Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757829
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757829/1
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Schouwen-Duiveland 2026
Geldend van 01-04-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Schouwen-Duiveland 2026De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;
Gezien het voorstel van het presidium van 23 juni 2025;
gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet:
besluit de volgende verordening vast te stellen:
Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Schouwen-Duiveland 2026
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
a. ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren;
-
b. bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie;
-
c. fractieondersteuner: persoon die werkzaamheden verricht voor één van de fracties uit de raad en door de raad als zodanig is benoemd.
-
d. Burgercommissielid: persoon die deel kan nemen aan raadscommissievergaderingen en die door de raad als zodanig is benoemd.
Paragraaf 2 Verzoeken om informatie of bijstand
Artikel 2. Verzoek om informatie
-
1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. Een verzoek kan namens een raadslid gedaan worden door een fractieondersteuner of burgercommissielid.
-
2. De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken.
Artikel 3. Verzoek om bijstand
-
1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. Een verzoek kan namens een raadslid gedaan worden door een fractieondersteuner of burgercommissielid.
-
2. De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.
-
3. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als:
- a.
naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden;
- b.
dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden;
- c.
het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.
- a.
-
4. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.
Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand
-
1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.
-
2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.
Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand
Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.
Paragraaf 3 Fractieondersteuning
Artikel 5a. Fractieondersteuner
-
1. De raad kan op voordracht van elke fractie een fractieondersteuner benoemen.
-
2. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de fractieondersteuner.
-
3. De vereisten voor benoeming van fractieondersteuners worden getoetst door de commissie Onderzoek geloofsbrieven, die is ingesteld voor de beoordeling van de toelating van raadsleden. Deze onderzoekt of de fractieondersteuner aan de vereisten voldoet en brengt daarover in de raad advies uit. Van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt in dit advies.
-
4. De in artikel 14 Gemeentewet genoemde eed (verklaring en belofte) wordt door de fractieondersteuner na de benoeming afgelegd in handen van de voorzitter van de gemeenteraad tijdens een openbare raadsvergadering.
-
5. De fractieondersteuner ontvangt na de benoeming dezelfde hulpmiddelen als aan de burgercommissieleden worden verstrekt. Vanaf dat moment heeft de fractieondersteuner toegang tot dezelfde informatie en bijeenkomsten als de burgercommissieleden.
-
6. De fractieondersteuner is met betrekking tot informatie die hij /zij in die hoedanigheid van de gemeente ontvangt op gelijke wijze tot geheimhouding verplicht als de leden van de gemeenteraad en neemt overigens dezelfde zorgvuldigheid in acht als van ieder raadslid wordt geacht.
Artikel 6. Recht op financiële bijdrage
-
1. De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.
-
2. De financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag van € 1.750 per jaar per fractie en een variabel deel van € 250 per raadszetel van de fractie. De hoogte van de financiële bijdrage wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd op basis van het voor dat jaar geldende stijgingspercentage voor prijsgevoelige lasten zoals opgenomen in de voor dat jaar geldende Kadernota. De uitkomst van deze indexering wordt naar boven afgerond op hele euro’s.
Artikel 7 Besteding financiële bijdrage
-
1. De financiële bijdrage wordt uitsluitend besteed aan ondersteuning die ertoe strekt de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken.
-
2. De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:
- a.
betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;
- b.
giften, leningen, beleggingen en voorschotten;
- c.
uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege;
- d.
uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten.
- a.
Artikel 8 Beheer financiële bijdrage
-
1. De bijdrage voor de fracties, als bedoeld in artikel 6, wordt centraal beheerd door de griffier, waarbij rekening wordt gehouden met de vergoeding en uitgaven per fractie.
-
2. De totale bijdrage wordt bij de aanvang van het kalenderjaar vrijgegeven, uitgezonderd een jaar waarin verkiezingen voor de gemeenteraad plaatsvinden.
-
3. In een jaar waarin verkiezingen als bedoeld in lid 2 plaatsvinden wordt een evenredig deel van het budget vrijgegeven voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het budget vrijgegeven voor de overige maanden van dat jaar.
Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie
-
1. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij aangesloten wordt.
-
2. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.
Artikel 10. Verantwoording financiële bijdrage en reserve
-
1. De verantwoording over de besteding van het budget fractieondersteuning maakt deel uit van de jaarrekening.
-
2. De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie voor het kunnen verlenen van een aanvullende financiële bijdrage ten behoeve van die fractie in volgende jaren. Een reserve is niet groter dan 25% van de financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie op grond van artikel 6.
Paragraaf 4 Slotbepalingen
Artikel 11. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
-
1. De Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Schouwen-Duiveland 2019 wordt ingetrokken.
-
2. De Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Schouwen-Duiveland 2019 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording en afrekening van die financiële bijdragen.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Schouwen-Duiveland 2026.
Ondertekening
Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 25 september 2025.
De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland,
De voorzitter,
J. Chr. van der Hoek MBA
De griffier,
P.M.W. Goossens-Smits
Toelichting Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Schouwen-Duiveland 2026
Algemeen
Artikel 33 van de Gemeentewet (hierna: wet) bepaalt dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op ambtelijke bijstand (eerste lid) en dat de in de raad vertegenwoordigde groeperingen (de fracties) recht hebben op ondersteuning (tweede lid). Met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning van fracties moet de raad een verordening vaststellen die ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de verantwoording bevat (derde lid). Met deze verordening wordt hieraan uitvoering gegeven.
De formulering van artikel 33 van de wet laat buiten twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan.
In deze verordening vervult de griffier een centrale rol. De hoofdverantwoordelijkheid van de griffier is de ondersteuning van de raad; de griffier is onder andere het eerste aanspreekpunt als het gaat om verzoeken om informatie en bijstand. Een nadere omschrijving van en toelichting op de taken van de griffier is vastgelegd in de ambtsinstructie van de griffier. De griffiemedewerkers (ongeacht functiebenaming als procescoördinator, raadsassistent of commissiegriffier) vallen onder het gezag van de griffier.
De griffier vervult, via de secretaris, ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie. Dat de raad over een griffier met griffie beschikt die bijstand kan verlenen, betekent niet dat er geen behoefte is aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie is, in vergelijking met de reguliere organisatie, beperkt in omvang. Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van amendementen, moties en regelingen zal in bepaalde gevallen een beroep op deze organisatie dan ook nodig zijn. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal daarom de secretaris in dergelijke gevallen de ambtenaar die de ambtelijke bijstand verleent moeten aanwijzen. Daarom zijn bepaalde aspecten van de rol van de gemeentesecretaris in deze verordening nader uitgewerkt. Dat is van belang om de rol van de secretaris op een juiste wijze vorm te geven nu er een splitsing heeft plaatsgevonden tussen griffie en reguliere ambtelijke organisatie.
Artikelsgewijs
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld.
Artikel 1. Definities
Bijstand in de vorm van ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties kan verleend worden door ambtenaren die onder het gezag van de raad vallen (artikel 107e van de wet) of door de reguliere ambtelijke organisatie die onder het gezag van het college valt (artikel 160 van de wet). Hoewel medewerkers van de griffie wel degelijk ambtenaren zijn in de zin van de Ambtenarenwet, is de term ‘ambtelijke bijstand’ in deze verordening voorbehouden aan het verlenen van bijstand door medewerkers van de reguliere ambtelijke organisatie.
Artikel 2. Verzoek om informatie
Raadsleden die feitelijke informatie van geringe omvang nodig hebben of inzage of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken, hoeven zich niet via de formele weg van artikel 169, tweede en volgende lid, van de Gemeentewet tot het college te richten. In dit artikel is bepaald dat zij hun verzoek aan de griffier kunnen richten. Verzoeken die betrekking hebben op documenten waarop al dan niet geheimhouding rust, worden eveneens aan de griffier gericht. Daarbij zij er volledigheidshalve op gewezen dat de griffier een opgelegde geheimhouding in acht moet nemen. Als een raadslid geheime stukken opvraagt die alleen mogen worden ingezien, moet de griffier het verzoek van het raadslid doorgeleiden naar het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd. Een verzoek kan ook namens een raadslid door een fractieondersteuner of burgercommissielid worden gedaan. Hierbij moet het raadslid in cc. worden meegenomen.
De griffier (of één van de griffiemedewerkers) verstrekt de informatie zo spoedig mogelijk (tweede lid). Als de griffier niet in staat is om volledig tegemoet te komen aan het verzoek, kan hij de secretaris vragen of de reguliere ambtelijke organisatie de informatie kan leveren. Het is in lijn met de onderlinge taakverdeling dat de griffier het aanspreekpunt en de aangewezen persoon is om de algemene voortgang in het proces te bewaken.
Artikel 3. Verzoek om bijstand
Ook verzoeken om bijstand moeten aan de griffier gericht worden. Als de griffier of de griffiemedewerkers de verzochte ondersteuning niet kunnen leveren, verzoekt de griffier de secretaris om inzet van ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie. Het is aan de secretaris om te beoordelen of een van de in het derde lid genoemde ‘weigeringsgronden’ voor het door ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie verlenen van ambtelijke bijstand zich voordoet. Overigens ligt het bij een conflict over het al dan niet verlenen van ambtelijke bijstand in de rede dat de burgemeester, als voorzitter van de raad en het college, hierover overleg voert met de secretaris, de griffier en indien nodig ook het betrokken raadslid (vierde lid).
Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand
Net als bij de weigering om ambtelijke bijstand door ambtenaren vanuit de reguliere ambtelijke organisatie te verlenen, kan de burgemeester ook een rol vervullen als een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar van de reguliere ambtelijke organisatie verleende ambtelijke bijstand. Als er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan zal de burgemeester ook hier een bemiddelende rol kunnen spelen (tweede lid). De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer.
Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand
Dit artikel voorkomt dat de betreffende ambtenaar in een spagaat tussen raad en college terecht komt. Als een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk opereert van het college. Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid, is bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot de normale uitoefening van zijn taak. Als hij dit gedeelte van zijn taak niet goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop aan te spreken.
Artikel 5a Fractieondersteuner
De positie van fractieondersteuner, waarvan bij enkele fracties sprake is, wordt in dit artikel geregeld / geformaliseerd. Voor het adequaat uit kunnen voeren van hun werkzaamheden is het van belang dat de fractieondersteuners over dezelfde informatie en hulpmiddelen kunnen beschikken als de raads- en burgercommissieleden. Fractieondersteuners en burgercommissieleden worden benoemd door de raad.
Artikel 6. Recht op financiële bijdrage
Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen. De fractieondersteuning bestaat uit een basisbedrag per in de raad vertegenwoordigde fractie en een variabel deel per raadszetel van die fractie (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op een gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Naar rato van fractiegrootte wordt daarnaast een variabel deel toegekend, zodat ook ieder fractielid op gelijkwaardig niveau ondersteund kan worden.
De bijdrage wordt verstrekt voor de duur van de zittingsperiode van de raad (eerste lid).
Artikel 7. Besteding financiële bijdrage
Voor wat betreft de besteding van de fractieondersteuning worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de financiële bijdrage besteed wordt aan ondersteuning om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken. Daarnaast is in het tweede lid een aantal doelen genoemd waarvoor de financiële bijdrage voor fractieondersteuning in ieder geval niet gebruikt mag worden.
Het is uiteraard niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en dat ook contributies aan politieke partijen of met politieke partijen gelieerde organisaties via de fractieondersteuning kunnen worden gefinancierd (onder a). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie. Bij (andere) uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege (onder c) kan onder andere gedacht worden aan bepaalde reis- en verblijfkosten, kosten voor een buitenlandse excursie of reis, kosten voor scholing, kosten voor een computer en internetverbinding en de contributie van bepaalde beroepsverenigingen. Deze komen voor vergoeding in aanmerking op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet. In het bijzonder wordt benadrukt dat het dus ook niet is toegestaan om met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning verkiezingscampagnes te financieren.
Artikel 8. Beheer financiële bijdrage
In het verleden is vanuit praktische overwegingen besloten de bedragen voor de fractieondersteuning niet aan de fracties uit te betalen. Gekozen is voor het centraal beheren van het budget door de griffie. De fracties dienen de facturen die betrekking hebben op fractieondersteuning bij de griffier in, die deze toetst aan de criteria en het budget en indien dat in orde is voor betaling zorgt. Deze werkwijze heeft als voordeel dat niet pas na afronding van een jaar duidelijk wordt of alle zaken worden geaccepteerd. Bovendien vinden geen onnodige betalingen plaats bij fracties die het budget niet gebruiken.
Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie
Als er mutaties plaatsvinden in zittende fracties is het wenselijk dat de financiële bijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de raad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het vaste basisbedrag dat ten behoeve van iedere fractie wordt verleend en het variabel deel per raadszetel. Het vaste deel is ook daadwerkelijk ‘vast’; dit deel van de bijdrage blijft bestemd voor de betreffende fractie, ook al vindt er tussentijds een splitsing of afscheiding plaats. Alleen het variabele deel van de fractievergoeding wordt overgeheveld ten behoeve van de nieuwe fractie (eerste lid).
Artikel 10.Verantwoording financiële bijdrage
De verantwoording over de besteding maakt deel uit van de gemeentelijke jaarrekening en de accountantscontrole op die rekening.
Het deel van de financiële bijdrage waarop voorwaardelijk aanspraak wordt gemaakt en dat niet wordt gebruikt, wordt door de raad gereserveerd voor gebruik ten behoeve van die fractie in de volgende jaren (tweede lid). Omdat het niet wenselijk is dat een reserve eindeloos groeit, is hier wel een maximum aan verbonden (tweede lid). Ook met betrekking tot de reserve is het van belang dat goed wordt omgegaan met mutaties in zittende fracties.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl