Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Gemeente Berg en Dal

Geldend van 03-03-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Gemeente Berg en Dal

De inhoud van de beleidsregels

De Beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Berg en Dal zijn beleidsregels in de zin van titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en geven aan in welke situaties bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet verstrekt kan worden en welke voorwaarden hieraan worden verbonden.

Deze beleidsregels hebben betrekking op de bevoegdheid genoemd in artikel 35 Participatiewet. In het geval de beleidsregels bijzondere bijstand niet voorzien, vallen we terug op de participatiewet.

De voorbereiding

Deze beleidsregels zijn in concept opgesteld in overleg met consulenten en kwaliteitsmedewerkers van Inkomen & Participatie, Berg en Dal

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Wet op de huurtoeslag.

  • 2. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • belanghebbende: de alleenstaande of het gezin die in aanmerking wenst te komen voor bijzondere bijstand;

    • beleidsregels: Beleidsregels bijzondere bijstand 2025 gemeente Berg en Dal

    • bijstandsniveau: 100% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;

    • bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de Participatiewet op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de Participatiewet vastgestelde verlaging. In afwijking van de Participatiewet is de kostendelersnorm (artikel 22a van de Participatiewet) niet van toepassing;

    • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal;

    • draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat aangewend dient te worden voor financiering van de bijzondere kosten;

    • draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht van een belanghebbende wordt vastgesteld;

    • Drempelbedrag: drempelbedrag zoals bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet.

    • duurzame gebruiksgoederen: goederen behorend tot de gebruikelijke huisraad, met uitzondering van vervoermiddelen. Hieronder vallen onder andere de volgende gebruiksgoederen: wasmachine, koelkast of koelvriescombinatie, kookplaat of gasfornuis en een matras.

    • Gemeente zorgverzekering: de collectieve ziektekostenverzekering voor inwoners van de gemeente Berg en Dal met een inkomen tot 120% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm en een vermogen tot aan de vermogensgrens zoals vastgesteld in de Participatiewet, artikel 34.

    • inkomen: het inkomen volgens artikel 32 van de Participatiewet. De middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 en artikel 33 lid 5 van de Participatiewet worden niet tot het inkomen van belanghebbende gerekend;

    • meerinkomen: het inkomen dat uitkomt boven 110% van de bijstandsnorm;

    • vermogen: het in aanmerking te nemen vermogen volgens artikel 34 van de Participatiewet, waarbij artikel 34 lid 2 niet van toepassing is.

    • verhuiskosten: de kosten die belanghebbende maakt voor het overbrengen van de inboedel van de oude naar de nieuwe woning.

    • de wet: de Participatiewet;

    • woonkosten eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, minus het verschil tussen de hypotheekrente- aftrek en het eigenwoningforfait per maand;

    • woonkosten huurwoning: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als omschreven in de Wet op de huurtoeslag.

Artikel 2 Beoordeling (stappenplan) voordat de kosten zijn gemaakt

  • 1. Een aanvraag voor bijzondere bijstand moet in beginsel worden ingediend vóórdat de kosten zijn gemaakt.

  • 2. Bij de beoordeling van de bijzondere bijstand moet worden vastgesteld of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • a.

      De kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd doen zich voor;

    • b.

      De kosten zijn in het individuele geval noodzakelijk;

    • c.

      De kosten vloeien voort uit bijzondere individuele omstandigheden;

    • d.

      De kosten kunnen niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

    • e.

      er is geen voorliggende voorziening op grond van artikel 15 van de wet.

Artikel 3 Beoordeling (stappenplan) nadat de kosten zijn gemaakt

  • 1. Indien de bijzondere bijstand is aangevraagd nadat de kosten zijn gemaakt, dan wordt de aanvraag voor bijzondere bijstand enkel in behandeling genomen als:

    • a.

      Deze wordt ingediend tot en met 3 maanden na het moment waarop de kosten zijn gemaakt, en

    • b.

      De noodzakelijkheid van de kosten nog kan worden vastgesteld.

Artikel 4 Maatwerk en hardheidsclausule

Bij het beoordelen van een aanvraag voor bijzondere bijstand levert de gemeente maatwerk. Deze beleidsregels geven op hoofdlijnen aan op welke wijze de gemeente bijzondere bijstand verstrekt. Een beleidsregel is sterk richtinggevend, maar in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van het beleid. Afwijken van het beleid is in ieder geval aan de orde op het moment dat de gevolgen van de beleidsregel voor de belanghebbende onevenredig zijn in verhouding tot het doel van de beleidsregel. In uitzonderlijke situaties waarin sprake is van zeer dringende redenen kan het college, op basis van artikel 16 Participatiewet, bijstand verlenen ondanks uitsluitingsgronden. Artikel 16 PW is alleen bedoeld voor acute noodsituaties en niet als algemene hardheidsclausule.

Artikel 5 Draagkracht

  • 1. De ingangsdatum draagkrachtperiode wordt vastgesteld op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt. De draagkrachtperiode geldt voor de duur van twaalf maanden, gerekend vanaf de eerste dag van de desbetreffende maand.

  • 2. Voor de volgende groepen is er geen sprake van draagkracht:

    • a.

      personen met een uitkering krachtens de Participatiewet;

    • b.

      belanghebbenden met een aantoonbaar minnelijke of wettelijke schuldregeling;

  • 3. Voor de volgende groepen hoeft de draagkracht niet jaarlijks opnieuw te worden vastgesteld, maar geldt deze totdat er een wijziging in inkomen, vermogen, leefsituatie of woonsituatie optreedt: pensioengerechtigden, mensen met een Wajong-uitkering, WIA- uitkering, Anw-uitkering.

  • 4. Voor de 18, 19 of 20 jarige in een inrichting met bijzondere bijstand voor levensonderhoud wordt bij het bepalen van de draagkracht uitgegaan van de bijzondere bijstand als genoemd in artikel 10 van deze beleidsregel.

  • 5. Voor personen met een IOAW- of IOAZ –uitkering moet de draagkracht uit vermogen beoordeeld worden.

  • 6. De draagkracht bedraagt:

    • a.

      35% van het meerinkomen

    • b.

      100% van het vermogen boven het vrij te laten vermogen (artikel 34 PW), op de eerste dag van de maand waarin de kosten worden gemaakt.

  • 7. Voor de volgende kosten bedraagt de draagkracht, in afwijking van lid 7, sub a, 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm:

    • a.

      Woonkostentoeslag;

    • b.

      Beschermingsbewind, bewindvoeringskosten, budgetbeheer, curatele en mentorschap;

  • 8. Indien binnen de vastgestelde draagkrachtperiode sprake is van een inkomensstijging of daling, of een wijziging in de leefsituatie die leidt tot een andere bijstandsnorm waar het inkomen tegen wordt afgezet, dan wordt de draagkracht per de eerste van de maand waarin de wijziging plaatsvindt gewijzigd, als het een wijziging betreft van 15% of meer.

  • 9. Indien een roerend goed deel uitmaakt van het vermogen van de aanvrager dan:

    • a.

      wordt bij een eerste auto of motor de meerwaarde boven € 5.000,- meegenomen in het vermogen als de dagwaarde hoger is dan € 5.000.

    • b.

      wordt de dagwaarde van overige roerende goederen volledig meegenomen in de vermogensvaststelling als deze vanwege hun aard niet algemeen gebruikelijk zijn.

  • 10. De vrijlating in lid 9 wordt uitsluitend toegepast op één auto per huishouden. Eventuele extra voertuigen worden volledig in aanmerking genomen bij het vaststellen van het vermogen (zonder vrijlating).

Artikel 6 Periodieke bijzondere bijstand

  • 1. Indien de bijzondere bijstand wordt toegekend in de vorm van een periodiek terugkerend bedrag, dan wordt deze toegekend voor maximaal één jaar.

  • 2. In afwijking van lid 1 van dit artikel kan, afhankelijk van de voorziening, de periodieke bijzondere bijstand worden toegekend voor langer dan een jaar, als belanghebbende een uitkering heeft op grond van de wet of op grond van de IOAW/IOAZ (artikel 5, lid 6 van deze beleidsregel is wel van toepassing) of als belanghebbende tot de doelgroep behoort waarvan de draagkracht wordt vastgesteld voor een langere periode: zie artikel 5 lid 4

Artikel 7 Hoogte van de bijzondere bijstand

  • 1. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt, tenzij anders vermeld, maximaal aangesloten bij de normbedragen zoals opgenomen in de NIBUD prijzengids.

  • 2. Op de verstrekking van de bijzondere bijstand worden, indien van toepassing, kosten die voor een ieder algemeen gebruikelijk zijn, in mindering gebracht.

  • 3. Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd voor de kosten voor bijzondere bijstand.

Hoofdstuk 2 Bepalingen ten aanzien van specifieke kosten

Artikel 8 Bijstand 18,19,20 jarigen in inrichting verblijvend

  • 1. Indien en voor zover een persoon van 18, 19 of 20 jaar, in een inrichting verblijvend, hogere algemeen noodzakelijke kosten van bestaan heeft dan waarin de middelen van de ouders voorzien of belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, komen deze kosten in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 2. Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt aansluiting gezocht bij de normen als bedoeld in artikel 20 van de Participatiewet

Artikel 9 Toeslag voormalig alleenstaande ouder

  • 1. De voormalige alleenstaande ouder kan in aanmerking komen voor bijzondere bijstand indien het jongste thuiswonende ten laste komend kind de leeftijd van 18 jaar bereikt en tot het huishouden blijft behoren.

  • 2. De hoogte van de toeslag is gedurende de eerste 12 maanden € 100,00 per maand en aansluitend voor 12 maanden € 50,00 per maand. De toeslag wordt ambtshalve toegekend.

Artikel 10 Medische kosten

  • 1. Op grond van artikel 15 van de Participatiewet komen medische kosten in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. De Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 en gerelateerde regelingen zijn toereikende voorliggende voorzieningen.

  • 2. In afwijking van lid 1 komt een eigen bijdrage op grond van de basisziektekostenverzekering of de Wet langdurige zorg, in aanmerking voor bijzondere bijstand, voor zover deze niet worden vergoed vanuit een aanvullende ziektekostenverzekering of voor zover geen recht bestaat op (gedeeltelijke) kwijtschelding door het CAK

  • 3. Voor een eigen bijdrage, of een deel van een eigen bijdrage, waaraan een besparing op reguliere kosten ten grondslag ligt, wordt de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage vermindert met besparing van de reguliere kost. Hierbij worden de NIBUD prijzen aangehouden.

Artikel 11 Fysiotherapie

  • 1. In afwijking van artikel 10 van deze beleidsregel, komen de kosten voor fysiotherapie voor de eerste 20 behandelingen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien:

    • a.

      belanghebbende 18 jaar of ouder is; en

    • b.

      er sprake is van één van de aandoeningen die voorkomen op de lijst met aandoeningen zoals aangegeven in de 'chronische' lijst van bijlage 1 bij artikel 2.6 lid 2 Besluit zorgverzekering.

  • 2. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt de feitelijke kosten van de eerste 20 behandelingen.

  • 3. Indien er een vergoeding is vanuit de aanvullende verzekering wordt deze in mindering gebracht op de toe te kennen bijzondere bijstand.

Artikel 12 Meerkosten als gevolg van ziekte of handicap

  • 1. Meerkosten van een medisch noodzakelijk dieet komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 2. Meerkosten van bewassing of slijtage van kleding en beddengoed als gevolg van een handicap of langdurige ziekte komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 3. Meerkosten van verwarming als gevolg van een handicap of langdurige ziekte komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 4. De hoogte van de meerkosten is maximaal conform de bedragen van de NIBUD prijzengids en wordt als bijzondere bijstand verstrekt.

Artikel 13 Gemeente zorgverzekering

  • 1. In afwijking van artikel 5 van de beleidsregels komt belanghebbende op grond van artikel 35, lid 3 van de Participatiewet in aanmerking voor deelname aan de Gemeente zorgverzekering als belanghebbende een inkomen heeft dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm en een vermogen dat niet hoger is dan de vastgestelde vermogensgrens in de Participatiewet, artikel 34. Hierbij wordt het vermogen in de eigen woning waarin men woont buiten beschouwing gelaten.

  • 2. Belanghebbende die gebruikt maakt van de Gemeente zorgverzekering komt op grond van artikel 35, lid 3 van de Participatiewet in aanmerking voor een maandelijkse tegemoetkoming in de premie van € 17,- per maand, of € 37,- per maand, afhankelijk van het pakket dat wordt gekozen:

    • a.

      Bij pakket gemeenten Extra van CZ of gemeentepakket Compleet van VGZ: € 17

    • b.

      Bij het gemeentepakket Compleet + herverzekeren Eigen Risico van VGZ : € 37

    • c.

      Bij het Pakket gemeenten Extra Uitgebreid, de module Eigen bijdrage Wmo en het verplicht gespreid betalen Eigen risico van CZ: € 37

Artikel 14 Vervanging of reparatie duurzame gebruiksgoederen

  • 1. Kosten voor vervanging of reparatie van duurzame gebruiksgoederen komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

  • 2. In afwijking van lid 1 kan belanghebbende in aanmerking komen voor bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand voor de aanschaf of reparatie van duurzame gebruiksgoederen wegens vervanging als:

    • het duurzaam gebruiksgoed plotseling kapot is gegaan, en

    • de vervanging of reparatie van het duurzaam gebruiksgoed niet op een andere manier kan gebeuren, en

    • De gemiddelde levensduur van het apparaat is verstreken, en

    • deze noodzakelijk is voor het functioneren van het huishouden, en

    • belanghebbende geen aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening in de vorm van een lening bij de GKB.

  • 3. In afwijking van lid 1 en 2 kan belanghebbende in aanmerking komen voor bijzondere bijstand om niet als belanghebbende drie jaar of langer op bijstandsniveau leeft, voor de aanschaf wegens vervanging, of reparatie van onder andere de volgende duurzame gebruiksgoederen: wasmachine, koelkast of koelvriescombinatie, kookplaat of gasfornuis en matras. Bij vervanging dient een nieuw product aangeschaft te worden.

  • 4. De gemiddelde levensduur van de duurzame gebruiksgoederen is 8 jaar. In beginsel wordt een aanvraag voor een duurzaam gebruikersgoed pas goedgekeurd als de gemiddelde levensduur van een apparaat is verlopen.

  • 5. Als de belanghebbende, zoals bedoeld in lid 3, een nieuw duurzaam gebruiksgoed aanvraagt terwijl het huidige nog binnen de gemiddelde levensduur valt, kan het nieuwe goed als leenbijstand worden verstrekt

  • 6. Bij de hoogte van de leenbijstand of bijstand om niet, van de in het derde lid genoemde duurzame gebruiksgoederen, wordt maximaal uitgegaan van de normbedragen zoals opgenomen in de prijzengids van het NIBUD.

Artikel 15 Kosten vloerbedekking, gordijnen, verf en behang bij vervanging of eerste inrichting

  • 1. De kosten van vloerbedekking, gordijnen, verf en behang kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen de kosten van vloerbedekking, gordijnen, verf en behang in aanmerking voor bijzondere bijstand om niet als er sprake is van eerste inrichting van een woning in de gevallen zoals aangegeven in artikel 16, lid 2 van deze beleidsregel of onder de voorwaarden zoals aangegeven in artikel 14, lid 2 van deze beleidsregel.

Artikel 16 Kosten eerste inrichting woning of eerste aanschaf duurzaam gebruiksgoed

  • 1. De kosten van eerste inrichting van een woning of eerste aanschaf van een duurzaam gebruiksgoed komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen de kosten van eerste inrichting van een woning of eerste aanschaf van een duurzaam gebruiksgoed in aanmerking voor bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand in de volgende gevallen:

    • a.

      belanghebbende heeft een verblijfsvergunning gekregen en betrekt voor het eerst een eigen woning;

    • b.

      belanghebbende moet een nieuwe woning inrichten als gevolg van een scheiding;

    • c.

      belanghebbende leeft op straat en krijgt een eigen woning toegewezen;

  • 3. Bij de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van een kosten overzicht die door belanghebbende wordt overlegd. De maximale vergoeding is 70% van de inventarispakketten zoals aangegeven in de prijzengids van het NIBUD, of lager als de feitelijke kosten lager uitvallen.

Artikel 17 Eerste maand huur, tweede maand huur en waarborgsom

  • 1. De kosten van de eerste maand huur en waarborgsom komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, omdat zij behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen de kosten voor eerste huur en waarborgsom in aanmerking voor bijzondere bijstand indien belanghebbende vanuit een niet verwijtbare inkomens- loze situatie niet heeft kunnen reserveren voor deze kosten. De bijzondere bijstand voor eerste huur is om niet en de bijzondere bijstand voor de waarborgsom is in de vorm van leenbijstand.

  • 3. In afwijking van lid 2 komen kosten voor de eerste maand huur niet in aanmerking voor bijzondere bijstand als belanghebbende een overbruggingsuitkering heeft ontvangen

  • 4. Indien belanghebbende meer dan één maand huur vooraf moet betalen komen de kosten voor de tweede maand huur in aanmerking voor bijzondere bijstand in de vorm van leenbijstand .

Artikel 18 Verhuiskosten

  • 1. De kosten van verhuizing komen in aanmerking voor bijzondere bijstand voor verhuiskosten als de verhuizing noodzakelijk is in het geval van:

    • a.

      een medische noodzaak, mits de WMO hier nog niet voor heeft gecompenseerd;

    • b.

      een echtscheiding;

    • c.

      een verhuizing wegens het nakomen van de verhuisplicht (bij zeer hoge woonlasten) op grond van de Participatiewet.

  • 2. Indien belanghebbende verhuist naar een andere gemeente, dan wordt de aanvraag bijzondere bijstand beoordeeld door de gemeente van waaruit belanghebbende vertrekt.

  • 3. In geval van verhuizing wegens een echtscheiding moeten eventuele gelden uit de boedelscheiding worden ingezet voor de verhuizing.

  • 4. Bij de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de meest goedkope en adequate oplossing, waarbij ook wordt gekeken in hoeverre verhuiswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd door belanghebbende, het gezin, familie en vrienden.

Artikel 19 Woonkosten huurwoning

Tot de maximale rekenhuur

  • 1.

    Belanghebbende met recht op huurtoeslag, gelet op artikel 13 Wet op de Huurtoeslag, kan, als door omstandigheden buiten diens schuld nog geen huurtoeslag kan worden ontvangen (bijvoorbeeld de eerste gebroken maand), tijdelijk woonkostentoeslag krijgen. De hoogte is gelijk aan het bedrag aan huurtoeslag dat, gelet op het inkomen en vermogen, voor die maand zou zijn toegekend als wel recht op huurtoeslag bestond.

  • 2.

    Indien huurtoeslag wordt ontvangen die, door een recent lagere inkomenssituatie, (nog) is berekend naar een hoger inkomen, kan tijdelijk een aanvullende woonkostentoeslag worden verstrekt. De hoogte van de bijzondere bijstand is in dat geval gelijk aan het bedrag dat volgens de berekening van de Wet op de huurtoeslag per maand zou worden toegekend in de nieuwe inkomenssituatie, verminderd met de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag.

Boven de maximale rekenhuur

  • 3.

    Indien belanghebbende een huur heeft boven de maximale rekenhuur, dan kan belanghebbende bijzondere bijstand krijgen voor het deel boven de maximale rekenhuur.

  • 4.

    Wanneer de belanghebbende bewust een te hoge huur accepteert, terwijl voorzienbaar was dat bijstand nodig zou zijn of dat het inkomen zou dalen, komen die woonkosten niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 5.

    De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 is dan totale huur, minus de maximale huurgrens.

  • 6.

    Aan de toekenning van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 wordt met toepassing van artikel 55 van de wet de verplichting verbonden dat een belanghebbende alles in het werk stelt om een goedkopere woonruimte te verkrijgen;

  • 7.

    De bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 wordt toegekend voor de periode van maximaal één jaar. Verlenging van deze termijn is telkens met een periode van één jaar mogelijk, indien belanghebbende redelijkerwijs nog niet kan beschikken over huisvesting waarvan de woonkosten lager zijn dan de maximale huurgrens.

Artikel 20 Woonkosten eigen woning

  • 1. De woonkosten van een eigen woning (waar belanghebbende in woont) komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. De volgende woonkosten worden daarbij meegeteld:

    • a.

      de kosten van de hypotheekrente, en;

    • b.

      de zakelijke lasten van de woning, zoals premie opstalverzekering, onroerende zaakbelasting, waterschapslasten, rioolheffing en erfpachtcanon (eigenarendeel).

  • 2. indien de woonkosten niet hoger zijn dan de maximale rekenhuur, ingevolge artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, is de hoogte van de bijzondere bijstand gelijk aan het bedrag aan huurtoeslag op grond van de Wet op de huurtoeslag, die voor overeenkomstige woonkosten van een huurwoning, per maand zou kunnen worden ontvangen.

Boven de maximale rekenhuur

  • 3. Woonkosten voor een eigen woning komen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale rekenhuur als bepaald in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag.

  • 4. Voor de toekenning van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 gelden dezelfde voorwaarden als in artikel 19, lid 5 en lid 6

  • 5. De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 bestaat uit de optelling van de volgende twee delen:

    • De woonkostentoeslag die belanghebbende zou ontvangen als belanghebbende een huurwoning had gelijk aan de maximale rekenhuur;

    • Het volledige deel van de woonkosten boven de maximale rekenhuur (woonkosten minus maximale rekenhuur)

Artikel 21 Kosten van beschermingsbewind en bewindvoering in het kader van de WSNP

  • 1. Kosten van beschermingsbewind komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, indien de rechter heeft vastgesteld dat beschermingsbewind noodzakelijk is.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen kosten van bewindvoering in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

  • 3. De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 1 is gelijk aan het bedrag overeenkomstig de beloningsafspraken van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (kortweg Regeling beloning)

  • 4. In het geval bijzondere bijstand wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan de bedragen overeenkomstig de beloningsafspraken van de Regeling beloning, dient om vaststelling en goedkeuring van de toezichthoudende kantonrechter te worden gevraagd, waaruit blijkt dat de rechter deze hogere beloning heeft vastgesteld.

  • 5. De kosten van extra werkzaamheden bij beschermingsbewind komen alleen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien hiervoor goedkeuring is gegeven door de toezichthoudende kantonrechter.

Artikel 22 Kosten budgetbeheer

  • 1. De kosten van budgetbeheer komen in aanmerking voor bijzondere bijstand wanneer er sprake is van noodzakelijke kosten, waarvoor geen passende en toereikende voorliggende voorziening beschikbaar is.

  • 2. De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand is gelijk aan de feitelijk gemaakte kosten voor budgetbeheer.

Artikel 23 Kosten van curatele of mentorschap

  • 1. De kosten van curatele en mentorschap komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, indien de rechter heeft vastgesteld dat curatele of een mentor noodzakelijk is.

  • 2. De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand voor de kosten van curatele of mentorschap, is gelijk aan het bedrag overeenkomstig de beloningsafspraken van de Regeling beloning. In het geval bijzondere bijstand wordt gevraagd voor een hoger bedrag dan de bedragen overeenkomstig de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (kortweg Regeling beloning), dient om vaststelling en goedkeuring van de toezichthoudende kantonrechter te worden gevraagd, waaruit blijkt dat de rechter deze hogere beloning heeft vastgesteld.

  • 3. De kosten van extra werkzaamheden komen alleen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien hiervoor goedkeuring is gegeven door de toezichthoudende kantonrechter.

Artikel 24 Kosten van rechtsbijstand

  • 1. De kosten van rechtsbijstand komen in aanmerking voor bijzondere bijstand indien er op grond van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een toevoeging rechtsbijstand wordt verleend. Belanghebbende dient de toevoeging van de Raad voor de rechtsbijstand te overleggen. De kosten van rechtsbijstand zijn: de eigen bijdrage rechtsbijstand, de kosten van griffierecht en de kosten van een uittrekstel GBA.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen de kosten van rechtsbijstand niet in aanmerking voor bijzondere bijstand, indien een beroep kan worden gedaan op een van onderstaande voorliggende voorzieningen:

    • a.

      Wet griffierechten in burgerzaken (Wgbz). Op grond van deze regeling kan worden volstaan met de betaling van een lager griffierecht. Voor zover belanghebbende op deze regeling een beroep kan doen, geldt deze regeling als een voorliggende voorziening en is alleen bijzondere bijstand mogelijk voor de lagere kosten;

    • b.

      Een rechtsbijstandverzekering, mits afgesloten door belanghebbende

  • 3. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand:

    • a.

      Vertaalkosten;

    • b.

      Reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen;

    • c.

      De kosten gemaakt in de bezwaarfase (anders dan de eigen bijdrage o.g.v. de Wrb);

    • d.

      Proceskosten van de wederpartij.

  • 4. De hoogte van de bijzondere bijstand voor rechtsbijstand is gelijk aan de exact betaalde bedragen voor: eigen bijdrage, griffierecht en noodzakelijk BRP uittreksel;

  • 5. Als de tegenpartij tot proceskosten wordt veroordeeld en de cliënt (rechtstreeks of via verrekening) een vergoeding ontvangt voor kosten die eerst uit de bijzondere bijstand zijn betaald, meldt belanghebbende dit aan de gemeente. Het bedrag wat is verleend als bijzondere bijstand kan dan worden teruggevorderd.

Artikel 25 Legeskosten voor verblijfsvergunning

  • 1. Legeskosten voor een verblijfsvergunning komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand aangezien deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten van bestaan.

  • 2. In afwijking van lid 1 komen legeskosten voor een verblijfsvergunning in aanmerking voor leenbijstand, indien sprake is van omstandigheden waardoor niet gereserveerd kon worden.

  • 3. De hoogte van de bijzondere bijstand voor legeskosten voor een verblijfsvergunning, is gelijk aan de werkelijk te maken (leges)kosten vermindert met de leges kosten van een ID kaart.

Artikel 26 Reiskosten

  • 1. Reiskosten komen tijdelijk in aanmerking voor bijzondere bijstand in de volgende situaties:

    • a.

      om het ziekenhuis of een andere medische instelling te bezoeken, indien er sprake is van veelvuldig ziekenhuisbezoek voor een noodzakelijke medische behandeling, en er geen reisvergoeding is vanuit de zorgverzekering.

    • b.

      zieken (1e en 2e graad) te bezoeken op hun verpleegadres;

    • c.

      uit huis geplaatste minderjarige kinderen naar hun opvangadres te brengen en te halen;

    • d.

      uit huis geplaatste, minderjarige kinderen te bezoeken op hun opvangadres;

    • e.

      partner, ouders of kinderen in detentie te bezoeken.

  • 2. De frequentie van de bijstand wordt afgestemd op de situatie.

  • 3. De hoogte van de bijstand wordt afgestemd op de goedkoopste passende vervoermogelijkheid.

  • 4. In afwijking van lid 3 kan, voor zover geen toereikende en passende voorliggende voorziening beschikbaar is, op medische indicatie een vergoeding voor vervoer worden verstrekt. Indien taxivervoer wordt vergoed, moet een nota of ander deugdelijk bewijs van de gemaakte kosten worden gegeven.

  • 5. Voor eigen vervoer geldt een vergoeding per gereden kilometer (goedkoopste route), die gelijk is aan de maximale onbelaste kilometervergoeding van de belastingdienst.

  • 6. De bijstand moet aangevraagd worden door:

    • a.

      persoon die behandeling ondergaat of, als deze persoon minderjarig is, de ouder, bij de in lid 1 sub a genoemde kosten;

    • b.

      Verwant in de 1e of 2e graad bij de in lid 1 sub b genoemde kosten;

    • c.

      Ouders bij de in lid 1 sub c genoemden kosten;

    • d.

      Ouders bij de in lid 1 sub d genoemde kosten;

    • e.

      Partner, ouders of kinderen bij de in lid 1 sub e genoemde kosten

Artikel 27 Uitvaartkosten

  • 1. Uitvaartkosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand naar rato van het erfrechtelijke deel van belanghebbende, indien deze kosten niet uit de nalatenschap of uit een uitvaartverzekering voldaan kunnen worden.

  • 2. De kosten die worden vergoed betreffen kosten voor een sobere begrafenis dan wel crematie. Hierbij worden de NIBUD prijzen aangehouden.

Artikel 28 Verblijf in detentie

  • 1. In beginsel vallen de vaste lasten voor het aanhouden van een woning onder de gebruikelijke kosten van het bestaan.

  • 2. Het college kan bijzondere bijstand verlenen in de vorm van leenbijstand voor de vaste lasten wanneer belanghebbende in detentie verblijft als:

    • a.

      belanghebbende niet over financiële reserves beschikt of had kunnen reserveren om zelf in de kosten te kunnen voorzien;

    • b.

      de detentieduur niet langer is dan 3 maanden;

    • c.

      er geen sprake is van huurachterstand;

    • d.

      op het adres geen andere meerderjarige staan ingeschreven;

    • e.

      het aanhouden van de woning of kamer noodzakelijk is voor resocialisatie;

    • f.

      uit onderzoek blijkt dat belanghebbende de straf niet in de weekenden, vakanties of anderszins kan ondergaan;

    • g.

      het verblijf in detentie in Nederland plaatsvindt (territorialiteitsbeginsel);

    • h.

      er niet eerder bijzondere bijstand voor woonlasten tijdens detentie zijn verstrekt aan belanghebbende, met andere woorden deze regeling wordt slechts eenmaal per persoon ingezet;

    • i.

      er niet bewust is gekozen voor hechtenis in plaats van een boete.

  • 3. Belanghebbende dient de jaarnota voor gas/water/elektra aan te leveren zodra deze beschikbaar is. Wanneer er een terugbetaling van het voorschotbedrag volgt, wordt deze teruggevorderd.

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 29 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1. De beleidsregels bijzondere bijstand 2026 Gemeente Berg en Dal treden per 1 maart 2026 in werking, onder gelijktijdige intrekking van de beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Gemeente Berg en Dal.

Artikel 30 Overgangsrecht

  • 1. Aanvragen gedaan voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel, waarop op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel nog niet is beslist, zijn de artikelen uit deze beleidsregel van toepassing, tenzij de beleidsregels bijzondere bijstand 2021 Gemeente Berg en Dal voor de belanghebbende gunstiger is.

  • 2. Bijzondere bijstand die periodiek wordt verstrekt en waarvan de eerste aanvraag vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregel is gedaan, wordt nog maximaal één jaar voortgezet. Dit gebeurt volgens het oude beleid, als dat voor de aanvrager gunstiger is dan het nieuwe beleid.

  • 3. In uitzondering op lid 2 kan bijzondere bijstand die op basis van de beleidsregels bijzondere bijstand Berg en Dal 2021 is verstrekt voor ‘meerkosten bestelde maaltijden’ voor langer dan één jaar herhaaldelijk worden verstrekt.

  • 4. Besluiten op basis van bezwaar- en beroepsprocedures worden genomen met inachtneming van het gestelde in lid 1 en 2 van dit artikel.

Artikel 31 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels bijzondere bijstand Berg en Dal 2026”.

Ondertekening

Toelichting

Aanleiding

Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de door de Rijksoverheid vastgestelde Participatiewet (voorheen Wet werk en bijstand (WWB)). Dit is het wettelijke kader voor de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. Specifieker staat in artikel 35 lid 1 Participatiewet:

Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen

Het college dient de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de betrokken persoon.

Uit oogpunt van een eenduidige en rechtmatige uitvoering van de bijzondere bijstand is het raadzaam om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de beoordeling van aanvragen bijzondere bijstand.

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1Begripsomschrijving

Lid 2:

Bijstandsnorm: er is gekozen om geen rekening te houden met de kostendelersnorm. De reden hiervoor is dat belanghebbende bijzondere kosten, waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd, vaak niet kan delen.

Vermogen: spaargeld opgebouwd tijdens de periode van bijstand wordt, lettende op art. 35, lid 1, wel meegenomen in de vermogensberekening van de bijzondere bijstand. In de algemene bijstand (art. 34, lid 2) mag spaargeld opgebouwd tijdens de periode van bijstand niet worden meegeteld als vermogen. Art. 35, lid 1 sluit dit uit voor bijzondere bijstand.

Artikel 2Aanleveren bewijsstukken

Welke bewijsstukken aangeleverd moeten worden is afhankelijk van de situatie en voor welke kosten een aanvraag ingediend wordt. Uitgangspunt is dat de hoogte van de kosten aantoonbaar moet zijn (bijvoorbeeld pro forma nota of factuur als de aanvraag achteraf wordt ingediend) en de hoogte van het inkomen en vermogen aantoonbaar moet zijn.

Artikel 5Draagkracht

In lid 6 is bepaald dat de draagkracht 35% van het meerinkomen is. Het meerinkomen is het inkomen dat boven 110% van de bijstandsnorm ligt.

Rekenvoorbeeld meerinkomen en een draagkracht van 35%

Belanghebbende heeft een inkomen van € 1.200 per maand en dient een aanvraag periodiek bijzondere bijstand in voor extra stookkosten. Gebleken is dat de kosten noodzakelijk zijn en

€ 125 per maand bedragen.

Stel de van toepassing zijnde bijstandsnorm is € 1.000 per maand. Het meerinkomen is alles boven de € 1.100 euro per maand (110%). Het meerinkomen van belanghebbende is dan € 100 (€ 1.200 minus € 1.000).

De draagkracht van belanghebbende is 35% van dit verschil, te weten € 35 per maand.

De kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd is € 125 per maand. Toe te kennen bijzondere bijstand wordt € 90 per maand (€ 125 minus € 35).

Wat betreft het vermogen wordt 100% van het vermogen boven de van toepassing zijnde vermogensgrens zoals deze is genoemd in artikel 34 van de Participatiewet meegenomen in de draagkracht berekening.

Rekenvoorbeeld vermogen en een draagkracht van 100%

Belanghebbende heeft een IOAW uitkering en dient een aanvraag periodiek bijzondere bijstand in voor extra stookkosten. Gebleken is dat de kosten noodzakelijk zijn en € 125 per maand bedragen.

Stel het vermogen van betrokkene wordt bij de aanvraag vastgesteld op € 9.000. De toegestane vermogensgrens is € 7.770 (alleenstaande en bedragen 2025).

De draagkracht van belanghebbende is 100% van het verschil in de vrijlating van het vermogen en het daadwerkelijke vermogen, te weten € 1.230 (€ 9.000 minus € 7.770) per jaar. Omgerekend is dit € 102,50 per maand

De kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd is € 125 per maand. Toe te kennen bijzondere bijstand wordt € 22,50 per maand (€ 125 minus € 102,50).

In lid 7 zijn enkele uitzonderingen genoemd. Bij de in dit lid genoemde kosten wordt uitgegaan van een draagkracht van 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm.

Rekenvoorbeeld inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm en een draagkracht van 100%

Belanghebbende heeft een inkomen van € 1.200 per maand en dient een aanvraag periodieke bijzondere bijstand in voor de kosten van bewindvoering. Gebleken is dat de kosten noodzakelijk zijn en € 225 per maand bedragen.

Stel de van toepassing zijnde bijstandsnorm is € 1.000 per maand. Het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm is in dit voorbeeld € 200 per maand (€ 1.200 minus € 1.000).

De draagkracht van belanghebbende is 100% van dit verschil, te weten € 200 per maand.

De kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd is € 225 per maand. Toe te kennen bijzondere bijstand wordt € 25 per maand (€ 225 minus € 200).

Lid 8 geeft aan dat tussentijds de draagkracht aangepast kan worden. Indien dit aan de orde is wordt de draagkracht opnieuw voor een periode van 12 maanden vastgesteld. Ook de periodiek bijzondere bijstand wordt opnieuw voor een periode van 12 maanden toegekend (of korter indien de kosten niet meer gemaakt worden).

Voorbeeld opnieuw vaststellen van de draagkracht

Belanghebbende ontvangt bijzondere bijstand voor de kosten van bewassing. De aanvraag was toegekend voor de periode van 1 maart 2025 tot en met 28 februari 2026. De draagkracht van betrokkene is over deze periode vastgesteld op € 40,00 per maand. Op 15 augustus 2025 blijkt dat belanghebbende per 1 september 2025 een inkomstendaling heeft van 18%. Ingaande deze datum is de draagkracht € 12,00 per maand.

De bijzondere bijstand en draagkracht wordt opnieuw vastgesteld en toegekend voor de periode van 1 september 2025 tot en met 31 augustus 2026.

Overige: Een dwangsom op grond van artikel 4:17 Awb wordt aangemerkt als vermogen. De dwangsom telt mee op de peildatum waarop de belanghebbende daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Voor de vermogenstoets wordt het volledige vermogen, inclusief de dwangsom, betrokken. Voor zover dit de toepasselijke vermogensgrens overschrijdt, wordt het meerdere aangemerkt als in te zetten vermogen.

Artikel 7Hoogte van de bijzondere bijstand

Het tweede lid regelt dat algemeen gebruikelijke kosten in mindering worden gebracht op de hoogte van de bijzondere bijstand. Dit betekent dat alleen eventuele meerkosten voor bijzondere bijstand in aanmerking komen (het zogenaamde besparingsmotief). Dit is van toepassing op bijvoorbeeld meerkosten voor een medisch noodzakelijk dieet, meerkosten van bewassing en slijtage van kleding en beddengoed.

Hoofdstuk 2 Bepalingen ten aanzien van specifieke kosten

Artikel 8Bijstand 18,19,20 jarigen in inrichting verblijvend

Indien een jongere van 18, 19 en 20 jaar in een inrichting verblijft bestaat geen recht op algemene bijstand voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten (lees levensonderhoud). Bijzondere bijstand is in bepaalde gevallen wel mogelijk. Daarbij geldt, dat het recht op bijzondere bijstand voor een jongere van 18, 19 en 20 jaar alleen maar bestaat voor zover ze de ouders niet kunnen aanspreken voor deze kosten.

Artikel 9Toeslag voormalig alleenstaande ouder

Wanneer het jongste kind 18 wordt, vervalt de alleenstaande ouder kop van het kindgebonden budget. Volledige compensatie via bijzondere bijstand is niet wenselijk; een geleidelijke afbouw en gewenningsperiode is aan te raden (zie bedragen in lid 2). Keert een meerderjarig kind binnen 3 maanden na vertrek terug naar huis, dan wordt de toeslag opnieuw toegekend. Bij een langere afwezigheid vervalt deze definitief.

Artikel 10Medische kosten

Bijzondere bijstand voor medische kosten is doorgaans niet mogelijk. Uitzondering hierop is de eigen bijdrage vanuit de zorgverzekeraar of de Wet Langdurige Zorg, mits deze niet vergoed wordt via een aanvullende verzekering. Denk hierbij aan de eigen bijdrage voor een kunstgebit. De eigen bijdrage is niet uitgesloten van het recht op bijzondere bijstand op grond van dit artikel. Bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage PGB kan alleen in hoogst noodzakelijke gevallen verleend worden, mits zorg in natura niet mogelijk is.

Artikel 11Fysiotherapie

Opgemerkt wordt dat dit artikel buitenwettelijk begunstigend beleid is. De gemeente ziet deze kosten als noodzakelijk en vindt het nadeel dermate groot voor belanghebbende dat voor deze kosten een uitzondering wordt gemaakt. Hierbij gelden wel de beperkingen die worden genoemd in het artikel.

Artikel 12Meerkosten als gevolg van ziekte of handicap

In dit artikel wordt met meerkosten bedoeld: de extra noodzakelijke kosten van bestaan die iemand maakt omdat belanghebbende een ziekte of handicap heeft, en die gezonde mensen niet maken. Bijvoorbeeld extra bewassingskosten, extra kleding kosten, extra stookkosten, extra kosten voor eten. Het gaat hier niet om medische kosten voor medicijnen, ziekenhuisbezoek of hulpmiddelen.

Artikel 13Gemeente zorgverzekering

De gemeente heeft een contract met VGZ en CZ. Voor belanghebbende is een keuze vrijheid omtrent een van deze verzekeringen.

Artikel 14Vervanging duurzame gebruiksgoederen

Lid 2: De noodzaak voor vervanging van het gebruiksgoed moet voldoende worden aangetoond. Het ontbreken van een gebruiksgoed in een huishouden betekent niet per definitie dat de aanschaf noodzakelijk is. Per situatie moet de beoordeling gemaakt worden. Gebruiksgoederen als televisie, geluidsapparatuur en andere luxe apparaten worden als niet noodzakelijk aangemerkt.

Daarnaast wordt er uitgegaan van een vooraf getoetste lening bij de gemeentelijke kredietbank. Bij een vooraf bekende afwijzing, zoals door schulden, verwijzen we niet onnodig.

Artikel 16Kosten eerste inrichting of eerste aanschaf duurzaam gebruiksgoed.

Lid 2 Kosten van inrichting van een eerste woning na het verlaten van het ouderlijk huis komen uitdrukkelijk niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.

Lid 3: Bij de hoogte van de leenbijstand wordt uitgegaan van maximaal 70% van de inventarispakket van het NIBUD, omdat kan worden aangenomen dat niet alle producten die worden aangegeven in de inventarispakket in dezelfde mate en voor dezelfde prijs nodig zijn. Belanghebbende gaat hierdoor ook een minder hoge schuld aan. Ook moet rekening worden gehouden met wat een klant al heeft. Wanneer belanghebbende een bepaald goed al in bezit heeft, dan wordt deze post afgetrokken van het inventarispakket van het NIBUD. Daarom is het belangrijk om altijd uit te vragen wat de belanghebbende al heeft en nodig heeft.

Omdat er een leenbijstand wordt gegeven voor de woninginrichting, is het goed om te kijken naar mogelijkheden waarop de belanghebbende goedkoper uit kan zijn. Voor bruingoed kan het de moeite waard zijn om dit aan te schaffen bij een kringloopwinkel. Hier staat vaak kwalitatief goed meubilair, tegen een schappelijke prijs. Hierdoor zal de lening van belanghebbende minder hoog oplopen. Wanneer de situatie geschikt is, is het dus goed om een inwoner aan te sporen om meubels bij de kringloop te halen

Het inventarispakket is inclusief een bedrag voor stoffering van de woning. Bij de toekenning dient dan ook een deel in de vorm van leenbijstand verstrekt te worden en een deel om niet omdat dit stoffering betreft (zie artikel 15).

Artikel 17Eerste huur en waarborgsom

Lid 2 :de bijstand wordt om niet verstrekt met uitzondering van de waarborgsom. Deze kosten kan belanghebbende namelijk terug krijgen bij het verlaten van de woning.

Artikel 18 Verhuiskosten

-

Artikel 19Woonkosten huurwoning

Lid 1: de Wet op de huurtoeslag geldt als voorliggende voorziening. Bijzondere bijstand vult enkel aan waar huurtoeslag (op grond van de Wet op de huurtoeslag) tekortschiet, niet bij nalatigheid of verwijtbaarheid van de belanghebbende. Als de huur halverwege de maand start, kan bijzondere bijstand worden toegekend tot het recht op huurtoeslag ingaat. Huurders buiten de WHT, zoals kamerhuurders, hebben geen recht op deze bijstand.

Lid 2:Indien een wijziging in het inkomen die bij de Belastingdienst wordt doorgegeven, berekent de Belastingdienst het jaarinkomen opnieuw en wordt de hoogte van het voorschot aangepast. Bij een inkomensdaling – en een ongewijzigde huurprijs – kan bijzondere bijstand worden toegekend voor woonkosten. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag dat volgens de WHT per maand wordt toegekend in de nieuwe inkomenssituatie, verminderd met de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag.

Lid 3: Met de nieuwe Wet op huurtoeslag 2026 ontvangen inwoners met een huur boven het rekenplafond ook huurtoeslag. Dit maakt dat de WHT ook voor deze groep voorliggend wordt. Omdat de nieuwe wet op huurtoeslag ervoor kan zorgen dat huurders met een hogere huur worden benadeeld, wordt bijzondere bijstand voor deze groep verstrekt om een deel van deze kosten op te vangen.

Lid 5: De hoogte van de bijzondere bijstand zoals bedoeld in lid 3 is de totale huur, minus de maximale huurgrens. Fictief rekenvoorbeeld: belanghebbende heeft een huur van €1.200,-. De maximale rekenhuur is €1.000,-. De woonkostentoeslag is dan €1.200,- minus €1.000,- = €200,-

Lid 6: Tegelijkertijd met de toekenning wordt de verplichting opgelegd tot aanvaarding van een goedkopere woonruimte, waarvan de lasten minder bedragen dan het rekenplafond. Let op de mogelijkheden van het aanvragen van een urgentieverklaring. Andere inspanningen kunnen zijn: inschrijving bij woningcorporaties, reageren op passend aanbod of meewerken aan huurverlaging.

Bij een eigen woning moet deze zo snel mogelijk te koop worden aangeboden, tenzij zwaarwegende belangen dit verhinderen. Deze verplichting moet expliciet in de bijstandsbeschikking staan. Uitzonderingen gelden bijvoorbeeld voor mensen met een beperking, wanneer de woning is aangepast op hun situatie en de kosten hierdoor te hoog zijn. Belangrijk om per situatie te beoordelen.

Lid 7: bijzondere bijstand wordt toegekend voor de periode van maximaal 1 jaar. De periode waarover de woonkostentoeslag is toegekend kan telkens met één jaar worden verlengd, als het ontbreken van goedkopere woonruimte niet verwijtbaar is.

Artikel 20Woonkosten eigen woning

Hypotheekrenteaftrek verlaagt de woonkosten (hypotheekrente minus eigenwoningforfait). Bij een voorlopige teruggaaf wordt dit bedrag maandelijks verrekend. Is die niet aangevraagd, dan wordt bijzondere bijstand verstrekt met de verplichting dat dit alsnog gebeurt. Na overleg van de teruggaaf volgt definitieve berekening en eventuele terugvordering. Voor de berekening wordt verwezen naar het berekeningsformulier in Schulinck.

In lid 3 is aangegeven dat indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale rekenhuur zoals aangegeven in de Wet op de huurtoeslag (artikel 13) in individuele omstandigheden bijzondere bijstand toegekend kan worden.

In lid 5 is aangegeven dat de hoogte van de bijzondere bijstand uit de optelling van twee delen bestaat:

  • 1.

    De woonkostentoeslag die belanghebbende zou ontvangen als belanghebbende een huurwoning had gelijk aan de maximale rekenhuur.

    Stel de maximale rekenhuur is €1.000,-. Dan wordt middels de rekentool van Schulinck berekend wat de belanghebbende zou krijgen als er een huurwoning was van dit bedrag. (voor het rekenvoorbeeld nemen we even €500,- huurtoeslag

  • 2.

    Het volledige deel van de woonkosten boven de maximale rekenhuur (woonkosten minus maximale rekenhuur)

Stel de belanghebbende heeft €1.200,- woonkosten. Dan komt in de totale berekening er nog €200,- bovenop.

De woonkostentoeslag is dan het bedrag zoals berekend in punt 1 (€500,-) + de €200,- zoals berekend in punt 2. De totale woonkostentoeslag is dus €700,-.

Artikel 21Kosten van beschermingsbewind en bewindvoering in het kader van de WSNP

Lid 1: Beschermingsbewind is een maatregel, die kan worden ingesteld door de kantonrechter, waarbij goederen van betrokkene geheel of gedeeltelijk onder bewind worden gesteld van een bewindvoerder. Beschermingsbewind is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen. De wettelijke bepalingen inzake het zogenaamde beschermingsbewind zijn opgenomen in artikel 1:431 BW e.v.

Bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind is mogelijk indien de goederen van een meerderjarige door de kantonrechter onder bewind zijn gesteld. De noodzakelijkheid en passendheid van beschermingsbewind worden vastgesteld door de beschikking van de kantonrechter. De hoogte van de vergoeding voor bewindvoering wordt in beginsel bepaald volgens de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze regeling voorziet in een vaste (forfaitaire) vergoeding voor de intake en een maandelijkse vergoeding voor de kosten van bewindvoering. In bijzondere gevallen kan de kantonrechter een afwijkende beloning vaststellen; deze rechterlijke vaststelling is dan leidend voor de beoordeling van de noodzakelijke kosten. Bij een aanvraag voor bijzondere bijstand moet de beschikking van de kantonrechter als bewijsstuk worden overgelegd. De vergoeding wordt pas uitbetaald nadat de bewindvoerder heeft aangetoond dat de betreffende kosten daadwerkelijk zijn gemaakt .

Voor extra werkzaamheden die niet onder de standaardjaarbeloning vallen, geldt dat de bewindvoerder in beginsel vooraf toestemming vraagt aan de kantonrechter. Het gaat dan om werkzaamheden waarvoor de Regeling beloning een aparte forfaitaire vergoeding kent (bijvoorbeeld aanvangswerkzaamheden, verhuizing/verkoop/ontruiming van een woning, beheer van een pgb, eindrekening en -verantwoording) of om een hogere jaarbeloning bij problematische schulden. De kantonrechter stelt deze (hogere of aanvullende) beloning vast; die rechterlijke vaststelling is richtinggevend voor de omvang van de noodzakelijke kosten en daarmee voor bijzondere bijstand.

Ontbreekt een voorafgaande machtiging, dan kan de goedkeuring van de rekening en verantwoording waarin de extra werkzaamheden en kosten expliciet zijn opgenomen en goedgekeurd, gelden als rechterlijke instemming. Ook in dat geval kan bijzondere bijstand worden verleend voor de goedgekeurde extra werkzaamheden, mits aan de overige voorwaarden van de Participatiewet is voldaan

Voor de berekening van de griffiekosten wordt de draagkrachtberekening van deze kostensoort gebruikt. De draagkracht bedraagt 100% van het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Griffiekosten ten behoeve van rechtsbijstand behoren niet tot het artikel over bewind.

Lid 2: De WSNP is een wettelijke regeling voor mensen die te goeder trouw in ernstige schulden verkeren en waarvoor geen andere oplossing met schuldeisers mogelijk is. Indien een belanghebbende in een schuldsaneringstraject wordt geplaatst onder de WSNP is belanghebbende salaris voor de bewindvoerder verschuldigd. Dit salaris moet met voorrang worden betaald uit de boedel. Voor zover het salaris van WSNP-bewindvoerder uit de boedel kan worden betaald, is in deze kosten voorzien en is er om die reden in beginsel geen aanleiding om bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. De CRvB heeft bepaald dat de WSNP- bewindvoerder het gedeelte van het salaris dat niet uit de boedel kan worden betaald, niet bij belanghebbende in rekening mag brengen. Daarom is er geen recht op bijzondere bijstand voor dit deel van het salaris.

Artikel 22Kosten budgetbeheer

De noodzaak van budgetbeheer kan worden aangetoond door bijvoorbeeld herhaalde signalen van financiële problemen, of een signaal van schuldhulpverlening waaruit blijkt dat budgetbeheer nodig is.

Verder heeft budgetbeheer in de basis een tijdelijk karakter. De noodzaak zal jaarlijks opnieuw moeten worden aangetoond.

Artikel 23Kosten van curatele of mentorschap

Een meerderjarige kan onder curatele worden gesteld, indien diegene wegens een geestelijke stoornis, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt de eigen belangen behoorlijk waar te nemen. Bij het bepalen van het recht op bijzondere bijstand voor de kosten van curatele, zijn de regels en toelichting van artikel 22 van deze beleidsregel van toepassing.

Mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen (belangen van niet-vermogensrechtelijke aard) niet meer kunnen behartigen. Indien de rechter een mentor heeft benoemd, bestaat er recht op bijzondere bijstand voor kosten van mentorschap.

In het geval de rechter geen beloning heeft vastgesteld, dan is belanghebbende de mentor geen beloning verschuldigd en is er in dat opzicht dus geen sprake van noodzakelijke kosten.

Artikel 24Kosten van rechtsbijstand

Lid 1: Een toevoeging (van een advocaat) vindt slechts plaats als de Raad voor de Rechtsbijstand de rechtsprocedure noodzakelijk acht. Indien de Raad voor de Rechtsbijstand de rechtsprocedure noodzakelijk acht, dan vergoedt de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) de kosten van een op grond van deze wet toegevoegde advocaat. Indien een belanghebbende gebruik maakt van een advocaat, is een eigen bijdrage verschuldigd en soms komen daar ook nog andere kosten bij zoals griffierecht en uittreksel BRP.

De hoogte van de eigen bijdrage die wordt opgelegd is afhankelijk van het inkomen en vermogen van belanghebbende. Uit vaste jurisprudentie van de CRvB volgt dat de noodzaak voor het verlenen van rechtsbijstand en het maken van kosten van griffierecht in beginsel kan worden aangenomen, indien er op grond van de Wrb een advocaat is toegevoegd.

Voor de berekening van de griffiekosten voor rechtsbijstand wordt de draagkrachtberekening van deze kostensoort gebruikt. De draagkracht bedraagt 35% van het meerinkomen en 100% van het vermogen boven het vrij te laten vermogen. Griffiekosten ten behoeve van bewind/mentor/curator behoren niet tot het artikel over rechtsbijstand.

Lid 3: De volgende kosten komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand:

  • a.

    Vertaalkosten: advocaten kunnen kosteloos gebruik maken van een gesubsidieerd tolkencentrum;

  • b.

    Reiskosten voor het bijwonen van rechtszittingen: in beginsel is het niet noodzakelijk dat belanghebbende in persoon aanwezig is op de rechtszitting, zodat reiskosten ten behoeve van belanghebbende niet noodzakelijk zijn;

  • c.

    Kosten gemaakt in de bezwaarfase (anders dan de eigen bijdrage Wrb).

  • d.

    Proceskosten van de wederpartij.

Lid 4: indien belanghebbende zich eerst meldt bij het juridisch loket, krijgt belanghebbende een korting van € 65. Wij mogen dit niet zien als voorliggende voorziening. Bij de beoordeling van bijzondere bijstand moet wel met deze korting rekening worden gehouden: de “noodzakelijke kosten” zijn de eigen bijdrage minus de korting. Wordt de korting niet benut terwijl die wel van toepassing had kunnen zijn, dan wordt dat deel niet als noodzakelijke kosten aangemerkt en wordt de bijzondere bijstand met dat bedrag verlaagd. Let op: bij een lichte adviestoevoeging (LAT) geldt geen Juridisch Loketkorting.

Lid 5: deze regeling zorgt ervoor dat we niet bijzondere bijstand verlenen, terwijl belanghebbende het bedrag terugkrijgt. Belanghebbende is verantwoordelijk om dit te melden. Anders kan dit bij een heronderzoek aan het licht komen.

Artikel 25Legeskosten voor verblijfsvergunning en naturalisatie

Lid 1: Volgens vaste rechtspraak van de CRvB dient belanghebbende deze kosten in beginsel te voldoen uit de bijstandsnorm, hetzij door middel van reservering dan wel gespreide betaling. Indien er sprake is van een kredietmogelijkheid, zoals bijvoorbeeld bij een gemeentelijke kredietbank, dan moet deze mogelijkheid op grond van jurisprudentie als voorliggende voorziening worden beschouwd (zie CRvB 22-05-2007, nr. 06/4109 WWB).

Lid 2: Bij afwezigheid van de mogelijkheid om voor de legeskosten te reserveren en er geen mogelijkheid is om voor deze kosten een lening af te sluiten, is het mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen (zie CRvB 24-01-2006, nr.04/6902 NABW). Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan verlening van verblijfsvergunningen van een groot gezin of een verlenging vlak na het verlaten van een asielzoekerscentrum. Indien het ontbreken van reserveringsruimte verband houdt met schulden, dan is bijzondere bijstand niet mogelijk (zie CRvB 26-10-2010, nrs. 09/2436 WWB e.a.).

Lid 3: De kosten van een ID kaart worden in mindering gebracht op de kosten. Deze kosten zijn namelijk algemene kosten die iedereen heeft.

De legeskosten die zijn verbonden aan naturalisatie behoren niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Artikel 26Reiskosten

Lid 1: Bijstand voor reiskosten is tijdelijk. Bij permanente uithuisplaatsing, zoals bij gehandicapte kinderen, geldt dit niet. Bezoekkosten zijn dan reguliere uitgaven.

Lid 2: De bezoekfrequentie moet passen bij de situatie. Bijvoorbeeld: dagelijks bezoek is logisch bij ziekenhuisopname, maar bij detentie is eens per twee weken passend. Soms bepaalt een externe partij, zoals jeugdzorg, wat redelijk is. Elke situatie vraagt om maatwerk.

Lid 5: Maximale onbelaste kilometervergoeding van de belastingdienst:

Artikel 27Uitvaartkosten

Het tweede lid geeft aan dat uitgegaan moet worden van een sobere crematie of begrafenis. Kosten die in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand zijn hieronder aangegeven. Hierbij gaan we uit van de kosten die aangegeven staan in de NIBUD-prijzengids.

  • a.

    Uittrekstel overlijdensregister en wettelijke registratie

  • b.

    Vervoer naar het rouwcentrum

  • c.

    Rouwcentrum

  • d.

    Verzorging

  • e.

    Hygiënische benodigdheden

  • f.

    Kist (normale prijs)

  • g.

    Rouwauto

  • h.

    Uitvaartdienst

  • i.

    Medewerker uitvaart

  • j.

    Begraafplaats en grafzerk / crematorium

  • k.

    Verzorging ondernemer

Kosten die uitdrukkelijk niet in aanmerking komen zijn kosten als volgauto’s, drukwerk en consumpties.

Artikel 28 Verblijf in detentie

Dit artikel is buitenwettelijk begunstigend beleid. Belangrijk is dat het consistent wordt toegepast. Onder vaste lasten in dit artikel wordt verstaan de huur en voorschotnota’s van gas, licht en water. De termijn van drie maanden, zoals vermeld in lid 2 onder b, gaat in vanaf tenuitvoerlegging van het vonnis. Belanghebbende dient aan alle onderdelen van lid 2 onder a tot en met i te voldoen om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand.