Regeling vervalt per 01-03-2027

Nadere regels AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026

Geldend van 04-03-2026 t/m 28-02-2027 met terugwerkende kracht vanaf 01-03-2026

Intitulé

Nadere regels AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van de concerndirecteur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling van 24 februari 2026, registratienummer M2602-237;

gelet op artikel 3, tweede lid, van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026;

overwegende, dat het uit het oogpunt van doelmatigheid en rechtszekerheid wenselijk is om nadere regels voor het AOW- en Jeugdtegoed voor het jaar 2026 vast te stellen;

besluit:

Artikel 1 Definities

In deze nadere regels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • -

    huishouden: eenpersoonshuishouden of meerpersoonshuishouden;

Artikel 2 Reikwijdte

Deze nadere regels hebben betrekking op de verstrekking van een tegoed voor de bevordering van noodzakelijke maatschappelijke participatie van de doelgroep.

Artikel 3 Vereisten en verstrekking

  • 1. In de periode van 1 maart 2026 tot en met 28 februari 2027 wordt ten hoogste één AOW-tegoed per huishouden verstrekt.

  • 2. Indien in een huishouden meerdere personen in aanmerking zouden komen voor een AOW-tegoed, dan komt het AOW-tegoed toe aan de AOW-gerechtigde van dat huishouden van wie het college als eerste een aanvraag ontvangt.

  • 3. Onverminderd artikel 4 van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed verstrekt het college een jeugdtegoed indien:

    • a.

      de ouder op de aanvraagdatum kinderbijslag of een pleegvergoeding voor het betreffende kind of de jongere ontvangt; en

    • b.

      de ouder en het kind of de jongere op de aanvraagdatum van het tegoed op hetzelfde woonadres binnen de gemeente Rotterdam staan ingeschreven in de basisregistratie personen.

  • 4. Het college kan tevens een jeugdtegoed verstrekken aan een organisatie die in Rotterdam een accommodatie heeft als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet waar het kind of de jongere verblijft, indien de aanvraag is ingediend door een tekeningsbevoegde.

Artikel 4 Aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor een AOW- of jeugdtegoed wordt ingediend in de periode van 1 maart 2026 tot en met 30 november 2026.

  • 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens overgelegd:

    • a.

      een kopie van de identiteitskaart, het paspoort of het rijbewijs van de aanvrager, welke op 1 maart 2026 geldig is of op 1 maart 2026 niet langer dan vijf jaar is verlopen; en

    • b.

      één van de volgende documenten:

      • 1°.

        documenten waaruit het inkomen blijkt;

      • 2°.

        een document waaruit toelating tot de minnelijke schuldhulpverlening anders dan via het Geldplein blijkt en een document waaruit aflossing binnen het schuldhulpverleningstraject blijkt; of

      • 3°.

        een uitspraak van de rechtbank tot toelating tot de wettelijke schuldsanering.

Artikel 5 Afhandeling AOW-tegoed in geval van overlijden

  • 1. Indien een AOW-gerechtigde aanvrager overlijdt na de indiening van zijn aanvraag, maar vóór de verzending van de beschikking op de aanvraag, dan wordt geen tegoed verstrekt.

  • 2. Indien een AOW-gerechtigde aanvrager overlijdt na de datum van verzending van de beschikking, dan komt het tegoed toe aan een AOW-gerechtigde persoon uit het huishouden waartoe deze aanvrager behoorde, mits deze AOW-gerechtigde persoon een Rotterdampas heeft.

Artikel 6 Besteding van het AOW- en Jeugdtegoed

  • 1. Het tegoed kan uitsluitend worden besteed aan producten ter bevordering van noodzakelijke maatschappelijke participatie die vallen onder de productgroepen:

    • a.

      badkamerartikelen;

    • b.

      bedartikelen;

    • c.

      boeken en tijdschriften;

    • d.

      dierbenodigdheden en dierenarts;

    • e.

      fiets, fietsaccessoires en reparaties;

    • f.

      fysieke gezelschapsspellen en speelgoed;

    • g.

      hobbyartikelen;

    • h.

      keukenartikelen;

    • i.

      kleding;

    • j.

      menstruatieproducten;

    • k.

      mobiele telefoon, vaste telefoon, tablets en laptops;

    • l.

      mondkapjes en zelftesten;

    • m.

      openbaar vervoer;

    • n.

      paspoort, identiteitskaart en rijbewijs met inbegrip van eventuele bezorg- en spoedkosten;

    • o.

      rugzakken en aktetassen;

    • p.

      schoenen;

    • q.

      schoolspullen;

    • r.

      sportspullen;

    • s.

      thuiszorgproducten;

    • t.

      verklaring omtrent het gedrag.

  • 2. Het tegoed kan uitsluitend worden besteed bij nader te bepalen winkels.

  • 3. Het tegoed wordt niet besteed aan de aanschaf van alcohol, tabak, beltegoed, cadeaukaarten, kansspelen, dieren, dierenvoeding, eten, drinken, koffers en persoonlijke verzorgingsproducten.

  • 4. Het tegoed dat op een Rotterdampas beschikbaar is gesteld, is niet inwisselbaar voor contant geld.

Artikel 7 Intrekken beschikking

  • 1. Het college kan onderzoeken of een tegoed rechtmatig is verstrekt.

  • 2. Het college kan een beschikking waarin een tegoed is toegekend in elk geval intrekken, indien de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn genomen indien bij de beoordeling van die aanvraag de juiste gegevens bekend waren geweest.

  • 3. Als het college een beschikking tot verstrekking van een tegoed intrekt, vervalt het tegoed op de Rotterdampas met ingang van de dag waarop de beschikking tot intrekking is bekendgemaakt.

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het college kan artikel 3, eerste, derde en vierde lid, alsmede artikel 5, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van de bevordering van noodzakelijke maatschappelijke participatie van de doelgroep, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 9 Inwerkingtreding, vervaldatum en overgangsrecht

  • 1. Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 maart 2026.

  • 2. Deze nadere regels vervallen met ingang van 1 maart 2027, maar blijven van toepassing op verstrekte tegoeden en op volledige aanvragen om een tegoed die zijn ingediend voorafgaand aan de vervaldatum.

Artikel 10 Citeertitel

Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering 24 februari 2026.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Toelichting op de Nadere regels AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026

Algemeen

Ten behoeve van de uitvoering van het beleid ten aanzien van het AOW- en Jeugdtegoed in 2026 heeft de gemeenteraad van Rotterdam de Verordening AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026 (hierna: de verordening) vastgesteld op grond van artikel 149 van de Gemeentewet. In artikel 3 van de verordening is vermeld dat het college nadere regels vast stelt ten aanzien van de uitvoering van de verordening. Deze nadere regels AOW- en Jeugdtegoed Rotterdam 2026 (hierna: nadere regels) geven uitvoering aan artikel 3 van de verordening.

Artikelsgewijs

Artikel 3 Vereisten en verstrekking

De regeling kent twee categorieën van personen aan wie een tegoed verstrekt kan worden: AOW-gerechtigden en jeugd van 4 tot en met 17 jaar, welke laatste groep is uitgesplitst in kinderen van 4 tot en met 11 jaar en jongeren van 12 tot en met 17 jaar.

Het recht op een AOW-tegoed wordt toegekend per huishouden. Dat betekent dat als er meerdere AOW-gerechtigden in een huishouden aanwezig zijn, het tegoed slechts eenmaal wordt toegekend.

Het jeugdtegoed wordt toegekend per kind c.q. per jongere. Als er meerdere kinderen of jongeren in een huishouden aanwezig zijn die allen aan de criteria voldoen, dan kan voor elk van de betreffende kinderen of jongeren een tegoed worden aangevraagd. Ieder kind en iedere jongere krijgt het tegoed op zijn eigen Rotterdampas.

Om voor een AOW-tegoed in aanmerking te kunnen komen dient de aanvrager op 1 maart 2026 AOW-gerechtigd te zijn. Om voor een Jeugdtegoed van € 850,- in aanmerking te komen, dient de jongere op 1 maart 2026 12 jaar of ouder te zijn, maar niet ouder dan 17 jaar. Voor een tegoed van € 300,- komen kinderen in aanmerking die op 1 maart 2026 4 jaar of ouder zijn, maar niet ouder zijn dan 11 jaar.

Om te voorkomen dat geen aanvraag kan worden ingediend ten behoeve van een kind of jongere die niet bij ouders, verzorgers of pleegouders woont, maar in een instelling, is in dit artikel opgenomen dat bijvoorbeeld de directeur van een accommodatie als bedoeld in de Jeugdwet, een aanvraag voor een kind of jongere kan indienen. De tekeningsbevoegdheid moet wel uit de aanvraag blijken, bijvoorbeeld door het meesturen van een machtiging of volmacht. Indien een kind of jongere in een accommodatie verblijft, hoeft de aanvraag aldus niet ingediend te worden door een ouder en gelden de eisen, bedoeld in artikel 3, derde lid, niet. Bij een dergelijke aanvraag wordt voorts de aanname gedaan dat deze kinderen of jongeren voor wie een aanvraag wordt gedaan, ouders hebben met een laag inkomen.

Artikel 5 Afhandelen aanvraag in geval van overlijden AOW- gerechtigde aanvrager

Dit artikel bepaalt of en op welke wijze een tegoed verstrekt wordt na overlijden van een AOW-gerechtigde aanvrager.

In geval van overlijden tussen aanvraag en verzending beschikking (eerste lid): in dat geval is het besluit nog niet bekend gemaakt en bestaat er nog geen aanspraak op een tegoed. Een besluit treedt immers pas in werking als het bekend is gemaakt. Omdat er nog geen aanspraak is gevestigd en geen aanspraak meer zal kunnen worden gevestigd, omdat de aanvrager is overleden, wordt geen tegoed verstrekt.

Het tweede lid gaat over de situatie dat al wel de beschikking is verzonden, maar de AOW-gerechtigde overlijdt voordat het tegoed op zijn pas is gezet. Als de overleden AOW-gerechtigde met een andere AOW-gerechtigde een huishouden voerde, dan wordt het tegoed op de pas gezet van deze AOW-gerechtigde persoon die deel uitmaakte van het huishouden.

Het Jeugdtegoed wordt automatisch gekoppeld aan de Rotterdampas van betreffend kind of jongere. Voor de ‘minima-doelgroep’ is de Rotterdampas verkrijgbaar voor € 5,-. Voor kinderen en jongeren die recht hebben op het Jeugdtegoed is de Rotterdampas gratis.

Artikel 6 Besteding AOW- en Jeugdtegoed

De bedoeling van het AOW- en Jeugdtegoed is dat met het tegoed producten worden gekocht die noodzakelijk zijn voor de doelgroepen om maatschappelijk te kunnen participeren. Het tegoed kan uitsluitend worden besteed bij: boek-, kantoorzaken- en gemakswinkels, dierenwinkels en dierenartspraktijken, kleding- en schoenwinkels, fietswinkels, elektronica winkels, warenhuizen, webshops, speelgoedwinkels, sportwinkels, stadswinkels, tassenwinkels, vervoersbedrijven en zorgwinkels.

De productgroepen zijn zodanig samengesteld, dat er voor de doelgroep producten zijn opgenomen die noodzakelijk zijn om te kunnen participeren.

In het eerste lid worden de productgroepen benoemd. Onder de productgroep dierbenodigdheden wordt verstaan alle producten verkrijgbaar in een dierenwinkel met uitzondering van dieren, pakken diervoedsel en diersnacks. De productgroep hobbyartikelen omvat vooral een breed assortiment aan knutselmaterialen. Onder badartikelen wordt verstaan: dekens, kussens, lakens e.d. onder badkamerartikelen wordt verstaan: handdoeken, badkamerkleedjes, zeeppomp, douchegordijn, maar geen persoonlijke verzorgingsproducten.

In het tweede lid worden een aantal producten nadrukkelijk uitgesloten van de besteding van het AOW- en Jeugdtegoed.

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl