Beleidsregels leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne Almelo

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 02-03-2026

Intitulé

Beleidsregels leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne Almelo

Geldend van 23-02-2026

Intitulé

Beleidsregels Leefgeld en Eigen Bijdrage Ontheemden uit Oekraïne Gemeente Almelo

Burgemeester en wethouders van Almelo;

Gelet op:

Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 109 Gemeentewet;

Artikel 5 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

Artikel 2 en artikel 6 van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne.

overwegende dat het gewenst is om in beleidsregels vast te stellen hoe er wordt omgegaan wat betreft ontheemden in een gemeentelijke opvang, met inkomsten in relatie tot het ontvangen van verstrekkingen voor voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven (het leefgeld), de toelage voor de wooncomponent en het betalen van de eigen bijdrage;

besluit de vast te stellen:

Beleidsregels leefgeld en eigen bijdrage ontheemden Oekraïne Almelo

Artikel 1: Begripsbepalingen

  • 1. Leefgeld: Een maandelijkse financiële toelage ten behoeve van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven als bedoeld in artikel 2.

  • 2. Eigen bijdrage: een bijdrage die betaald dient te worden voor de kosten van gas, water en elektra, begeleiding en de kosten van catering, wanneer catering aanwezig is op de opvanglocatie;

  • 3. Regeling: de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;

  • 4. Wet: de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne;

  • 5. Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen in deze nadere regels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet en de Regeling.

Artikel 2: Leefgeld

  • 1. De ontheemde die woont op een opvanglocatie van de gemeente heeft recht op leefgeld volgens de bedragen vastgesteld in de Regeling.

  • 2. Het leefgeld wordt niet verstrekt wanneer het netto-inkomen van het ontheemde individu of het gezin hoger is dan het van toepassing zijnde drempelbedrag. Het drempelbedrag bedraagt 115% van het leefgeld. De hoogte van het leefgeld is vastgelegd in artikel 12 van de Regeling.

  • 3. Het leefgeld wordt naar rato uitgegeven volgens artikel 2b in de Regeling. Dat betekent dat afhankelijk van de hoogte van het inkomen een ander bedrag wordt uitgegeven. De hoogte van het leefgeld is 115% van het normbedrag leefgeld zoals vastgelegd in artikel12 van de Regeling min het maandinkomen van de vorige maand. Bij uitkomst van €0 of een negatief bedrag wordt er geen leefgeld verstrekt. Een rekenvoorbeeld is opgenomen in bijlage 1.

  • 4. De ontheemde geeft in de eerste week van elke maand aan wanneer er een wijziging in de woon- leefsituatie heeft plaatsgevonden die van invloed is op de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage of ontvangen van het leefgeld.

  • 5. Het leefgeld wordt door de ontheemde maandelijks aangevraagd. Bij de aanvraag dient de ontheemde een kopie van de loonstrook in te dienen, indien de ontheemde inkomsten uit arbeid heeft.

  • 6. Het college vordert het volledige leefgeld terug indien de ontheemde inkomen uit arbeid heeft gehad maar dit niet heeft gemeld bij de aanvraag van het leefgeld of wanneer er een wijziging in de woon- leefsituatie heeft plaatsgevonden die van invloed is op de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage of het ontvangen van leefgeld.

  • 7. De in het eerste lid genoemde bedragen worden van rechtswege geïndexeerd bij een wijziging van de Regeling. De exacte hoogte van de eigen bijdrage bedragen zijn vastgelegd in artikel 10, tweede lid van de Regeling.

Artikel 3: Ontheemden die een eigen bijdrage moeten betalen

  • 1. Alleen ontheemden van 18 jaar of ouder die worden opgevangen in een gemeentelijke opvanglocatie moeten een eigen bijdrage betalen.

  • 2. Bijdrageplichtig zijn:

    • a.

      Ontheemden met inkomsten uit arbeid, in binnen- of buitenland;

    • b.

      Ontheemden die een loondervingsuitkering of toeslag ontvangen;

    • c.

      Volwassen gezinsleden zonder eigen inkomsten, als zij zijn getrouwd met of een geregistreerd partnerschap hebben met een ontheemde die eigen inkomsten heeft.

    • d.

      Volwassen gezinsleden zonder eigen inkomsten, als zij samenwonende niet-gehuwde partners zijn die een duurzame relatie onderhouden met een ontheemde die eigen inkomsten heeft.

    • e.

      Ontheemden die inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heet gemaakt.

Artikel 4: Vaststelling eigen bijdrage

  • 1. De ontheemde geeft in de eerste week van elke maand aan wanneer er een wijziging in de woon- leefsituatie heeft plaatsgevonden die van invloed is op de verplichting tot het betalen van de eigen bijdrage of ontvangen van het leefgeld.

  • 2. De eigen bijdrage wordt alleen geïnd als het college heeft bepaald dat de ontheemde geen recht heeft op leefgeld.

  • 3. De eigen bijdrage wordt naar rato geïnd. Dat betekent dat afhankelijk van de hoogte van het maandinkomen een ander bedrag wordt geïnd. De hoogte van de eigen bijdrage is het bedrag wat overblijft wanneer het maandinkomen min 115% van het ingetrokken leefgeld wordt gedeeld door 1,15, met een maximale hoogte van €244,22 per volwassene tot maximaal €488,44. Een rekenvoorbeeld staat in bijlage 2.

  • 4. De eigen bijdrage wordt volledig geïnd vanaf het moment dat een gezin of individu netto meer dan 115% van het op de situatie van toepassing zijnde normbedrag verdient.

  • 5. Indien er geen aanvraag voor leefgeld wordt gedaan door de ontheemde gaat het college uit van het hebben van eigen inkomen ten minste hoger dan 115% van het normbedrag en wordt de eigen bijdrage geïnd.

  • 6. De eigen bijdrage wordt maandelijks over de voorafgaande kalendermaand voldaan. De eigen bijdrage van oktober wordt dus in november voldaan.

  • 7. Indien de ontheemde een opgelegde eigen bijdrage niet (meer) betaalt, wordt een betalingsherinnering gestuurd en zo nodig nog een aanmaning.

  • 8. Als er na de verstuurde betalingsherinnering of aanmaning nog geen betaling wordt ontvangen, zal een incassobureau worden ingeschakeld om de vordering bij de ontheemde te incasseren.

Artikel 5: Hardheidsclausule

  • 1. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het college afwijken van deze beleidsregels, wanneer de toepassing ervan zou leiden tot onredelijke of onbillijke situaties voor de belanghebbende.

Artikel 6. Inwerkingtreding en duur

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking.

  • 2. De beleidsregels zijn geldig voor de periode zolang de Regeling van toepassing is.

Artikel 7. Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels Leefgeld en Eigen Bijdrage ontheemden uit Oekraïne gemeente Almelo”.

Ondertekening

Almelo, Februari 2026

Burgemeester en Wethouders van Almelo

de burgemeester, R.T.A. Korteland

de secretaris, J. Dijkstra

Bijlage 1 Berekening naar rato leefgeld

Of en hoeveel leefgeld ingetrokken mag worden, is begrensd met de 115%-norm. Deze is voor leefgeld vastgelegd in artikel 2b lid 25 van de Regeling. Daarin staat dat het deels of volledig intrekken van leefgeld in elk geval achterwege blijft als de eigen inkomsten minder bedragen dan 115% van het bedrag aan leefgeld, dat ontheemde zonder eigen inkomsten zou hebben ontvangen.

Om te berekenen hoeveel leefgeld ingetrokken kan worden, is deze informatie nodig:

• De inkomsten van de ontheemde (en eventueel diens partner)

• Het bedrag dat zij zonder eigen inkomsten aan leefgeld ontvangen

Stap 1: Bereken 115% van het leefgeld zonder eigen inkomsten

Stap 2: Trek van dit bedrag de inkomsten af Let op: als het bedrag negatief eindigt dient het leefgeld volledig ingetrokken te zijn.

Stap 3: Bereken leefgeld met de volgende formule: Uit te keren leefgeld = 115% leefgeld – eigen inkomsten.

N.b. Maximum is 100% leefgeld. Minimum is 0 (volledig intrekken leefgeld).

Rekenvoorbeeld:

• Ontheemde verdient €100 per maand

• Leefgeld wanneer er geen inkomsten zijn: €314,84

• 115% van dit leefgeld: €314,84 × 1,15 = €362,07

De persoon verdient €100 netto per maand. Dat is niet genoeg om boven de 115%-norm uit te komen voor het volledig kunnen intrekken van leefgeld. Leefgeld kan wel deels worden ingetrokken: € 362,07 (115% leefgeld) - €100 (eigen inkomsten) = € 262,07 uit te keren leefgeld. Van het volledige leefgeld kan dus € 52,77 worden ingehouden.

Bijlage 2 Berekening naar rato eigen bijdrage

Pas als het leefgeld volledig is ingetrokken, kan gekeken worden of ontheemde(n) (een deel van) de eigen bijdrage kunnen betalen. Daaronder werkt de systematiek voor deels innen eigen bijdrage enigszins anders dan het deels intrekken leefgeld, omdat een heffing wordt opgelegd i.p.v. met deels intrekken leefgeld minder verstrekt.

Om te berekenen hoeveel eigen bijdrage moet worden betaald, is deze informatie nodig:

• De inkomsten van de ontheemde (en eventueel diens partner)

• Het bedrag aan leefgeld dat al is ingetrokken

Stap 1: Bereken 115% van het ingetrokken leefgeld

Stap 2: Trek dit bedrag af van het inkomen Let op: Als dit bedrag negatief eindigt, dient het leefgeld nog niet volledig ingetrokken te zijn. Er wordt dan ook geen eigen bijdrage opgelegd.

Stap 3: Deel het bedrag uit stap 2 door 1,15. Dat is het bedrag dat aan eigen bijdrage betaald moet worden. Let op: wanneer ontheemden meer dan 115% van het (al ingetrokken) leefgeld plus eigen bijdrage verdient, moet de volledige eigen bijdrage gerekend te worden.

Formule: Eigen bijdrage = (Inkomen – 115% ingetrokken leefgeld) ÷ 1,15

N.b. Maximum is 100% eigen bijdrage, (€244,22 per volwassene in het gezin met een maximum van €488.44. Het minimum is €0 (geen eigen bijdrage).

Rekenvoorbeeld

Stap 1: Inkomen = €500, ingetrokken leefgeld = €314,84 Stap 2: 115% van €314,84 = €362,07 Stap 3: €500 – €362,07 = €137,93 Stap 4: €137,93 ÷ 1,15 = €119,94 De eigen bijdrage bedraagt hier €119,94.