Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757904
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757904/1
Geldend van 27-02-2026 t/m heden
Hoofdstuk 1 Inleiding
Paragraaf 1.1 Inleiding
De transitie naar een circulaire economie vraagt om een fundamentele herziening van hoe we omgaan met grondstoffen, afval en hergebruik. Als gemeente staan we aan de voorhoede van deze beweging. Met dit Omgevingsprogramma leggen we de ingeslagen beleidskoers vast en geven we richting aan ons beleid voor de komende jaren: van afvalinzameling naar grondstoffenbeheer. We bouwen voort op bestaande successen en we zetten in op verdere samenwerking met onze inwoners. Zo werken we aan een toekomst waarin verspilling wordt voorkomen, hergebruik de norm is, en onze leefomgeving schoner en duurzamer wordt.
Paragraaf 1.2 Afvalinzameling als schakelpunt
De circulaire economie draait om het sluiten van kringlopen: grondstoffen worden zo lang mogelijk in gebruik gehouden, hergebruikt en uiteindelijk hoogwaardig gerecycled. In deze keten speelt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval een cruciale rol. Wat inwoners weggooien, vormt de start van een nieuwe grondstoffenstroom. Door afval zorgvuldig te scheiden en slim te verwerken, kunnen waardevolle materialen opnieuw worden ingezet in productieprocessen. Daarmee draagt het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid direct bij aan het realiseren van een circulaire samenleving, waarin verspilling wordt voorkomen en natuurlijke hulpbronnen worden ontzien. Een goed functionerende afvalketen is dus niet het eindpunt, maar juist een essentieel schakelpunt in de circulaire keten.
Om te kunnen voldoen aan de wettelijk geldende landelijke verplichtingen, maar ook zeker om invulling te geven aan de doelstellingen en ambities van de gemeente Heerenveen zelf, is een actueel afval- en grondstoffenbeleid van belang.
Paragraaf 1.3 Omgevingswet en Omgevingsprogramma Huishoudelijk afval en grondstoffen
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Binnen de Omgevingswet zijn tientallen wetten en honderden regels gebundeld in één nieuwe wet, met betrekking tot de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. In het kader van deze wet heeft de gemeente Heerenveen in 2021 een Omgevingsvisie (1.0) opgesteld. Deze Omgevingsvisie wordt momenteel geactualiseerd naar versie 2.0. De ambities en principes uit de Omgevingsvisie worden voor het onderwerp huishoudelijk afval uitgewerkt in dit Omgevingsprogramma Huishoudelijk afval en grondstoffen.

Dit Omgevingsprogramma legt de gekozen koers van afgelopen jaren vast. Dit is nog niet eerder gebeurd. Het dient als leidraad voor het opstellen van toekomstige maatregelen om doelstellingen te realiseren. Het bevat echter nog geen toekomstige maatregelen; die worden uitgewerkt in een apart uitvoeringsplan. Door deze gefaseerde aanpak kunnen we flexibel inspelen op ontwikkelingen binnen het beleidsveld en optimaal gebruikmaken van innovaties en praktijkervaringen uit het land. Het Omgevingsprogramma Huishoudelijk afval en grondstoffen wordt doorvertaald naar de Afvalstoffenverordening, het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening en de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente.

Paragraaf 1.4 Looptijd
Dit beleidsdocument wordt opgesteld voor onbepaalde tijd en kan wanneer nodig geactualiseerd worden. Nadat de Omgevingsvisie 2.0 vastgesteld wordt, zal dit Omgevingsprogramma opnieuw bekeken worden en waar nodig aangepast.
Ook andere ontwikkelingen die aanleiding geven tot een herziening van het Omgevingsprogramma, zoals wijzigingen in landelijke wetgeving, worden in de gaten gehouden. Het beleid moet blijven aansluiten bij de schaal en het karakter van Heerenveen en bij de bevoegdheden en rol van de gemeente.
Paragraaf 1.5 Zorgplicht gemeente en scope
Gemeenten hebben een zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Dit Omgevingsprogramma focust daarom primair op huishoudelijk afval en grondstoffen. Huishoudelijke afvalstoffen worden in de Wet Milieubeheer in titel 10.4 gedefinieerd als afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens.
Bedrijfsafval valt nadrukkelijk niet onder de zorgplicht van de gemeente. Bedrijfsafval is afval dat vrijkomt bij commerciële, industriële of zakelijke activiteiten of bij maatschappelijke initiatieven zoals kringloopwinkels en rommelmarkten. Dit afval valt onder de verantwoordelijkheid van bedrijven en organisaties zelf. Dit is vastgelegd in de Wet Milieubeheer. Bedrijfsafval speelt wel een belangrijke rol bij het realiseren van een circulaire samenleving. Dit wordt in een separaat beleidsdocument onder het programma Circulaire samenleving uitgewerkt.
Paragraaf 1.6 Dit Omgevingsprogramma
In dit Omgevingsprogramma wordt stilgestaan bij de landelijke beleidscontext en relevante ontwikkelingen voor afval- en grondstoffenbeheer. Ook wordt de huidige afvalsituatie in de gemeente onder de loep genomen. Wat zijn de beleidskaders en hoe doet de gemeente het in vergelijking met andere gemeenten?
Daarna kijken we vooruit. We onderschrijven dat we ons blijven committeren aan de landelijke en Europese doelstellingen, gericht op het verminderen van het aantal kilo’s restafval en het verhogen van het percentage afval dat gerecycled wordt. Hierbij willen we onze koploperspositie binnen Fryslân als het aankomt op huishoudelijk afval behouden en onze rol spelen in de transitie naar een circulaire samenleving. Dit alles met oog voor haalbaarheid en betaalbaarheid.
Hoofdstuk 2 Landelijke beleidscontext en relevante ontwikkelingen
Paragraaf 2.1 Inleiding
In 2050 wil Nederland volledig circulair zijn. Landelijk beleid op huishoudelijke afval- en grondstoffen staat in het VANG-programma en in het Circulair Materialen Plan (CMP). Dit Omgevingsprogramma sluit aan bij de ambities en doelen van de landelijke overheid. Hieronder benoemen we de relevante kaders en ontwikkelingen.
Paragraaf 2.2 Beleidscontext
Subparagraaf 2.2.1 Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030
Om toe te werken naar volledige circulariteit als land in 2050, heeft de Rijksoverheid in het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) opgesteld. Dit is een beleidsprogramma van de Nederlandse overheid dat de transitie naar een volledig circulaire economie in 2050 moet versnellen. In het NPCE staan maatregelen opgenomen om samen met medeoverheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties de economie circulair te maken. Ook gemeenten hebben een verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de circulaire economie door middel van hun afval- en grondstoffenbeleid. De gemeentelijke verantwoordelijkheid heeft vorm gekregen in het Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) programma, als onderdeel van het NPCE. Er zijn vier ‘knoppen’ geïdentificeerd waaraan gedraaid kan worden om grondstoffengebruik meer circulair te maken:
-
a.
H oogwaardige verwerking (close the loop)
-
b.
S ubstitutie van grondstoffen (substitute)
-
c.
L evensduurverlenging (slow the loop)
-
d.
E fficiënter grondstoffengebruik (narrow the loop)
Binnen dit Omgevingsprogramma wordt gefocust op nummer 1. Hoogwaardige verwerking en op nummer 4. Efficiënter grondstoffengebruik. Ook besteden we aandacht aan nummer 3. Levensduurverlenging. Nummer 2. Substitutie van grondstoffen krijgt invulling binnen onze gemeente binnen het programma Circulaire samenleving.
Subparagraaf 2.2.2 Landelijk programma VANG en meetmethode VANG-doelstelling
In 2013 is het programma VANG gestart en in 2014 is het uitvoeringsprogramma van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat samen met Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Koninklijke Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten gepubliceerd. Het doel van het programma VANG is het verminderen van afval en het beter benutten van grondstoffen. Dit wordt gemeten met behulp van het VANG-cijfer. Het VANG-cijfer is het gemiddeld aantal kilo’s per inwoner dat wordt verbrand. Het is een optelsom van restafval, grof huisvuil en bouw- en sloopafval met aftrek van nagescheiden kilo’s.
Subparagraaf 2.2.3 Extra meetmethode: recycledoelstelling
In 2025 is een extra meetmethode toegevoegd. De reden hiervoor is dat het VANG-cijfer alleen meet hoeveel kilo afval vanuit het restafval, grof huisvuil en bouw- en sloopafval wordt verbrand. Vervuiling en afkeur in gft-afval, papier, textiel, glas en monostromen op de milieustraat die na scheiding en sortering alsnog worden afgekeurd (en dus verbrand) wordt niet meegerekend voor het VANG-cijfer. Met de extra meetmethode komt een grotere nadruk op daadwerkelijk gerecycled materiaal te liggen. De focus verschuift hiermee van kwantiteit naar kwaliteit.

De extra meetmethode – het recyclingpercentage - houdt in dat we als gemeente niet alleen worden aangemoedigd om minder restafval te produceren, maar vooral ook om schonere (minder vervuilde) afvalsoorten voor recycling aan te bieden. Landelijk is het doel een minimaal recyclingpercentage van 60% van het huishoudelijk afval in 2030. Een recyclingpercentage van 60% betekent dat van elke 100kg huishoudelijk restafval die inwoners aanbieden uiteindelijk 60kg wordt ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Ook de Europese regelgeving heeft invloed: tegen 2035 moet 65% van het huishoudelijk afval gerecycled worden. De kwantitatieve VANG-doelstelling van maximaal 30kg restafval per inwoner blijft bestaan, maar het accent komt te liggen op het recyclepercentage.
Subparagraaf 2.2.4 Landelijke Afvalbeheer Plan wordt Circulair Materialen Plan
Per 2026 vervangt het Circulair Materialen Plan (CMP) het Landelijke Afvalbeheer Plan 3 (LAP3). Het CMP biedt overheden en bedrijven net zoals zijn voorganger LAP3 kennis en een uniform kader voor het gebruik van grondstoffen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. De kern van deze kaders – de bescherming van milieu en volksgezondheid door goed afvalbeheer – zoals dat eerder verankerd was in het LAP3 blijft een belangrijk onderdeel van het CMP. Daarnaast richt het CMP zich op de gehele productketen: van ontwerp, productie en gebruik tot en met de afvalverwerking en het opnieuw toepassen van materialen en producten. Overheden zijn wettelijk verplicht om bij al hun besluiten die het afvalbeheer raken, rekening te houden met het CMP.
Subparagraaf 2.2.5 Omrin
Gemeente Heerenveen is aandeelhouder van Afvalsturing Friesland N.V. en N.V. Fryslân Miljeu. We laten alle afvalstromen inzamelen door Omrin. Ons huishoudelijk restafval wordt door Omrin nagescheiden. In de nascheidingsinstallatie wordt naast de PMD-fractie ook een minerale fractie (zand en inert) en een te vergisten organische fractie uit het (fijn) huishoudelijk restafval gescheiden. Deze gescheiden fracties worden gerecycled of nuttig toegepast. In 2024 is 49% van het aangeboden huishoudelijk restafval gerecycled of nuttig toegepast.
Strategie Omrin
Als aandeelhouder van Omrin heeft de gemeente invloed op de strategie die de afvalinzamelaar
en -verwerker volgt. De strategie van 2025-2029 sluit dan ook aan bij het gedachtengoed van de gemeente. In de strategie is onder
andere opgenomen dat Omrin de zeven pijlers van de circulaire economie hanteert en
streeft naar maximale duurzaamheid en hoogwaardige diensten(verlening). In het bijzonder
is vastgesteld dat Omrin het nascheidingsrendement naar minimaal 60% wil verhogen
in 2029. Dit wil Omrin doen door het huidige nascheidingsconcept uit te breiden en
verder te verbeteren.

Paragraaf 2.3 Ontwikkelingen
Subparagraaf 2.3.1 Inleiding
Beleidskeuzes en de ambities van gemeente Heerenveen worden beïnvloed door (ontwikkelingen op) de landelijke, Europese en internationale grondstoffenmarkt. En deze markt is voortdurend in beweging.
Subparagraaf 2.3.2 Veranderende grondstoffenprijzen
Ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt zijn van invloed op de kosten van het afvalbeheer. Het scheiden van grondstoffen en afval was lange tijd niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt maar ook vanuit financieel perspectief een verstandige koers. Immers, afvalstromen zoals textiel en oud papier leveren geld op. Inmiddels geldt dat marktprijzen onder druk staan; we zien dalende opbrengsten en hogere verwerkingskosten voor de verschillende afvalstromen.
Subparagraaf 2.3.3 Ontwikkelingen in het Nederlands belastingsysteem
In 2015 is de afvalstoffenbelasting op te verbranden afval geïntroduceerd. Deze is sinds de invoering verdrievoudigd. Inmiddels wordt ook over aanscherping van de CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties gesproken. De verwachting is dat bij toekomstige veranderingen in het Nederlandse belastingbeleid de afvalsector niet zal worden ontzien en de kosten voor afvalbeheer zullen oplopen.
Financiële ontwikkelingen zoals de verwachte verhoging van belasting op het verbranden van restafval en de veranderende grondstoffenprijzen geven gemeenten de financiële prikkel om (nog) sterker in te zetten op afvalvermindering en gescheiden inzameling van grondstoffen. Daarnaast draagt gescheiden inzameling bij aan onze doelstellingen op het gebied van circulaire samenleving.
Hoofdstuk 3 Huidige afvalsituatie
Paragraaf 3.1 Inleiding
Gemeente Heerenveen is al jarenlang koploper in Fryslân als het gaat om afvalscheiding. En deze titel willen we vasthouden in de toekomst. Daarom willen we voortgaan op de ingeslagen weg. Dit doen we door voortdurend mee te bewegen met nieuwe ontwikkelingen die ons helpen de afvalscheiding verder te verbeteren mits passend binnen de gestelde beleidskaders.
Paragraaf 3.2 Huidige beleidskaders
Subparagraaf 3.2.1 Omgevingsvisie en Programma Circulaire samenleving
In de gemeente werken we toe naar een circulaire economie waarin we niet meer spreken van afval maar van grondstoffen. Dit is in de Omgevingsvisie Heerenveen Naar een gezonde, ondernemende en duurzame gemeente in 2040 vastgesteld door de raad in 2021. Deze ambitie is ook vertaald in het Programma Circulaire samenleving (2023). Inwoners hebben in de toekomst geen afval meer en bezitten minder spullen, door hergebruik en deelinitiatieven. Eén van de concrete speerpunten die hieraan bijdraagt is het terugdringen van de hoeveelheid huishoudelijk afval.
Subparagraaf 3.2.2 De R-ladder
Bij het maken van beleidskeuzes wordt de R-ladder gehanteerd. De R-ladder maakt inzichtelijk hoe we anders met grondstoffen om kunnen gaan en onze economie circulair kunnen maken. Het begint met alleen gebruiken wat we écht nodig hebben. Afzien van een product is de ultieme manier om grondstoffen te besparen. Het verbranden of storten van grondstoffen is juist het toppunt van verspilling. Daar tussenin zitten verschillende fasen van gezamenlijk gebruik, hergebruik en recycling. Over het algemeen geldt: hoe hoger op de ladder, des te beter voor het milieu.

Door de R-Ladder als leidraad te hanteren krijgt afvalpreventie de hoogste prioriteit binnen de gemeente. Hierbij wordt er voortdurend gekeken naar de balans tussen service, milieu en kosten: de zogenaamde afvaldriehoek.
Subparagraaf 3.2.3 De afvaldriehoek
De afvaldriehoek laat de drie aspecten binnen afvalbeleid zien waar gemeenten invloed op kunnen uitoefenen: milieu, kosten en service. Bij het maken van beleidskeuzes wordt er gezocht naar een evenwicht tussen deze aspecten. Dit betekent dat we bij maatregelen ten behoeve van bijvoorbeeld het verlagen van kosten, altijd oog voor de effecten hiervan op service en milieu houden en vice versa.

Het evenwicht in de afvaldriehoek komt ook duidelijk naar voren in het Diftar+ systeem, waarbij inwoners per kilo betalen voor hun restafval.
Subparagraaf 3.2.4 Van Diftar naar Diftar+
In Nederland worden verschillende vormen van Diftar toegepast, zie onderstaande tabel:

Landelijke Benchmark Huishoudelijk afval
Uit onderzoek van de Landelijke Benchmark Huishoudelijk afval, waarbij 186 gemeenten
zijn meegenomen in 2025, blijkt dat gemeenten met een gedifferentieerd tarief betere
recyclingpercentages behalen. Dit terwijl de afvalbeheerkosten gelijk of zelfs lager
zijn dan bij gemeenten zonder gedifferentieerd tarief. Dit wordt in figuur 6 weergegeven.

Diftar in gemeente Heerenveen
Sinds 2000 geldt in gemeente Heerenveen al het Diftar volume/frequentie-systeem. Destijds
was dit het best beschikbare systeem om restafval beter te scheiden. Voor de gemeente
is echter nooit het volume van het afval maar juist het gewicht ervan bepalend voor
de kosten en de meetmethode van de prestaties. Zodra de techniek voor het wegen van
de minicontainers beschikbaar was, hebben we dan ook gekozen voor Diftar+. Niet de
volle container, maar het gewicht van de inhoud ervan is bepalend voor wat de inwoner
betaalt. Met succes, want in het eerste jaar na de invoering van Diftar+ (2019) is
het restafval met 32 kilo per inwoner gedaald.
Uitzondering voor ondergrondse verzamelcontainers
Bij het gebruik van ondergrondse verzamelcontainers is de weegtechniek nog niet beschikbaar
en betaalt de inwoner nog wel per volume-eenheid (afvalzak).
Prikkel voor betere afvalscheiding
Het Diftar+ systeem gaat uit van het diftarprincipe ‘de vervuiler betaalt’ en geeft
daarnaast ook de gewichtsprikkel, die tot nu toe alleen bij de gemeente lag, door
aan inwoners. Diftar+ stimuleert daarmee nog betere afvalscheiding. Dit komt ten goede
aan het milieu en de portemonnee van de inwoners. Vastrecht moet altijd betaald worden,
ongeacht of er gebruik wordt gemaakt van de geboden afvalvoorzieningen zoals eigen
minicontainers of ondergrondse verzamelcontainers.
Geen tarief op recyclebare afvalstromen
Voor overige stromen die inwoners apart kunnen aanbieden zoals oud papier en karton
(OPK) en groente- fruit- en tuinafval (GFT), worden geen variabele kosten gerekend.
De kosten die de gemeente maakt voor de inzameling en verwerking van deze en andere
grondstoffenstromen worden gedekt uit de afvalstoffenheffing, die bestaat uit het
vastrecht en Diftar+ samen.
Omslagtarief
In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij een verzorgingstehuis, is geen sprake van Diftar
of Diftar+ maar geldt een omslagtarief. Dit is een vast jaarlijks tarief, gebaseerd
op vastrecht en gemiddeld variabel tarief, ongeacht de hoeveelheid aangeboden restafval.
Dit betreft veelal locaties die gebruik maken van een eigen verzamelcontainer voor
restafval op eigen terrein zonder registratie van hoeveelheden.
Subparagraaf 3.2.5 Nascheiding
Het restafval van de gemeente Heerenveen wordt nagescheiden. Dat wil zeggen dat inwoners hun plastic, metaal en drankenverpakkingen (PMD) bij het restafval aan moeten bieden. Het aangeboden restafval gaat op Ecopark de Wierde in Heerenveen door een scheidings- en bewerkingsinstallatie. De recyclebare stromen die uit het restafval worden gehaald, worden afgetrokken van de hoeveelheid ingezameld restafval (t.b.v. de VANG doelstelling). De gemeente ontvangt van producentenorganisatie Verpact een inzamelvergoeding voor de gecombineerde inzameling van PMD- en restafval.
Dankzij innovaties van Omrin in de nascheidingsinstallatie wordt momenteel bijna de helft van de inhoud van het aangeboden huishoudelijk restafval nagescheiden en gerecycled of nuttig toegepast (49%). Niet alleen PMD wordt eruit gehaald, maar ook organisch afval en een minerale fractie (zoals zand of steentjes). Ook deze fracties worden verwerkt tot grondstof. De nascheidingsinstallatie is recent uitgebreid met de DANO-trommel. Hierin worden sinds 2023 luiers en incontinentiemateriaal nabewerkt voor energieterugwinning, waarna deze zoveel mogelijk gerecycled worden.
Andere stromen zoals GFT, OPK, glas en textiel moeten wel aan de bron gescheiden worden; dat wil zeggen apart gehouden door de inwoners en apart ingezameld. Deze stromen raken ofwel te vervuild voor recycling zodra zij bij het restafval ingeleverd worden, ofwel zij vervuilen de grondstoffen die nog uit het restafval gehaald kunnen worden dusdanig dat deze niet meer gerecycled kunnen worden.
Subparagraaf 3.2.6 Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid
De afgelopen jaren worden producenten steeds vaker verantwoordelijk gehouden voor de gehele levenscyclus van hun product. Door middel van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) worden producenten (en importeurs) verplicht hun producten na gebruik weer in te zamelen en te recyclen. Producenten kunnen individueel of gezamenlijk aan de UPV voldoen. Vaak sluiten producenten zich aan bij een producentenorganisatie en betalen hier een financiële bijdrage voor.
Voor een groot aantal productgroepen is er al een UPV, zoals voor verpakkingen, Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparaten (AEEA) en batterijen. Sinds 2022 is er een UPV voor matrassen en sinds 2023 geldt dit ook voor textiel. Op dit moment wordt er gewerkt aan een UPV voor luiers en incontinentiemateriaal en een UPV voor meubels.
Door de UPV ligt de verantwoordelijkheid voor het inzamelen van bovengenoemde productgroepen niet langer meer bij de gemeente, maar wordt dit georganiseerd en (deels) gefinancierd door de producenten. Dit komt de afvalstoffenheffing ten goede. Ook is de gedachte dat producenten de kwaliteit van hun producten zullen verhogen als zij zelf verantwoordelijk worden gehouden voor de inzameling en recycling van hun producten. Dit draagt bij aan de vermindering van het restafval en verkleint de vraag naar nieuwe grondstoffen.
Paragraaf 3.3 Resultaten huidig beleid
Subparagraaf 3.3.1 Inleiding
De keuze voor Diftar+ en nascheiding leidt tot goede resultaten. Zoals gezegd is gemeente Heerenveen al voor het zesde jaar op rij koploper in Fryslân als het aankomt op afvalscheiding.
Subparagraaf 3.3.2 VANG-cijfer gemeente Heerenveen
Van inwoners van de gemeente Heerenveen wordt gemiddeld de laagste hoeveelheid afval in de verbrandingsoven in Harlingen verbrand. In 2024 werd per persoon 91 kg afval verbrand; dit is inclusief milieustraatafval dat wordt verbrand. Al het andere afval wordt gerecycled. Dit leidt tot een laag VANG-cijfer. Een laag VANG-cijfer betekent een hoog milieurendement.


Subparagraaf 3.3.3 Recyclingpercentage gemeente Heerenveen
Naast het VANG-cijfer is sinds 2025 het recyclingpercentage ook van belang, waarbij gekeken wordt naar het daadwerkelijk gerecyclede percentage van het afval. Ook hierbij scoort gemeente Heerenveen goed. Het landelijke recycledoel is gezet op 65% in 2030. Gemeente Heerenveen heeft in 2023 een percentage van 65,2% gehaald en voldoet daarmee aan de landelijke (en Europese) doelstellingen.
Subparagraaf 3.3.4 Kanttekening VANG-cijfer en recyclepercentage
Het VANG-cijfer en het recyclingpercentage worden berekend aan de hand van cijfers die Omrin meet. Bij de nascheidingsinstallatie wordt huishoudelijk restafval van meerdere gemeenten door elkaar verwerkt. Hierdoor zijn de cijfers van Omrin niet één op één van toepassing op gemeente Heerenveen, maar is sprake van een generiek nascheidingscijfer voor alle gemeenten waarvoor Omrin het restafval verwerkt. Daarnaast is het recyclingpercentage een verhoudingsgetal en kan ook een vertekend beeld geven. Voorbeeld: een plattelandsgemeente met grote tuinen heeft in een natte zomerperiode veel gft-afval. Veel (schoon) gft-afval zorgt voor een hoger recyclingpercentage, zonder dat deze plattelandsgemeente iets aan verbeterde scheiding of preventie heeft hoeven doen.
Subparagraaf 3.3.5 Samenstelling huishoudelijk restafval
Door sorteeranalyses die we op het huishoudelijke restafval uitvoeren, hebben we meer inzicht in de samenstelling van het huishoudelijk restafval van de inwoners van gemeente Heerenveen alleen. In hoofdstuk 3.4.3 wordt nader op de resultaten hiervan ingegaan. Aan de hand van deze analyses concluderen we dat het recyclepercentage van gemeente Heerenveen door het generieke nascheidingspercentage van Omrin waarschijnlijk te laag uitvalt. Ons recyclingpercentage ligt mogelijk boven de 70% omdat we relatief meer PMD-afval in ons restafval hebben dan andere gemeenten.
Subparagraaf 3.3.6 Vergelijking afvalstoffenheffing provincie Fryslân
Vergeleken met de andere Friese gemeenten bevinden we ons in de middenmoot qua afvalstoffenheffing. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het niet bekend is in hoeverre andere gemeenten 100% kostendekkendheid hanteren.
Over het afval dat bij de REC in Harlingen verbrand wordt betalen we naast het verwerkingstarief ook wettelijke verbrandingsbelasting. Doordat we relatief weinig afval laten verbranden, betalen we ook relatief weinig verbrandingsbelasting.

Met het oog op de eerdergenoemde financiële ontwikkelingen blijft het onverminderd belangrijk om in te zetten op het verminderen van het aantal kilo’s te verbranden restafval per inwoner.
Paragraaf 3.4 Uitdagingen
Subparagraaf 3.4.1 Inleiding
De gekozen koers leidt tot goede resultaten en gemeente Heerenveen voldoet aan de meeste geldende landelijke en Europese doelstellingen. Maar ook wij staan voor uitdagingen. Deze hebben vooral betrekking op landelijke financiële ontwikkelingen en op het scheidingsgedrag van onze inwoners.
Subparagraaf 3.4.2 Veranderende belastingen
Zoals benoemd verwachten we, naast relatief hoge inflatiecijfers, een verdere verhoging van belastingen op te verbranden restafval. Hierdoor wordt te verbranden afval duurder voor de inwoner. De uitdaging blijft: hoe beter de afvalscheiding, hoe minder afval er naar de afvalverbrander gaat én hoe minder heffingen betaalt hoeven te worden over het afval.
Subparagraaf 3.4.3 Stoorstromen
Twee keer per jaar worden er sorteeranalyses uitgevoerd in de gemeente. Hierbij wordt gekeken naar de samenstelling van het restafval. Uit deze analyses komt naar voren welke afvalstromen nu nog in het restafval belanden die daar niet in thuishoren. Uit de meest recente analyse blijkt dat ruim een kwart van het restafval bestaat uit GFT-afval en nog verpakte levensmiddelen, zoals over-datum producten. Bij deze twee stoorstromen ligt de grootste potentie om het scheidingsgedrag te verbeteren. Door stoorstromen zoals deze uit het restafval te houden en op de juiste manier apart in te zamelen, verhogen we de kwaliteit van ingezameld afval- en grondstoffen waardoor grondstoffen zo lang mogelijk in de keten kunnen blijven.

Subparagraaf 3.4.4 Afvalpreventie
Als gemeente hebben we een laag VANG-cijfer in vergelijking met andere gemeenten in Fryslân en Nederland, namelijk 91 kilo in 2024. Dit is echter nog ver boven de gestelde doelstelling van 30kg in 2025. Ondanks dat we dit doel niet hebben gehaald, zullen we ons blijven inzetten om toe te werken naar minder kilo’s restafval per inwoner. Afvalpreventie en het consumptiegedrag van inwoners speelt hierbij een sleutelrol.
Hoofdstuk 4 Doelstellingen
Paragraaf 4.1 Doelstellingen
Als gemeente dienen we te voldoen aan een aantal Europese en landelijke verplichtingen en doelstellingen. Daarnaast formuleren we zelf ook ambities en doelstellingen. Hieronder volgt een overzicht van de doelen waar de gemeente zich de afgelopen jaar al voor in heeft gezet, maar nog niet eerder heeft vastgelegd. We willen ons voor deze doelen en ambities in blijven zetten:
Europese doelstellingen
- Een minimaal recyclingpercentage van 65% van het huishoudelijk afval in 2035.
Landelijke doelstellingen
- Een minimaal recyclingpercentage van 60% van het huishoudelijk afval in 2030.
- Blijven inzetten op maximaal 30kg te verbanden restafval per inwoner.
- Volledige circulariteit als land in 2050 in navolging van het door de Rijksoverheid
opgestelde Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE).
Eigen doelstellingen van gemeente Heerenveen
- Koploper blijven op het gebied van huishoudelijk afval in Fryslân (laag VANG-cijfer
en hoog recyclepercentage).
- Het tarief van de afvalstoffenheffing voor onze inwoners zo laag als mogelijk houden.
- Een goede balans tussen service, milieu en kosten – de afvaldriehoek - behouden.
Dit betekent dat we bij maatregelen ten behoeve van bijvoorbeeld het verlagen van
kosten, altijd oog voor de effecten hiervan op service en milieu houden en vice versa.
Paragraaf 4.2 Uitgangspunten
Uitgangspunten die richting geven aan toekomstig te maken beleidskeuzes en die bijdragen aan het behalen van de gestelde doelen zijn:
-
a.
Verhogen van de kwaliteit van ingezameld afval- en grondstoffen waardoor grondstoffen zo lang mogelijk in de keten blijven;
-
b.
De R-ladder als uitgangspunt, waardoor afvalpreventie de hoogste prioriteit krijgt;
-
c.
Een goede balans binnen de afvaldriehoek blijft het uitgangspunt, waarbij we oog houden voor haalbaarheid en betaalbaarheid;
-
d.
Bijdragen aan een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is.

Hoofdstuk 5 Beleidskeuzes
Paragraaf 5.1 Inleiding
De gekozen koers leidt tot bewezen goede resultaten en gemeente Heerenveen voldoet aan de meeste geldende landelijke en Europese doelstellingen. Daarom kiezen we ervoor de ingezette koers door te zetten. Hieronder worden de reeds gemaakte beleidskeuzes beschreven.
Paragraaf 5.2 Reeds gemaakte beleidskeuzes
Subparagraaf 5.2.1 Diftar+
Uit de Benchmark Huishoudelijk Afval 2025 blijkt dat gemiddeld genomen in gemeenten waar gewerkt wordt met een gedifferentieerd tarief 73 kilo minder restafval ingezameld wordt dan in gemeenten zonder Diftar. Daarnaast hebben Diftar-gemeenten gemiddeld een recyclepercentage van bijna 64% tegenover 48% bij gemeenten die geen Diftar hanteren. Ook hoeven Diftar-gemeenten gemiddeld 38 euro minder afvalstoffenheffing door te berekenen aan huishoudens dan gemeenten zonder Diftar. Diftar komt dus zowel het milieu als de inwoner ten goede.
Diftar in gemeente Heerenveen
Sinds de invoering van een gedifferentieerd tarief is ons VANG-cijfer met 37 kg gedaald.
We stimuleren onze inwoners om zo min mogelijk afval in de Sortibak te doen. Hoe beter
inwoners GFT, papier, glas, textiel en milieustraatafval gescheiden houden, hoe lager
hun kosten voor het variabel tarief zijn. In het Diftar+ systeem komt het gezochte
evenwicht binnen de afvaldriehoek goed naar voren.
In overeenstemming met de Omgevingsvisie blijven we het Diftar+ systeem hanteren. Als zich in de toekomst mogelijkheden voordoen om Diftar+ door te ontwikkelen, bijvoorbeeld wanneer weeginstallaties op ondergrondse restafvalcontainers een bewezen techniek worden, dan onderzoeken we de implementatiemogelijkheden hiervan in onze gemeente.
Subparagraaf 5.2.2 Nascheiding
Naast Diftar+ kiezen we er ook voor om door te gaan met nascheiding. De afgelopen jaren heeft dit goede scheidingsresultaten opgeleverd. 14,9% van het PMD kon na nascheiding gerecycled worden in 2024. Dit betreft wederom een generiek cijfer, waarbij gegevens van andere gemeenten die ook hun huishoudelijk afval bij Omrin laten nascheiden ook zijn meegenomen.
Het grote voordeel van nascheiding voor de inwoners is dat zij geen extra afvalbak/container in huis en/of tuin hebben staan. Zij kunnen gemakkelijk al hun PMD kwijt bij het restafval. Het nadeel hiervan is dat er een stukje bewustwording mist over de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die mensen weggooien en de waarde van deze grondstoffen. Hier staat tegenover dat de recyclepercentages niet afhankelijk zijn van de bereidheid en kunde van inwoners om PMD op de juiste manier aan de bron gescheiden te houden.
Consistent afvalbeleid
Een andere reden om door te gaan met nascheiding is het belang van consistentie in
het afvalbeleid. Inwoners van de gemeente Heerenveen hebben nooit hun PMD apart hoeven
houden en zijn inmiddels gewend hun PMD bij het restafval te gooien. Door consistent
beleid te voeren kunnen we de boodschap die de afgelopen jaren gecommuniceerd is blijven
herhalen en verdiepen, waardoor scheidingsresultaten stap voor stap beter worden.
Kosten nascheiding
De kosten voor bron- en nascheiding zijn vergelijkbaar. Bij bronscheiding moet er
een aparte inzamelronde voor PMD bekostigd worden, bij nascheiding betaalt de gemeente
voor de nascheiding bij de afvalverwerker. Een overstap van nascheiding naar bronscheiding
zou voor de gemeente Heerenveen echter extra investeringskosten vragen, omdat alle
aansluitingen nieuwe faciliteiten moeten krijgen om hun PMD apart te houden, zoals
een extra mini- of verzamelcontainer. Dit legt ook extra beslag op de openbare ruimte.
Bovenstaande redenen zijn aanleiding om door te gaan met nascheiding.
Subparagraaf 5.2.3 Flankerend beleid
We ondersteunen onze inwoners zoveel mogelijk om hun kilo’s restafval zo laag mogelijk te houden. Ook onderkennen we dat niet alle inwoners gelijk zijn; iedereen heeft zijn persoonlijke situatie die kan afwijken van het gemiddelde van het grote geheel. Door communicatie en stimuleringsmaatregelen die inzetten op afvalpreventie, helpen we inwoners om minder restafval te produceren. Dit geldt ook voor inwoners die korte of langere tijd meer afval produceren, zoals luier- of incontinentieafval en medisch afval.
Hieronder wordt ons flankerend beleid beschreven.
Basis op orde
Het aantal en de kwaliteit van de verzamelcontainers voor papier, glas en textiel
is op orde. Inwoners kunnen op voldoende plekken hun papier, glas en textiel kwijt.
De verzamelcontainers worden tijdig geleegd en kennen slechts beperkt bijplaatsingen.
Ook kunnen inwoners afval gratis gescheiden inleveren bij de milieustraat. Slechts voor drie, ongescheiden stromen dienen inwoners te betalen.
Compensatieregeling medisch afval
Voor gebruikers van incontinentiemateriaal en medisch afval kennen we een compensatieregeling.
Geen aparte luierinzameling
In sommige gemeenten kunnen inwoners luierafval apart inleveren. In gemeente Heerenveen
is er bewust voor gekozen om dit niet te doen. Aparte luierinzameling staat haaks
op de gedachte achter Diftar+: de vervuiler betaalt. Wel helpen we gezinnen met kinderen in de luiers om het aantal kilo’s restafval laag
te houden door preventiemaatregelen als zindelijkheidstrainingen aan te bieden en
het stimuleren van wasbare luiers.
Straatprullenbakken
Om ontwijkgedrag als gevolg van Diftar+ te voorkomen, is er ook extra aandacht voor
de hoeveelheid, de plaatsing van en het soort straatprullenbakken. De inworpgaten
zijn speciaal verkleind om te voorkomen dat inwoners hun huishoudelijk afval in de
straatprullenbakken deponeren, om kosten voor afval te ontwijken.
We blijven inzetten op bovengenoemde elementen van het flankerend beleid. Nieuwe ontwikkelingen blijven we op de voet volgen en we onderzoeken de implementatie van ontwikkelingen die we als kansrijk beschouwen.
Subparagraaf 5.2.4 Inzamelmethode
Om het restafval zo goed mogelijk gescheiden te krijgen, streven we er naar om zoveel mogelijk aansluitingen onder de Diftar+ systematiek te laten vallen. Dit betekent zoveel mogelijk minicontainers aan huis en zo min mogelijk gebruik maken van ondergrondse verzamelcontainers of omslagtarief.
Inwoners krijgen waar mogelijk standaard een drietal minicontainers thuis om afvalscheiding te stimuleren (te weten een container voor oud papier en karton, gft en restafval). Gft en restafval wordt elke twee weken bij de inwoners opgehaald, oud papier en karton één keer in de vier weken.
Alleen daar waar het niet mogelijk is om minicontainers kwijt te kunnen (bijvoorbeeld in de hoogbouw) wordt afval ingezameld door middel van onder- of bovengrondse verzamelcontainers. Deze containers zijn er voor restafval, gft, oud papier en karton, maar ook voor glas en textiel. De laatste vier containers zijn voor iedereen toegankelijk, voor de restafval verzamelcontainer krijgen alleen inwoners die hierop mogen storten een milieupas waarmee ze te container kunnen openen.

Het doel van deze inzamelmethode is om inwoners zo goed mogelijk te faciliteren om afval te kunnen scheiden. Dit is goed voor het milieu en houdt de kosten laag voor de inwoners. Hoe beter afval- en materialenstromen gescheiden worden aangeleverd, hoe lager de verwerkingskosten voor afval zijn voor de gemeente en dus voor de inwoner. Daarom kunnen alle inwoners die gebruik maken van een verzamelcontainer voor restafval een verzamelcontainer vinden binnen 150 meter van het woonadres.
Naast bovengenoemde inzamelmethode, zijn er ook nog diverse (tijdelijke) brengpunten, zoals bladkorven in de herfst en inzamelbakken voor frituurvet en kleine elektronische en elektrische apparaten in supermarkten. Het centrale brengpunt is de milieustraat, waar inwoners zich kunnen ontdoen van hun afval.
Omslagtarief
Het aantal locaties waar het omslagtarief gehanteerd wordt, wordt vanwege het ontbreken
van de Diftar+ prikkel zo klein mogelijk gehouden en waar mogelijk verder afgebouwd.
Subparagraaf 5.2.5 Milieustraat
Jaarlijks kan de milieustraat in Heerenveen rekenen op circa 60.000 bezoekers. Op dit moment worden 32 verschillende afvalstromen ingezameld op de milieustraat. Alleen voor grofvuil, gemengd bouw- en sloopafval en autobanden met velg moeten inwoners betalen. Alle overige, gescheiden stromen zijn gratis. De ingezamelde stromen gaan naar verschillende verwerkers in de recyclingsector.
Doordat er 32 verschillende afvalstromen worden ingezameld op de milieustraat is de potentie van de grofvuilbak op dit moment minimaal. Daarom wordt deze niet nagescheiden en belandt, als onderdeel van het VANG-cijfer, in zijn geheel in de verbrandingsoven. Dit geldt eveneens voor de helft van ongescheiden bouw- en sloopafval.
Kringloopcontainer
Naast de genoemde stromen is er ook een kringloopcontainer, waar goederen ingeleverd
kunnen worden voor hergebruik.
Het doel is om zoveel mogelijk waarde te creëren uit de ingeleverde grondstoffen. Mochten er in de toekomst nieuwe kansrijke monostromen ontstaan, dan spelen we daar op in.
Bedrijfsafval wordt niet geaccepteerd op de milieustraat.
Personele bezetting
Het is bekend dat voldoende personeelsbezetting op de milieustraat ervoor zorgt dat
bezoekers hun afval in de juiste bak deponeren. Bij onvoldoende personeel komt dit
onder druk te staan en komt het voor dat verboden stoffen, zoals asbest, ongezien
tussen het normale afval worden weggegooid. Toezichthouders weten milieustraten goed
te vinden en benadrukken het belang hiervan. Het is daarom van belang dat de personeelsbezetting
op de milieustraat passend blijft.
Onze inwoners mogen ook gebruik maken van omliggende Omrin-milieustraten. Dit grensoverschrijdende milieustraatgebruik biedt service aan inwoners van met name de noord- en oostzijde van onze gemeente. De openingstijden van de milieustraten zijn voldoende ruim.
De huidige milieustraat op De Ynfeart is gedateerd en moet opgeknapt of vervangen worden. In 2024 heeft de raad besloten de huidige milieustraat binnen gestelde financiële kaders te vervangen voor een nieuw te bouwen circulair ambachtscentrum (CA; besluit en motie 28 maart 2024).
Subparagraaf 5.2.6 Circulair ambachtscentrum
Gemeente Heerenveen heeft de wens voor een circulair ambachtscentrum (CA). Een plek waar zichtbaar wordt hoe afgedankte spullen zo hoogwaardig mogelijk een tweede leven kunnen krijgen. De wens is om de volgende elementen terug te laten komen in het CA:
-
a.
Recyclewinkel, waar producten en materialen een tweede leven krijgen en niet verloren gaan. Waarbij de waarde en schoonheid van gebruikte spullen zichtbaar wordt en het bewustzijn van inwoners ten aanzien van hergebruik en herwaardering geprikkeld wordt. Hierbinnen is ook ruimte voor sociale werkgelegenheid. De Recyclewinkel wordt geëxploiteerd door Stichting Estafette.
-
b.
Sorteerstraat / demontagehal (incl. werkplaatsen), waar aangeboden grof afval uit elkaar gehaald kan worden om als grondstof te dienen voor nieuwe producten en materialen.
-
c.
Ruimte voor startups en ondernemers, die van binnengekomen materialen nieuwe producten en innovatieve oplossingen kunnen maken.
-
d.
Ruimte voor werkgelegenheid, die een belangrijke rol speelt in de demontage van materiaal en totstandkoming van nieuwe producten en processen.
-
e.
Milieustraat (sluitstuk), alle waardevolle spullen en materialen zijn apart gehouden voor product- of materiaalhergebruik, de inwoner kan het resterende materiaal simpel aanbieden, waarmee optimale scheiding behaald wordt.
-
f.
Ruimte voor het onderwijs, dit betreft een toekomstige aanvulling op het concept, waarvoor financiële dekking nog gevonden zal moeten worden.
Uit het haalbaarheidsonderzoek van 2023 komt naar voren dat een CA in Heerenveen zal bijdragen aan een aantal gemeentelijke (en landelijke) doelstellingen:
-
a.
minder te verbranden restafval, waardoor meer grondstoffen in de keten blijven;
-
b.
vergroten sociale werkgelegenheid en re-integratie;
-
c.
bewustwording onder inwoners vergroten;
-
d.
versterken circulaire (lokale) economie;
-
e.
de kosten voor de inwoner op lange(re) termijn zo laag mogelijk houden.
Zodra duidelijkheid bestaat of het circulair ambachtscentrum binnen de door de raad gestelde financiële kaders gerealiseerd kan worden, zal tot opdrachtverlening worden overgegaan.
Subparagraaf 5.2.7 Sorteeranalyses
Twee keer per jaar worden sorteeranalyses uitgevoerd op het restafval. Deze analyses geven inzicht in de samenstelling van huishoudelijk restafval van zowel minicontainers als verzamelcontainers voor restafval. Aan de hand van deze informatie kunnen gerichte maatregelen genomen worden om inwoners verder te stimuleren afvalstromen die niet in het restafval thuishoren uit het restafval te houden. Met als doel om afvalstromen zo schoon mogelijk in te zamelen zodat ze zo hoogwaardig mogelijk verwerkt kunnen worden. Dit draagt bij aan het recyclepercentage en de circulaire doelstellingen van de gemeente.
Deze sorteeranalyses blijven we uitvoeren.
Subparagraaf 5.2.8 Communicatie met inwoners
Een laag VANG-cijfer, een hoog recyclingpercentage en een schone leefomgeving kunnen alleen behaald worden als inwoners van de gemeente het gewenste gedrag vertonen. Om inwoners aan te sporen afval op de juiste plek en manier af te danken, wordt er op verschillende manieren gecommuniceerd. De communicatie in algemene zin heeft als doel om kennis en informatie over te dragen aan inwoners.
Communicatie vindt plaats via verschillende kanalen. Er wordt het meest met de inwoners gecommuniceerd via het gemeentelijke kanaal Eén voor één groener (EVEG). Hierop worden duurzame initiatieven van de gemeente belicht. Naast EVEG worden de algemene kanalen van de gemeente ingezet en brieven op straat- of wijkniveau verstuurd om aandacht te vragen voor een specifiek onderwerp dat relevant is voor die doelgroep (bijvoorbeeld wijziging in aanbiedlocaties minicontainers). Ook worden er activiteiten georganiseerd waaraan inwoners kunnen deelnemen die bijdragen aan de kennis of bewustwording over afvalpreventie en -scheiding.
Subparagraaf 5.2.9 Bijplaatsing
Een hardnekkig probleem dat zich in veel gemeentes voordoet is bijplaatsing. Bijplaatsing betekent dat afval naast de (verzamel)container wordt neergezet, in plaats van in de container wordt gegooid. Hierdoor betaalt de ontdoener niet zelf voor zijn afval, maar draait de gemeenschap hiervoor op. Het afval staat in de openbare ruimte. Dit is onwenselijk vanwege de uitstraling, het effect op het milieu en bovendien: afval trekt afval aan. De openbare ruimte wordt beheerd volgens de begrippen ‘schoon, heel en veilig’ en bijplaatsing past daar niet in.
Maatregelen tegen bijplaatsing
Bijplaatsing proberen we te minimaliseren door dagelijks toezicht te houden op locaties
waarvan bekend is dat er vaak bijplaatsingen zijn. Bijplaatsingen worden gemonitord
en opgeruimd. Waar mogelijk schakelen we handhaving in om boetes uit te schrijven.
Om bijplaatsingen te voorkomen communiceren we met bewoners door middel van posters of indien nodig per brief hoe ze hun afval op de juiste manier aanbieden. Daarnaast nemen we gericht maatregelen, zoals het plaatsen van een containertuintje of schijnwerpers of het verplaatsen van verzamelcontainers naar minder anonieme plekken.
Ook is er indien nodig contact met huurdersorganisaties of afvalinzamelaars om bijplaatsing aan te pakken mocht het zich voordoen bij één van hun locaties.
Paragraaf 5.3 Toekomstige beleidskeuzes
Subparagraaf 5.3.1 Inleiding
Gemeente Heerenveen heeft de afgelopen jaren al veel stappen gezet op het gebied van afvalinzameling en zal de gekozen koers voortzetten. De R-ladder met afvalpreventie als hoogste prioriteit blijft onze leidraad. Daarnaast zal het beleid van de toekomst zich richten op de vraag wat inwoners nodig hebben om grondstoffen goed gescheiden te (blijven) aanbieden. Het verhogen van de kwaliteit van grondstoffen is een belangrijke uitdaging voor de komende beleidsperiode.
Een goede balans binnen de afvaldriehoek blijft hierbij uitgangspunt, waarbij we oog hebben voor de effecten van onze beleidskeuzes op het milieu, maar ook oog houden voor haalbaarheid en betaalbaarheid.
Subparagraaf 5.3.2 Nieuwe maatregelen
We blijven onderzoeken welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van onze doelstellingen. Hierbij proberen we zoveel mogelijk te leren van andere (Friese) gemeenten, brancheorganisaties en kenniscentra op afvalgebied. Maar ook door regelmatig deel te nemen aan benchmarkonderzoeken en door het bijwonen van netwerkbijeenkomsten, kennissessies en conferenties in de afvalbranche.
Hoofdstuk 6 Financiën
Paragraaf 6.1 Inleiding
De afvalstoffenbegroting is een gesloten begroting. Uitsluitend inkomsten en kosten die betrekking hebben op het beheer van huishoudelijk afval zijn hierin opgenomen. Een positief saldo aan het einde van het jaar, wordt weer verrekend in de afvalstoffenheffing. Om te voorkomen dat de afvalstoffenheffing sterk fluctueert, houden we een beperkte buffer aan om deze fluctuaties op te vangen.
Paragraaf 6.2 Kostendekkendheid
Als gemeente hebben wij het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Dit betekent dat alle kosten voor het beheer van huishoudelijk afval gedekt moeten worden door de afvalstoffenheffing. Dit betekent dat er geen aanvulling vanuit de algemene middelen plaatsvindt.
Paragraaf 6.3 Verwachte toename kosten afvalbeheer
Als gevolg van de relatief hoge inflatie zijn de kosten voor inzameling en milieustraat de afgelopen jaren flink gestegen. Het is de verwachting dat deze kosten zullen blijven toenemen. Daarnaast is de verwachting dat de afvalsector in de toekomst met nieuwe belastingmaatregelen wordt belast. Naar alle waarschijnlijkheid wordt het duurder om restafval te verbranden en de kosten voor afvalbeheer zullen oplopen. Dit is aanleiding om huishoudelijk afval zo goed mogelijk gescheiden in te zamelen en te verwerken. Op deze manier proberen we eventuele stijgingen van de afvalbeheerkosten zo laag als mogelijk te houden.
Paragraaf 6.4 Afvalstoffenheffing
In onderstaande tabel staat de tariefontwikkeling van de afvalstoffenheffing sinds 2017 weergegeven. De stijging van de tarieven voor een gemiddeld huishouden is in lijn met de inflatiecijfers van de afgelopen jaren.

De verwachting is dat de afvalbeheerkosten in de toekomst blijven stijgen. Over iedere ton huishoudelijk restafval die gerecycled kan worden in plaats van verbrand, hoeft geen afvalstoffenbelasting betaald te worden. Daarom is het niet alleen vanuit milieuoogpunt maar ook vanuit financieel oogpunt van belang om de komende jaren in te (blijven) zetten op afvalpreventie en een zo hoog mogelijk recyclingpercentage.
Kwijtschelding afvalstoffenheffing
Voor inwoners met een laag inkomen en weinig spaargeld is er onder voorwaarden de
mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen voor een deel van de afvalstoffenheffing.
Medisch afval
Voor inwoners met een chronische ziekte of handicap is er onder voorwaarden de mogelijkheid
om compensatie aan te vragen voor een deel van de afvalstoffenheffing.
Paragraaf 6.5 Stimulerende maatregelen
We blijven onze inwoners met stimulerende maatregelen helpen om hun kilo’s restafval zo laag als mogelijk te houden en gescheiden stromen zo schoon mogelijk in te zamelen. De kosten voor stimulerende maatregelen dekken we zoveel mogelijk uit alternatieve financieringsbronnen, bijvoorbeeld subsidies of CDOKE-gelden, en zo min mogelijk uit de afvalstoffenbegroting.
Bijlage I Overzicht Informatieobjecten
- Bijlage 1. Samenvatting
-
/join/id/regdata/gm0074/2026/pdf_3b292ffe-8d50-418f-b92a-e98663f07756/nld@2026‑02‑27;1063
- Bijlage 2. Begrippenlijst
-
/join/id/regdata/gm0074/2026/pdf_355cd347-f9bf-41a6-ad9c-4ff3c9cf27a5/nld@2026‑02‑27;1063
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl