Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757986
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757986/1
Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025
Geldend van 05-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025De raad van de gemeente Doetinchem;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
vast te stellen de Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
- -
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
- -
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
- -
revolverend fonds: een fonds waaruit leningen worden verstrekt dan wel gegarandeerd of risicodragend wordt geparticipeerd aan projecten met een maatschappelijk doel en waarbij de aflossingen steeds opnieuw gebruikt kunnen worden.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
-
1. De raad stelt de indeling in programma’s en per programma de taakvelden vast.
-
2. De raad stelt zo nodig vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
-
1. Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de baten en lasten per programma weergegeven.
-
2. Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde baten en lasten per programma weergegeven.
-
3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 75.000 afzonderlijk gespecificeerd.
-
4. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:
- a.
van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven, en
- b.
in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
- a.
-
5. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale baten en lasten weergegeven.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
-
1. Het college biedt zo nodig aan de raad een voorstel aan voor het beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vast.
-
2. In de begroting is een stelpost voor incidentele onvoorziene lasten en een stelpost voor structurele onvoorziene lasten opgenomen. Het college is bevoegd om deze posten als dekkingsmiddel aan te wenden voor lasten die als onvoorzienbaar, onvermijdbaar en onuitstelbaar kunnen worden aangemerkt.
-
3. Wanneer het college van de in het tweede lid vermelde bevoegdheid gebruik heeft gemaakt, legt het college daarover achteraf verantwoording af in de tussentijdse rapportage of in de jaarstukken.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
-
1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma.
-
2. De raad kan een onderdeel van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.
-
3. Het college informeert de raad als ze verwacht dat (a) binnen een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten substantieel (dreigen te) worden overschreden, (b) de investeringslasten van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet (dreigt te) worden overschreden, of (c) binnen een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten substantieel (dreigen te) worden onderschreden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
-
4. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
-
5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6 doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten op programmaniveau, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
-
6. Bij investeringen met een meerjarig karakter stellen burgemeester en wethouders aan de raad voor op welke wijze de jaarschijven binnen het investeringsbudget worden opgebouwd.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
Het college legt tweemaal per jaar een tussentijdse rapportage ter besluitvorming aan de raad voor over de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten boven € 75.000 in de begroting op programma’s en prioriteiten.
Artikel 7. Jaarstukken
-
1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
-
2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgend begrotingsjaar. Het gaat dan om:
- a.
Incidentele budgetten voor activiteiten die nog niet zijn afgerond
- b.
Het restant budget bedraagt tenminste € 75.000;
- c.
Taakmutaties/specifieke onderdelen algemene uitkering gemeentefonds;
- d.
Middelen die beschikbaar zijn gesteld voor uitvoering regionale taken.
- a.
-
3. Met de vaststelling van de jaarstukken stemt de raad in met én accordeert de begrotingsafwijkingen.
Artikel 8. Actieve informatieplicht
-
1. Het college besluit niet over:
- a.
de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 500.000;
- b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 100.000;
- c.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen groter dan € 250.000,
dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
- a.
-
2. De in het eerste lid genoemde verstrekking van inlichtingen vindt niet plaats wanneer de rechtshandeling wordt aangegaan ter uitvoering van de door de raad vastgestelde begroting, van een afzonderlijke beslissing van de raad en de hiermee gemoeide lasten worden gedekt uit de bij het raadsbesluit aangewezen middelen of ter uitvoering van medebewindstaken en de daarmee gemoeide gemeentelijke lasten worden gedekt uit van Rijkswege daarvoor beschikbaar gestelde middelen.
Artikel 9. EMU-saldo
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheid
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
-
2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarstukken rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de toevoegingen aan de reserves (voor fouten en onduidelijkheden).
-
3. In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 5% van de verantwoordingsgrens, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2, nader toegelicht.
-
4. In de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen:
- a.
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10, lid 2 overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
- b.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
- c.
rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;
- d.
gepleegde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.
- a.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen en voorwaarden zijn afkomstig uit wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
-
2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Artikel 12. Begrotingsrechtmatigheid
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid, die betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd zoals is opgenomen in artikel 5.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totale bedrag van het krediet wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Hierop zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a.
Overschrijding van lasten worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- i.
Er is sprake van een overschrijding van lasten waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- ii.
Er is sprake van een overschrijding van lasten op een open-einde regeling.
- iii.
De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
- iv.
Er is sprake van een autonome afwijking over de jaarschijven heen in de grondexploitatie, die ontstaat door fasering.
- i.
- b.
Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van overschrijdingen en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten die ontstaan na de laatste tussentijdse rapportage en 31 december kan het melden en verantwoorden in de financiële eindprognose en/of jaarrekening als tijdig worden geduid.
- a.
-
5. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden, maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik
-
1. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan;
-
2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.
Artikel 15 Voorziening voor oninbare vorderingen
-
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
-
2. Voor openstaande gemeentelijke belastingvorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het op basis van de afgelopen 5 jaar bepaalde historische percentage van oninbaarheid
-
3. De hoogte van de voorziening oninbaarheid voor de debiteuren Laborijn wordt gebaseerd op de inschatting zoals die door Laborijn wordt bepaald. Dit kan door onder meer te kijken naar het saldo in de (concept) jaarstukken van Laborijn.
Artikel 16. Grondexploitatie
-
1. Jaarlijks worden de grondexploitaties bijgesteld en ter vaststelling voorgelegd aan de raad. De omvang en de fasering van het totaal benodigde krediet wordt hierbij aangepast aan de herziene grondexploitatie (Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties).
-
2. Actualisaties van grondexploitatie met planinhoudelijke wijzigingen, dan wel autonome wijzigingen met materiele financiële gevolgen, moeten opnieuw door de raad worden vastgesteld.
-
3. Voor het bepalen van de tussentijdse winst wordt de Percentage of Completion (POC)-methodiek gehanteerd, zijnde het percentage tussentijdse winstneming.
-
4. De tussentijdse winsten komen ten gunste van de bestemmingsreserve Gebiedsontwikkeling, indien het totale gemeentelijke rekeningresultaat positief is.
-
5. Voor een geprognosticeerd verlies van een grondexploitatieproject wordt direct een voorziening getroffen.
Artikel 17. Reserves en voorzieningen
-
1. Periodiek wordt een nota reserves en voorzieningen ter vaststelling aan de raad voorgelegd die in ieder geval behandelt:
- a.
de vorming en besteding van reserves;
- b.
de vorming en besteding van voorzieningen.
- a.
-
2. In de begroting en de jaarstukken wordt een overzicht van reserves en voorzieningen opgenomen.
Artikel 18. Kostprijsberekening
-
1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
-
2. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (btw), de gederfde baten door het kwijtscheldingsbeleid en de kosten voor straatreiniging betrokken.
-
3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
Ingeval overheadkosten worden toegerekend aan de kostprijs dan wordt die toerekening gedaan door een opslag te hanteren die recht doet aan de aard en omvang van de geleverde dienst. De hoogte van de opslag wordt jaarlijks opgenomen in de begroting.
Artikel 19. Prijzen economische activiteiten
-
1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
-
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
-
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
-
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
Artikel 20. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
-
1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen en leges waarvan het wenselijk wordt geacht de tarieven jaarlijks vast te stellen.
-
2. Het college stelt de kaders vast voor de prijzen voor de levering van gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.
Artikel 21. Leningen en garanties
-
1. De raad besluit tot het verstrekken van een garantie indien aan alle hierna genoemde voorwaarden wordt voldaan:
- a.
Het doel dat beoogd wordt met de garantie draagt bij aan de reeds vastgestelde doelen van ons gemeentebestuur.
- b.
Het bedrag van onze garantie is maximaal € 250.000.
- c.
Een derde partij staat garant voor eenzelfde bedrag als gemeente Doetinchem.
- a.
-
2. De voorwaarden in lid 1 gelden niet voor ondernemingen waarvan gemeente Doetinchem ten minste 80% eigenaar is.
-
3. De raad besluit tot het verstrekken van een lening mits gemeente Doetinchem kan participeren in een revolverend fonds van een derde.
-
4. De raad wordt geïnformeerd als het college heeft besloten om een lening of garantie tot € 100.000 te verstrekken.
Hoofdstuk 5. Paragrafen
Artikel 22. Paragrafen
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college conform het Besluit Begroting en Verantwoording minimaal de verplichte onderdelen van de paragrafen op.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 23. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de onderdelen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten, enzovoorts;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
- e.
het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 24. Financiële organisatie
Het college zorgt voor:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken in de organisatie;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
- h.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan, en
- i.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 25. Interne controle
Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 26. Nadere regels
Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van deze verordening.
Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De Financiële verordening gemeente Doetinchem 2023 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025
Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking en heeft terugwerkende kracht tot en met per 1 januari 2025.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 februari 2026,
griffier
voorzitter
Bijlage afschrijvingsbeleid
Deze bijlage hoort bij artikel 13 van de Financiële verordening gemeente Doetinchem 2025.
- 1.
Deze afschrijvingstermijnen zijn van toepassing op nieuwe investeringen die worden gedaan na vaststelling van deze verordening.
- 2.
Activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd.
- 3.
In afwijking op 1, wordt gronden en terreinen altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.
- 4.
Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte levensduur van de investeringen, waarbij de termijnen zoals opgenomen in onderstaande tabel het uitgangspunten vormen.
- 5.
Bij het bepalen van de het afschrijvingsbedrag wordt geen rekening gehouden met de restwaarde, tenzij
- 6.
Het toepassen van een restwaarde als bedoeld in het vijfde lid is slechts mogelijk indien:
- a.
Het college de restwaarde objectief kan onderbouwen op basis van marktontwikkelingen of contractuele afspraken;
- b.
de restwaarde een reëel economisch nut vertegenwoordigt aan het einde van de afschrijvingsperiode;
- a.
- 7.
In principe wordt lineair afgeschreven. Het college kan hiervan onderbouwd afwijken, bijvoorbeeld met het oog op tariefegalisatie voor belastingen, heffingen of dienstverlening aan derden.
- 8.
(Bouw)rente wordt niet gerekend tot de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Met uitzondering van
- a.
de rente bij exploitatieopzetten binnen de grondexploitatie.
- b.
en rente strategische gronden waarvoor binnen 5 jaar een grondexploitatie wordt vastgesteld door de raad.
- a.
- 9.
Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief worden in mindering gebracht op het te activeren bedrag.
- 10.
Met het afschrijven wordt begonnen in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen of is verworven en in gebruik genomen.
|
Vaste activa |
Afschrijvingstermijn |
|
Immateriële vaste activa |
|
|
Bijdragen aan activa in eigendom van derden |
Afhankelijk van investering |
|
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen |
Exploitatie |
|
Saldo van agio en disagio |
Exploitatie |
|
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor bepaald actief |
5 |
|
Automatisering (software) |
5 |
|
Overige immateriële vaste activa |
5 |
|
Materiële vaste activa |
|
|
Investeringen met een economisch nut |
|
|
Gebouwen nieuwbouw |
40 |
|
Renovatie, restauratie en aankoop van woon- en kantoorruimten, school- en bedrijfsgebouwen |
25 |
|
Technische installaties in en op bedrijfsgebouwen |
15 |
|
Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen |
10 |
|
Telefooninstallaties |
10 |
|
Automatisering (hardware) |
3-7 |
|
Inrichting en inventaris van gebouwen |
10 |
|
Personenauto’s en motorvoertuigen |
8-12 |
|
Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven |
|
|
(Vervanging) gemalen en randvoorzieningen tot en met 2026 |
10 |
|
(Vervanging) gemalen en randvoorzieningen (elektrisch/mechanisch) |
15 |
|
(Vervanging) gemalen en randvoorzieningen (bouwkundig) |
60 |
|
(Vervanging) grondwatermeetnet |
10 |
|
(Vervanging) hemelwaterafvoer |
40 |
|
(Vervanging) individuele behandeling afvalwater (IBA’s) |
20 |
|
(Vervanging) vervangen/relinen riolering (stedelijk afvalwater) |
60 |
|
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut |
|
|
Verkeersregelinstallaties |
10-15 |
|
OV masten |
40 |
|
OV armaturen |
20 |
|
Wegen, pleinen en rotondes |
40 |
|
Tunnels, viaducten en bruggen |
40 |
|
Sportmateriaal (groot) |
8-12 |
|
Kunstgrasvelden, onderlaag |
30 |
|
Kunstgrasvelden, toplaag |
12 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl