Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757640
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757640/1
Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026
Geldend van 28-02-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de Participatiewet, ontwikkelingen in de rechtspraak, de Participatiewet in Balans en overige samenhangende wetsvoorstellen en acties.
gelezen het voorstel d.d. 17 februari 2026;
overwegende dat:
- -
het gewenst is beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz
Besluit vast te stellen:
Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026
Artikel 1. Begripsbepaling
-
1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen.
- b.
Bijstand: een inkomensvoorziening op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz.
- c.
Bijstandsgerechtigde: inwoner van de gemeente Haarlemmermeer, van wie het recht op inkomensvoorziening in de vorm van bijstand of uitkering is vastgesteld.
- d.
College: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Haarlemmermeer.
- e.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
- f.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
- g.
Inkomensvoorziening: een financiële verstrekking op grond van de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en de Bbz, bedoeld voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
- h.
Inlichtingenplicht: de in artikel 17 eerste lid, Participatiewet, artikel 13, eerste lid IOAW en IOAZ, bedoelde verplichting van de aanvrager en de bijstands- en uitkeringsgerechtigde om het college te informeren over alle feiten en omstandigheden waarvan diegene redelijkerwijs kan begrijpen dat die van invloed kunnen zijn op het recht op de inkomensvoorziening of de hoogte daarvan.
- i.
Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.
- j.
Zeer dringende redenen: bij een beroep op dringende redenen worden de sociale en financiële gevolgen van de beslissing beoordeeld op hun onaanvaardbaarheid voor de situatie van betrokkene.
- a.
-
2. Voor zover niet anders bepaald hebben alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW en IOAZ, de geldende verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer en de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Gegevensverstrekking
-
1. De belanghebbende doet aan het college op verzoek of onverwijld (binnen 5 werkdagen) mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan het de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand, toeslag of arbeidsinschakeling.
-
2. De verplichting van het eerste lid geldt niet:
- a.
als de feiten en omstandigheden door gegevenskoppeling al bij het college bekend zijn;
- b.
ten aanzien van een toename van het vermogen tot de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet;
- c.
ten aanzien van de ontvangst van giften tot een maximumbedrag conform artikel 31, tweede lid onder m Pw per kalenderjaar.
- a.
-
3. De verplichting van het eerste lid is beperkt tot wijzigingen in feiten en omstandigheden als het gaat om een nieuwe aanvraag binnen 6 maanden na einde van de uitkering op grond van de wet;
-
4. Als de belanghebbende door het college gevraagde gegevens niet of niet volledig verstrekt, wordt eenmalig een hersteltermijn gegeven van minimaal 7 werkdagen.
Artikel 3. Gebruik gegevens bij hernieuwde aanvraag
-
1. Indien na het eindigen van de algemene bijstand binnen zes maanden door belanghebbende een nieuwe aanvraag wordt gedaan, kan het college op grond van artikel 43a Pw de gegevens die bij hem berusten in verband met de eerdere bijstandsverlening gebruiken als dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag
-
2. Indien belanghebbende is verhuisd naar Haarlemmermeer vanuit een andere gemeente, kan het college de gegevens die bij hem berusten in verband met de bijstandsverlening uit de andere gemeente gebruiken als dit leidt tot een voor de belanghebbende minder belastende aanvraag.
-
3. Het college verifieert de juistheid en actualiteit van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de beschikbare bronnen en zo nodig bij de belanghebbende.
-
4. Indien de eerste bijstandsverlening is beëindigd n.a.v. het schenden van de inlichtingenplicht door belanghebbende, dan dient het college de hernieuwde aanvraag als een nieuwe aanvraag te behandelen conform artikel 2 van deze beleidsregels.
-
5. De bepalingen in dit artikel treden in werking per 1 juli 2026
Artikel 4. Verantwoordelijkheid tot voldoening uit eigen middelen
-
1. Belanghebbende dient een vermogen te hebben dat minder is dan de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet.
-
2. Er geldt een extra vermogensvrijlating indien er sprake is van een reservering voor de uitvaart die op een aparte rekening staat of indien er sprake is van een aparte polis in natura (niet afkoopbaar). De hoogte van de extra vermogensvrijlating is vastgelegd in het geldende Financieel besluit sociaal domein.
-
3. Van het uitgangspunt dat motorvoertuigen meetellen voor de vermogensvaststelling kan worden afgeweken indien:
- a.
de het motorvoertuig, gelet op de omstandigheden van persoon en gezin, noodzakelijk is en de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 28.816.
- b.
In afwijking van het hiervoor gestelde onder lid 3, onderdeel a geldt, indien er sprake is van een aangepast voertuig omdat de persoon of een van de gezinsleden lichamelijke beperkingen heeft, er geen maximumbedrag van € 28.816.
- c.
in de overige gevallen mag de waarde van het motorvoertuig niet meer bedragen dan maximaal € 2.500. Indien de waarde van het motorvoertuig hoger is dan dit maximumbedrag, dan telt alleen het meerdere boven € 2.500 mee voor de vermogensvaststelling. De vrijlating van € 2.500 geldt slechts ten aanzien van één motorvoertuig per gezin. Indien er daarnaast binnen hetzelfde huishouden over nog een motorvoertuig wordt beschikt, wordt de waarde daarvan toegerekend aan het vermogen. Voor de vaststelling van de waarde van het motorvoertuig (inclusief btw) kan gebruik gemaakt worden van de online ANWB-koerslijst.
- a.
-
4. Caravans en vaartuigen worden meegeteld bij het vermogen, omdat deze vanwege hun aard in beginsel niet als algemeen gebruikelijk of noodzakelijk worden beschouwd in de zin van artikel 34 lid 2 sub a van de wet.
Artikel 5. Jongerennorm
-
1. Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar is de norm per kalendermaand vastgelegd in artikel 20, lid 1 en 2 PW.
-
2. Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar verhoogt het college de norm conform artikel 20, lid 3 en 4 van de wet, indien die belanghebbende voor de kosten van levensonderhoud geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat:
- a.
de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of
- b.
deze persoon redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken.
- a.
-
3. Voor belanghebbende kan in individuele gevallen waar de verhoogde jongerennorm conform lid 2 van dit artikel niet volstaat voor de kosten van levensonderhoud van betrokkene, zoals in het geval van woonkosten en woonlasten, worden aangevuld tot de alleenstaande bijstandsnorm conform artikel 18 eerste lid Pw.
-
4. Voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar die in een instelling wonen hebben geen recht op algemene bijstand (art. 13 lid 2 onder a Pw). Indien de ouders niet kunnen bijdragen in de kosten van bestaan kan er bijzondere bijstand ter hoogte van de inrichtingsnorm worden versterkt op grond van artikel 35 Pw.
Artikel 6. Terugwerkende kracht bij aanvragen bijstand
-
1. Het college kan bijstand toekennen vanaf de dag die maximaal drie maanden gelegen is voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld, indien individuele omstandigheden hiertoe noodzaken op grond van artikel 44, lid 5 Pw.
-
2. Omstandigheden waarin terugwerkende kracht mogelijk is:
- a.
de belanghebbende heeft zich niet eerder kunnen melden, bijvoorbeeld door:
- i.
de belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen;
- ii.
de belanghebbende heeft alles geprobeerd dat in zijn macht heeft gelegen om zelfstandig in zijn bestaan te voorzien
- iii.
een afwijzing van een voorliggende voorziening;
- iv.
een eerdere bijstandsaanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen omdat niet tijdig alle gegevens zijn aangeleverd;
- v.
de belanghebbende had onvoldoende inzicht in inkomsten/vermogen door bijv. flexibel werk, crisissituatie, scheiding, detentie, erfenis;
- vi.
de belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen
- i.
- b.
Als sprake is van ernstige gevolgen bij het niet met terugwerkende kracht toekennen van bijstand, bijvoorbeeld:
- i.
de belanghebbende heeft probleemschulden en/of betalingsachterstanden;
- ii.
na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of is belanghebbende failliet verklaard;
- iii.
na de melding is de huur van woonruimte opgezegd, de zorgverzekering geroyeerd, of gas, licht of water afgesloten.
- i.
- a.
Artikel 7. Bevoorschotting
-
1. Het college verstrekt op grond van artikel 52 Pw een voorschot op de te ontvangen bijstand indien er na vier weken na de aanvraag nog geen besluit is genomen op de aanvraag.
-
2. De hoogte van het voorschot bedraagt maximaal 95% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantiegeld.
-
3. Het college kan in overleg met de inwoner in individuele gevallen besluiten om een lagere norm dan beschreven in lid 2 te verstrekken indien dit bijdraagt aan het voorkomen van terugvorderingen voor belanghebbende.
Artikel 8. Mantelzorg
-
1. Het college houdt bij het verstrekken van bijstand rekening met de aard, omvang en intensiteit van de verleende mantelzorg.
-
2. Er is sprake van een intensieve zorgbehoefte als degene die verzorging nodig heeft door ziekte of een lichamelijke, verstandelijke of psychische stoornis:
- a.
in aanmerking komt voor een opname in een Wlz-inrichting; of
- b.
duurzaam is aangewezen op dagelijkse hulp bij alle of de meeste algemene dagelijkse levensverrichtingen; of
- c.
duurzaam is aangewezen op constant toezicht om mogelijk gevaar voor zichzelf of anderen te voorkomen.
- a.
-
3. Indien de belanghebbende onbetaalde mantelzorg verleent, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand het verlenen van deze zorg niet beschouwd als op loon te waarderen arbeid.
-
4. Indien er sprake is van een zorgbehoefte en deze zorgbehoefte de reden is van samenwonen, dan kan belanghebbende op grond van artikel 3, lid 2 onderdeel a Pw samenwonen zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding.
-
5. De kostendelersnorm wordt op grond van artikel 22a, lid 4 Pw niet toegepast als een woning tijdelijk wordt gedeeld i.v.m. mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte.
-
6. Geen opschorting van de bijstandsverlening vindt plaats indien de belanghebbende voor het leveren van mantelzorg bij een intensieve zorgbehoefte tijdelijk gebruik maakt van een hoofdverblijf elders.
Artikel 9. Middelen uit kansspelen
-
1. Alle opbrengsten in verband met gokactiviteiten worden beschouwd als inkomen en moeten door belanghebbende worden gemeld aan het college.
-
2. Er is sprake van online gokactiviteiten wanneer er door belanghebbende digitale betalingen aan een (digitale) gokinstelling, zoals een website of app, worden gedaan.
-
3. Er is sprake van gokactiviteiten in een fysieke locatie wanneer er door belanghebbende zowel cashbetalingen als pinopnames in een gokinstelling, zoals een casino, worden gedaan.
-
4. Wanneer een belanghebbende opbrengsten ontvangt uit gokken, dan wordt dit aangemerkt als inkomen welke in mindering worden gebracht op de bijstand. Bij het vaststellen van de inkomsten uit de gokactiviteiten wordt geen rekening gehouden met de verwervingskosten (inleggelden) en op deze opbrengsten is geen vrijlating van een deel van het inkomen van toepassing.
-
5. Om in het geval van online gokactiviteiten, zoals beschreven in lid 2, het recht op bijstand te kunnen vaststellen overlegt belanghebbende een deugdelijke administratie van de gokactiviteiten zoals deze is opgenomen in het onlineaccount van betrokkene van de betreffende online gokinstelling(en).
-
6. Om in het geval van fysieke gokactiviteiten, zoals beschreven in lid 3, het recht op bijstand te kunnen vaststellen overlegt belanghebbende een overzicht van pinopnames tijdens het bezoek aan de gokinstelling.
-
7. De inkomsten uit gokken bij een fysieke instelling zijn gelijk aan de ingelegde bedragen. De ingelegde bedragen worden herleid aan de hand van de pinopnames op de bankafschriften.
-
8. Wanneer er sprake is van een incidentele opbrengst van een loterij, dan wordt deze opbrengst gezien als vermogen.
Artikel 10 Hardheidsclausule
-
1. Het college kan besluiten om af te wijken van deze beleidsregels wanneer specifieke individuele omstandigheden van dien aard zijn, dat een strikte toepassing van de beleidsregels tot een schrijnende situatie leidt of een schrijnende situatie laat voortduren.
-
2. De hardheidsclausule kan ook worden toegepast op een situatie waarin niet wordt voorzien in deze beleidsregels.
-
3. Er kan ook alleen tijdelijk worden afgeweken. Omdat het hier een hardheidsclausule betreft, wordt hier geen maximale termijn aan verbonden: op basis van een redelijke of beredeneerde inschatting wordt gesteld dat de situatie binnen een beperkte termijn zal zijn opgelost.
Artikel 11 Slotbepalingen
-
1. Het college kan ter nadere uitvoering van deze beleidsregels uitvoeringsregels opstellen.
-
2. In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college.
-
3. Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen waarop op of na 1 januari 2026 een besluit wordt genomen.
-
4. Deze beleidsregels treden in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.
-
5. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 17 februari 2026.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,
de secretaris,
Hermineke van Bockxmeer
de burgemeester,
Marianne Schuurmans-Wijdeven
Toelichting bij beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Haarlemmermeer 2026
Artikel 2. Gegevensverstrekking
Voor een zorgvuldig onderzoek is het nodig dat het college informatie heeft over bijvoorbeeld het inkomen, werkzaamheden, arbeids(on)geschiktheid, studie/opleiding, schulden, bijzondere kosten. Het college zal alleen belangrijke en noodzakelijke informatie die nog niet bekend is of kan zijn opvragen bij de aanvrager. Met de privacy van de aanvrager wordt rekening gehouden binnen de grenzen van de AVG.
Het college verwacht dat de aanvrager het college helpt bij het onderzoek door belangrijke informatie niet alleen op verzoek, maar ook uit eigen beweging te geven. Dit kan zijn in een gesprek en door het inleveren van stukken ter onderbouwing of bewijs.
Informatie en onderzoek maken dat maatwerk geleverd kan worden.
Artikel 6. Terugwerkende kracht bij aanvragen bijstand
Er kunnen door belanghebbende geen rechten worden ontleend aan de bepalingen van artikel 6, lid 2. De mogelijkheden en voorwaarden om met terugwerkende kracht bijstand toe te kennen vinden plaats op basis van een beoordeling op de individuele situatie naar het oordeel namens het college.
Maatwerk
Het college probeert maatwerk te leveren. Hiermee hoopt het college zoveel mogelijk te voorkomen dat besluiten onevenredig nadelig uitpakken. Hierbij houdt het college rekening met het maatwerk en de aandacht voor vertrouwen in de inwoner dat de Participatie in balans benadrukt.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl