Voorbeschermingsregels luchthavenbesluit Maastricht Aachen Airport

Deze regeling is juridisch onderdeel van Omgevingsplan gemeente Meerssen.
Geldend van 26-02-2026 t/m heden

Voorrangsbepaling

Voor zover de regels van het omgevingsplan van de gemeente Meerssen in strijd zijn met deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regels wordt verstaan onder:

obstakel: object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt;

omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een omgevingsplan- activiteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Hoofdstuk 2 Voorbeschermingsregels luchthavenbesluit Maastricht

Artikel 2.1 Ruimtelijke beperkingen in verband met veiligheid

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning in het gebied dat is gelegen binnen de contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden een obstakel of een helling op te richten, te plaatsen of aan te leggen.

  • 2.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend verleend indien het een obstakel of een helling betreft dat:

    • a.

      breekbaar en licht van constructie is;

    • b.

      voldoet aan de eisen ten aanzien van de vlakheid van het terrein als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens;

    • c.

      voldoet aan de voorschriften, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Regeling burgerluchthavens.

  • 3.

    De omgevingsvergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet verleend indien het oprichten, plaatsen of aanleggen van het obstakel of de helling de locatie minder geschikt maakt voor de verwezenlijking van de bij het in voorbereiding zijnde luchthavenbesluit daaraan te geven regels in het omgevingsplan.

  • 4.

    Het eerste lid geldt niet indien:

    • a.

      het obstakel of de helling is opgericht, geplaatst of aangelegd overeenkomstig een overgevings- vergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit;

    • b.

      voor het obstakel of de helling vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van dit besluit een omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit is verleend; of

    • c.

      het obstakel een boom of struik betreft, tenzij de boom of struik een onaanvaardbaar risico voor de vliegveiligheid oplevert of leidt tot ernstige operationele beperkingen in het gebruik van de luchthaven.

  • 5.

    Het is voorts verboden op de gronden, bedoeld in het eerste lid, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren voor zover dit werk of deze werkzaamheid niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de vlakheid van het terrein, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Regeling burgerluchthavens.

Bijlage I Overzicht informatieobjecten

Bijlage II Begrippen

obstakel

object dat zich boven het maaiveld bevindt en zich niet voortbeweegt

omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit

omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een omgevingsplanactiviteit bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden