Beleids- en Nadere regels Tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Westland 2026

Geldend van 05-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleids- en Nadere regels Tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Westland 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

gelet op;

  • -

    Artikel 4:81 en 4:84 Awb;

  • -

    Artikel 1.13 de Wet kinderopvang;

  • -

    Artikel 35, eerste lid van de Participatiewet;

  • -

    Artikel 3, lid 2, artikel 6, artikel 8, artikel 9 en artikel 11 van de Verordening Tegemoetkoming kinderopvang SMI;

  • -

    Artikel 15, lid 2 en 3 van de Beleidsregels Bijzondere Bijstand en Individuele Inkomenstoeslag gemeente Westland 2025;

  • -

    Het Strategisch beleidskader Sociaal Domein vastgesteld d.d 18 juni 2025.

besluit:

vast te stellen de Beleids- en Nadere regels Tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Westland 2026. Waarbij de beleidsregels betrekking hebben op het onderdeel KOA-kopje en de nadere regels op de sociaal-medische indicatie.

Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Wet: de Participatiewet;

    • b.

      Awb: Algemene wet bestuursrecht;

    • c.

      SMI: sociaal-medische indicatie;

    • d.

      Kinderopvang: gastouderbureaus, gastouderopvang, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang;

    • e.

      Verordening: Verordening Tegemoetkoming Kinderopvang SMI;

    • f.

      College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland;

    • g.

      Tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie;

    • h.

      Belanghebbende: de ouder die inwoner is van de gemeente en een tegemoetkoming aanvraagt in de kosten van kinderopvang voor zijn/haar kind(eren), op grond van een sociaal-medische indicatie;

    • i.

      Gezinsinkomen: hierbij wordt aangesloten bij artikel 31 tot en met 33 van de Participatiewet;

    • j.

      Sociaal-medische indicatie: de indicatie waaruit blijkt dat kinderopvang nodig is om medische en/of sociale redenen;

    • k.

      Wko: Wet kinderopvang;

    • l.

      KOA-kopje: een extra vergoeding van de kosten voor kinderopvang die de gemeente, op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang, kan verstrekken aanvullend op de kinderopvangtoeslag van het Rijk;

    • m.

      Adviesorgaan: een door het college aangewezen arts of medisch deskundige die kan beoordelen of sprake is van sociaal-medische gronden die kinderopvang noodzakelijk maken;

  • 2. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze regeling gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet kinderopvang, de Participatiewet, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 TEGEMOETKOMING KOA-KOPJE

Artikel 2 Grond verstrekking tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt verstrekt op basis van artikel 35, eerste lid van de Participatiewet.

Artikel 3 Doelgroep

  • 1. Tot de doelgroep van de tegemoetkoming KOA-kopje behoort de belanghebbende die in het betreffende jaar:

    • a.

      algemene bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, of een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw, Ioaz of de Algemene nabestaandenwet, en gebruikmaakt van een voorziening die is gericht op arbeidsinschakeling op grond van deze wetten, waarbij kinderopvang noodzakelijk is;

    • b.

      jonger is dan 18 jaar, onderwijs of een opleiding volgt en met toepassing van artikel 16 of artikel 18 van de Participatiewet algemene bijstand ontvangt of kan ontvangen;

    • c.

      inburgeringsplichtig is zoals bedoeld in de Wet inburgering, een inburgeringscursus volgt bij een erkende instelling en voldoet aan de daarvoor geldende regels;

    • d.

      staat ingeschreven bij een school of onderwijsinstelling zoals bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdragen en schoolkosten of de Wet studiefinanciering 2000.

  • 2. Tot de doelgroep behoort ook de belanghebbende die werkt en inkomen heeft uit arbeid, en die:

    • a.

      daarnaast een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, de Ioaw of de Ioaz; of

    • b.

      korter dan twee jaar geleden is uitgestroomd uit de Participatiewet, Ioaw of Ioaz vanwege werk, waarbij het gezinsinkomen nog onder de inkomensgrens blijft zoals genoemd in artikel 5 van deze beleidsregels.

  • 3. De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt aan een belanghebbende die volgens de Basisregistratie Personen (BRP) woont in de gemeente Westland.

  • 4. De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als de kinderopvang plaatsvindt bij een geregistreerd kindercentrum of een geregistreerde gastouderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.5 van de Wet kinderopvang.

Artikel 4 Omvang van de kinderopvang in relatie tot de tegemoetkoming

  • 1. Een tegemoetkoming wordt alleen verstrekt voor kinderopvang die het college noodzakelijk vindt in verband met de zorg voor het kind en:

    • a.

      deelname aan een voorziening gericht op arbeidsinschakeling;

    • b.

      deelname aan onderwijs of een opleiding;

    • c.

      deelname aan een inburgering dat is gericht op werk;

    • d.

      het verrichten van betaalde arbeid in combinatie met een aanvullende uitkering op grond van de Participatiewet, Ioaw of Ioaz;

    • e.

      het verrichten van betaalde arbeid in de eerste twee jaar na beëindiging van een uitkering op grond van de Participatiewet, de Ioaw of Ioaz, waarbij het gezinsinkomen onder de inkomensgrens blijft.

  • 2. Voor het vaststellen van het aantal noodzakelijke uren kinderopvang gelden de regels uit het Besluit kinderopvangtoeslag.

Artikel 5 Hoogte inkomen en vermogen van de belanghebbende

Een tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    het gezinsinkomen lager is dan 120% van de bijstandsnorm; en

  • b.

    het vermogen lager is dan de vermogensgrens zoals genoemd in artikel 34 van de Participatiewet.

Artikel 6 Periode verstrekking tegemoetkoming

  • 1. De tegemoetkoming gaat in op de datum waarop de kinderopvang noodzakelijk is geworden.

  • 2. Lid 1 geldt alleen als de aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de beschikking van de Belastingdienst is ingediend. Bij een latere aanvraag kan de vergoeding niet eerder ingaan dan de datum van ontvangst van de aanvraag door de gemeente.

  • 3. De tegemoetkoming kan niet eerder ingaan dan de startdatum van het opvangcontract.

  • 4. De tegemoetkoming kan ook niet eerder ingaan dan de datum genoemd in artikel 1.3, tweede lid, onder b, van de Wet kinderopvang.

  • 5. De tegemoetkoming eindigt wanneer de belanghebbende niet meer voldoet aan de artikelen 4 en 5, of tot drie maanden nadat het werk is beëindigd.

Artikel 7 Hoogte tegemoetkoming KOA-kopje

  • 1. De belanghebbende ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming in de kinderopvangkosten:

    • a)

      de tegemoetkoming is 4% van de prijs per uur per kind;

    • b)

      als de kinderopvang goedkoper is dan het tarief van de Belastingdienst, betaalt de gemeente niet meer dan de werkelijke prijs van de opvang;

  • 2. Voor belanghebbenden die door werk niet langer tot de doelgroep behoren, geldt een afbouwregeling. Als het inkomen maximaal 120% van de inkomensgrens bedraagt:

    • a.

      in de eerste 12 maanden geldt een tegemoetkoming van 4% van het maximale uurtarief;

    • b.

      in de tweede 12 maanden geldt een tegemoetkoming van 2% van het maximale uurtarief.

  • 3. Voor het maximale uurtarief wordt aangesloten bij artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag.

  • 4. De tegemoetkoming wordt berekend over het deel van de kosten waarover de Belastingdienst kinderopvangtoeslag berekent.

  • 5. In bijzondere situaties, waarin een kind extra zorg nodig heeft, kan een hoger uurtarief worden toegepast.

Hoofdstuk 3 TEGEMOETKOMING KOSTEN KINDEROPVANG SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE

Artikel 8 Doelgroep SMI

De tegemoetkoming op sociaal-medische indicatie is van toepassing op de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening Kinderopvang SMI Westland.

Artikel 9 Te verstrekken gegevens

  • 1. Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      naam en adres van de belanghebbende;

    • b.

      indien van toepassing de naam van de partner en diens adres;

    • c.

      naam en geboortedatum van het kind of de kinderen;

    • d.

      een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen met daarin vermeld het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum van de opvang en het registratienummer van de opvangorganisatie;

    • e.

      gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende tot de doelgroep behoort;

    • f.

      overige gegevens die nodig zijn om een besluit te nemen.

  • 2. Als de belanghebbende een partner heeft, ondertekent de partner de aanvraag ook.

Artikel 10 Vaststellen sociaal-medische indicatie

Voor het vaststellen van de noodzaak tot kinderopvang kan het college advies opvragen bij een deskundige, zoals een arts of andere hulpverleners over:

  • a.

    de doelgroep waartoe de belanghebbende behoort;

  • b.

    de periode en het aantal uren kinderopvang dat nodig is.

Artikel 11 Beslistermijn

Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van alle gegevens. Deze termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd. Het college brengt de belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte. In spoedeisende situaties beslist het college zo snel mogelijk, uiterlijk binnen twee weken.

Artikel 12 Weigeringsgronden

Het college weigert de tegemoetkoming als:

  • a.

    er sprake is van een voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 4 van de Verordening Tegemoetkoming kinderopvang SMI;

  • b.

    de belanghebbende niet tot de doelgroep behoort;

  • c.

    de kinderopvang niet is geregistreerd.

Artikel 13 Ingangsdatum van de tegemoetkoming

De tegemoetkoming gaat in op de datum waarop de kinderopvang start.

Artikel 14 Periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend

  • 1. De tegemoetkoming wordt verleend voor maximaal 24 maanden, zolang de belanghebbende tot de doelgroep behoort. In uitzonderlijke gevallen kan het college hiervan afwijken.

  • 2. Als een gastouderbureau uit het Landelijk Register Kinderopvang wordt verwijderd, blijft de opvang tijdelijk toegestaan. Tijdens de landelijke vastgestelde overgangsperiode geldt de eis van een geregistreerd gastouderbureau niet. In deze periode kan de tegemoetkoming voor gastouderopvang worden voortgezet.

Artikel 15 Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal de volledige prijs per uur vermenigvuldigd met het benodigde aantal uren opvang.

  • 2. Voor het bepalen van de maximale prijs per uur wordt aangesloten bij artikel 4, lid 1 van het Besluit kinderopvangtoeslag.

  • 3. Is de hoogte van de prijs per uur goedkoper, dan geldt het lagere tarief.

  • 4. De hoogte van de tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de Kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst. Het resterende bedrag is de eigen bijdrage en wordt door de belanghebbende zelf betaald.

  • 5. De eigen bijdrage geldt niet voor:

    • a.

      een belanghebbende met een netto-inkomen dat lager is dan de 110% van de geldende bijstandsnorm; of

    • b.

      een belanghebbende die aantoonbaar gebruik maken van een minnelijke of wettelijke schuldregeling.

Artikel 16 Inhoud van de beschikking

Het besluit tot toekenning van de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op medische en sociale gronden bevat in ieder geval:

  • a.

    de vaststelling tot welke van de in artikel 8 van deze nadere regels genoemde doelgroep de belanghebbende behoort;

  • b.

    de geldigheidsduur van de indicatie zoals bedoeld in artikel 10 onder b van deze nadere regels;

  • c.

    de omvang van het aantal uren kinderopvang dat noodzakelijk wordt geacht;

  • d.

    de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;

  • e.

    de naam, het adres en het registratienummer LRK van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt;

  • f.

    de periode en de omvang van de kinderopvang per maand waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;

  • g.

    de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;

  • h.

    de verplichtingen van de belanghebbende.

Artikel 17 De betaling van de tegemoetkoming

  • 1. De uitbetaling van de toegekende tegemoetkoming op medische en sociale gronden geschiedt per maand aan de hand van een door belanghebbende ingediende declaratie;

  • 2. Voor de declaratie verstrekt de belanghebbende de factuur van het kindercentrum of het gastouderbureau.

  • 3. Als de belanghebbende hiervoor een machtiging heeft afgegeven, wordt de tegemoetkoming na ontvangst van de factuur rechtstreeks overgemaakt aan het kindercentrum of gastouderbureau.

  • 4. Als er geen toestemming is voor directe betaling aan het kindercentrum of gastouderbureau, maakt de gemeente de tegemoetkoming binnen twee weken na het ontvangen van de factuur over op het bij de gemeente bekende bankrekeningnummer van de belanghebbende.

  • 5. De belanghebbende die geen toestemming heeft gegeven, of alleen voor een deel van de verleningsperiode toestemming heeft gegeven, voor directe betaling aan het kindercentrum of gastouderbureau, verstrekt uiterlijk vóór de datum die in de beschikking staat bewijzen dat de kinderopvang in die periode is betaald.

Hoofdstuk 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 Inlichtingenplicht

  • 1. De belanghebbende of diens partner moet de gemeente direct en uit zichzelf schriftelijk informeren over alle veranderingen die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de tegemoetkoming, of kunnen leiden tot beëindiging of intrekking daarvan.

  • 2. De belanghebbende moet, op verzoek van de gemeente en binnen een redelijke termijn, alle gegevens en informatie verstrekken die nodig zijn om het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming vast te stellen. Dit geldt ook voor gegevens van een eventuele partner.

Artikel 19 Vaststellen rechtmatigheid

  • 1. Het college is bevoegd een onderzoek in te stellen naar de rechtmatigheid van de verstrekking.

  • 2. De belanghebbende is verplicht om de gevraagde gegevens aan te leveren voor het vaststellen van de rechtmatigheid van de verstrekking.

Artikel 20 Intrekking en terugvordering

  • 1. Het college kan een besluit tot toekenning van een tegemoetkoming herzien dan wel intrekken op grond van artikel 54 van de Participatiewet wanneer:

    • a.

      het niet of niet behoorlijk nakomen van verplichtingen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de tegemoetkoming;

    • b.

      anderszins de tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

  • 2. Het college kan een ten onrechte of een te hoog bedrag aan verleende tegemoetkoming terugvorderen op grond van artikel 58 van de Participatiewet wanneer de belanghebbende redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald.

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze beleids- en nadere regels treden in werking op vanaf (datum publicatie) met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

  • 2. Met de inwerkingtreding van deze nadere regels worden de Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland houdende regels omtrent tegemoetkoming kosten kinderopvang (Beleids- en Nadere regels Tegemoetkoming kosten kinderopvang Westland) ingetrokken.

  • 3. Deze beleids- nadere regels worden aangehaald als: Beleids- en Nadere regels Tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Westland 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld te Naaldwijk op 24 februari 2026

Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Westland.

de secretaris,

M.L.M. Weerts

de burgemeester,

B.R. Arends