Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie

Geldend van 28-02-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck;

Zaaknummer: 449833;

Besluit:

vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie Cranendonck 2026.

1. Inleiding

In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich mee dat meer personen belastingplichtig zijn voor één belastingobject (onroerende of roerende zaak, roerende woon- of bedrijfsruimte, perceel).

In de gevallen waarin dat voorkomt, mag de aanslag ten name van één van de belastingplichtigen worden gesteld. In deze gevallen wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.

Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn.

De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Het zijn richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen.

2. Voorkeursvolgorde

  • 1. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 1.1

      de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt:

      • 1.1.1

        de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning;

      • 1.1.2

        de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft;

      • 1.1.3

        de erfpachter dan wel de beklemde meier;

    • 1.2

      de eigenaar of de appartementsgerechtigde;

    • 1.3

      degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

  • 2. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 2.1

      degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

    • 2.2

      bij gelijke aandelen:

      • 2.2.1

        degene die in Nederland woont:

        • 2.2.1.1

          de oudste in leeftijd

        • 2.2.1.2

          degene die volgens de basisregistratie personen is ingeschreven op het adres van het belastingobject.

      • 2.2.2

        degene die in het buitenland woont:

        • 2.2.2.1

          de oudste in leeftijd

  • 3. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van gebruikers van niet-woningen, wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 3.1

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject wordt aangemerkt

    • 3.2

      degene die het huurcontract van het belastingobject op naam heeft;

    • 3.3

      degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

  • 4. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die wordt geheven van gebruikers van woningen wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 4.1

      degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van het belastingobject of van het object, wordt aangemerkt;

    • 4.2

      degene die volgens de basisregistratie personen het langst staat ingeschreven op het adres van het belastingobject;

    • 4.3

      de oudste, in geval van gelijktijdige inschrijving op het adres;

    • 4.4

      degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

  • 5. Met betrekking tot de riool- en waterzorgheffing en de afvalstoffenheffing die door Brabant Water wordt opgelegd wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

    • 5.1

      degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op naam heeft;

    • 5.2

      degene die op andere wijze als gebruiker van het belastingobject naar voren komt.

  • 6. Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 7. Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.

  • 8. Indien al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, kunnen wijzigingen pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak.

  • 9. Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op andere wijze, zijn de onderdelen 1 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing.

3. Intrekking besluiten

Het volgende besluit wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit: “Besluit van 11 maart 1997; Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie”.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking. Het besluit wordt daartoe opgenomen in het elektronisch uitgegeven gemeenteblad.

5. Citeertitel

  • 1. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige gemeente Cranendonck 2026.

  • 2. De citeertitel wordt afgekort tot: BAB gemeente Cranendonck 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 24 februari 2026

Het college voornoemd

De secretaris,

E.W.B.M. Jacobs

De burgemeester,

F.A.P. van Kessel