Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757847
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757847/1
Subsidieregeling collectieve inzet van zorg in onderwijstijd Noord-Limburg (ZIO)
Geldend van 28-02-2026 t/m heden
Intitulé
Subsidieregeling collectieve inzet van zorg in onderwijstijd Noord-Limburg (ZIO)Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;
gezien het voorstel van 10 februari 2026;
gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Venlo, zoals vastgesteld tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 15 mei 2025;
overwegende, dat het gemeentebestuur het collectief inzetten van jeugdhulp in de school wil bevorderen zodat de volgende doelstellingen bereikt worden:
Het preventieve effect: de zorgmedewerker kan zeer vroegtijdig signaleren en hulp bieden aan alle kinderen in de klas (niet alleen aan de kinderen met een indicatie).
Het bevorderen van de samenwerking tussen onderwijs en zorgaanbieder in het belang van de ontwikkeling van het kind.
Efficiency: er zijn geen individuele beschikkingen meer nodig, maar de benodigde jeugdhulp wordt collectief ingezet. Dit leidt tot minder zorgverleners in de klas, waardoor de beschikbare tijd efficiënter ingezet kan worden.
Het verminderen van administratieve lasten voor ouders en gemeenten.
Het afbouwen van kosten van individuele indicaties vanuit de Jeugdwet ten aanzien van jeugdhulp in het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.
Besluiten:
Tot het vaststellen van de Subsidieregeling collectieve inzet van zorg in onderwijstijd Noord-Limburg (ZIO)
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
Algemene subsidieverordening Venlo. |
|
de commissie die de subsidieaanvragen beoordeelt en besluitvorming door het college voorbereidt. Deze commissie bestaat uit de beleidsadviseur jeugd van de gemeente Venlo, aangevuld met tenminste twee collega’s uit de deelnemende gemeenten. |
|
Venlo het collectief inzetten van zorg, waarbij geen individuele beschikkingen nodig zijn en waarbij de ingezette zorg ten goede komt aan alle jeugdigen in de groep. |
|
regio Noord-Limburg: Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Venlo en Venray. |
|
zie deelnemende gemeenten. |
|
een samenwerkingsverband van gemeenten dat verantwoordelijk is voor de gezamenlijke inkoop, contractbeheer, datamanagement en uitvoering van taken binnen het sociaal domein, zoals jeugdhulp, Wmo, participatie, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. |
|
een school zoals beschreven in de Wet Primair Onderwijs, Wet Voortgezet Onderwijs of Wet op de Expertisecentra, |
|
de overkoepelende organisatie verantwoordelijk voor het beheer en beleid van meerdere scholen. |
|
zorg zoals omschreven in de Jeugdwet en verder uitgewerkt in het afwegingskader onderwijs-jeugdhulp Noord-Limburg. |
|
aanbieder van zorg zoals omschreven in de Jeugdwet. |
Artikel 2. Subsidiabele activiteiten en voorwaarden
- 1.
De geboden zorg is jeugdhulp zoals gedefinieerd in het ‘Afwegingskader Onderwijs-Jeugdhulp Noord-Limburg’.
- 2.
De zorg overstijgt de reguliere onderwijsverplichtingen en is aanvullend op de onderwijsondersteuning.
- 3.
De toegekende zorg vindt plaats binnen het onderwijs, tijdens onderwijstijd, op een onderwijslocatie.
- 4.
De zorg bestaat uit:
- a.
Persoonlijke verzorging, verzorgende taken en ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL-vaardigheden), waarbij Wet passend onderwijs, Wet langdurige zorg (Wlz) en Zorgverzekeringswet voorliggend zijn. Het betreft product jeugdhulp in de school A zoals beschreven in de inkoopdocumenten jeugd 2026 voor de jeugdhulpregio Limburg Noord.
- b.
Ambulante (individuele) begeleiding in onderwijstijd voor zowel een reguliere als specialistische jeugdhulpvraag. Het betreft product jeugdhulp in de school B zoals beschreven in de inkoopdocumenten jeugd 2026 voor de jeugdhulpregio Limburg Noord. Het gaat om ambulante begeleiding binnen de school voor zowel een reguliere als specialistische jeugdhulpvraag. Dit is erop gericht om jeugdigen die vastlopen in hun ontwikkeling op school te ondersteunen zodat zij weer kunnen functioneren op school.
- a.
- 5.
De subsidieaanvrager richt zich op het leveren van de zorg aan jeugdigen met als doel het verminderen, stabiliseren of omgaan met problemen zodat zij weer kunnen functioneren op school.
Artikel 3. Doelgroep subsidie
Subsidie kan enkel worden aangevraagd door en wordt uitsluitend verstrekt aan een, door de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg-Noord gecontracteerde zorgaanbieder, die een plan van aanpak maakt samen met een schoolbestuur van een school, gehuisvest in een van de deelnemende gemeenten, ten behoeve van collectieve inzet van zorg voor een groep leerlingen woonachtig in een van de 7 deelnemende gemeenten binnen de jeugdhulpregio Noord-Limburg.
Artikel 4. Aanvraagprocedure
- 1.
In aanvulling op de verplichtingen zoals opgenomen in artikel 7 van de AsV, gelden voor de aanvraagprocedure de volgende bijzondere verplichtingen:
- a.
Een adviesgesprek met de beoordelingscommissie.
- a.
-
In een gesprek met de beoordelingscommissie wordt verkend of het daadwerkelijk gaat om collectieve inzet van zorg voor een groep leerlingen voor wie anders individuele indicaties jeugdhulp in de school A of B noodzakelijk zouden zijn.
- b.
Het indienen van een plan van aanpak, inclusief een begroting volgens het format zoals dat beschikbaar wordt gesteld.
- b.
-
De subsidieaanvrager overlegt een plan van aanpak, dat is opgesteld in samenwerking met de betrokken onderwijspartner(s). De aanvraag kan betrekking hebben op meerdere scholen, waarbij er een plan van aanpak per school is voor de in te zetten formatie. Dit plan van aanpak bevat minimaal de volgende gegevens:
- i.
Een toelichting op hoe de collectieve inzet van zorg wordt ingericht op de betrokken school, met daarin de onderwerpen:
- 1.
Samenwerking
- a.
Wijze van samenwerking (waaronder: afstemming, evaluatie en feedback) tussen de subsidieaanvrager en de betrokkende school;
- b.
Hoe de collectieve inzet van zorg in onderwijstijd wordt vormgegeven en hoe de professionals hierbij samenwerken;
- c.
Visie op integrale samenwerking;
- d.
Rolverdeling tussen subsidieaanvrager en betrokkende school.
- a.
- 2.
Collectieve inzet
- a.
Welke zorgcapaciteit er voor collectieve inzet nodig is;
- b.
Hoe deze zorgcapaciteit is afgezet tegen de verwachte benodigde capaciteit die er middels individuele indicaties nodig was geweest;
- c.
Welke zorg er binnen de collectieve ondersteuning wordt geboden;
- d.
Welke zorg er niet binnen de collectieve ondersteuning wordt geboden;
- e.
Op welke wijze de collectieve inzet doelmatiger en/of effectiever is dan individuele trajecten, bijvoorbeeld door schaalvoordelen of betere afstemming tussen onderwijs en subsidieaanvrager;
- f.
Hoe er met ouders van de leerlingen wordt gecommuniceerd over de inzet van zorg en het doel ervan;
- g.
Hoe de inzet van zorg wordt gemonitord en geregistreerd.
- a.
- 3.
Professionals
- a.
Welke professional (functienaam en -niveau) wordt ingezet en waarom er hiervoor wordt gekozen;
- a.
- 1.
- ii.
Een begroting en uitwerking van de financiële vraag passend bij de gevraagde capaciteit met daarin:
- 1.
Het aantal leerlingen voor wie de collectieve inzet van zorg wordt aangevraagd.
- 2.
Hoeveel leerlingen er in welke gemeente woonachtig zijn.
- 1.
- i.
- 2.
Een tweede adviesgesprek met de beoordelingscommissie voor verdere toelichting op het plan van aanpak is optioneel en kan worden geïnitieerd door zowel de beoordelingscommissie als de subsidieaanvrager.
- 3.
De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 8, lid 1 van de AsV, jaarlijks bij de contactgemeente ingediend vóór 15 maart voor het daaropvolgende schooljaar.
- 4.
De subsidieaanvraag wordt ingediend door de subsidieaanvrager, waarbij het plan van aanpak medeondertekend wordt door het betrokken schoolbestuur.
Artikel 5. Verplichtingen
In aanvulling op de verplichtingen zoals opgenomen in artikel 11 van de AsV, gelden voor een subsidieontvanger de volgende bijzondere verplichtingen:
- 1.
Uitvoeringseisen
- a.
De uitvoering van de zorg gebeurt volgens professionele standaarden, landelijke richtlijnen en veldnormen, zoals Norm van verantwoorde werktoedeling, Kwaliteitskader jeugd, beroepscodes en richtlijnen jeugdhulp.
- b.
Er wordt voldaan aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
- a.
- 2.
Registratie en Monitoring
- a.
De subsidieaanvrager meldt de jeugdigen die gebruik maken van de collectieve inzet van zorg in onderwijstijd bij de deelnemende gemeente waar de jeugdige woont
- b.
De zorginzet wordt geregistreerd in het plan welke op school wordt gehanteerd, bv. het ontwikkelingsperspectief (OPP) van de leerling of het Handeling Gerichte Proces Diagnostiek (HGPD).
- c.
Binnen de collectieve inzet wordt er ook gewerkt met individuele doelen van de leerlingen. Dit wordt geregistreerd en gemonitord in het OPP of HGPD.
- a.
- 3.
Tussentijdse evaluatie
-
Halverwege de subsidieperiode vindt er een gesprek plaats tussen de beoordelingscommissie, de subsidieaanvrager en de betrokken school om de collectieve inzet van zorg in onderwijstijd te evalueren.
Artikel 6. Subsidiesoort
De subsidie collectieve inzet van zorg in onderwijstijd Noord-Limburg betreft een structurele subsidie. Het is een subsidie die per schooljaar aan de subsidieaanvrager wordt verstrekt, teneinde een bijdrage te leveren aan activiteiten met een voortdurend karakter.
Artikel 7. Berekeningswijze van de subsidie
- 1.
De subsidie wordt berekend op basis van de kosten van de benodigde formatie van zorgprofessionals door de zorgaanbieder voor de zorginzet op de betrokken school
- 2.
De gevraagde capaciteit moet overeenkomen met de daadwerkelijke hulpvraag en de bijbehorende zorgondersteuning.
- 3.
De beoordelingscommissie toetst of de aangevraagde capaciteit in verhouding staat tot de zorgvraag. Dit gebeurt op basis van:
- a.
Eerder benodigde capaciteit en inzet van collectieve of individuele jeugdzorg op dezelfde school.
- b.
Resultaten van eerdere interventies en de bijbehorende capaciteit.
- c.
Vergelijkbare zorginzet op vergelijkbare scholen.
- d.
Zorginzet en capaciteit bij vergelijkbare zorgvragen buiten het onderwijs.
- e.
Toelichting in het plan van aanpak op de benodigde zorgcapaciteit.
- a.
Artikel 8. Toetsing aanvraag, beslissing en beslistermijn
- 1.
Alle ingediende aanvragen worden getoetst door de beoordelingscommissie. De beoordelingscommissie beoordeelt of de aanvragen voldoen aan de gestelde eisen.
- 2.
Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente beslist, in afwijking van artikel 8, lid 2, van de AsV jaarlijks vóór 1 juni over de subsidieaanvraag.
Artikel 9. Wijze van uitbetaling
De subsidie wordt na verlening als voorschot in maandelijkse termijnen betaald.
Artikel 10. Subsidievaststelling en verantwoording
- 1.
In afwijking van artikel 17 van de ASV dient de subsidieaanvrager vóór 1 oktober na afloop van het schooljaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de contactgemeente. Hierin vermeldt de subsidieaanvrager in elk geval:
- a.
Het aantal leerlingen kinderen dat gebruik heeft gemaakt van de collectieve inzet van zorg in onderwijstijd.
- b.
Een uitsplitsing van het aantal leerlingen per gemeente.
- c.
De ingezette ondersteuning aan de leerlingen.
- d.
De totale kosten voor de collectieve inzet van zorg in onderwijstijd.
- e.
De wijze waarop onderwijs en zorg hebben samengewerkt en welke factoren een positieve bijdrage hieraan hebben geleverd.
- a.
- 2.
Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente stelt, in afwijking van artikel 17 van de ASV, binnen acht weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, de subsidie definitief vast.
Artikel 11. Aanvullende weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden
-
In aanvulling op de weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden uit artikel 10 van de AsV gelden voor deze subsidie de volgende aanvullende bepalingen:
- 1.
De subsidie voor collectieve inzet van zorg in onderwijstijd is uitsluitend aanvullend op de ondersteuning die de school vanuit haar eigen ondersteuningsstructuur biedt. Voor de beoordeling welke vormen van zorg onder zorg in onderwijstijd vallen, hanteren wij het Afwegingskader onderwijs–jeugdhulp Noord-Limburg. In dit kader is onder meer vastgelegd dat zorg in onderwijstijd niet bedoeld is om reguliere onderwijsondersteuning of individuele begeleiding te vervangen, zoals:
- a.
Jeugdigen didactische kennis, inzichten of vaardigheden aan te leren die samenhangen met de leerdoelen van de betreffende jeugdige.
- b.
Preventieve activiteiten te financieren, zoals sociale vaardigheidstrainingen, rots en water trainingen, weerbaarheidstrainingen, coaching gesprekken en dergelijke.
- c.
Collectieve activiteiten (scholing en training) aan te bieden die deskundigheidsbevordering van leerkrachten betreffen en die onder het reguliere scholingsbeleid van de school of het samenwerkingsverband zouden moeten vallen.
- d.
Leerproblemen op te lossen of onderwijsondersteuning te bieden.
- e.
Behandeling op school.
- f.
Dyslexiebehandeling. Dit is een apart product binnen de inkoop Jeugdhulp.
- a.
Artikel 12. Hardheidsclausule
- 1.
Het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente kan afwijken van één of meer artikelen uit deze subsidieregeling als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
- 2.
In gevallen die de uitvoering van deze subsidieregeling betreffen en waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders van de contactgemeente.
Artikel 13. Slotbepalingen
- 1.
Deze subsidieregeling treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.
- 2.
Deze regeling kan worden gewijzigd door het college van burgemeester en wethouders indien gewijzigde beleidsinzichten, wettelijke bepalingen of budgettaire omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een wijziging kan uitsluitend betrekking hebben op de regeling voor een volgende subsidieperiode, zijnde het daaropvolgende schooljaar.
- 3.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling collectieve inzet van zorg in onderwijstijd Noord-Limburg (ZIO)
Ondertekening
Venlo, 10 februari 2026
Burgemeester en wethouders van Venlo
de secretaris, de burgemeester
Twan Beurskens, Antoin Scholten
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl