Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Kunst & Cultuur Boxtel 2026

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 05-03-2026

Intitulé

Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Kunst & Cultuur Boxtel 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel;

gelet op de Algemene subsidieverordening Boxtel 2025

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Kunst & Cultuur Boxtel 2026:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Algemene wet bestuursrecht;

  • b.

    algemene subsidieverordening: de Algemene subsidieverordening Boxtel 2025 (ASV);

  • c.

    vrijwilligersorganisatie: stichting, vereniging of formele organisatie waarvan de activiteiten hoofdzakelijk door vrijwilligers worden uitgevoerd en hoofdzakelijk gericht zijn op de inwoners van gemeente Boxtel;

  • d.

    activiteit: doorlopend of jaarlijks terugkerende activiteit van een vrijwilligersorganisatie die

    • uitvoering geven aan gemeentelijk beleid en gemeentelijk beleidsdoelen én

    • bijdraagt aan de sociale basis én

    • voorziet in een collectieve behoefte én

    • de deelname aan de samenleving vergroot;

  • e.

    HaFa-verenigingen (harmonie-, fanfare- en brassbandverenigingen): zijn lokale muziekgezelschappen die een belangrijke bijdrage leveren aan het culturele leven en de sociale cohesie in de gemeente. Zij bevorderen muziekeducatie, talentontwikkeling en participatie van inwoners van alle leeftijden. HaFa-verenigingen treden op bij concerten, evenementen en vieringen en dragen bij aan de zichtbaarheid van kunst en cultuur in de openbare ruimte. Hun activiteiten versterken het gemeenschapsgevoel, stimuleren samenwerking en dragen bij aan een levendig en toegankelijk kunst- en cultuurklimaat;

  • f.

    muziekvereniging: een georganiseerde groep met minimaal 25 leden die zich richt op het uitvoeren en bevorderen van muzikale activiteiten voor een breed publiek binnen de gemeente Boxtel;

  • g.

    zangkoor: een georganiseerde groep zangers met minimaal 15 leden die gezamenlijk vocale muziek uitvoert, vaak onder leiding van een dirigent. Korenzang kan verschillende vormen aannemen, zoals klassiek, religieus, wereldlijk, modern of volksmuziek, en draagt bij aan culturele participatie, gemeenschapsvorming en artistieke expressie;

  • h.

    carnavalsstichting: stichting die openbaar toegankelijk carnaval in de dorpskern organiseert met niet-commerciële activiteiten;

  • i.

    culturele vieringen: evenementen gericht op het vieren van Koningsdag, Dodenherdenking, Bevrijdingsdag en Sinterklaasintocht;

  • j.

    cultureel evenement: een eenmalige of jaarlijks terugkerende activiteit met een duidelijk begin en einde, gericht op het vieren, beleven en delen van kunst, cultuur of erfgoed. Het evenement heeft een feestelijk of verbindend karakter en vindt plaats op één of enkele dagen.

  • k.

    cultureel programma: een reeks van samenhangende culturele activiteiten die binnen een bepaalde periode en locatie in de gemeente Boxtel plaatsvinden. Het programma heeft een artistieke, educatieve, erfgoedgerichte of maatschappelijke insteek en is gericht op het activeren, inspireren en verbinden van inwoners. Voorbeelden van activiteiten binnen een cultureel programma zijn workshops, lezingen, exposities, voorstellingen, community-artprojecten of educatieve trajecten.

  • l.

    museum: Een museum is een permanente instelling zonder winstoogmerk, in dienst van de samenleving, gericht op het onderzoeken, verzamelen, bewaren, interpreteren en tentoonstellen van kunst en van materieel en immaterieel erfgoed. Musea zijn openbaar, toegankelijk en inclusief en bevorderen diversiteit en duurzaamheid. Ze werken en communiceren ethisch, professioneel en met participatie van gemeenschappen. Musea bieden een verscheidenheid aan ervaringen met het oog op educatie, genoegen, reflectie en kennisuitwisseling.

  • m.

    geregistreerd museum: een museale instelling dat opgenomen is in het Nederlands Museumregister en daarmee aantoonbaar voldoet aan criteria voor een kwalitatief hoogwaardige invulling van functies van een museum. Deze criteria zijn samengevat in de Museumnorm;

  • n.

    cultureel erfgoed: sporen uit het verleden in het heden, die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn. Dat kunnen voorwerpen zijn in musea, archeologische vondsten, archieven, monumenten en landschappen, maar ook de daaraan verbonden gebruiken, verhalen en gewoonten. Zo wordt ook onderscheid gemaakt tussen het materieel en immaterieel erfgoed;

  • o.

    cultureel ondernemerschap: het vermogen van culturele organisaties en initiatieven om op duurzame en innovatieve wijze waarde te creëren binnen de culturele sector. Dit omvat het actief benutten van kansen, het aangaan van samenwerkingen met andere domeinen (zoals onderwijs, zorg, toerisme en economie), het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, het vergroten van publieksbereik en het versterken van de maatschappelijke relevantie van kunst en cultuur;

  • p.

    projectsubsidie: subsidie die zicht richt op een nieuwe activiteit die éénmalig een investering nodig heeft om vervolgens een structurele bijdrage te leveren aan beleidsdoelstellingen;

  • q.

    instroomsubsidie: subsidie die zich richt op een nieuwe organisatie die voor het eerst subsidie aanvraagt en haar meerwaarde en bijdrage aan beleidsdoelstellingen nog moet aantonen.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders voor de in artikel 3, 6, 9, 12, 15 en 18 bedoelde activiteiten.

PARAGRAAF 1: MUSEA

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan:

    • a.

      Het zichtbaar maken, conserveren en overdragen van het lokale erfgoed en kunst, met als doel een levendig en toegankelijk kunst- en cultuurklimaat voor alle inwoners van Boxtel;

    • b.

      Het vervullen van een educatieve en verbindende rol, het stimuleren van toerisme en recreatie, en het versterken van het bewustzijn van de cultuurhistorie onder inwoners en bezoekers;

    • c.

      Het bevorderen van samenwerking en gezamenlijke promotie tussen musea in Boxtel;

    • d.

      Het stimuleren van cultureel ondernemerschap, onder meer door samenwerking, publieksverbreding en innovatieve presentatievormen;

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      Het vormgeven en tentoonstellen van publieksaantrekkelijke (wissel)exposities van voorwerpen en verzamelingen met Boxtelse culturele en cultuurhistorische waarden;

    • b.

      Het ontvangen en rondleiden van bezoekers, zowel individueel als in groepsverband, gericht op een breed publiek;

    • c.

      Het ontwikkelen en uitvoeren van educatieve programma’s voor diverse doelgroepen, waaronder doelgroepen die doorgaans minder deelnemen aan culturele activiteiten;

    • d.

      Het digitaal registreren en toegankelijk maken van de collectie ten behoeve van studie, onderzoek en publieksbereik;

    • e.

      Het ontwikkelen en uitvoeren van gezamenlijke projecten en arrangementen met andere sectoren, gericht op toerisme, inwoners en onderwijs;

    • f.

      Het stimuleren en faciliteren van wetenschappelijk onderzoek op de museale locatie.

Artikel 4. Doelgroep en categorieën

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan musea in Boxtel die;

    • a.

      vallen binnen één van de volgende categorieën:

      Categorie A – Geregistreerde musea

      Musea die zijn opgenomen in het Nederlands Museumregister en met een minimale openstelling van 8 uur per week.

      Categorie B – Niet-geregistreerde musea met hoge bezoekersaantallen

      Musea die niet zijn opgenomen in het Nederlands Museumregister, maar aantoonbaar jaarlijks minimaal 60.000 bezoekers ontvangen gedurende de drie jaren voorafgaand aan het subsidiejaar. En een minimale openstelling van 8 uur per week.

      Categorie C – Lokale erfgoedmusea

      Musea die niet zijn opgenomen in het Nederlands Museumregister, maar zich richten op het behoud en de presentatie van Boxtels cultureel erfgoed en voldoen aan de volgende voorwaarden:

    • b.

      minimaal 12 openstellingen hebben met een minimumopstelling van 3 uur per maand.

    • c.

      Een aantoonbare bijdrage leveren aan het behoud, de presentatie of de beleving van het culturele erfgoed van gemeente Boxtel.

Artikel 5. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag voor de categorie A en B bestaat uit:

    • a.

      Een vast bedrag van €5.000,- per kalenderjaar;

    • b.

      Een additioneel bedrag van €2.500,- per kalenderjaar voor het bieden van een educatieprogramma voor het basis- en voortgezet onderwijs.

  • 2. Het subsidiebedrag voor de categorie C bedraagt €2.500,- per kalenderjaar.

  • 3. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 4. De subsidiebedragen genoemd in het eerste en tweede lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

PARAGRAAF 2: MUZIEK

Artikel 6. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt voor muzikale activiteiten die bijdragen aan:

    • a.

      Talentontwikkeling, sociale cohesie en gemeenschapsvorming binnen de gemeente Boxtel, met als doel een levendig en toegankelijk kunst- en cultuurklimaat voor alle inwoners van Boxtel;

    • b.

      Het bevorderen van muzikale activiteiten en het versterken van de culturele infrastructuur voor een breed publiek en repertoire binnen Boxtel;

    • c.

      Persoonlijke en groepsmuziekontwikkeling voor een brede leeftijdscategorie, met extra aandacht voor ouderen en/of jongeren;

    • d.

      Het vergroten van de leefbaarheid door muzikale activiteiten met een breed publieksbereik, inclusief doelgroepen die niet vanzelfsprekend in aanraking komen met muziekuitvoeringen;

    • e.

      Samenwerking tussen koren, muziekverenigingen en andere culturele partners, gericht op een evenwichtig muziekaanbod binnen de gemeente;

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      Activiteiten die direct verband houden met de muzikale praktijk van de vereniging, zoals de aanschaf van bladmuziek, instrumenten, uniformen, educatieve programma’s of dirigentkosten;

    • b.

      Muziekuitvoeringen bij evenementen die een maatschappelijk belang dienen, zoals herdenkingen, intochten, vieringen, optredens in zorginstellingen of bij jubilea;

    • c.

      Muziekuitvoeringen die publiektoegankelijk zijn en bijdragen aan de culturele zichtbaarheid in Boxtel;

    • d.

      Activiteiten die gericht zijn op het versterken van muziekeducatie.

Artikel 7. Doelgroep en categorieën

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan muziekverenigingen, koren en stichtingen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan muziekverengingen, koren en stichtingen die zich vrijwillig inzetten voor muziek en muziekeducatie in Boxtel en die vallen binnen één van de volgende categorieën:

    • Categorie A – HaFa-verenigingen

      Muziekverenigingen die:

      • Aangesloten zijn bij de Brabantse Bond voor Muziekgezelschappen (BBM) én de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO); en

      • Behoren tot de HaFa-sector (harmonie, fanfare, slagwerk); en

      • Beschikken over een jeugdopleiding; en

      • Minimaal twee openbare optredens per jaar binnen de gemeente verzorgen.

    • Categorie B – Overige muziekverenigingen

      Muziekverenigingen die:

      • Niet onder de HaFa-sector vallen en zich richten op sociale muziekbeleving, zonder deelname aan competities of aansluiting bij de officiële HaFa-structuur. Voorbeelden zijn seniorenorkesten of ensembles; en

      • Minimaal twee openbare optredens per jaar binnen de gemeente verzorgen.

    • Categorie C – Koren

      Zangverenigingen en koren, ongeacht genre of samenstelling.

      • Minimaal twee openbare optredens per jaar binnen de gemeente verzorgen.

    • Categorie D – Muziekeducatie

      Stichtingen die zich inzetten voor het versterken van muziekeducatie in Boxtel. Zij organiseren en faciliteren muzieklessen, workshops en projecten die bijdragen aan muzikale ontwikkeling van kinderen en jongeren. Deze organisaties vervullen een brugfunctie tussen binnenschoolse en buitenschoolse muziekeducatie en werken samen met scholen, culturele instellingen en lokale verenigingen om muziek toegankelijk te maken voor een brede doelgroep.

Artikel 8. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsdiebedrag voor categorie A bestaat uit

    • a.

      Een vast bedrag van €5.000,- per kalenderjaar;

    • b.

      Een additioneel bedrag van €90,- per actief spelend lid.

  • 2. Het subsdiebedrag voor categorie B bestaat uit

    • a.

      Een vast bedrag van €2.000,- per kalenderjaar;

    • b.

      een additioneel bedrag van €30,- per actief spelend lid.

  • 3. Het subsdiebedrag voor categorie C bestaat uit

    • a.

      een vast bedrag van €750,- per kalenderjaar.

    • b.

      Een additioneel bedrag van €20,- per actief spelend lid.

  • 4. Het subsdiebedrag voor categorie D bestaat uit een vast bedrag van €6.000,- per kalenderjaar.

  • 5. De peildatum voor het bepalen van het aantal actieve leden is 1 juli voorafgaande aan kalenderjaar waarvoor subsidie wordt verstrekt.

  • 6. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 7. De subsidiebedragen genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

PARAGRAAF 3: CARNAVAL

Artikel 9. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt voor jeugdcarnavalsactiviteiten die:

    • a.

      Bijdragen aan een levendig, zichtbaar en toegankelijk kunst- en cultuurklimaat voor alle inwoners van Boxtel door middel van carnavalsactiviteiten, met aandacht voor inclusie en spreiding over de vier kernen;

    • b.

      Bijdragen aan het behoud van de carnavalscultuur en het versterken van de sociale cohesie binnen de dorpskernen;

    • c.

      Gericht zijn op de viering van openbaar jeugdcarnaval; zoals optochten, ziekenbezoek, prinshuldiging en vergelijkbare openbare festiviteiten;

    • d.

      Jongeren uitdagen om deel te nemen aan, en/of zitting te hebben in, de organisatie of uitvoering van de jeugdcarnavalsactiviteiten;

    • e.

      Samenwerking tussen carnavalsstichtingen stimuleren, met het oog op een evenwichtige en afgestemde activiteitenkalender;

Artikel 10. Doelgroep en categorieën

Subsidie kan worden aangevraagd door carnavalsstichtingen die zich richten op de organisatie van het openbaar jeugdcarnaval binnen een dorpskern van de gemeente Boxtel.

Artikel 11. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsdiebedrag bestaat uit een vast bedrag van €2.500,- per carnavalsstichting.

  • 2. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 3. De subsidiebedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

PARAGRAAF 4: CULTURELE VIERINGEN

Artikel 12. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan uitsluitend worden verstrekt voor onderstaande culturele vieringen, activiteiten of programma’s.

    • a.

      Activiteiten voor publiekstoegankelijke vieringen op Koningsdag (27 april), zoals vrijmarkten, muziekoptredens, sportactiviteiten en andere feestelijke evenementen.

    • b.

      Activiteiten voor publiekstoegankelijke herdenkingsceremonie op Dodenherdenking (4 mei), inclusief toespraken, kransleggingen en stille tochten.

    • c.

      Activiteiten voor publiekstoegankelijke vieringen op Landelijke Bevrijdingsdag (5 mei), met muzikale en culturele activiteiten en educatieve programma’s over vrijheid en democratie.

    • d.

      Activiteiten voor publiekstoegankelijke Sinterklaasintocht, inclusief optochten, muziek en activiteiten voor kinderen.

    • e.

      Activiteiten omvatten educatieve programma’s die bovenstaande vieringen ondersteunen en jongeren bewust maken van de betekenis ervan.

    • f.

      Bijeenkomsten voor veteranen en hun naasten, in relatie tot de bijzondere zorgplicht zoals vastgelegd in de Veteranenwet.

  • 2. Voor de onder het eerste lid genoemde activiteiten wordt alleen subsidie verstrekt wanneer:

    • a.

      De activiteit wordt georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie die aantoonbaar beschikt over voldoende capaciteit om de activiteit veilig te organiseren;

    • b.

      De vrijwilligersorganisatie zich aantoonbaar inspant om de activiteit toegankelijk te maken voor inwoners die niet vanzelfsprekend kunnen deelnemen;

    • c.

      De activiteit een educatief programma bevat die de viering ondersteunt en jongeren bewust maakt van de betekenis ervan.

Artikel 13. Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een vrijwilligersorganisatie die zich richt op de organisatie van de openbare viering van Koningsdag, Dodenherdenking, Landelijke Bevrijdingsdag, Lokale Bevrijdingsdag en Sinterklaasintocht in de gemeente Boxtel.

  • 2. Per dorpskern in de gemeente Boxtel kan maximaal één vrijwilligersorganisatie subsidie aanvragen voor de organisatie van de openbare vieringen.

  • 3. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een vrijwilligersorganisatie die zich richt op bijeenkomsten voor veteranen in de gemeente Boxtel.

Artikel 14. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag voor culturele vieringen bestaat uit

    • a.

      Een vast bedrag van €3.750,- per stichting of vereniging;

    • b.

      Een additioneel bedrag van €0,15 per inwoner per dorpskern.

  • 2. De peildatum voor het aantal inwoners per dorpskern is 1 juli voorafgaand aan kalenderjaar waarvoor subsidie wordt verstrekt.

  • 3. Het subsidiebedrag voor het uitvoeren van de wettelijke zorgplicht van de Veteranenwet is een vast bedrag van €4.000,- per jaar.

  • 4. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 5. De subsidiebedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

PARAGRAAF 5: CULTURELE EVENEMENTEN

Artikel 15. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele evenementen die:

    • a.

      Gericht zijn op het delen, beleven en vieren van kunst, cultuur en erfgoed;

    • b.

      Bijdragen aan het behoud en de overdracht van lokale tradities, rituelen en gebruiken, verankerd in de geschiedenis en identiteit van Boxtel;

    • c.

      Ruimte bieden aan artistieke en creatieve expressie, zoals podiumkunsten, muziek, theater, dans, visuele kunst of andere kunstvormen;

    • d.

      Een breed en divers publiek bereiken, waarbij de activiteit laagdrempelig en inclusief is;

    • e.

      Educatie en talentontwikkeling bevorderen, door leerervaringen of ontwikkelkansen voor jongeren en/of volwassenen, bijvoorbeeld via workshops, randprogrammering of samenwerking met scholen;

    • f.

      Samenwerking en lokale verankering realiseren, door verbindingen met lokale partners of instellingen, inclusief onderwijs, zorg, toerisme of economie, en bijdragen aan een sterk cultureel netwerk in Boxtel.

  • 2. Voor de onder het eerste lid genoemde activiteiten wordt alleen subsidie verstrekt wanneer:

    • a.

      De activiteit wordt georganiseerd door een vrijwilligersorganisatie die aantoonbaar beschikt over voldoende capaciteit om de activiteit veilig te organiseren;

    • b.

      De vrijwilligersorganisatie zich aantoonbaar inspant om de activiteit toegankelijk te maken voor inwoners die niet vanzelfsprekend kunnen deelnemen;

    • c.

      De activiteit bijdraagt aan spreiding van het cultuuraanbod over de vier kernen van gemeente Boxtel en de activiteitenkalenders zorgvuldig zijn afgestemd.

Artikel 16. Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een vrijwilligersorganisatie die zich richt op de organisatie van culturele evenementen in gemeente Boxtel.

Artikel 17. Hoogte van de subsidie

  • 1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 65 % van de subsidiabele kosten met een maximum van €6.000,-.

  • 2. Subsidie wordt bepaald op basis van een ingediende realistische begroting en activiteitenplan.

  • 3. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 4. De subsidiebedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

PARAGRAAF 6: CULTURELE PROGRAMMA’S

Artikel 18. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele programma’s die:

    • a.

      Gericht zijn op het delen, beleven of vieren van kunst, cultuur of erfgoed;

    • b.

      Ruimte bieden aan artistieke en creatieve expressie, zoals podiumkunsten, muziek, theater, dans, visuele kunst of andere kunstvormen;

    • c.

      Een breed en divers publiek bereiken, waarbij de activiteit laagdrempelig en inclusief is;

    • d.

      Educatie en talentontwikkeling bevorderen, door leerervaringen of ontwikkelkansen voor jongeren en/of volwassenen, bijvoorbeeld via workshops, randprogrammering of samenwerking met scholen;

    • e.

      Samenwerking en lokale verankering realiseren, door verbindingen met lokale partners of instellingen, inclusief onderwijs, zorg, toerisme of economie, en bijdragen aan een sterk cultureel netwerk in Boxtel.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      Culturele programma’s: inhoudelijk samenhangende reeksen van culturele activiteiten zoals workshops, lezingen, exposities, voorstellingen, community-artprojecten of educatieve trajecten.

    • b.

      Carillonprogramma: Een reeks openbare concerten waarbij het klokkenspel van de toren wordt bespeeld door professionele beiaardiers.

Artikel 19. Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een vrijwilligersorganisatie die zich richt op de organisatie van een cultureel programma;

  • 2. Subsdie wordt uitsluitend verstrekt aan professionele beiaardiers die actief zijn in de gemeente Boxtel.

Artikel 20. Hoogte van de subsidie

  • 1. Het subsidiebedrag voor een cultureel programma bestaat uit;

    • a.

      een vast bedrag van €1.500,- per cultureel programma;

    • b.

      een additioneel bedrag van €1.000,- per cultureel programma indien het programma leerervaringen en ontwikkelkansen biedt voor jongeren en/of volwassenen (educatie en talentontwikkeling).

  • 2. Het subsidiebedrag voor het carillonprogramma bestaat uit een vast bedrag van €6.000,- per jaar.

  • 3. Het verleende subsidiebedrag wordt volledig bevoorschot.

  • 4. De subsidiebedragen genoemd in het eerste en tweede lid worden jaarlijks geïndexeerd met hetzelfde percentage als de begroting.

Artikel 21. Subsidieplafond

  • 1. Voor de activiteiten genoemd onder artikel 3 is het subsidieplafond €25.000,- per jaar.

  • 2. Voor de activiteiten genoemd onder artikel 6 is het subsidieplafond €68.500,- per jaar.

  • 3. Voor activiteiten genoemd onder artikel 9 is het subsidieplafond €7.500,- per jaar.

  • 4. Voor activiteiten genoemd onder artikel 12 is het subsidieplafond €21.000,- per jaar.

  • 5. Voor activiteiten genoemd onder artikel 15 is het subsidieplafond €25.000,- per jaar.

  • 6. Voor activiteiten genoemd onder artikel 18 is het subsidieplafond €15.500,- per jaar.

  • 7. Een subsidieplafond kan worden verlaagd indien een situatie als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de ASV aan de orde is.

Artikel 22. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor de aankoop, beheer en exploitatie van accommodaties;

  • b.

    loonkosten voor kader- en bestuursleden, kosten voor eten en drinken, representatiekosten, reis- en verblijfkosten (waaronder entrees);

  • c.

    kosten voor het organiseren van activiteiten waarvan de opbrengst ten goede komt aan een formeel of informeel goed doel, missiewerk of religie-gebonden activiteiten;

  • d.

    kosten voor het vieren van jubilea.

Artikel 23. Wijze van verdeling

  • 1. Wanneer na sluiting van de aanvraagperiode blijkt dat het subsidieplafond wordt overschreden, vindt subsidieverlening naar rato plaats.

  • 2. Bij onderbesteding van het subsidieplafond kan het resterende bedrag benut worden voor projectsubsidies en/of instroomsubsidies.

Artikel 24. Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag voor een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2. In afwijking van het eerste lid worden aanvragen voor het kalenderjaar 2026 ingediend uiterlijk 15 april 2026.

Artikel 25. Aanbeveling

Het college beveelt aanvragers aan om bij de uitvoering van hun activiteiten de principes van de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie te hanteren. Deze codes dragen bij aan goed bestuur, eerlijke arbeidspraktijken en een inclusieve cultuursector. Van organisaties wordt verwacht dat zij op een passende manier invulling geven aan deze principes. Bij hogere of meerjarige subsidieaanvragen kan het college verlangen dat wordt toegelicht hoe de aanvrager hier invulling aangeeft.

Artikel 26. Hardheidsclausule

Het college kan afwijken van het bepaalde in deze regeling, voor zover de toepassing daarvan voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn.

Artikel 27. Slotbepalingen

  • 1. Wijzigt Subsidieregeling maatschappelijke ontwikkeling gemeente Boxtel 2018.

  • 2. Subsidieregeling Musea Boxtel 2020-2023 wordt ingetrokken.

  • 3. Deze subsidieregeling treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan.

  • 4. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Vrijwilligerssubsidie Kunst & Cultuur Boxtel 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boxtel in de vergadering van 24 februari 2026

De secretaris,

V.C. Fijneman

De burgemeester,

R.S. van Meygaarden