Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757499
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757499/1
Organisatieverordening van de gemeenteraad gemeente Barneveld
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026
Intitulé
Organisatieverordening van de gemeenteraad gemeente BarneveldDe raad van de gemeente Barneveld;
gelezen het voorstel van de Werkgroep verbetering werkwijze raad, nummer 26-2;
gelet op de artikelen 16, 33, 82 eerste lid, 83 eerste lid en 107a, tweede lid van de Gemeentewet en artikel V4 van de Kieswet;
besluit:
vast te stellen de Organisatieverordening van de gemeenteraad gemeente Barneveld
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
raad: de gemeenteraad van Barneveld;
- b.
commissielid: lid van een commissie niet zijnde een raadslid;
- c.
voorstel van orde: voorstel over de orde van de vergadering;
- d.
motie: schriftelijke verklaring waardoor een oordeel, wens of verzoek door de raad wordt uitgesproken.
- e.
interpellatie: vragen van inlichtingen aan een portefeuillehouder of burgemeester, zoals bedoeld in artikel 155, tweede lid van de Gemeentewet.
- f.
verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarbij de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.
HOOFDSTUK II RAADSORGANISATIE
Paragraaf 1 Presidium en agendacommissie
Artikel 2 Presidium
-
1. Het presidium bestaat uit:
- o
leden: de fractievoorzitters of hun vervangers;
- o
voorzitter: de raadsvoorzitter;
- o
secretaris: de griffier;
- o
adviseur: de secretaris.
- o
-
2. Het presidium houdt zich bezig met de organisatie en het functioneren van de raad, voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie zoals opgenomen in artikel 3, derde lid.
-
3. De vergaderingen van het presidium zijn besloten. Van de vergaderingen wordt een besluitenlijst openbaar gemaakt.
Artikel 3 Agendacommissie
-
1. De agendacommissie bestaat uit:
- o
leden: één raadslid per fractie;
- o
voorzitter: de raadsvoorzitter
- o
secretaris: de griffier;
- o
adviseur: de beleids- en procescoördinator.
- o
-
2. De leden van de agendacommissie worden door de gemeenteraad benoemd. De plaatsvervangende leden worden door de fracties aangewezen.
-
3. De agendacommissie heeft tot taak:
- a.
het voorbereiden en vaststellen van de conceptagenda voor de raadsvergadering, inclusief de tijdsindeling;
- b.
het voorbereiden en vaststellen van de conceptagenda voor de vergadering van de raadscommissies, inclusief de tijdsindeling;
- c.
het vaststellen van de vergadercyclus en ad-hoc vergaderingen;
- d.
het vaststellen van de meerjarenraadsagenda.
- a.
-
4. De vergaderingen van de agendacommissie zijn besloten. De besluitenlijsten zijn openbaar.
Paragraaf 2 Toelating en afsplitsing raadsleden, fracties en benoeming wethouders
Artikel 4 Toelating nieuwe raadsleden en benoeming wethouder
-
1. Bij elke benoeming van nieuwe raadsleden stelt de voorzitter van de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden.
-
2. De commissie genoemd in lid 1 onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van het centraal stembureau.
-
3. Bij elke benoeming van een of meerdere wethouders stelt de voorzitter van de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden.
-
4. De commissie genoemd in lid 3 heeft de taak te onderzoeken of de kandidaat wethouder voldoet aan de in de Gemeentewet gestelde eisen en voorschriften en de raad hierover te adviseren, alvorens de raad overgaat tot benoeming van de kandidaat wethouder.
Artikel 5 Fracties en afsplitsing van fracties
-
1. De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
-
2. Andere fracties dan die bedoeld in het eerste lid kunnen gedurende een zittingsperiode niet worden gevormd, tenzij door samenvoeging van twee of meer van die fracties.
-
3. Bij splitsing van een fractie kan het bestuur van een organisatie die de betreffende leden kandidaat heeft gesteld aangeven welk lid of welke groep leden het steunt. Dat lid of die groep zal als fractie worden beschouwd. Als dit geen uitsluitsel biedt, beslist de raad.
-
4. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad als naam: “Fractie lijst <nr>”.
-
5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Het voldoen aan de eisen van artikel G3 van de Kieswet is ter beoordeling van de voorzitter van de raad.
-
6. Indien een lid door splitsing afgescheiden is van een fractie, wordt dit lid aangeduid als “Lid <naam>”. Indien het twee of meer leden betreft, worden zij aangeduid als “Groep <namen>”.
Paragraaf 3 Commissieleden
Artikel 6 Benoeming commissieleden
-
1. De raad kan op voordracht van een fractie maximaal twee commissieleden per fractie benoemen.
-
2. De artikelen 10 tot en met 14 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden.
-
3. Bij elke benoeming van nieuwe commissieleden stelt de voorzitter van de raad een commissie in, bestaande uit drie raadsleden.
-
4. Deze commissie heeft de taak te onderzoeken of het voorgedragen commissielid voldoet aan de vereisten, als bedoeld in het tweede lid, om als commissielid te worden benoemd.
Artikel 7 Zittingsduur commissieleden
-
1. De zittingsduur van een commissielid eindigt met het einde van de zittingsperiode van de raad.
-
2. Een commissielid houdt op lid te zijn als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 6, tweede lid, gestelde eisen.
-
3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen.
-
4. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan mededeling aan de raad.
Artikel 7a Tijdelijke vervanging commissieleden
-
1. In geval van zwangerschap en bevalling of langdurige ziekte kan een commissielid tijdelijk ontslag nemen.
-
2. De voorzitter verleent het tijdelijk ontslag op aanvraag van het commissielid voor de duur van 16 weken. De voorzitter kan op aanvraag ten hoogste tweemaal verlenging van het tijdelijk ontslag verlenen, steeds voor de duur van maximaal 16 weken. De voorzitter kan voor een aanvraag voor tijdelijk ontslag of verlenging daarvan een verklaring van een arts of verloskundige verlangen.
-
3. In geval tijdelijk ontslag is verleend aan een commissielid, kan de raad op voordracht van de betreffende fractie een vervangend commissielid benoemen. Het vervangende commissielid treedt voor de duur van de vervanging in alle rechten en plichten van het commissielid aan wie tijdelijk ontslag is verleend.
-
4. Het vervangende lidmaatschap eindigt van rechtswege na verloop van de vervangingsduur dan wel de verlenging ervan. Het commissielidmaatschap van degene die tijdelijk ontslag heeft gekregen herleeft van rechtswege na verloop van het tijdelijke ontslag dan wel de verlenging ervan.
-
5. Artikel 6 lid 2, 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing op het te benoemen vervangend commissielid.
Paragraaf 4 Werkgeverscommissie
Artikel 8 Taken en bevoegdheden werkgeverscommissie
-
1. De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren, zoals deze door de raad aan haar zijn gedelegeerd.
-
2. Tot de bevoegdheden van de werkgeverscommissie behoren ook de voorbereiding en uitvoering van de overige - niet gedelegeerde - tot het werkgeverschap van de raad behorende besluiten en regelingen.
-
3. De werkgeverscommissie kan de aan haar overgedragen bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel mandateren aan de griffier.
Artikel 9 Samenstelling, ondersteuning en besluitvorming werkgeverscommissie
-
1. De werkgeverscommissie bestaat uit:
- o
leden: de fractievoorzitters of hun plaatsvervangers;
- o
voorzitter: de voorzitter van de grootste fractie.
- o
-
2. De griffier ondersteunt de werkgeverscommissie en maakt met de gemeentesecretaris afspraken over personeel-technische ondersteuning van de werkgeverscommissie.
-
3. De voorzitter ondertekent de besluiten die van de werkgeverscommissie uitgaan, draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten van de werkgeverscommissie en fungeert als schakel tussen de werkgeverscommissie en de griffier.
-
4. De raadsvoorzitter kan in voorkomende gevallen worden uitgenodigd om in de vergadering van de werkgeverscommissie aanwezig te zijn en optreden als adviseur of informant.
-
5. De vergaderingen van de werkgeverscommissie zijn niet openbaar.
HOOFDSTUK III ONDERSTEUNING
Paragraaf 1 Raadsgriffier
Artikel 10 Taak griffier
De griffier:
- a.
Ondersteunt en adviseert de raadsvoorzitter, de raads-/commissieleden en de raadsfracties;
- b.
Kan als adviseur in alle door de raad ingestelde commissies aanwezig zijn;
- c.
Draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de vergaderingen van het presidium en de agendacommissie;
- d.
Beheert het raadsbudget.
Paragraaf 2 Ambtelijke Ondersteuning
Artikel 11 Verzoek om feitelijke informatie
-
1. Een raads-/commissielid kan zich tot een ambtenaar wenden met een verzoek om:
- a.
feitelijke informatie van geringe omvang;
- b.
inzage in of afschrift van documenten.
- a.
-
2. Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, dan wel anderszins twijfel heeft, wendt hij zich tot de griffier.
Artikel 12 Ambtelijke bijstand
-
1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier ambtelijke bijstand tenzij:
- a.
het raads-/commissielid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
- b.
dit het belang van de gemeente kan schaden.
- a.
-
2. De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
-
3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raads-/commissielid dat het verzoek heeft ingediend.
-
4. Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raads-/commissielid het verzoek voorleggen aan de burgemeester en hij beslist.
Artikel 13
-
1. Indien een raads-/commissielid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de gemeentesecretaris.
-
2. Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester en hij beslist.
Paragraaf 3 Fractieondersteuning
Artikel 14 Financiële bijdrage
-
1. De fracties ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. De financiële bijdrage bedraagt per fractie € 980,- en per fractielid € 247,-. Deze bijdrage wordt jaarlijks in januari aangepast op basis van de consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), reeks “CPI alle huishoudens”, zoals gepubliceerd in de maand oktober voorafgaand aan het nieuwe kalenderjaar.
-
2. Fracties besteden de bijdrage aan raadswerkzaamheden. De bijdrage mag niet besteed worden aan financiering van de verkiezingscampagne en raadsleden mogen hun eigen vergoeding voor het raadswerk niet met de bijdrage voor fractieondersteuning aanvullen.
Artikel 15 Verstrekking en verantwoording
-
1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 31 januari van een kalenderjaar verstrekt.
-
2. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het bedrag verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het bedrag verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.
-
3. Elke fractie doet binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar aan de raad schriftelijk verslag over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning. Dit verslag wordt toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken voor de raad.
Artikel 16 Reservering gelden
-
1. De fractie reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren.
-
2. De reserve mag aan het einde van de raadsperiode niet groter zijn dan 30 % van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam op grond van artikel 14. Het meerdere wordt terugbetaald aan de gemeente.
-
3. De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder de dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. Indien een fractie na de verkiezingen niet in de raad terugkeert, wordt de opgebouwde reserve terug betaald aan de gemeente.
Artikel 17 Wijziging zetelaantal
-
1. Indien het zetelaantal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage
- a.
bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.
- b.
bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.
- a.
-
2. Indien tijdens een zittingsperiode van de gemeenteraad één of meer leden van een fractie zich afsplitsen van die fractie, heeft dit lid of hebben deze leden geen recht op de bijdrage per fractie als bedoeld in artikel 14, eerste lid. Het lid of de leden behouden de aan hen op grond van artikel 14, eerste lid, toegekende bijdrage per lid. Deze bijdrage wordt naar evenredigheid in mindering gebracht op de bijdrage aan de fractie, met ingang van de eerste dag van de maand na die waarin de afsplitsing zich heeft voorgedaan. Artikel 14, tweede lid, artikel 15 en artikel 16 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
3. Indien tijdens een zittingsperiode van de gemeenteraad twee of meer fracties als een fractie gaan optreden, wordt - na mededeling aan de voorzitter van de raad - met de daardoor veranderde situatie voor de berekening van de in artikel 14, eerste lid, bedoelde bijdrage per fractie eerst rekening gehouden bij de aanvang van het eerstvolgende kalenderjaar.
Artikel 17a Fractie-assistent
Een fractie die gebruik maakt van een fractie-assistent, niet zijnde een raadslid, en die aan de fractie-assistent een vergoeding betaalt voor diens werkzaamheden, ontvangt hiervoor op aanvraag een vergoeding tot een maximum van 150 euro per maand. De vergoeding wordt verstrekt op declaratiebasis en kan uitsluitend worden gebruikt voor de in dit artikel bedoelde vergoeding aan een fractie-assistent.
HOOFDSTUK IV VERGADERINGEN
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 18 Indeling vergaderingen
De raad kent de volgende indeling voor zijn vergaderingen:
- a.
commissievergaderingen: deze zijn informerend voor raadsagendapunten en kunnen informerend en/of meningsvormend zijn voor commissieagendapunten;
- b.
raadsvergaderingen: deze zijn meningsvormend en besluitvormend.
Artikel 19 Instelling en samenstelling raadscommissies
-
1. Er zijn drie raadscommissies:
- a.
Bestuur;
- b.
Samenleving;
- c.
Grondgebied.
- a.
-
2. De raadscommissies bestaan uit:
- a.
leden: één raads-/commissielid per fractie per agendapunt en, indien sprake is van een lid of een groep als bedoeld in artikel 5, zesde lid, een lid respectievelijk een lid namens een groep per agendapunt;
- b.
voorzitter: een door de agendacommissie aan te wijzen raadslid;
- c.
secretaris: een ambtenaar.
- a.
Artikel 20 Vaststelling agenda
Bij aanvang van de vergadering stelt de raad c.q. de raadscommissie de agenda vast.
Artikel 21 Voorstel van orde
Een raad(scommissie)lid kan een voorstel van orde doen.
Paragraaf 2 Commissievergaderingen
Artikel 22 Deelnemers
-
1. Inwoners en betrokkenen kunnen deelnemen aan de vergadering na zich voor aanvang van de vergadering hiervoor te hebben aangemeld of op uitnodiging van de agendacommissie.
-
2. Alvorens deel te nemen hebben inwoners en betrokkenen de gelegenheid om gedurende maximaal twee minuten het woord te voeren.
Artikel 23 Doel
Tijdens de vergadering worden vragen gesteld en antwoorden gegeven. Ook kunnen standpunten ingenomen of gevraagd worden ten aanzien van commissieagendapunten.
Artikel 24 Vervolgprocedure
-
1. Na afronding van de bespreking van het raadsvoorstel adviseert de commissie of het onderwerp geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering. Dit is een advies aan de agendacommissie.
-
2. Indien het onderwerp geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering adviseert de commissie of het onderwerp meningsvorming behoeft of direct voor besluitvorming geagendeerd kan worden in de raad. Dit advies wordt niet gegeven voor een motie vreemd aan de agenda. De voorzitter benoemt welke fracties meningsvorming wensen.
-
3. Indien het onderwerp niet geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering schuift het door naar een volgende commissievergadering.
-
4. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde adviezen over de agendering en behandeling van raadsagendapunten vat de voorzitter de mening van de commissie samen, nadat hij de meningen van de commissieleden heeft gepeild, met inachtneming van de zetelverdeling in de raad.
-
5. De voorzitter bevordert dat duidelijk is wat het vervolg van een commissieagendapunt is en welke toezeggingen zijn gedaan.
Artikel 25 Rondvraag
De commissieleden kunnen in de commissievergadering vragen stellen aan het college of de burgemeester over niet op de agenda geplaatste onderwerpen. Vooraf aangemelde vragen worden openbaar op de agenda geplaatst, tenzij de vragensteller aangeeft dit niet te willen.
Artikel 26 Verslaglegging
-
1. Van de commissievergadering wordt rechtstreeks via een livestream verslag gedaan.
-
2. Het beeld- en geluidsverslag is na de vergadering via internet raadpleegbaar en doorzoekbaar op spreker en onderwerp.
Paragraaf 3 Raadsvergaderingen
3.1 Algemeen
Artikel 27 Indeling vergadering
-
1. Tussen het meningsvormende en besluitvormende gedeelte van de vergadering wordt een pauze ingelast om de fracties de gelegenheid te geven een standpunt in te nemen.
-
2. Het meningsvormende gedeelte bestaat in principe uit twee termijnen.
-
3. Voorafgaand aan de Meningsvorming kan een ‘Actualiteitenraad’ worden gehouden.
Artikel 28 Actualiteitenraad
-
1. De Actualiteitenraad heeft tot doel mondeling vragen te kunnen stellen aan het college of de burgemeester over actuele zaken. Het college en de burgemeester kunnen de Actualiteitenraad gebruiken om de raad te informeren over actuele zaken.
-
2. De onderwerpen kunnen tot op de dag van de vergadering om 12.00 uur aangeleverd worden bij de griffie.
-
3. Raadsleden laten bij aanlevering van hun onderwerp met vragen weten dat zij steun voor agendering hebben van 1/3e van het aantal raadszetels.
-
4. Het door college/burgemeester aangeleverde onderwerp wordt naar de fracties gestuurd: de fracties reageren uiterlijk 3,5 uur voor aanvang van de raadsvergadering; agendering vindt plaats als er steun is van 1/3e van het aantal raadszetels.
-
5. Er kunnen 2 onderwerpen worden aangeleverd: maximaal 1 van het college/de burgemeester en maximaal 1 van de raad. De onderwerpen van de raad worden op volgorde van binnenkomst behandeld, tenzij op basis van urgentie een onderwerp bespreking behoeft, te bepalen door de burgemeester en griffier. Per raadsonderwerp kunnen maximaal 3 vragen worden gesteld.
-
6. De onderwerpen en eventuele vragen worden openbaar op de agenda geplaatst.
-
7. Uiterlijk om 12.00 uur (raad) of 3,5 uur (college) voor aanvang van de raadsvergadering worden onderwerpen (en vragen) openbaar op de agenda geplaatst.
Artikel 29 Ambtsgebed
-
1. Onmiddellijk na de opening van de vergadering spreekt de voorzitter het volgende gebed uit:
“Almachtige God, wij bidden u om wijsheid ter behartiging van de belangen ons toevertrouwd, opdat onze besluiten mogen strekken tot bevordering van het welzijn der gemeente en tot verheerlijking van Uw naam. Amen.”
-
2. Voor sluiting van de vergadering spreekt de voorzitter het volgende dankgebed uit:
“Genadig en barmhartig God, U gaf het voorrecht dat wij hier samen waren ter behartiging van de belangen der gemeente. Wil Uw zegen op onze besprekingen doen rusten en wil vergeven al hetgeen niet was tot verheerlijking van Uw naam. Amen.”
Artikel 30 Verslaglegging
-
1. Van de raadsvergadering wordt rechtstreeks via een livestream verslag gedaan.
-
2. Het beeld- en geluidsverslag is na de vergadering via internet raadpleegbaar en doorzoekbaar op spreker en op onderwerp.
-
3. Van de raadsvergadering wordt een besluitenlijst gemaakt. Deze besluitenlijst wordt door de raad vastgesteld.
Artikel 31 Ingekomen stukken
De griffier plaatst de bij de raad ingekomen stukken in een overzicht in het raadsinformatiesysteem, onder openbare geanonimiseerde vermelding van de afzender, het onderwerp en de wijze van afdoening.
Artikel 32 Spreekregels
De leden van de raad en de collegeleden spreken vanaf het spreekgestoelte of maken gebruik van de interruptiemicrofoons. Dit geldt niet voor het vaststellen van de agenda, het verslag en de ingekomen stukken en voor stemverklaringen.
Artikel 33 Eindtijd
-
1. Een reguliere raadsvergadering vangt aan om 19.30 uur en eindigt uiterlijk om 23:00 uur
-
2. Indien tijdens de vergadering duidelijk wordt dat de eindtijd van 23:00 uur zal worden overschreden, kan een lid van de raad of de raadsvoorzitter om schorsing van de vergadering vragen. Tijdens de schorsing beraadslagen de fractievoorzitters met de raadsvoorzitter over de eindtijd van de vergadering.
Artikel 34 Spreektijd
Bij de reguliere raadsvergaderingen wordt zowel voor de leden van de raad als voor de leden van het college gebruik gemaakt van spreektijden. De spreektijden worden voorafgaand aan de vergadering op basis van de door de agendacommissie ingeschatte duur van de vergadering verdeeld over de fracties naar rato van de grootte van de fracties. Het uitgangspunt hierbij is een vergadering van 19.30 tot 23.00 uur, waarbij er 2 uur spreektijd voor de fracties en 0,5 uur spreektijd voor de collegeleden beschikbaar is. Interrupties vallen buiten de spreektijd. De spreektijd voor elke fractie bestaat uit een nader door de agendacommissie te bepalen vast deel (per fractie) en variabel deel (per fractielid). Bij vergaderingen die korter of langer worden ingeschat, worden de spreektijden van raads- en collegeleden naar verhouding vastgesteld.
Artikel 35 Voorzitter/portefeuillehouder
In het geval de voorzitter van de raad vanuit het oogpunt van zijn portefeuille aan de meningsvorming deelneemt, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad (niet zijnde een fractievoorzitter).
3.2 Stemmen
Artikel 36 Algemene bepalingen over stemming
-
1. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren.
-
2. De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
-
3. Indien er geen stemming wordt verlangd, kunnen de in de vergadering aanwezige leden aantekening in het verslag vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
-
4. Bij stemmingen kunnen raadsleden hun stem uitbrengen middels elektronische stem- en discussieapparatuur. Voorwaardelijk voor het gebruik van deze apparatuur is dat de uitslag direct na het sluiten van de stemming voor iedereen zichtbaar wordt met de uitgebrachte stem per raadslid.
-
5. Bij stemmingen middels elektronische stem- en discussieapparatuur geeft de voorzitter het moment aan waarop hij de stemming gaat sluiten.
-
6. De uitslag van een stemming is definitief wanneer de voorzitter melding heeft gemaakt van het aantal stemmen voor en tegen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
-
7. Wanneer het gebruik van elektronische stemapparatuur naar het oordeel van de voorzitter niet mogelijk is, vindt stemming door handopsteken plaats.
-
8. Bemerkt een raadslid na stemming met elektronische stemapparatuur zijn vergissing in het uitbrengen van zijn stem na het sluiten van de stemming, dan kan hij uiterlijk tot het vaststellen van het verslag van de betreffende beraadslaging aantekening vragen dat hij of zij zich heeft vergist. In de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering.
-
9. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen lid. Vervolgens geschiedt oproeping op alfabetische volgorde.
Artikel 37 Stemming over personen
-
1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.
-
2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet 5 van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren.
-
3. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
HOOFDSTUK V RECHTEN VAN RAADSLEDEN
Artikel 38 Initiatiefvoorstel
-
1. Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk volgens het model voor raadsvoorstellen worden ingediend.
-
2. Een initiatiefvoorstel over een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening door de raad een besluit is genomen wordt buiten de orde gesteld, tenzij de indiener de raad kan overtuigen van veranderende omstandigheden en/of feiten.
-
3. Een initiatiefvoorstel wordt, tenzij de indiener de raad kan overtuigen van het spoedeisend karakter van het voorstel, eerst in een commissievergadering geagendeerd. Ter voorbereiding van de behandeling van het voorstel in de commissievergadering, wordt het advies van het college gevraagd.
Artikel 39 Amendement
-
1. Tot het sluiten van de meningsvorming over een agendapunt in de raadsvergadering kunnen schriftelijk amendementen worden ingediend.
-
2. Intrekking van een amendement kan tot het moment van de besluitvorming.
Artikel 40 Motie
-
1. Tot het sluiten van de meningsvorming over een agendapunt in de raadsvergadering kunnen schriftelijk moties worden ingediend.
-
2. Een motie over een onderwerp waarover korter dan twee jaar voor indiening door de raad een besluit is genomen wordt door de raad buiten de orde gesteld, tenzij de indiener de raad kan overtuigen van veranderende omstandigheden en/of feiten.
-
3. Een motie vreemd aan de agenda wordt geagendeerd in de vergadering waarin deze is ingediend als deze tenminste zes dagen vóór de raadsvergadering vóór 12.00 uur is aangeleverd. Indien de motie vreemd aan de agenda op de vastgestelde agenda voor de gemeenteraadsvergadering staat, wordt deze na een korte bespreking of alleen stemverklaringen ter besluitvorming voorgelegd.
-
4. Een motie vreemd aan de agenda die later ingediend wordt dan genoemd in lid 3, wordt meteen geagendeerd in de vergadering waarin deze is ingediend en na een korte bespreking of alleen stemverklaringen ter besluitvorming voorgelegd, indien de indiener de raad er van kan overtuigen dat het onderwerp voldoende actueel en urgent is voor een directe uitspraak van de raad.
-
5. Een raads(commissie)lid kan met een agenderingsmemo verzoeken om bespreking van een conceptmotie in een commissievergadering.
-
6. Ter voorbereiding van de behandeling van het agenderingsverzoek in de commissievergadering, wordt het advies van het college/de burgemeester gevraagd. Indien de indiener behandeling van het onderwerp in de raad wenst, is artikel 24 van overeenkomstige toepassing.
-
7. Intrekking van een motie kan tot het moment van de besluitvorming
Artikel 41 Schriftelijke vragen
-
1. Schriftelijke vragen worden bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden, commissieleden en het college worden gebracht.
-
2. De vragen worden uiterlijk binnen dertig kalenderdagen schriftelijk beantwoord.
-
3. De vragen en antwoorden worden verstrekt aan alle raads(commissie)leden.
Artikel 42 Voorstel van orde
Een lid van de raad kan een voorstel van orde doen.
Artikel 43 Interpellatie
-
1. Een verzoek tot het houden van een interpellatie wordt schriftelijk uiterlijk twee werkdagen voor de raadsvergadering bij de voorzitter ingediend en wordt op de agenda voor de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. De raad bepaalt of en wanneer de interpellatie zal worden gehouden.
-
2. Het verzoek bevat in ieder geval de aan de geïnterpelleerde(n) te stellen vragen.
-
3. De interpellant(en) (zonder interrupties) voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 44 Informatie door afvaardiging raad
-
1. Een raadslid dat vanuit de raad is afgevaardigd in een verbonden partij verstrekt gevraagd en ongevraagd informatie hierover.
-
2. Mondelinge informatie wordt geagendeerd in de commissie.
HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN
Artikel 45 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2026.
-
2. Op dat tijdstip wordt de Organisatieverordening van de gemeenteraad, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 5 juli 2017, inclusief de daarin nadien aangebrachte wijzigingen, ingetrokken.
Artikel 46 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als: Organisatieverordening van de gemeenteraad.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 4 februari 2026.
De raad voornoemd,
de griffier,
de voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl