer dit niet gebeurd en na verloop van tijd blijken mocht dat afspraken toch niet worden nagekomen dient er eerst nog eens een vooraanschrijving verstuurd te worden alvorens een handhavingsbesluit genomen kan worden.