Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Munsel van gemeente Boxtel 2026

Geldend van 25-02-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Munsel van gemeente Boxtel 2026

De raad van de gemeente Boxtel;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025;

gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging, artikel 149 van de Gemeentewet,

gelezen het advies van 21 oktober 2025;

b e s l u i t :

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Munsel van gemeente Boxtel 2026;

Hoofdstuk I Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze Verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats Munsel te Boxtel;

  • b.

    graf: een zandgraf of grafkelder

  • c.

    grafkelder: een betonnen constructie waarin een of meerdere overledenen worden begraven of asbussen worden bijgezet;

  • d.

    asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

  • e.

    urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

  • f.

    particulier graf: een graf waarvoor aan één natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

    • 1.

      het doen begraven en begraven houden van één of meer overledenen;

    • 2.

      het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urn;

  • g.

    particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van kinderen tot 12 jaar;

  • h.

    particulier foetusgraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van levenloos geborenen;

  • i.

    particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urnen;

  • j.

    particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van één of meer asbussen met of zonder urnen;

  • k.

    verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

  • l.

    gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;

  • m.

    grafbedekking: gedenkteken, grafbeplanting en andere voorwerpen op een (urnen)graf;

  • n.

    beheerder: de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of alsmede degene die hem vervangt;

  • o.

    rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven of doen bijzetten in een particulier graf, particulier kindergraf, particulier foetusgraf, particulier urnengraf, of particuliere urnennis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden;

  • p.

    grafrecht: het uitsluitend recht op het begraven en begraven houden in een particulier graf, particulier kindergraf, particulier foetusgraf, of recht tot het doen bijzetten en bijgezet houden in een particulier urnengraf of particulier urnennis;

  • q.

    ruimen: na schriftelijk afstand van het grafrecht de stoffelijke resten begraven in een daarvoor bestemd gedeelte van de begraafplaats;

  • r.

    samenvoegen: het samenvoegen van stoffelijke resten uit één graf en deze onder in hetzelfde graf herbegraven zodat er ruimte ontstaat voor een nieuwe begraving;

  • s.

    uitvoeringsbesluit of nadere regels: regelgeving met betrekking tot de uitvoering, welke onlosmakelijk is verbonden aan onderhavige beheersverordening.

Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Artikel 2 Openstelling begraafplaats

  • 1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende door burgemeester en wethouders bij uitvoeringsbesluit vast te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend.

  • 2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kan de toegang tijdelijk worden gesloten.

  • 3. In verband met werkzaamheden op de begraafplaatsen kan bezoekers de toegang tot de begraafplaats of een deel van de begraafplaats worden ontzegd.

  • 4. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.

Artikel 3 Beheer

  • 1. Het beheer van de begraafplaats berust bij het college. Het college stelt regels met betrekking tot de uitvoering hiervan in een uitvoeringsbesluit.

Artikel 4 Ordemaatregelen

  • 1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

  • 3. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van of namens de beheerder.

  • 4. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het derde lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.

Artikel 5 Verboden

  • 1. Het is verboden op de begraafplaats:

    • a.

      te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;

    • b.

      op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;

    • c.

      op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;

    • d.

      de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;

    • e.

      dieren mee te nemen, met uitzondering van een aangelijnde hond ter (blinde) geleide of een hulp/assistentiehond;

    • f.

      dieren te begraven of bij te zetten;

    • g.

      te lopen, te liggen of te staan buiten de paden en te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen;

    • h.

      zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan via de daarvoor bestemde hoofdingang bij het poortgebouw;

    • i.

      iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de nagedachtenis van de overledene;

    • j.

      zich op hinderlijke wijze te gedragen;

    • k.

      bromfietsen of rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen dan wel te rijden anders dan ter gelegenheid van een begrafenis, ter bezorging van as of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten werkzaamheden;

    • l.

      te fietsen (al dan niet met hulpmotor);

    • m.

      met motorrijtuigen te rijden;

    • n.

      het nuttigen van alcoholische dranken en of drugs dan wel andere drogerende of verslavende middelen;

    • o.

      etenswaren te nuttigen;

    • p.

      spullen bij of achter de graven te bewaren.

  • 2. De begraafplaats is niet toegankelijk voor onbevoegden, zoals personen die niet komen om een dierbare te herdenken, onderhoud te doen of grafmonumenten te verwijderen of te plaatsen.

  • 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de verboden.

  • 4. De beheerder is bevoegd personen die zich niet houden aan het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel de toegang tot de begraafplaats te ontzeggen.

Artikel 6 Plechtigheden

  • 1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf werkdagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

  • 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van of namens de beheerder.

  • 3. Het college kan de toestemming weigeren op grond van vrees voor verstoring van de openbare orde op de begraafplaats.

Artikel 7 Opgravingen en ruimen

Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.

Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging

Artikel 8 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf

  • 1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan op werkdagen en uiterlijk 48 uur vóór het tijdstip van de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, digitaal kennis aan de beheerder. Zaterdag en zondag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

  • 2. Wanneer het in eerste lid beschreven werkwijze niet kan dan kan tijdens werkdagen contact worden opgenomen met de gemeente.

  • 3. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

  • 4. Het opgraven van overledenen en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.

Artikel 9 Over te leggen stukken

  • 1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven, artikel 8 formulier volgens de Wet op de lijkbezorging en het ondertekende gemeentelijk grafuitgifteformulier is overgelegd aan de beheerder. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.

  • 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, een andere aan te wijzen rechthebbende.

Artikel 10 Tijden van begraven en asbezorging

  • 1. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken nabestaande, of de persoon die namens de nabestaanden optreedt, vastgesteld.

  • 2. De tijden waarop het mogelijk is om het begraven van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt door het college van burgemeester en wethouders in het uitvoeringsbesluit bepaald.

  • 3. Er mag op hetzelfde tijdstip op de begraafplaats niet meer dan één begrafenis c.q. bezorging van as plaatsvinden.

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

Artikel 11 Gebouwen

  • 1. Het gebruik van de kapel moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop van de kapel gebruik zal worden gemaakt worden aangevraagd bij de beheerder.

  • 2. De (kapel)ruimte staat voor iedere plechtigheid gedurende een vooraf te bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.

Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte der graven

Artikel 12 Indeling graven en asbezorging

  • 1. Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:

    • a.

      particuliere graven;

    • b.

      particuliere kindergraven;

    • c.

      particuliere foetusgraven;

    • d.

      particuliere grafkelders;

    • e.

      particuliere urnennissen en urnengraven

  • 2. Op de begraafplaats kan het gebruik worden verleend voor:

    • a.

      de gemeentelijke verstrooiingsplaats.

  • 3. Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de (particuliere) graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de (particuliere) graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 13 Volgorde van uitgifte

  • 1. Particuliere graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven.

  • 2. De beheerder wijst bepaalde delen van de begraafplaats aan waar nieuwe graven uitgegeven worden. Binnen deze delen worden graven in volgorde van ligging uitgegeven.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen een graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is.

Artikel 14 Categorieën

Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de particuliere graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.

Artikel 15 Graftermijnen graven

  • 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, het grafrecht op een particulier graf. De graftermijn begint te lopen op de datum van de begraving of de datum waarop de reservering is uitgegeven middels een grafuitgifteformulier van de gemeente.

  • 2. Een grafrecht kan slechts aan één rechthebbende worden verleend.

  • 3. De rechthebbende fungeert als aanspreekpunt voor de gemeente, de rechthebbende heeft zelf de zorg voor verdere correspondentie of overleg richting nabestaanden.

  • 4. Burgemeester en wethouders stelt nadere regels voor de duur van de graftermijn.

Artikel 16 Grafkelder

Burgemeesters en wethouders kunnen aan de rechthebbende van een particulier graf een vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een vooraf gebouwde betonnen grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden. Het zelf bouwen of metselen van een grafkelder is niet toegestaan.

Artikel 17 Overschrijving van verleende rechten

  • 1. Het recht op een particulier graf kan op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan en schriftelijk wordt aangevraagd en ondertekend door de huidige en opvolgende rechthebbende.

  • 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, schriftelijke en ondertekend wordt ingediend bij burgemeesters en wethouders.

  • 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het particulier graf te doen vervallen. Hiermee vervalt het grafrecht, dat op gemeente grond was uitgegeven, terug naar de gemeente.

  • 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kunnen burgemeester en wethouders het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf dat inmiddels is geruimd.

Artikel 18 Afstand doen van graven

Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

Hoofdstuk V Grafbedekkingen

Artikel 19 Vergunning grafbedekking

  • 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een gedenkteken, een plaat ter afsluiting van een urnennis te plaatsen of een urn op een graf te doen plaatsen.

  • 2. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels in het uitvoeringsbesluit vaststellen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien:

    • a.

      niet voldaan wordt aan de door hen regels in het uitvoeringsbesluit;

    • b.

      het gedenkteken afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;

    • c.

      de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;

    • d.

      de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.

Artikel 20 Grafbeplanting

  • 1. Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door of namens de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door of namens de beheerder worden verwijderd.

  • 2. Het aanbrengen van beplantingen buiten de grafbedekking is alleen toegestaan na toestemming en volgens aanwijzing van de beheerder, en voor zover dat niet in strijd is met orde en netheid van de begraafplaats en toegankelijkheid voor onderhoud.

  • 3. Grafbeplanting die buiten de grafbedekking zonder toestemming of anders dan aangewezen is aangebracht of onvoldoende wordt onderhouden kan door de beheerder worden verwijderd. Dit vindt niet plaats dan nadat rechthebbende behoorlijk per brief, via het mededelingenbord op de begraafplaats of via een aanwijzing bij het graf is opgeroepen en gelegenheid is geboden voor aanpassing. Bij verwijdering van de beplanting is geen recht op schadevergoeding.

  • 4. De ruimte tussen graven (en dus buiten het grafmonument) is géén onderdeel van het graf hiervoor kunnen burgemeester en wethouders nadere regels in het uitvoeringsbesluit vaststellen.

Artikel 21 Verwijdering grafbedekking

  • 1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van het grafrecht door burgemeester en wethouders worden verwijderd.

  • 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekendgemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend is. In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.

Artikel 22 Onderhoud door de rechthebbende

  • 1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

  • 2. Indien de rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

  • 3. De verwijdering van de grafbeplanting of gedenkteken vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproep geschiedt door een mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling of beheerder aangebracht.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

  • 5. De opslag van onderhoudsmaterialen, het aanbrengen van losse materialen zoals grind of houtschors, of het plaatsen, bevestigen en verzamelen van potten, standaards, bloemstukken en dergelijke buiten de grafbedekking, of in de directe nabijheid van urnennissen of urnengraven, is niet toegestaan.

Artikel 23 Onderhoud door de gemeente

  • 1. Burgemeester en wethouders voorzien in de zorg voor het beheren, onderhouden en het in standhouden van de paden en het groenonderhoud. Daarnaast voorzien zij in het schoonhouden van de begraafplaats.

  • 2. Hieronder valt niet het schoonhouden en het na verzakken opnieuw stellen van een grafbedekking en in de zorg voor de winterharde beplantingen op particuliere graven, particuliere urnengraven of particuliere urnennissen. Gedurende de geldende graftermijn is de rechthebbende verantwoordelijk voor de grafbedekking.

Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen

Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

  • 1. Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste één jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de rechthebbende gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maakt zij uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend.

  • 2. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met stoffelijke resten worden geconfronteerd.

  • 3. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van overledenen worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.

  • 4. De rechthebbende van een particulier graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.

  • 5. De rechthebbende van een particulier urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus op te halen.

  • 6. Indien de dag waarop het graf geruimd wordt en de grafbedekking niet is verwijderd, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens, beplantingen en andere voorwerpen over te gaan, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

Hoofdstuk VII Gedeelte voor kerkgenootschap of kloosterorden

Artikel 25 Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van graven

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het kerkgenootschap of kloosterorden ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels stellen die afwijken van de regels van deze verordening.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen het bestuur van het kerkgenootschap of kloosterorden schriftelijk in kennis stellen dat er onderhoud of herstel nodig is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de begraafplaats dat aan het kerkgenootschap of kloosterorden ter beschikking is gesteld.

Hoofdstuk VIII Historische graven en opvallende grafbedekking

Artikel 26 Lijst

  • 1. Burgemeester en wethouders houden een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

  • 2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoeken burgemeester en wethouders of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

  • 3. Burgemeester en wethouders beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.

  • 4. Burgemeester en wethouders kunnen regels in het uitvoeringsbesluit stellen voor het bijschrijven van de in het eerste lid genoemde grafbedekkingen.

Hoofdstuk IX Register

Artikel 27 Voorschriften

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven overledenen en de bezorgde as.

  • 2. Het register bevat van alle graven de rechthebbenden met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting.

  • 3. De rechthebbenden zijn verplicht de wijziging van hun adres door te geven. Indien aanschrijvingen en andere ingevolge deze verordening vereiste mededelingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende laatstelijk opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen.

  • 4. Het register wordt bijgehouden door of namens het college van Burgemeester en wethouders.

Hoofdstuk X Overige bepalingen

Artikel 28 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen van bepalingen in deze verordening afwijken, als de toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 29 Overgangsbepaling

  • 1. Besluiten van burgemeester en wethouders die zijn genomen krachtens “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  • 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, is ingediend, en voor het tijdstip van inwerkingtreding deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.

  • 3. Op rechten die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn afgegeven, blijft de betreffende verordening genoemd in lid 2 van de dag van uitgifte van toepassing.

Artikel 30 Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 31 Inwerkingtreding

  • 1. De “Verordening op het beheer, het gebruik en de inrichting van de Algemene begraafplaats Munsel 2008”, vastgesteld op 11 november 2008 wordt ingetrokken.

  • 2. Deze Verordening treedt in werking op 1 januari 2026 na het verstrijken van een termijn van 8 dagen na de datum van openbare bekendmaking.

Artikel 32 Citeertitel

Deze Verordening wordt aangehaald als: “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats Munsel van gemeente Boxtel 2026”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 oktober 2025.

DE GEMEENTERAAD VAN BOXTEL,

de griffier,

I.H.M. Smits

de voorzitter,

R.S. van Meygaarden