Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757710
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757710/1
Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2026
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026
Intitulé
Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2026Provinciale Staten van Drenthe;
gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 2 december 2025, kenmerk 5.5/2025001687;
BESLUITEN:
vast te stellen de Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
In de verordening wordt verstaan onder:
- a.
wet: Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- b.
bezwaarschrift: bezwaar als bedoeld in artikel 1:5, eerste lid, Awb;
- c.
beroepschrift: administratief beroep als bedoeld in artikel 1:5 tweede en derde lid Awb;
- d.
klacht: een bejegeningsklacht als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, van de Awb;
- e.
commissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
- f.
secretaris: de medewerker als bedoeld in artikel 8;
- g.
Kamer: de Kamer als bedoeld in artikel 18, eerste lid;
- h.
verwerend bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen of dat verantwoordelijk is voor de gedraging waarover wordt geklaagd;
Artikel 2 Reikwijdte
Deze verordening is van toepassing op de behandeling van en advisering over bezwaarschriften, beroepschriften en klachten, voor zover niet anders in een regeling, bij een individuele zaak of mandaatbesluit door een provinciaal bestuursorgaan is besloten.
Artikel 3 Toepasselijkheid afdeling 9.1.3
Voor de behandeling van klachten waaraan niet informeel naar tevredenheid van de klager tegemoet is gekomen, wordt de in afdeling 9.1.3 van de wet geregelde procedure gevolgd.
HOOFDSTUK 2 DE COMMISSIE
Artikel 4 Instelling commissie en taak
-
1. Er is een Commissie rechtsbescherming. Deze commissie behandelt bezwaarschriften, beroepschriften en klachten en adviseert de provinciale bestuursorganen en de Kamer over de afdoening.
-
2. Het eerste lid is niet van toepassing op beroepschriften waarop de commissaris van de Koning beslist.
-
3. De commissie adviseert tevens over verzoeken om kostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:15 en 7:28 van de wet.
-
4. De commissie kan een bestuursorgaan op haar verzoek of uit eigen beweging adviseren over aangelegenheden die de rechtsbescherming op provinciaal niveau betreffen.
-
5. De commissie stelt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden op.
Artikel 5 Samenstelling commissie
-
1. De commissie bestaat per zitting uit een voorzitter en twee andere leden.
-
2. De commissie kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.
-
3. De voorzitter en leden van de commissie maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid of in opdracht van een bestuursorgaan van de provincie Drenthe.
-
4. Een voorzitter of een ander lid van de commissie maakt, uit eigen beweging of op verzoek, geen deel uit van de commissie, als hij bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken is geweest of een persoonlijk belang heeft bij de zaak als bedoeld in artikel 2.4 van de wet.
Artikel 6 Lidmaatschap commissie
-
1. Gedeputeerde Staten benoemen, schorsen en ontslaan de voorzitter en leden van de commissie.
-
2. De voorzitter en leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Gedeputeerde Staten kunnen de voorzitter en leden van de commissie maximaal tweemaal herbenoemen.
-
3. Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het moment dat de duur van de maximale benoemingstermijn is verstreken en kan voorts eindigen:
- a.
op eigen verzoek van de voorzitter of het betrokken lid;
- b.
bij besluit van Gedeputeerde Staten;
- c.
van rechtswege indien het lid niet langer voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 5, derde lid.
- a.
-
4. Bij het eindigen van het lidmaatschap blijft het commissielid zijn functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij de reden van het aftreden zich hiertegen verzet.
Artikel 7 Vergoeding
-
1. De leden en de voorzitter van de commissie ontvangen per zitting een vergoeding van Gedeputeerde Staten, overeenkomstig het percentage zoals genoemd in artikel 11, tweede lid, van de Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Drenthe 2019, berekend over het tarief zoals vermeld in artikel 2.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
2. Vergoeding van reiskosten vindt plaats op basis van het bepaalde in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Voor de berekening van de reisafstand wordt uitgegaan van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner.
Artikel 8 Secretaris
-
1. Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het secretariaat van de commissie.
-
2. De commissie wordt ondersteund door een of meer secretarissen. De secretaris draagt zorg voor de voorbereiding van de hoorzittingen, neemt deel aan de beraadslagingen, voert de beslissingen van de commissie uit en treedt namens de commissie op in door de commissie te bepalen gevallen.
-
3. De secretaris draagt zorg voor terugkoppeling van leerpunten uit de behandeling van bezwaarschriften, beroepschriften en klachten naar de bestuursorganen en de ambtelijke organisatie.
HOOFDSTUK 3 DE PROCEDURE
Artikel 9 Ontvangstbevestiging
-
1. In de ontvangstbevestiging wordt vermeld dat een commissie over het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht adviseert.
-
2. Een bezwaarschrift, beroepschrift of klacht wordt zo spoedig mogelijk aan de commissie overhandigd.
Artikel 10 Informele behandeling
De secretaris onderzoekt of het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht via informele behandeling kan worden opgelost en verricht daartoe de nodige voorbereidende handelingen.
Artikel 11 Vooronderzoek
-
1. De secretaris wint alle gewenste inlichtingen in die nodig zijn voor een zorgvuldige advisering door de commissie.
-
2. De secretaris kan op verzoek van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen.
Artikel 12 De hoorzitting
-
1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken vóór de hoorzitting schriftelijk uit, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden of van een situatie waarin op grond van artikel 7:3, 7:17 of 9:10 van de wet van het horen kan worden afgezien.
-
2. De hoorzitting kan fysiek, via een videoverbinding of hybride plaatsvinden. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de hoorzitting plaatsvindt.
-
3. De commissie beslist over de toepassing van artikel 7:17 van de wet.
-
4. De voorzitter bepaalt de orde op de zitting.
-
5. In afwijking van artikel 4 kan de hoorzitting bij onvoorziene omstandigheden worden gehouden door twee commissieleden, van wie er ten minste één de (plaatsvervangend) voorzitter is.
-
6. Wanneer toepassing is gegeven aan het vijfde lid, wordt in het advies vermeld welke commissieleden hebben deelgenomen aan de totstandkoming van het advies.
Artikel 13 Openbaarheid hoorzitting
-
1. De hoorzitting van de commissie is openbaar.
-
2. De voorzitter beslist over een verzoek om in beslotenheid te horen.
-
3. De voorzitter beslist of belanghebbenden buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord zoals bedoeld in de artikelen 7:6 en 7:20 van de wet.
-
4. Voor klachten vindt de zitting van de commissie in ieder geval achter gesloten deuren plaats.
Artikel 14 Verslaglegging
-
1. Van de hoorzitting wordt een geluidsopname gemaakt. Het advies van de commissie geeft hetgeen tijdens de hoorzitting is behandeld beknopt weer en vermeldt wie bij de hoorzitting aanwezig waren.
-
2. Op verzoek van een betrokkene verstrekt het secretariaat van de commissie een beknopt schriftelijk verslag van de hoorzitting.
Artikel 15 Nader onderzoek
-
1. Indien de commissie na afloop van de zitting, maar vóór het uitbrengen van het advies, van oordeel is dat nader onderzoek nodig is, vindt dit onderzoek plaats door of onder leiding van de commissie.
-
2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt, in afschrift aan de belanghebbenden en het verwerend bestuursorgaan toegezonden.
-
3. De voorzitter kan naar aanleiding van het nader onderzoek, al dan niet op verzoek, besluiten tot het houden van een nieuwe hoorzitting.
Artikel 16 Raadkamer en advies
-
1. De commissie beraadslaagt en beslist in beslotenheid over het uit te brengen advies.
-
2. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
-
3. Het advies wordt uitgebracht door ten minste drie commissieleden, waaronder in ieder geval de voorzitter en het lid dat bij de hoorzitting aanwezig is geweest.
-
4. Het advies is gemotiveerd, bevat een voorstel voor de te nemen beslissing, en wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
Artikel 17 Beslissing
-
1. Het provinciaal bestuursorgaan stuurt het advies mee met de beslissing op het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht.
-
2. Het secretariaat van de commissie ontvangt een afschrift van de beslissing op het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht.
HOOFDSTUK 4 KAMER UIT GEDEPUTEERDE STATEN
Artikel 18 Kamer
-
1. De Kamer als bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de Provinciewet wordt gevormd door het college van Gedeputeerde Staten.
-
2. De provinciesecretaris treedt op als griffier van de Kamer.
-
3. De Kamer is belast met de beslissing op beroepschriften in het kader van administratief beroep en met administratieve geschillen, voor zover aan de beslissing van Gedeputeerde Staten onderworpen.
-
4. De Kamer doet uitspraak, na advies van de commissie.
HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN
Artikel 19 Intrekking
De Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2021, zoals bekendgemaakt op 16 december 2020, Provinciaal Blad 2020, nummer 9711, wordt ingetrokken en vervalt met ingang van 1 maart 2026.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2026.
Artikel 21 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtsbescherming provincie Drenthe 2026.
Ondertekening
Provinciale Staten voornoemd,
drs. A.H. Mulder, voorzitter
mr. drs. S. Buissink, griffier
Assen, 11 februari 2026
Kenmerk BPJ/2026000197
Toelichting op de verordening
Algemeen
Op grond van de Provinciewet en de Awb moeten de bestuursorganen van de provincie (Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning) een aantal zaken op het gebied van bezwaarschriften, administratieve beroepschriften en klachten - al dan niet aanvullend - regelen. In deze verordening is geregeld dat de provinciale bestuursorganen de behandeling (horen en adviseren) van bezwaarschriften, beroepschriften en klachten opdragen aan een onafhankelijke (advies)commissie, te weten de Commissie rechtsbescherming.
De verordening is vastgesteld door Provinciale Staten en van toepassing op de behandeling van bezwaren, beroepen en klachten van alle provinciale bestuursorganen.
Daarnaast is bezwaar mogelijk tegen de heffing van provinciale belastingen – zoals leges en precariorechten – bij de provincieambtenaar, belast met de heffing ervan (artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet). In de Uitvoeringsregeling provinciale belastingen provincie Drenthe is bepaald dat de Verordening rechtsbescherming van overeenkomstige toepassing is op de behandeling door de commissie van bezwaarschriften tegen besluiten van en klachten over gedragingen van of toe te rekenen aan de in artikel 227a, tweede lid, onderdeel b, van de Provinciewet bedoelde provincieambtenaar
Administratief beroep
In enkele wettelijke regelingen is nog bepaald dat tegen besluiten van gemeenten administratief beroep (beroep tegen een besluit van een bestuursorgaan op het naast hogere bestuursorgaan) bij Gedeputeerde Staten of de commissaris van de Koning kan worden ingesteld. Deze procedures komen niet veel voor.
Voor de behandeling van deze beroepen moeten Gedeputeerde Staten op grond van artikel 171 van de Provinciewet één of meer kamers samenstellen. In artikel 18 van de verordening is geregeld dat de Kamer wordt gevormd door het college van Gedeputeerde Staten. De Kamer doet uitspraak op basis van het advies van de commissie.
Op de behandeling van beroepen door de commissaris van de Koning is artikel 171 van de Provinciewet niet van toepassing. Het beroep op de commissaris van de Koning is in artikel 4 van de verordening ook uitgezonderd van behandeling door de commissie. Zie hiervoor de toelichting op artikel 4.
Artikel 1
In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb voorkomen dan wel voor de toepassing van deze verordening een nadere definitie behoeven.
Het verwerend bestuursorgaan kunnen de bestuursorganen van de provincie Drenthe zijn, maar in het geval van administratief beroep zijn dat de bestuursorganen van een gemeente.
Artikel 2
Dit artikel regelt dat Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning in een andere regeling of besluit de behandeling van het bezwaarschrift, beroepschrift of klacht voor specifieke regelingen, aan andere instanties kan overdragen. Hierbij kan worden gedacht aan zelfstandige behandeling van bezwaarschriften door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Artikel 3
Hoofdstuk 9 van de Awb bevat een regeling over de wijze waarop het bestuursorgaan de klacht moet behandelen en afhandelen. Als algemene regel geldt dat het bestuursorgaan moet zorgen voor een zorgvuldige afdoening van klachten. De voorgeschreven procedure van de afdelingen 9.1.2 en 9.1.3 van de Awb geldt voor schriftelijk ingediende klachten.
In Drenthe wordt zoveel mogelijk geprobeerd de klacht in overleg met de klager op te lossen. Wanneer de klacht niet naar tevredenheid kan worden opgelost (artikel 9:5 van de Awb) en niet buiten behandeling wordt gesteld (artikel 9:8 van de Awb), is de commissie conform artikel 9:13 van de Awb belast met de behandeling van en de advisering over de klacht.
Artikel 4
Dit artikel regelt de instelling van en de behandeling door de commissie als bedoeld in de artikelen 7:13, 7:19 en 9:14 van de Awb en de artikelen 163, 168 en 171 van de Provinciewet.
De commissie is een onafhankelijke commissie die belanghebbenden hoort en het bestuursorgaan adviseert over bezwaarschriften tegen door dit bestuursorgaan genomen besluiten, over klachten tegen gedragingen van of onder verantwoordelijkheid van deze bestuursorganen werkzame personen en over administratieve beroepen.
Het beroep op de commissaris van de Koning is niet bij de commissie neergelegd. Vanwege het bijzondere karakter en de soms zeer korte termijnen die daarbij in acht moeten worden genomen, is het nemen van een beslissing via een onafhankelijke adviescommissie niet mogelijk. Uiteraard geldt voor het beroep op de commissaris van de Koning wel dat een aantal procedurele regels met betrekking tot hoor en wederhoor in acht moet worden genomen. In die gevallen zal maatwerk moeten worden geleverd.
Artikel 5
De behandeling geschiedt door een voorzitter en twee leden. Voor het goed functioneren van de commissie als geheel is het van belang dat de commissie de beschikking heeft over voldoende leden met kennis van zaken.
Om de onafhankelijkheid van de commissie en haar advisering te waarborgen bestaat de commissie in zijn geheel uit externe leden. In aanvulling op artikel 7:13, eerste lid van de Awb is daarom bepaald dat naast de voorzitter, ook de leden van de commissie geen deel uit kunnen maken van en niet werkzaam kunnen zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de provincie Drenthe.
Artikel 9
Het betreft hier het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 of 9:6 van de Awb
Artikel 10
Zaken kunnen soms efficiënter en effectiever worden behandeld door het bezwaar informeel op te lossen. Om onnodige juridisering tegen te gaan, heeft de informele behandeling daarom een belangrijke plaats in het proces. Na binnenkomst van het bezwaarschrift wordt het bestuursorgaan gevraagd of het geschil op andere wijze is op te lossen. Dit varieert van een toelichting op het besluit tot een aanpassing ervan. Dit kan tot gevolg hebben dat het bezwaarschrift wordt ingetrokken.
Leidt de informele behandeling niet tot een oplossing, dan wordt de formele bezwarenprocedure voortgezet.
In bepaalde daarvoor geschikte zaken kan ook de toepassing van bemiddeling door externen (bijvoorbeeld mediators) worden voorgesteld aan het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan bepaalt de grens van de onderhandelingsruimte. De secretaris van de commissie voert de regie op het proces.
Artikel 12
In het geval van bezwaarschriften en klachten is in de wet bepaald dat de bevoegdheid om van het horen af te zien bij de commissie berust (artikel 7:13, vierde lid en artikel 9:15, derde lid, van de Awb). Omdat dit voor beroepschriften niet geldt, is in het derde lid de beslissing over het afzien van het horen aan de commissie gemandateerd.
Op basis van artikel 7:13, derde lid, 7:19 en 9:15, tweede lid, van de Awb gebeurt het horen door de commissie. Door onvoorziene omstandigheden kan het voorkomen dat het horen door twee leden gebeurt, onder wie in elk geval een voorzitter of zijn plaatsvervanger. De advisering vindt wel plaats door de commissie. Het afwezige lid wordt op basis van de stukken en het verslag van de hoorzitting betrokken bij de voorbereiding, beraadslaging en advisering.
Artikel 13
Vanwege de persoonlijke en privacygevoelige aspecten vindt de zitting in ieder geval achter gesloten deuren plaats in geval van klachten.
Artikel 14
Van de hoorzitting wordt een geluidsopname gemaakt. Om te waarborgen dat is voldaan aan artikel 7:7 van de Awb wordt in het advies beknopt opgenomen wat tijdens de hoorzitting is besproken en wie daarbij aanwezig waren. Betrokkenen kunnen desgewenst een beknopt verslag van de hoorzitting opvragen. Het secretariaat draagt zorg voor het bewaren van de geluidsopname totdat het besluit onherroepelijk is geworden.
Artikelen 15 en 16
De beraadslaging vindt na afloop van de hoorzitting plaats. Dit wil niet zeggen dat de commissie ook meteen een beslissing neemt over het uit te brengen advies. Er kan aanleiding zijn een zaak nader te onderzoeken. Soms zal het naar aanleiding van nieuw verkregen informatie noodzakelijk zijn opnieuw een hoorzitting te houden.
Het advies wordt te allen tijde gegeven door minimaal drie personen. Ook wanneer het horen bij verhindering van een derde lid, met twee leden heeft plaatsgevonden.
Artikel 18
Op grond van artikel 171 van de Provinciewet moeten Gedeputeerde Staten uit hun midden (inclusief de commissaris van de Koning) één of meer kamers samenstellen voor de behandeling van het administratief beroep. Artikel 171 van de Provinciewet verzet zich niet tegen de instelling van één Kamer bestaande uit alle leden van Gedeputeerde Staten.
Dit artikel betreft de instelling van een permanente Kamer uit Gedeputeerde Staten voor het administratief beroep bij Gedeputeerde Staten. De Kamer doet uitspraak op basis van het advies van de commissie.
Bij de Kamer is ingevolge de Provinciewet sprake van een griffier. Om verwarring met de griffier van de Staten te voorkomen is opgenomen dat het hier gaat om de provinciesecretaris.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl