Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer

Geldend van 26-02-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer

De raad van de gemeente Deventer;

Gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 20-01-2026, nummer 2026-21

BESLUIT:

Vast te stellen de Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer:

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    afkoppelen: hemelwater van een dakoppervlak aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen;

  • d.

    bijgebouw: losstaande of aansluitende gebouwen met een dak, zonder woon- of verblijfsbestemming. Hieronder vallen tuinhuisjes, schuren, garages, dierenverblijfplaatsen, fietsenhokken, etc.;

  • e.

    collectief: collectief bestaande uit minimaal drie verschillende natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar of gebruiker zijn van tenminste drie verschillende panden, waarvan één als penvoerder namens dit collectief optreedt. Aan een collectief worden gelijkgesteld: Vereniging van Eigenaren (VVE) en woningbouwcorporaties;

  • f.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer;

  • g.

    containerombouw: roerende zaak, ontworpen om vuilniscontainers netjes en uit het zicht te plaatsen; dakoppervlak: horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan;

  • h.

    gebruik hemelwater: buffering en filtering van hemelwater ten behoeve van laagwaardig gebruik ter vervanging van drinkwater, niet zijnde voor gebruik van consumptiedoeleinden;

  • i.

    gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering;

  • j.

    groen dak: dak bestaande uit minimaal drie lagen, zijnde: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten, zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’;

  • k.

    groene gevel: klimconstructie bevestigd aan een gevel voorzien van klimplanten in de volle grond op eigen terrein;

  • l.

    groene erfafscheiding: een afscheiding op of bij de erfgrens, die bestaat uit levende beplanting, al dan niet tegen een constructie groeiend, zoals een haag of klimplanten;

  • m.

    hemelwater: water dat uit de hemel valt zoals regen, sneeuw, hagel en dauw;

  • n.

    hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater;

  • o.

    infiltratie: het op eigen terrein infiltreren van hemelwater in de bodem, door middel van bijvoorbeeld een infiltratiekrat of grindput;

  • p.

    infiltratiekrat/infiltratietoepassing; een geperforeerde en dus sterk waterdoorlatende box, met een interne structuur en bij voorkeur gemaakt van een natuurlijk materiaal, die in de grond wordt geplaatst om hemelwater op te vangen en geleidelijk te infiltreren in een waterdoorlatende bodem, of een daarmee te vergelijken systeem;

  • q.

    inheemse soort: soort die van nature in een bepaald gebied voorkomt;

  • r.

    inwonersinitiatief: minimaal drie verschillende natuurlijke personen die eigenaar of gebruiker zijn van ten minste drie verschillende panden en waarvan één als penvoerder namens dit inwonersinitiatief optreedt, of een stichting of vereniging, die samen een idee bedenken en uitvoeren om klimaatadaptatiemaatregelen zoals beschreven in artikel 1.4 in de openbare ruimte te realiseren, zonder commercieel belang;

  • s.

    onderwijsinstelling: instantie waar onderwijs of kinderopvang wordt aangeboden, opgenomen in de Registratie Instellingen en Opleidingen of het Landelijk Register Kinderopvang (met uitzondering van gastoudervoorzieningen);

  • t.

    ontstenen: verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal;

  • u.

    openbare ruimte: ruimte tussen de particuliere kavels die in bezit is van de overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is;

  • v.

    oppervlaktewater: water dat zich boven de grond bevindt: het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke;

  • w.

    pand: gebouw inclusief aanbouw, uitbouw en bijgebouwen, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd;

  • x.

    vergroenen: aanbrengen van een vruchtbare bodem voor beplanting als gras, planten, struiken of bomen.

  • y.

    voorziening voor berging: een voorziening bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen waarbij grond wordt verwijderd om de voorziening te plaatsen. Dit kan een wadi, infiltratiekratten of ondergrondse regenwatertank zijn;

  • z.

    wadi: verlaging op eigen terrein waar hemelwater naartoe geleid wordt, bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen, voorzien van waterdoorlatende, filterende bodem waardoor water langzaam in de bodem kan wegzakken. De toplaag bestaat uit beplante, verbeterde grond.

Artikel 1.2 Bevoegdheid van het college

  • 1. Het college is bevoegd te besluiten op aanvragen om subsidie krachtens deze verordening.

  • 2. Het college is bevoegd onaangekondigd de uitvoering van de maatregelen waarvoor subsidie is verleend te controleren.

Artikel 1.3 Doel subsidie

Het doel van de verordening is om inwoners en organisaties te stimuleren zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op/bij een pand.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Het college verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten:

  • a.

    het planten van bomen - PB;

  • b.

    het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV;

  • c.

    het aanleggen van een groen dak - GD;

  • d.

    het afkoppelen zonder voorziening voor berging en infiltratie - AZ;

  • e.

    het aanleggen van een voorziening voor berging en infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI;

  • f.

    het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag - RW;

  • g.

    het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2 - AH;

  • h.

    het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater - IH;

  • i.

    het aanleggen van een groene gevel - GG;

  • j.

    het aanleggen van een groene geveltuin - GT;

  • k.

    het plaatsen van een groene erfafscheiding – GE;

  • l.

    klimaatadaptief inrichten van schoolpleinen;

  • m.

    inwonersinitiatief voor openbare ruimte;

Artikel 1.5 Aanvrager

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met k, wordt verstrekt aan een eigenaar, huurder of pachter van een pand of aan de penvoerder van een collectief.

  • 2. Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder l, wordt uitsluitend verstrekt aan een onderwijsinstelling.

  • 3. Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder m, wordt uitsluitend verstrekt aan een inwonersinitiatief.

Artikel 1.6 Algemene criteria

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende algemene criteria:

  • a.

    Een subsidie als bedoeld in artikel 1.4, sub a tot en met l, wordt slechts verstrekt als de activiteit plaatsvindt:

    • a.

      op of bij het pand van de aanvrager, gesitueerd in de gemeente Deventer;

    • b.

      bij een collectief of inwonersinitiatief: op of bij het pand van de natuurlijke of rechtspersonen namens wie de penvoerder de aanvraag doet, gesitueerd in de gemeente Deventer.

Artikel 1.7 Algemene weigeringsgronden

De subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    voor de activiteit, bedoeld in artikel 1.4, al subsidie is verstrekt voor het pand, of;

  • b.

    naar het oordeel van het college de infiltratie van het hemelwater van het afgekoppelde dakoppervlak in de bodem of afvoer naar open water in die specifieke situatie niet haalbaar blijkt danwel op enige wijze overlast veroorzaakt, of;

  • c.

    Het maatregelen betreft die hitte, droogte of wateroverlast helpen voorkomen bij bedrijven gevestigd op de in de gemeente Deventer gelegen bedrijventerreinen Bergweide 3, Bergweide 4, Bergweide 5, Havenkwartier, Kloosterlanden en De Weteringen, die onderdeel uitmaken van de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TBBT), uitgezonderd zijn de maatregelen genoemd in artikel 1.4, sub d t/m h of;

  • d.

    de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 1.11;

Artikel 1.8 Verplichtingen

Aan de subsidie worden de volgende verplichting(en) verbonden:

  • a.

    ontwerp, aanleg of installatie zijn volgens de gebruiksvoorschriften uitgevoerd;

  • b.

    de activiteit voldoet aan de geldende wet- en regelgeving ;

  • c.

    de aanvrager dient de uitgevoerde activiteit te onderhouden;

Artikel 1.9 Subsidieplafond en verdeelregels

  • 1. Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.4, onder b, d t/m h, l en m, geldt gedurende de looptijd van deze verordening per afzonderlijk kalenderjaar, een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht van ten hoogste € 200.000,-.

  • 2. Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.4, onder a, c en i t/m m, geldt gedurende de looptijd van deze verordening in de periode 2025 tot en met 2027 per afzonderlijk kalenderjaar, een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht van ten hoogste € 71.509,-.

  • 3. Behoudens het bepaalde in lid 1 en 2, wordt bij niet volledig benutten van het jaarbudget, het resterende budget meegenomen naar het opvolgende kalenderjaar.

  • 4. Subsidie wordt per kalenderjaar verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen tot aan het subsidieplafond zoals opgenomen in lid 1 en 2, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst.

  • 5. Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting.

Artikel 1.10 Subsidiabele kosten

  • 1. Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a t/m f, komen de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit.

  • 2. Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder l en m, komen de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit.

  • 3. Niet tot de subsidiabele kosten behoren:

    • a.

      de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag;

    • b.

      BTW welke kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden gecompenseerd.

    • c.

      de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen voor de uitvoering of gemoeid met beheer en onderhoud van de aangebrachte voorziening.

Artikel 1.11 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1. De aanvraag wordt ingediend binnen zes maanden na afronding van de activiteit.

  • 2. De aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 3. De aanvrager overlegt bij de aanvraag:

    • a.

      een factuur of aankoopbewijs, waaruit de subsidiabele activiteit blijkt. Indien er geen materialen zijn gekocht, moet de aanvrager aantonen dat de maatregel binnen zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag is gerealiseerd.

    • b.

      minimaal twee foto’s, waarbij één foto de situatie voor en één foto de situatie na het realiseren van de subsidiabele activiteit laat zien.

    • c.

      als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder e en g: een berekening van de inhoud van de voorziening;

    • d.

      als deze is vereist voor de uitvoering van de activiteit, de voor de realisatie van de activiteit benodigde vergunning;

    • e.

      schriftelijke toestemming van de eigenaar als de aanvrager een huurder of pachter is of toestemming van de gemeente als het om de openbare ruimte gaat;

    • f.

      schriftelijke toestemming van de buren als er sprake is van een activiteit welke plaatsvindt op een erfscheiding.

    • g.

      Indien sprake is van een aanvraag door een collectief of een inwonersinitiatief met een penvoerder: een machtiging van de natuurlijke personen of rechtspersonen aan de penvoerder, waaruit blijkt dat de penvoerder gerechtigd is om de subsidieaanvraag te doen en alle overige correspondentie en communicatie over de aanvraag met het college te voeren.

Artikel 1.12 Beslissing op aanvraag

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een beslissing.

  • 2. Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen.

  • 3. Een subsidie wordt direct vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot verlening.

Paragraaf 2 het planten van bomen - PB

Artikel 2.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de aangeplante boom is een inheemse soort;

  • b.

    de stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf) is minimaal 12 cm

  • c.

    de oppervlakte van onbebouwde ruimte dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte, als volwassen boom, overeenkomstig de volgende uitgangspunten:

    • i.

      bij een oppervlakte tot 50 m2 geldt een boomgrootte tot zes meter;

    • ii.

      bij een oppervlakte tussen de 50 m2 en 200 m2 geldt een boomgrootte tussen de zes en twaalf meter;

    • iii.

      bij een oppervlakte van meer dan 200 m2 geldt een boomgrootte vanaf twaalf meter.

  • d.

    de boom staat in de volle grond.

Artikel 2.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als de boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant.

Artikel 2.3 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,- per boom met een maximum van € 175.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief, als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 3 Het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV

Artikel 3.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel b, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de aangeplante grassen, planten of struiken zijn een inheemse soort;

  • b.

    er is sprake van minimaal 5 m2 ontstenen in combinatie met vergroenen.

Artikel 3.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt maximaal 100 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5,- per m2 verwijderde verharding tot een maximum van € 500.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief, als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 4 Het aanleggen van een groen dak - GD

Artikel 4.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel c, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de aangeplante vegetatie bestaat voor minimaal 75% uit inheemse soorten.

  • b.

    in aanvulling op artikel 1.6 kan de activiteit ook uitgevoerd worden op een containerombouw van de aanvrager;

Artikel 4.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt € 20,- per m2 aangelegd groen dak met een maximum van € 2.000,- subsidie per pand.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 5 Het afkoppelen zonder voorziening voor berging/infiltratie - AZ

Artikel 5.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel d, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd bij een pand aangesloten op een gemengd riool; uitgesloten zijn de panden die onder de gemeentelijke hemelwaterverordening vallen, verwerkt in hoofdstuk 8 van de verordening Fysieke Leefomgeving en onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet.

  • b.

    bij infiltratie op eigen perceel moet er sprake zijn van voldoende niet afgedekte bodem die geschikt is voor infiltratie van regenwater, of moet het afgekoppelde hemelwater kunnen worden geloosd op het hemelwaterriool of het oppervlaktewater.

Artikel 5.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het afkoppelen zonder voorziening voor berging of infiltratie bedraagt per pand € 60,-.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief, als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 6 Het aanleggen van een voorziening voor berging of infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI

Artikel 6.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel e, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd bij een pand aangesloten op een gemengd riool; uitgesloten zijn de panden die onder de gemeentelijke hemelwaterverordening vallen, verwerkt in hoofdstuk 8 van de verordening Fysieke Leefomgeving en onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet.

  • b.

    in het geval het een voorziening voor berging betreft heeft deze een minimale capaciteit van 20 liter per afgekoppelde m2 dakoppervlak;

  • c.

    in het geval het een voorziening voor infiltratie betreft is de infiltratiecapaciteit van de bodem groot genoeg om het afstromende water te verwerken.

Artikel 6.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien er sprake is van afgekoppelde dakoppervlak van meer dan 250 m2.

Artikel 6.3 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt € 200,- per m3 verwijderde grond ten behoeve van de realisatie van de

  • 2. activiteit middels maaiveldverlaging, met een maximum van € 500.

  • 3. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 7 Het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag (regenton, -schutting of – zuil) - RW

Artikel 7.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel f van deze verordening, gelden in aanvulling op artikel 1.6 en artikel 1.7 van deze verordening de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de regenwateropslag heeft een minimale capaciteit van 100 liter;

  • b.

    het regenwater moet via de regenpijp vanaf het dak in de voorziening voor regenwateropslag terechtkomen.

Artikel 7.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het plaatsen van een regenwateropslag bedraagt, met een maximum van twee voorzieningen voor regenwateropslag:

    • a.

      € 25,- per voorziening bij een opvangcapaciteit van 100 tot 200 liter.

    • b.

      € 50,- per voorziening bij een opvangcapaciteit boven de 200 liter.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief, als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 8 Het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2 - AH

Artikel 8.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel g, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de activiteit wordt uitgevoerd bij een pand aangesloten op een gemengd riool; uitgesloten zijn de panden die onder de gemeentelijke hemelwaterverordening vallen, verwerkt in hoofdstuk 8 van de verordening Fysieke Leefomgeving en onderdeel van het tijdelijk omgevingsplan onder de Omgevingswet.

  • b.

    de voorziening heeft een minimale berging van 20 liter per afgekoppelde m2 op privaat terrein;

  • c.

    in de huidige situatie wordt hemelwater afgevoerd via de gemengde riolering;

  • d.

    deze subsidie is niet stapelbaar met voorziening d en e, in artikel 1.4.

Artikel 8.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien er sprake is van afgekoppelde dakoppervlak van minder dan 250 m2.

Artikel 8.3 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt €6,- per m2 afgekoppeld dakoppervlak, met een maximum van €25.000.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 9 Het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater - IH

Artikel 9.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel h, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de installatie, bestaande uit filters, pomp en waterverdeling is voldoende bereikbaar voor onderhoud en inspectie.;

  • b.

    de activiteit heeft een minimale capaciteit van 1000 liter.

Artikel 9.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt €100,- per 1000 liter gebufferd hemelwater, met een maximum van € 1000.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 10 Het aanleggen van een groene gevel - GG

Artikel 10.1 Specifieke criteria en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel i, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de beplanting is een inheemse soort.

  • b.

    de beplanting kan omhoog groeien via een daarvoor bestemde klimconstructie.

Artikel 10.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd als de activiteit plaats vindt in de openbare ruimte.

Artikel 10.3 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt 100 % van de subsidiabele kosten met een maximum van € 30,- per m2 klimconstructie, tot maximaal € 2.500.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 11 Het aanleggen van een groene geveltuin - GT

Artikel 11.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel j, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de geveltuin wordt gerealiseerd in de openbare ruimte;

  • b.

    de beplanting is een inheemse soort;

  • c.

    toestemming van de gemeente voor aanbrengen van deze voorziening is vereist.

Artikel 11.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien de activiteit plaatsvindt op private grond.

Artikel 11.3 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie voor het aanleggen van groene geveltuin bedraagt € 50,- per pand.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 12 Het plaatsen van groene erfafscheiding - GE

Artikel 12.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie voor de voorziening als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel k, gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    het gaat om erfafscheiding van inheemse soorten.

  • b.

    de beplanting staat in de volle grond;

Artikel 12.2 Hoogte subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt €20 per strekkende meter groene erfafscheiding met een maximum bedrag van € 500,- per pand.

  • 2. Bij een aanvraag door een collectief als bedoeld in artikel 1.5, lid 1, is de subsidie 25% hoger dan het bedrag in lid 1.

Paragraaf 13 Het klimaatadaptief inrichten van schoolpleinen

Artikel 13.1 Specifieke criteria

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onderdeel l gelden de volgende specifieke criteria:

  • a.

    de activiteit vindt plaats bij een pand van een onderwijsinstelling;

  • b.

    de activiteit betreft een combinatie van twee of meer activiteiten als bedoeld in 1.4; onder a tot en met k.

  • c.

    de specifieke criteria en weigeringsgronden van de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, opgenomen in paragraaf 2 t/m 12 zijn van toepassing, voor zover ze niet strijdig zijn met de overige artikelleden van dit artikel.

Artikel 13.2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt (deels) geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met k, waarvoor aan de aanvrager al subsidie is verleend.

Artikel 13.3 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,-

Paragraaf 14 Inwonersinitiatief voor openbare ruimte

Artikel 14.1 Specifieke criteria en verplichtingen

Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 van deze verordening, die als inwonersinitiatief aangevraagd kan worden, gelden de volgende criteria:

  • a.

    de activiteit vindt plaats in de openbare ruimte;

  • b.

    de activiteit betreft een combinatie van twee of meer activiteiten als bedoeld in 1.4; onder a tot en met k;

  • c.

    toestemming van de gemeente voor aanbrengen van deze voorziening is vereist.

  • d.

    de specifieke criteria en weigeringsgronden van de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, opgenomen in paragraaf 2 t/m 12 zijn van toepassing, voor zover ze niet strijdig zijn met de overige artikelleden van dit artikel.

Artikel 14.2 Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt:

  • a.

    bij een aanvraag tot en met € 1.000,-: 100% van de subsidiabele kosten van de maatregelen;

  • b.

    bij een aanvraag tussen € 1.000,- en € 10.000,-: 75% van de subsidiabele kosten van de maatregelen;

  • c.

    bij een aanvraag boven de € 10.000,-: 50% van de werkelijke kosten van de maatregelen met een maximum van € 15.000,-.

Artikel 15 Slotbepalingen

Artikel 15.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze verordening indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 15.2 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De ‘Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer 2025-2028’ wordt ingetrokken

  • 2. Deze aangepast verordening treedt in werking op 11 februari 2026.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer’.

Artikel 15.3 Overgangsbepalingen

Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór de in artikel 15.2, tweede lid, genoemde datum, maar op dit datum nog niet zijn beschikt, blijft de in artikel 15.2, lid 1 genoemde verordening van kracht.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 11 februari 2026.

De raad voornoemd,

de griffier,

A. Kerver

de voorzitter,

R.C. König