Verordening rechtspositie Staten- en burgerleden provincie Flevoland 2026

Geldend van 28-02-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening rechtspositie Staten- en burgerleden provincie Flevoland 2026

Provinciale Staten van de Provincie Flevoland

Gelet op artikelen 94 en 143 Provinciewet, de artikelen 2:1.1 lid 4, 2:1.3 lid 1. 2:1.4 lid 1, 2:1.9 lid 1, 2:3.3 lid 2, 2:3.5, 2:4.2 en 2:4.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de artikelen 2.1 lid 5 en 2.6 lid 5 van de Regeling rechtspositie decentrale ambtsdragers.

Besluiten vast te stellen de Verordening rechtspositie Staten- en burgerleden provincie Flevoland 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Besluit: het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

  • b.

    Regeling: de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers;

  • c.

    Burgerlid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81, en 82 van de Provinciewet, die niet tevens statenlid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;

  • d.

    Statenlid: lid van Provinciale Staten.

Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor Statenleden

Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden

De vergoeding voor werkzaamheden en de tegemoetkoming in de kosten van een lid van Provinciale Staten zijn overeenkomstig de vergoedingen als genoemd in artikel 2.1.1, artikel 2.1.6 en artikel 2.1.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Artikel 3 Toelage lid onderzoekscommissie

  • 1. Het Statenlid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 151a, derde lid, van de Provinciewet, ontvangt per jaar voor het lidmaatschap een toelage die overeenkomt met ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, genoemd in artikel 2:1.1, eerste lid, van het Besluit.

  • 2. Indien de commissaris van de Koning de duur van de activiteiten voor de onderzoekscommissie niet op een heel kalenderjaar vaststelt, wordt omvang van de toelage naar rato aangepast.

Artikel 4 Toelage lid bijzondere commissie

  • 1. Het Statenlid dat lid is van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 1 van het Besluit, ontvangt per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage van € 153,33 per maand.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de commissaris van de Koning de duur van de activiteiten vast.

Artikel 5 Toelage fractievoorzitter

Een fractievoorzitter ontvangt een toelage overeenkomstig artikel 2.1.5 van het Besluit.

Artikel 6 Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden

Jaarlijks ontvangt het Statenlid een bedrag gelijk aan de vergoeding van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, van het besluit, voor één maand, om voorzieningen te kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.

Hoofdstuk 3 Voorzieningen voor Burgerleden

Artikel 7 Vergoeding voor deelnemen aan commissies

  • 1. Een burgerlid ontvangt een vergoeding als bedoeld in artikel 2.4.1, eerste lid van het Besluit, voor deelname aan een commissie als bedoeld in de artikelen 80, 81 en 82 van de Provinciewet waarin het burgerlid is benoemd, tenzij bij instellingbesluit van de commissie anders is bepaald.

  • 2. Vergoeding wordt uitgekeerd op grond van de presentielijst van de commissie zoals bijgehouden door de griffie.

Hoofdstuk 4 Gemeenschappelijke voorzieningen

Artikel 8 Vergoeding kosten scholing

  • 1. De kosten van deelname door een Staten- of burgerlid aan een niet-partijpolitiek georiënteerde cursus, congres of seminar dat door of vanwege de provincie wordt aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de provincie. Het betreft uitsluitend scholing in verband met de vervulling van de functie van Staten- of burgerlid. Scholing in het partijpolitieke gedachtengoed van een politieke partij komt niet voor vergoeding in aanmerking.

  • 2. Het Staten- of burgerlid dat wil deelnemen aan een niet-partij politiek georiënteerde cursus, congres, seminar of symposium, dat niet door of vanwege de provincie wordt aangeboden of verzorgd en de kosten hiervan wil declareren, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in door tussenkomst van de fractievoorzitter. Het betreft uitsluitend scholing in verband met de vervulling van de functie van Staten- of burgerlid. Scholing in het partijpolitieke gedachtengoed van een politieke partij komt niet voor vergoeding in aanmerking.

  • 3. Indien niet-partijpolitieke scholing plaats vindt ten behoeve van het functioneren van de fractie als geheel, dient deze scholing gefinancierd te worden uit het fractiebudget, op grond van de Verordening Fractievergoeding provincie Flevoland.

  • 4. De aanvraag bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

  • 5. Voor vergoeding komen in aanmerking de kosten van deelname alsmede de reis- en verblijfskosten.

  • 6. De commissaris van de Koning en de griffier van Provinciale Staten besluiten over de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraag.

Artikel 9 Informatie- en communicatievoorzieningen

Gedeputeerde Staten stellen ten laste van de provincie aan een Staten- of burgerlid voor de duur van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Hiertoe ondertekent het staten- of burgerlid een door Gedeputeerde Staten opgestelde bruikleenovereenkomst. Na beëindiging van het ambt of de functie, is overname van genoemde voorzieningen niet toegestaan.

Artikel 10 Parkeerfaciliteiten

Het Staten- of burgerlid kan gebruik maken van het parkeerterrein van de provincie op momenten dat hij uit hoofde van zijn functie aanwezig moet zijn in het provinciehuis.

Artikel 11 Reiskostenvergoeding

  • 1. Op grond van de door de griffie bijgehouden presentielijsten ontvangen Staten- en burgerleden reiskostenvergoeding als bedoeld in artikel 2.1.7 en 2.4.3 van het Besluit.

  • 2. Presentielijsten als bedoeld in lid 1 worden bijgehouden voor Statenacademies, vergaderingen van commissies, vergaderingen van Provinciale Staten en door de griffie georganiseerde werkbezoeken op commissiedagen.

  • 3. Reiskosten gemaakt door Staten,- en burgerleden voor uitoefening van de functie als bedoeld in artikel 2.1.7 lid 1 sub b en 2.4.3 lid 1 sub b van het Besluit, anders dan genoemd in lid 1, worden op declaratiebasis vergoed.

Hoofdstuk 5 De procedure van declaratie en betaling

Artikel 12 Declaratie en betaling

  • 1. Het Staten- of burgerlid draagt ten behoeve van het vergoeden van kosten, als genoemd in artikel 8 lid 2 en artikel 11 lid 3, zorg voor spoedige declaratie binnen het betreffende kalenderjaar.

  • 2. Staten- en burgerleden kunnen op de door de griffie aangegeven wijze de te vergoeden kosten declareren. De griffier of een door hem aangewezen ambtenaar behoudt zich het recht voor een declaratie al dan niet te fiatteren c.q. te wijzigen.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 13 Intrekking eerdere verordening

De Verordening rechtspositie Staten- en commissieleden provincie Flevoland 2019 wordt ingetrokken op het moment dat de nieuwe verordening in werking treedt.

Artikel 14 Inwerkingtreden

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na datum van publicatie in het Provinciaal blad.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening rechtspositie Staten- en burgerleden provincie Flevoland 2026.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van Provinciale Staten van 18 februari 2026.

de griffier,

mr. A. Kost

de voorzitter,

A.J. Gerritsen