Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757517
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757517/1
Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging Directie Veiligheid 2026
Geldend van 24-02-2026 t/m heden
Intitulé
Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging Directie Veiligheid 2026De directeur van de Directie Veiligheid,
gelet op:
- –
artikel 1.3, artikel 1.9 en de paragrafen 4.1 en 4.3 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021;
- –
de artikelen 2, 4 en 6 van het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging van de algemeen directeur 2021;
overwegende, dat het om redenen van doelmatigheid wenselijk is de aan hem in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021 en het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging van de algemeen directeur 2021 opgedragen en daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden te ondermandateren, ondervolmachten en ondermachtigen aan ondergeschikte medewerkers en anderen;
Besluit:
Hoofdstuk 1 algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
-
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
- –
afdelingshoofd: hoofd van een afdeling als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid;
- –
BOOO AD 2021: Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging van de algemeen directeur 2021;
- –
directeur: directeur van de directie;
- –
directie: Directie Veiligheid als bedoeld in artikel 13a van de Regeling Organisatie 2016;
- –
MVMR 2021: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2021;
- –
teamleider: hoofd van een team als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid.
- –
-
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de verlening van ondermandaat gelijkgesteld de verlening van:
- a.
ondervolmacht als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek om namens de gemeente privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
- b.
ondermachtiging om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
- a.
Artikel 1.2 Indeling directie
-
1. De directie kent de volgende afdelingen met elk een afdelingshoofd:
- a.
Afdeling Strategie, Beleid en Ondersteuning;
- b.
Afdeling Dienstverlening;
- c.
Afdeling Wijken en Projecten.
- a.
-
2. De afdelingen zijn onderverdeeld in de volgende teams met elk een teamleider:
- a.
Afdeling Strategie, Beleid en Ondersteuning:
- 1°.
Team Strategie;
- 2°.
Team Beleid;
- 3°.
Team Directieadvies en ondersteuning;
- 1°.
- b.
Afdeling Dienstverlening:
- 1°.
Team Horeca en Evenementen;
- 2°.
Team Bestuurlijke Handhaving;
- 3°.
Team Opgavenmanagement en Data;
- 1°.
- c.
Afdeling Wijken en Projecten:
- 1°.
Team Accounthouders;
- 2°.
Team Veiligheidsregisseurs;
- 3°.
Team Projecten.
- 1°.
- a.
Artikel 1.3 Reikwijdte
-
1. Een medewerker is in het kader van de uitoefening van de aan hem verleende ondermandaten bevoegd om die besluiten te nemen en die rechtshandelingen en feitelijke handelingen te verrichten die voor de uitoefening van deze bevoegdheden noodzakelijk zijn.
-
2. Indien aan een medewerker een bevoegdheid is opgedragen tot het verlenen van een vergunning, subsidie, toestemming, instemming of ontheffing is deze medewerker tevens bevoegd tot het weigeren, wijzigen, intrekken, niet in behandeling nemen, overschrijven, verbinden van voorschriften, vaststellen, terugvorderen of schorsen van die vergunning, subsidie, toestemming, instemming of ontheffing.
-
3. Indien een medewerker bevoegd is tot het besluiten tot het aangaan van een overeenkomst is deze medewerker tevens bevoegd tot het besluiten tot het wijzigen en beëindigen van de overeenkomst.
-
4. Een medewerker is bevoegd de gemeente buiten rechte te vertegenwoordigen met betrekking tot de aan hem opgedragen bevoegdheden.
-
5. Een medewerker aan wie ondermandaat is verleend, is bevoegd gebruik te maken van de hem ter beschikking gestelde automatiseringssystemen, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn taak en past binnen het functieprofiel.
-
6. De aan een medewerker gemandateerde bevoegdheden worden door hem niet verder ondergemandateerd.
-
7. De in dit besluit ondergemandateerde bevoegdheden zijn tevens opgedragen aan de hiërarchisch bovengeschikte van de medewerker aan wie de ondermandaten zijn verleend.
Artikel 1.4 Plaatsvervanging
-
1. De in dit besluit bedoelde ondermandaten zijn bij afwezigheid of verhindering van de functiehouder verleend aan diens plaatsvervanger, waarbij partijen nadere afspraken kunnen maken over de invulling van de vervanging.
-
2. Plaatsvervanging geschiedt met de financiële begrenzing, genoemd in artikel 1.5, die op de plaatsvervanger zelf van toepassing is.
-
3. De plaatsvervanger van de directeur Veiligheid is:
- a.
De adjunct - directeur, het afdelingshoofd Strategie, Beleid en Ondersteuning, of bij diens afwezigheid:
- b.
het afdelingshoofd Wijken en Projecten of bij diens afwezigheid:
- c.
het afdelingshoofd Stadszaken.
- a.
-
4. De afdelingshoofden vervangen elkaar.
-
5. De teamleiders binnen een afdeling vervangen elkaar.
Artikel 1.5 Financiële beperking bevoegdheden
-
1. Bij de verleende ondermandaten gelden de volgende financiële beperkingen
- a.
€ 250.000 voor afdelingshoofden;
- b.
€ 50.000 voor teamleiders.
- a.
-
2. De genoemde bedragen zijn exclusief BTW.
-
3. Bij overeenkomsten die een looptijd hebben van meer dan een jaar zijn de financiële beperkingen de genoemde bedragen per jaar.
Artikel 1.6 Instructies en overige begrenzingen bevoegdheden
-
1. Degene aan wie een bevoegdheid is verleend, is bij de gebruikmaking daarvan verantwoording verschuldigd aan de directeur.
-
2. De medewerker aan wie ondermandaat is verleend is bij de gebruikmaking van zijn bevoegdheid verplicht:
- a.
te handelen binnen de gemeentelijke kaders en conform de wettelijke voorschriften en het beleid van het Rijk, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van Rotterdam;
- b.
de binnen de directie vastgestelde procedures en overige voorschriften in acht te nemen;
- c.
de instructies in acht te nemen die hem worden gegeven door degene aan wie hij verantwoording verschuldigd is en, als dit een ander is, aan de directeur.
- a.
-
3. De medewerker aan wie ondermandaat is verleend maakt geen gebruik van zijn bevoegdheid indien:
- a.
de directeur of een ander door deze aangewezen medewerker daarvan gebruik maakt;
- b.
een medewerker uit een hogere managementlaag daarvan gebruik maakt.
- a.
Artikel 1.7 Algemene bevoegdheden afdelingshoofd
Aan het afdelingshoofd worden de volgende algemene bevoegdheden verleend, voor zover deze bevoegdheden worden uitgeoefend in het kader van de aan hem verleende ondermandaten:
- a.
het opleggen van een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom, bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet juncto artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht met inbegrip van het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
- b.
de bevoegdheden met betrekking tot het opleggen van een bestuurlijke boete, bedoeld in titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht
- c.
de bevoegdheden in het kader van de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
- d.
de bevoegdheden met betrekking tot bestuursrechtelijke geldschulden, bedoeld in de afdelingen 4.4.1, 4.4.2 en 4.4.3 en paragraaf 4.4.4.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
- e.
het aanvragen van subsidies, financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;
- f.
het in ontvangst nemen, beheren, besteden en verantwoorden van subsidies, financiële bijdragen, rijksmiddelen en bijdragen uit fondsen;
- g.
het nemen van besluiten op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 en daarop gebaseerde regelgeving, dan wel op grond van een andere door de raad vastgestelde autonome verordening met gebruikmaking van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 4.2.3 tot en met 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van de Verordening leningverstrekking en garantieverlening Rotterdam 2014;
- h.
de bevoegdheden van de teamleiders, bedoeld in artikel 1.8.
Artikel 1.8 Algemene bevoegdheden teamleider
Aan de teamleider worden de volgende algemene bevoegdheden verleend, voor zover deze bevoegdheden worden uitgeoefend in het kader van de aan hem verleende ondermandaten:
- 1.
het besluiten tot het aangaan, ondertekenen en uitvoeren van overeenkomsten, waaronder publiekrechtelijke overeenkomsten, in het kader van de uitvoering van de aan hem opgedragen bevoegdheden, met uitzondering van:
- 1°.
het maken van afspraken over vergoeding van schades;
- 2°.
het verstrekken van leningen en garanties aan en het ontvangen van zekerheden van rechtspersonen als bedoeld in de Verordening Leningverstrekking en Garantieverlening 2014;
- 3°.
het besluiten tot het aangaan van aandeelhoudersovereenkomsten;
- 1°.
- 2.
Indien een overeenkomst betrekking heeft op de interne bedrijfsvoering wordt vooraf goedkeuring gevraagd aan de directeur Financiën, Juridisch en Inkoop van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning.
- 3.
Het indienen van bedenkingen en het naar voren brengen van een zienswijze tegen door een ander bestuursorgaan voorgenomen besluit;
- 4.
het verlenen van toestemming voor het verstrekken van politiegegevens, bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de Wet politiegegevens;
- 5.
deelname aan mediation en het in dat verband besluiten tot het aangaan van een vaststellingsovereenkomst met betrekking tot of samenhangend met de hem opgedragen bevoegdheden;
- 6.
het verstrekken van legitimatiebewijzen aan medewerkers ten behoeve van de uitvoering van de aan hen opgedragen bevoegdheden;
- 7.
het besluiten tot een digitale meningspeiling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018;
- 8.
het besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van beleid als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018;
- 9.
het vaststellen van een andere inspraakprocedure voor een of meer beleidsvoornemens als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Verordening inspraak, digitale meningspeiling, burgerinitiatief en referenda Rotterdam 2018;
- 10.
het uitoefenen van de bevoegdheden bedoeld in de Wet hergebruik van overheidsinformatie;
- 11.
Het toepassing geven aan de artikelen 5, 7, 8, eerste lid, onderdeel b, 12, 13 en 15, eerste lid en 15a, eerste en derde lid, van de Archiefwet 1995, met inachtneming van het Archiefbesluit 1995, voor zover de archieven nog niet aan de gemeentelijke archiefbewaarplaats zijn overgedragen.
Artikel 1.9 Vertegenwoordiging bij bezwaarschriftprocedures
-
1. De medewerker van het team dat belast is geweest met de voorbereiding van een besluit waartegen bezwaar is gemaakt of een door de teamleider aangewezen medewerker, is bevoegd de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders te vertegenwoordigen bij de behandeling van het bezwaarschrift.
-
2. Deze bevoegdheid komt tevens toe aan de juridisch medewerkers van het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning, afdeling Juridische diensten.
Hoofdstuk 2 Bijzondere bevoegdheden
Artikel 2.1 Teamleider Beleid
Aan de teamleider Beleid wordt in het kader van het uitvoeren van de integrale aanpak vastgoed- en hypotheekfraude ondermandaat verleend tot het besluiten tot:
- a.
het indienen van klachten inzake taxatie- en hypotheekfraude bij het openbaar ministerie;
- b.
het indienen van tuchtklachten bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, bedoeld in artikel 99 van de Wet op het notarisambt;
- c.
het indienen van tuchtklachten bij de betreffende beroepsorganisaties van taxateurs of makelaars.
Artikel 2.2 Teamleider Bestuurlijke Handhaving
Aan de teamleider Bestuurllijke Handhaving wordt ondermandaat verleend tot, voor zover deze bevoegdheden worden uitgeoefend in het kader van de aan hem verleende ondermandaten:
- a.
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- b.
het uitoefenen van de bevoegdheden in het kader van de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
- c.
het geven van een bestuurlijke waarschuwing conform vastgesteld beleid;
- d.
het vragen van advies met betrekking tot vergunningen, bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
Artikel 2.3 Teamleider Horeca en Evenementen
Aan de teamleider Horeca en Evenementen wordt ondermandaat verleend tot, voor zover deze bevoegdheden worden uitgeoefend in het kader van de aan hem verleende ondermandaten:
- a.
het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de afdelingen 5.3.1 en 5.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- b.
het uitoefenen van de bevoegdheden in het kader van de dwangsomregeling, bedoeld in de artikelen 4:17, 4:18 en 4:20 van de Algemene wet bestuursrecht;
- c.
het verlenen van een vergunning tot het aanwezig hebben van een speelautomaat, bedoeld in artikel 30b tot en met 30g van de Wet op de kansspelen;
- d.
het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of vestigen van een speelautomatenhal, bedoeld in artikel 2:39a van de APV Rotterdam 2012;
- e.
het verlenen van een exploitatievergunning voor een openbare inrichting, inclusief de beslissing tot ingebruikneming van de openbare weg ten behoeve van een terras, bedoeld in de artikelen 2:28, 2:29, 2:30b, 2:30c en 2:30d van de APV Rotterdam 2012;
- f.
het beperken en vaststellen van andere openings- en sluitingstijden voor openbare inrichtingen of voor de daarbij behorende terrassen, bedoeld in artikel 2:29, vijfde lid, van de APV Rotterdam 2012;
- g.
het weigeren van een festiviteit op grond van artikel 2:29, tweede en vijfde lid, van de APV Rotterdam 2012;
- h.
het verlenen van vergunningen en ontheffingen op grond van de Alcoholwet;
- i.
het verlenen van ontheffing tot het schenken van sterke drank als bedoeld in artikel 2:34c, derde lid, van de APV Rotterdam 2012;
- j.
het verlenen van een vergunning voor een seksbedrijf, bedoeld in de artikelen 3:3, 3:7, 3:9 en 3:11 van de APV Rotterdam 2012;
- k.
het verbieden van een bijeenkomst door een paracommerciële rechtspersoon, bedoeld in artikel 2:34b, vijfde lid, van de APV Rotterdam 2012;
- l.
het geven van een bestuurlijke waarschuwing conform vastgesteld beleid;
- m.
het verlenen van een evenementenvergunning voor een A- of een A+ evenement, bedoeld in artikel 2:25, van de APV Rotterdam 2012 en het opvragen van aanvullende gegevens bedoeld in artikel 2:25, tiende lid, van de APV Rotterdam 2012;
- n.
het, bij het verlenen van een evenementenvergunning, verlenen van een ontheffing geluidhinder, bedoeld in artikel 4:6 van de APV Rotterdam 2012, voor zover het evenementen betreft en voor zover dit niet betreft het mechanisch reinigen van gevels;
- o.
het verlenen van een ontheffing voor het op zondag verwekken van gerucht, bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Zondagswet en het houden van openbare vermakelijkheden, bedoeld in artikel 4, derde lid, van die wet;
- p.
het ontzeggen van de toegang tot een ruimte, bedoeld in artikel 36 van de Alcoholwet, indien het evenementen of horeca betreft;
- q.
het stellen van een termijn voor het verwijderen van een terras indien dit voor het uitvoeren van openbare werken of een andere reden noodzakelijk is, bedoeld in artikel 2:30b, derde lid, van de APV Rotterdam 2012, indien het evenementen betreft;
- r.
het verlenen van een vergunning voor het gebruik van de weg of weggedeelten anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, bedoeld in artikel 2:10 van de APV Rotterdam 2012, indien betrekking hebbend op filmopnames;
- s.
het verlenen van een vergunning voor het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water, bedoeld in artikel 5:24 van de APV Rotterdam 2012 indien het evenementen betreft;
- t.
het verlenen van een ontheffing en het afgeven van een door gedeputeerde staten gevraagde verklaring van geen bezwaar, bedoeld in artikel 148, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994;
- u.
het verlenen van een vergunning voor een loterij, bedoeld in de artikelen 3, 5 en 6 van de Wet op de kansspelen;
- v.
het verlenen van ontheffing voor nachtverblijf buiten kampeerterreinen, bedoeld in artikel 4:18, derde lid, van de APV Rotterdam 2012, indien het evenementen betreft;
- w.
het uitvoeren van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken en van het Uitvoeringsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, indien het evenementen of horeca betreft.
Artikel 2.5 Teamleider Veiligheidsregisseurs
Aan de teamleider van het team Veiligheidsregisseurs wordt ondermandaat verleend tot:
- a.
het uitvoeren van de bevoegdheden bedoeld in artikel 10b, eerste, vierde, zesde en zevende lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek;
- b.
het uitvoeren van de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, 7, 11 en 13, tweede lid, van het Besluit verwerking persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag.
Artikel 2.6 Veiligheidsregisseur woonoverlast
Aan de veiligheidsregisseur van het team Veiligheidsregisseurs wordt ondermandaat verleend tot:
- a.
het in ontvangst nemen van gegevens van de politie die de burgemeester heeft verkregen op grond van artikel 16 van de Wet politiegegevens;
- b.
het verlenen van toestemming aan de politie voor het verstrekken van politiegegevens aan derden, bedoeld in de artikelen 16, 18, 19 en 20 van de Wet politiegegevens.
Artikel 2.7 Vakspecialist en expert team Horeca en Evenementen
Aan de vakspecialist en de expert van het team Horeca en Evenementen wordt ondermandaat verleend tot:
- a.
het bijschrijven van een nieuwe beheerder, bedoeld in artikel 2:30d , tweede lid, van de APV Rotterdam 2012;
- b.
het bijschrijven van een leidinggevende, bedoeld in artikel 30a, vijfde lid, van de Alcoholwet.
- c.
het in ontvangst nemen van een kennisgeving voor een 0-evenement, het zenden van een ontvangstbevestiging of een tegenbericht voor een 0-evenement, bedoeld in artikel 2:25a, eerste en vierde lid, van de APV Rotterdam 2012;
Artikel 2.8 Aanvragen vergunningen
Aan de beleidsmedewerker en de expert wordt ondermandaat verleend tot het aanvragen van een vergunning, toestemming, of ontheffing alsmede tot het aanvaarden van een vergunning, toestemming of ontheffing mits dit gevraagd wordt binnen de gemeentelijke organisatie.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 3.1 Intrekking
Het Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging directie Veiligheid 2022 wordt ingetrokken.
Artikel 3.2 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 3.3 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging directie Veiligheid 2026.
Ondertekening
Rotterdam, 16 februari 2026
C. Duitman - Van Putten
Directeur directie Veiligheid
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl