Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757956
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757956/1
Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zandvoort
Geldend van 05-03-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente ZandvoortDe raad van de gemeente Zandvoort;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 december 2025;
gelet op de artikelen 18.20, derde lid, en 18.23, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en artikel 149 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de Raadscommissie;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zandvoort
Artikel 1. Definities
In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt onder betrokken wetten verstaan: Omgevingswet en Wet milieubeheer, voor zover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard.
Artikel 2. Reikwijdte
Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders.
Artikel 3. Betrokkenheid van de raad
De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten.
Artikel 4. Kwaliteitsdoelen
-
1. Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
-
2. De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de betrokken wetten hebben in ieder geval betrekking op:
- a.
de dienstverlening;
- b.
de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;
- c.
de financiën;
- a.
Artikel 5. Kwaliteitsborging
-
1. Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing die in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen ontwikkeld en beschikbaar gesteld zijn inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast.
-
2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad.
-
3. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.
Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zandvoort.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 februari 2026.
De voorzitter,
De griffier,
Toelichting:
Deze verordening gaat over de kwaliteit van het uitvoeren en handhaven van de Omgevingswet door gemeenten. Het doel is ervoor te zorgen dat de taken omtrent vergunningverlening, toezicht en handhaving op een goede, duidelijke en betrouwbare manier worden uitgevoerd. Gemeenten en provincies hebben hierin een brede verantwoordelijkheid. Niet alleen milieutaken vallen eronder, maar ook taken zoals bouw-, reclame-, inrit-, kap- en sloopvergunningen (de zogenaamde BRIKS-taken).
Achtergrond
Sinds 2015 werken gemeenten, provincies en omgevingsdiensten met landelijke kwaliteitscriteria om de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht te verbeteren. De oude wettelijke basis lag in de Wabo, maar sinds de komst van de Omgevingswet is een nieuwe verordening nodig. De nieuwe verordening sluit aan op de landelijke Modelverordening van de VNG en het IPO.
Reikwijdte
De verordening geldt voor alle werkzaamheden die gemeenten zelf doen of laten uitvoeren door omgevingsdiensten. Het gaat alleen om taken binnen de Omgevingswet en de Wet milieubeheer. Taken die andere overheden uitvoeren, zoals de provincie of het waterschap, vallen er niet onder.
Samenhang met andere domeinen
Sommige onderwerpen raken zowel de fysieke leefomgeving als andere beleidsterreinen. Bijvoorbeeld veiligheid, alcoholwetgeving of integriteitsbeoordelingen. De verordening sluit dat niet uit, maar richt zich specifiek op de kwaliteit van uitvoering en handhaving binnen het omgevingsrecht. Ook voor taken die omgevingsdiensten uitvoeren op basis van landelijke afspraken (Programma Uitvoering met Ambitie) gelden dezelfde kwaliteitscriteria.
Artikelgewijze toelichting:
Artikel 1 – Definities
In dit artikel staan geen nieuwe begrippen die al in de Omgevingswet staan. De verordening geldt alleen voor het uitvoeren en handhaven van de Omgevingswet en de Wet milieubeheer (zoals bepaald in artikel 18.1a van die wet). Andere wetten, zoals de Alcoholwet, vallen hier niet onder.
Artikel 2 – Reikwijdte
De verordening heeft twee grenzen:
- 1.
Wat valt onder deze verordening? Het gaat om uitvoering en handhaving van de genoemde wetten. Dat betekent vergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven.
- 2.
Wie voert de verordening uit? Deze verordening gaat over de uitvoering of handhaving door of in opdracht van burgemeester en wethouders. Andere overheden, zoals provincie, waterschap of ministers, vallen buiten deze verordening. Uitvoering kan gebeuren door gemeentelijke diensten, omgevingsdiensten of private partijen in opdracht van het college.
Artikel 3 – Betrokkenheid van de raad
De gemeenteraad stelt kaders en houdt toezicht op het beleid van het college. Het college moet jaarlijks de kwaliteit beoordelen en rapporteren (volgens het Omgevingsbesluit). De raad kijkt vooral naar de hoofdlijnen en naar continuïteit van kwaliteit op lange termijn, bijvoorbeeld via omgevingsvisies en milieubeleidsplannen. Om dit goed te doen, moet het college de raad op tijd informeren. Soms is ook informatie van omgevingsdiensten nodig; dit is geregeld via de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 4 – Kwaliteitsdoelen
Burgemeester en wethouders moeten beleid maken voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving (zoals verplicht in het Omgevingsbesluit). Dit artikel geeft richting aan die verplichting:
- •
De kwaliteit moet worden beoordeeld in het licht van regionaal beleid.
- •
Doelen moeten gaan over thema’s zoals dienstverlening, kwaliteit van producten en diensten, en financiën.
- •
Er worden geen vaste indicatoren voorgeschreven; dat bepalen de bevoegde gezagen zelf.
Artikel 5 – Kwaliteitsborging
Dit artikel legt vast dat de kwaliteitscriteria 3.0 (en toekomstige versies) gebruikt moeten worden. Deze criteria gaan over deskundigheid van uitvoerende organisaties en worden landelijk ontwikkeld door onder andere de VNG en het IPO.
- •
De meest actuele versie staat online (kwaliteitscriteria 3.0 per 1 januari 2025).
- •
Toepassing is verplicht volgens het principe “pas toe of leg uit”.
- •
Jaarlijks moet aan de raad worden gemeld of de criteria zijn toegepast.
- •
Als dat niet kan, moet worden uitgelegd hoe de kwaliteit toch wordt geborgd.
Artikel 6 – Inwerkingtreding
Dit artikel regelt dat de verordening in werking treedt. Er is geen overgangsrecht nodig.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl