Verordening op de raadscommissies gemeente Schouwen-Duiveland 2026

Geldend van 01-04-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op de raadscommissies gemeente Schouwen-Duiveland 2026

De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;

gelezen het voorstel van het presidium van 23 juni 2025;

gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening op de raadscommissies gemeente Schouwen-Duiveland 2026

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • b. commissielid: lid van een raadscommissie , zijnde een raadslid of een burgercommissielid;

  • c. commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger;

  • d. griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

  • e. wet: Gemeentewet.

  • f. interruptie: een interruptie bestaat uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding, waarop hooguit één korte vervolgvraag wordt gesteld.

Artikel 2. Instelling raadscommissies

Er is een:

1. raadscommissie Ruimte en Economie, waarvan de werkzaamheden (bij voorkeur) de volgende onderwerpen betreffen:

  • Ruimtelijke ordening;

  • Economie;

  • Landbouw, tuinbouw, visserij en aquacultuur;

  • Woningmarkt;

  • Recreatie en toerisme;

  • Activiteiten en evenementen.

2. raadscommissie Samenleving en Bestuur, waarvan de werkzaamheden (bij voorkeur) de volgende onderwerpen betreffen:

  • Arbeid en inkomen;

  • Verkeer en vervoer;

  • Duurzaamheid en klimaat

  • Onderwijs;

  • Volksgezondheid, zorg en welzijn;

  • Leefbaarheid en betrokken inwoners;

  • Openbare orde en veiligheid;

  • Bestuur en Burgerzaken;

  • Cultuur;

  • Sport.

Artikel 3. Taken

Een raadscommissie:

  • a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben;

  • b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a;

  • c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter

  • 1. Een raadscommissie bestaat uit ten hoogste het aantal leden dat de betreffende fractie in de gemeenteraad telt, met dien verstande dat eenmansfracties ten hoogste twee leden tellen.

  • 2. De raad kan op voordracht van een fractie burgercommissieleden benoemen. Het aantal burgercommissieleden is per fractie maximaal het aantal zetels dat de fractie telt, met dien verstande dat eenpersoonsfracties twee burgercommissieleden mogen voor dragen.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen partijen, die met één lid in de raad vertegenwoordigd zijn en waarvan het lid zich tussentijds aansluit bij een andere fractie, waardoor deze fractie niet meer in de raad vertegenwoordigd is, voor de resterende zittingsperiode van de gemeenteraad desgewenst maximaal twee burgercommissieleden voordragen die deelnemen aan de commissievergaderingen. Voor deze leden gelden dezelfde benoemingsvereisten en overige bepalingen als voor de overige commissieleden.

  • 4. Alle raadsleden en burgercommissieleden kunnen als commissielid deelnemen aan een raadscommissie, met in achtneming van het gestelde in lid 1. Er is per onderwerp per fractie één woordvoerder. Deze kan per onderwerp wisselen. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld bij onderwerpen die meer beleidsterreinen beslaan, zoals kadernota, begroting, strategische visies ed. kunnen fracties aangeven dat er meerdere woordvoerders zijn.

  • 5. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid genoemde burgercommissieleden.

  • 6. De vereisten voor benoeming van burgercommissieleden worden getoetst door de commissie Onderzoek geloofsbrieven, die is ingesteld voor de beoordeling van de toelating van raadsleden, zoals bedoeld in het Reglement van Orde van de gemeenteraad Schouwen-Duiveland. Deze onderzoekt of het burgercommissielid aan de vereisten voldoet en brengt daarover in de raad advies uit. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in dit advies.

  • 7. De in artikel 14 Gemeentewet genoemde eed (verklaring en belofte) wordt door de in het tweede lid genoemde burgercommissieleden na hun benoeming afgelegd in handen van de voorzitter van de gemeenteraad tijdens een openbare raadsvergadering.

  • 8. De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitter en een of meer plaatsvervangers, die geen lid zijn van de commissie en als onafhankelijk voorzitter optreden. Ook de commissievoorzitter kan zich tijdens de vergadering, bij behandeling van een specifiek agendapunt laten vervangen door een plaatsvervanger.

Artikel 5. Zittingsduur en vacatures

  • 1. De zittingsperiode van een burgercommissielid en commissievoorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 2. Het lidmaatschap van een burgercommissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, vijfde lid, gestelde eisen.

  • 3. Het burgercommissielidmaatschap eindigt als de fractie die het burgercommissielid heeft voorgedragen deze voordracht weer intrekt. De fractie doet hiervan mededeling aan de voorzitter van de raad.

  • 4. De gemeenteraad kan een burgercommissielid ontslaan bij niet goed functioneren. De voorzitter van de raad kan het betreffende burgercommissielid schorsen gedurende de procedure, maar niet zonder het presidium te raadplegen. Het betreffende burgercommissielid en zijn/haar fractievoorzitter krijgen in het presidium de gelegenheid een mondelinge toelichting te geven ter verdediging. Het presidium bepaalt of de gedragingen dermate ernstig zijn dat een ontslagbesluit aan de raad wordt voorgelegd.

  • 5. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.

  • 6. Een burgercommissielid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat voor een commissielid in op de verzochte datum en voor de voorzitter een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als de opvolger is benoemd.

  • 7. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de fractie respectievelijk de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

Artikel 6. De commissiegriffier

  • 1. De griffier van de raad of diens vervanger treedt op als commissiegriffier en laat zich desgewenst ondersteunen dan wel vervangen door een op de griffie werkzame ambtenaar

  • 2. Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen.

  • 3. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.

Hoofdstuk 2. Vergaderingen

Paragraaf 1. Voorbereiding

Artikel 7. Oproep en agenda

  • 1. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie.

  • 2. De voorzitter plaatst tenminste zes dagen voor een vergadering de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken in het raadsinformatiesysteem.

  • 3. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden.

  • 4. Op de stukken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, is artikel 8, tweede lid, van toepassing.

  • 5. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.

  • 6. Op voorstel van een commissielid of van de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen, onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

Artikel 8. Openbaar maken stukken

  • 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal in het raadsinformatiesysteem geplaatst, die gekoppeld is aan de gemeentelijke website. Als na het publiceren van de eerste schriftelijke oproep (aanvullend) stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.

  • 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt in afwijking van het eerste lid op het niet openbare deel van het raadsinformatiesysteem geplaatst. In uitzonderingsgevallen, naar oordeel van de griffier, berusten de geheime stukken onder de griffier, die hiervoor inzage geeft aan de bevoegden.

Artikel 9. Openbare kennisgeving

  • 1. Commissievergaderingen worden op de gemeentelijke website en voorts op de in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.

  • 2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.

Paragraaf 2. Vergadering

Artikel 10. Presentielijst

  • 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen.

  • 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld.

Artikel 11. Opening vergadering en quorum

  • 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

  • 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

  • 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.

Artikel 12. Advies; geen stemmingen

  • 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies.

  • 2. ln het advies wordt opgenomen of een voorstel als hamer- of als bespreekstuk aan de gemeenteraad wordt aangeboden, tenzij de commissie anders beslist.

  • 3. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn.

  • 4. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.

Artikel 13. Aantal spreektermijnen

  • 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist.

  • 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten.

  • 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel.

  • 4. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

  • 5. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een lid van de raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.

  • 6. Een lid van het college mag in zijn of haar 1e termijn niet worden geïnterrumpeerd.

Artikel 13a. Mondelinge vragen

  • 1. De agenda voor de raadscommissies bevat een vast agendapunt ‘Mondelinge vragen’, waarbij commissieleden vragen kunnen stellen aan het college van burgemeester en wethouders over een actueel onderwerp. De beoordeling of het actueel is, is aan de voorzitter.

  • 2. Commissieleden die tijdens de vragenronde vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Bij uitzondering kan dit ook bij de vaststelling van de definitieve agenda in de vergadering bij aan de voorzitter.

  • 3. De vragen worden in volgorde van aanmelding aan de orde gesteld, tenzij meerdere vragen betrekking hebben op hetzelfde onderwerp; dan worden die vragen opeenvolgend behandeld.

  • 4. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.

Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen

Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.

Artikel 15. Spreekrecht burgers

  • 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Burgers kunnen ook spreken over onderwerpen die niet geagendeerd zijn.

  • 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en over welk onderwerp of bij welk agendapunt hij het woord wenst te voeren.

  • 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.

  • 4. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.

  • 5. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.

  • 6. Na de eerste spreektermijn van de commissie biedt de voorzitter de toehoorders de mogelijkheid over het betreffende agendapunt in tweede en laatste termijn mee te spreken.

  • 7. Per agendapunt kan de spreektijd van de toehoorder die in de gelegenheid wordt gesteld het woord te voeren in eerste termijn, ten hoogste 5 minuten bedragen en in tweede termijn maximaal 1 minuut. Per agendapunt kan door toehoorders ten hoogste 36 minuten het woord worden gevoerd. lndien er meer dan 6 toehoorders zijn die over een agendapunt het woord willen voeren, worden de 36 minuten gelijkelijk onder hen verdeeld.

  • 8. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd, als bedoeld in het vorige lid.

Artikel 16. Handhaving orde en schorsing

  • 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering.

  • 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.

  • 3. Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

  • 4. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

Artikel 17. Voorstellen van orde

Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.

Artikel 18. Verslag en besluitenlijst

  • 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor digitale verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen.

  • 2. De besluitenlijst bevat in ieder geval:

    • a.

      de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben;

    • b.

      een aantekening van welke commissieleden afwezig waren;

    • c.

      een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

    • d.

      een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die een amendement of een motie hebben aangekondigd en de tijdens de vergadering gedane toezeggingen;

    • e.

      bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.

  • 3. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier.

  • 4. Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst.

Paragraaf 3. Besloten vergaderingen

Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 20. Verslag besloten vergadering

  • 1. Conceptverslagen en conceptbesluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet openbaar verspreid, maar worden op het besloten gedeelte van het raadsinformatiesysteem geplaatst.

  • 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden.

  • 3. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.

  • 4. De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.

Artikel 21. Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.

Paragraaf 4. Toehoorders en pers

Artikel 22. Toehoorders en pers

  • 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

  • 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

  • 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

  • 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die van een openbare vergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan

mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.

Artikel 24. Uitleg verordening

In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de voorzitter.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 25. Intrekking oude verordening

De Verordening op de raadscommissies gemeente Schouwen-Duiveland 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies gemeente Schouwen-Duiveland 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 25 september 2025.

De voorzitter,

J. Chr. van der Hoek MBA

De griffier,

P.M.W. Goossens-Smits

Toelichting

Artikelsgewijs

Artikel 3. Taken

De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet (hierna: wet). De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Wat betreft de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.

De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.

De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. In het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad is de bepaling opgenomen dat de agendacommissie de voorlopige agenda’s voor de gemeenteraad en de raadscommissies vaststelt. De agendacommissie is daarmee verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. (zie ook artikel 7 lid 5)

Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Er dient bij deze varianten van vergaderen dus rekening gehouden te worden met alle vereisten die voor een raadscommissie gelden zoals een evenwichtige vertegenwoordiging (artikel 82, derde lid, van de wet).

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter

De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de wet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad.

De commissieleden worden door de raad benoemd op voordracht van de fracties (tweede lid) . Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het vijfde lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de wet (zie verder de toelichting op het vijfde lid). Uit het vijfde lid volgt dat de leden van een raadscommissie geen raadslid hoeven te zijn. Wel zijn het de fracties die de leden voordragen.

Op grond van het vijfde lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10 tot en met 15 van de wet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen.

De raad benoemt de commissievoorzitters (achtste lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de wet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.

Artikel 5. Zittingsduur en vacatures

De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.

Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen (tweede lid) en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).

De fractie die een lid van een raadscommissie heeft aangewezen kan deze aanwijzing intrekken. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van het eerste lid recht op een eigen lid.

Het besluit om een burgercommissielid te ontslaan wegens niet goed functioneren wordt niet lichtzinnig genomen. Criteria voor niet goed functioneren zijn bijvoorbeeld (niet uitputtend):

  • 1.

    Schending van integriteit, waaronder het lekken of onzorgvuldig omgaan met (geheime) informatie;

  • 2.

    Het verrichten van verboden handelingen op grond van artikel 15 Gemeentewet. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing verklaard op burgercommissieleden. Wanneer raadsleden dit artikel schenden kan het raadslidmaatschap vervallen worden verklaard op grond van Artikel X 8 Kieswet. Met dit artikel wordt een zelfde rechtsgrond gecreëerd voor burgercommissieleden;

  • 3.

    Als een burgercommissielid zich herhaaldelijk in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerpen, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort en zich niet door de voorzitter tot de orde laat roepen;

  • 4.

    Het burgercommissielid langdurig niet aanwezig is of anderszins geen bijdrage levert aan het raadswerk (spook-burgercommissielid);

  • 5.

    Als er een ernstig vermoeden is dat het burgercommissielid betrokken is bij een strafbaar feit dat het aanzien van de raad en de democratie schaadt.

Artikel 7. Oproep en agenda

Het eerste lid stelt verplicht dat de commissievoorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden van zijn raadscommissie een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken stuurt (eerste lid). De oproep en de agenda worden in Schouwen-Duiveland gedaan door de agenda en de stukken te plaatsen in het digitale Raadsinformatiesysteem dat gekoppeld is aan de gemeentelijke website.

In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de commissievergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de commissievoorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid).

Als omtrent stukken op grond van artikel 87, van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt er gehandeld volgens het Protocol geheimhouding gemeente Schouwen-Duiveland 2024. Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR718535#hoofdstuk_1 voor het volledige protocol.

Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het vijfde lid. Het opstellen van de voorlopige agenda gebeurt door de agendacommissie. De instelling en taken van de agendacommissie zijn geregeld in het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad.

Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken

Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden (eerste lid) via een digitaal raadsinformatiesysteem en door koppeling aan de gemeentesite.

Raads- en burgercommissieleden moeten kunnen beschikken over de geheime informatie die betrekking heeft op de agenda en voorstellen van de commissievergadering. Als omtrent stukken op grond van artikel 87, van de wet geheimhouding is opgelegd, wordt er gehandeld volgens het Protocol geheimhouding gemeente Schouwen-Duiveland 2024. Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR718535#hoofdstuk_1 voor het volledige protocol

Artikel 9. Openbare kennisgeving

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 82, vijfde lid, van de wet. In artikel 9 wordt vastgelegd op welke wijze commissievergaderingen worden aangekondigd.

Artikel 10. Presentielijst

De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de presentielijst van belang om de vergoedingen van de niet-raadsleden die lid zijn van de raadscommissie te kunnen vaststellen.

Artikel 11. Opening vergadering en quorum

Artikel 20 van de wet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet. Artikel 11 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd (eerste lid).

Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet bereikt is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter de datum en het tijdstip van de nieuwe vergadering bepaalt, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen (tweede lid). Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.

Artikel 12. Advies; geen stemmingen

Door gebruik van het woord beslissen in het eerste lid kan de suggestie gewekt worden dat in de commissievergadering ook ‘echte’ Awb-besluiten kunnen worden genomen. Dit is echter niet het geval. Een raadscommissie neemt geen beslissingen maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Alleen in de raadsvergadering kunnen besluiten worden genomen. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de standpunten van alle fracties in het advies opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.

Artikel 13. Aantal spreektermijnen

Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten (tweede lid). Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe uitdrukkelijk besluiten (eerste lid).

Artikel 14. Deelname aan beraadslaging door anderen

Deze bepaling is noodzakelijk in verband met de in artikel 22 van de wet geregelde immuniteit, dat in artikel 82, vijfde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders. Deze hebben op grond van artikel 21, gelezen in samenhang met artikel 82, vijfde lid, van de wet de mogelijkheid om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op grond van dit artikel kan bijvoorbeeld de secretaris uitgenodigd worden. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering te doen.

Artikel 15. Spreekrecht burgers

Het geven van spreekrecht aan burgers is een manier om burgers meer te betrekken bij de besluitvorming van de raad. Doordat de raadsvergadering het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor is begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is er voor gekozen het spreekrecht op te nemen in de Verordening op de raadscommissies. In die fase zijn de fracties nog bezig hun mening te vormen. Een inspreekmogelijkheid tijdens de raadsvergadering is doorgaans minder effectief (‘schijnspreekrecht’).

Het spreekrecht geldt niet alleen voor onderwerpen die op de agenda van de commissie staan (eerste lid). De burgers die wensen in te spreken moeten zich voor de vergadering melden. In het zevende lid is ervoor gekozen om een burger tweemaal maal het woord te geven, waarbij maximaal 6 minuten het woord mag worden gevoerd (5 minuten inspreken en 1 minuut meespreken).

Op voorstel van de voorzitter, die in eerste instantie voor een ordentelijk verloop van de vergadering moet zorgen en dus moet kunnen aanvoelen of een verkorting of verlenging van de spreektijd gewenst is, kan van deze richtlijn worden afgeweken.

Artikel 16. Handhaving orde en schorsing

Artikel 26 van de wet geeft aan dat de voorzitter bij raadsvergadering bevoegd is om de orde in de vergadering te handhaven. Voor de commissievergaderingen ontbreekt een dergelijke bepaling, deze is daarom in artikel 16 opgenomen. Ingevolge het eerste lid is de commissievoorzitter belast met de handhaving van de orde in de commissievergaderingen. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de vergadering sluiten (derde lid). In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd (vierde lid). Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 22.

Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de wet bovendien dat artikel 22 van de wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden.

Artikel 17. Voorstellen van orde

Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen (artikel 32, vierde lid, van de wet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze of een voorstel over de (beperking van de) spreektijden van de leden en overige deelnemers aan de commissievergadering.

Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen

Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de wet wordt opgelegd dan wel opgeheven.

Artikel 20. Verslag besloten vergadering

Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de wet is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de wet schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad en in casu dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het eerste lid dat het verslag van een besloten vergadering geplaatst wordt in het besloten deel van het raadsinformatiesysteem .

Artikel 21. Opheffing geheimhouding

Een raadscommissie kan geheimhouding op informatie leggen en die informatie tevens aan de raad verstrekken. De raad kan de geheimhouding opheffen van aan de raad verstrekte informatie (artikel 89, vierde lid, van de wet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

Artikel 22. Toehoorders en pers

Artikel 22, eerste en tweede lid, van de wet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de wet, het derde lid voorziet hierin.

Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties

Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Wel dient rekening gehouden te worden met de privacy van insprekers of publiek. Raadsleden daarentegen hebben een publieke functie. Het is mogelijk om een aanwijzing te geven dat publiek slechts vanaf een bepaalde afstand in beeld mag worden gebracht. Ook kan een aanwijzing zijn dat burgers die inspreken niet gefilmd mogen worden, uiteraard in overleg met de insprekers. Mogelijk hebben zij geen probleem met beeldregistraties.