Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757957
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757957/1
Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Westfields Oirschot 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 04-03-2026
Intitulé
Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Westfields Oirschot 2026De raad van de gemeente Oirschot
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 september 2025;
gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones;
BESLUIT
vast te stellen de Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Westfields Oirschot 2026.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
Bedrijveninvesteringszone (BIZ): het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven;
- b.
de Wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones.
- c.
het college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot;
- d.
de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Oirschot en de Stichting BIZ Westfields Oirschot gesloten Uitvoeringsovereenkomst Bedrijveninvesteringszone Westfields Oirschot 2026, als bedoeld in artikel 7, lid 3 van de Wet;
- e.
het BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de stichting is opgesteld, waarin is aangegeven hoe de stichting voornemens is de BIZ-subsidie te besteden.
Hoofdstuk II Belastingbepalingen
Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting
-
1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen.
-
2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3. Belastingobject
Belastingobject is de onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4. Belastingplicht
-
1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar, zijnde degene die per 1 januari het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject;
-
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt als eigenaar aangemerkt degene die per 1 januari als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt, dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is;
-
3. De BIZ-bijdrage wordt geven van de gebruiker, zijnde degene die per 1 januari al dan niet krachtens beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; Voor het bepalen van de betalingsplicht is de toestand op 1 januari van een jaar bepalend.
-
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt:
- a.
Gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, wordt aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven. Degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven. Het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld;
- a.
Artikel 5. Maatstaf van heffing
-
1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt per 1 januari van het kalenderjaar (de jaarlijkse wijzigende WOZ-waarde).
-
2. Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 6. Vrijstellingen
-
1. De BIZ-bijdrage wordt niet geheven over de waarde van:
- a.
voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig wordt aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;
- b.
glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;
- c.
onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
- d.
één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;
- e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
- f.
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, met inbegrip van kunstwerken;
- g.
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- h.
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
- i.
werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken[';']
- j.
belastingobjecten voor zover deze bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente;
- k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
- l.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
- m.
begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
- n.
belastingobjecten voor zover deze bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;
- o.
belastingobjecten die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs of voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;
- p.
onroerende zaken voor zover deze bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
- a.
-
2. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage
Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt:
- a.
voor de gebruiker: 0,0398% van de heffingsmaatstaf (een percentage van de WOZ-waarde), en
- b.
voor de eigenaar: 0,0398% van de heffingsmaatstaf (een percentage van de WOZ-waarde).
Artikel 8. Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks door middel van een aanslag geheven.
Artikel 9. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet;
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn;
-
3. In afwijking van lid 1. Is de belasting verschuldigd in 8 maandelijkse termijnen als de belastingplichtige de gemeente toestemming geeft voor automatische incasso.
Artikel 10. Looptijd belastingheffing
De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Artikel 11. Kwijtschelding
Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen
Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening
Op de subsidie die op grond van deze verordening wordt versterkt, is de Algemene subsidieverordening Oirschot 2024 (ASV 2024) (of de verordening zoals deze nadien is gewijzigd) niet van toepassing.
Artikel 13. Aanwijzing stichting
Stichting BIZ Westfields (hierna: de stichting) wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, verplicht moeten worden verricht.
Artikel 14. Aanvraag BIZ-subsidie
-
1. De stichting dient jaarlijks, uiterlijk op 1 november van het voorafgaande jaar, een schriftelijk verzoek om BIZ-subsidie in bij het college;
-
2. De subsidieaanvraag bevat een activiteitenplan (BIZ jaarplan) en een begroting. In dit activiteitenplan geeft de stichting aan welke activiteiten zij het komend jaar voornemens is uit te voeren, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de BIZ. Daartoe kunnen ook activiteiten op het gebied van de promotie, voor zover deze het publieke belang in de openbare ruimte dienen.
Artikel 15. Hoogte BIZ-subsidie
Het college verstrekt de stichting per kalenderjaar een BIZ-subsidie. De subsidie wordt bepaald op basis van de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen, zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 16. Subsidievaststelling
-
1. Na ontvangst van het jaarverslag van de stichting stelt het college de BIZ subsidie definitief vast over het voorgaande subsidiejaar. Indien de stichting in gebreke is gebleven bij de uitvoering van het activiteitenplan, kan het college het subsidiebedrag dienovereenkomstig aanpassen;
-
2. Indien het vastgestelde bedrag lager is, zal dit verschil worden verrekend met het lopende subsidiejaar.
-
3. De stichting is verplicht om het in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen jaarverslag uiterlijk 1 mei volgend op het subsidiejaar aan te leveren.
-
4. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 8 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde jaarverslag.
Artikel 17. Melding van relevante wijzigingen
De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:
- a.
meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie;
- b.
een wijziging van de statuten;
- c.
de verandering of beëindiging van activiteiten.
Hoofdstuk IV Slotbepalingen
Artikel 18. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken;
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 19. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Westfields Oirschot 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 oktober 2025.
Plaatsvervangend griffier,
Rian Swinkels-v.d. Laar,
De voorzitter,
Judith Keijzers-Verschelling
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl