Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757837
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757837/1
Leidraad Invordering SED-organisatie 2026
Geldend van 03-03-2026 t/m heden
Intitulé
Leidraad Invordering SED-organisatie 2026De ambtenaar belast met de invordering, als bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub b, van de Gemeentewet;
Gelet op de Invorderingswet 1990 en de ‘Gemeenschappelijke Regeling SED-organisatie’;
Besluit
vast te stellen de Leidraad Invordering SED-organisatie 2026
1. Inleiding en toepassingsgebied
1.1 Inleiding
De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland vinden het belangrijk om op een duidelijke en concrete manier om te gaan met het innen van belastingen. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en consistente invorderingsacties, draagt in de praktijk enorm bij aan het succesvol innen van vorderingen.
Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving, en die op een gestructureerde manier vast te leggen. Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid- en zekerheid spelen in een toenemende mate een rol.
Deze leidraad is bedoeld om het invorderingsproces van fiscale en privaatrechtelijke vorderingen en het bijbehorende invorderings- en kwijtscheldingsbeleid vast te leggen en begrijpelijk te maken voor zowel de medewerkers die zich daarmee bezighouden als belastingschuldigen en debiteuren.
1.2 De SED-organisatie
De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland vormen gezamenlijk de ambtelijke werkorganisatie SED. De SED-organisatie staat voor goede dienstverlening aan de inwoners en ondernemers en een krachtige en deskundige ondersteuning aan de besturen van gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland.
1.3 Vaststelling Leidraad
De Leidraad Invordering fiscale- en privaatrechtelijke vorderingen is vastgesteld door de ambtenaar belast met invorderen voor de drie gemeenten. Publicatie/bekendmaking heeft plaatsgevonden in het 'Blad gemeenschappelijke regelingen'.
1.4 De rechtsgrond van vorderingen
Om een bedrag te kunnen invorderen, dient er sprake te zijn van een “verbintenis” tot het betalen van dat bedrag aan de gemeente Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland. Verbintenissen ontstaan uit de wet of een overeenkomst. Voor de gemeente komt het erop neer, dat dergelijke verbintenissen voornamelijk ontstaan uit:
- 1.
Een overeenkomst;
- 2.
Een verordening (bijv. leges);
- 3.
Een onrechtmatige daad;
- 4.
Een beschikking.
Dit zijn de grondslagen voor een vordering van de gemeente op een debiteur. Zonder een dergelijke grondslag kan geen vorderingsrecht bestaan. Voor de vorderingen die ondanks herinnering/aanmaning onbetaald blijven en/of betwist worden, is de “ontstaansfase” van zeer groot belang en elke grondslag stelt andere voorwaarden aan de totstandkoming van een vordering.
Namelijk, veel, zo niet de meeste juridische (incasso) conflicten zijn niet zozeer gecompliceerd vanwege de rechtsvragen, maar vanwege verschil van mening tussen partijen over de feiten en gebeurtenissen zoals die plaats hebben gevonden en/of de gemaakte afspraken.
1.5 Soorten vorderingen
De vorderingen van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland kunnen worden onderscheiden in:
- -
Bestuursrechtelijke vorderingen
- -
Fiscale vorderingen
- -
Privaatrechtelijke vorderingen
Het verschil in de aard van de vordering vergt voor elk van de soort vorderingen een aparte benaderingswijze als het gaat om invorderingsmaatregelen. In deze Leidraad wordt uitsluitend ingegaan op de kaders en de beleidsregels van fiscale- en privaatrechtelijke vorderingen.
2. Fiscale vorderingen
2.1 Wet- en regelgeving
De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen 3 belangrijke wetten:
Invorderingswet 1990 (IW 1990)
De gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen.
Kostenwet invordering Rijksbelastingen
De kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslag. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wet die regels geeft over hoe de gemeente moet omgaan met burgers en bedrijven. Het zorgt ervoor dat de gemeente eerlijk, duidelijk en volgens bepaalde procedures handelt als zij besluiten neemt die invloed hebben op mensen.
Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing. Voor de invordering van gemeentelijke belastingen de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland is het uitgangspunt zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen.
Dwangsom bij niet-tijdige beslissing
Eén van de regels uit de Awb die niet standaard van toepassing is, is de dwangsom bij niet-tijdige beslissing. Als de gemeente te laat een beslissing neemt op een bezwaarschrift, kan de belastingschuldige recht hebben op een dwangsom. Deze dwangsom is een boete (geld) die de gemeente aan de belastingschuldige moet betalen.
Dit wordt in het invorderingsproces alleen in de volgende situaties toegepast:
- -
Bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente (art. 30, lid 1)
- -
Bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling (art. 49, lid 1)
- -
Bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in art. 7, lid 1, Kostenwet
- -
Bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet
- -
Bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet
2.2 Begrippen
- •
Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het college kan nadere regels voor de heffing en invordering stellen. Daarbij kan worden gedacht aan regels voor de aangifte, het opleggen van voorlopige aanslagen, maar ook richtlijnen bij de uitleg van bepalingen in de verordening. Het dagelijks bestuur van de SED wijst namens het college van B&W de heffingsambtenaar en invorderingsambtenaar aan.
- •
De heffingsambtenaar is verantwoordelijk voor het opleggen van de belasting aanslagen. Naast het opleggen van de aanslagen beslist de heffingsambtenaar ook op de bezwaarschriften, en treedt voor de gemeente op in beroep en hoger beroep.
- •
De invorderingsambtenaar is verantwoordelijk voor het incasseren van de opgelegde aanslagen. Naast het verzenden van de aanslagen en het incasseren van de bedragen, zorgt de invorderingsambtenaar voor kwijtschelding en dwangmaatregelen zoals aanmaningen en dwangbevelen.
- •
De belastingschuldige is degene die de belastingaanslag moet betalen - dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld.
- •
Gevorderde som (Kostenwet) is het openstaande belastingbedrag zonder kosten van de aanmaning en het dwangbevel en zonder invorderingsrente.
- •
De belastingdeurwaarder is wettelijk bevoegd om deurwaarderswerkzaamheden in het kader van dwangmaatregelen te verrichten voor de invordering van gemeentelijke belastingen. De belastingdeurwaarder voert zijn taken altijd uit in opdracht van de invorderingsambtenaar en houdt bij de uitoefening van die taken rekening met de persoonlijke situatie van de belastingschuldige.
- •
Een ondernemer is een belastingschuldige die een onderneming heeft of zelfstandig een beroep uitoefent.
- •
Een particulier is een belastingschuldige die geen ondernemer is.
3. Het invorderingsproces
Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er eerst een kosteloze herinnering verstuurd en daarna indien nodig een aanmaning en een dwangbevel. Uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals beslag volgen.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiest de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.
3.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW)
Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat op welke datum het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen.
Versturen van het aanslagbiljet
De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige gestuurd. In sommige gevallen wordt de belastingaanslag niet aan de belastingschuldige maar naar de wettelijke vertegenwoordiger verstuurt.
MijnOverheid
De belastingaanslag kan aan een particulier ook digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt dan binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige. De belastingaanslag wordt dan niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient belastingschuldige dat zelf aan te passen in MijnOverheid.
3.2 Stap 2: betalingsherinnering (waarschuwing)
Op de aanslag staat de datum waarop de aanslag moet zijn betaald. Als de betaling niet op tijd binnenkomt, wordt er een betalingsherinnering gestuurd. De belastingschuldige heeft dan 14 dagen om toch nog te betalen zonder extra kosten.
3.3 Stap 3: aanmaning (art. 11 IW)
Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. De belastingschuldige moet dan binnen 14 dagen het openstaande bedrag betalen, met extra kosten.
3.4 Stap 4: ‘laatste herinnering voor dwangbevel’
Een belastingschuldige die verzuimd heeft om de aanmaningskosten te betalen wordt voor de laatste keer, voordat er een dwangbevel wordt uitgevaardigd, in de gelegenheid gesteld om het openstaande bedrag alsnog binnen 14 dagen te voldoen.
3.5 Stap 5: dwangbevel (art. 12 IW)
Als de belastingschuldige na de aanmaning of de ‘laatste herinnering voor dwangbevel’ nog steeds niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen om het geld in te vorderen. Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige het bevel krijgt om de schuld te betalen.
3.6 Stap 6: betekenen dwangbevel (art. 13 IW)
De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.
Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:
- -
de belastingaanslag die nog niet is betaald
- -
de plicht om te betalen
- -
de gevolgen als er niet wordt betaald
Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:
- 1.
Door invorderingsambtenaar via de post (art. 13 IW).
Betekenen per post houdt in dat de invorderingsambtenaar een afschrift van een dwangbevel per gewone post verzendt. Het afschrift bevat onder andere een bevel om binnen 2 dagen te betalen.
- 2.
Door deurwaarder volgens regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)
Naast betekening per post kan betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder plaatsvinden. Deze geeft een afschrift van het door de invorderingsambtenaar uitgevaardigde dwangbevel en van de akte van betekening af aan de belastingschuldige of iemand anders aan wie hij rechtsgeldig kan betekenen. Het afschrift bevat een opgaaf van de achterstallige belasting en een bevel om binnen 2 dagen te betalen.
Kosten betekening dwangbevel
Het betekenen van een dwangbevel kost de belastingschuldige geld. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som.
3.7 Stap 7: vordering (art. 19 IW)
De invorderingsambtenaar kan een derde (is een andere persoon of partij) verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Deze brief noemen we 'vordering'.
3.8 Stap 8: beslag (artikel 14 IW)
Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel of vordering niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdrachtgeven om beslag te leggen.
Beslaglegging is een juridische term. Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder het recht heeft om eigendommen van een belastingschuldige in beslag te nemen.
Op welke zaken mag een deurwaarder beslag leggen?
Beslaglegging kan bijvoorbeeld plaatsvinden:
- -
onder derden (bijv. door beslag op een auto die bij een garage staat voor onderhoud)
- -
op roerende zaken (bijvoorbeeld auto, TV)
- -
op onroerende zaken (bijvoorbeeld woning)
Specifieke vorm van beslag
- -
loonbeslag (bij de werkgever wordt op het loon van de werknemer beslag gelegd).
4. Waarop kan beslag worden gelegd?
Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd of vordering worden gedaan op het inkomen of zijn eigendommen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen toegelicht.
4.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag)
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige ontvangt. Iedere maand wordt er dan een deel van het salaris of uitkering opgeëist van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.
De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd door de invorderingsambtenaar.
Beslagvrije voet
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.
Bezwaar tegen beslagvrije voet
Als de belastingschuldige vindt dat er te veel geld wordt ingehouden, kan betrokkene vragen om de beslagvrije voet aan te passen. Daarvoor dient de belastingschuldige binnen 4 weken contact op te nemen met het externe deurwaarderskantoor.
Vordering (loonbeslag) opheffen
Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de hele belastingschuld is kwijtgescholden. De invorderingsambtenaar kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.
4.2 Vordering en notoire wanbetalers
Als de belastingschuldige vaker zijn belastingen niet op tijd betaald, kan de invorderingsambtenaar ook een aparte vordering doen, waarin hij 10% eist van het bedrag dat niet voor beslag vatbaar is. Dit betekent dat de invorderingsambtenaar dan ook 10% van het inkomen kan eisen als het inkomen lager is dan de beslagvrije voet.
Voorbeeld:
- -
De beslagvrije voet is € 1.000
- -
Het loon van de notoir slechte betaler is € 800
- -
Op vordering van de invorderingsambtenaar moet de werkgever 10% van € 800 = € 80 aan de invorderingsambtenaar afdragen.
4.3 Betalingsvordering
Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. De betalingsvordering kan worden toegepast bij zowel particulieren als ondernemingen.
Beslagvrij bedrag en betalingsvordering
Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige zijn levensonderhoud betalen. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.
Deze bedragen zijn wettelijk vastgelegd in artikel 475da, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
Kosten betalingsvordering
De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen. Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering? De belastingschuldige krijgt binnen 8 dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeld. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.
Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk
Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslaglegging dan kan belastingschuldige een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken. Voor deze procedure (artikel 17 IW) is een advocaat verplicht.
4.4 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder de curator in het faillissement van belastingschuldige en onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders. De vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen wordt indien nodig toegepast.
4.5 Beslag op roerende zaken
De belastingdeurwaarder kan bij de belastingschuldige thuis of in diens bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. De belastingdeurwaarder maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.
Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.
Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Belastingschuldige mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven.
De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.
Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.
Dit geldt echter niet als:
- a.
aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen; of
- b.
de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden.
Toestemming bij grote bedrijven
Als de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen.
De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:
- -
de beslaglegging bedoeld is om snel (een deel van) de bezittingen van het bedrijf te verkopen
- -
door de beslaglegging geld of de voorraad van het bedrijf vrijwel helemaal in beslag wordt genomen
- -
derden niet onwetend blijven van de beslaglegging, zoals altijd het geval bij een beslag onder derden
Kosten van het beslag
De belastingdeurwaarder voert bij een beslag meerdere acties uit, zoals het opmaken van een proces-verbaal van beslag en het betekenen van het beslag aan de belastingschuldige. Deze kosten staan in de Kostenwet.
De belastingschuldige wordt vooraf geïnformeerd wanneer er beslag zal worden gelegd. In het proces-verbaal dat de deurwaarder opmaakt, staat omschreven welke roerende zaken in beslag zijn genomen en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht.
Voor het treffen van een betalingsregeling moet de belastingschuldige contact opnemen met het deurwaarderskantoor. Het deurwaarderskantoor houdt zich daarbij aan de beleidsregels van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland.
De belastingschuldige is het niet eens met het beslag (verzet)
De belastingschuldige kan in verzet komen tegen het gelegde beslag. Belastingschuldige moet dan een advocaat inschakelen om de invorderingsambtenaar te dagvaarden. De zaak wordt vervolgens behandeld bij een rechtbank. Of een advocaat verplicht is, hangt af van het bedrag van het executiegeschil.
4.6 Beslag onroerende zaken
Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.
Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning of op het onroerend goed moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht. Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen.
De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in 1 keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.
Kosten beslag onroerende zaken
Ook bij deze manier van beslagleggen brengt de belastingdeurwaarder kosten in rekening voor het opmaken van het proces-verbaal van beslag en de diverse betekeningen. Daarnaast zijn er kosten verschuldigd om het beslag in te schrijven en door te halen bij het Kadaster.
Met wie moet de belastingschuldige na het beslag contact opnemen?
Ook bij beslag op een woning hoeft dit niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen. De belastingschuldige dient hiervoor contact op te nemen met de afdeling Belastingen via telefoonnummer 14 0228.
5. Acties door belastingschuldige
In dit hoofdstuk worden handelingen en/of acties door belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
5.1 Hoe kan een belastingaanslag worden betaald?
- -
De belastingschuldige kan het bedrag zelf overmaken op rekeningnummer onder vermelding van het aanslagnummer:
- Stede Broec
NL46BNGH0285033638
- Enkhuizen
NL20BNGH0285103946
- Drechterland
NL35BNGH0285040626
- -
op het aanslagbiljet staat een QR-code. Met deze QR-code kan de belastingschuldige het volledig openstaande bedrag betalen
- -
door het bedrag contant te betalen bij de balie van het gemeentehuis
- -
door aan de belastingdeurwaarder te betalen
- -
door iemand anders de belastingaanslag te laten betalen
- -
door middel van automatische incasso of een betalingsregeling
5.2 Automatische incasso
Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft belastingschuldige zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft in maximaal 10 keer het bedrag van zijn of haar rekening af. Dat gebeurt altijd op de laatste werkdag van de maand. Voor meer informatie kunt u terecht op de website, onder het gedeelte 'Gemeentelijke Belastingen’.
Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)
Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan. Het incassoreglement is te vinden op www.overheid.nl
5.3 Wanneer is er betaald?
- -
Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen
- -
Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip van betaling
- -
Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling
- -
Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling.
5.4 Richtlijnen bij het afboeken van een betaling
Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen:
- -
Betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW
- -
Betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen
- -
Een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling
5.5 Betaling bij vergissing of misverstand
Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.
In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen.
5.6 Geen mededeling verwerking betaling
De invorderingsambtenaar stuurt de belastingschuldige geen bericht om hem op de hoogte te brengen over de afboeking van een betaling. Dit geldt ook als een betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving (automatische incasso).
5.7 Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)
Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er te veel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet dat op tijd aan de invorderingsambtenaar worden doorgegeven, zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Een derde kan in het kader van een vordering te veel afdragen aan de invorderingsambtenaar.
Daarvan is sprake als:
- -
De derde meer afdraagt dan aan belastingaanslag(en) openstaat
- -
De derde meer afdraagt dan resteert na aftrek van de (later) vastgestelde beslagvrije voet
Als alle belastingaanslag(en), waarvoor de vordering is gedaan, zijn voldaan, stort de invorderingsambtenaar het overschot terug aan de derde. Het is dan aan de derde om dit bedrag over te maken aan belastingschuldige.
Als voor de vordering een beslagvrije voet is vastgesteld en deze beslagvrije voet blijkt later te laag vastgesteld, maakt de invorderingsambtenaar het verschil aan belastingschuldige over. De invorderingsambtenaar licht de derde en de belastingschuldige hierover schriftelijk in.
Uitbetalingsfouten
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Directe uitbetaling gebeurt wél als wordt aangetoond dat:
- -
Belastingschuldige tijdig vóór de uitbetaling bij de invorderingsambtenaar heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende bankrekening moet gebeuren; of
- -
Belastingschuldige niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bank heeft aangegeven dat de bankrekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.
Als er aan de (wettelijke) voorwaarden is voldaan, zal de invorderingsambtenaar het eerder betaalde bedrag vervolgens terugvorderen van de derde die het bedrag heeft ontvangen, omdat deze daar geen recht op had.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling, bijvoorbeeld door een verkeerde aanwijzing van de belastingschuldige, dan is en blijft de belastingschuldige verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan er informatie worden verstrekt over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
5.8 Uitstel van betaling (art 25 IW)
5.8.1 Uitstel van betaling algemeen
Er zijn 3 redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:
- -
De belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend
- -
De belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijn(en) betalen, omdat hij geen of onvoldoende geld heeft
- -
De belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP). Regels voor uitstel van betaling in dit geval staan vermeld in artikel 5.14.1
De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder diens voorwaarden een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend, wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel van betaling.
5.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling
De belastingschuldige kan op 4 manieren uitstel van betaling aanvragen:
- -
Online: via het belastingloket met behulp van DigiD of eHerkenning;
- -
- -
- -
- -
Door het aanvraagformulier te downloaden en terug te sturen per post naar:
-
Gemeente: maak uw keuze: <Drechterland> <Stede Broec> <Enkhuizen>
T.a.v. Afdeling Belastingen
Postbus 20
1610 AA Bovenkarspel
-
- -
Via het Klantcontactcentrum 14 0228
- -
Via het bezwaar of beroepschrift.
5.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep
Het indienen van een bezwaar of beroep geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. Bij bezwaar en beroep moet de belastingschuldige om uitstel van betaling vragen.
Uitstel van betaling wordt door de invorderingsambtenaar alleen verleend voor het deel van de aanslag waar het belastingschuldige bezwaar of beroep tegen maakt (het betwiste bedrag). Het niet betwiste bedrag moet gewoon op tijd betaald worden.
Het uitstel van betaling eindigt automatisch bij uitspraak op het bezwaar of het beroep.
5.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen
Als de belastingschuldige de belastingaanslag niet op tijd of in één keer kan betalen dan kan de belastingschuldige een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er iedere maand een deel van de aanslag wordt betaald.
Onder 'betalingsregeling' valt ook het uitstel van betaling tot een bepaalde datum vanwege betalingsproblemen.
Voorwaarden betalingsregeling
De invorderingsambtenaar kan de volgende voorwaarden stellen aan het verlenen van een betalingsregeling:
- -
Dat er minimaal € 50,- per maand dient te worden betaald
- -
Dat de belastingschuldige (een ondernemer) zekerheid stelt. Het stellen van zekerheid betekent dat de belastingschuldige de gemeente de garantie geeft dat de schuld wordt betaald. Deze garantie kan worden gegeven bijvoorbeeld via een hypotheek of een bankgarantie.
Een betalingsregeling heeft alleen zin als de betalingsproblemen van belastingschuldige niet structureel zijn. Als de betalingsproblemen structureel zijn, wordt er geen betalingsregeling afgesproken.
5.8.5 Betalingsregeling voor particulieren en ondernemers
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd, streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit wordt gedaan om een opstapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal 10 maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend.
Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan deze termijn verlengd worden. Een betalingsregeling kan maximaal 1 keer worden afgesproken. Uitzondering hierop is als de invordering is overgedragen aan het deurwaarderskantoor. Het deurwaarderskantoor kan eventueel nog 1 keer akkoord gaan met een betalingsregeling.
5.8.6 Verrekening van teruggaven
Gedurende de looptijd van de betalingsregeling worden teruggaven of andere uit te betalen bedragen verrekend. De verrekening kan ertoe leiden dat het aantal termijnen dat de belastingschuldige moet aflossen wordt verminderd en/of de laatste aflossing afwijkt van het oorspronkelijk overeengekomen bedrag.
5.8.7 Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance van betaling
De invorderingsambtenaar kan tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling onder de gebruikelijke voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsaneringsregeling niet geldt. Faillissementsschulden en belastingaanslagen waarvoor de wettelijke schuldsanering geldt, vallen niet onder een betalingsregeling.
5.8.8 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd?
De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:
- -
De belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling
- -
Blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt
- -
De reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen
- -
De belastingschuldige is toegelaten tot de minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen.
Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald, voldoet hij niet aan de voorwaarden van de betalingsregeling. In dat geval zal de invorderingsambtenaar de invordering, zonder tegenbericht, opstarten.
5.8.9 Invordering voortzetten
Als de invorderingsambtenaar geen nieuw uitstel van betaling geeft of het uitstel stopt, of als het beroep tegen de afwijzing van het uitstel is afgewezen, wordt de invordering pas na 14 dagen opgestart dan wel voortgezet.
5.8.10 Beroep
De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:
- -
Zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen
- -
Een eerder verleend uitstel is ingetrokken
Het beroepschrift moet binnen 10 dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W.
Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.
Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing in een brief en gemotiveerd bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde.
5.9 Kwijtschelding (art. 26 IW)
Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan belastingschuldige kwijtschelding aanvragen. De gemeente kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald. Of maar voor een deel hoeft te worden betaald.
Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie, zoals inkomen, bezit (bijvoorbeeld een auto) en woonsituatie. De kwijtscheldingsregeling is een landelijke regeling waar de gemeente niet zomaar van kan afwijken.
5.9.1 Uitleg van begrippen
Normbedragen bij kwijtschelding: normbedragen zijn standaardbedragen die de gemeente gebruikt bij de berekening van kwijtschelding. De gemeente gaat er bij deze berekening vanuit dat dit de kosten zijn die de belastingschuldige heeft gemaakt om te leven. De hoogte van de bestaanskosten is afhankelijk van de persoonlijke situatie.
Vermogen: Is de waarde van alle bezittingen van de belastingschuldige en diens partner.
Motorvoertuig: Met motorvoertuig wordt niet alleen een auto of een motor verstaan, maar alle voertuigen die met behulp van mechanische of elektrische kracht worden voortbewogen. Dus ook bromfietsen, scooters, brommobielen en elektrische fietsen.
Betalingscapaciteit is het verschil tussen het verwachte netto-inkomen per maand van de belastingschuldige en zijn of haar partner en de verwachte maandelijkse kosten voor levensonderhoud in de 12 maanden na de aanvraag voor kwijtschelding.
Besteedbaar inkomen is het totaal aan inkomsten (bijvoorbeeld loon, pensioen, sociale uitkeringen, vakantiegeld, huurtoeslag etc.) verminderd met de maandelijkse kosten, zoals woonlasten en de niet door de werkgever ingehouden premies ziektekostenverzekering en de nominale premies volgens de Zorgverzekeringswet.
5.9.2 Beleidskeuzes kwijtschelding
In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).
De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan. De mogelijkheden hiervoor zijn vastgelegd in de Gemeentewet, de UR IW en de Regeling Kwijtschelding belastingen voor medeoverheden.
De afwijkende regels staan in de door de gemeente opgestelde kwijtscheldingsverordening. Deze verordening is te vinden op www.overheid.nl.
5.9.3 Aanvragen kwijtschelding en aanleveren informatie
Kwijtschelding kan worden aangevraagd via de website of digitaal belastingloket met behulp van DigiD. Ook is het aanvraagformulier via het Belasting loket te downloaden. Het is ook mogelijk om het formulier op te halen aan de balie van het gemeentehuis.
De belastingschuldige die moeite heeft met het invullen van het aanvraagformulier kan voor ondersteuning terecht bij de Formulierenhulp van ’t Stadsplein of de bibliotheek. Voor het maken van een afspraak kan belastingschuldige binnenlopen bij ’t Stadsplein of bellen naar 0228-515576.
Als een formulier niet goed is ingevuld, krijgt de belastingschuldige de kans om de ontbrekende gegevens binnen twee weken alsnog aan te leveren.
Als uit de toetsing bij het Bureau Informatiediensten Nederland (BIDN) blijkt dat er meer informatie nodig is kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen twee weken worden aangeleverd.
De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens maximaal 2 keer op. Als de aanvrager niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen. Wanneer er helemaal geen gegevens worden geleverd, volgt direct een afwijzing.
5.9.4 Geautomatiseerde kwijtschelding
De gemeente maakt voor het beoordelen van het recht op kwijtschelding gebruik van het BIDN. Het BIDN helpt de gemeente bij het controleren van aanvragen voor kwijtschelding. Ieder kwijtscheldingsverzoek dat de gemeente ontvangt wordt door het BIDN getoetst.
Voor deze toetsing vergelijkt het BIDN verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de Belastingdienst, het RDW en het UWV) met de voor het BIDN vastgestelde normbedragen.
Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen vraagt de gemeente aanvullende informatie op bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld.
Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling. De gemeente kan het BIDN ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldigen die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen.
Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige verlenen. De belastingschuldige moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets.
5.9.5 Kwijtschelding van al betaalde belastingaanslagen
De invorderingsambtenaar kan belasting die al betaald is, alsnog kwijtschelden. Dit gebeurt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- -
De belastingschuldige moet het verzoek om kwijtschelding binnen drie maanden na de laatste betaling op de belastingaanslag indienen; en
- -
De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die normaal gesproken zouden hebben geleid tot kwijtschelding, als hij daar eerder om had gevraagd.
Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.
5.9.6 Gegevens en normen bij het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Bij het beoordelen van het verzoek om kwijtschelding wordt gekeken naar de gegevens en normen die op dat moment gelden.
5.9.7 Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
De invorderingsambtenaar kan kwijtschelding verlenen onder voorwaarden. Deze voorwaarden zullen worden vermeld in de beslissing op het kwijtscheldingsverzoek.
5.9.8 Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet duidelijk worden uitgelegd waarom de invorderingsambtenaar dit besluit heeft genomen en wat de redenen voor de afwijzing zijn.
5.9.9 Na afwijzing: 14 dagen wachten bij voortzetting invordering
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, of als een beroepschrift tegen een afwijzing is afgewezen, moet de belastingschuldige het verschuldigde bedrag binnen 14 dagen of binnen de betalingstermijn die op het aanslagbiljet staat betalen.
5.9.10 Wanneer wordt er geen kwijtschelding verleend?
Er wordt geen kwijtschelding verleend als:
- -
uit de verstrekte gegevens blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan het inkomen, en de belastingschuldige heeft niet voldoende uitleg gegeven over het verschil
- -
Het de belastingschuldige is te verwijten dat de belastingaanslag niet kan worden betaald, bijvoorbeeld wanneer:
- o
Een belastingteruggaaf niet is gebruikt om de schuld te betalen (tenzij het om een voorlopige teruggaaf gaat)
- o
Er op enig moment voldoende geld aanwezig was om de aanslag te betalen, maar de belastingschuldige toch niet heeft betaald
- o
- -
De belastingaanslag(en) binnen de minnelijke en/of wettelijke schuldsaneringsregeling valt, tenzij er een akkoord is zoals bedoeld in de wet;
- -
De invorderingsambtenaar heeft extra voorwaarden gesteld waaraan nog niet is voldaan. Als aan die voorwaarden wordt voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend
- -
Daarnaast wordt geen kwijtschelding verleend voor belasting die waarschijnlijk binnen korte tijd betaald kan worden, bijvoorbeeld als:
- o
Er binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële situatie van de belastingschuldige wordt verwacht
- o
Er binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf wordt verwacht, anders dan de voorlopige teruggaaf.
- o
5.9.11 Kwijtschelding van belastingen voor particulieren
Ex-ondernemers en kwijtschelding
Op een ex-ondernemer (is een particulier die met zijn onderneming of zelfstandig beroep volledig is gestopt) is het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren van toepassing.
5.9.12 De auto en vermogen
De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen.
Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie. Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen. Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is.
Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo.
Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het BIDN of de ANWB Koerslijst.
Daarbij wordt uitgegaan van de door de belastingschuldige doorgegeven kilometerstand. Als er geen kilometerstand bekend is wordt er uitgegaan van 15.000 kilometer per levensjaar van de auto.
Als het niet mogelijk is om met behulp van ANWB Koerslijst een waarde te bepalen wordt er gekeken naar een vergelijkbare auto op de tweedehands (online) automarkt.
Een auto telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgeno(o)t(e) van belastingschuldige, diens geregistreerde partner of diens kind(eren) voor zover deze geen eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waarmee de auto kan worden betaald.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is. De waarde van dit motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als deze op het moment van het verzoek minder dan € 6.700.00 waard is.
Als er meer dan één voertuig in eigendom is, wordt het tweede voertuig als vermogensbestanddeel gezien. Dit brengt met zich mee dat een tweede voertuig volledig als vermogen in aanmerking wordt genomen en waarbij de waarde van dit voertuig minimaal de hoogte van de aanslag gemeentelijke heffingen bedraagt waar de kwijtschelding voor is aangevraagd.
5.9.13 Geld op bankrekening(en) en vermogen
- -
Vakantiegeld en de eindejaarsuitkering (of vergelijkbare eenmalige ontvangsten) worden in mindering gebracht op het vermogen als deze korter dan 3 maanden geleden zijn ontvangen.
- -
Als de belastingschuldige in het rood (in de min) staat op een rekening, wordt dit verrekend met een andere rekening van de belastingschuldige waar geld op staat.
- -
De kredietruimte van een doorlopend krediet wordt niet als vermogen gezien.
- -
Spaartegoeden tellen mee als vermogen.
5.9.14 Vermogen en studielening
Het vermogen van studenten kan gedeeltelijk gespaard zijn met het lening deel van de studiefinanciering. Dit spaargeld telt mee als vermogen, maar wordt verminderd met 3 maanden lening deel van de studiefinanciering.
5.9.15 Eigen woning en vermogen
Als een woning meer waard is dan de hypotheek, telt de overwaarde mee als vermogen. Dit kan betekenen dat het verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen.
In sommige gevallen kan de invorderingsambtenaar uitstel van betaling geven, met een hypotheek op de woning als zekerheid. Dit gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen. Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde.
5.9.16 Vermogen van kinderen
Het vermogen van kinderen die thuis wonen telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen.
5.9.17 Erfenissen en vermogen
Bij het beoordelen van een verzoek om kwijtschelding na het overlijden van de belastingschuldige, wordt gekeken of de belastingaanslag uit de erfenis kan worden betaald. De financiële situatie van de erfgenamen is meestal niet van belang, tenzij de overgebleven of erfgenaam het verzoek indient. In dat geval worden de persoonlijke financiële omstandigheden wel meegenomen
5.9.18 Schadevergoedingen en vermogen
Ontvangen schadevergoedingen worden gedurende een bepaalde periode niet meegerekend als vermogen. Materiële schadevergoedingen zijn één jaar vrijgesteld. Immateriële schadevergoedingen zijn twee jaar vrijgesteld.
5.9.19 Vakantiegeld
Vakantiegeld telt mee als inkomen. Voor vakantiegeld wordt gerekend met 7% van het inkomen, tenzij het werkelijk ontvangen vakantiegeld meer of minder is dan dit percentage.
5.9.20 Studenten
Bij het berekenen van het netto besteedbare inkomen wordt gekeken naar de studiefinanciering die de student ontvangt en andere inkomsten die de student heeft.
Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget (bepaald bedrag) voor hun levensonderhoud. In het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag.
De inkomsten van een student worden op een standaardbedrag gesteld.
- A.
Voor studenten in het hoger onderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen.
- B.
Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs wordt dit bedrag berekend door het normbudget voor levensonderhoud te verminderen met een standaardbedrag voor boeken en leermiddelen en met het bedrag aan onderwijsretributie (is een vergoeding).
Het standaardbedrag voor boeken en leermiddelen wordt jaarlijks door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaald.
Als een student naast studiefinanciering ook eigen inkomen heeft, wordt het inkomen van de student bepaald zoals hierboven bij A en B is beschreven.
Als de studiefinanciering (zonder het collegegeldkrediet voor hoger onderwijs) en de eigen inkomsten samen hoger zijn dan de kosten van levensonderhoud voor het huishouden, wordt de betalingscapaciteit berekend met de volgende formules:
Formule 1: (P + Q) – R – S = X
P is de studiefinanciering die de student heeft gekregen zonder het collegegeldkrediet (is geld dat de student kan lenen om het collegegeld te betalen).
Q is het totaal van de eigen inkomsten van de student
R is het normbudget voor levensonderhoud dat geldt voor de student
S is de lening die de student van de DUO heeft ontvangen
De uitkomst (X) kan nooit lager zijn dan nul.
Formule 2: X + Y = T
Y is het standaardbedrag voor inkomsten van de student, zoals eerder beschreven.
T is het totaal van de inkomsten van de student. Dit inkomen wordt gebruikt om het netto besteedbaar inkomen te berekenen.
Als de studiefinanciering voor een groot deel uit een lening bestaat, wordt dezelfde berekening gebruikt zoals hierboven beschreven.
5.9.21 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage
Uitkeringen die de belastingschuldige ontvangt als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de bijzondere bijstand voor belastingschuldige jonger dan 21 jaar wordt wel als inkomen gezien. Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering.
Ook ouderlijke bijdragen worden als inkomen aangemerkt, ongeacht de leeftijd van de belastingschuldige.
5.9.22 Persoonsgebonden budget
Geld dat wordt ontvangen uit een persoonsgebonden budget voor zorg, begeleiding of hulp, en dat niet gedekt wordt door de zorgverzekering of reguliere bijstand, wordt niet als inkomen meegerekend.
5.9.23 Betalingen op belastingschulden
Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen 12 maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden.
Betalingen voor belastingschulden omvatten niet alleen betalingen aan de Rijksbelastingdienst, maar ook betalingen voor waterschapsbelasting.
5.9.24 Normpremie zorgverzekering
Een deel van de premie ziektekosten die de belastingschuldige betaalt, wordt niet meegenomen als uitgave, in de berekening van de kwijtschelding. Dat deel noemen wij de normpremie ziektekosten die door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt vastgesteld.
5.9.25 Kwijtschelding tijdens WSNP
Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.
Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van de betalingscapaciteit, zoals beschreven in artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het inkomen van de belastingschuldige niet wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt.
Ook wordt opgemerkt dat het geld dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt, niet wordt gezien als vermogen volgens artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
5.9.26 Onderhoud gezinsleden in het buitenland
Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee.
5.10 Kwijtschelding ondernemers voor zakelijke belastingen (saneringsakkoord)
Kwijtschelding voor ondernemers wordt voor zakelijke belastingen alleen gegeven als er een saneringsakkoord is tussen de ondernemer en alle schuldeisers, waarbij een deel van de schuld wordt betaald en de rest wordt kwijtgescholden. Een saneringsakkoord is dus een overeenkomst tussen de belastingschuldige, de gemeente en alle andere schuldeisers.
De kwijtschelding wordt pas verleend nadat alle zekerheden (bijvoorbeeld bezittingen) zijn verkocht om de schuld te betalen. Zelfs als er geen andere schuldeisers zijn, of alleen specifieke schuldeisers, kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen.
Voorwaarde voor deelname aan een saneringsakkoord
De invorderingsambtenaar werkt alleen mee aan een akkoord als er goede kansen zijn dat de onderneming wordt voortgezet na het bereiken van het akkoord.
Op welke aanslagen is het saneringsakkoord van toepassing?
Bij het beoordelen van een saneringsakkoord kijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen hierin meegenomen kunnen worden. De bestaande belastingaanslag(en) op het moment van het verzoek is hierbij het uitgangspunt.
Betaling van het bedrag uit het saneringsverzoek
In principe moet het bedrag van het saneringsakkoord direct worden betaald. De invorderingsambtenaar kan echter toestemming geven om het bedrag in termijnen te betalen. Dit is alleen mogelijk als de ondernemer of zelfstandige kan laten zien dat de termijnen en eventuele nieuwe belastingverplichtingen op tijd kunnen worden betaald.
Als de invorderingsambtenaar betaling in termijnen toestaat, gaat de invorderingsambtenaar voorwaardelijk akkoord met het saneringsakkoord.
Hierbij gelden de volgende regels:
- -
er wordt geen verrekening gedaan van belastingteruggaven of andere teruggaven die na de datum van het verzoek om het saneringsakkoord zijn ontstaan
- -
de betalingstermijn van 12 maanden begint de dag na de datum van de voorwaardelijke instemming
- -
de ondernemer moet alle nieuwe belastingaanslagen, tijdig betalen gedurende de gehele saneringsprocedure, niet alleen tijdens de uitstelperiode
- -
de ondernemer hoeft geen zekerheid te stellen (zoals een borg)
Kwijtschelding wordt pas verleend als aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.
Wanneer zal de gemeente niet meedoen aan een saneringsakkoord
De gemeente doet niet mee aan een akkoord als:
- -
een derde voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld en de aansprakelijkstelling meer oplevert dan een akkoord
- -
voortzetting van de invordering meer oplevert dan het akkoord
- -
de ondernemer iets verwijtbaars heeft gedaan waardoor de belastingen niet zijn betaald
- -
de ondernemer andere schuldeisers met enige voorrang heeft betaald, zodat de gemeente als enige schuldeiser is overgebleven
- -
een of meer schuldeisers hun niet-betaalde deel van de schuld niet kwijtschelden, maar het verkopen aan een derde of omzetten in aandelen
Bijzondere schuldeisers
Bij de beoordeling van een akkoord speelt ook mee, dat sommige schuldeisers niet zijn verplicht om deel te nemen aan het saneringsakkoord. Dit zijn onder andere:
- -
pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder boven de concurrente vordering van de gemeente gaat
- -
leveranciers met een eigendomsvoorbehoud. Dit houdt in dat de leverancier eigenaar blijft van de geleverde zaken totdat hij de koopprijs voor deze zaken ontvangt
- -
dwangcrediteuren. Hiermee worden bedoeld de schuldeisers waarvan de ondernemer in diens voortbestaan afhankelijk is. Zo houdt de invorderingsambtenaar bij de boordeling van het akkoord rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder, die het saneringsvoorstel heeft opgesteld
- -
hypotheekhouders. Deze schuldeisers hebben voor zover hun vordering gedekt wordt door hypotheek niets te maken met andere schuldeisers dus ook niet met de gemeente
5.11 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, maar de invorderingsambtenaar toch niet wil doorgaan met het innen van de schuld, zal het verzoek om kwijtschelding worden afgewezen. De invorderingsambtenaar zal dan in de beslissing aangeven dat er geen invorderingsmaatregelen meer zullen worden genomen. Tegen deze beslissing kan geen beroep worden ingediend.
Als de invorderingsambtenaar besluit om geen invorderingsmaatregelen te nemen voor de openstaande schuld zonder daar voorwaarden aan te stellen, heeft dit hetzelfde effect voor de belastingschuldige als het krijgen van kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten om geen invorderingsmaatregelen te nemen, maar wel een voorwaarde te stellen, bijvoorbeeld dat bepaalde bedragen die de belastingschuldige nog ontvangt, verrekend moeten worden met de openstaande schuld. Deze verrekening moet binnen 3 jaar plaatsvinden, gerekend vanaf de datum van de beslissing, of eerder als de belastingaanslag al vervalt. De invorderingsambtenaar zal deze voorwaarde duidelijk in de beslissing opnemen.
Daarnaast kan in de brief staan voor welke periode deze ‘pauze’ geldt, dus hoe lang er geen invorderingsmaatregelen worden genomen. In tegenstelling tot kwijtschelding kan deze beslissing later nog worden teruggedraaid.
Als de belastingschuldige zich niet aan de voorwaarden houdt, maakt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing waarin hij de eerdere beslissing intrekt. Dat betekent dat de invordering dan alsnog kan doorgaan.
Dit kan pas gebeuren nadat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige een brief heeft gestuurd waarin wordt aangegeven dat de invorderingsambtenaar de beslissing wil intrekken. De belastingschuldige krijgt dan 14 dagen de tijd om alsnog aan de voorwaarden te voldoen.
5.12 Administratief beroep
Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan deze een brief sturen naar het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet naar de invorderingsambtenaar worden gestuurd.
Herhaald verzoek om kwijtschelding
De invorderingsambtenaar behandelt een bezwaar van de belastingschuldige tegen de beslissing over het verzoek om kwijtschelding als een administratief beroep gericht aan het college.
Dit geldt ook als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), nadat dit verzoek eerder (gedeeltelijk) werd afgewezen, en de belastingschuldige geen nieuwe feiten aandraagt. En ook niet aangeeft dat zijn financiële situatie is veranderd.
In zulke gevallen neemt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing als dat dat voor de belastingschuldige gunstiger is. Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), maar daarbij nieuwe feiten of veranderingen noemt, dan beslist de invorderingsambtenaar op basis van die nieuwe informatie. Dit geldt ook al eerder een negatief besluit is genomen over een administratief beroep.
Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en) en er geen nieuwe feiten of veranderingen zijn, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af, met een verwijzing naar het eerdere besluit van het college van B&W.
Beroepsfase kwijtschelding
Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten. Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen.
Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan dat opnieuw worden berekend. Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in het levensonderhoud leiden niet tot een herberekening.
Beslissing college op beroep
Als het college van B&W het beroep terecht vindt, kan het de zaak meteen behandelen. Het college kan het verzoek alsnog goedkeuren of afwijzen, maar dan met nieuwe of andere redenen.
Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift
Als het beroep binnen 10 dagen wordt ingediend, wordt de invordering opgeschort. Als het beroep later wordt ingediend, kan het niet ontvankelijk zijn. Toch kan het college van B&W nog altijd de bezwaren uit het beroep beoordelen, als het belang van de invordering dat niet tegenhoudt.
Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar niet op tijd beslist over een verzoek om kwijtschelding, kan de belastingschuldige hiertegen beroep instellen bij het college van B&W. Er is geen termijn voor dit beroep.
Als tijdens de procedure blijkt dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding had moeten verlenen, kan het college van B&W meteen inhoudelijk besluiten over het beroep.
5.13 Insolventieprocedures
Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige diens schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat deze zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden.
De afdeling schuldhulpverlening kan daarbij helpen. Zij zijn telefonisch te bereiken op 14 0228 of door te mailen naar schuldhulpverlening@sed-wf.nl. Voor meer informatie zie website of digitaal belastingloket van de gemeente.
5.13.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten
Stabilisatiefase
In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering voor maximaal 240 dagen (8 maanden) stopgezet.
Voorwaarden MSNP
Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling voor maximaal 18 maanden, onder de volgende voorwaarden:
- -
de regeling geldt voor natuurlijke personen (mensen dus)
- -
de schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente
- -
de schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst. Met hulp van de VTLB-Calculator wordt het vrij te laten bedrag (Vtlb) en de afloscapaciteit van de belastingschuldige bepaald
- -
voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK)
- -
er is een redelijke verwachting dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft
- -
het is waarschijnlijk dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord; en aan het eind van de regeling wordt er een bedrag betaald dat gelijk is aan wat er anders bij een wettelijke schuldsanering zou worden verkregen
Het uitstel van betaling begint vanaf de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Na het afsluiten van de overeenkomst onderzoekt de schuldhulpverlener binnen 120 dagen (maar uiterlijk 240 dagen) of een regeling met de schuldeisers kan worden bereikt.
Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?
Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.
Gevolgen van het MSNP-uitstel:
- -
als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen eventuele beslagen die eerder zijn gelegd
- -
er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting, die is ontstaan tot de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen
- -
als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid
Intrekken uitstel tijdens de MSNP
De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als een of meer van onderstaande situaties aan de orde is:
- -
de schuldhulpverlener niet binnen 240 dagen na de datum van de schuldregelingsovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat
- -
de belastingschuldige probeert om zijn schuldeisers te benadelen; of
- -
daarvoor een andere goede reden is.
De invorderingsambtenaar trekt het uitstel pas in nadat deze de schuldhulpverlener schriftelijk heeft laten weten dat hij dat van plan is, en de belastingschuldige 14 dagen de tijd heeft om zijn verplichtingen correct na te komen.
Na de toepassing van de MSNP-regeling
De belastingaanslagen, die betrekking hebben op de periode waarin de MSNP van toepassing was, zullen worden kwijtgescholden. Dit gebeurt alleen als de belastingschuldige zich tijdens de MSNP-regeling aan de afspraken heeft gehouden.
5.13.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten
Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?
Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de volgende overwegingen:
- -
is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd?
- -
is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden?
- -
is een eventueel faillissement of schuldsanering voordeliger voor de belastingschuldige?
- -
heeft invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement of de schuldsanering doorgaat?
- -
is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen?
- -
hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen?
- -
hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld?
- -
staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord zijn met het voorstel?
- -
is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd?
Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.
5.14 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)
Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan worden verlengd tot 5 jaar.
Gevolgen van de WSNP:
- -
als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt, omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten
- -
als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid
Nieuwe schulden
(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan, vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.
5.15 Surseance van betaling
In deze situatie waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder.
Gevolgen surseance van betaling:
- -
de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op
- -
de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de bewindvoerder aan
5.16 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren.
Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden.
Voorwaarden WHOA
De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- -
het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet
- -
de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld
- -
dat het waarschijnlijk is dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen
De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.
De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel, waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.
De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.
Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.
Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord
Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.
Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.
5.17 Faillissement
Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen.
Faillissementsaanvraag
Als een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt :met betalen (artikel 1 FW) kan de invorderingsambtenaar het faillissement aanvragen. De invorderingsambtenaar is zelfstandig in het nemen van deze beslissing. Dit geldt ook bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een faillissement.
Gevolgen faillissement:
- -
de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op
- -
gelegde beslagen komen te vervallen
- -
de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan
Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.
Einde faillissement
Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen 5 jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als belastingschuldige bezittingen heeft die veel waard zijn.
5.18 Buitengerechtelijk akkoord
Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar gaat in principe altijd akkoord met het saneringsvoorstel.
Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- -
alle schuldeisers moeten mee doen
- -
alle schuldeisers krijgen hetzelfde percentage
- -
het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald
- -
de onderneming moet (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen
Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:
- -
het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald
- -
de invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het deel dat niet betaald is
- -
nieuwe belastingaanslagen moeten op tijd worden betaald
5.19 Wettelijk breed moratorium (incassopauze)
Als de invorderingsambtenaar een verzoek krijgt op grond van artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, wordt de invordering voor maximaal 6 maanden stopgezet.
Gevolgen breed moratorium:
- -
een gelegd beslag door de belastingdeurwaarder vervalt niet. Het beslag wordt alleen tijdelijk opgeschort
- -
teruggaven worden niet verrekend
- -
een lopende betalingsregeling, wordt tijdelijk opgeschort
6. (Vervolg)acties invorderingsambtenaar
De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht.
6.1 Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW)
Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(en) op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing.
Artikel 15 IW vormt samen met art 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen.
De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden tot versnelde invordering wordt overgegaan.
6.2 Verrekenen (art. 24 IW)
Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen, waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is).
De invorderingsambtenaar bepaalt, of tot verrekening wordt overgegaan.
De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking (brief).
6.3 Invorderingsrente (art. 28 IW)
Vergoeden
De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als het uitbetalen van een belastingteruggaaf meer dan zes weken te laat is. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld.
Rente in rekening brengen
De gemeente berekent invorderingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag.
6.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (art. 32 tot en met 57a IW)
De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld. Daarnaast kan iemand anders, een derde, aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige.
Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige ‘in gebreke is’ gesteld. In gebreke stellen betekent dat je iemand officieel laat weten dat hij iets niet gedaan heeft wat hij wél had moeten doen, en dat hij nog een laatste kans krijgt om het goed te maken.
De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen.
Twee soorten bepalingen
Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken:
- -
de fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. De invorderingsambtenaar maakt dan gebruik van de Invorderingswet 1990
- -
de civiele aansprakelijkheidsbepalingen. In dit geval maakt de invorderingsambtenaar gebruik van het Burgerlijk Wetboek (BW)
De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling de belastingschuldige aansprakelijk wordt gesteld om de belastingschuld te kunnen invorderen.
Kosten
Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde.
6.4.1 Uitstel bij aansprakelijkheid
Uitstel van betaling kan ook worden verleend aan iemand die aansprakelijk is gesteld. De regels (het beleid) bij uitstel aan een aansprakelijkgestelde zijn hetzelfde als de regels voor uitstel aan een belastingschuldige.
6.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling
De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de Rechtbank staat hoger beroep open bij het Gerechtshof.
Tegen de schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd.
6.5 Informatieverplichtingen (art. 58, 60, 61, 63 en 63a IW)
Tijdens het invorderingsproces kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens opvraagt van de belastingschuldige, diens echtgeno(o)t(e), diens geregistreerde partner of een aansprakelijkgestelde. Deze personen zijn verplicht om de gevraagde gegevens te verstrekken.
Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens
Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan worden de gegevens opnieuw opgevraagd.
Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure bij de Rechtbank op te starten.
7. Privaatrechtelijke geldschulden
7.1 Invordering van privaatrechtelijke geldschulden
Voor de privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader. De gemeente heeft hierbij geen bijzondere bevoegdheden ten opzichte van andere natuurlijke en rechtspersonen ter zake van de invordering, zoals dat bij bestuursrechtelijke en fiscale vorderingen wel het geval is.
Eén van de belangrijkste gevolgen hiervan is, dat de gemeente in het invorderingsproces geen recht van parate executie heeft, maar gewoon gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen.
Naast de geldende wetgeving die specifiek is gericht op de (invordering van de) vorderingen moet ook rekening worden gehouden met de Algemene wet bestuursrecht. De invorderingsambtenaar dient namelijk de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriaal verkoop en dergelijke).
Lijst met gebruikte afkortingen
Awb = Algemene wet bestuursrecht
Rente = Wettelijke rente
Btag = Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders
WIK = Wet incassokosten: Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten
Wet = Gemeentewet
7.2 Stap 1: Bekendmaking factuur
Op de factuur staan tenminste de volgende gegevens:
- -
dagtekening factuur
- -
factuurnummer
- -
betalingstermijn
- -
bedrag (eventueel met specificatie van de BTW)
- -
omschrijving geleverde dienst
- -
rekeningnummer gemeente
Dagtekening factuur
De dagtekening van de factuur is de dag dat deze wordt verzonden.
Betalingstermijn
Op elk factuur wordt de betalingstermijn aangegeven. De betaling moet binnen de betalingstermijn zijn bijgeschreven op het rekeningnummer van de gemeente.
7.2.1 Verzending van de factuur in bijzondere situaties
De toezending van de factuur gebeurt aan de debiteur of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat:
- -
facturen ten name van een onder curatele gestelde aan de curator worden gezonden
- -
ingeval van faillissement de factuur aan de curator wordt gezonden
- -
als de debiteur minderjarig is, de factuur aan de wettelijke vertegenwoordiger wordt gezonden als bekend is dat verzending aan de debiteur zelf al eerder problemen heeft opgeleverd
- -
facturen ten name van een debiteur van wie bekend is dat hij is overleden, worden gezonden aan de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen
7.2.2 Retour gekomen facturen
Bij elke retour ontvangen factuur worden de adresgegevens opnieuw gecontroleerd en wordt de factuur (eventueel na aanpassing) opnieuw verzonden.
7.3 De gevolgen van niet tijdige betaling
7.3.1 Stap 2: betalingsherinnering
Na het verstrijken van de betalingstermijn wordt een schriftelijke kosteloze betalingsherinnering verzonden met het verzoek de openstaande vordering binnen 14 dagen te voldoen.
7.3.2 Stap 3: laatste waarschuwing
Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de schuld leidt, verzendt de gemeente een aanmaning met een betaaltermijn van 14 dagen.
Hierin wordt, overeenkomstig artikel 6:96 lid 6 BW (14 dagenbrief), vermeld dat het totaal te betalen bedrag wordt verhoogd met buitengerechtelijke incassokosten op de voet van de Wet normering en buitengerechtelijke incassokosten en het bijbehorende Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (Wet incassokosten; WIK).
De debiteur wordt medegedeeld dat de schuld, indien niet aan de betalingsverplichting wordt voldaan, langs gerechtelijke weg zal worden ingevorderd. Tevens wordt aangegeven dat wettelijke rente in rekening kan worden gebracht.
7.3.3 Stap 4: contact
Als de laatste waarschuwing niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de schuld leidt kan de gemeente proberen om in contact met de debiteur te komen, om een gerechtelijke procedure te voorkomen.
Verhaal van invorderingskosten en rente
Bij vorderingen geldt dat de kosten van invordering zoveel mogelijk worden verhaald op de nalatige debiteur. De hoogte hiervan wordt bepaald aan de hand van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.
De gemeente maakt geen gebruik van de bevoegdheid om wettelijke rente te innen als de debiteur zijn betalingsverplichtingen niet nakomt.
Dit geldt niet voor de gevallen die aan de gerechtsdeurwaarder worden overgedragen, omdat de gerechtsdeurwaarder wel rente in rekening brengt bij de debiteur.
Bijzonderheden inschakelen van de gerechtsdeurwaarder
Voor vorderingen geldt dat, indien na het verstrijken van de betaaltermijn van de laatste waarschuwing niet is betaald de vordering uit handen wordt gegeven van de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder is onafhankelijk en ook al wordt hij door de gemeente ingeschakeld, hij heeft oog voor de belangen van zowel debiteur als de gemeente. De gerechtsdeurwaarder probeert zelf de vordering te incasseren.
Hij benadert de debiteur met zachte hand, maar wel indringend. Hij doet dit op een persoonlijke manier. Door zijn vakinhoudelijke kennis kan de gerechtsdeurwaarder de debiteur inlichten over zijn verplichtingen en rechten. Door de gerichte benadering van de gerechtsdeurwaarder zijn verdere juridische stappen vaak niet nodig. De status van de gerechtsdeurwaarder als openbaar ambtenaar draagt daar zeker aan bij.
7.3.4 Stap 5: gerechtelijke procedure
Wordt in de minnelijke fase niet betaald dan kan de gemeente ervoor kiezen het gerechtelijke traject te starten.
Een besluit tot invordering langs gerechtelijke weg wordt niet genomen, nadat daarover (juridisch) advies is ingewonnen. Dat betekent dat vooraf aan de overdracht van de vordering aan de gerechtsdeurwaarder de desbetreffende budgethouders persoonlijk worden benaderd met het verzoek toestemming te verlenen om verdere (juridische) stappen te mogen zetten. Na fiattering door de budgethouder(s) vindt pas de feitelijke overdracht van het/de dossier(s) aan de gerechtsdeurwaarder plaats.
Het gerechtelijke traject, dat bestaat uit onder andere dagvaarden, beslaglegging, executoriale verkoop, kan alleen door de gerechtsdeurwaarder worden uitgevoerd. De gerechtelijke fase begint met het uitbrengen van een dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder.
Dit kan (tot een bedrag van € 25.000, - en huurzaken) bij de Sector Kanton of bij (voor bedragen boven de € 25.000, -) de Sector Civiel van de Rechtbank. Wordt door de rechter een vonnis gewezen dan zal de gerechtsdeurwaarder dit vonnis aan de debiteur afgeven (betekenen). In het vonnis staat precies wat de debiteur moet betalen en wanneer.
7.3.5 Stap 6: beslag leggen
Als de debiteur niet betaalt, kan de gerechtsdeurwaarder met een vonnis beslag leggen op onder andere loon, uitkering, auto, inboedel of andere vermogensbestanddelen van de debiteur.
7.4 Toerekening betaling
Voor de toerekening van betalingen gelden de volgende uitgangspunten:
- -
als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente (of bij het incassobureau) dan wel de ontvangstdatum in geval van een kasbetaling.
- -
betalingen, waarvan de bestemming is aangegeven, worden afgeboekt in overeenstemming met de bedoeling van de betaler.
- -
een ongerichte betaling, waartoe geen bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt op de oudste openstaande vordering (art. 6:43 BW).
- -
een teveelbetaling wordt aangemerkt en behandeld als een ongerichte betaling.
- -
conform art. 6:44 BW wordt een betaling van een openstaande schuld in de eerste plaats afgeboekt van de kosten, vervolgens de rente en als laatste van de hoofdsom.
- -
de debiteur wordt niet schriftelijk op de hoogte gebracht van een afboeking van een betaling.
- -
van een eventuele verrekening tussen privaatrechtelijke facturen onderling wordt de debiteur schriftelijk of per email op de hoogte gesteld.
- -
indien een betaling plaatsvindt zonder dat er vorderingen open staan zal het bedrag teruggestort worden op hetzelfde rekeningnummer als waarvan de betaling is verricht
7.5 Betalingsregelingen
De debiteur kan voor de factuur een betalingsregeling aanvragen. Betalingsregelingen worden altijd schriftelijk afgesproken/bevestigd.
Een betalingsregeling kan slechts 1 keer worden afgesproken, als de afgesproken betalingsregeling niet wordt nagekomen of om een andere reden wordt beëindigd, wordt er geen nieuwe betalingsregeling meer afgesproken.
7.6 Kwijtschelding
Voor privaatrechtelijke vorderingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking en treedt in de plaats van de ‘Leidraad Invordering Stede Broec 2020’, de ‘Leidraad Invordering Enkhuizen 2017’ en de ‘Leidraad Invordering Drechterland 2020’, welke gelijktijdig worden ingetrokken.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de Ambtenaar belast met de invordering van de ‘Gemeenschappelijke Regeling SED-organisatie’.
De Ambtenaar belast met de invordering,
R. Heijnen
Afdelingshoofd belastingen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl