Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757786
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757786/1
Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente De Wolden
Geldend van 27-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente De WoldenDe burgemeester van de gemeente De Wolden;
Gelezen het ambtelijk voorstel;
Overwegende, dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen voor de uitleg van levensgedrag
gelet op:
- artikel 2:28a lid1 onder b, 2:81 lid 5 onder b, 2:81 lid 9 onder a en 3:7 lid 1 onder b van de APV De Wolden,
- artikel 8 en artikel 35 van de Alcoholwet,
- artikel 30d van de Wet op de Kansspelen juncto artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;
- artikel 4:81 tot en met artikel 4:84 en artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht,
gezien het advies van het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum Noord-Nederland;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente De Wolden
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
-
a. APV: Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente De Wolden;
-
b. Beheerder: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in het (seks)bedrijf;
-
c. Belastingsdienst: de Rijksbelastingdienst;
-
d. Bibob-toets: een toets van de burgemeester op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob);
-
e. Burgemeester: de burgemeester van gemeente De Wolden;
-
f. Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico het bedrijf wordt uitgeoefend;
-
g. IND: de Immigratie- en Naturalisatiedienst;
-
h. Informatiebronnen: bronnen die worden geraadpleegd om levensgedrag te toetsen zoals informatie uit openbare bronnen, van de politie, het Justitieel Documentatiesysteem etc.;
-
i. Justitieel Documentatie Systeem: het register met daarin misdrijven door en overtredingen van natuurlijke personen en rechtspersonen;
-
j. Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de feitelijke leiding heeft in de horeca-inrichting;
-
k. Nederlandse Arbeidsinspectie: de toezichthouder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wiens toezicht is gericht op de naleving van de wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden, de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en het socialezekerheidsstelsel;
-
l. Pleegdatum: datum waarop het feit is gepleegd;
-
m. RIEC: Regionaal Informatie- en Expertise Centrum;
-
n. Slecht levensgedrag: een of meerdere gedraging(en) van een exploitanten, of leidinggevende of beheerder van een vergunningplichtige inrichting die aanleiding geeft dan wel geven om een vergunning te weigeren dan wel een vergunning in te trekken.
Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel
Met deze beleidsregel wordt invulling gegeven aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de Alcoholwet, APV en de wet op de kansspelen.
Artikel 3. Toepassing beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op alle inrichtingen, bedrijven en activiteiten, waarbij de burgemeester de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, als de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Artikel 4. Informatiebronnen
-
1. De burgemeester toetst het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren bij de aanvraag van een vergunning, bij een verzoek tot wijziging van de vergunning, dan wel op ieder moment dat de burgemeester dit nodig acht.
-
2. De burgemeester onderbouwt bij de weigering dan wel intrekking van de exploitatievergunning welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.
-
3. De burgemeester weegt bij de toets van het levensgedrag diverse gegevens in samenhang.
-
4. De belangrijkste informatiebronnen, die hierbij gebruikt worden zijn, niet-limitatief weergegeven:
- a.
informatie van de politie;
- b.
het Justitieel Documentatie Systeem;
- c.
handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;
- d.
informatie uit een Bibob-toets;
- e.
informatie uit openbare bronnen.
- a.
-
5. Indien noodzakelijk kan de burgemeester via het RIEC informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, Belastingdienst, de douane en de IND.
Artikel 5. Beoordeling levensgedrag
-
1. De burgemeester bepaalt per geval of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.
-
2. De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder.
-
3. De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant. Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.
-
4. De volgende feiten en gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:
- a.
gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;
- b.
gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;
- c.
gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;
- d.
strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;
- e.
zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
- f.
zaken die zijn geseponeerd;
- g.
het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd.
- a.
-
5. In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.
Artikel 6. Factoren voor het beoordelen van het levensgedrag
Bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten, leidinggevenden, beheerders en organisatoren, worden de volgende factoren betrokken:
-
a. type inrichting;
-
b. periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.
-
Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:
- 1°
de pleegdatum is leidend;
- 2°
voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee;
- 3°
de peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar is de datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant, leidinggevende of beheerder dan wel de intrekking van de exploitatievergunning;
- 4°
indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken;
- 1°
-
c. type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende of beheerder -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt. Feiten die zijn begaan in de privésfeer worden eveneens betrokken in de beoordeling;
-
d. mate van samenhang van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt;
-
e. de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;
-
f. de leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van de exploitant, leidinggevende of beheerder. Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;
-
g. de omstandigheid of de exploitant, leidinggevende of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a van de Gemeentewet, of op grond van de APV is gesloten.
Artikel 7. Aanvullende factoren bij beoordelen van het levensgedrag
-
1. De burgemeester weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en leidinggevenden van alcoholschenkende inrichtingen alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.
-
2. De burgemeester kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van exploitanten en beheerders van seksbedrijven onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de exploitant en de beheerder om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting.
-
3. In het geval van bedrijven, die op grond van de APV vergunningplichtig zijn, betrekt de burgemeester bij de beoordeling van het levensgedrag ook de reden voor deze vergunningplicht.
Artikel 8. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregels Beoordeling levensgedrag De Wolden.
Ondertekening
Aldus vastgesteld d.d. 10 februari 2026
De burgemeester,
Inge Nieuwenhuizen
Bijlage bij de Beleidsregel beoordeling levensgedrag De Wolden 2026
Overzicht van relevante feiten en gedragingen
De onderstaande lijst betreft een niet-limitatieve opsomming van feiten en gedragingen die in ieder geval meewegen in de beoordeling van het levensgedrag.
Geweldsdelicten en vernieling
Mishandeling
Moord of doodslag
Overige misdrijven tegen het leven
Openlijke geweldpleging tegen goederen of personen
Vernieling, vandalisme, baldadigheid
Brandstichting
Alcoholgerelateerde feiten
Rijden onder invloed van alcohol
Aanstalten maken rijden onder invloed van alcohol
Weigeren ademanalyse
Openbaar dronkenschap, openlijk of hinderlijk gebruik van alcohol
Overtreding ge- en verbodsbepalingen Alcoholwet
Drugsgerelateerde feiten
Bezit, handel en vervaardigen van hard- en softdrugs, inclusief voorbereidingshandelingen
Openlijk of hinderlijk gebruik van drugs
Rijden onder invloed van drugs of medicijnen
Drugsafval
Wapens en munitie
Bezit en handel in wapens of munitie als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie
Schiet- en/of steekpartijen
Messenverbod
Vermogensdelicten
Verduistering
Heling
Chantage of afpersing
Witwassen
Fraude
verdachte transacties
Vals/vervalst geld aanmaken of vals/vervalst geld uitgeven
Oplichting en flessentrekkerij
Omkopen ambtenaar in functie
Zedendelicten en mensenhandel
Zedendelicten
Vervaardigen/bezit/verspreiden van kinderporno
Gijzeling of ontvoering
Mensenhandel, arbeidsuitbuiting en/of mensensmokkel
Niet meewerken met de politie en toezichthouders en het niet opvolgen van rechtelijke uitspraken
Wederspanningheid
Niet voldoen aan bevel of vordering
Valse aangifte
Vals/vervalste ID opgeven
Valsheid in geschrifte
Weigeren ademanalyse/ Weigeren bloedproef/ Weigeren vervangend (urine) onderzoek
Rijden tijdens rijverbod/ Rijden terwijl rijbewijs is ingevorderd/ Rijden tijdens rijontzegging
Omkopen ambtenaar in functie
Verplichtingen inzake Rijksbelastingen
Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van Invorderingswet 1990
Niet nakomen van fiscale verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen
Openbare orde en APV
Hinderlijk gedrag
Samenscholing, ongeregeldheden en ordeverstoringen
Afsteken vuurwerken op verboden plaatsen
Geluidshinder
Openbare orde sluiting op last van de burgemeester
Zonder vergunning exploiteren van een openbare inrichting
Inkoop- en verkoopregister handelaren in tweedehands goederen
Wegenverkeerswet
Joyriding
Snelheidsovertreding
Agressief rijgedrag
Onveilig rijgedrag
Verkeersongeval met letsel
Verlaten plaats na verkeersongeval
Rijden met vals/vervalst kenteken
Onverzekerd rijden
Overig
Diefstal/ Overval
Zakkenrollerij/ Straatroof
Oplichting/ Heling
Discriminatie
Belediging
Bedreiging/ Intimidatie
Openbare schennis der eerbaarheid
Stalking
Cybercrime
Misdrijven Wet op de kansspelen (WOK)
Overtreding huisverbod
Huisvredebreuk
Chantage/ Machtsmisbruik
Criminele contacten
Deelname aan een criminele organisatie
Lidmaatschap verboden rechtspersoon
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl