Regeling vervalt per 01-04-2029

Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water GLB-NSP provincie Zuid-Holland 2026 - 2027

Geldend van 05-03-2026 t/m 31-03-2029

Intitulé

Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water GLB-NSP provincie Zuid-Holland 2026 - 2027

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland;

Gelet op artikel 1.3 en artikel 7.1, onderdeel e, onder 2o van de Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013;

Gelet op 1.2 en hoofdstuk 2, paragraaf 4 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;

Overwegende dat het wenselijk is om bij te dragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren en duurzame energie te bevorderen;

Overwegende dat het wenselijk is om te bevorderen de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen;

Overwegende dat het wenselijk is om bij te dragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitats en landschappen;

Overwegende dat de lidstaat Nederland op grond van het door de Europese Commissie op 13 december 2022 goedgekeurde Nationaal Strategisch Plan GLB 2023-2027 voor de interventie niet-productieve investeringen op niet-landbouwbedrijven, aanvullende nationale financiering levert zoals bedoeld in artikel 145 en 146 van verordening 2021/2115;

Overwegende dat de waterschappen op grond van het NSP de ontvangen Europese subsidie met minimaal hetzelfde bedrag aanvullen;

Overwegende dat hiertoe deze regeling is opgesteld;

Besluiten vast te stellen het volgende besluit:

Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water GLB-NSP provincie Zuid-Holland 2026 – 2027

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder:

  • Regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland;

  • Asv: Algemene subsidieverordening Zuid-Holland 2013.

Artikel 2 Aanvraagperiode

  • 1. Een aanvraag voor subsidie kan het hele jaar worden ingediend tot en met 7 juli 2028.

  • 2. Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze uiterlijk 7 juli 2028 is ontvangen.

  • 3. Als een subsidieaanvraag niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag is aangevuld en gecompleteerd als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3 Subsidiabele activiteit

  • 1. Subsidie kan worden verstrekt voor niet-productieve investeringen in of nabij watersystemen op niet-landbouwbedrijven in de volgende beheergebieden:

    • a.

      Hollandse Delta;

    • b.

      Rivierenland;

    • c.

      Delfland;

    • d.

      Rijnland;

    • e.

      Schieland en de Krimpenerwaard;

    • f.

      Stichtse Rijnlanden.

  • 2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt in de vorm van een projectsubsidie.

  • 3. De activiteit, bedoeld in het eerste lid, draagt bij aan minimaal één van de volgende doelen:

    • a.

      matiging van en aanpassing aan klimaatverandering of bevorderen van duurzame energie;

    • b.

      bevorderen van duurzame ontwikkeling of efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen;

    • c.

      het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, versterking van ecosysteemdiensten of instandhouding van habitats of landschappen.

Artikel 4 Aanvrager

Subsidie wordt, voor zover het hun beheergebied betreft in Zuid-Holland, uitsluitend verstrekt aan het:

  • a.

    Waterschap Hollandse Delta;

  • b.

    Waterschap Rivierenland;

  • c.

    Hoogheemraadschap van Delfland;

  • d.

    Hoogheemraadschap van Rijnland;

  • e.

    Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, of

  • f.

    Hoogheemraadschap van Stichtse Rijnlanden.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

Onverminderd artikel 1.2, derde lid, onderdeel j en artikel 1.6 van de Regeling, omvat de subsidieaanvraag tevens een ondertekende en rechtsgeldige verklaring van de aanvrager gericht tot gedeputeerde staten van Zuid-Holland inhoudende:

  • a.

    aanvrager neemt de financiering op zich van de te subsidiëren activiteit, bedoeld in het eerste lid van artikel 3, alsmede

  • b.

    de hoogte van de financiering bedoeld in onderdeel a.

Artikel 6 Financiering

  • 1. Het deelplafond voor de periode, bedoeld in artikel 2, bedraagt € 10.000.000,--.

  • 2. De financiering, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, komt geheel voor rekening van het waterschap of hoogheemraadschap in welk beheergebied de activiteit wordt uitgevoerd, zonder dat dit leidt tot een financiële bijdrage van de provincie.

Artikel 7 Toestemming indien activiteit reeds in uitvoering

In afwijking van artikel 1.5, eerste lid, onder i, van de Regeling en van artikel 2.6, eerste lid, onder a van de Asv wordt subsidie niet geweigerd indien:

  • a.

    de te subsidiëren activiteit al in uitvoering is of al is afgerond voordat de aanvraag is ingediend;

  • b.

    met de uitvoering van de activiteit, bedoeld in het eerste lid van artikel 3, is gestart na 1 januari 2023.

Artikel 8 Subsidiabele kosten

  • 1. De subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 2.4.3 van de Regeling, worden berekend door toepassing van artikel 1.9, eerste lid, onder a, b of c van de Regeling.

  • 2. Als de subsidiabele kosten worden berekend zonder vereenvoudigde kostenoptie, dan worden de loonkosten en kosten eigen arbeid berekend op de wijze als bedoeld in artikel 1.9a, eerste lid, onder a, van de Regeling.

  • 3. Als de subsidiabele kosten worden berekend met vereenvoudigde kostenoptie voor overige kosten, dan worden de kosten berekend op de wijze als bedoeld in artikel 1.9c, eerste lid, onder a, van de Regeling.

Artikel 9 Subsidievereiste

  • 1. Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen heeft een aanvraag 30 of meer punten, beoordeeld op basis van de volgende criteria, waarbij voor elk criterium 0 tot 5 punten behaald kan worden en waarvoor de wegingsfactoren gelden zoals genoemd in het tweede lid:

    • a.

      de mate van effectiviteit van de activiteit;

    • b.

      de haalbaarheid van de activiteit;

    • c.

      de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit;

    • d.

      de mate van urgentie.

  • 2. De criteria hebben de volgende wegingsfactoren:

    • a.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder a, heeft een wegingsfactor van 4;

    • b.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een wegingsfactor van 3;

    • c.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft een wegingsfactor van 2;

    • d.

      het criterium bedoeld in het eerste lid, onder d, heeft een wegingsfactor van 1.

Artikel 10 Subsidie-arrangement

Artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling is van toepassing.

Artikel 11 Verplichting

De activiteit, bedoeld in artikel 2, wordt uiterlijk op 31 december 2028 afgerond.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Artikel 13 Werkingsduur

Dit besluit vervalt op 1 april 2029.

Artikel 14 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit niet-productieve investeringen water GLB-NSP provincie Zuid-Holland 2026 – 2027.

Ondertekening

Den Haag, 24 februari 2026

Gedeputeerde staten van Zuid-Holland

drs. M.J.A. van Bijnen MBA, secretaris

mr. A. W. Kolff, voorzitter