Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026

Geldend van 28-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026

De raad van de gemeente Amsterdam,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2026 (VN2026-000989);

gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden;

overwegende dat het gewenst is om nadere regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026

Artikel 1 Toepassing

De gemeente verleent kwijtschelding voor belastingaanslagen:

  • Afvalstoffenheffing;

  • Onroerende zaakbelasting eigenaren;

  • Roerende ruimte belasting eigenaren;

  • Rioolheffing gebruikers;

  • Precario liggeld gebruikers.

Voor belastingaanslagen over andere dan hierboven genoemde heffingen wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 2 Berekeningswijze kosten van bestaan

  • 1. Bij de kwijtschelding voor de in artikel 1 genoemde belastingen wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan gesteld op 100 procent.

  • 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt overeenkomstig artikel 3 van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de vaststelling van de kosten van bestaan van pensioengerechtigden in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen gehanteerd.

Artikel 3 Extra toegestane financiële middelen

In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met:

  • a.

    € 2.000 voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot,

  • b.

    75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en

  • c.

    90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

Artikel 4 Kwijtschelding aan ondernemers

Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026

Artikel 6 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 19 februari 2026.

De voorzitter

Femke Halsema

De raadsgriffier

Jolien Houtman

Toelichting op de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amsterdam 2026

1 Algemeen

1.1 Wet- en regelgeving gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid

1.1.1 Vindplaatsen wet- en regelgeving

Bij de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen zijn de volgende wettelijke bepalingen en regelingen van toepassing:

  • -

    artikel 26 van de Invorderingswet 1990;

  • -

    hoofdstuk I en II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;

  • -

    artikel 255 van de Gemeentewet;

  • -

    Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden.

2 Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Toepassing

Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad bepalen voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend.

Artikel 2 Berekeningswijze kosten van bestaan

Eerste lid

De Uitvoeringsregeling stelt de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm. Op grond van artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet hebben gemeenten echter de mogelijkheid om dit percentage hoger vast te stellen. De raad heeft ruim voor 2014 besloten om de kosten van bestaan vast te stellen op 100% van de bijstandsnorm.

Tweede lid

Voor pensioengerechtigden bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft de raad bepaald dat bij de berekening van de kosten van bestaan in plaats van de bijstandsnorm het netto-ouderdomspensioen in aanmerking wordt genomen. Hierbij geldt hetzelfde percentage als in het eerste lid. Deze maatregel voorkomt dat pensioengerechtigden minder aanspraak kunnen maken op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Artikel 3 Extra toegestane financiële middelen

In artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling is geregeld welk bedrag aan financiële middelen bij het verlenen van kwijtschelding niet tot de bezittingen wordt gerekend.

In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling heeft de raad besloten dat het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen, op een hoger bedrag wordt vastgesteld. De maximale verhoging is afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige:

  • -

    voor echtgenoten bedraagt de maximale verhoging € 2.000,

  • -

    voor een alleenstaande bedraagt de verhoging 75 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen, en

  • -

    voor een alleenstaande ouder bedraagt de verhoging 90 procent van de verhoging die voor echtgenoten is gekozen.

Artikel 4 Kwijtschelding aan ondernemers

Privé belastingschulden

Natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden.

De voorwaarden waaronder kwijtschelding aan een ondernemer wordt verleend, zijn gelijk aan de voorwaarden die voor natuurlijke personen/niet-ondernemers gelden. Dat wil zeggen dat van dezelfde betalingscapaciteit en van hetzelfde vermogen wordt uitgegaan.

Op het moment dat een ondernemer om kwijtschelding verzoekt, is het netto besteedbare inkomen doorgaans nog niet in te schatten. De gemeente vraagt daarom van de belanghebbende van wie zij vermoedt dat hij voor kwijtschelding in aanmerking komt, te zijner tijd een inkomensverklaring van de Belastingdienst over de betrokken periode te overleggen aan de hand waarvan dan definitief op het kwijtscheldingsverzoek kan worden beslist. In de tijd die ligt tussen indiening en beslissing zal de gemeente uitstel van betaling verlenen.

Belastingschuldigen die hun onderneming in een rechtspersoon (B.V. of N.V.) hebben ondergebracht, zijn in loondienst van hun onderneming. Zij oefenen dus geen bedrijf of zelfstandig beroep uit. Als de vermogens- en inkomenstoets dat toelaten, kunnen ook deze belastingschuldigen als natuurlijk persoon/niet-ondernemer in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé belastingschulden.

Zakelijke belastingschulden

Voor zakelijke belastingschulden komen ondernemers uitsluitend voor kwijtschelding in aanmerking als de kwijtschelding wordt verleend in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. Deze omstandigheid zal zich over het algemeen alleen voordoen bij een schuldsanering in het kader van uitstel van betaling bij een (naderend) faillissement. Daarom kan als hoofdregel gelden dat ondernemers voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort.