Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757455
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757455/1
Referendumverordening Gemeente Zwolle 2026
Geldend van 25-02-2026 t/m heden
Intitulé
Referendumverordening Gemeente Zwolle 2026De raad van de gemeente Zwolle;
Gelet op de artikelen 84 en 149 Gemeentewet;
Besluit tot het vaststellen van de
Referendumverordening Gemeente Zwolle 2026
Hoofdstuk 1 - Algemeen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
kiesgerechtigd: ingezetenen van de gemeente Zwolle van 18 jaar of ouder
- -
referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een onderwerp waarover de raad een besluit gaat nemen dan wel over een ontwerpraadsbesluit;
- -
raad: de gemeenteraad van de gemeente Zwolle.
Hoofdstuk 2 – Het referendum
Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen
-
1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en de raad.
-
2. Onderwerp van een referendum is een aan de raad voorgelegd (gedeelte van een) ontwerpdictum, met uitzondering van besluiten:
- a.
over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
- b.
over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
- c.
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
- d.
ter uitvoering, wijziging of vervanging van deze verordening;
- e.
over de vaststelling dan wel wijziging van de gemeentelijke begroting en de rekening;
- f.
over de hoogte van gemeentelijke tarieven en belastingen;
- g.
ter uitvoering van een besluit van een ander bestuursorgaan of van een wet in formele zin dan wel daarop gebaseerd algemeen verbindend voorschrift waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
- h.
die hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden.
- a.
Hoofdstuk 3 – De referendumcommissie
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
-
1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden.
-
2. De referendumcommissie bestaat uit drie leden en kiest uit haar midden een voorzitter.
-
3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen raadsadviseur.
-
4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente Zwolle.
Artikel 4 - Zittingsduur
-
1. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen twee maal worden herbenoemd.
-
2. De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
-
3. De raad kan voor het aflopen van de benoemingstermijn als bedoeld in het eerste lid, als het betreffende commissielid niet naar behoren functioneert, dan wel als door veranderde omstandigheden het lidmaatschap van het commissielid niet meer verenigbaar is met de onafhankelijke aard van de commissie, het betreffende commissielid ontslaan.
-
4. In een ontstane vacature voorziet de raad zo spoedig mogelijk.
Artikel 5. Taken en vergaderingen referendumcommissie
-
1. De referendumcommissie heeft tot taak:
- a.
de raad te adviseren over:
- 1°.
de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
- 2°.
de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure;
- 3°.
de datum van het te houden referendum;
- 1°.
- b.
het college van burgemeester en wethouders te adviseren over:
- 1°.
de stembiljetten, en
- 2°.
de verstrekking van subsidies als bedoeld in Hoofdstuk 6;
- 3°.
Objectieve en neutrale voorlichting over het referendum;
- 1°.
- c.
toezicht te houden op:
- 1°.
de uitvoering van deze verordening, en
- 2°.
het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum;
- 1°.
- d.
klachten te behandelen die in verband staan met de toezichttaak, genoemd onder c;
- e.
binnen een redelijke termijn na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt nadat een inleidend verzoek als bedoeld in artikel 5 lid 2 is ingewilligd, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces.
- a.
-
2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.
-
3. De referendumcommissie kan besluiten om via loting een (zo representatief mogelijk) inwonerpanel samen te stellen. Het inwonerpanel helpt de referendumcommissie om het objectieve karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum te bevorderen.
-
4. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid.
-
5. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.
Hoofdstuk 4 – Het initiatief voor een referendum
Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek
-
1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden dient te worden ondersteund door middel van ondersteuningsverklaringen van ten minste 1000 kiesgerechtigden.
-
2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 2 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerpraadsbesluit wordt besproken.
-
3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
-
4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet het college in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen bij dit verstrekte formulier. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.
-
5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.
-
6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerpraadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerpraadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende besluitvormende raadsvergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt.
Artikel 7. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek
-
1. Het definitief verzoek om een referendum te houden dient te worden ondersteund door middel van ondersteuningsverklaringen van ten minste 5000 kiesgerechtigden.
-
2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
-
4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerpraadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet het college in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid is inhoudelijk identiek aan het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen.
-
5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.
-
6. De voorzitter van de raad maakt bij wijze van tussenstand na drie weken bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.
-
7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen mee voor het definitief verzoek.
-
8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad kennis van het feit of aan de eisen van dit artikel is voldaan en de gevolgen hiervan met betrekking tot het houden van het referendum.
Artikel 8. Initiatief van de raad
-
1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum.
-
2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerpraadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerpraadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.
Hoofdstuk 5 – Datum en vraagstelling referendum
Artikel 9. Datum stemming
-
1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden respectievelijk bij de kennisneming als bedoeld in artikel 7 lid 8, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt.
-
2. De stemming kan gecombineerd worden met een reguliere Europese, landelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezing.
-
3. De stemming kan niet in een schoolvakantie van het basis- en voortgezet onderwijs van deze regio plaatsvinden.
Artikel 10. Vraagstelling referendum
-
1. Bij de bepaling van de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt, dan wel zo spoedig mogelijk daarna, stelt de raad de vraagstelling vast.
-
2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerpraadsbesluit zijn.
-
3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerpraadsbesluit zijn en/of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.
-
4. Bij een meerkeuze referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen adviseert de referendumcommissie over de stemprocedure. De raad stelt de stemprocedure vast.
Hoofdstuk 6 - Subsidie
Artikel 11 Doel en vaststelling subsidieplafond
-
1. Subsidie kan worden verstrekt met als doel het bevorderen van de individuele meningsvorming over het aan het referendum onderworpen ontwerpraadsbesluit.
-
2. Onmiddellijk nadat vaststaat dat er een referendum komt, stelt de raad het bedrag vast dat beschikbaar is voor subsidieverstrekking ten behoeve van activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerpraadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft.
Artikel 12 Aanvrager
Subsidie wordt verstrekt aan:
- a.
een collectief van tenminste 10 kiesgerechtigden, die met elkaar samenwerken aan de activiteit als bedoeld in artikel 13 en waarvan één kiesgerechtigde optreedt als penvoerder;
- b.
een in Zwolle gevestigde rechtspersoon, met uitzondering van een politieke groepering als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet.
Artikel 13 Subsidiabele activiteiten
Subsidie wordt verstrekt voor een activiteit die tot doel heeft de kiesgerechtigden te informeren over de vraagstelling.
Artikel 14 Subsidiecriteria
Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten:
- a.
de activiteit draagt bij aan het informeren van de kiesgerechtigden over de vraagstelling;
- b.
de activiteit is openbaar;
- c.
het gevraagde bedrag staat in verhouding tot het verwachte resultaat.
Artikel 15 Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in artikel 14 wordt een aangevraagde subsidie geweigerd als een of meer van de volgende situaties zich voordoet c.q. voordoen:
- a.
de aanvraag een volgende aanvraag van aanvrager betreft die de aanvrager in één aanvraagperiode indient of waarbij de aanvrager betrokken is;
- b.
de activiteit is gestart voor indiening van de subsidieaanvraag;
- c.
de activiteit geheel of gedeeltelijk plaatsvindt na de dag van stemming;
- d.
de activiteit met winstoogmerk wordt ondernomen.
Artikel 16 Niet subsidiabele kosten
De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:
- a.
loonkosten voor de inzet van eigen uren van de aanvrager(s);
- b.
verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten;
- c.
kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;
- d.
de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur;
- e.
kosten voor consumptie (eten en drinken) van de aanvrager(s);
- f.
reis- en verblijfkosten van de aanvrager(s);
Artikel 17 Subsidiehoogte en betaling
De subsidie bedraagt maximaal 100 procent van de redelijk te achten kosten met een minimum subsidiebedrag van € 100 en een maximum subsidiebedrag van € 7.500.
Artikel 18 Subsidieplafond en aanvraagtermijn
-
1. Voor subsidies als bedoeld in dit hoofdstuk geldt een subsidieplafond dat gelijk staat aan het bedrag als bedoeld in artikel 11 lid 2.
-
2. Het college stelt de termijn vast waarbinnen aanvragen om subsidie kunnen worden ingediend.
Artikel 19 Wijze van verdeling
-
1. Subsidie wordt verdeeld op volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is geldt als datum van ontvangst. Als het totaal van de voor subsidie in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, worden de subsidies evenredig verlaagd met dien verstande dat een subsidie wordt geweigerd als verstrekking zou leiden tot een subsidiebedrag van minder dan € 100.
-
2. De evenredige verdeling vindt plaats naar rato van het bedrag dat de aanvrager volgens de beoordeling op grond van deze verordening zou ontvangen als er geen subsidieplafond zou gelden.
Artikel 20 Indieningsvereisten
-
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij het college door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. Dit aanvraagformulier wordt tegelijkertijd zowel fysiek als digitaal verkrijgbaar gesteld.
-
2. Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
- a.
Een activiteitenplan;
- b.
Een begroting waaruit de inkomsten en uitgaven blijken, voorzien van een toelichting.
- a.
-
3. Indien de aanvraag wordt ingediend door een collectief van tenminste 10 kiesgerechtigden overlegt de aanvrager in aanvulling op het voorgaande lid een overzicht van alle deelnemende kiesgerechtigden aan het collectief.
Artikel 21 Beslistermijn
Het college beslist zo spoedig mogelijk doch in elk geval binnen 4 weken nadat de termijn voor het indienen van aanvragen is verstreken.
Artikel 22 Vaststelling en uitbetaling
De verstrekte subsidie wordt direct vastgesteld en in één keer uitbetaald.
Hoofdstuk 7 – Organisatie referendum
Artikel 23. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.
Artikel 24. Uitslag
-
1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerpraadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten.
-
2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze.
-
3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze.
-
4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.
Hoofdstuk 8 – Straf- en slotbepalingen
Artikel 25. Strafbepaling
Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:
- a.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- b.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken;
- c.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- d.
als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;
- e.
bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem;
- f.
stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.
Artikel 26. Slot- en overgangsbepalingen
-
1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de referendumcommissie, gehoord het presidium.
-
2. De Referendumverordening Gemeente Zwolle 2023 wordt ingetrokken.
Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening Gemeente Zwolle 2026
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van 9 februari 2026.
De griffier,
De voorzitter,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl