Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757445
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757445/1
Aanwijzingsbesluit DAEB Eindhoven Energie bv
Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-03-2026
Intitulé
Aanwijzingsbesluit DAEB Eindhoven Energie bvHet college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
Overwegende dat:
Nederland zich in het Klimaatakkoord als doel heeft gesteld om in 2030 minimaal 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990;
Het Klimaatakkoord collectieve warmtesystemen ziet als een belangrijk instrument in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, en in Nederland een versnelling naar 500.000 aansluitingen in 2030 beoogt;
Gemeenten volgens het Klimaatakkoord de regisseurs van de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving zijn, deze toenemende regierol voor gemeenten onder meer staat beschreven in nieuwe wet- en regelgeving, waaronder de Wet collectieve warmte (Wcw);
De gemeente Eindhoven in de klimaatverordening 2016 heeft vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen binnen de gemeente Eindhoven in 2030 met minimaal 55% moet zijn teruggebracht ten opzichte van 1990 en in 2050 tot nagenoeg nul moet zijn teruggebracht;
De gemeenteraad in 2023 in de Startnotitie Publiek Energiebedrijf heeft vastgesteld, waarin is vastgesteld dat de Eindhovense energievoorziening moet voldoen aan de publieke belangen van betaalbaarheid en inclusiviteit, duurzaamheid, betrouwbaarheid, efficiëntie en voortvarendheid, en maatschappelijke en financiële rentabiliteit;
De Wcw is aangenomen door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer en naar verwachting per 1 januari 2027 in werking zal treden. Met de Wcw wordt beoogd het draagvlak voor warmte en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte te vergroten;
De Wcw daartoe onder meer zal bepalen dat een warmtekavel (bijvoorbeeld voor een collectieve warmtevoorziening met meer dan 1.500 aansluitingen) moet worden geëxploiteerd door een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap in de zin van de Wcw;
In de toelichting op het wetsvoorstel Wcw wordt voorgesteld het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een warmtebedrijf voor een warmtekavel aan te wijzen en dit aangewezen warmtebedrijf te belasten met de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang (hierna tevens te noemen: “DAEB”);
De levering van warmte door middel van een collectieve warmtevoorziening aan verbruikers het publiek belang dient, namelijk de bevordering van de warmtetransitie ten behoeve van de bescherming van het milieu en klimaat waarbij de duurzaamheid en leveringszekerheid van de warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden geborgd is;
In het wetsvoorstel Wcw mede daarom een heldere keuze wordt gemaakt voor meer publieke sturing door gemeenten op de warmtetransitie teneinde meer zekerheid en coördinatie voor burgers te borgen over de vraag waar, wanneer en door wie er een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd;
Zonder overheidsingrijpen er eveneens onvoldoende prikkels zijn om de duurzaamheid en leveringszekerheid van de warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden te laten plaatsvinden;
Zonder overheidsingrijpen collectieve warmtevoorzieningen doorgaans slechts daar gerealiseerd worden waar sprake is van een winstgevende business case, althans dat de voorwaarden waaronder collectieve warmtevoorzieningen door commerciële exploitanten geëxploiteerd worden doorgaans niet evenwijdig lopen aan het belang van duurzaamheid en leveringszekerheid van warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden;
Een collectieve warmtevoorziening de kenmerken heeft van een natuurlijk monopolie, waardoor klanten geen reële mogelijkheid hebben om te veranderen van leverancier en het zeer onaannemelijk is dat er in de praktijk effectieve disciplinerende concurrentiedruk uitgaat van toetreding door andere warmtebedrijven of van substitutie naar andere warmte-infrastructuren, laat staan dat de positieve effecten daarvan langjarige bescherming zouden bieden aan verbruikers;
De gemeente Eindhoven het belangrijk vindt dat de duurzaamheid en leveringszekerheid van warmtelevering op een inclusieve, duurzame, betaalbare en betrouwbare manier wordt gerealiseerd;
Het Klimaatakkoord een zeer belangrijke rol ziet voor waterstof in de transitie naar een CO₂-neutrale samenleving, maar dat publieke interventie noodzakelijk is om de meerkosten van het gebruik van (groene) waterstof ten opzichte van andere opties te doen dalen;
De markt (onderzoek naar) de ontwikkeling van lokale waterstofnetwerken en de aansluitingen van lokale waterstofnetwerken op het nog aan te leggen landelijke waterstofnetwerk nog onvoldoende oppakt, waardoor de ontwikkeling van een functionerende waterstofmarkt wordt gehinderd. In dat kader is ook de ontwikkeling van het landelijke waterstofnetwerk als DAEB aangewezen;
De gemeente Eindhoven het van belang acht dat onderzoek wordt gedaan naar de aanleg van lokale netwerken voor de distributie van waterstof en op termijn deze lokale netten ook wil aansluiten op landelijke transportinfrastructuur voor waterstof;
Gelet op het voorgaande de gemeente Eindhoven in 2025 Eindhoven Energie B.V. heeft opgericht, dat als doel heeft de partner te zijn binnen Eindhoven voor collectieve energieoplossingen door het leveren van betaalbare en duurzame energie;
Het college van burgemeester en wethouders het wenselijk acht Energie B.V. te belasten met een dienst van algemeen economisch belang voor de periode 2026-2036. Deze DAEB omvat ten eerste de versnelde inrichting van de organisatie van Eindhoven Energie B.V., inclusief de oprichting en inrichting van dochtermaatschappijen die verantwoordelijk zullen zijn voor de ontwikkeling en exploitatie van warmtenetten (Eindhoven Energie Warmte B.V.) en het doen van onderzoek naar de realisatie van lokale waterstofnetwerken en mogelijke aansluiting daarvan op een landelijk waterstofnetwerk (Eindhoven Energie Waterstof B.V.). De DAEB omvat ten tweede het, al dan niet door middel van dochtermaatschappijen, versneld opstarten van de ontwikkelportefeuille, met daarin projecten voor warmtenetten, waaronder project Vredesplein, Hart van Woensel, Groots Gestel en Strijp, en het project Waterstof;
Het noodzakelijk is om Eindhoven Energie B.V. te voorzien van voldoende kapitaal om daarmee de genoemde diensten van algemeen economisch belang te ontplooien, en daartoe een kapitaalverstrekking noodzakelijk wordt geacht van €8.500.000 als startkapitaal alsmede een bedrag van €18.000.000,- voor de gehele DAEB-periode, met dien verstande dat geborgd zal worden dat het jaarlijkse compensatiebedrag over de looptijd van de DAEB gemiddeld genomen onder de drempelwaarde van €20.000.000,- per jaar uit artikel 2 lid 1 sub a van Besluit (EU) 2025/2630 (DAEB Vrijstellingsbesluit) ligt;
Gelet op:
Artikel 160 van de Gemeentewet;
De Warmtewet;
De Wet collectieve warmte;
Artikel 106 lid 2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna tevens te noemend: “VWEU”);
Het DAEB-Vrijstellingsbesluit;
Besluit:
I
Het inrichten van de organisatie van Eindhoven Energie B.V. en het realiseren en exploiteren door Eindhoven Energie B.V. en haar dochtermaatschappijen van projecten uit de ontwikkelportefeuille op het gebied van de energietransitie binnen de gemeente Eindhoven, aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang. De activiteiten in dit kader omvatten:
- •
Het inrichten van de bedrijfsvoering van Eindhoven Energie B.V;
- •
Het door Eindhoven Energie B.V. of één of meerdere van haar dochtermaatschappen, (versneld) opstarten van de projecten uit de ontwikkelportefeuille, waaronder project Vredesplein, Hart van Woensel, Groots Gestel, Waterstof en Strijp;
- •
Het oprichten en inrichten van dochtermaatschappijen van Eindhoven Energie B.V. die verantwoordelijk zullen zijn voor de ontwikkeling en exploitatie van de bovengenoemde warmtenetten en het doen van onderzoek naar het realiseren van lokale waterstofnetwerken mogelijke aansluiting daarvan op een landelijk waterstofnetwerk.
II
Eindhoven Energie B.V., statutair gevestigd te Stadhuisplein 10, 5611 EM Eindhoven, voor de periode van 1 maart 2026 tot en met 29 februari 2036 te belasten met de hiervoor omschreven dienst van algemeen economisch belang.
Compensatiemechanisme en parameters
Ter compensatie van de DAEB heeft de raad van de gemeente Eindhoven op dit moment een bedrag van maximaal €34.180.000,- gereserveerd om in te brengen in het kapitaal van Eindhoven Energie B.V. Dit bedrag strekt ter dekking van de kosten die Eindhoven Energie B.V. zal maken om de in dit besluit beschreven activiteiten uit te voeren:
- •
€ 8.500.000,- ten behoeve van het ontwikkelen van de startportefeuille;
- •
€ 6.770.000,- voor de ontwikkelportefeuille;
- •
€ 910.000,- ten behoeve van de ontwikkeling van het Warmtenet Hudsonlaan;
- •
€ 18.000.000,- in de vorm van een kapitaalgarantie gedurende de periode 2025-2032, bestemd voor het in ontwikkeling nemen van concrete projecten.
De hoogte van deze DAEB-compensatie is gebaseerd op de kapitaalbehoefte ter dekking van het geprognosticeerde initiële tekort van in ieder geval circa €34.180.000,- tot eind 2036. Deze raming is opgesteld door een externe deskundige. Dit compensatiebedrag is bepaald overeenkomstig artikel 5 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit en mag niet hoger zijn dan hetgeen nodig is ter dekking van de nettokosten van de uitvoering van de DAEB, met inbegrip van een redelijke winst.
Gedurende de looptijd van de DAEB kan blijken dat in verband met de daarmee gemoeide kosten aanvullende compensatie nodig is. Daartoe zal in voorkomend geval steeds een gedegen raming van de verwachtte kosten en inkomsten worden opgesteld die met de betrokken activiteiten c.q. projecten gemoeid gaan.
De nettokosten worden overeenkomstig artikel 5, lid 3 en lid 4 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit berekend als het verschil tussen alle kosten die voor het beheer van de DAEB worden gemaakt en alle inkomsten die met het beheer van de DAEB worden behaald. Voor het bepalen van de redelijke winst wordt in beginsel uitgegaan van het in artikel 6, lid 3 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit bedoelde rendement op kapitaal, dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente met een opslag van 100 basispunten.
Jaarlijkse evaluatie en verantwoording
De gemeente Eindhoven zal de financiële verantwoording regelmatig (laten) controleren. Dit doet zij in beginsel ieder jaar gedurende de periode waarvoor het Eindhoven Energie B.V. met het beheer van de in dit besluit genoemde DAEB is belast, alsmede aan het einde van die periode.
Eindhoven Energie B.V. deelt jaarlijks met de gemeente Eindhoven in ieder geval:
- a.
de jaarrekening als bedoeld in artikel 2:361 BW;
- b.
de jaarstukken, bestaande uit de jaarrekening alsmede indien van toepassing het
bestuursverslag als bedoeld in artikel 2:391 BW alsmede de overige gegevens als bedoeld in artikel 2:392 BW en de verklaring van de accountant omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.
De gemeente Eindhoven evalueert in beginsel jaarlijks of de in dit besluit bedoelde activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd, en controleert daarbij dat geen sprake is geweest van overcompensatie.
De gemeente Eindhoven heeft uit hoofde van haar positie als aandeelhouder het recht om het bestuur van Eindhoven Energie B.V. aanwijzingen te geven. Ook heeft de gemeente Eindhoven als aandeelhouder de mogelijkheid om aanvullende stukken op te vragen bij Energie Eindhoven B.V.
Voorkoming van overcompensatie en terugvordermechanisme
Indien uit de jaarlijkse evaluatie en verantwoording blijkt dat sprake is van overcompensatie, wordt een bedrag ter waarde van de overcompensatie teruggevorderd. Dit kan plaatsvinden door middel van een dividenduitkering door Eindhoven Energie B.V. aan de gemeente Eindhoven. Er is sprake van overcompensatie indien het verstrekte kapitaal de nettokosten voor de uitvoering van de DAEB, inclusief redelijke winst, overstijgt.
Indien Eindhoven Energie B.V. activiteiten zal gaan verrichten die niet passen binnen de in dit besluit omschreven DAEB waarmee het Eindhoven Energie B.V. wordt belast, zal zij ter zake een gescheiden boekhouding voeren om kruissubsidiëring te voorkomen. Voor activiteiten die buiten deze DAEB vallen wordt geen compensatie toegekend.
Overige waarborgen
In aanvulling op het voorgaande bieden de wettelijke kaders waarbinnen Eindhoven Energie B.V. haar activiteiten op het gebied van warmtenetten zal verrichten, waaronder de Warmtewet en de toekomstige Wcw, waarborgen tegen overwinst. Op grond van artikel 7 van de Warmtewet toetst de Autoriteit Consument en Markt (hierna tevens te noemen: “de ACM”) of het rendement van warmtebedrijven hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement. Indien het rendement hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement, kan de ACM het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van de leverancier. De toekomstige Wcw kent een vergelijkbaar systeem.
Voorts zal het college van burgemeester en wethouders gedurende de looptijd van dit besluit zorgdragen voor de beschikbaarheid van de gegevens genoemd in artikel 8 lid 4 van het DAEB-Vrijstellingsbesluit.
De voorwaarden waaronder de DAEB aan Eindhoven Energie B.V. opgedragen dienen te voldoen aan de vigerende jurisprudentie en Commissiebesluiten over diensten van algemeen economisch belang. Het college van burgemeester en wethouders zal, voor zover noodzakelijk en in overleg met het Eindhoven Energie B.V., de voorwaarden uit dit besluit aanpassen aan de regels.
Inwerkingtreding en titel
-
1. Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
-
2. Dit besluit wordt aangehaald als ‘DAEB-Aanwijzingsbesluit Inrichting en Uitvoering Ontwikkelportefeuille Energie Eindhoven B.V.
Bezwaarclausule
Belanghebbenden, die het met dit besluit niet eens zijn, kunnen schriftelijk bezwaar maken binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit. Het bezwaarschrift moet voorzien zijn van een handtekening, naam en adres, datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de reden waarom de indiener het met dat besluit niet eens is.
Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Eindhoven, Sector Veiligheid, Juridische zaken & Bestuur, Afdeling Juridische zaken, Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven. Het bezwaarschrift kan ook persoonlijk worden afgegeven op werkdagen tussen 9.00 en 16.30 uur bij de balie van het Inwonersplein (Stadhuisplein 1). Het bezwaar kan met behulp van DigID ook online worden ingediend via https://www.eindhoven.nl/bezwaar-maken-tegen-een-gemeentebesluit.
Ondertekening
Eindhoven 20 januari 2026,
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris,
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl