Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757855
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757855/1
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oude IJsselstreek
Geldend van 27-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oude IJsselstreekGeldend van 27 februari 2026 t/m heden
Intitulé
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oude IJsselstreek
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 oktober 2025, zaaknummer 1281752
gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet,
besluit vast te stellen de
BEHEERSVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
a. begraafplaats: de begraafplaatsen in Varsseveld, Terborg, Heelweg en Gendringen;
b. eigen graf: een graf of grafkelder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1. het doen begraven en begraven houden van lijken;
2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
3. het doen verstrooien van as;
c. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
d. eigen urnengraf: een graf of grafkelder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
2. het doen verstrooien van as;
e. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
f. eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
g. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
h. eigen urnenmonument: een monument waarin of waaronder een asbus geplaatst kan worden.
i. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
j. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;
k. grafbedekking: gedenkteken en beplanting op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplaats;
l. gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;
m. beheerder: de ambtenaar die is belast met de dagelijkse leiding van een begraafplaats of degene die hem vervangt;
n. rechthebbende: de rechthebbende op een graf.
Artikel 2 Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'eigen graf’ mede verstaan: eigen urnengraf, eigen urnennis, eigen verstrooiingsplaats en eigen gedenkplaats.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang onder 'algemeen graf’ mede verstaan: algemeen urnengraf.
Hoofdstuk II Beheer, bestemming en registratie
Artikel 3 Beheer
1. Het beheer van de begraafplaats wordt gevoerd door de beheerder onder verantwoordelijkheid van het college.
2. Het college belast één of meer daartoe aangewezen personen met:
a. De administratie van de begraafplaats;
b. De dagelijkse leiding van de begraafplaats bij afwezigheid van de beheerder;
c. Het onderhoud van de begraafplaats;
d. Het doen delven of openen en sluiten van graven;
e. Het begraven en het doen bijzetten of verstrooien van as.
Hoofdstuk III Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 4 Openstelling begraafplaats(en)
1. De begraafplaats(en) is (zijn) voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast te stellen tijden. De toegankelijkheid is van zonsopgang tot zonsondergang. De tijden zijn openbaar bekend.
2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats(en) kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.
3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is/zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
Artikel 5 Ordemaatregelen
1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats(en) te verrichten.
2. Het is verboden om met motorrijtuigen op de begraafplaats(en) te rijden, tenzij de beheerder hier toestemming voor heeft gegeven.
3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef.
4. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats(en) hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
5. Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
Artikel 6 Plechtigheden
1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten drie dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden. In uitzonderlijke gevallen kan van deze termijn worden afgeweken indien hier schriftelijke toestemming voor is verkregen van het bevoegd gezag.
2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Artikel 7 Opgravingen en ruimen
Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast en een afstandsverklaring is afgegeven. Voor het opgraven en herbegraven van lijken is een vergunning vereist.
Hoofdstuk IV Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 8 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
1. Degene die wil begraven, as bijzetten of as verstrooien, stelt de beheerder daarvan uiterlijk drie werkdagen van tevoren schriftelijk op de hoogte. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo spoedig mogelijk worden gedaan.
2. Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de administratie van de begraafplaats.
3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
Artikel 9 Gebouwen en muziekinstallatie
De muziekinstallatie van de begraafplaats kan gebruikt worden bij diensten. Dit dient op het aanvraagformulier voor de aanvraag van de dienst neergezet te worden.
Artikel 10 Over te leggen stukken
1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overgelegd aan de beheerder.
2. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. Dit dient op basis van een aanvraagformulier door rechthebbende of uitvaartverzorger gedaan te worden.
3. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 17, tweede lid.
4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.
5. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
Artikel 11 Tijden van begraven en asbezorging
1. De tijd van begraven en het bezorgen van as zijn: op werkdagen van 08.00 tot 14.30 uur (as bezorgen tot 15:30 uur) en op zaterdag van 08.00 tot 12.30 uur (met toeslag) waarbij rekening dient te worden gehouden met:
a. De eerste zaterdag van de maand is er een bezorging van as/asverstrooiing mogelijk;
b. Op zondagen en algemeen erkende feest- en gedenkdagen vinden geen begravingen, bijzettingen of verstrooiingen plaats. De beheerder kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen;
c. Op hetzelfde tijdstip mag op de begraafplaats niet meer dan één begrafenis, bijzetting of verstrooiing plaatsvinden;
d. Het begraven en het doen bijzetten of verstrooien van as.
2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
3. Indien men later dan de afgesproken aanvangstijd verschijnt voor een begrafenis, bijzetting, asbezorging of asverstrooiing kunnen extra kosten in rekening worden gebracht.
Hoofdstuk V Indeling en uitgifte der graven
Artikel 12 Indeling graven en asbezorging
1. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:
a. eigen graven en eigen urnengraven;
b. eigen urnennissen;
c. eigen verstrooiingsplaatsen;
d. eigen gedenkplaatsen;
e. eigen urnenmonumenten.
2. Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as erop of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
Artikel 13 Aantal overledenen in algemene graven
1. In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven.
Particuliere graven kunnen worden uitgegeven als:
o eenpersoonsgraven: graven bestemd voor 1 persoon;
o tweepersoonsgraven: graven bestemd voor 2 personen die boven elkaar worden begraven;
o driepersoonsgraven; graven bestemd voor 3 personen die boven elkaar worden begraven;
o kindergraven: graven bestemd voor kinderen tot 12 jaar;
o graven voor levenloos geborenen;
o urnengraven: graven bestemd voor 1 of 2 urnen;
o urnengraven Wieken; graven bestemd voor oplosbare urnen (maximaal 4);
o natuurgraven: graven zonder gedenkteken, gelegen op het voor natuurbegraven bestemde deel van de begraafplaats.
2. In de algemene urnengraven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden bijgezet.
Artikel 14 Volgorde van uitgifte
1. De eigen graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven. De beheerder bepaalt de vakken op de begraafplaatsen waarbinnen nieuwe eigen graven worden uitgegeven. Binnen deze vakken geldt er een vrije grafkeuze.
2. Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.
Artikel 15 Categorieën
Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
Artikel 16 Te overleggen documenten
1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven dan wel een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document is afgegeven aan de beheerder.
2. Indien de begraving in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient een schriftelijke machtiging daartoe aan de beheerder te worden afgegeven. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Artikel 17 Termijnen eigen graven
1. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van één, drie, vijf, zeven, tien of twintig jaren het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven. De mogelijkheid bestaat ook om een ander termijn te kiezen, in overleg met Burgemeester en wethouders.
2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
3. Natuurgraven en natuur-urnengraven worden ter beschikking gesteld voor een gebruikstermijn van tien, twintig of honderd jaar.
4. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Artikel 18 Grafkelder
Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden.
Artikel 19 Overschrijving van verleende rechten
1. Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.
4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 20 Vervallen grafrechten
1. De grafrechten vervallen:
a. Door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend;
b. Indien de rechthebbende afstand doet van het recht;
c. Indien de begraafplaats wordt opgeheven.
2. Het college kan de grafrechten vervallen verklaren:
a. Indien de betaling van het gebruiksrecht en de onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging van het grafrecht niet binnen drie maanden na aanvang van die termijn is geschied;
b. Indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt;
c. Indien de rechthebbende van een particulier graf is overleden en het recht niet binnen één jaar na overlijden is overgeschreven.
3. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, onderdelen b en c als bedoeld in het tweede lid, vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.
Artikel 21 Verwijderen grafbedekking na beëindiging grafrechten
1. Het eventueel op het particuliere graf aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel op het particuliere graf geplaatste losse voorwerpen worden na het vervallen van het grafrecht namens het college verwijderd, zonder dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is.
2. Indien de rechthebbende over het eventueel op het particuliere graf aanwezige gedenkteken, de eventueel aanwezige beplanting en de eventueel op het particuliere graf geplaatste losse voorwerpen wenst te beschikken, dient hij deze vóór het beëindigen van het grafrecht van het graf te verwijderen.
3. De in het tweede lid bedoelde verwijdering vanwege de rechthebbende vindt niet plaats dan op afspraak met de beheerder.
Artikel 22 Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Hoofdstuk VI Grafbedekkingen
Artikel 23 Vergunning grafbedekking
1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders.
2. De rechthebbende van een eigen graf of steenhouwer vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
3. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.
4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.
5. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:
a. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;
b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
6. De beheerder heeft te allen tijde het recht om een paaltje met grafnummer bij het graf te plaatsen ten behoeve van het bijhouden van de administratie van de begraafplaats.
Artikel 24 Aansprakelijkheid grafbedekking
1. Het (doen) plaatsen of aanbrengen, herstellen of vernieuwen van gedenktekens, afsluitplaten of beplantingen op particuliere graven geschiedt door of namens de rechthebbende en komen voor rekening en risico van de rechthebbende.
2. Al hetgeen dat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende te zijn aangebracht.
3. Schade en eventuele gevolgschade voor derden is voor rekening en risico van de rechthebbende en deze dient de daaraan toegebrachte schade, door welke omstandigheid ook, op eerste aanschrijven te (doen) herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het aanzien van de begraafplaats schaadt.
4. Indien door een ondeugdelijke of ondeugdelijk geworden constructie naar het oordeel van het college een acuut gevaarlijke situatie is ontstaan, kan het college directe maatregelen treffen teneinde het gevaar op te heffen.
Artikel 25 Grafbeplanting
De maximale toegestane hoogte voor grafbeplanting bedraagt 1,00 meter. De grafbeplanting mag geen groter oppervlak begroeien dan het graf. Het is niet toegestaan om beplanting, potten, vazen en/of andere objecten naast of achter het graf te plaatsen. Deze kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Niet-blijvende beplantingen, losse bloemen, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn of in verwaarloosde staat verkeren, door de beheerder worden verwijderd van het graf. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende.
Artikel 26 Verwijdering grafbedekking
1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn namens burgemeester en wethouders worden verwijderd.
2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemd tijdstip per brief hun voornemen bekend.
3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 20 is verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.
4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:
a. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is verstreken;
b. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.
Artikel 27 Onderhoud door de rechthebbende
1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Onder dit onderhoud wordt onder meer verstaan:
a. het schoonhouden van het geplaatste gedenkteken;
b. het uitvoeren van herstellingen aan de gedenktekens en losse voorwerpen;
c. het indien nodig na verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken;
d. het verven of vergulden van de opschiften en andere figuren op het gedenkteken;
e. het aanbrengen, onderhouden en vernieuwen van losse planten, potplanten, en één- of meerjarige gewassen en het verwijderen van dode planten, zaailingen en ongewenste kruiden.
2. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.
3. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
4. Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
Hoofdstuk VII Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 28 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval delen zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maken zij uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend.
2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaats(en).
3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvrage indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing elders.
4. De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.
5. De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Hoofdstuk VIII Gedeelte voor kerkgenootschap
Artikel 29 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven
1. Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 3, eerste lid, 11, tweede lid, 14 en 20, tweede lid van deze verordening.
2. Het bestuur van het kerkgenootschap kan burgemeester en wethouders schriftelijk verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen dat er onderhoud of herstel door de rechthebbende nodig is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is gesteld.
3. Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stellen burgemeester en wethouders het bestuur van het kerkgenootschap schriftelijk in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven onderhoud en herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid van burgemeester en wethouders onverlet om de rechthebbende op de graven ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden onderhouden of hersteld.
Hoofdstuk IX Instandhouding historische graven en opvallende grafbedekking
Artikel 30 Lijst
1. Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.
3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Hoofdstuk X Inrichting register
Artikel 31 Voorschriften
1. Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.
2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.
Hoofdstuk XI Slotbepalingen
Artikel 32 Intrekking oude regeling
De verordening Beheersverordening gemeentelijk begraafplaatsen, vastgesteld op 11 december 2014 wordt ingetrokken.
Artikel 33 Overgangsbepaling
De rechten en verplichtingen met betrekking tot eigen graven die voortvloeien uit de ingevolge artikel 28 ingetrokken verordening, worden geacht ingevolge deze verordening te zijn ontstaan.
Artikel 34 Strafbepaling
Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, derde lid en 4, eerste en tweede lid wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Artikel 35 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking daarvan.
Artikel 36 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Oude IJsselstreek.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2025.
de griffier, M.B.J. Looman
de voorzitter, L.J. Werger
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl