Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757644
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757644/1
Beleidskader Meedoen in Dijk en Waard
Geldend van 27-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidskader Meedoen in Dijk en WaardDe raad van de gemeente Dijk en Waard;
gelet op
- •
dat In Dijk en Waard invulling wordt gegeven aan onze minimavoorzieningen vanuit het Beleidskader Meedoen in Dijk en Waard. Dit beleidskader bouwt voort op het Integraal Beleidskader Sociaal Domein Dijk en Waard.
- •
dat voor Dijk en Waard de uitvoering van dit Meedoenbeleid is gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke regeling Zaffier. Zaffier werkt dit uit in beleidsregels of nadere regels voor de deelnemende gemeenten, waaronder Dijk en Waard. Deze beleidsregels en nadere regels worden door het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Zaffier vastgesteld.
- •
dat de Rijksoverheid verantwoordelijk is voor een voorspelbaar en toereikend sociaal minimum.
- •
dat gemeenten aanvullend daarop verantwoordelijk zijn voor minimaregelingen op lokaal niveau, vastgelegd in de Participatiewet en de Gemeentewet.
besluit:
- 1.
De minimavoorzieningen te actualiseren middels aanpassingen op de volgende voorzieningen en het dagelijks bestuur van Zaffier te verzoeken dit vast te leggen:
- 1.1
Het budget op de DijkenwaardPas voor volwassenen (18-66 jaar) vast te stellen op 200 euro per persoon per jaar vanaf 1 januari 2026.
- 1.2
Het budget op de DijkenwaardPas voor AOW-gerechtigden vast te stellen op 300 euro per persoon per jaar.
- 1.3
De voorziening ‘Uitstroompremie’ te stoppen.
- 1.4
De voorziening ‘Vrijwilligerspremie’ vast te stellen op 900 euro per persoon per jaar.
- 1.5
De inkomensgrens om aanspraak te kunnen maken op de bijzondere bijstand terug te brengen van 150% naar 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm).
- 1.1
- 2.
Een bedrag van € 260.000 euro structureel beschikbaar te stellen voor deze minimavoorzieningen en dit te verwerken in de Kadernota 2027.
- 3.
Het Beleidskader Armoedebeleid Dijk en Waard 2024 in te trekken.
- 4.
Het Beleidskader Meedoen in Dijk en Waard conform bijlage 1 vast te stellen.
Voorwoord
In Dijk en Waard nodigen we iedereen uit om mee te doen. Kom sporten, kom muziek maken, kom helpen als vrijwilliger. Inwoners die niet de financiële middelen hebben om mee te doen, ondersteunen we. Met het nieuwe beleidskader Meedoen in Dijk en Waard ligt er een toekomstbestendig kader, waar we als college trots op zijn!
In Dijk en Waard staat vergroten van bestaanszekerheid voor alle inwoners hoog op de agenda. We geven dit handen en voeten door in te zetten op een inclusieve samenleving waar iedereen aan kan deelnemen, ongeacht zijn of haar financiële situatie. Daarmee verkleinen we de gevolgen van leven in armoede.
Het beleidskader is geschreven vanuit de ervaringen van de inwoners waar het om gaat, de professionals die hen ondersteuning bieden en de impact die voorzieningen hebben. De pilot Armoedebeleid is het startpunt geweest om te komen tot structureel beleid. Beleid dat zorgt dat zoveel mogelijk inwoners actief mee kunnen doen in onze samenleving.
Met dit nieuwe beleidskader leggen we een stevig fundament voor de toekomst. Door te kiezen voor een stevig fundament en structurele voorzieningen geven we inwoners het vertrouwen dat ze op deze voorzieningen kunnen rekenen en dat deze voorzieningen hen helpen om deel te nemen aan activiteiten in hun buurt, wijk, gemeente en regio.
Het beleidskader vormt de leidraad voor ons streven naar een samenleving waarin iedereen de kans krijgt om volwaardig deel te nemen, ongeacht zijn of haar financiële situatie.
Gerard Rep
Wethouder Dijk en Waard
Hoofdstuk 1 Aanleiding en context
1. Van Armoedebeleid naar Meedoenbeleid
Armoede is meer dan alleen een gebrek aan geld. Het is een web van problemen die elkaar versterken, waardoor mensen vast kunnen gaan zitten in een vicieuze cirkel (Movisie, 2025). Voor mensen met lage inkomens bestaan er toeslagen en regelingen die helpen om rond te komen. Er zijn landelijke en lokale minimavoorzieningen. In Dijk en Waard bieden we minimavoorzieningen waarmee wordt beoogd dat inwoners van Dijk en Waard mee kunnen doen in de samenleving en dat negatieve effecten van armoede worden bestreden. Dit beleidskader Meedoen in Dijk en Waard gaat daarom over het vergroten van de sociale kwaliteit van onze inwoners, het meedoen in de samenleving, en het voorkomen van schulden. Dit beleidskader is geschreven vanuit het integraal beleidskader sociaal domein Dijk en Waard en de inzichten die we de afgelopen jaren hebben opgedaan.
De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor een voorspelbaar en toereikend sociaal minimum. Zij vertaalt dit in onder andere in het rechtstreeks verstrekken van toeslagen aan inwoners. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het armoedebeleid op lokaal niveau, inclusief het bieden van ondersteuning en diensten aan inwoners in armoede. Gemeenten mogen geen inkomenspolitiek voeren, die rol is voorbehouden aan de Rijksoverheid. Voor Dijk en Waard is de uitvoering van het minimabeleid gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke regeling Zaffier.
Inwoners zijn veelal afhankelijk van gemeentelijke regelingen om alle noodzakelijke uitgeven te kunnen doen, zoals ook blijkt uit onderzoek van het Nibud in 2024 en de Armoedemonitor en inkomenseffectrapportage 2023 (KWIZ, 2024). Veel huishoudens komen wel rond of houden iets over, maar vaak alleen als zij gebruik maken van alle regelingen. We weten dat lang niet alle inwoners gebruik maken van alle regelingen waar zij recht op hebben (Nibud 2024). Een belangrijke reden hiervoor omschrijft Tim ‘s Jongers als gebrek aan zogenaamd instantiekapitaal, de kennis en vaardigheden om wegwijs te worden in de (overheids-)instanties waar we mee te maken hebben in ons leven. Van belastingaangifte tot zorgaanvragen en inschrijving bij een opleiding, de formulieren en routes kunnen ingewikkeld zijn en tegenstrijdig voelen, vooral als je hier geen ervaring mee hebt (‘s Jongers, 2024). We vinden het daarom belangrijk om voorzieningen en hulp en ondersteuning zo laagdrempelig bereikbaar te maken en te streven naar sociale inclusie.
2. Armoede en schulden
Armoede en schuldenproblematiek kennen een nauwe samenhang. Voor Dijk en Waard is de integrale schuldhulpverlening gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke regeling Zaffier. Daarnaast is er sprake van samenwerking met en tussen maatschappelijke partners die bijvoorbeeld budgetondersteuning of ontmoetingsmogelijkheden aanbieden, of een vangnet bieden door het verstrekken van voedsel of kleding.
Zaffier streeft naar schuldhulpverlening die inwoners helpt sterker en zelfverzekerder deel te nemen aan de samenleving. Zij bieden meer dan alleen de oplossing voor de schulden van inwoners; met begrip, vertrouwen, wendbaarheid en daadkracht begeleiden zij inwoners naar een schuldenvrije toekomst (Zaffier, 2025).
3. Definities
Bestaanszekerheid verwijst naar de essentiële voorwaarden die bijdragen aan een gevoel van zekerheid in het bestaan. Bestaanszekerheid is het hebben van een stabiel en voldoende inkomen, toegang tot basisvoorzieningen zoals een betaalbare woning, gezondheidszorg en onderwijs, en de mogelijkheid om deel te nemen aan de samenleving. Het omvat meer dan alleen financiële zekerheid en is een breed begrip, waarbij ook sociale participatie, gezondheid en een buffer voor onverwachte uitgaven een rol spelen. Bestaanszekerheid betekent ruimte om na te denken over de dag van morgen, zonder zorgen hoe vandaag te overleven.
Sociale kwaliteit is de mate waarin mensen kunnen participeren in sociale relaties onder condities die gunstig zijn voor hun welzijn en zelfrealisatie en die hen in staat stellen invloed uit te oefenen op de condities van hun eigen bestaan en een bijdrage te leveren aan de samenleving (Movisie, 2022). Om de gevolgen van armoede tegen te gaan is het belangrijk om de sociale kwaliteit van mensen te verbeteren. Sociale kwaliteit bestaat uit vier voorwaarden: sociaaleconomische zekerheid, sociale inclusie, sociale cohesie en sociale empowerment. Deze vier condities hebben een wisselwerking met elkaar. Om de basisvoorwaarden op orde te krijgen, is aandacht voor alle vier de condities nodig.
Sociale inclusie heeft betrekking op de persoonsgerichte toegankelijkheid en responsiviteit van overheids-, publieke en private instellingen. Hoewel de overheid bijvoorbeeld sociale zekerheid kan bieden door middel van toeslagen, kan het zijn dat deze moeilijk toegankelijk zijn vanwege complexe regels en aanvraagprocedures, waardoor niet iedereen die er recht op heeft er gebruik van kan maken. Organisaties bieden ondersteuning bij het verkrijgen van toeslagen. Van belang is dat hun informatie en communicatiestijl aansluit bij de doelgroep.
Sociale cohesie is gerelateerd aan de mate van verbondenheid die voortkomt uit bijvoorbeeld gedeelde normen en waarden, erkenning, respect. Het gevoel van verbondenheid met anderen is essentieel om eenzaamheid te voorkomen en een belangrijk aspect van bestaanszekerheid. Ontmoetingen met medeburgers, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers of professionals spelen een belangrijke rol bij het bevorderen van sociale cohesie en tegengaan van eenzaamheid. Deze ontmoetingen bieden mensen de mogelijkheid om te ervaren dat ze erbij horen, dat ze deel uitmaken van een gemeenschap.
Sociale empowerment draait om de mogelijkheid om authentiek te zijn, eigen keuzes te maken en persoonlijke ontwikkeling na te streven. Dit versterkt het gevoel van controle over het eigen leven.
Bestaansonzekerheid betekent dat mensen niet zelf of met anderen kunnen voorzien in hun bestaansvoorwaarden. Bestaansonzekerheid en armoede worden daarom wel in één adem genoemd. Bij bestaansonzekerheid ontbreekt het aan de genoemde vier onderdelen van sociale kwaliteit. Deze zijn een houvast voor het versterken van bestaanszekerheid en zijn de aangrijpingspunten voor beleid en uitvoering in de sociale basis. Het beleidskader Meedoen in Dijk en Waard omschrijft hoe we de sociale kwaliteit van inwoners in financieel kwetsbare situaties bevorderen.
Armoede en Armoedegrens
Sinds 2024 hanteren we in Nederland een nieuwe definitie van armoede. Deze verandering maakt het beleid duidelijker en beter afgestemd op de werkelijkheid van huishoudens. De drie belangrijkste verschillen met de oude definitie zijn:
- 1.
Eén duidelijke armoedegrens
Waar voorheen meerdere definities naast elkaar bestonden, is er nu één uniforme grens gebaseerd op wat mensen minimaal nodig hebben om volwaardig mee te doen in de samenleving.
- 2.
Rekening met werkelijke uitgaven
In plaats van gemiddelden wordt nu gekeken naar de daadwerkelijke vaste lasten van huishoudens, zoals woon- en energiekosten. Dit geeft een realistischer beeld van financiële druk.
- 3.
Vermogen telt mee
Naast inkomen wordt ook gekeken naar direct beschikbaar vermogen, zoals spaargeld. Een huishouden met een laag inkomen maar voldoende buffer wordt niet als arm beschouwd.
Het kabinet heeft de analyse van de Commissie sociaal minimum uit 2023 geactualiseerd op basis van de nieuwe armoededefinitie van het CBS, Nibud en SCP en de onderliggende minimum voorbeeldbegrotingen. Daaruit blijkt dat huishoudens in principe voldoende inkomen hebben voor minimaal noodzakelijke uitgaven, als zij de uren werken waar zij toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen waar zij recht op hebben, goed met geld omgaan en geen onvermijdbare hoge uitgaven hebben. Een aantal huishoudtypen heeft ook enige ruimte om tegenvallers op te vangen, al is deze ruimte beperkt. De financiële situatie van veel huishoudens rond het sociaal minimum is verbeterd ten opzichte van 2023, mede door de verhogingen van het kindgebonden budget en de huurtoeslag in de afgelopen jaren. Hoewel het sociaal minimum op papier dus toereikend lijkt, toont de analyse aan dat in de praktijk veel mensen niet rondkomen door complexiteit, niet-gebruik, afhankelijkheid van toeslagen en onvoorziene uitgaven.
De menselijke maat betekent dat de overheid mensen steunt wanneer dat nodig is, vanuit vertrouwen en empathie en waarbij de situatie van de inwoner centraal staat en niet de regels. Menselijke maat, vertrouwen en vereenvoudiging zijn daarom de uitgangspunten van het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Het kabinet wil hiermee concrete stappen zetten om de door uitkeringsgerechtigden én professionals ervaren hardheden in de Participatiewet weg te nemen. Het doel is de rechtszekerheid van uitkeringsgerechtigden te vergroten en professionals voldoende ruimte te geven om hen daarbij te helpen. Het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer, de Eerste Kamer zal hier in het najaar over stemmen (Stimulansz juli 2025).
Hoofdstuk 2 Missie, Visie en Uitgangspunten
1. De blik van Dijk en Waard
Met dit beleidskader wordt aangesloten bij bestaande kaders, de visie Sociaal Domein en het Integraal beleidskader sociaal domein 2023-2027. Ook is gebruik gemaakt van kennis die in de afgelopen jaren is opgedaan.
Visie Sociaal Domein
De Visie Sociaal Domein Dijk en Waard is een integrale visie voor het brede sociaal domein. Het doel van de visie is dat inwoners de mogelijkheid hebben om zich te ontwikkelen en dat iedereen kansen heeft om naar vermogen mee te doen in een inclusieve, vitale en kansrijke gemeente. Het doel van het Meedoenbeleid, het verhogen van de sociale kwaliteit, sluit hierbij aan. De visie Sociaal Domein is nader uitgewerkt in het Integraal beleidskader sociaal domein.
Integraal beleidskader sociaal domein 2023-2027
In het Integraal beleidskader sociaal domein worden richtinggevende uitgangspunten gegeven voor de korte en middellange termijn, waarbij integraliteit en preventie centraal staan. Het Meedoenbeleid draagt bij aan de doelstellingen van het Integraal beleidskader.
Een sterke sociale basis in een vitale samenleving bestaat uit drie invloedssferen: de persoonlijke sociale basis, de gemeenschappelijke sociale basis en de institutionele sociale basis.
Binnen de persoonlijke sociale basis van onze inwoners richt het gemeentelijke beleid zich op het versterken van het sociale netwerk van onze inwoners. Vanuit de gemeenschappelijke sociale basis worden inwoners uitgenodigd om hun netwerk te versterken.
De gemeenschappelijke sociale basis, die bestaat uit bijvoorbeeld verenigingen, vrijwilligerswerk, een plek voor gezamenlijke activiteiten, faciliteert de gemeente o.a. met middelen, ruimte en kennis. Het versterkt de sociale inclusie en talentontwikkeling voor al onze inwoners en voorkomt sociaal isolement. Een sterke gemeenschappelijke sociale basis maakt het mogelijk dat inwoners in financieel kwetsbare situaties aan activiteiten mee kunnen doen, eerder in beeld komen en een laagdrempelig ondersteunend aanbod kunnen ontvangen.
De institutionele sociale basis, zoals de vrij toegankelijke voorzieningen, welzijns- en jongerenwerk, faciliteert de gemeente door de vorming van het Stevig Lokaal Team, samenwerking met netwerkpartners en subsidiëring. Inwoners worden vanuit de institutionele basis ondersteund bij vragen en problemen op allerlei levensgebieden, waaronder hun financiële zelfredzaamheid.
Nieuwe kennis
Sinds 2023 is er vanuit de pilot Armoedebeleid een aantal extra voorzieningen aangeboden en is de samenwerking rondom preventie en vroegsignalering versterkt. De integrale aanpak is geïntensiveerd en opgegaan in het programma Stevig Lokaal Team. De inzet van de extra voorzieningen is uitgebreid geëvalueerd. De pilot Armoedebeleid heeft geleid tot de verbreding van het beleidskader Armoedebeleid naar het beleidskader Meedoen in Dijk en Waard en tot een structureel aanbod van succesvolle voorzieningen.
2. Visie en missie Meedoenbeleid
Missie
Dijk en Waard is een inclusieve, vitale en kansrijke gemeente waar de inwoners zoveel als mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. Samen met maatschappelijke organisaties staan we naast inwoners als het niet lukt om vragen of problemen zelfstandig of met behulp van hun eigen netwerk op te lossen. Indien het preventief aanbod of sociale netwerk niet toereikend is, biedt de gemeente een vangnet totdat de inwoner weer mee kan doen. In slechte tijden is er een vangnet en in goede tijden een springplank.
Visie
Het Meedoenbeleid is er op gericht inwoners die niet zelfredzaam zijn te ondersteunen om te participeren naar vermogen. De inwoners worden ondersteund vanuit vertrouwen, met persoonlijke aandacht en maatwerk. Er wordt ingezet op de ontwikkeling van inwoners. De gemeente speelt geen rol in inkomensbeleid, maar speelt wel een rol bij het bieden van een vangnet aan inwoners met een laag inkomen die moeilijk rond kunnen komen.
3. Uitgangspunten
1.Integraal, verbonden met andere beleidsterreinen
Hulp en ondersteuning aan inwoners die te maken hebben met armoede kent bijna altijd een integraal karakter. Dit betekent dat er niet alleen aandacht is voor het oplossen van financiële problemen maar ook voor psychosociale problemen of problemen rond de woonsituatie, gezondheid, verslaving of de gezinssituatie. De aanpak van het Stevig Lokaal Team heeft hetzelfde integrale karakter.
Een brede, integrale schuldenaanpak is vastgelegd in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Vanuit deze wet krijgen gemeenten een ruim kader waarbinnen gemeenten de schuldhulpverlening moeten organiseren.
2.Gericht op preventie, vroegsignalering en nazorg
Naast het verbeteren van de sociale kwaliteit van inwoners in financieel kwetsbare situaties willen we ook voorkomen dat inwoners geldzorgen krijgen. De minimavoorzieningen helpen inwoners om deel te kunnen nemen aan de samenleving. Dit betekent ook dat inwoners laagdrempelig en tijdig toegang moeten hebben tot informatie, advies en voorlichting en passende ondersteunende voorzieningen. Ook hier speelt de aanpak van het Stevig Lokaal Team een belangrijke rol.
3.Maatwerk, sluit aan bij mogelijkheden en capaciteiten inwoners
Niet iedereen heeft dezelfde ondersteuning nodig om uit een problematische financiële situatie te komen. Het is daarom belangrijk dat er per situatie gekeken wordt naar wat er nodig is om maatwerk te leveren.
4.Empowerment, gericht op participatie, eigen kracht en zet mensen in beweging
De ondersteuning is gericht op participatie en eigen kracht. Inwoners worden ondersteund om stappen te nemen om hun sociale kwaliteit te verbeteren.
5.Laagdrempelig, eenvoudig en dichtbij
Dijk en Waard werkt waar mogelijk vindplaatsgericht en preventief, door samen te werken met onze netwerkpartners en laagdrempelige voorzieningen te faciliteren.
Hoofdstuk 3 De context in Dijk en Waard
1. Inwoners Dijk en Waard
In Dijk en Waard zijn op 31 december 2023 2.256 minimahuishoudens in beeld, huishoudens met een inkomen tot 120% Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dit is 5,9% van alle huishoudens. Dit ligt in lijn met gemeenten van vergelijkbare grootte. Niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning maken hier ook gebruik van. Naar schatting is de groep groter, namelijk 2.611 huishoudens. In 2023 ontvingen 295 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening. Hiervan is 73% bekend als minimahuishouden (bron: Duidingsrapportage Minima 2023, KWIZ 2024).
2. Vroegsignalering van geldzorgen in Dijk en Waard
Sinds 1 januari 2022 is vroegsignalering opgenomen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gemeenten hebben in de Wgs de plicht gekregen om voortijdig op dreigende betalingsachterstanden op essentiële leefgebieden actie te ondernemen en hulp te bieden. Nutsbedrijven, zorgverzekeringen en woningbouwcorporaties delen (dreigende) betalingsachterstanden, zodat gemeenten hier gericht actie op kunnen ondernemen. Zaffier voert het meldpunt vroegsignalering voor Dijk en Waard uit.
3. Bereik van de voorzieningen
Dijk en Waard biedt een uitgebreid pakket aan minimavoorzieningen, de meeste voorzieningen hebben een toenemend bereik onder de doelgroep. Via de armoedemonitor wordt gemonitord of dit beeld zich voorzet. In onze communicatie en de communicatie vanuit Zaffier worden de voorzieningen regelmatig onder de aandacht gebracht via verschillende communicatiekanalen.
4. Werken vanuit de bijstand
De armoedeval is een achteruitgang van het netto inkomen bij (meer) werken. Dit zijn situaties waar werken niet loont. Bijvoorbeeld door het wegvallen van landelijke en/of lokale inkomensondersteuning of kwijtscheldingen. Dit kan gaan om situaties waar inwoners meer gaan werken of gaan werken vanuit een uitkering.
Uit de armoedemonitor 2023 blijkt dat het risico op armoedeval klein is en alleen speelt bij specifieke huishoudtypes. Dit heeft te maken met de landelijke regelingen. In een volgende armoedemonitor wordt onderzocht of dit beeld is gewijzigd. Voorlichting en hulp is van belang om inwoners te helpen een reëel beeld te hebben van hun oude en nieuwe financiële situatie. Dit is een taak die Zaffier uitvoert, samen met netwerkpartners.
5. Armoedemonitor en inkomenseffectrapportage
De Armoedemonitor en inkomenseffectrapportage worden in een terugkerende cyclus uitgevoerd en opgeleverd. Hierdoor houden we een actueel beeld van onze inwoners en van het gebruik van onze voorzieningen en kunnen we daarop inspelen. Daarnaast wordt onder andere de mate van stapeling van gebruik van voorzieningen uit de jeugdwet, participatiewet, Wmo, de armoedeval en het bereik van onze minimavoorzieningen jaarlijks geactualiseerd.
Hoofdstuk 4 Minimavoorzieningen in Dijk en Waard
1. Inleiding
Minimavoorzieningen blijven noodzakelijk om inwoners te ondersteunen bij meedoen, participeren in de samenleving. De generieke minimavoorzieningen zijn beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm) en zorgen voor een stabiele basis.
De integrale ondersteuning, zoals Zaffier uitvoert, is gericht op het bevorderen van uitstroom naar betaald werk. Waar nodig passen we maatwerk toe en we hebben specifieke aandacht voor doelgroepen die een verhoogd risico op bestaansonzekerheid lopen. Om het Meedoenbeleid te versterken nemen we verschillende maatregelen. We streven ernaar om de bekendheid van bestaande minimavoorzieningen te vergroten zodat niet-gebruik afneemt. Daarnaast werken we, samen met Zaffier, continue aan het meer toegankelijk maken van voorzieningen. Een belangrijk aspect is ook de samenwerking binnen het Stevig Lokaal Team en met de institutionele sociale basis. Samenwerking met maatschappelijke organisaties, preventieve maatregelen en vroegtijdige signalering zijn specifieke aandachtspunten. Tot slot zetten we in op een geïntegreerde aanpak binnen het sociaal domein om de effectiviteit van onze ondersteuning te vergroten.
2. Doelen minimavoorzieningen
1. Vergroten mogelijkheden om te participeren in de samenleving
We ondersteunen inwoners om zo goed mogelijk mee te doen aan de activiteiten in de samenleving, van sport tot cultuur en van onderwijs tot gezondheidszorg. Kinderen krijgen daarbij extra aandacht. Inwoners met een laag inkomen hebben vaak minder mogelijkheden om mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve of sociale activiteiten. Zij hebben soms onvoldoende middelen om lid te zijn van de voetbalvereniging, muziekles te volgen of deel te nemen aan een cursus. Het risico op sociale uitsluiting, maar bijvoorbeeld ook gezondheidsproblemen onder inwoners met een minimuminkomen, is mede daardoor groter.
2. Gezondheid bevorderen
Alle inwoners hebben recht op adequate gezondheidszorg. Inwoners met een minimuminkomen maken over het algemeen vaker gebruik van de gezondheidszorg. Zij hebben daar niet altijd voldoende middelen voor. Dat kan leiden tot vermijden van zorg, wat kan zorgen voor verslechtering van gezondheid en andere problemen.
3. Vangnet bieden
In ons streven naar financiële stabiliteit en het voorkomen van ernstige problemen bij onze inwoners, hechten we veel waarde aan preventie en vroegsignalering. Vroegsignalering wordt mogelijk gemaakt door middel van samenwerking met verschillende netwerkpartners en met het onderwijs als onderdeel van onze integrale toegangsbenadering. Door te investeren in de samenwerking met netwerkpartners en het onderwijs, streven we naar het vroegtijdig opvangen van signalen van mogelijke financiële problemen. Hierbij ondersteunen we onze inwoners bij hun financiële regie in het huishouden
In bijzondere situaties zijn algemene voorzieningen niet altijd toereikend en is ondersteuning op maat nodig. De ondersteuningsbehoefte wordt specifiek toegespitst op de situatie en ondersteuningsvraag van de betrokkenen. We ondersteunen inwoners die dreigen onder het bestaansniveau te komen totdat zij weer (financieel) zelfredzaam zijn. Hiermee doorbreken we de negatieve spiraal door stress voor het hele huishouden.
Elke inwoner is primair zelf verantwoordelijk voor de financiële verplichtingen die hij of zij aangaat én voor het nakomen van deze verplichtingen. Mocht er desondanks toch een schuldsituatie ontstaan, dan gaan we er vanuit dat de partijen dit in eerste instantie onderling en zelfstandig oplossen. De gemeente neemt deze verantwoordelijkheid niet over, maar ondersteunt schuldeiser en schuldenaar door te zorgen voor een goed vangnet voor degenen die er zonder hulp niet in slagen om uit een problematische schuldsituatie te komen. In eerste instantie is deze hulp erop gericht iemand weer zelfredzaam te maken zodat hij of zij in staat is de controle over de eigen financiën te nemen en zelf de schulden af te lossen.
3. Overzicht voorzieningen
Door veranderde wet- en regelgeving, evaluaties en de inkomenseffectrapportages hebben we de afgelopen jaren aanpassingen gedaan aan de minimavoorzieningen. De budgetten op de DijkenwaardPas zijn gedifferentieerd naar gezinssamenstelling en de collectieve zorgverzekering is uitgebreid naar een compleet pakket. Ook is het meldpunt vroegsignalering vanuit Zaffier gestart.
In deze afbeelding wordt een overzicht van de minimavoorzieningen weergegeven:
Hoofdstuk 5 Communicatie
1. Kernboodschap Dijk en Waard
Het Meedoenbeleid staat of valt met goede communicatie over de voorzieningen. Alle communicatie is in lijn met het doel en de leidende principes zoals deze zijn opgesteld in de visie sociaal domein en de routes van het integrale beleidskader. Vertaald naar communicatiethema’s zijn dat verhalen over ‘bestaanszekerheid bieden’, ‘preventie op het gebied van welzijn’ en ‘stimuleren van ontmoeting’. We laten zoveel mogelijk aanbieders van activiteiten, de maatschappelijke partners, de experts en de inwoners aan het woord, met als doel aan te sluiten bij de beleving van de lezer/ontvanger. De gemeente Dijk en Waard richt de communicatie vooral op het bekendmaken van de minimavoorzieningen, het attenderen op het gebruik van de voorzieningen en het bereiken van inwoners/huishoudens die tot de doelgroep behoren en (nog) geen gebruik maken van de voorzieningen.
2. Communicatie vanuit Zaffier
Voor Dijk en Waard is de uitvoering van het meedoenbeleid gedelegeerd aan de Gemeenschappelijke regeling Zaffier. Zaffier verstrekt de voorzieningen en communiceert met de inwoners via websites (zaffier.nl, dijkenwaardpas.nl), nieuwsbrieven, voorlichting op vindplekken, persoonlijke brieven en e-mail en persoonlijke gesprekken van inwoners met consulenten.
Er is gedurende het jaar aandacht voor de diverse minimavoorzieningen, zoals de computerregeling, de collectieve zorgverzekering en diverse schuldhulpcampagnes. Ook is er regelmatig aandacht voor de bestedingsmogelijkheden van de DijkenwaardPas. Bijvoorbeeld tijdens de schoolvakanties, bij de start van een nieuw school- en verenigingsjaar en in de decembermaand.
Hoofdstuk 6 Vervolg
Met de vaststelling van het beleidskader Meedoen in Dijk en Waard liggen de kaders vast voor de minimavoorzieningen. Deze kaders worden uitgewerkt in verordeningen, beleidsregels en nadere regels. De gemeenteraad heeft beslissingsbevoegdheid over de verordeningen. Zaffier werkt het beleidskader Meedoen in Dijk en Waard uit in beleidsregels of nadere regels.
De volgende verordeningen worden door de gemeenteraad vastgesteld:
- •
Verordening DijkenwaardPas
- •
Verordening Individuele inkomenstoeslag
- •
Verordening beslistermijn schuldhulpverlening
Uitwerking van de beleidskaders door Zaffier in beleidsregels of nadere regels betreffen:
- •
Beleidsregels Inkomenstoeslag
- •
Beleidsregels bijzondere bijstand
- •
Beleidsregels uitvoering schuldhulpverlening
- •
Nadere regels Vrijwilligersvergoeding
- •
Nadere regels MinimaPas Zaffier
Literatuur
- •
Commissie Sociaal Minimum (2023) Rapport II Een zeker bestaan
- •
‘s Jongers, T. (2024). Armoede uitgelegd aan mensen met geld
- •
KWIZ. (2024). Armoedemonitor en inkomenseffectrapportage 2023. KWIZ
- •
Movisie. (2023). Dossier: Bestaanszekerheid, meer dan geld
- •
Movisie. (2022). De structurele dimensie van bestaanszekerheid
- •
Nibud. (2024). Onderzoek naar gebruik van regelingen door huishoudens.
- •
Stimulansz. (2025, juli). Wetsvoorstel Participatiewet in balans
- •
Zaffier. (2025). Visiedocument Schuldhulpverlening. Gemeenschappelijke regeling Zaffier
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 13 november 2025
De griffier,
M. (Menno) Horjus
De voorzitter,
M.F. (Maarten) Poorter
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl