Besluit mandaat en machtiging uitoefening bevoegdheden Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam

Geldend van 04-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Besluit mandaat en machtiging uitoefening bevoegdheden Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel d.d. 24 februari 2026 van de wethouder Handhaving, Buitenruimte en Mobiliteit, registratienummer M2510-3142;

gelet op:

  • -

    artikel 149, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;

  • -

    de artikelen 10:3, 10:4, eerste lid, 10:5, 10:6, eerste lid, 10:9 en 10:11 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • -

    het verkeersbesluit Zero-emissiezone Rotterdam 2025 zoals dat is vastgesteld bij besluit van 23 april 2024, gepubliceerd op 1 mei 2024, Gemeenteblad 2024, nr. 190099, of zoals nadien gewijzigd;

  • -

    de Beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • -

    beleidsregels: beleidsregels ontheffingen nul-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam;

  • -

    Dienst Wegverkeer: Dienst als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994;

  • -

    Verkeersbesluit: verkeersbesluit Zero-emissiezone Rotterdam 2025 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, zoals vastgesteld d.d. 23 april 2024, gepubliceerd in Gemeenteblad op 1 mei 2024, nr.2024-190099, of zoals nadien gewijzigd.

Artikel 2 Ontheffingsbesluiten

Aan de directeur Dienst Wegverkeer wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:

  • a.

    het op aanvraag nemen van een besluit om een ontheffing ten aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, op grond van de artikelen 3 tot en met 12 van de beleidsregels;

  • b.

    het in ontvangst nemen van een aanvraag en voorbereiden van een besluit om een ontheffing ten aanzien van de bij het Verkeersbesluit ingestelde nul-emissiezone, op grond van artikel 13 en 14 van de beleidsregels;

  • c.

    het ondertekenen van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam als bedoeld in onderdeel b, met inbegrip van intrekking van een ontheffing;

  • d.

    het intrekken van ontheffingsbesluiten gebaseerd op het Ontheffingenbeleid nul-emissiezone Rotterdam 2025, genomen in mandaat door de Stedelijk directeur, cluster Ruimte en Economie van de gemeente Amsterdam in de periode van 1 juli 2024 tot 15 september 2025;

  • e.

    alle benodigde feitelijke handelingen behorend tot de in dit artikel bedoelde bevoegdheden;

  • f.

    het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen en behandelen van (hoger) beroep namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam;

  • g.

    het verwerken van de persoonsgegevens ten behoeve van de uitvoering van de hiervoor genoemde bevoegdheden en feitelijke handelingen.

Artikel 3 Ondermandaat

  • 1. De directeur Dienst Wegverkeer kan met betrekking tot de bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, ondermandaat en ondermachtiging verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

  • 2. Tenzij anders is bepaald, omvat de verlening van ondermandaat mede de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar.

  • 3. De beslissing op bezwaar wordt niet in ondermandaat genomen door degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar is gericht.

  • 4. De beslissing op bezwaar wordt niet in ondermandaat genomen door degene die in de hiërarchische verhouding ressorteert onder degene die het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar zich richt.

Artikel 4 Intrekking

Het Besluit mandaat en machting voor ontheffingen nul-emissiezone verkeersbesluit Zero-emissiezone Rotterdam 2025 wordt ingetrokken.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 6 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging uitoefening bevoegdheden Beleidsregels ontheffingen nu-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 februari 2026.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

CJ. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 10-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Toelichting op het Besluit mandaat en machtiging uitoefening bevoegdheden Beleidsregels ontheffingen nu-emissiezone bedrijfs- en vrachtauto’s gemeente Rotterdam

Dit besluit is genomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, omdat zij bevoegd is tot het verlenen van ontheffingen in het kader van nul-emissiezones en het voeren van juridische procedures over deze ontheffingen.

Met dit besluit worden mandaat en machtiging verleend voor het besluiten op aanvragen voor een zogenaamde landelijke ontheffing. Juridisch is er sprake van een ontheffing die in mandaat voor meedere gemeenten wordt verleend en er is derhalve sprake van een bundeling van besluiten in één brief. Hiervoor neemt de Dienst Wegverkeer (RDW) ook de behandeling van bezwaar en beroep op zich.

Voor gemeentespecifieke ontheffingen (bedrijfseconomische omstandigheden en de afwijkingsmogelijkheid (hardheidsclausule)) neemt de RDW bij het Centraal Loket de aanvragen alleen in ontvangst, beoordeelt of deze volledig zijn en zendt deze dan ter behandeling door aan de gemeente. Het college neemt het besluit waarna de RDW dit besluit in een brief opstelt, en mandaat krijgt voor het ondertekenen en zorg draagt voor verzending daarvan. Voor deze besluiten wordt geen mandaat verleend om eventuele bezwaren- en beroepschriften te behandelen. Deze bevoegdheid blijft bij het college.

Momenteel zijn er 17 gemeenten in Nederland die een nul-emissiezone hebben ingesteld en (voornemens zijn) mandaat (te) verlenen voor ontheffingen aan de RDW. Het aantal gemeenten dat dit ook doet kan in de loop der tijd toenemen. Dan geldt vanaf dat moment van deelname van die gemeente dat de reeds verleende langdurige ontheffingen op grond van dit besluit ook voor die gemeente gelden.

Artikel 3 geeft de directeur van de RDW de mogelijkheid om aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan zijn medewerkers. Zonder deze expliciete toestemming zou dat niet mogelijk zijn (artikel 10:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Er wordt ondermandaat verleend aan de verschillende, niet tot elkaar in een hiërarchische verhouding staande, functionarissen voor zowel het primaire besluit als het besluit op bezwaar. Daarmee wordt voldaan aan de voorchriften voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht.