Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Nunspeet

Geldend van 05-03-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Nunspeet

Algemene voorwaarden

Nadere regeling stimulering klimaatadaptieve maatregelen gemeente Nunspeet

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de nadere regeling is gebaseerd:

Artikel 160 lid 1 a en b van de Gemeentewet (bevoegdheden B&W)

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies)

Algemene Subsidieverordening van de gemeente Nunspeet

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Algemene bepalingen en begripsomschrijving

1.1. In deze nadere regeling wordt verstaan onder:

  • a. Aanvraag:

  • Een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in deze regeling, die de aanvrager indient;

  • b. Aanvrager:

    • Een meerderjarig natuurlijk persoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

    • Een VvE;

    • Een rechtspersoon voor zover die krachtens het eigendomsrecht eigenaar is van het pand, dan wel huurder met instemming van de eigenaar;

  • c. Afkoppelen:

  • Hemelwater aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen en ter plaatse vasthouden of infiltreren en wanneer dat niet mogelijk is via oppervlaktewater of het hemelwaterriool te verwerken;

  • d. Awb:

  • Algemene wet bestuursrecht;

  • e. Asv:

  • Algemene subsidieverordening gemeente Nunspeet;

  • f. BAG:

  • Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • g. Bebouwde kom:

  • Begrenzing van bebouwde kern zoals bepaald in art. 20a Wegenverkeerswet 1994;

  • h. Bestaand pand:

  • Een pand dat is vergund dan wel is opgericht vóór 1 januari 2015;

  • i. College:

  • College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;

  • j. Dakoppervlak:

  • De horizontale projectie van een dakoppervlak van een pand;

  • k. Gemengde riolering:

  • Riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • l. Groen dak:

  • Dak met een laag vegetatie als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten (vegetatiedak) die zeer traag groeien en sterk 'zelfvoorzienend' zijn;

  • m. Groenblauw dak:

  • Intensief groen dak met dikkere substraatlaag waar in veel neerslag tijdelijk vastgehouden kan worden, eventueel in combinatie met actieve sturing op berging van pieken en vertraagde afvoer;

  • n. Hemelwater:

  • Regenwater, ijzel, sneeuw en hagel;

  • o. Hemelwater riolering:

  • Riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater welke doorgaans naar oppervlaktewater wordt afgevoerd;

  • p. Infiltratie:

  • Het op eigen terrein hemelwater infiltreren van een afgekoppeld dakoppervlak of bestrating in de bodem via het maaiveld (bodempassage) of door middel van een (boven- of ondergrondse) voorziening;

  • q. Nuttig gebruik hemelwater :

  • Buffering en filtering van neerslag met (laagwaardig) gebruik ter vervanging van drinkwater, bijvoorbeeld als sproeiwater in de tuin etc.;

  • r. Oppervlaktewater:

  • Openbaar water, bijvoorbeeld een vijver of sloot;

  • s. Pand(en):

  • Woning(en), aan- of uitbouw(en) of bijgebouw(en), die opgenomen zijn in de BAG en legaal gebouwd zijn, inclusief de met het pand verbonden terrein;

  • t. Vergroenen:

  • Het vervangen van verharding, in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal in een tuin of op een terrein door beplanting zoals gras, planten, struiken of bomen; ook wel ‘ontstenen’ genoemd;

  • u. Verhard oppervlak:

  • Het oppervlak van daken, wegen en verharde terreinen waarvan hemelwater tot afstroming komt naar een riool;

  • v. Voorziening:

  • Maatregel, product of activiteit gericht op het beperken van de gevolgen van een veranderend klimaat; het plaatsen van een regenton, -zuil of -schutting, het planten van bomen, het afkoppelen van verhard oppervlak, vergroenen, het aanleggen van een groen/bruin/groenblauw dak en het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater;

  • w. VvE:

  • Vereniging van Eigenaren.

Op deze regeling is de Asv van toepassing, tenzij hiervan in deze regeling wordt afgeweken. De subsidies die op grond van deze nadere regels worden verstrekt zijn aan te merken als eenmalige subsidies.

Artikel 1.2 Doel subsidie

Deze regeling heeft als doel inwoners in de gemeente Nunspeet te stimuleren om zelf klimaatadaptieve maatregelen te treffen op/bij het pand.

Artikel 1.3 Subsidiabele activiteiten

Het college kan aan een aanvrager subsidie verstrekken onder de in deze regeling opgenomen voorwaarden voor:

  • a. plaatsen van een regenton, -zuil en/of —schutting;

  • b. het planten van bomen;

  • c. het afkoppelen van hemelwater;

  • d. vergroenen ofwel ontstenen;

  • e. het aanleggen van een groen dak;

  • f. het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van

  • g. hemelwater.

Artikel 1.4 Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt jaarlijks voor het daaropvolgende kalenderjaar een subsidieplafond, zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Awb, vast. De regeling loopt tot en met 31 december 2028, waarbij het subsidieplafond jaarlijks wordt geëvalueerd en vastgesteld.

  • 2. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst tot het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Complete aanvragen die op dezelfde datum in de volgorde van ontvangst zijn opgenomen, worden geacht tegelijkertijd te zijn ontvangen. Voor zover toekenning van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden worden deze naar rato toegekend.

  • 4. Voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de subsidie gedeeltelijk geweigerd.

Artikel 1.5 Algemene Voorwaarden en verplichtingen

  • 1. De aanvraag van de subsidie voldoet aan de volgende algemene voorwaarden en verplichtingen:

    • 1.

      Met het treffen van de voorzieningen wordt het beleidsdoel zoals genoemd in artikel 1.2 in voldoende mate gediend;

    • 2.

      De voorziening is maximaal 6 maanden voor realisatie aangekocht;

    • 3.

      De aanvraag moet binnen 6 maanden van hetzelfde kalenderjaar na de uitvoering van de maatregelen (waar de aanvraag betrekking op heeft) worden ingediend;

    • 4.

      De aanvraag is ingediend op een door het college te verstrekken aanvraagformulier op de website van de gemeente Nunspeet. De aanvraag is volledig ingevuld en voorzien van alle informatie en bijlagen die op het aanvraagformulier verplicht zijn gesteld en in artikel 1.6 staan opgenomen;

    • 5.

      Per categorie voorzieningen, zoals genoemd in artikel 1.3 kan er één aanvraag per pand worden ingediend;

    • 6.

      Ontwerp, aanleg en/of installatie zijn deugdelijk uitgevoerd;

    • 7.

      De voorziening voldoet aan de geldende wet- en regelgeving (waaronder het welstandsbeleid en de bouwverordening) en is voorzien van de benodigde vergunningen (omgevingsvergunning, monumentenvergunning, etc.);

    • 8.

      De aanvrager dient de voorzieningen blijvend in stand te houden en deugdelijk te onderhouden;

    • 9.

      Herstel, reparatie of uitbreiding van een bestaande voorziening is uitgesloten van subsidie;

    • 10.

      De aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan een eventuele controle ter plaatse;

    • 11.

      De subsidie bedraagt nooit meer dan de werkelijke kosten van de getroffen voorziening, verminderd met eventuele bijdragen van derden.

  • 2. Naast deze algemene voorwaarden en verplichtingen die voor iedere voorziening gelden, gelden er per voorziening ook nog specifieke voorwaarden en verplichtingen. Die zijn hieronder per voorziening opgenomen.

Artikel 1.6 Aanvraag

Na het realiseren van de voorziening(en), kan de aanvrager een aanvraag om subsidie indienen door het insturen van:

  • a. een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;

  • b. een factuur op naam met technische specificaties en aankoopdatum en/of uitvoeringsdatum;

  • c. een foto van de bestaande situatie zonder voorziening en de nieuwe situatie met voorziening, waarbij het pand op de foto duidelijk zichtbaar is;

  • d. als deze is vereist: een omgevingsvergunning;

  • e. als u huurder of pachter bent: schriftelijke toestemming van de eigenaar;

  • f. Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van de beslissing op de aanvraag noodzakelijk respectievelijk voldoende zijn.

Artikel 1.7 Beslissing op aanvraag

  • 1. Het college neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag een beslissing.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3. Als het college de subsidie verleent, wordt deze gelijktijdig vastgesteld.

  • 4. Het college stelt de subsidie vast met inachtneming van de maximale subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 2.2, 3.2, 4.2, 5.2, 6.2 of artikel 7.3.

  • 5. De betaling van de subsidie vindt plaats binnen 4 weken na de subsidievaststelling.

  • 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidie van rechtswege) is niet van toepassing.

Hoofdstuk 2 Plaatsen regenton, -zuil of –schutting

Artikel 2.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel a, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende voorwaarden:

  • 1. Er wordt minimaal 5 m2 verhard oppervlak aangesloten per regenton, regenzuil of schuttingsegment.

  • 2. De regenton, regenzuil of het schuttingsegment heeft een minimale capaciteit van 100 liter.

  • 3. De regenton(nen), zuil(en) of schutting wordt permanent geplaatst bij het betreffende pand.

  • 4. Subsidie wordt verstrekt voor maximaal twee voorzieningen per adres waarbij de keuze is uit regentonnen, regenzuilen of schuttingsegmenten.

Artikel 2.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van een regenton bedraagt € 30 per regenton.

  • 2. De subsidie voor het plaatsen van een regenschutting/regenzuil bedraagt € 40 per segment/zuil.

Hoofdstuk 3 Planten van een Boom

Artikel 3.1 Subsidievoorwaarden

  • 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.3, onderdeel b, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende specifieke voorwaarden:

    • a.

      de aanplant van bomen is subsidiabel voor maximaal twee loofbomen per pand, zover er geen sprake is van een herplantplicht.

    • b.

      Enkel bomen van de opgestelde bomenlijst zijn subsidiabel.

    • c.

      De oppervlakte van de tuin dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte. Daarom gelden de volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen:

  • <50m2 (o.a. voortuinen) 3e grootte boom (tot 6m hoogte)

  • 50 — 200 m2 2e grootte boom (6-12m hoogte)

  • > 200 m2 1e grootte boom (>12m hoogte)

  • 2. Geen subsidie wordt verstrekt voor:

    • a.

      bomen die in het kader van een herplantverplichting moeten worden geplant;

    • b.

      bomen die geplant worden binnen 2 meter van de erfgrens;

    • c.

      heesters die geplant worden binnen 0,5 meter van de erfgrens zonder dat er een akkoordverklaring is van de eigenaar van het aanpalende perceel.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt maximaal €50 per boom en maximaal €5 per heester.

  • 2. Per pand wordt niet meer dan 50% van de werkelijke kosten met een maximum van €100 gesubsidieerd.

Hoofdstuk 4 Afkoppelen hemelwater

Artikel 4.1 Subsidievoorwaarden afkoppelen zonder voorziening

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, voor het afkoppelen van hemelwater zonder voorziening, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende voorwaarden:

  • 1. De aanvraag betreft een bestaand pand van voor 2015 binnen de bebouwde kom dat niet is aangesloten op een drukriool.

  • 2. Er wordt minimaal 20 m2 verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.

  • 3. Het afgekoppelde hemelwater infiltreert direct op eigen terrein, zonder aanvullende voorzieningen voor berging of infiltratie.

  • 4. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.

  • 5. De infiltratie van het afgekoppelde hemelwater op eigen terrein of de afvoer van hemelwater naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en kan op geen enkele wijze overlast veroorzaken.

Artikel 4.1a Subsidievoorwaarden afkoppelen met voorziening

Om in aanmerking te komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, voor het afkoppelen van hemelwater met voorziening, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende voorwaarden:

  • 1. De aanvraag betreft een bestaand pand van vóór 2015 binnen de bebouwde kom dat niet is aangesloten op een drukriool.

  • 2. Er wordt minimaal 20 m² verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering.

  • 3. Er wordt minimaal 60 mm (= 60 liter per afgekoppelde m²) berging op eigen terrein gerealiseerd.

  • 4. De voorziening voor berging en/of infiltratie bestaat uit een systeem dat hemelwater tijdelijk kan opslaan en/of geleidelijk kan laten infiltreren in de bodem, zoals infiltratiekratten of vergelijkbare voorzieningen.

  • 5. Bij infiltratie moet de bodem daarvoor geschikt zijn.

  • 6. De infiltratie of afvoer naar oppervlaktewater is in de specifieke situatie naar het oordeel van het college haalbaar en mag op geen enkele wijze overlast veroorzaken.

  • 7. Deze subsidie is uitsluitend bedoeld voor voorzieningen die hemelwater infiltreren in de bodem of afvoeren naar oppervlaktewater. Voorzieningen die zijn bedoeld voor hergebruik van hemelwater vallen onder Hoofdstuk 7.

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1. Voor maatregelen zoals genoemd in artikel 4.1 (afkoppelen zonder voorziening): De subsidie bedraagt €5 per afgekoppelde m2 dakoppervlak, met een maximum van €60 per pand.

  • 2. Voor maatregelen zoals genoemd in artikel 4.1a (afkoppelen met voorziening voor berging en/of infiltratie): De subsidie bedraagt €100 per 1.000 liter gerealiseerde berging, met een maximum van €600 per pand.

Hoofdstuk 5 Vergroenen/ontstenen

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

De voorzieningen die aangelegd worden betreffen een groenere tuin of een terrein waarbij bestaande verharding blijvend wordt vervangen voor groen (heesters, hagen, vaste planten, bomen, gras, etc.).

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel d, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende voorwaarden:

  • 1. De aanvraag betreft een bestaand pand/ terrein binnen de bebouwde kom.

  • 2. Er wordt minimaal 10 m2 verhard oppervlak blijvend verwijderd.

  • 3. De eerste aanleg van een tuin of terrein is uitgesloten van subsidie (het moet gaan om bestaande verharding die er aantoonbaar minimaal 1 jaar heeft gelegen).

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het vergroenen ofwel ontstenen bedraagt €6,- per m2;

  • 2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van €500 subsidie toegekend.

Hoofdstuk 6 Groene Daken

Artikel 6.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel e, gelden in aanvulling op artikel 1.5 de volgende voorwaarden:

  • 1. De aanvraag betreft een pand binnen de bebouwde kom; en

  • 2. Met het aanbrengen van een groen/ groenblauw dak wordt het vasthouden en vertragen van hemelwater in voldoende mate gediend, dit ter beoordeling van het college.

Artikel 6.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het aanleggen van een groen /groenblauw dak is afhankelijk van de waterberging:

    • Minimaal 18 liter per m2 € 25,- per m2

    • Minimaal 30 liter per m2 € 45,- per m2

    • Meer dan 50 liter per m2 €65,- per m2

  • 2. Per pand worden niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van 25 m2 toegekend.

Hoofdstuk 7 Voorziening nuttig gebruik hemelwater

Artikel 7.1 Subsidievoorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie zoals bedoeld in artikel 1.3, onderdeel f, gelden de volgende voorwaarden:

  • 1. De voorziening is zodanig uitgevoerd dat deze hemelwater opvangt en beschikbaar maakt voor nuttig gebruik, zoals tuinbesproeiing of andere toepassingen waarbij hemelwater kraanwater vervangt.

  • 2. De voorziening is voldoende bereikbaar voor onderhoud en inspectie. Voor alle toepassingen dient rekening gehouden te worden met gezondheidsrisico's.

  • 3. Er wordt voldoende hemelwater gebufferd ter vervanging van het gebruik van kraanwater, dit ter beoordeling van het college.

  • 4. De aanvraag betreft een bestaand pand van vóór 2015 binnen de bebouwde kom.

  • 5. Deze subsidie is uitsluitend bedoeld voor voorzieningen die hemelwater bufferen met het oog op hergebruik. Voorzieningen die uitsluitend zijn bedoeld voor infiltratie van hemelwater op eigen terrein vallen onder Hoofdstuk 4.

  • 6. Voorzieningen met een buffercapaciteit van minder dan 500L komen niet in aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk. Kleine opvangvoorzieningen zoals regentonnen van 100L tot 500L vallen onder Hoofdstuk 2.

Artikel 7.2 Subsidiabele kosten

  • 1. Tot de subsidiabele kosten worden gerekend de eenmalige investeringskosten verbonden aan de uitvoering, waaronder begrepen in ieder geval de loonkosten, materiaalkosten en omzetbelasting.

  • 2. Niet tot de subsidiabele kosten worden gerekend in ieder geval:

    • a.

      De administratieve kosten voor de subsidieaanvraag.

    • b.

      De kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen.

Wanneer er een aanvraag wordt ingediend zijn de bedragen die dan zijn vastgesteld bindend.

Artikel 7.3 Hoogte subsidie

De subsidie voor het realiseren en in werking hebben van een voorziening voor nuttig gebruik van hemelwater bedraagt 50% van de werkelijke subsidiabele kosten met een maximum van €500,- per pand.

Hoofdstuk 8 Weigerings- terugvorderings- en intrekkingsgronden algemeen

Artikel 8.1 Subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken

Het college kan een subsidie weigeren, terugvorderen en/of intrekken indien:

  • a.

    Er sprake is van een situatie beschreven in artikel 4:25 tweede lid, 4:48 en/of 4:49 van de Awb of in artikel 10 van de Asv.

  • b.

    Het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd het subsidieplafond geheel of gedeeltelijk overschrijdt.

  • c.

    De aanvraag niet voldoet aan het doel van de regeling, zoals genoemd in artikel 1.2.

  • d.

    De aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten zoals genoemd in artikel 1.3.

  • e.

    Er niet wordt voldaan aan de vereisten zoals genoemd in de artikelen: 2.1, 3.1, 4.1, 5.1, 6.1 of 7.1.

  • f.

    De voorzieningen niet zijn gerealiseerd.

  • g.

    Er voor dezelfde subsidiabele activiteit voor het gehele aangevraagde bedrag vanuit een andere regeling of voorziening (ook van andere overheids(instellingen) al een subsidie of budget in welke vorm dan ook aan de aanvrager beschikbaar is gesteld en toekenning van de aanvraag tot een dubbeling zou leiden. Er kan voor eenzelfde activiteit geen dubbele subsidie worden aangevraagd.

  • h.

    Indien na subsidieverlening blijkt dat de subsidie ten onrechte is verleend of vastgesteld, kan het college de subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken of terugvorderen overeenkomstig artikel 4:46 van de Awb.

Hoofdstuk 9 Overgangsbepaling

Artikel 9.1 Overgangsbepaling

  • 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1.5, derde lid, geldt dat aanvragen voor voorzieningen die zijn aangeschaft of uitgevoerd in de periode van 1 januari 2025 tot de datum van inwerkingtreding van deze regeling, kunnen worden ingediend tot uiterlijk 6 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

  • 2. Voor deze aanvragen gelden verder de voorwaarden zoals opgenomen in deze regeling, met uitzondering van de termijn zoals bedoeld in artikel 1.5, derde lid.

  • 3. Indien de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die vóór de datum van inwerkingtreding is gerealiseerd, dient de aanvrager aannemelijk te maken dat de voorziening voldoet aan de inhoudelijke eisen zoals gesteld in deze regeling.

Hoofdstuk 10 Slotbepalingen

Artikel 10.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in deze nadere regels indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 10.2 Inwerkingtreding, looptijd en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2028.

  • 2. Het college evalueert deze verordening jaarlijks en kan op basis van de evaluatie besluiten tot wijziging, verlenging, opschorting of intrekking van (onderdelen van) de regeling.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als "Subsidieverordening Klimaatadaptieve maatregelen Nunspeet".

Ondertekening