Regeling vervalt per 01-01-2029

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek fase 2 gemeente Tilburg 2025, 2026 en 2027

Geldend van 27-02-2026 t/m 31-12-2028 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025

Intitulé

Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek fase 2 gemeente Tilburg 2025, 2026 en 2027

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;

gelezen het voorstel van 3 februari 2026;

gelet op:

  • Artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 27 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1952;

  • Artikel 78gg van de Participatiewet.

overwegende dat:

het college het wenselijk vindt om beleidsregels vast te stellen:

  • Om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden vallend onder de alleenverdienersproblematiek een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd.

Besluit:

vast te stellen de Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek fase 2 gemeente Tilburg 2025, 2026 en 2027

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      College: college van burgemeester en wethouder van de gemeente Tilburg;

    • b.

      Gemeente: gemeente Tilburg;

    • c.

      Huishouden: het huishouden dat:

      • 1.

        een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de Participatiewet en;

      • 2.

        vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid, Participatiewet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en;

      • 3.

        een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 Participatiewet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub b.

    • d.

      Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg Participatiewet.

Artikel 2. Ambtshalve toekenning huishoudens op lijst Belastingdienst

Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt via de Belastingdienst aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

Artikel 3. Ambtshalve toekennen voor huishoudens die in beeld zijn bij de gemeente

Het college kent de vaste tegemoetkoming over 2025 en/of 2026 en/of 2027 per kalenderjaar ambtshalve toe aan het huishouden, indien:

  • a.

    het huishouden voor (één van) deze jaren niet valt onder de doelgroep zoals opgenomen onder artikel 2 van deze beleidsregels; en

  • b.

    het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming op basis van de bij het college bekende gegevens; en

  • c.

    het huishouden in het voorgaande jaar ook tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek behoorde; en

  • d.

    er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de woon- en leefsituatie van het huishouden of de achterliggende wetten; en

  • e.

    de meestverdienende partner ingeschreven staat in de gemeente.

Artikel 4. Aanvraag zelfmelder

  • 1. Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.

  • 2. De aanvraag om een vaste tegemoetkoming kan worden ingediend bij de gemeente via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 3. Het college beoordeelt of de aanvrager, alleenverdiener is als bedoeld in artikel 1 lid 2.

  • 4. Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag woonachtig is in de gemeente en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

  • 5. Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale - en toeslagpartners mee.

  • 6. Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 7. Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

  • 8. Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

  • 9. Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

  • 10. De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.

Artikel 5. Toekenning en verstrekking

  • 1. Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe met terugwerkende kracht vanaf 1 januari van het betreffende jaar.

  • 2. Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer, indien van toepassing onder aftrek van de eerder verstrekte bedragen over dat betreffende kalenderjaar.

  • 3. Bij een ambtshalve toekenning heeft de beschikking een geldigheidsduur van maximaal 3 maanden.

Artikel 6. Inwerkingtreding en duur

  • 1. Deze beleidsregels treden met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2025.

  • 2. Deze beleidsregels vervallen met ingang van 1 januari 2029.

Artikel 7. Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Tilburg 2025, 2026 en 2027.

Ondertekening

Algemene toelichting

Al langere tijd is bekend dat bepaalde alleenverdienershuishoudens onder het bestaansminimum kunnen uitkomen. Dit staat bekend als “Alleenverdienersproblematiek”. Deze problematiek wordt veroorzaakt door ‘een samenloop van overheidsregelingen en fiscaliteit, die voor bepaalde categorieën tot een niet voorziene benadeling heeft geleid’.

Concreet ontvangen huishoudens met één kostwinner met een partner zonder of met slechts een heel laag inkomen een lager bedrag aan toeslagen van de Belastingdienst, doordat een combinatie van belastingregels, toeslagen en uitkeringen nadelig uitpakt. Dit kan bijvoorbeeld een combinatie zijn van een huishouden met een inkomensdervingsuitkering en een kleine aanvullende bijstand. Door deze samenloop van regelingen ontvangen deze huishoudens vaak minder huur- en zorgtoeslag, waardoor hun netto-inkomen lager uitvalt dan dat van vergelijkbare huishoudens met een volledige bijstandsuitkering. Het blijkt complex om het fiscale stelsel hierop aan te passen. Daarom zijn gemeenten gevraagd inwoners die dit betreft te ondersteunen. Gemeenten ontvangen hiervoor een bijdrage vanuit het rijk.

Tijdelijke oplossing

We zien 2 fasen in de oplossingsrichting, totdat in 2028 het fiscale stelsel wordt aangepast.

  • 1.

    Voor de jaren 2022-2024 wordt deze situatie aangemerkt als bijzondere omstandigheid en kan een individuele berekening worden gemaakt van misgelopen toeslagen en worden de concreet misgelopen toeslagen o.g.v. de individuele bijzondere bijstand vergoed (art. 35 lid 1 van de wet). Gemeenten mogen hiervoor een aparte regeling binnen de bijzondere bijstand opstellen.

  • 2.

    In de jaren 2025-2027 wordt op grond van het nieuwe artikel in de wet (Artikel 78gg) een door het Rijk vastgesteld vast normbedrag verstrekt. Dit is een bijzondere en onbelaste tegemoetkoming en geen bijstand meer.

Vanaf 2028 moet het toeslagenstelsel van de Belastingdienst aangepast zijn, waarna deze problematiek is opgelost.

Op 24 februari 2025 zijn de beleidsregels bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek fase 1 gemeente Tilburg 2022,2023 en 2024 vastgesteld voor fase 1 (2022 t/m 2024).

Deze beleidsregels gaan over fase 2 , gebaseerd op aparte wetgeving.

Achtergrond beleidsregels

De Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap) is op 1 januari 2025 in werking getreden. De wet is een aparte regeling binnen de Participatiewet en biedt de wettelijke grondslag om de bij de Belastingdienst bekende huishoudens met alleenverdienersproblematiek over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve een vaste tegemoetkoming te betalen. De vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor het kalenderjaar 2025 is de tegemoetkoming vastgesteld op € 1.000,- per huishouden. De tegemoetkoming is geen bijstand in de zin van deze wet en is daardoor onbelast.

Deze beleidsregels geven invulling voor de werkwijze ten aanzien van 3 groepen van alleenverdieners. Dit zijn:

  • 1.

    Alleenverdieners die op de lijst van het Inlichtingenbureau staan. Het Inlichtingenbureau (verder IB) deelt de bij de Belastingdienst bekende Burgerservicenummers van de meestverdienende partner van de betrokken huishoudens via het gegevensportaal met onze gemeente. De werkwijze voor deze doelgroep staat beschreven in artikel 2 van deze beleidsregels.

  • 2.

    Alleenverdieners die wij zelf in beeld hebben die te maken hebben met de alleenverdienersproblematiek. Dit gaat om inwoners die een aanvullende bijstandsuitkering van de gemeente ontvangen of bekend zijn omdat zij gebruik maken van een minimaregeling. De werkwijze voor deze doelgroep staat beschreven in artikel 3 van deze beleidsregels.

  • 3.

    Alleenverdieners die zelf het vermoeden hebben tot de doelgroep te behoren en op eigen initiatief een aanvraag doen (zogenaamde zelfmelders). De werkwijze voor deze doelgroep staat beschreven in artikel 4 van deze beleidsregels.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2. Ambtshalve toekenning huishoudens op lijst Belastingdienst

Om te voorkomen dat alleenverdieners in geval van een verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen de peildatum voor de woonplaats die de Belastingdienst hanteert op de lijst van alleenverdieners, overgenomen. Voor 2025 is dat 15 januari 2025.

De lijst van het IB bevat niet alle gegevens die nodig zijn om de tegemoetkoming ambtshalve toe te kennen. Het college doet voor het vaststellen van het recht op een tegemoetkoming een check of de alleenverdiener in leven is. Dit is een voorwaarde om een tegemoetkoming te kunnen verstrekken.

Daarnaast heeft het college de volgende bewijsstukken (minimaal) nodig:

  • 1.

    Een geldig legitimatiebewijs;

  • 2.

    Het bankrekeningnummer waarop de tegemoetkoming kan worden uitbetaald.

Zonder deze bewijsstukken kan het recht op de tegemoetkoming niet worden vastgesteld en / of uitbetaald.

Artikel 3. Ambtshalve toekennen voor huishoudens die in beeld zijn bij de gemeente

Indien een huishouden bij ons bekend is, maar niet op de lijst van het IB staat, kennen we onder voorwaarden over de jaren 2025 en/of 2026 en/of 2027 per afzonderlijk kalenderjaar de vaste tegemoetkoming ook ambtshalve toe, als de inwoner in het desbetreffende jaar aan de voorwaarden voldoet. Deze keuze volgt niet uit de wet, maar is een bewuste keuze van het college om het bereik van de doelgroep te vergroten en de voorziening laagdrempelig en eenvoudig in de uitvoering te houden.

Artikel 4. Aanvraag zelfmelder

Huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep behoren, maar de tegemoetkoming niet ambtshalve hebben gekregen, kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt welke criteria het college hanteert om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.

In lid 4 van dit artikel is opgenomen dat het huishouden op het moment van de aanvraag woonachtig moet zijn in de gemeente. Tot het huishouden wordt niet gerekend de persoon die op het moment van de aanvraag enkel is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres.

In aanvulling op lid 7 van dit artikel kan er bij een sterk wisselend inkomen ook gekeken worden naar het inkomen in het jaar voorafgaand aan het jaar, waarin de aanvraag wordt ingediend. Is de belanghebbende zelfstandige, dan wordt uitgegaan van het inkomen op de aangifte inkomstenbelasting van het voorafgaande kalenderjaar.

In lid 9 van dit artikel is de vermogensgrens van de zorgtoeslag vanwege rechtsgelijkheid opgenomen als één van de criteria bij de beoordeling of het huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort. Deze regeling voorziet in een tegemoetkoming voor misgelopen toeslagen. Daarom is het passend dat het college ervoor kiest om bij een aanvraag de vermogensgrenzen van de toeslagen hanteert. Daarnaast is bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning ook rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen.

In lid 10 van dit artikel is opgenomen dat aanvragen uiterlijk tot 31 december 2028 kunnen worden ingediend. De meeste huishoudens ontvangen in het najaar van 2028 hun definitieve beschikking toeslagen over 2027. Dat geeft de alleenverdieners voldoende tijd om een aanvraag in te dienen.

Artikel 5. Toekenning en verstrekking

Indien het huishouden voorafgaand aan de aanvraag, dan wel ambtshalve verstrekking, in een andere gemeente heeft gewoond is het mogelijk dat deze gemeente al een tegemoetkoming (geheel of gedeeltelijk) heeft verstrekt. In deze situatie brengt het college de eerder verstrekte tegemoetkoming in mindering op de toe te kennen tegemoetkoming. Als de vorige gemeente de maximale tegemoetkoming voor dat jaar al betaald heeft verstrekken wij geen tegemoetkoming meer.

In lid 3 van dit artikel is opgenomen dat de beschikking een beperkte geldigheidsduur heeft van maximaal 3 maanden. In de meeste gevallen ontbreekt namelijk een geldig legitimatiebewijs en een bankrekeningnummer waarop de tegemoetkoming betaald kan worden. Om te voorkomen dat een inwoner pas maanden later de gevraagde bewijsstukken inlevert, wordt de geldigheidsduur van de beschikking beperkt. De overweging hierbij is dat 3 maanden een redelijke termijn is om deze bewijstukken te overleggen.

Artikel 6. Inwerkingtreding en duur

Deze beleidsregels blijven van toepassing op alle aanvragen die voor 1 januari 2029 zijn ingediend en ook op eventueel daartegen ingediende bezwaar- en beroepschriften.