Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand

Geldend van 03-03-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand

Het college van burgmeester en wethouders van Loon op Zand;

Gelet op artikel 149 van de gemeentewet, artikel 4.23 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand;

Deze nadere subsidieregeling heeft betrekking op subsidies voor activiteiten die bijdragen aan het versterken van sterke gemeenschappen en de sociale basis in de gemeente.

besluit de volgende nadere regeling vast te stellen:

'Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand'

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

  • 1. Alle begrippen die in deze subsidieverordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de op dat moment geldende Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand.

  • 2. In deze subsidieverordening wordt verstaan onder:

    • a.

      ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Loon op Zand;

    • b.

      college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand.

    • c.

      inclusie: het creëren van een omgeving waarin iedere inwoner zich vrij voelt om zichzelf te zijn, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking.

    • d.

      ontmoetingsplekken: plek waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en waar door de inwoners zelf, door welzijnswerkers en vrijwilligers activiteiten worden georganiseerd die tegemoet komen aan de behoeften van (potentiële) deelnemers.

    • e.

      sociale basis: het geheel van organisaties, diensten, voorzieningen en betrekkingen die het mogelijk maken dat inwoners in redelijkheid in sociale verbanden samen kunnen leven en participeren in de samenleving.

    • f.

      sociale basisvoorzieningen: alle openbare en vrij toegankelijke voorzieningen die bijdragen aan sociale doeleinden.

    • g.

      sterke gemeenschappen: veerkrachtige en leefbare gemeenschappen, wat bijdraagt aan de eigen regie van de inwoners, een hogere kwaliteit van leven en minder afhankelijkheid van specialistische hulp.

    • h.

      subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies, bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht;

    • i.

      subsidies voor accommodaties en huisvesting: deze subsidies worden verstrekt aan accommodaties die bijdragen aan de doelstellingen van het Wijkgericht Maatschappelijk Accommodatiebeleid (WMA) en voor de huisvesting van verenigingen/stichting die niet in een maatschappelijke accommodatie terecht kunnen.

    • j.

      uitvoeringssubsidie: deze subsidies worden verstrekt aan de (grotere) professionele organisaties. Zij ontvangen een subsidie voor een of meerdere jaren waaraan te leveren activiteiten en prestatieafspraken zijn gekoppeld.

    • k.

      waarderingssubsidie: deze subsidie wordt verstrekt aan inwoners- en vrijwilligersinitiatieven om bepaalde activiteiten te stimuleren en om waardering te tonen voor de activiteiten die worden georganiseerd. Muziek-, sport- of scoutingverenigingen zijn hier voorbeelden van. Ook overige subsidies (gedeeltelijk Welzijn, gedeeltelijk Wmo of minimabeleid) vallen onder deze categorie.

    • l.

      Professionele organisaties: een professionele organisatie is een rechtspersoon die beschikt over betaalde beroepskrachten die de benodigde deskundigheid en kwalificaties hebben om de specifieke activiteiten van de organisatie op een professionele manier voor te bereiden, uit te voeren en te coördineren.

Artikel 1.2 Doelstellingen Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen

  • 1. De Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen kent de volgende doelstellingen:

    • a.

      Meer preventieve voorzieningen vrij toegankelijk te maken en waar nodig mogelijk in groepsverband (collectief) aanbod te organiseren.

    • b.

      Versterken van inwonersnetwerken en hun omgeving. Hierdoor krijgen inwoners meer regie op hun eigen leven.

    • c.

      Het is belangrijk om te zorgen dat het normaal is als het even niet goed gaat, of als inwoners anders zijn dan de rest, dus normaliseren. We moeten een omgeving creëren waarin dat geaccepteerd wordt, zonder meteen te denken aan medische labels of inzet van professionele hulp.

    • d.

      Meedoen in de maatschappij vergroten door bijvoorbeeld het verbeteren van de mobiliteit van inwoners. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het toegankelijker maken van de leefomgeving of het creëren van meer collectieve vervoersvoorzieningen.

Hoofdstuk 2 Waarderingssubsidies

Artikel 2.1 Doel en doelgroep waarderingssubsidies

  • 1. Waarderingssubsidies zijn bedoeld voor:

    • a.

      amateurkunst: individuen en groepen die op niet-professionele basis actief zijn in de kunstsector. Het gaat hier om amateurkunst;

    • b.

      jeugd: kwetsbare kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar, die opgroeien in omstandigheden waarin armoede een factor is of waar extra ondersteuning vereist is, waarbij de waarderingssubsidie bijdraagt aan het volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en om gezond en gelukkig op te kunnen groeien;

    • c.

      welzijn en inclusie: kwetsbare ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners van alle leeftijden en inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, waarbij de waarderingssubsidie bijdraagt aan het voorkomen van sociale uitsluiting, verminderde zelfredzaamheid of eenzaamheid, en

    • d.

      voorliggende voorzieningen: inwoners die een beroep doen op algemene (laagdrempelige) voorzieningen in de sterke gemeenschap, waarbij de waarderingssubsidie bijdraagt aan het voorkomen van specialistische hulpverlening.

  • 2. In het geval van amateurkunst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt een waarderingssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Bevorderen van culturele participatie en talentontwikkeling gericht op kinderen.

    • b.

      Ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie en gemeenschapszin in wijken en dorpen.

    • c.

      Bevorderen van samenwerking tussen amateurkunstenaars, verenigingen en professionele organisaties.

  • 3. In het geval van jeugd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt een waarderingssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Bieden van laagdrempelige ontmoetingsplekken en zinvolle vrijetijdsbesteding.

    • b.

      Bevorderen van talentontwikkeling, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden.

    • c.

      Stimuleren van jongerenparticipatie en inspraak in beleid dat hen aangaat.

    • d.

      Voorkomen van sociale uitsluiting, overlast of risicogedrag.

  • 4. In het geval van welzijn en inclusie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een waarderingssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Bevorderen van een zelfstandig, actief en betekenisvol leven, passend bij de mogelijkheden van de inwoner.

    • b.

      Stimuleren van ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving om eenzaamheid en isolement tegen te gaan.

    • c.

      Ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan vitaliteit, welzijn, informele zorg en mantelzorgondersteuning.

    • d.

      Vergroten van (digitale) zelfredzaamheid en de toegankelijkheid van voorzieningen en activiteiten.

    • e.

      Creëren van een toegankelijke en inclusieve leefomgeving waarin iedereen kan meedoen.

    • f.

      Bijdragen aan de basisvaardigheden van inwoners. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld.

  • 5. In het geval van voorliggende voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt een waarderingssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Voorkomen van zwaardere vormen van begeleiding of hulpverlening.

    • b.

      Versterken van zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van inwoners.

    • c.

      Ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan sociale inclusie, vroeg signalering en preventie.

    • d.

      Vergroten van de toegankelijkheid ondersteuning in de wijk.

Artikel 2.2 Soorten waarderingssubsidies

  • 1. Een waarderingssubsidie kan verstrekt worden in de volgende drie vormen:

    • a.

      een jaarsubsidie;

    • b.

      een incidentele subsidie, of

    • c.

      een garantiesubsidie

  • 2. Een organisatie komt in aanmerking voor een jaarsubsidie als de activiteiten en/of diensten gekenmerkt worden door een structureel karakter.

  • 3. Een organisatie komt eenmalig in aanmerking voor een incidentele subsidie als de activiteiten en/of diensten een experimenteel karakter hebben.

  • 4. Een organisatie komt in aanmerking voor een garantiesubsidie indien de organisatie door onvoorziene omstandigheden met tegenvallende resultaten te maken krijgt, waardoor de niet gesubsidieerde activiteit geen doorgang kan krijgen. Het bedrag waarmee het college garant staat wordt vastgesteld in de subsidieaanvraag.

Artikel 2.3 De te subsidiëren activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien:

    • a.

      de activiteiten aansluiten bij de kaders zoals gesteld in het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030.

    • b.

      de activiteiten aantoonbaar maatschappelijke impact hebben door bij te dragen aan ten minste één van de volgende doelstellingen:

      • 1.

        De activiteit vergroot de zelfbeschikking en autonomie van inwoners, zodat zij in staat zijn zelf keuzes te maken en de regie te voeren over hun eigen leven.

      • 2.

        De activiteit draagt blijvend bij aan het welzijn van betrokkenen en verhoogt hun algehele levenskwaliteit op de lange termijn.

      • 3.

        De activiteit stimuleert actieve betrokkenheid van individuen in de maatschappij, wat leidt tot een grotere verbondenheid en betrokkenheid binnen de gemeenschap.

      • 4.

        De activiteit bevordert het opbouwen en onderhouden van sociale netwerken, waardoor een hechtere en ondersteunende gemeenschap ontstaat.

      • 5.

        De activiteit stimuleert positief en zelfstandig gedrag, bijvoorbeeld rond gezondheid, contact met anderen of omgaan met verantwoordelijkheden. Ook helpt de activiteit om vooroordelen te verminderen, wat zorgt voor meer zelfredzaamheid en een inclusieve samenleving.

      • 6.

        De activiteit zet positieve veranderingen in gang binnen de gemeenschap of doelgroep en draagt zo bij aan de verdere ontwikkeling en versterking van de gemeenschap.

      • 7.

        De activiteit vergroot de beschikbaarheid van gedeelde voorzieningen en diensten, waardoor meer inwoners toegang krijgen tot collectieve hulpbronnen die de gemeenschap ondersteunen.

      • 8.

        De activiteit verbindt kwetsbare inwoners, organisatiesn en verenigingen met elkaar en draagt bij aan het versterken van sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin.

    • c.

      de activiteiten worden uitgevoerd op een locatie binnen De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand, en dragen bij aan het versterken van de gemeenschap

  • 2. Het college beoordeelt of de maatschappelijke impact als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, naar haar oordeel voldoende is om voor subsidieverlening in aanmerking te komen.

  • 3. In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, kan het college hieraan voorwaarden stellen.

Artikel 2.4 Subsidievereisten waarderingssubsidies

  • 1. Om in aanmerking te komen voor een waarderingssubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      verenigingen en stichtingen ontwikkelen maatschappelijke initiatieven voor de lokale samenleving, waarbij eigen kracht centraal staat;

    • b.

      de activiteit is van belang is voor de gemeenschap en kan niet volledig op eigen kracht kan worden uitgevoerd;

    • c.

      de activiteiten kunnen zich focussen op een specifieke doelgroep, mits zij binnen die doelgroep toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld;

    • d.

      de subsidie versterkt de financiële zelfstandigheid van de vereniging of stichting. De verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de vereniging of stichting ligt altijd bij de organisatie zelf. Er kan geen blijvend bestaansrecht worden ontleend aan gemeentelijke subsidies, en

    • e.

      er is een redelijke verhouding tussen de eigen financiering en de subsidie. De eigen financiële inbreng bedraagt minimaal 50% van de totale kosten van de activiteit. Externe financiële sponsoring en sponsoring in natura kunnen in de eigen inbreng worden meegenomen, mits dit goed onderbouwd is. De waarderingssubsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten.

Artikel 2.5 Subsidie weigering waarderingssubsidies

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:

    • a.

      de te subsidiëren activiteit direct gekoppeld is aan een commercieel belang;

    • b.

      de te subsidiëren activiteit direct of indirect gekoppeld is aan een politieke en/of religieuze doelstelling;

    • c.

      de te subsidiëren activiteit niet in de gemeente Loon op Zand plaatsvindt en dus niet ten goede komt aan de Loonse gemeenschap en/of haar inwoners;

    • d.

      niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteit waarvoor deze wordt gevraagd;

    • e.

      de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • f.

      de activiteit niet aanvullend is op het bestaande aanbod binnen de gemeente Loon op Zand. Dit is het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke activiteiten voorziet;

    • g.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;

    • h.

      de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van de activiteit te dekken.

    • i.

      de activiteit in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep;

    • j.

      er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of

    • k.

      het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

Hoofdstuk 3 Uitvoeringssubsidies

Artikel 3.1 Doel en doelgroep uitvoeringssubsidies

  • 1. De uitvoeringssubsidies worden verstrekt aan (grotere) professionele organisaties waaraan prestatieafspraken zijn gekoppeld, bedoeld voor:

    • a.

      jeugd: kwetsbare kinderen en jeugdigen in de leeftijd van 0 tot en met 23 jaar, die opgroeien in omstandigheden waarin armoede een factor is of waar extra ondersteuning vereist is, waarbij de uitvoeringssubsidie bijdraagt aan het volwaardig mee kunnen doen in de samenleving en om gezond en gelukkig op te kunnen groeien;

    • b.

      welzijn en inclusie: kwetsbare ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners van alle leeftijden en inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, waarbij de uitvoeringssubsidie bijdraagt aan het voorkomen van sociale uitsluiting, verminderde zelfredzaamheid of eenzaamheid, en

    • c.

      voorliggende voorzieningen: inwoners die een beroep doen op algemene (laagdrempelige) voorzieningen in de sterke gemeenschap, waarbij de uitvoeringssubsidie bijdraagt aan het voorkomen van specialistische hulpverlening.

  • 2. In het geval van jeugd, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt een uitvoeringssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Bieden van laagdrempelige ontmoetingsplekken en zinvolle vrijetijdsbesteding.

    • b.

      Bevorderen van talentontwikkeling, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden.

    • c.

      Stimuleren van jongerenparticipatie en inspraak in beleid dat hen aangaat.

    • d.

      Voorkomen van sociale uitsluiting, overlast of risicogedrag.

  • 3. In het geval van welzijn en inclusie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt een uitvoeringssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Bevorderen van een zelfstandig, actief en betekenisvol leven, passend bij de mogelijkheden van de inwoner.

    • b.

      Stimuleren van ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving om eenzaamheid en isolement tegen te gaan.

    • c.

      Ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan vitaliteit, welzijn, informele zorg en mantelzorgondersteuning.

    • d.

      Vergroten van (digitale) zelfredzaamheid en de toegankelijkheid van voorzieningen en activiteiten.

    • e.

      Creëren van een toegankelijke en inclusieve leefomgeving waarin iedereen kan meedoen.

    • f.

      Bijdragen aan de basisvaardigheden van inwoners. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld.

  • 4. In het geval van voorliggende voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een uitvoeringssubsidie verstrekt met de volgende doelstellingen:

    • a.

      Voorkomen van zwaardere vormen van begeleiding of hulpverlening.

    • b.

      Versterken van zelfredzaamheid en het sociaal netwerk van inwoners.

    • c.

      Ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan sociale inclusie, vroeg signalering en preventie.

    • d.

      Vergroten van de toegankelijkheid ondersteuning in de wijk.

Artikel 3.2 Soorten uitvoeringssubsidies

  • 1. Een uitvoeringssubsidie kan verstrekt worden in de volgende twee vormen:

    • a.

      een jaarsubsidie, of

    • b.

      een incidentele subsidie.

  • 2. Een organisatie komt in aanmerking voor een jaarsubsidie als de activiteiten en/of diensten gekenmerkt worden door een structureel karakter.

  • 3. Een organisatie komt eenmalig in aanmerking voor een incidentele subsidie als de activiteiten en/of diensten een experimenteel karakter hebben.

Artikel 3.3 De te subsidiëren activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt indien:

    • a.

      de activiteiten aansluiten bij de kaders zoals gesteld in het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030.

    • b.

      de activiteiten aantoonbaar maatschappelijke impact hebben door bij te dragen aan ten minste één van de volgende doelstellingen:

      • 1)

        De activiteit vergroot de zelfbeschikking en autonomie van inwoners, zodat zij in staat zijn zelf keuzes te maken en de regie te voeren over hun eigen leven.

      • 2)

        De activiteit draagt blijvend bij aan het welzijn van betrokkenen en verhoogt hun algehele levenskwaliteit op de lange termijn.

      • 3)

        De activiteit stimuleert actieve betrokkenheid van individuen in de maatschappij, wat leidt tot een grotere verbondenheid en betrokkenheid binnen de gemeenschap.

      • 4)

        De activiteit bevordert het opbouwen en onderhouden van sociale netwerken, waardoor een hechtere en ondersteunende gemeenschap ontstaat.

      • 5)

        De activiteit stimuleert positief en zelfstandig gedrag, bijvoorbeeld rond gezondheid, contact met anderen of omgaan met verantwoordelijkheden. Ook helpt de activiteit om vooroordelen te verminderen, wat zorgt voor meer zelfredzaamheid en een inclusieve samenleving.

      • 6)

        De activiteit zet positieve veranderingen in gang binnen de gemeenschap of doelgroep en draagt zo bij aan de verdere ontwikkeling en versterking van de gemeenschap.

      • 7)

        De activiteit vergroot de beschikbaarheid van gedeelde voorzieningen en diensten, waardoor meer inwoners toegang krijgen tot collectieve hulpbronnen die de gemeenschap ondersteunen.

      • 8)

        De activiteit verbindt kwetsbare inwoners, instellingen en verenigingen met elkaar en draagt bij aan het versterken van sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin.

    • c.

      de activiteiten worden uitgevoerd op een locatie binnen De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand, en bijdragen aan het versterken van de gemeenschap

  • 2. In aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, kan het college hieraan voorwaarden stellen.

Artikel 3.4 Subsidievereisten uitvoeringssubsidies

  • 1. Om in aanmerking te komen voor een uitvoeringssubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      professionele organisaties ontwikkelen maatschappelijke initiatieven voor de lokale samenleving en bieden diensten aan, waarbij het (her)ontwikkelen van de eigen kracht centraal staat;

    • b.

      de aangeboden diensten en activiteiten zijn van belang voor en sluiten aan op de behoeften van de gemeenschap, en kunnen niet volledig op eigen kracht worden uitgevoerd;

    • c.

      de aangeboden diensten en activiteiten kunnen zich focussen op een specifieke doelgroep, mits zij binnen die doelgroep toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld, en

    • d.

      de subsidie versterkt de financiële zelfstandigheid van de professionele organisatie. De verantwoordelijkheid voor het voortbestaan van de professionele organisatie ligt altijd bij de organisatie zelf. Er kan geen blijvend bestaansrecht worden ontleend aan gemeentelijke subsidies.

Artikel 3.5 Subsidie weigering uitvoeringssubsidies

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:

    • a.

      de te subsidiëren activiteiten en diensten direct gekoppeld zijn aan een commercieel belang;

    • b.

      de te subsidiëren activiteiten en diensten direct of indirect gekoppeld zijn aan een politieke en/of religieuze doelstelling;

    • c.

      de te subsidiëren activiteiten en diensten niet in de gemeente Loon op Zand plaatsvinden en dus niet ten goede komt aan de Loonse gemeenschap en/of haar inwoners;

    • d.

      niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten en diensten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • e.

      de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • f.

      de activiteiten en diensten niet aanvullend zijn op het bestaande aanbod binnen de gemeente Loon op Zand. Dit is het geval wanneer het bestaande aanbod al in soortgelijke diensten en activiteiten voorziet;

    • g.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend naar onder andere liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid;

    • h.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten;

    • i.

      de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten en diensten te dekken.

    • j.

      de activiteiten en diensten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep;

    • k.

      er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten of diensten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of

    • l.

      het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

Hoofdstuk 4 Subsidies voor accommodaties en huisvesting

Artikel 4.1 Doel en doelgroep subsidies voor accommodaties en huisvesting

  • 1. Een exploitatiesubsidie wordt verstrekt met als doel dat voorzieningen toegankelijk en betaalbaar blijven voor de gemeenschap en zij optimaal bijdragen aan de sociale cohesie, het welzijn en de leefbaarheid in de gemeente.

  • 2. Een exploitatiesubsidie is bedoeld voor exploitanten van een maatschappelijke accommodatie met huis van de wijk-functie en van een uitvalsbasis jeugd- en jongerenwerk.

  • 3. Een huisvestingssubsidie wordt verstrekt met als doel het faciliteren van activiteiten en ontmoetingen waarvoor er geen ruimte is binnen de maatschappelijke accommodaties, maar die bijdragen aan het bereiken van inwoners in de gemeenschap.

  • 4. Een huisvestingssubsidie is bedoeld voor verenigingen en stichtingen als tegemoetkoming in de huisvestingskosten wanneer zij niet of slechts gedeeltelijk gebruik kunnen maken van de huisvesting binnen maatschappelijke accommodaties.

  • 5. Huisvestingssubsidies worden enkel verleend wanneer verenigingen en stichtingen niet terecht kunnen in (verschillende) maatschappelijke accommodaties. Er rust een inspanningsverplichting op de aanvrager om jaarlijks te verkennen of er ruimte is in de maatschappelijke accommodaties.

  • 6. De huisvestingssubsidie bedraagt maximaal vijftig procent van de huurkosten.

Artikel 4.2 Soorten subsidies voor accommodaties en huisvesting

  • 1. Een subsidie voor accommodaties en huisvesting kan verstrekt worden in de volgende twee vormen:

    • a.

      een jaarsubsidie, of

    • b.

      een incidentele subsidie.

  • 2. Een organisatie komt in aanmerking voor een jaarsubsidie als de activiteiten en/of diensten gekenmerkt worden door een structureel karakter.

  • 3. Een organisatie komt eenmalig in aanmerking voor een incidentele subsidie als de activiteiten en/of diensten een experimenteel karakter hebben.

Artikel 4.3 De te subsidiëren activiteiten

  • 1. Een subsidie voor accommodaties kan uitsluitend worden verstrekt indien:

    • a.

      de accommodatie en diens activiteiten en diensten aansluit bij de kaders zoals gesteld in het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030 en het op dat moment geldende accommodatiebeleid.

    • b.

      de accommodatie gevestigd is binnen De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand, en bijdraagt aan het versterken van de gemeenschap, en

    • c.

      de accommodatie zo multifunctioneel mogelijk wordt ingezet en primair activiteiten huisvest en faciliteert die bijdragen aan:

      • 1)

        ontmoeting en ontspanning;

      • 2)

        ontwikkeling, of

      • 3)

        ondersteuning.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan het college hieraan extra voorwaarden stellen.

Artikel 4.4 Subsidievereisten subsidies voor accommodaties en huisvesting

  • 1. Om in aanmerking te komen voor een exploitatiesubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de activiteiten hebben geen commercieel karakter en worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners;

    • b.

      de accommodaties en diens activiteiten en diensten zijn toegankelijk en betaalbaar voor alle inwoners, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld;

    • c.

      Verenigingen en stichtingen kunnen gebruikmaken van de accommodatie tegen passende en maatschappelijk acceptabele tarieven, zoals vastgesteld door het college;

    • d.

      de activiteiten en accommodaties moeten ook bijdragen aan duurzaamheid, om een breed maatschappelijk welzijn te waarborgen;

    • e.

      de accommodatie heeft een toekomstbestendig beheer en exploitatie en voldoet hiermee aan de vastgestelde gemeentelijke vereisten;

    • f.

      de accommodatie is multifunctioneel ingezet, wat betekent dat diverse activiteiten binnen dezelfde accommodatie plaatsvinden;

    • g.

      de vrije toegankelijkheid en de maatschappelijke toegevoegde waarde van de accommodatie zijn door de gemeente erkend en bij voorkeur vastgelegd in het gemeentelijk accommodatiebeleid, en

    • h.

      het maatschappelijk gebruik van voorzieningen gaat voor commercieel gebruik.

  • 2. Om in aanmerking te komen voor een huisvestingssubsidie wordt in ieder geval voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

      de aanvrager kan aantonen dat er geen ruimte beschikbaar is binnen de aangewezen maatschappelijke accommodaties die in aanmerking komen voor een exploitatiesubsidie voor accommodaties;

    • b.

      de aanvraag bedraagt maximaal 50% van de totale huurkosten;

    • c.

      de activiteiten hebben geen commercieel karakter en worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners;

    • d.

      de accommodaties en diens activiteiten en diensten zijn toegankelijk en betaalbaar voor alle inwoners, ongeacht opleidingsniveau, achtergrond, geloofsuiting, geaardheid of eventuele beperking. Hieraan kunnen door het college voorwaarden worden gesteld;

    • e.

      de activiteiten en accommodaties moeten ook bijdragen aan duurzaamheid, om een breed maatschappelijk welzijn te waarborgen;

    • f.

      de accommodatie heeft een toekomstbestendig beheer en exploitatie en voldoet hiermee aan de vastgestelde gemeentelijke vereisten;

    • g.

      de vrije toegankelijkheid en de maatschappelijke toegevoegde waarde van de accommodatie zijn door de gemeente erkend en bij voorkeur vastgelegd in het gemeentelijk accommodatiebeleid, en

    • h.

      het maatschappelijk gebruik van voorzieningen gaat voor commercieel gebruik.

Artikel 4.5 Subsidie weigering subsidies voor accommodaties en huisvesting

  • 1. In aanvulling op het bepaalde in de ASV weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval, indien:

    • a.

      de accommodatie direct gekoppeld is aan een commercieel belang;

    • b.

      de accommodatie direct of indirect gekoppeld is aan een politieke en/of religieuze doelstelling;

    • c.

      de accommodatie niet gevestigd is in de gemeente Loon op Zand en dus niet ten goede komt aan de Loonse gemeenschap en/of haar inwoners;

    • d.

      niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het exploiteren van de accommodatie;

    • e.

      de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • f.

      de accommodatie niet aanvullend is op het bestaande aanbod binnen de gemeente Loon op Zand;

    • g.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat de organisatie financieel ongezond is kijkend naar onder andere liquiditeit, solvabiliteit, exploitatieresultaat, ontwikkeling van deze ratio’s in de tijd en de uitleg door de subsidieaanvrager over de financiële gezondheid;

    • h.

      uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen noodzakelijk is voor de uitvoering van de exploitatie;

    • i.

      de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van de accommodatie te dekken.

    • j.

      de accommodatie met diens activiteiten en diensten in de aanvraag niet in verhouding staan tot het bereik van de in de aanvraag opgenomen doelgroep;

    • k.

      er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan ook betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten of diensten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de weging komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben, of

    • l.

      het door het college vastgestelde subsidieplafond bereikt is.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid wordt de huisvestingssubsidie geweigerd indien:

    • a.

      de aanvrager geen inspanning heeft geleverd voor het zoeken naar een ruimte binnen de aangewezen maatschappelijke accommodaties met een exploitatiesubsidie;

    • b.

      er nog ruimte beschikbaar is binnen de aangewezen maatschappelijke accommodaties met een exploitatiesubsidie, en

    • c.

      het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan 50% van de totale huurkosten.

Hoofdstuk 5 Subsidieprocedure

Artikel 5.1 Subsidieaanvrager

Alleen rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen. De aanvraag moet worden ingediend door een bevoegde vertegenwoordiger van de rechtspersoon. Alleen voor de waarderingssubsidie voor amateurkunst kunnen ook individuele personen en groepen die niet-professioneel actief zijn in de kunstsector een subsidie aanvragen op grond van deze nadere subsidieregeling.

Artikel 5.2 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1. Subsidies worden aangevraagd via de gemeentelijke website middels het vastgestelde formulier als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.

  • 2. De aanvraag voor een subsidie omvat:

    • a.

      Een activiteitenplan;

    • b.

      Een begroting;

    • c.

      Een financieel overzicht, en

    • d.

      Indien van toepassing overige offertes.

  • 3. Indien u voor de eerste maal een subsidie indient bij de gemeente Loon op Zand, voegt u aan het aanvraagformulier de volgende bijlagen toe:

    • a.

      een exemplaar van de oprichtingsakte;

    • b.

      een overzicht van de bestuurssamenstelling;

    • c.

      de statuten;

    • d.

      het inhoudelijk jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar, en

    • e.

      een gelakt bankafschrift.

  • 4. Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen, tenzij anders aangegeven, te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te kunnen nemen.

  • 5. Een aanvraag kan door het college buitenbehandeling worden gesteld indien niet is voldaan aan de vereisten, als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid.

Artikel 5.3 Subsidieplafond

  • 1. Het totale en maximaal te verstrekken bedrag aan subsidies wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgesteld.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid bestaat dit vastgestelde bedrag in de gemeentebegroting uit subsidieplafonds voor waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties.

  • 3. In aanvulling op het tweede lid wordt het totale en maximale te verstrekken bedrag aan subsidies voor de jaarsubsidies, incidentele subsidies en indien van toepassing de garantiesubsidies vastgesteld binnen het subsidieplafond van de waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties.

  • 4. Binnen het subsidieplafond van de waarderingssubsidies wordt het totaal en maximale te verstrekken bedrag voor jaarsubsidies opgedeeld in de volgende sub-plafonds:

    • a.

      Amateurkunst;

    • b.

      Jeugd- en jongerenwerk;

    • c.

      Welzijn en inclusie;

    • d.

      Voorliggende voorzieningen.

  • 5. Binnen het subsidieplafond van de uitvoeringssubsidies wordt het totaal en maximale te verstrekken bedrag voor jaarsubsidies opgedeeld in de volgende sub-plafonds:

    • a.

      Jeugd- en jongerenwerk;

    • b.

      Welzijn en inclusie;

    • c.

      Voorliggende voorzieningen.

  • 6. Binnen het subsidieplafond van de subsidies voor accommodaties wordt het totaal en maximale te verstrekken bedrag voor jaarsubsidies opgedeeld in de volgende sub-plafonds:

    • a.

      Exploitatie;

    • b.

      Huisvestiging.

  • 7. Subsidies worden alleen toegekend voor zover het door het bestuursorgaan van Loon op Zand daartoe beschikbaar gestelde budget in de gemeentebegroting, toereikend is.

  • 8. Vanaf het moment dat in het lopende boekjaar het subsidieplafond of het sub-plafond van de betreffende subsidie is bereikt, worden aanvragen voor een subsidie op grond van deze regeling afgewezen.

  • 9. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder voorwaarde dat voldoende middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

Artikel 5.4 Wijze van aanvraag en looptijd

  • 1. Een jaarsubsidie wordt voor 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de activiteit betrekking heeft aangevraagd. De jaarsubsidie kan voor één of twee jaren worden aangevraagd.

  • 2. Een incidentele subsidie wordt uiterlijk twaalf weken voordat de activiteit plaatsvindt aangevraagd.

  • 3. Een garantiesubsidie wordt uiterlijk twaalf weken voordat de activiteit plaatsvindt aangevraagd.

Artikel 5.5 Wijze van verdeling en beoordeling

  • 1. Aanvragen voor incidentele subsidies en garantiesubsidies worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst, mits het aanvraagformulier, bedoeld in bijlage 1, volledig is ingevuld. De datum waarop de aanvraag volledig is geldt als de datum van binnenkomst.

  • 2. Aanvragen voor incidentele en garantiesubsidies worden niet meer in behandeling genomen op het moment dat het subsidieplafond of de sub-plafonds zijn bereikt.

  • 3. De subsidieverlening vindt plaats binnen acht weken na de bevestiging van ontvangst van de aanvraag.

  • 4. De subsidiebetaling van incidentele subsidies en garantiesubsidies vindt plaats binnen vier weken na collegebesluit.

  • 5. Aanvragen voor jaarsubsidies worden beoordeeld na de uiterste aanlevermogelijkheid op 1 mei.

  • 6. Indien het subsidieplafond voor jaarsubsidies wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond of sub-plafond is bereikt.

  • 7. Bij de rangschikking van de jaarsubsidies wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van het Beleidskader Sociaal Domein, een dekkend en divers aanbod van diensten en activiteiten binnen de gemeenschap, het bereiken van diverse doelgroepen, de prijs-kwaliteit verhouding, de impact van de voorgenomen activiteiten en diensten, en de toegevoegde waarde voor de gemeenschap.

  • 8. De subsidieverlening van de jaarsubsidies vindt plaats voor 31 december van het jaar waarop de volledige subsidieaanvraag is ingediend.

  • 9. De subsidiebetaling van de jaarsubsidies vindt plaats aan het begin van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 5.6 Wijze van verantwoording subsidie

  • 1. De wijze van verantwoording subsidies maakt onderscheid tussen subsidies tot €10.000 en vanaf €10.000.

  • 2. Indien een subsidie lager is dan €10.000 wordt bij verlening van de subsidie de subsidie direct vastgesteld. Dat kan voor één jaar zijn of een langere periode. Het college behoudt zich echter het recht om:

    • a.

      in de desbetreffende subsidiebeschikking voorwaarden op te nemen wat betreft de verantwoordingsplicht van de subsidie;

    • b.

      te allen tijde terugkoppeling van de activiteiten (en bijbehorend resultaat), jaarstukken en andere financiële gegevens op te vragen, en

    • c.

      steekproefsgewijs te controleren op de naleving van subsidieverplichtingen.

  • 3. Indien een subsidie gelijk of hoger is dan €10.000 worden aan de subsidieafspraken prestatieafspraken gekoppeld. De subsidieaanvrager verantwoordt de subsidie door middel van een inhoudelijk jaarverslag en een jaarrekening. De subsidie wordt na de verantwoording door het college vastgesteld. Bij een vaststelling wordt ook de vermogens- en reservepositie van de desbetreffende vereniging, stichting of organisatie betrokken.

  • 4. In aanvulling op het derde lid is dit een jaarlijkse procedure, ook wanneer de subsidieaanvraag is ingediend voor meerdere jaren.

Artikel 5.7 Stimulerings- en steunfonds

  • 1. Jaarlijks stelt de gemeente een budget van €15.000 beschikbaar om de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen flexibeler te maken. Met dit bedrag kan er ingespeeld worden op ontwikkelingen die niet meegenomen kunnen worden in de begroting en bestaande subsidieplafonds. Met dat budget kan:

    • a.

      een vereniging of stichting die tijdelijk in het nauw zit, onder bepaalde voorwaarden, ondersteund worden;

    • b.

      een structureel nieuw (inwoner)initiatief, dat aansluit bij de gemeentelijke beleidsdoelen, gehonoreerd worden. Dit betekent dat, indien een initiatief voldoet aan de voorwaarden maar er bij andere beleidsterreinen geen financiële ruimte is, de aanvrager aanspraak kan maken op dit extra budget, of

    • c.

      en vereniging of stichting die in de toekomst niet meer in aanmerking komt voor welzijnssubsidie, maar mogelijkerwijs wel voor een andere gemeentelijke subsidie in aanmerking komt, ondersteunt en overeind gehouden worden. Waar nodig faciliteert en ondersteunt de gemeente de vereniging of stichting hierbij.

Artikel 5.8 Indexering

  • 1. Waarderingssubsidies, exploitatiesubsidies en uitvoeringsubsidies kunnen jaarlijks geïndexeerd worden conform het door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gepubliceerde jaargemiddelde van de Consument Prijs Index van het voorgaande kalenderjaar, indien hier noodzaak toe is.

  • 2. Een vereniging, stichting of organisatie is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van indexatie als hiertoe noodzaak is, deze wordt niet automatisch toegekend. Deze noodzaak moet uit de begroting blijken.

Artikel 5.9 Vermogens- en reserve positie

  • 1. Bij een subsidieaanvraag staat het aangevraagde bedrag in verhouding tot de vermogens- en reservepositie van de betreffende organisatie. Jaarlijks kan maximaal 10% van het ontvangen subsidiebedrag als reserve worden aangehouden.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid kan het college conform de Algemene subsidieverordening limieten stellen aan zowel de hoogte als de termijn van de besteding van de gevormde reserves. Hierbij wordt rekening gehouden met de materiële investeringen en aanschaf van duurzame gebruiksgoederen die voor een vereniging of stichting noodzakelijk zijn met betrekking tot de te organiseren activiteit.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 6.1 Hardheidsclausule

Het college kan een of meer bepalingen van deze subsidieverordening in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepaling te dienen doelen.

Artikel 6.2 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze nadere subsidieregeling treedt in werking de dag na bekendmaking, met terugwerkende kracht tot 01/01/2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand van 27 januari 2026.

Kaatsheuvel,

Het college van burgemeester en wethouders,

de gemeentesecretaris,

C.A. de Haas

de burgemeester,

D.S.C. Jansen

Bijlage 1 behorende bij artikel 5.2, eerste lid van de Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen gemeente Loon op Zand

Aanvraagformulier sterke gemeenschappen

UW BEDRIJFSGEGEVENS

Handelsnaam

KvK nummer

Vestigingsadres

Adresgegevens:

Correspondentieadres

Adresgegevens:

Contactgegevens algemeen

Telefoonnummer:

Emailadres:

CONTACTPERSOON

Voorletter(s)

Tussenvoegsel

Achternaam

Telefoonnummer

E-mailadres

Functie contactpersoon

ORGANISATIEGEGEVENS

Naam organisatie

Bezit uw organisatie volledige rechtsbevoegdheid?

AANVRAGEN OF VASTSTELLEN

Wilt u een subsidie aanvragen of een verzoek om vaststelling indienen?

  • Subsidieaanvraag

  • Verzoek om vaststelling van subsidie over het jaar ........

Vraagt uw organisatie voor het eerst een subsidie aan?

Zo ja, dan voegt u aan het aanvraagformulier de volgende bijlagen toe

  • een exemplaar van de oprichtingsakte;

  • een overzicht van de bestuurssamenstelling;

  • de statuten;

  • het inhoudelijk jaarverslag en de jaarrekening van het voorgaande jaar, en

  • een gelakt bankafschrift.

SUBSIDIE AANVRAGEN

Welke subsidie wilt u aanvragen?

  • Waarderingssubsidie

  • Uitvoeringssubsidie

  • Subsidie voor een accommodatie

Welke soort subsidie wilt u aanvragen?

  • Jaarsubsidie

  • Incidentele subsidie

  • Garantiesubsidie*

    *De garantiesubsidie is enkel van toepassing indien u hierboven hebt aangegeven in aanmerking te willen komen voor een waarderingssubsidie.

Welk thema is van toepassing?

  • Amateurkunst

  • Jeugd- en jongerenwerk

  • Welzijn en inclusie

  • Voorliggende voorzieningen

  • Exploitatie

  • Huisvesting

  • Anders, namelijk …

Kruis minimaal één doelstelling aan waaraan de activiteit bijdraagt:

  • Hulp bij het maken van keuzes en het voeren van regie.

  • Draagt bij aan beter welzijn en hogere kwaliteit van leven.

  • Meedoen in de samenleving en vergroot de betrokkenheid

  • Versterkt sociale contacten, zodat mensen elkaar makkelijker kunnen ondersteunen, zodat mensen elkaar makkelijker kunnen ondersteunen.

  • Stimuleert gezond en zelfstandig gedrag en draagt bij aan meer inclusie.

  • Zorgt voor positieve ontwikkeling en versterking van de gemeenschap of doelgroep.

  • Vergroot de beschikbaarheid van gedeelde voorzieningen en diensten, waardoor meer inwoners toegang krijgen tot collectieve hulpbronnen die de gemeenschap ondersteunen.

  • Verbindt kwetsbare inwoners, organisaties en verenigingen met elkaar en draagt bij aan het versterken van sociale samenhang, solidariteit en gemeenschapszin.

Aanvraag subsidie voor het jaar:

BANKGEGEVENS

IBAN Bankrekeningnummer

Ten name van

GEVRAAGD SUBSIDIEBEDRAG

Gevraagd subsidiebedrag Subsidiebedragen tot 10.000, - worden direct vastgesteld

BIJLAGEN

Upload hier het activiteitenplan:

Upload hier de begroting:

Upload hier het financieel overzicht:

Upload hier offerte(s) indien van toepassing:

Toelichting

De gemeente Loon op Zand heeft een rijk welzijnslandschap, waarin verenigingen, stichtingen, maatschappelijke organisaties en uitvoeringspartners een belangrijke rol spelen. Zij dragen bij aan verbinding, gezondheid, participatie en leefbaarheid. De Nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen is een middel om dit te ondersteunen, met het verstrekken van subsidies maakt de gemeente het mogelijk dat organisaties activiteiten kunnen blijven aanbieden die bijdragen aan de kwaliteit van leven van inwoners.

De visie 'In de buurt/ Aan de buurt' en de Verdiepende Visie Sterke Gemeenschap 2025-2030 vormen de basis voor deze regeling. Deze documenten benadrukken het vertrouwen in de kracht van inwoners en gemeenschappen, en laten zien dat een sterke sociale basis essentieel is om problemen vroeg te signaleren en ondersteuning toegankelijk te houden. Subsidies worden daarom steeds meer ingezet om maatschappelijke effecten te bereiken, zoals het vergroten van zelfredzaamheid, het versterken van sociale netwerken en het voorkomen van specialistische hulp. Deze regeling sluit aan op het Beleidskader Sociaal Domein, waarin is vastgelegd dat de gemeente vooral inzet op het versterken van de sociale basis en het bieden van lichte ondersteuning. De subsidies die binnen deze nadere subsidieregeling sterke gemeenschappen vallen, richten zich daarom op trede 1 en 2 van de tredestructuur. Dit zijn de niveaus waar inwoners elkaar ontmoeten, waar verenigingen en lokale organisaties activiteiten aanbieden en waar laagdrempelige ondersteuning beschikbaar is. Door juist in deze treden te investeren, versterken we de veerkracht van onze gemeenschap en voorkomen we dat inwoners zwaardere vormen van hulp nodig hebben.

Binnen deze regeling worden verschillende soorten subsidies verstrekt. Waarderingssubsidies ondersteunen amateurkunst, activiteiten voor kinderen en jongeren in kwetsbare situaties, initiatieven voor kwetsbare inwoners en laagdrempelige voorzieningen die helpen om zwaardere hulp te voorkomen. Voor professionele organisaties waarmee prestatieafspraken worden gemaakt zijn er uitvoeringssubsidies. Deze organisaties richten zich op ondersteuning van jeugd, kwetsbare inwoners en algemene voorzieningen die bijdragen aan het voorkomen van specialistische zorg. Daarnaast zijn er voor accommodaties exploitatiesubsidies, bedoeld om belangrijke voorzieningen toegankelijk en betaalbaar te houden en huisvestingssubsidies voor verenigingen en stichtingen die geen geschikte ruimte kunnen vinden binnen de beschikbare accommodaties.

Met deze nadere subsidieregeling zorgt de gemeente Loon op Zand ervoor dat inwoners kansen hebben om mee te doen, elkaar te ontmoeten en tijdig ondersteuning te vinden. Hiermee kan de gemeente gerichte maatschappelijke resultaten behalen. Tegelijkertijd helpt het om zwaardere vormen van hulp te voorkomen, waardoor het sociaal domein als geheel duurzaam en toekomstbestendig blijft.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.1

In dit artikel worden de begrippen uitgelegd die niet eerder uitgelegd zijn in de ASV. De begrippen spreken voor zich.

Artikel 1.2

Deze subsidie is bedoeld om inwoners sterker en zelfstandiger te maken door hun eigen regie te vergroten, hun kwaliteit van leven te verbeteren, mee te kunnen doen in de samenleving te stimuleren en sociale verbindingen te versterken. Daarnaast ook om positief gedrag en zelfredzaamheid te bevorderen, buurtinitiatieven te ondersteunen en algemene, preventieve hulp voor iedereen toegankelijker te maken.

Artikel 2.1

Het eerste lid geeft aan voor wie de waarderingssubsidies bedoeld zijn. Het gaat hier om amateurkunst, kwetsbare kinderen en jongeren, ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners, inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking, en inwoners die gebruik willen maken van voorzieningen in de gemeenschap.

In het tweede lid wordt aangegeven wat de doelen zijn van amateurkunst subsidies. Deze subsidies worden ingezet om kinderen meer te laten meedoen aan kunst en hen te helpen beter te worden in hun talenten. Ook wordt hiermee geholpen om inwoners in buurten meer samen te brengen en samen te werken tussen amateurkunstenaars en professionele organisaties.

Het derde lid ziet op de doelen voor kwetsbare kinderen en jongeren. Deze subsidies worden ingezet om toegankelijke plekken te creëren waar kinderen en jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding hebben, hun talenten ontwikkelen en sociale vaardigheden versterken. Ook wordt hen aangemoedigd om mee te denken over zaken die hen aangaan.

Het vierde lid gaat over welzijn en inclusie. Het betreft de inwoners ouder dan 65 jaar, kwetsbare inwoners en inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking. Het doel hierbij is om een zelfstandig, actief en betekenisvol leven te bevorderen, waarbij ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving centraal staan. Dit wordt ondersteund door initiatieven die welzijn, vitaliteit, informele zorg en mantelzorg stimuleren, evenals het vergroten van zelfredzaamheid en toegankelijkheid van voorzieningen.

Het vijfde lid geeft aan dat de subsidie bedoeld is voor een activiteit bij een voorliggende voorzieningen om hiermee te voorkomen dat inwoners later zwaardere hulp nodig hebben en om hun zelfstandigheid en sociale netwerk te versterken. Ook helpt de subsidie om initiatieven mogelijk te maken die zorgen voor inclusie, vroeg signalering, preventie en ervoor dat hulp in de wijk makkelijker te vinden is.

Artikel 2.2

Dit artikel geeft aan dat er drie soorten waarderingssubsidies zijn. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden. Een garantiesubsidie wordt afgegeven wanneer er tegen onvoorziene omstandigheden aangelopen wordt.

Artikel 2.3

Dit artikel geeft aan dat activiteiten alleen subsidie krijgen als ze aansluiten op het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030, maatschappelijke impact hebben en de activiteiten plaatsvinden en bijdragen aan één van de kernen van de gemeente. Een subsidie heeft maatschappelijke impact wanneer het iets oplevert voor de samenleving, zoals meer eigen regie, beter welzijn, meer meedoen, sterkere sociale netwerken en positief, zelfstandig gedrag. Ook heeft een subsidie maatschappelijke impact als het bijdraagt aan een hechtere gemeenschap, betere toegang tot voorzieningen en het verbinden van kwetsbare inwoners en organisaties.

Artikel 2.4

Wanneer een vereniging of stichting een waarderingssubsidie wil ontvangen, laat zij zien dat zij maatschappelijke activiteiten organiseert die belangrijk zijn voor de lokale gemeenschap en die inwoners niet volledig op eigen kracht kunnen uitvoeren. Binnen de gekozen doelgroep moeten de activiteiten toegankelijk zijn voor iedereen, ongeacht achtergrond, opleiding, geloofsuiting, geaardheid of beperking. De subsidie is bedoeld als aanvullende steun. De vereniging of stichting blijft altijd zelf verantwoordelijk voor haar voortbestaan en moet daarom minimaal de helft van de kosten zelf bekostigen of via sponsoring regelen. De gemeente kan hooguit de andere helft bijdragen.

Artikel 2.5

Een subsidie wordt door de gemeente niet toegekend wanneer duidelijk is dat de aangevraagde activiteit niet past bij het doel van subsidies of geen meerwaarde heeft voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt geen subsidie gegeven voor activiteiten met een commercieel, politiek of religieus doel, voor activiteiten die buiten de gemeente plaatsvinden of wanneer niet wordt aangetoond dat de bijdrage echt nodig is. Ook wordt de subsidie geweigerd als de activiteit al voldoende wordt aangeboden in de gemeente, als de kosten hoger zijn dan noodzakelijk, of als de aanvrager de activiteit ook zonder subsidie kan betalen. Verder moet de activiteit passen bij de doelgroep waarvoor ze bedoeld is, en wordt geen subsidie verstrekt wanneer het jaarlijkse subsidieplafond is bereikt of wanneer de aanvraag niet voldoet aan de gestelde regels. Voor het weigeren van de subsidie hoeft maar één van de weigeringsgronden van toepassing te zijn.

Artikel 3.1

Het eerste lid geeft aan voor wie de uitvoeringssubsidies bedoeld zijn. Het gaat hier om kwetsbare kinderen en jongeren, ouderen vanaf 65 jaar, kwetsbare inwoners, inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking, en inwoners die gebruik willen maken van voorzieningen in de gemeenschap. Uitvoeringssubsidies kunnen worden aangevraagd door professionele partijen. Professionele partijen zijn partijen die met betaalde en deskundige medewerkers diensten leveren op basis van vaste kwaliteitseisen, methodische werkwijzen en gespecialiseerde expertise. Voor het aanvragen van een uitvoeringssubsidie worden prestatieafspraken opgesteld. De prestatieafspraken zijn opgenomen in artikel 5.5, derde lid van deze regeling.

Het tweede lid ziet op de doelen voor kwetsbare kinderen en jongeren. Deze subsidies worden ingezet om toegankelijke plekken te creëren waar kinderen en jongeren zinvolle vrijetijdsbesteding hebben, hun talenten ontwikkelen en sociale vaardigheden versterken. Ook wordt hen aangemoedigd om mee te denken over zaken die hen aangaan.

Het derde lid gaat over welzijn en inclusie. Het betreft de inwoners ouder dan 65 jaar, kwetsbare inwoners en inwoners met een verstandelijke, lichamelijke of psychische beperking. Het doel hierbij is om een zelfstandig, actief en betekenisvol leven te bevorderen, waarbij ontmoeting, inclusie en deelname aan de samenleving centraal staan. Dit wordt ondersteund door initiatieven die welzijn, vitaliteit, informele zorg en mantelzorg stimuleren, evenals het vergroten van zelfredzaamheid en toegankelijkheid van voorzieningen.

Het vierde lid geeft aan dat de subsidie bedoeld is voor een activiteit bij een voorliggende voorzieningen om hiermee te voorkomen dat inwoners later zwaardere hulp nodig hebben en om hun zelfstandigheid en sociale netwerk te versterken. Ook helpt de subsidie om initiatieven mogelijk te maken die zorgen voor inclusie, vroeg signalering, preventie en ervoor dat hulp in de wijk makkelijker te vinden is.

Artikel 3.2

Dit artikel geeft aan dat er twee soorten uitvoeringssubsidies zijn. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden.

Artikel 3.3

Dit artikel geeft aan dat activiteiten alleen subsidie krijgen als ze aansluiten op het Beleidskader Sociaal Domein 2025-2030, maatschappelijke impact hebben en de activiteiten plaatsvinden en bijdragen aan één van de kernen van de gemeente. Een subsidie heeft maatschappelijke impact wanneer het iets oplevert voor de samenleving, zoals meer eigen regie, beter welzijn, meer meedoen, sterkere sociale netwerken en positief, zelfstandig gedrag. Ook heeft een subsidie maatschappelijke impact als het bijdraagt aan een hechtere gemeenschap, betere toegang tot voorzieningen en het verbinden van kwetsbare inwoners en organisaties.

Artikel 3.4

Wanneer een organisatie een uitvoeringssubsidie wil ontvangen, toont zij aan dat zij professioneel opereert en activiteiten aanbiedt die daadwerkelijk aansluiten bij de behoeften van de lokale gemeenschap en die inwoners niet volledig op eigen kracht kunnen realiseren. De organisatie dient binnen de gekozen doelgroep toegankelijk te zijn voor iedereen, ongeacht achtergrond, geloof, geaardheid, opleiding of beperking. De subsidie is bedoeld als ondersteuning. Dit betekent dat de organisatie zelf verantwoordelijk blijft voor haar voortbestaan.

Artikel 3.5

De gemeente kent een subsidie niet toe wanneer duidelijk is dat de aangevraagde activiteiten of diensten niet passen bij het doel van de regeling of geen meerwaarde bieden voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt er geen subsidie verstrekt voor activiteiten met een commercieel, politiek of religieus doel, of voor activiteiten die buiten de gemeente plaatsvinden. Ook moet de noodzaak van de subsidie overtuigend worden aangetoond en moet de aanvraag voldoen aan alle gestelde regels. Verder wordt een aanvraag afgewezen als de activiteiten al voldoende beschikbaar zijn in de gemeente, als de organisatie financieel ongezond is of als het gevraagde bedrag hoger is dan nodig. Wanneer de aanvrager de activiteiten ook zonder subsidie kan betalen, wanneer het aanbod niet past bij de doelgroep of wanneer er al genoeg vergelijkbare activiteiten worden gesubsidieerd, wordt de aanvraag eveneens geweigerd. Tot slot kan de gemeente geen subsidie geven als het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Voor het weigeren van de subsidie hoeft maar één van de weigeringsgronden van toepassing te zijn.

Artikel 4.1

In dit artikel lees je waarvoor exploitatiesubsidies en huisvestingssubsidies bedoeld zijn, en voor welke organisaties ze beschikbaar zijn. Het legt uit dat exploitatiesubsidies helpen om maatschappelijke voorzieningen toegankelijk te houden, terwijl huisvestingssubsidies bedoeld zijn voor verenigingen die geen plek vinden in bestaande accommodaties. Ook staat erin dat organisaties elk jaar moeten nagaan of er wél ruimte beschikbaar is en dat de huisvestingssubsidie maximaal 50% van de huur vergoedt.

Artikel 4.2

Dit artikel geeft aan dat er twee soorten subsidies zijn voor accommodaties en huisvesting. Een jaarsubsidie kan jaarlijks worden aangevraagd voor activiteiten en diensten die terugkeren. Met een incidentele subsidie kan een activiteit of dienst die niet jaarlijks terugkomt bekostigd worden.

Artikel 4.3

Een subsidie voor accommodaties kan alleen verkregen worden wanneer de accommodatie past binnen het gemeentelijke beleid en daadwerkelijk iets betekent voor de gemeenschap in De Moer, Kaatsheuvel of Loon op Zand. Daarnaast moet de locatie op zoveel mogelijk manieren worden gebruikt en vooral activiteiten bieden die bijdragen aan ontmoeting en ontspanning, ontwikkeling of ondersteuning van inwoners.

Artikel 4.4

Een accommodatie kan alleen een exploitatiesubsidie krijgen wanneer de activiteiten die daar plaatsvinden geen commercieel doel hebben en worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners. De locatie en de activiteiten moeten voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn, en andere verenigingen en stichtingen moeten er tegen redelijke tarieven gebruik van kunnen maken. De accommodatie moet bovendien duurzaam en toekomstbestendig worden beheerd, en op meerdere manieren worden gebruikt, zodat er verschillende activiteiten kunnen plaatsvinden. Tot slot moet de gemeente erkennen dat de locatie echt iets toevoegt aan de samenleving, en geldt dat maatschappelijke activiteiten altijd voorrang hebben boven commercieel gebruik.

Een organisatie kan alleen een huisvestingssubsidie krijgen wanneer zij kan laten zien dat er binnen de aangewezen maatschappelijke accommodaties geen geschikte ruimte beschikbaar is. De subsidie mag bovendien niet meer dan de helft van de huurkosten bedragen. De activiteiten die in de gehuurde ruimte plaatsvinden mogen geen commercieel doel hebben en moeten worden georganiseerd door verenigingen, maatschappelijke organisaties of inwoners, en voor iedereen betaalbaar en toegankelijk zijn. Ook moet de accommodatie op een duurzame en toekomstbestendige manier worden beheerd en voldoen aan de gemeentelijke eisen. Daarnaast moet de gemeente de maatschappelijke waarde en open toegankelijkheid van de locatie erkennen, en geldt dat maatschappelijk gebruik altijd voorrang heeft op commercieel gebruik.

Artikel 4.5

Uit het eerste lid volgt dat de gemeente geen subsidie voor accommodatie geeft wanneer duidelijk is dat de accommodatie of de aanvraag niet past bij het doel van de regeling of geen meerwaarde heeft voor de inwoners van Loon op Zand. Zo wordt geen subsidie verstrekt als de accommodatie commerciële, politieke of religieuze belangen dient, of als zij buiten de gemeente ligt. Ook moet worden aangetoond dat de subsidie echt nodig is en dat de aanvraag voldoet aan alle regels. Daarnaast wordt een aanvraag afgewezen wanneer de accommodatie geen aanvulling vormt op het bestaande aanbod, wanneer de organisatie financieel ongezond is of wanneer het gevraagde bedrag hoger is dan nodig. Als de aanvrager de kosten ook zonder subsidie kan dragen, de activiteiten niet passen bij de doelgroep, of wanneer er al voldoende vergelijkbare voorzieningen zijn, wordt de subsidie eveneens geweigerd. Tot slot kan de gemeente geen subsidie geven als het subsidieplafond al is bereikt.

In het tweede lid zijn drie extra weigeringsgronden toegepast die aanvullend van toepassing zijn op de huisvestingssubsidies. Hierbij wordt aangegeven dat er geen huisvestingssubsidie wordt verstrekt indien de aanvrager niet actief heeft gezocht naar een ruimte binnen de bestaande maatschappelijke accommodaties, er nog ruimte beschikbaar is binnen deze bestaande accommodaties en wanneer het aangevraagde subsidiebedrag hoger ligt dan 50% van de totale huurkosten.

Als één van de aangehaalde zaken in artikel 4.5 van deze nadere subsidieregeling of weigeringsgronden vanuit de ASV van toepassing is, zal de subsidieaanvraag geweigerd worden.

Artikel 5.1

Een rechtspersoon is een juridische benaming voor een organisatie die rechts- en handelingsbevoegdheid heeft. Een rechtspersoon kan bijvoorbeeld een bedrijf, vereniging of stichting zijn.

Artikel 5.2

Subsidies worden aangevraagd via het formulier op de gemeentelijke website. Dit aanvraagformulier is terug te vinden in bijlage 1 bij deze regeling en is hiermee vastgesteld. Bij de aanvraag levert de aanvrager een activiteitenplan, een begroting, een financieel overzicht en indien nodig andere offertes aan. Voor verenigingen, stichtingen of organisaties die voor het eerst een subsidie aanvragen, worden ook extra documenten gevraagd, zoals de oprichtingsakte, een overzicht van het bestuur, de statuten, het inhoudelijk jaarverslag en de jaarrekening van het vorige jaar, en een recent bankafschrift. Op het gelakte bankafschrift moet zichtbaar zijn de tenaamstelling en het banknummer, de overige informatie mag weggelaten worden. Dit is nodig om te controleren dat het opgegeven banknummer juist is. Het college kan vragen om aanvullende uitleg. Hierop wordt een reactie verwacht binnen vijf werkdagen, tenzij anders aangegeven. Als de gevraagde informatie niet wordt verstrekt, wordt de aanvraag beoordeeld zonder deze antwoorden. Een aanvraag kan worden afgewezen of buiten behandeling worden gelaten als niet aan de genoemde vereisten wordt voldaan.

Artikel 5.3

Het totale bedrag dat jaarlijks aan subsidies beschikbaar is, wordt vastgesteld in de gemeentebegroting. In de gemeentebegroting wordt het totale bedrag verdeeld over waarderingssubsidies, uitvoeringssubsidies en subsidies voor accommodaties. Binnen de subsidie wordt er aangegeven welk bedrag er beschikbaar is voor jaarsubsidies, incidentele subsidies en, in het geval van waarderingssubsidies, garantiesubsidies. De jaarsubsidies kennen nog sub-plafonds. De sub-plafonds geven aan hoeveel er jaarlijks beschikbaar is voor dat thema binnen de betrokken subsidie. Subsidies worden alleen toegekend zolang er binnen het beschikbare budget voldoende middelen zijn. Zodra het plafond of sub-plafond in het lopende jaar is bereikt, worden nieuwe aanvragen afgewezen. Voor aanvragen die vallen onder een nog niet vastgestelde begroting geldt dat de subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat er voldoende middelen in de begroting beschikbaar komen.

Artikel 5.4

Een jaarsubsidie moet worden aangevraagd vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de activiteiten betrekking hebben, en kan voor één of twee jaar tegelijk worden aangevraagd. Voor een incidentele subsidie of een garantiesubsidie geldt dat de aanvraag uiterlijk twaalf weken vóór de geplande activiteit moet worden ingediend.

Artikel 5.5

Aanvragen voor incidentele subsidies en garantiesubsidies worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij alleen volledig ingevulde formulieren meetellen; de datum waarop het formulier compleet is, geldt als de datum van binnenkomst. Zodra het subsidieplafond of sub-plafonds zijn bereikt, worden nieuwe aanvragen niet meer in behandeling genomen. De toekenning van deze subsidies vindt binnen vier weken na het besluit van het college plaats.

Aanvragen voor jaarsubsidies worden pas beoordeeld nadat de uiterste aanleverdatum op 1 mei is verstreken. Als het subsidieplafond voor jaarsubsidies bereikt wordt, wordt het beschikbare budget verdeeld volgens de rangschikking die het college opstelt, tot het plafond is bereikt. Bij deze rangschikking wordt gekeken naar het gemeentelijk beleid, een gevarieerd aanbod van diensten en activiteiten, het bereiken van verschillende doelgroepen, prijs-kwaliteitverhouding, impact van de activiteiten en de toegevoegde waarde voor de gemeenschap. De toekenning van jaarsubsidies vindt plaats aan het begin van het betreffende kalenderjaar.

Artikel 5.6

In het eerste lid staat dat er twee manieren zijn om subsidies te verantwoorden. De eerste manier wordt aangehaald in het tweede lid. Hierin is aangegeven dat subsidies onder de €10.000 meteen worden vastgesteld, maar dat de gemeente alsnog voorwaarden mag stellen, informatie mag opvragen en steekproeven mag doen. De tweede manier komt naar voren in het derde lid. Uit het derde lid volgt dat subsidies vanaf €10.000 pas worden vastgesteld nadat de organisatie een jaarrekening en verslag heeft ingeleverd, en dat de gemeente hierbij ook kijkt naar de financiële reserves. Het vierde lid vult hierop aan dat de manier van verantwoorden ieder jaar opnieuw plaatsvindt. Dit is ook het geval als de subsidie voor meerdere jaren tegelijk is aangevraagd.

Artikel 5.7

De gemeente houdt elk jaar €15.000 apart om flexibel te kunnen inspelen op situaties die niet in de gewone subsidiepot passen. Dit geld kan worden gebruikt om een vereniging tijdelijk te helpen, een nieuw initiatief te steunen dat bij het gemeentelijk beleid past, of een organisatie te ondersteunen die moet overstappen naar een andere gemeentelijke subsidie.

Artikel 5.8

Uit dit artikel volgt dat subsidies kunnen worden verhoogd als de prijzen zijn gestegen op basis van de gemiddelde Consumenten Prijs Index van het jaar ervoor. Organisaties moeten deze indexatie wel zelf aanvragen én kunnen laten zien in hun begroting dat de verhoging nodig is.

Artikel 5.9

Bij een waarderingssubsidie moet het aangevraagde bedrag passen bij de financiële situatie van de vereniging of stichting, en mag maximaal 10% als reserve worden aangehouden. Het college kan regels stellen over hoe hoog deze reserves mogen zijn en hoe lang ze mogen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor noodzakelijke investeringen of duurzame spullen voor de activiteiten.

Artikel 6.1

In dit artikel wordt aangegeven dat het college een uitzondering mag maken op eisen die benoemd zijn binnen deze nadere subsidieregeling, wanneer de gevolgen voor de subsidieaanvrager niet in verhouding zijn als dit toegepast zou worden. De strakke handhaving van de regels zouden op dat moment het doel van de nadere subsidieregeling voorbijgaan.

Artikel 6.2

De nadere subsidieregeling wordt met terugwerkende kracht vastgesteld. Dit betekent dat de nadere subsidieregeling betrekking heeft op alle subsidieaanvragen vanaf 1 januari 2026, ondanks dat het college op een later moment dan 1 januari de nadere subsidieregeling vaststelt.