Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757942
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757942/1
Toetsingskader Wmo Toezicht Westfriesland 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 04-03-2026
Intitulé
Toetsingskader Wmo Toezicht Westfriesland 2026Inleiding
Gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de organisatie van maatschappelijke ondersteuning van personen met een beperking en personen met psychische of psychosociale problemen. Dat staat in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Dit betekent dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen voor personen met een beperking en personen met psychische of psychosociale problemen en het toezicht op de voorzieningen. Binnen Westfriesland zijn regionale toezichthouders aangesteld. De toezichthouders hebben de bevoegdheden zoals bepaald in de Algemene Wet Bestuursrecht.
Om toetsing van de kwaliteit te kunnen doen, is een toetsingskader noodzakelijk. Dit toetsingskader is gebaseerd op het model toetsingskader van de VNG in combinatie met overeenkomsten Wmo die op 1 juli 2025 zijn ingegaan.
Het model toetsingskader van de VNG is tot stand gekomen vanuit een samenwerking tussen GGD GHOR Nederland, Regio Gooi en Vechtstreek, GGD Hart voor Brabant, GGD Gelderland-Zuid, GGD IJsselland, GGD Flevoland, GGD Rotterdam-Rijnmond, Zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe, Zorgregio Noord- en Midden-Limburg, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Toezicht Sociaal Domein (TSD) en de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG).
Rol toezichthouder en toetsingskader
De toezichthouders toetsen of voorzieningen voldoen aan de wettelijke en gemeentelijke kwaliteitseisen. Om transparant te zijn over wat de toezichthouder toetst, hanteren de Westfriese regionale toezichthouders het toetsingskader. Dit is het uitgangspunt voor het toetsen van aanbieders die maatschappelijke ondersteuning bieden aan cliënten. Het toetsingskader is gebaseerd op de wet- en regelgeving, de kwaliteitskaders uit het veld, inkoopdocumenten en op de richtlijnen van professionals voor verantwoorde ondersteuning.
Leeswijzer
Het toetsingskader bestaat uit drie thema’s:
- –
Cliënt
- –
Veiligheid
- –
Professionaliteit
Elk thema is uitgewerkt in een aantal normen. Bij elke norm staat waar de toezichthouder onder andere naar kijkt om te toetsen of aan deze norm wordt voldaan. Daarbij staat ook een verwijzing naar de wettekst en een korte toelichtende tekst. Het toetsingskader is algemeen geformuleerd. Afhankelijk van het type onderzoek, het soort voorziening en de doelgroep leggen toezichthouders accenten.
Onderzoeksmethode
De toezichthouders hanteren verschillende onderzoeksmethoden om informatie te verzamelen. Onderzoeksmethoden zijn bijvoorbeeld documentenonderzoek, observaties, interviews met cliënten en medewerkers, en inzage in personeels- en cliëntdossiers. De toezichthouders vormen op basis van de verzamelde informatie een oordeel. Zij leggen de beoordeling vast in een rapportage. Zo nodig wordt samengewerkt met de toezichthouder rechtmatigheid, toezichthouders van andere gemeenten, andere regio’s en/of de Inspectie Gezondheidszorg Jeugd (IGJ).
Cliënt
Wettelijke kwaliteitseisen voorzieningen
- •
De voorziening is veilig, doeltreffend, doelmatig, en cliëntgericht (art. 3.1, tweede lid sub a Wmo2015).
- •
De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp (art. 3.1, tweede lid sub b, Wmo2015).
- •
De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard (art. 3.1, tweede lid sub c, Wmo2015)
- •
De voorziening wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt (art. 3.1, tweede lid sub d, Wmo2015).
- •
Kwaliteitseisen uit gemeentelijke verordeningen (art. 2.1.3, tweede lid, sub c. Wmo2015).
Toelichting
De ondersteuning sluit aan bij de behoeften en ontwikkelmogelijkheden van de cliënt en is planmatig en gestructureerd. De aanbieder bespreekt, evalueert en stelt de ondersteuning regelmatig bij. De aanbieder stemt de ondersteuning af met het (in)formele netwerk van de cliënt. De cliënt heeft inspraak en kan indien nodig laagdrempelig en onafhankelijk een klacht indienen.
|
1.1 Doelen en dossier |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
||
|
1.1.1 |
De cliënt bepaalt binnen de mogelijkheden, in samenspraak met de gemeente de hulpvraag en de doelen van de geboden ondersteuning. |
|
|
|
1.1.2 |
Beroepskrachten werken cyclisch. Zij leggen dit hele proces inzichtelijk vast. |
|
|
|
Constatering |
|
||
|
Bronnen |
|
||
|
Aanbeveling(en) |
|
||
|
1.2 Rechten cliënt |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
1.2.1 |
De beroepskracht bejegent de cliënt op professionele wijze. |
|
|
1.2.2 |
De cliënt heeft medezeggenschap. |
|
|
1.2.3 |
De aanbieder beschikt over een klachtenregeling |
|
|
1.2.4 |
De aanbieder borgt de privacy van de cliënt. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
|
1.3 Ondersteuning in de praktijk |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
1.3.1 |
De cliënt ontvangt ondersteuning die aansluit bij wensen, mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte. |
|
|
1.3.2 |
Er is continuïteit in de verleende ondersteuning |
|
|
1.3.3 |
De aanbieder en de beroepskrachten stimuleren de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
|
1.4 Afstemming met (in)formele netwerk |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
1.4.1 |
Interne afstemming De beroepskrachten stemmen onderling af over de ondersteuning van de cliënt. |
|
|
1.4.2 |
Externe afstemming met formele netwerk De beroepskrachten stemmen de ondersteuning aan de cliënt af op andere vormen van geboden hulp of zorg. |
|
|
1.4.3 |
Afstemming met het informele netwerk Het netwerk van de cliënt wordt betrokken, ondersteund en actief benut. (Indien noodzakelijk of afgesproken in het perspectiefplan) |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
Veiligheid
Wettelijke kwaliteitseisen voorzieningen
De voorziening is veilig (artikel 3.1, tweede lid sub a, Wmo).
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling (artikel 3.3 Wmo 2015)
- •
Lid 1: De aanbieder, niet zijnde een aanbieder die hulpmiddelen of woningaanpassingen levert, stelt een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.
- •
Lid 2: De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
- •
Lid 3: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.
- •
Artikel 7.2 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015: Na inwerkingtreding van de wet berust het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling op artikel 3.3, derde lid van de wet.
Meldplicht calamiteiten en geweldsincidenten (artikel 3.4 Wmo 2015)
- •
Lid 1: De aanbieder doet bij de toezichthoudende ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015, onverwijld melding van:
- o
Iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden;
- o
Geweld bij de verstrekking van een voorziening.
- o
- •
Lid 2: De aanbieder en de beroepskrachten die voor hem werkzaam zijn, verstrekken bij en naar aanleiding van een melding als bedoeld in het eerste lid aan de toezichthoudende ambtenaar de gegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens, gegevens over gezondheid en andere bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard, voor zover deze voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn.
Toelichting
De aanbieder zorgt ervoor dat de ondersteuning veilig is. De aanbieder brengt veiligheidsrisico’s samen met de cliënt in kaart en neemt maatregelen om de risico’s te beperken. De aanbieder leert van incidenten en meldt calamiteiten- en geweldsincidenten bij de toezichthouder. De aanbieder stelt beleid over veiligheid vast en voert dit uit in de praktijk.
De begrippen “calamiteit” en “geweld bij de verstrekking van een voorziening” zijn gedefinieerd in artikel 1.1.1 lid 1 Wmo 2015.
|
2.1 Omgaan met risico’s cliënt |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
2.1.1 |
De beroepskracht is zich bewust van de veiligheidsrisico’s van cliënt. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
|
2.2 Veiligheidsbeleid |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
2.2.1 |
De aanbieder borgt de veiligheid van de cliënten en beroepskrachten. |
|
|
2.2.2 |
De aanbieder stelt een Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vast en past deze toe in de praktijk. |
|
|
2.2.3 |
De aanbieder leert van incidenten en calamiteiten. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
|
2.3 Veilige omgeving |
|
|
|
2.3.1 |
De aanbieder biedt een veilige, schone, passende en leefbare (woon)omgeving. |
Dit betekent in ieder geval dat:
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
Professionaliteit
Kwaliteitseisen voorzieningen
De voorziening wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid o.b.v. de professionele standaard (art. 3.1, tweede lid sub c).
Toelichting
De cliënt ontvangt ondersteuning van gekwalificeerde beroepskrachten die in bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag. De beroepskrachten ontvangen bijscholing gericht op het werk dat zij uitvoeren. De aanbieder stelt kwaliteitsbeleid vast, houdt dit actueel en faciliteert beroepskrachten bij de uitvoering hiervan.
|
3.1 Personeel |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
3.1.1 |
De beroepskracht is vakbekwaam en gekwalificeerd. |
|
|
3.1.2 |
De aanbieder stimuleert en ondersteunt de beroepskrachten en bevordert hun ontwikkeling. |
|
|
3.1.3 |
Beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een passende VOG. |
|
|
3.1.4 |
De aanbieder zorgt voor verantwoorde inzet en begeleiding van vrijwilligers, stagiaires, en ervaringsdeskundigen zonder kwalificatie. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
|
3.2 Kwaliteitsbeleid |
De toezichthouder toetst onder meer het volgende: |
|
|
3.2.1 |
De aanbieder borgt en bewaakt systematisch de kwaliteit van de ondersteuning. |
|
|
3.2.2 |
De aanbieder draagt zorg voor samenwerking intern en met andere organisaties. |
|
|
Constatering |
|
|
|
Bronnen |
|
|
|
Aanbeveling(en) |
|
|
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl