Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757983
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757983/1
Beleidsregel Aanvraagproces bijstandsuitkering WerkSaam Westfriesland
Geldend van 14-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregel Aanvraagproces bijstandsuitkering WerkSaam WestfrieslandHet aanvraagproces voor een bijstandsuitkering is grotendeels geregeld in de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ. In de wet wordt voor enkele zaken echter beleidsruimte gelaten. Deze beleidsregel geeft voor enkele onderwerpen gerelateerd aan dat aanvraagproces invulling aan deze beleidsruimte. Dit gaat om 3 onderwerpen: de zoektermijn van 4 weken voor jongeren, de toepassing van terugwerkende kracht bij een bijstandsaanvraag, en het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure.
Het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland;
gezien het advies van de cliëntenraad van WerkSaam Westfriesland van 2 maart 2026;
gelet op artikel 41, 43a en 44 van de Participatiewet;
overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen op enkele onderwerpen rondom het aanvraagproces voor een bijstandsuitkering
b e s l u i t :
- •
de beleidsregel Aanvraagproces bijstandsuitkering WerkSaam Westfriesland vast te stellen.
De tekst luidt als volgt:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel betekent:
- a.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
- b.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen
- c.
Jongere: de belanghebbende of het gezin van 18 tot 27 jaar, bedoeld in artikel 41, lid 4, van de Wet;
- d.
Probleemschulden: schulden die naar het oordeel van WerkSaam in redelijkheid niet meer afgelost kunnen worden.
- e.
WerkSaam: het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland
- f.
Wet: de Participatiewet
- g.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
- h.
Zoektermijn: periode van 4 weken na datum van melding, bedoeld in artikel 44 van de Participatiewet, waarin de jongere nog geen aanvraag voor bijstand mag indienen.
Artikel 2. Toepassen zoektermijn jongeren
- 1.
WerkSaam legt standaard de zoektermijn voor jongeren na eerste melding op, zoals bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de wet. Zo snel mogelijk na de eerste melding vindt er een zorgvuldige beoordeling plaats en als WerkSaam oordeelt dat de zoektermijn niet effectief is, kan deze worden doorbroken zoals bedoeld in artikel 41, elfde lid, van de wet. Dit kan het geval zijn als:
-
- a.
de jongere, zoals bedoeld onder artikel 41, vierde lid, onder a en b van de wet, in het afgelopen jaar stond ingeschreven in het praktijkonderwijs of het speciaal voortgezet onderwijs, medisch urenbeperkt is, of behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie;
- b.
de jongere verblijft in een inrichting of recht heeft op opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015;
- c.
de jongere uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding:
- I.
in een inrichting heeft verbleven;
- II.
opvang heeft gehad als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wmo 2015; of
- III.
bij een pleegouder of in een gezinshuis heeft verbleven als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, van de Jeugdwet.
- I.
- d.
voor de jongere uiterlijk binnen een jaar voorafgaand aan de melding een kinderbeschermingsmaatregel gold die werd uitgevoerd door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 2.4, van de Jeugdwet; en/of
- e.
de jongere niet als ingezetene is ingeschreven in de Basisregistratie Personen of niet met een woonadres, maar met een briefadres ingeschreven is in de Basisregistratie Personen.
- a.
- 2.
Ook in andere situaties kan WerkSaam de zoektermijn doorbreken. Hiervoor is geen uitputtende lijst met criteria op te stellen; dit is maatwerk op basis van de individuele situatie.
Artikel 3. Terugwerkende kracht bij bijstandsaanvraag
- 1.
WerkSaam kan bijstand toekennen vanaf een eerder moment dan de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld als bedoeld in artikel 44, vijfde lid, van de wet, als de reden dat belanghebbende zich niet eerder gemeld heeft naar oordeel van WerkSaam niet verwijtbaar is. Dit is in ieder geval wanneer:
-
- a.
belanghebbende een voorliggende voorziening heeft aangevraagd en deze wordt afgewezen, waardoor alsnog bijstand nodig is over die periode;
- b.
belanghebbende op basis van onjuiste informatie van WerkSaam heeft afgezien van het indienen van een aanvraag;
- c.
belanghebbende door medische redenen niet tijdig heeft kunnen aanvragen en om die redenen ook niemand heeft kunnen machtigen dit voor hem/haar te doen; of
- d.
belanghebbende bijstand ontving van een andere gemeente en zich binnen een maand na datum van beëindiging meldt bij WerkSaam voor een uitkering.
- a.
- 2.
Ook in andere situaties, niet genoemd in lid 1, kan WerkSaam op basis van individuele omstandigheden bijstand met terugwerkende kracht verlenen. Hierin maakt WerkSaam een individuele afweging waarbij vooral gekeken wordt naar de mate van verwijtbaarheid van het te laat indienen van de melding, maar ook de gevolgen voor belanghebbende van het al dan niet met terugwerkende kracht toekennen worden meegewogen.
- 3.
In situaties zoals omschreven in lid 1 en 2, kent WerkSaam de bijstand toe vanaf de dag waarop het recht op bijstand is ontstaan. Deze dag ligt in principe maximaal 3 maanden vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld.
- 4.
Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de toekenning van een uitkering, bedoeld in artikel 16a, vierde lid, van de IOAW.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
- 1.
WerkSaam maakt gebruik van de bevoegdheid om gegevens die bij hem berusten in verband met eerdere bijstandsverlening als bedoeld in artikel 43a, eerste lid, van de wet, te gebruiken, wanneer:
-
- a.
dit gebruik leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag;
- b.
de nieuwe aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na het eindigen van de algemene bijstand; en,
- c.
de eerdere bijstandsverlening niet is beëindigd vanwege schending van de inlichtingen- of medewerkingsplicht.
- a.
- 2.
Voorafgaand aan het gegevensgebruik gaat WerkSaam bij een belanghebbende ten minste na of er wijzigingen zijn in de volgende gegevens:
-
- a.
het hoofdverblijf;
- b.
de gezinssituatie; en
- c.
het inkomen en het vermogen.
- a.
- 3.
WerkSaam behoudt de mogelijkheid om meer gegevens bij de belanghebbende op te vragen als dit nodig is om de rechtmatigheid van de bijstandstoekenning te verifiëren.
- 4.
Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraagprocedure van een uitkering, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de IOAW.
Artikel 5. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.
- 2.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Aanvraagproces bijstandsuitkering WerkSaam Westfriesland.
Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 12 maart 2026
De voorzitter, Y.W. Nijsingh
De directeur, A. Witte
Toelichting per artikel
Artikel 1. Begripsbepaling
In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begrippen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht.
Sub d. Probleemschulden: In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt het begrip ‘probleemschulden’ (of: 'problematische schulden') niet gedefinieerd. Wel wordt aangegeven voor wie schuldhulpverlening is bedoeld. In artikel 1 van de Wgs staat:
‘ het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.’
Voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) geldt een vergelijkbaar criterium. In de definitie zijn iets eenvoudiger woorden gebruikt om dit uit te drukken. Daarbij speelt ook de overweging, dat het niet de bedoeling is om exact te gaan boekhouden bij het beoordelen van iemands financiële situatie. Het is voldoende dat ‘naar het oordeel van’ het college iemand zijn schulden niet meer kan aflossen of is gestopt met betalen.
Sub h. Zoektermijn: Onder ‘zoektermijn’ wordt verstaan: de termijn van 4 weken nadat een jongere (tot 27 jaar) zich heeft gemeld om algemene bijstand aan te vragen. Pas na die termijn kan een aanvraag worden ingediend en door het college in behandeling worden genomen (enkele uitzonderingen daargelaten, zie artikel 41, vierde lid, van de wet).
Artikel 2. Toepassen zoektermijn jongeren
Voor jongeren tot 27 jaar geldt een zoektermijn van 4 weken na de melding voor algemene bijstand. In deze zoektermijn van 4 weken wordt van hen verwacht dat zij zoeken naar werk of scholing. Uitgangspunt is dat zelfredzame jongeren werk zoeken of zich voor een opleiding aanmelden. Daarmee investeren zij in hun toekomst. Maar dat is niet voor alle jongeren een realistisch perspectief. Het is mogelijk om hierop uitzonderingen te maken door de zoektermijn te doorbreken. Jongeren waarvoor dit geldt, kunnen direct een aanvraag indienen, en WerkSaam moet deze aanvraag direct in behandeling te nemen.
Lid 1. In dit lid worden enkele omstandigheden omschreven waarin WerkSaam de zoektermijn direct kan doorbreken. Deze omstandigheden zijn een sterke indicatie dat de jongere zich in een kwetsbare situatie bevindt, waarin het opleggen van de zoektermijn niet effectief zou zijn. Wel maakt WerkSaam in deze situaties altijd nog een goede afweging of het doorbreken van de zoektermijn effectief is.
Sub a. verwijst naar de Participatiewet, waarin is geregeld dat de zoektermijn niet geldt voor jongeren die in het jaar voorafgaand aan de aanvraag ingeschreven hebben gestaan bij het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en voor jongeren die als medisch urenbeperkt staan aangemerkt of behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie. Dit is wettelijk beleid, maar hebben we in deze opsomming toch opgenomen om volledig te zijn.
Sub b. Het verblijven in een inrichting of het recht hebben op opvang, is een indicatie voor een kwetsbare situatie waarin het opleggen van de zoektermijn niet effectief is.
- •
Verblijf in een inrichting is gedefinieerd in artikel 1 onder f van de wet.
- •
Met opvang wordt bedoeld onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Lid 2. WerkSaam maakt altijd een individuele afweging om te bepalen of de zoektermijn effectief is, of doorbroken dient te worden. Hieronder een niet-uitputtende lijst van factoren die kunnen bijdragen aan het doorbreken van de zoektermijn:
- •
Verhuizing van een andere gemeente naar een gemeente in West-Friesland;
- •
Probleemschulden, of het risico dat probleemschulden gaan ontstaan;
- •
Zorgbehoefte;
- •
Dreigende uithuiszetting;
- •
Vergevorderde zwangerschap;
- •
Starten van een opleiding binnen aantal weken;
- •
Betaald werk binnen aantal weken;
- •
De jongere heeft uiterlijk een jaar voorafgaand aan de melding algemene bijstand ontvangen;
- •
LVB-problematiek;
- •
Verslavingsproblematiek; en/of
- •
Medische/psychische klachten.
Toelichting op de jongere die een zorgbehoefte heeft: Het gaat in ieder geval, maar niet uitsluitend, om verblijf in maatschappelijke opvang / Wmo-opvang, dakloosheid of dreigende dakloosheid, of jongeren met duidelijke medische of psychosociale problemen waardoor zelfstandig werk/opleiding zoeken (tijdelijk) niet reëel is. De kern is dat er een objectief aantoonbare, actuele ondersteunings- of behandelnoodzaak is, waardoor de jongere beperkt is in het benutten van de zoektermijn: het verband van de zorgbehoefte met de (on)mogelijkheid om effectief te zoeken naar werk/opleiding.
Artikel 3. Terugwerkende kracht bij bijstandsaanvraag
Een bijstandsuitkering gaat in op de dag dat het recht ontstaat, maar niet eerder dan de meldingsdatum (artikel 44, eerste lid, van de wet). In de meeste gevallen zal de meldingsdatum daarom de ingangsdatum zijn. Op grond van artikel 44, lid 5 van de wet, kan WerkSaam als individuele omstandigheden hiertoe noodzaken bijstand met terugwerkende kracht verlenen. Van die ruimte is in deze beleidsregels gebruik gemaakt.
In lijn met de Memorie van Toelichting bij de Wet (Kamerstukken II 2023/24, 36 582, nr. 3, p. 46-47) kunnen 2 situaties worden onderscheiden:
1. De melding is te laat gedaan als gevolg van de individuele omstandigheden.
2. De gevolgen van de late melding zijn ernstig voor de bijstandsgerechtigde.
Lid 1. Hier worden omstandigheden genoemd die naar het oordeel van WerkSaam wijzen op een niet verwijtbare te late melding.
Sub a. Hier wordt geregeld dat WerkSaam met terugwerkende kracht kan toekennen als de belanghebbende eerst heeft geprobeerd een aanvraag bij een voorliggende voorziening te doen, maar hiervoor een afwijzing kreeg. Hierbij is wel van belang dat de belanghebbende binnen een redelijke termijn na ontvangst van de afwijzing van de voorliggende voorziening, de bijstandsaanvraag indient. Als uitgangspunt voor een redelijke termijn, kan een periode van 2 weken na de ontvangst van de afwijzing worden genomen.
Sub d. Niet iedereen zal bij een verhuizing er gelijk op de eerste dag aan denken een nieuwe uitkering aan te vragen. Daarom vindt WerkSaam het redelijk om terugwerkende kracht te verlenen als de belanghebbende binnen een maand na de verhuisdatum de aanvraag heeft ingediend. Zit er langer dan een maand tussen de datum van verhuizen en het moment van indienen van de aanvraag, dan kijkt WerkSaam op individuele basis of deze vertraging verwijtbaar was.
Lid 2. Dit lid maakt het mogelijk om, als individuele omstandigheden erom vragen, bijstand met terugwerkende kracht te verlenen in situaties niet genoemd in lid 1. Dit kan van toepassing zijn wanneer de te late melding niet verwijtbaar is. Hierin kunnen de volgende factoren meespelen:
- •
Belanghebbende heeft alles geprobeerd om zelfstandig in het bestaan te voorzien, maar dit is niet gelukt;
- •
Belanghebbende had een oproepcontract, maar kreeg achteraf gezien iedere keer te weinig werk aangeboden;
- •
Belanghebbende zat in een crisissituatie;
- •
Belanghebbende kwam net uit detentie;
- •
Belanghebbende zat in een echtscheiding.
Deze lijst is niet uitputtend; ook andere omstandigheden kunnen een rol spelen in de overweging van WerkSaam.
Ook is het mogelijk om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen, als het niet toekennen hiervan zeer ernstige gevolgen zou hebben voor de belanghebbende. Het gaat vooral om precaire actuele financiële, of problemen die door financiële omstandigheden kunnen zijn veroorzaakt, of daaraan hebben bijgedragen, zoals huisuitzettingen, afsluiting van nutsvoorzieningen of royement van zorgverzekeringen. Een ongeluk komt zelden alleen, vaak is er meer aan de hand dan uitsluitend financiële problematiek, daarom is van belang te benadrukken dat het gaat om indicatoren. Er is ruimte om ook in andere gevallen uit te gaan van terugwerkende kracht.
Artikel 4. Het volgen van de vereenvoudigde aanvraagprocedure
Via dit artikel maakt WerkSaam gebruik van de mogelijkheid om een inwoner die binnen 12 maanden opnieuw een bijstandsuitkering aanvraagt via een vereenvoudigde aanvraag op korte termijn weer van een uitkering te voorzien. WerkSaam benut dan de nog aanwezige gegevens over de eerdere bijstandsperiode en vraagt deze niet opnieuw van de belanghebbende.
Lid 1. Een vereenvoudigde aanvraagprocedure in combinatie met hergebruik van gegevens, is bij uitstek bedoeld voor situaties waarin aangenomen mag worden dat de omstandigheden niet wezenlijk veranderd zijn, zodat het recht op bijstand eenvoudig is vast te stellen. In elk geval mag het hergebruik van gegevens er volgens de wet niet toe leiden dat er sprake is van een meer belastende aanvraag.
Lid 3. Sommige gegevens kunnen eerder aan verandering onderhevig zijn dan andere. Hier is benoemd welke gegevens in ieder geval gecheckt worden op eventuele wijzigingen. WerkSaam kan bij twijfel te allen tijde alsnog om meer actuele informatie vragen bij de belanghebbende.
Lid 4. De tekst van het nieuwe artikel 43a van de wet, is woordelijk herhaald en overgenomen in artikel 15a van de IOAW. Uit oogpunt van eenduidigheid is in het derde lid opgenomen, dat de beleidsregel die op dit punt geldt voor algemene bijstand, ook van toepassing is op een uitkering op grond van de IOAW. Er zijn geen inhoudelijke argumenten om voor de uitvoering van de IOAW op dit punt een andere koers te varen dan voor de Participatiewet.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl