Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757411
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757411/1
Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2026 – Wetterskip Fryslân
Geldend van 21-02-2026 t/m heden
Intitulé
Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2026 – Wetterskip FryslânVastgesteld door het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân op 20 januari 2026.
Wettelijke grondslag: artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.
Inwerkingtreding: de dag na bekendmaking.
1 Inleiding
In juni 2025 heeft het dagelijks bestuur (DB) van Wetterskip Fryslân (WF) het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2025-2029 vastgesteld. Het VTH-beleidsplan geeft inzicht in de wijze waarop WF in deze periode de instrumenten vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) wil inzetten om zijn beleidsdoelen te bereiken. In het plan zijn hiervoor strategieën opgenomen. In artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat het DB jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uitwerkt in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij wordt uiteraard rekening gehouden met de (strategische) doelen en de prioriteitenstelling. Een nieuw uitvoeringsprogramma wordt doorgaans voorafgegaan door een evaluatie van (de uitvoering en doelbereik van) de werkzaamheden van het voorafgaande jaar. Die evaluatie ontbreekt, omdat er met de vaststelling van het VTH-beleidsplan een nieuwe beleidscyclus is gestart. In het VTH-beleidsplan is uiteraard wel teruggeblikt op strategisch niveau.
1.1 Kader
De uitvoering van VTH-taken is verankerd in de Omgevingswet en wordt gestuurd door ons VTH-beleidsplan. Dit uitvoeringsprogramma vertaalt die beleidsmatige kaders naar concrete acties, prioriteiten en inzet van capaciteit voor het komende jaar. Daarbij staan de termen gebiedsgericht, risicogestuurd, klantgericht en samenwerking centraal.
Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbevordering zijn in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit een aantal wettelijke verplichtingen opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de VTH-taken door overheden. Het verplichte proces dat doorlopen moet worden, wordt ook wel de "Big-8"genoemd. In het plaatje hieronder wordt de Big-8 schematisch weergegeven.
Op basis van de Big-8 wordt elke vier jaar beleid vastgesteld voor de VTH-taken. De resultaten worden gemonitord en in jaarverslagen getoetst aan de gestelde doelstellingen. Deze bevindingen dienen niet alleen als input voor het volgende jaar, maar zo is ook geborgd dat een herijking van het strategische beleidskader plaatsvindt, als dat noodzakelijk blijkt. Daarmee zorgen we er ook voor dat WF voldoet aan de procescriteria die gelden voor de beleidscyclus voor VTH-taken.
FIGUUR 1: DE BIG 8-CYCLUS
Het uitvoeringsprogramma is in de Big 8-cyclus de schakel tussen de strategische doelen en de uitvoering in de praktijk. Dit programma bouwt voort op het VTH-beleid en neemt de inzichten uit de huidige uitvoeringspraktijk mee. Wij hebben in het kader van het opstellen van het VTH-beleid teruggeblikt op de afgelopen beleidsperiode.
Dit uitvoeringsprogramma beschrijft hoe het Wetterskip invulling geeft aan zijn wettelijke taken op het gebied van waterbeheer, waterveiligheid en waterkwaliteit in 2026.
Met dit programma beogen wij:
-
• inzicht te geven in de wijze waarop wij vergunningen verlenen en toezicht houden op naleving bij risico’s voor waterbeheer, -kwaliteit of -veiligheid;
-
• te laten zien hoe wij handhaven bij overtredingen;
-
• transparantie te bieden over onze keuzes, werkwijze en inzet van middelen;
-
• de samenwerking met ketenpartners, zoals gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, te versterken.
1.2 Leeswijzer
Dit uitvoeringsprogramma betreft een praktische uitwerking van het VTH-beleidsplan, toegesneden op de plannen voor 2026. Het is het eerste uitvoeringsprogramma dat in op basis van dit beleidsplan is opgesteld. We presenteren in dit uitvoeringsprogramma de voorgenomen inzet, zowel qua in te zetten capaciteit als inhoudelijk. Deze voornemens zijn gebaseerd op de uitgangspunten en kaders van het VTH-beleidsplan, de impactanalyse die (mede) ten grondslag ligt aan dat beleidsplan, actuele ontwikkelingen en het huidige beeld van de bezetting van de VTH-teams.
In hoofdstuk 2 beschrijven we de actuele ontwikkelingen die zijn meegenomen voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 3 beschrijven we onze inzet op vergunningverlening, in hoofdstuk 4 de inzet op verschillende vormen van toezicht en handhaving. In dat hoofdstuk wordt ook de juridische ondersteuning, monitoring en kwaliteitsbewaking beschreven. Beide hoofdstukken 3 en 4 sluiten af met een beschrijving van de benodigde bezetting en daarvoor benodigde middelen.
2 Ontwikkelingen
In hoofdstuk 2 van het VTH-beleid worden de belangrijkste ontwikkelingen die gaan spelen in de periode 2025-2029 besproken. In dit Uitvoeringsprogramma benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen voor de periode 2025-2026.
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt dat uiterlijk in 2027 alle waterlichamen in Nederland moeten voldoen aan de vastgestelde ecologische en chemische kwaliteitsnormen. Voor het Wetterskip betekent dit een verscherping van de eisen waaraan oppervlaktewateren moeten voldoen, en hierdoor heeft er een intensivering plaats gevonden van de VTH-taken.
Om aan de KRW-normen 2027 te voldoen zijn stappen gezet bij de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving:
-
• Vergunningverlening: Bij het beoordelen van lozingsactiviteiten en werken met betrekking tot een waterstaatswerk is nadrukkelijker gekeken naar de impact op ecologische waterkwaliteit. Vergunningen moeten bijdragen aan het behalen van KRW-doelen. Zo dienen de verleende lozingsvergunningen beoordeeld te worden en, indien van toepassing, te worden geactualiseerd.
-
Dit is een doorlopend proces.
-
• Toezicht: Er is meer focus op naleving van voorwaarden die de waterkwaliteit beschermen, zoals het voorkomen van nutriëntenbelasting, chemische stoffen en verstoring van natuurlijke oevers.
-
• Handhaving: Bij overtredingen die de KRW-doelen in gevaar brengen, wordt sneller en strenger opgetreden. Denk aan ongeoorloofde lozingen, bodemverstoring of het niet naleven van zuiveringsverplichtingen.
Wijzigingen in wet- en regelgeving
Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Waterschapsverordening van kracht geworden. Destijds is gekozen om ‘beleidsluw’ over te gaan van de Keur en algemene regels naar de Water-schapsverordening. Deze keuzes bepalen in belangrijke mate de vraag naar vergunningen. Inmiddels is een projectgroep gestart om daar waar nodig de Waterschapsverordening aan te passen. Dit zal zijn uitwerking krijgen in 2026 en ook invloed hebben op de vraag naar vergunningen. Dit is een doorlopend proces en we willen naar minder aanvragen en meer algemene regels.
Kwaliteitsdoelen
Er moet een blijvende inzet zijn op het voldoen aan de Kwaliteitscriteria voor VTH Waterbeheer. In deze kwaliteitscriteria worden de eisen vastgelegd voor de organisaties en medewerkers (inclusief eventuele derden) voor wat betreft opleiding, kennis, ervaring en vlieguren. Om aan deze eisen te voldoen zal in 2026 een opdracht worden gegeven tot een kwaliteitsimpuls met betrekking tot de VTH-organisatie, producten en werkwijze van WF. In 2026 zal worden bekeken in hoeverre WF aan deze Kwaliteitscriteria voldoen.
Ontwikkelingen organisatie
In 2025 is, in lijn met de visie op doorontwikkeling, organisatie-breed een onderzoek gestart naar de vraag hoe ons bedrijfsmodel functioneert en hoe dit kan worden verbeterd. Onderdeel van dit onderzoek is hoe de huidige vakgroepen Vergunningverlening en Handhaving in het organisatiemodel gepositioneerd moeten worden. Het toezicht is bijvoorbeeld verdeeld over verschillende vakgroepen in de organisatie, te weten Handhaving, Rayonbeheer en Assetbeheer. Het onderzoek is erop gericht de taakverdeling te verduidelijken en de processen en werkwijzen te uniformiseren. Hiermee wordt de onderlinge samenwerking en de kwaliteit en de effectiviteit van het toezicht verhoogd.
3 Vergunningverlening
3.1 Inleiding
In hoofdstuk 3 van het VTH-beleidsplan is bepaald dat we bij de uitvoering van de VTH-taken de beschikbare tijd, middelen en expertise risicogestuurd inzetten, gebiedsgericht werken, burgers, bedrijven en organisaties centraal stellen (klantgericht) en daarbij gericht zijn op samenwerken. Door deze principes centraal te stellen draagt vergunningverlening bij aan het realiseren van de maatschappelijke doelen van het waterschap. In onderstaande tekst zijn deze principes voor vergunningverlening in concrete acties uitgewerkt.
Risicogestuurd
Als de risico’s groter zijn, dan is een vergunningplicht aangewezen. Bij weinig risicovolle activiteiten kan een melding volstaan of kan in het geheel geen vergunning of melding nodig zijn. Door het actualiseren en vereenvoudigen van de Waterschapsverordening kunnen bepaalde activiteiten voor bijvoorbeeld het aanleggen van kabels en leidingen niet langer meldings- of vergunningsplichtig zijn. Dit levert zowel voor de kabelbedrijven als de medewerkers van WF een aanzienlijke besparing op. Een voorlopige inschatting is dat dit 100 meldingen/vergunningen per jaar kan schelen. In Q2 van 2026 pakken wij dat verder op. Daarnaast verkennen we begin 2026 mogelijkheden om aanvragen met minder grote risico’s minder diepgaand te toetsen.
Bij het actualiseren van vergunningen gaan we dit per branche oppakken. Als er nieuwe BBT1 -conclusies zijn dan actualiseren we deze vergunningen conform wetgeving binnen vier jaar na de vaststelling van de conclusies. Dat zijn we wettelijk verplicht. Het actualiseren is een doorlopend proces en de actualisatie is in Q4 van 2026 afgerond.
1) Best Beschikbare Technieken
Gebiedsgericht
WF werkt al gebiedsgericht en heeft de ambitie om deze werkwijze te versterken en te intensiveren. Voor vergunningverlening betekent dit dat de collega's aan blijven sluiten bij de overleggen met de gebiedsteams. Het gaat dan om de gebiedsoverleggen en overleggen zoals ‘de zandtafel’. Er zal ook meer aangestuurd worden op vooroverleggen bij de wat meer omvangrijke aanvragen. Door het mogelijk maken van vooroverleg of gebiedsoverleg kan voorgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning het waterbelang al geborgd worden.
Klantgericht
De ambitie om vergunningaanvragen tijdig, binnen de wettelijke termijnen, af te handelen blijven wij nastreven. Daarnaast hanteren we de in 2023 door de directie vastgestelde servicenormen voor de externe dienstverlening, en zullen we daar ook op monitoren. We zorgen voor adequate informatie aan 'de voorkant’ waardoor vooraf duidelijkheid bestaat over welke regels gelden en wat wel en niet mogelijk is. Wij gaan hierbij uit van een ‘ja, mits’-benadering in het vooroverleg en bieden ruimte aan initiatieven vanuit de mienskip. Wij zetten in op het geven van voorlichting aan aanvragers. Het gaat dan concreet bijvoorbeeld over regelmatig afstemming met kabelbedrijven en het bezoeken van een locatie samen met een aanvrager. Daarnaast gaan we de website herzien, met duidelijke uitleg over de vergunningen en gaan we het infoblad voor agrariërs actualiseren. We gaan hiervoor in Q1 van 2026 een communicatieplan opstellen en in Q2 van 2026 beginnen we met de uitvoering.
Samenwerken
Bij de uitvoering van VTH-taken is samenwerking op verschillende vlakken van cruciaal belang. Voor vergunningverlening is bijvoorbeeld de afstemming tussen beleid en de vakgroepen VTH belangrijk om goed te kunnen werken volgens de zogenaamde "Big-8 beleidscyclus". Als het beleid of regels, zoals de Waterschapsverordening, wijzigen, dan is van belang dat de VTH-medewerkers goed hiervan op de hoogte zijn. Andersom kan uit de VTH-taken blijken dat op bepaalde onderdelen sprake is van omissies, onduidelijkheden of knelpunten in het beleid. Reguliere afstemming tussen beleidsadviseurs en VTH-medewerkers is noodzakelijk om relevante ontwikkelingen te bespreken en beleid(-swijzigingen) voor te bereiden of goed te implementeren. De klankbordgroep VTH vervult op dit vlak een belangrijke rol. De klankbordgroep signaleert problemen of ontwikkelingsmogelijkheden, zorgt ervoor dat de probleemstelling of vraag zo helder mogelijk wordt gedefinieerd, adviseert aan het MT-VTH en geeft door middel van prioritering bij MT-VTH aan wat eerst opgepakt moet worden.
Daarnaast wordt er op de volgende onderwerpen in 2026 ook nauw samengewerkt:
-
a. Opstellen processenhandboek. Het doel is om aanvragen op een juiste, efficiënte en uniforme wijze af te handelen. Dit levert een kwaliteitsverbetering op in de werkprocessen en verbetert de dienstverlening. De actualisatie van het handboek zal samen met andere vakgroepen uitgewerkt worden en voor de zomer van 2026 afgerond worden.
-
b. Verbeteringen legger. De collega's van vergunningverlening gaan er samen met ander vakgroepen voor zorgen dat er een leggerblad bij de verleende vergunning zit waardoor de wijzigingen sneller verwerkt kunnen worden in de legger. Het voordeel daarvan is dat de legger actueler wordt bij raadpleging. Daarnaast wordt de legger gecorrigeerd op onjuist aangegeven beschermingszones. Hierdoor worden nog meer werkzaamheden meldings- of vergunningsvrij. Dit wordt in Q1 2026 verder uitgewerkt.
-
c. Kwaliteitscriteria. Om te kunnen voldoen aan de Kwaliteitscriteria voor VTH Waterbeheer zal in beeld moeten worden gebracht hoeveel fte op elke VTH-taak wordt ingezet en hoeveel uren per jaar aan bepaalde activiteiten worden besteed. Ook moeten we weten welke kennis de werknemers binnen VTH in huis hebben, welke opleidingen ze hebben gevolgd en waar eventueel lacunes in kennis of vlieguren bestaan. Deze lacunes moeten vervolgens door extra opleiding (kennis) of uitbesteding/samenwerking en schaalvergroting (vlieguren) worden gevuld. In Q1 van 2026 zullen de kwaliteitscriteria worden opgepakt met de vakgroep Handhaving.
-
d. Beoordelingskaders. Om de technische kennis in onze organisatie breder te delen en integraal mee te nemen in de beoordeling van vergunningaanvragen, gaan we meer gebruik maken van beoordelingskaders. Waar deze kaders tot nu toe enkel voor primaire en secundaire keringen beschikbaar zijn, gaan we dit in de toekomst ook ontwikkelen voor vergunningaanvragen bij regionale en lokale keringen. In Q2 van 2026 wordt dit samen met de vakgroep assetbeheer verder opgepakt.
-
e. Leges. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over welk legestarief voor welke werkzaamheden van toepassing zijn. Dit is niet duidelijk genoeg. Dit wordt in Q1 samen met een jurist opgepakt.
3.2 Verwachte ureninzet voor 2026
Het verwachte aantal vergunningaanvragen dat in 2026 zal worden ontvangen is gebaseerd op een inschatting op basis van voorgaande jaren. In het overzicht zijn de vooroverleggen en gebiedsoverleggen die gevoerd worden door de collega's ook meegenomen. Verwacht wordt dat de meeste aanvragen voor omgevingsvergunningen in 2026 via de reguliere vergunningenprocedure kunnen worden afgerond. Daarnaast wordt verwacht dat 10 aanvragen de uitgebreide procedure moeten doorlopen.
Tabel 1
|
Reguliere werkzaamheden |
Aantal 2026 |
Uren 2026 |
|
Informatieverzoek |
700 |
1400 |
|
Vooroverleg/ bedrijfsbezoek/conceptverzoek |
400 |
1600 |
|
Gebiedsoverleg |
50 |
200 |
|
Meldingen |
1000 |
3000 |
|
Vergunningen (aanvragen) |
1500 |
12000 |
|
Adviezen voor FUMO |
35 |
1000 |
|
Verbeteringen of projecten totaal |
10 |
400 |
3.3 Juridisch advies en monitoring
Juridisch advies
Juristen worden vroegtijdig betrokken bij complexe vergunningaanvragen en aanvragen met bestuurlijke gevoeligheid. Zij toetsen voor het verlenen van een vergunning vooral op juridische houdbaarheid van besluiten en consistentie met beleid en jurisprudentie. Daarnaast verzorgen zij de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures op zich, eventueel ondersteund door een vergunning verlener.
Monitoring
Om de prestaties en effecten van de in dit uitvoeringsprogramma beschreven werkzaamheden en activiteiten de VTH-taken te kunnen beoordelen, wordt de informatie hierover voor de meeste taken vastgelegd in het zaaksysteem. Met behulp van het softwarepakket Power BI kan veel informatie uit het zaaksysteem worden gemonitord. Het gaat dan voor vergunningverlening om:
-
a. Het aantal afgehandelde meldingen en vergunningen
-
b. Het aantal afgegeven adviezen aan de FUMO (Schoon)
-
c. Het aantal afgehandelde informatieverzoeken
-
d. Het aantal vooroverleggen
-
e. Het aantal en de aard van de klantcontacten
-
f. Voortgang verbeteringen en projecten
Deze kwantitatieve informatie zal worden weergegeven in het jaarverslag over 2026. De kwantitatieve gegevens zal worden aangevuld met kwalitatieve informatie.
3.4 Bezetting en middelen
Bezetting
De bezetting die nodig is voor de in dit uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten en werkzaamheden voor vergunningverlening worden onderstaand nader toegelicht.
Er zijn op dit moment 5 collega’s (4,29 fte) die zich bezighouden met vergunningverlening of advisering op het gebied van 'Schoon'. Het gaat dan om directe en indirecte lozingen, de waterbodem en grondwater. Er worden aanvragen behandeld en in- en externe adviezen gegeven. Daarnaast worden ook nog de grondwateronttrekkingen in het landelijke register geregistreerd. Twee collega’s richten zich voor een deel op de advisering op het gebied van de indirecte lozingen bij grote bedrijven. Omdat dit formeel een taak is van de FUMO loopt deze advisering via een detacheringsconstructie. De bezetting op het gebied van 'schoon’ is genoeg om de eerder beschreven werkzaamheden voor 2026 uit te voeren. Voor de inhaalslag van het actualiseren van de lozingsvergunningen wordt gebruik gemaakt van budget uit de KRW. Hiervoor wordt separaat een voorstel ingediend.
Op dit moment zijn 10 medewerkers (9,1 fte) die meldingen en vergunningen behandelen voor de thema's ‘Veilig’ en ‘Voldoende’. Het gaat dan bijvoorbeeld om vergunningen voor graven, dempen, kabels, steigers, zonnepanelen en nieuwbouwplannen. Het werkgebied van WF is bij de behandeling van aanvragen in drie gebieden verdeeld; noord (+ de Waddeneilanden), zuidwest en zuidoost. De werkdruk bij deze collega's wordt regelmatig als hoog ervaren. Om 'pieken’ in werkdruk (bijvoorbeeld door de inhaalslag van het actualiseren van lozingsvergunningen) op te vangen, kan extra ondersteuning worden ingehuurd.
Het ondersteunende werk voor de vergunningverleners, het zogenaamde procedurewerk, wordt uitgevoerd door 3 collega's (2,65 fte). Het werk bestaat uit administratieve taken, zoals het inboeken van aanvragen, versturen van ontvangstbevestigingen en het doen van publicaties. De proceduremedewerkers zijn vanaf augustus 2025 ook nadrukkelijk ingezet in het klantcontact en bij de afhandeling van meldingen. Dat geeft de overige vergunningverleners nog meer ruimte om de rol aan de voorkant meer op te pakken. De bezetting bij de proceduremedewerkers is genoeg om de eerder beschreven werkzaamheden voor 2026 uit te voeren. Er is ook nog een procesbeheerder voor 0,5 fte die gedeeld wordt met de vakgroep Handhaving. Die collega houdt zich vooral bezig met verbeteringen van het zaaksysteem en procesverbeteringen.
Naast bovengenoemde bezetting, maken collega’s in 2026 ook nog gebruik van drie juristen en een beleidsmedewerker. Deze medewerkers zijn bij andere teams ondergebracht. De jurist die ondersteunt bij complexe aanvragen, op juridische houdbaarheid van besluiten en bij beroeps- en bezwaarprocedures.
Middelen
De middelen die voor vergunningverlening beschikbaar zijn, staan opgenomen in de begroting. Er zijn geen extra middelen nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden in 2026.
4 Toezicht en handhaving
4.1 Inleiding
Zoals eerder gezegd is in hoofdstuk 3 van het VTH-beleidsplan bepaald dat we bij de uitvoering van de VTH-taken de beschikbare tijd, middelen en expertise risicogestuurd inzetten, gebiedsgericht werken, burgers, bedrijven en organisaties centraal stellen (klantgericht) en daarbij gericht zijn op samenwerken. Voor toezicht en handhaving betekent dit het volgende.
Risicogestuurd
Risicogestuurd toezicht is een werkwijze waarbij een toezichthouder de beschikbare middelen en capaciteit richt op de situaties of instellingen waar de grootste (potentiële) risico's op problemen of schade bestaan, zoals ernstige kwaliteitsproblemen of financiële risico's. In plaats van alles in gelijke mate te controleren, worden risico's met een impactanalyse in kaart gebracht, geanalyseerd en geprioriteerd, zodat de toezichthouder efficiënter kan opereren en focus kan leggen op de meest kritieke gebieden. Het risicogestuurde toezicht bij WF vindt in principe plaats op basis van een uitgevoerde impactanalyse en het naleefgedrag. In 2026 gaan we op al het uitgevoerde toezicht het naleefgedrag actief monitoren, zodat we op basis daarvan de prioriteitstelling aan kunnen passen.
Gebiedsgericht
De toezichthouders van WF werken gebiedsgericht. Dit betekent dat er algemeen toezicht plaatsvindt binnen een specifiek gebied. Dit kan bijvoorbeeld gaan om veehouderijcontroles, mest en teelvrijezones of antifoulingcontroles.
Klantgericht
Klantgericht toezicht betekent dat de klant centraal staat. Het gaat voor toezicht dan bijvoorbeeld om actief luisteren naar en begrijpen van de klant, helder en duidelijk communiceren over de voortgang van processen en adviseren over de mogelijkheden die er zijn. Bij fysiek contact met ingelanden wordt actief voorlichting gegeven over de relevante wet- en regelgeving. Hier beginnen we in Q1 van 2026 mee. Daarnaast wordt vooraf, op de website, gecommuniceerd over projectmatig toezicht, zoals toezicht op het gebruik van antifouling. Ook hier beginnen we in Q1 van 2026 mee.
Samenwerken
Om goed toezicht te kunnen houden is het van belang om zowel intern als extern veel samen te werken. Het gaat bij de interne samenwerking bijvoorbeeld om het overleg dat met de collega’s van juridische zaken en vergunningverlening plaatsvindt. Bij extern samenwerken kan het gaan om de afstemming met politie of de FUMO. Ook in deze planperiode blijft WF zich inzetten op samenwerking met andere toezichthoudende instanties. In 2026 worden twee gezamenlijke overlegmomenten georganiseerd met de FUMO, NVWA, gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat, met als doel het afstemmen van toezichtprioriteiten en het delen van signalen.
4.1.1Soorten toezicht
Bij WF kunnen bij de uitvoering van VTH-taken verschillende soorten toezicht worden onderscheiden. Hieronder een nadere toelichting:
-
• Vergunninggericht toezicht; er is een vergunning verleend en er wordt gecontroleerd of de werkzaamheden overeenkomstig de verleende vergunning zijn of worden uitgevoerd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om lozingsvergunningen. Dit is inclusief het actualiseren van bestaande vergunningen en advisering bij vergunningaanvragen. En het kan gaan om het dempen van een oppervlaktewaterlichaam. In totaal is er over 3 verschillende vakgroepen 5562 uren gereserveerd (912 uren voor handhaving, 250 uren voor Assetbeheer en 4400 uren Rayonbeheer).
-
• Objectgericht toezicht; toezicht op specifieke objecten, bijvoorbeeld bedrijven die in het bezit zijn van een lozingsvergunning en de heffing plichtige bedrijven.
-
• Gebiedsgericht toezicht; algemeen toezicht in een specifiek gebied. In totaal zijn er 5424 uren gereserveerd.
-
• Projectmatig toezicht; hierbij wordt toezicht gehouden op specifieke projecten of thema's, of op het naleefgedrag binnen een bepaald project. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om toezicht op illegale dempingen. In totaal zijn er 1048 uren gereserveerd.
-
• Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen voor waterkwaliteit (schoon). In totaal zijn er 1900 uren gereserveerd.
In de volgende paragrafen worden de werkzaamheden en uren per soort toezicht nader toegelicht.
4.2 Vergunninggericht toezicht
In 2026 wordt risicogestuurd toezicht op verleende omgevingsvergunningen gehouden. We doen dat op basis van de uitgevoerde impactanalyse en de verwachte aantallen nieuw verleende vergunningen en meldingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om lozingen van afvalwater of over vergunningen voor het dempen of graven.
Het toezicht op waterkwantiteit (voldoende) wordt met name uitgevoerd door de toezichthouders van vakgroep rayonbeheer. De rayonbeheerders van de vakgroep Rayonbeheer houden onder andere toezicht op de regionale en lokale waterkeringen. Voor 2026 is het doel 100% van de omgevingsvergunningen die worden uitgevoerd te controleren. Binnen WF wordt het toezicht op de primaire en secundaire waterkeringen (veilig) uitgevoerd door toezichthouders van de vakgroep Assetbeheer.
Voor de vakgroepen Rayonbeheer en Assetbeheer worden alle vergunningen gecontroleerd, maar bij de diepgang en frequentie van het toezicht wordt rekening gehouden met de impactanalyse. Het uitvoeren van toezicht op alle vergunningen is nodig vanwege het actueel houden van de legger en het beheerregister.
Voor de thema’s Schoon, Veilig en Voldoende worden de volgende aantallen nieuwe vergunningen en meldingen verwacht:
Tabel 2
|
Soort vergunning |
Aantal |
Aantal uren |
|
Kwaliteit (schoon) |
480 meldingen 50 vergunningen |
912 |
|
Kwantiteit (voldoende) |
520 meldingen 1350 vergunningen |
4400 |
|
Assets (veilig) |
100 vergunningen |
250 |
Voor wat betreft de prioritering op het vergunninggericht toezicht volgen we de impactanalyse.
4.2.1Korte toelichting op de uren
Kwaliteit
Voor elke verleende vergunning en/of melding wordt een toezichtzaak aangemaakt. De toezichthouder kijkt op basis van het ingeschatte risico welke toezichtzaak hij actief in behandeling neemt en welke administratief afgehandeld kunnen worden. Er moet een inhaalslag plaatsvinden in verband met het actualiseren van de reeds verleende lozingsvergunningen en meldingen. Dit betekent dat ten opzichte van 2025 in 2026 extra inzet nodig is.
Kwantiteit
De rayonbeheerders van vakgroep Rayonbeheer controleren in principe alle verleende omgevingsvergunningen. Zij differentiëren hierin, afhankelijk van het risico van de werkzaamheden. Daarnaast is er een achterstand bij het controleren van deze vergunningen. In Q2 van 2026 moet deze achterstand ingelopen zijn.
Assets
De toezichthouders van vakgroep Assetbeheer voeren vooraf een handhaafbaarheidstoets uit voor dat de vergunning wordt verleend. Daarna voeren zij een controle uit op de verleende vergunningen.
4.3 Objectgericht toezicht
Objectgericht toezicht is het toezicht op specifieke objecten, zoals bedrijven die in het bezit zijn van een lozingsvergunning. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om toezicht op de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), op lozingen van ZZS en op de industrie. Qua prioritering volgen we de impactanalyse. In deze paragraaf noemen we de belangrijkste activiteiten.
Voor het thema Schoon en Veilig wordt met de volgende aantallen en uren gerekend:
Tabel 3
|
Soort object |
Aantal te controleren 2026 |
Aantal uren |
|
Kwaliteit (schoon) |
500 |
1560 |
Een uitgebreide tabel met de uren voor objectgericht toezicht staat in bijlage 1.
Verder zijn bedrijven heffing plichtig hier wordt toezicht opgehouden door de heffingsinspecteurs.
Heffing
Binnen de vakgroep Handhaving is een aantal collega's werkzaam die zich richten op het toepassen van de juiste (representatieve) heffingsaanslag. Hiervoor worden meetonderzoeken verricht welke een directe relatie hebben met waterkwaliteit. Op basis van deze onderzoeken kan sprake zijn van een aanpassing van de vergunning of handhavend optreden door de andere toezichthouders. Er wordt op die manier een signalerende bijdrage geleverd aan de doelen die op het gebied van 'schoon’ nagestreefd worden.
Voor team Heffing binnen de vakgroep Handhaving is de invoering van de nieuwe belastingwetgeving, ingangsdatum 1 januari 2026, de rode draad voor benoemde periode. De wijziging van de belastingwetgeving zal de komende jaren een aanzienlijke inzet vragen.
4.3.1Korte toelichting op de uren
Kwaliteit (schoon)
In het beheergebied van WF zijn totaal 27 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's) die het rioolwater zo schoon maken dat het de natuur in kan. Jaarlijks voeren milieu-inspecteurs van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) inspecties uit bij vier rwzi's van het WF en WF bij rwzi’s van HHNK. Op deze wijze wordt een onafhankelijk oordeel over de werking van deze installaties gevormd. Ook voor 2026 zijn vier inspecties ingepland bij WF. Vanwege het hoge risico in combinatie met een hoog naleefgedrag, vindt toezicht op de andere rwzi’s door de eigen toezichthouders plaats op basis van meldingen dat de vergunningvoorschriften niet zouden worden nageleefd. Op basis van historie is hiervoor 80 uur toezicht per jaar gereserveerd.
Grote lozers
Om de goede werking van onze rwzi’s te waarborgen hebben wij bij de zogenaamde grote lozers (dit zijn de bedrijven die qua samenstelling van hun afvalwater de meeste impact op de doelmatige werking van de rwzi hebben) structureel periodiek overleg. Hierbij sluiten alle bevoegde gezagen (o.a. FUMO, NBK, WF) aan. Tijdens de overleggen worden alle zaken met betrekking tot de directe en indirecte lozingen besproken. Bedrijven zijn verplicht om elk jaar een elektronisch milieujaarverslag (e-MJV) op te maken. Deze e-MJV’s worden elk jaar beoordeeld voor het thema ‘’oppervlaktewater’’. Voor deze categorie is 120 uur toezicht gereserveerd.
Bouwputbemaling
Bouwputbemaling kan een grote impact hebben op de omgeving. Bij de impactanalyse is deze activiteit dan ook als een van de meest impactvolle activiteiten aangemerkt. Daarom worden deze vergunningen ook altijd gecontroleerd. Voor dit toezicht is 56 uren gereserveerd.
Overige lozingen
Bij overige lozingen op een zuiveringtechnisch werk wordt in de praktijk als grens tussen het openbare vuilwaterriool en het zuiveringtechnisch werk een overdrachtspunt gehanteerd. Op dit punt vindt de feitelijke overdracht van stedelijk afvalwater van de gemeente aan het waterschap plaats. Het werk voor het transport van stedelijk afvalwater vóór het overdrachtspunt is een openbaar vuilwaterriool. Na het overdrachtspunt hoort dit werk bij het zuiveringtechnisch werk. Er zijn diverse transportmogelijkheden van afvalwater naar een zuiveringtechnisch werk. Dit kan via het gemeentelijke rioleringsstelsel, directe persleiding en aanvoer per as plaats vinden. Alle lozingen direct op een zuiveringtechnisch werk worden opgepakt na meldingen/klachten. Bij dergelijke meldingen worden in het geval van lozingen zo mogelijk monsters genomen om de samenstelling van het afvalwater te vast te stellen en daarbij eventueel een veroorzaker achterhalen. Voor deze categorie is 120 uur toezicht gereserveerd.
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Binnen het VTH-beleid vormen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) een belangrijk aandachtsgebied. Het gaat om toezicht en handhaving op de directe lozingen op oppervlaktewaterlichamen. Een belangrijk uitgangspunt hierbij zijn de doelstellingen gesteld volgens de Kaderrichtlijn Water. Bij het verlenen van een vergunning wateractiviteit wordt in kaart gebracht welke ZZS bij de lozing vrijkomen. In het BAL wordt per milieubelastende activiteit aangewezen of paragraaf 5.4.3 (BAL) van toepassing is. Deze paragraaf geeft aan dat er een vermijdings- en reductieprogramma (minimalisatieplicht) opgesteld moet worden en op welke wijze de ZZS kunnen worden geweerd of terug worden gebracht naar een aanvaardbare concentratie. Daarnaast kan Handhaving projectmatig toezicht houden op ZZS waarbij monsters worden genomen en worden geanalyseerd op ZZS. Bedrijven zijn vaak niet op de hoogte dat zij ZZS hebben in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Mocht er na het opstellen van het vermijdings- en reductieprogramma geen verbetering zijn, zal er bestuursrechtelijke handhaving volgen. Het toezicht vindt plaats op basis van meldingen en monstername. Ook wordt er samengewerkt met de FUMO in verband met indirecte lozingen. Voor deze categorie, inclusief pfas en staalslakken, is 250 uur toezicht per jaar gereserveerd.
Pfas
Het laatste jaar zien we het aantal meldingen/constateringen over lozingen van Pfas op een oppervlaktewaterlichaam of een zuivering technisch werk toenemen. Dit komt doordat we de Pfas stoffen nu beter kunnen meten in afval/oppervlaktewater. Dit zorgt ervoor dat er meer capaciteit nodig is vanuit de vakgroep Handhaving om deze constateringen te onderzoeken. Hierbij gaat het dan alleen om de directe lozingen op een oppervlaktewaterlichaam of een zuivering technisch werk van Wetterskip Fryslân. Voor lozingen die plaats vinden via de gemeentelijke riolering (indirecte lozingen) is de gemeente/FUMO het bevoegd gezag. Wetterskip Fryslân heeft in 2025 een grote bijdrage geleverd aan de FUMO op het gebied van bemonsteringen en analyses van stoffen bij indirecte lozingen. Voor 2026 pakt Wetterskip Fryslân haar verantwoordelijkheid op dit gebied, maar zal het terughoudend zijn in het faciliteren van de analyses en monsters. Wetterskip Fryslân blijft haar adviserende en signalerende rol uitdragen richting de ketenpartners zoals de FUMO of de gemeenten.
Staalslakken
Het toepassen van staalslakken is veel in de media geweest in 2025. Ook in Friesland zijn er toepassingen bekend waarbij er uitlogingen plaats vinden richting bodem en oppervlaktewaterlichamen. Wetterskip Fryslân is bevoegd gezag voor dergelijke uitlogingen welke direct op opper-vlaktewaterlichamen plaats vinden. De vakgroep Handhaving is in 2025 betrokken bij de handhaving van dergelijke uitlogingen op oppervlaktewaterlichamen op 4 locaties in Friesland. Bij dit soort constateringen wordt de samenwerking gezocht met de provincie, FUMO, Rijkswaterstaat en gemeenten. Voor 2026 wordt verwacht dat er meer locatie met uitlogingen van staalslakken zullen worden gesignaleerd/geconstateerd. Dit vraagt capaciteit en inzet vanuit de vakgroep Handhaving.
Beregening
Beregenen uit een grondwaterput is als 4e geëindigd in de impactanalyse. Deze activiteit heeft ook een grotere impact ten tijde van grote droogte. Mocht er sprake zijn van droogte dan kan de impactscore veranderen van 4 naar 1, dit heeft bijvoorbeeld te maken met de grondsoort.
Grondwater- en oppervlaktewateronttrekkingen zijn met name risicovol ten tijde van grote droogte. Het toezicht hierop wordt gedaan door toezichthouders van vakgroep Rayonbeheer en Handhaving. Voor toezicht op deze onttrekkingen is 152 uur gereserveerd.
Naast bovenstaande activiteiten uit de impactanalyse zijn er binnen het thema ‘schoon’ nog 14 werkzaamheden beoordeeld op de impact die deze kunnen hebben. Deze impact wordt groter als de activiteit wordt uitgevoerd in een KRW-lichaam, Natura 2000-gebied, of door invloed van grondsoort of de tijd van het jaar.
4.4 Gebiedsgericht toezicht
De toezichthouders van WF werken gebiedsgericht. Dit betekent concreet dat er algemeen toezicht in een specifiek gebied plaats vindt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om veehouderijcontroles, mest en teelvrijezones of antifouling controles.
Dit toezicht wordt gedaan door de toezichthouders van de vakgroep Handhaving.
Tabel 4
|
Soort object |
Aantal te controleren 2026 |
Aantal uren |
|
Kwaliteit (schoon) |
550 |
5424 |
4.4.1Korte toelichting op de uren
Teeltvrije zone/mestvrije zone/ Toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden
In deze planperiode zal WF ongeveer 50 heterdaad controles uitvoeren, d.w.z. controles uitvoeren als men bezig is de bespuiting uit te voeren. Het toezicht op het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden vindt plaats in de maanden april tot oktober. Het toezicht op mest en teeltvrijezones wordt gedaan in de periode dat er mest mag worden uitgereden. Dit wordt gedaan door te surveilleren in het beheergebied. Voor dit type toezicht is 942 uur gereserveerd. Sinds de komst van de Omgevingswet zijn er bufferstroken opgenomen. Het toezicht op deze bufferstroken is berust bij de NVWA.
Toepassen antifouling
De controles voor het toepassen van antifouling worden in maart en april uitgevoerd. Dit is de periode dat de pleziervaart de schepen weer klaarmaakt voor het vaarseizoen. De toepassing van antifouling valt onder de wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Voor deze controles zijn 120 uren gereserveerd.
Veehouderij controles
Elk jaar in de periode van september tot april worden de veehouderijen gecontroleerd op afspoeling richting het oppervlaktewaterlichaam. De start en einde controles zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden. Hierdoor kan het voorkomen dat er later wordt gestart met deze controles of dat er eerder wordt gestopt met deze controles. Deze controles vergen een groot deel van de tijd van de toezichthouders. Het streven is om elk bedrijf eens per 5 jaar te hebben bezocht.
Voor deze controles zijn in totaal 4482 uren gereserveerd.
4.5 Projectmatig toezicht
Projectmatig toezicht betreft een vorm van toezicht die planmatig, thematisch en cyclisch wordt uitgevoerd. Binnen deze aanpak worden jaarlijks in een vastgestelde periode controles uitgevoerd bij een afgebakende groep bedrijven of instellingen. Het toezicht richt zich op specifieke onderwerpen of risico’s die voor de betreffende sector relevant zijn en wordt vooraf uitgewerkt in een projectplan met duidelijke doelstellingen en beoordelingscriteria.
Door het projectmatig uitvoeren van toezicht ontstaat een gestructureerde en uniforme werkwijze. Dit maakt het mogelijk om bedrijven op vergelijkbare wijze te beoordelen, de naleving van wet- en regelgeving in beeld te brengen en trends of patronen in de sector te signaleren. Voor de toezichthouder biedt deze aanpak de mogelijkheid om efficiënt en transparant te werken, de beschikbare capaciteit doelmatig in te zetten en resultaten te gebruiken voor beleidsontwikkeling en risicogericht toezicht.
Een andere variant van projectmatig toezicht is het toezicht dat voortkomt uit de jaarlijkse schouw. Het idee is om de werkzaamheden voor de schouw risicogestuurd uit te laten voeren door de rayonbeheerders.
Voor het thema schoon, voldoende en veilig wordt met de volgende aantallen en uren gerekend:
Tabel 5
|
Soort project |
Aantal te controleren 2026 |
Aantal uren |
|
Glastuinbouw (schoon) |
15 |
120 |
|
AI-dempingen (voldoende) |
368 |
608 |
|
Loonbedrijven (schoon) |
10 |
152 |
|
Mestvergisters (schoon) |
6 |
28 |
|
Overstorten (schoon) |
25 |
112 |
|
IBA (schoon) |
7 |
28 |
|
Schouw (voldoende en veilig) |
Alle schouwwateren |
3400 |
4.5.1Korte toelichting op de uren
Glastuinbouwbedrijven
Sinds 2018 geldt voor glastuinbouwbedrijven een zuiveringsplicht. Bij het zuiveren dient ten minste 95% van de werkzame stoffen verwijderd te worden. De rapportages worden gebruikt om de lozingen vanuit de glastuinbouw te bepalen en om te toetsen of het bedrijf aan de lozingsnormen voldoet. Het gaat hierin met name om aspecten met betrekking tot voedingswater, drainwater en toegediende t-P en t-N. Er wordt wel toezicht gehouden op het nakomen van deze verplichting (UO) maar inhoudelijk wordt weinig tot niets met de rapportage gedaan door WF. Het bedrijf geeft aan of er op oppervlaktewater geloosd wordt. Elke 5 jaar worden de bedrijven bezocht en volledig gecontroleerd aan de hand van wet- en regelgeving. Voor deze categorie is 120 uur toezicht gereserveerd.
Illegale dempingen en AI
Bij WF werken we aan het project AI-dempingen. Er werd altijd gebruik gemaakt van luchtfoto’s om illegale dempingen op te sporen. Het bekijken en vergelijken van deze luchtfoto’s is een tijdrovend proces. In 2024 zijn wij gestart met het AI-project en hebben wij kunstmatige intelligentie (AI) ingezet om het proces aanzienlijk te versnellen.
Met behulp van AI kunnen we luchtfoto’s sneller en nauwkeuriger analyseren. Hierdoor kan WF snel potentiële illegale dempingen opsporen. Het is belangrijk om hierbij aan te geven dat AI enkel een hulpmiddel is. Toezichthouders nemen altijd de uiteindelijke beslissing of een demping daadwerkelijk illegaal is. Het AI-dempingen project voorziet in illegale dempingen tot heden. Deze werkzaamheden worden verdeeld over 3 verschillende vakgroepen, namelijk vakgroep Vergunningverlening, Rayonbeheer en Vakgroep Handhaving. Om dit project goed op te kunnen pakken is veel capaciteit nodig vanuit de bovengenoemde vakgroepen. Voor dit toezicht is 608 uur gereserveerd voor vakgroep Handhaving.
Loonbedrijven
Inspecties bij loonwerkbedrijven zijn gericht op bedrijven met een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op oppervlaktewater via een olieafscheider. Loonwerkbedrijven hebben over het algemeen een olieafscheider nabij de wasplaats van het bedrijf. Vaak is hier ook de tank-plaats gesitueerd. Deze bedrijven werken dikwijls met chemische bestrijdingsmiddelen die de olieafscheider niet kan filteren, waardoor deze in het oppervlaktewater terecht kunnen komen. De machines en voertuigen die daarvoor gebruikt worden, mogen daarom niet worden schoongemaakt op de wasplaats. De inspectie is daarom met name gericht op het controleren of de correcte werkprocessen worden aangehouden en of de olieafscheider deugdelijk wordt onderhouden. Bij de inspectie wordt verder bekeken of er mogelijk andere stoffen op het erf (bijvoorbeeld mest) via de hemelwaterputten het schone hemelwater vervuilen. Bij compost of afvalhopen wordt gecontroleerd of het eventuele water dat zich hieromheen verzameld heeft tijdens regenval niet het oppervlaktewater kan instromen (al dan niet door het graven van greppels). Voor deze categorie is 152 uur toezicht gereserveerd.
Mestvergisters en covergisters
In principe is de FUMO belast met het toezicht op vergisters. Aangezien er vanuit deze installaties niet geloosd mag worden op het oppervlaktewater is er een waterbelang waarop WF dient toe te zien. Toch kan de opslag van de vergiste producten en vergiste mest in deze installaties een ernstig effect hebben op de waterkwaliteit. Daarom zijn er inspecties door het WF nodig, gericht op het controleren of er mogelijk toch geloosd wordt. Daarvoor zijn 28 uren gereserveerd.
Overstorten
Overstorten spelen een belangrijke rol in het rioolstelsel: ze voorkomen dat straten en woningen onder water lopen bij hevige regenval door overtollig water rechtstreeks naar het oppervlaktewater af te voeren. Tegelijkertijd vormen ze een risico voor de waterkwaliteit, omdat het water vaak vervuild is met afvalstoffen uit het riool.
WF is verantwoordelijk voor het toezicht op deze overstorten. Zij controleren of gemeenten en andere beheerders de overstorten correct beheren en of ze voldoen aan de geldende regels. Het toezicht richt zich onder meer op de frequentie en de staat van de voorzieningen en de effecten op de ecologische kwaliteit van sloten, beken en plassen. Voor dit type toezicht is 112 uur gereserveerd.
IBA (individueel behandelen afvalwater)
Op recreatieterreinen, zelfstandig of als nevenactiviteit bij bijvoorbeeld veehouderijbedrijven in de vorm van een camping/groepsaccommodatie, wordt gekeken of de wijze van afvoer van het afvalwater voldoet aan de regelgeving. Voor dit type toezicht is 28 uur gereserveerd.
Schouw (veilig)
WF zorgt ervoor dat sloten goed worden onderhouden, zodat het water kan doorstromen. Regelmatig beoordelen (schouwen) we of het onderhoud aan zogenaamde schouwwateren goed is uitgevoerd. Schouwwateren zijn sloten waarvan het onderhoud door eigenaren van aangrenzende percelen moet worden uitgevoerd. Deze onderhoudsplichtigen zijn vastgelegd in de Legger. Het toezicht (schouwen) wordt uitgevoerd door de rayonbeheerders van de vakgroep Rayonbeheer. De schouw is niet meegenomen in de impactanalyse. De rayonbeheerders besteden jaarlijks 3400 uur aan de schouw.
4.6 Toezicht naar aanleiding van klachten/meldingen en calamiteiten
Naast gebiedsgericht en projectmatig toezicht speelt het toezicht naar aanleiding van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken een belangrijke rol (klantgericht toezicht). Dit toezicht is reactief van aard: er wordt opgetreden naar aanleiding van signalen die door burgers, bedrijven of andere instanties worden doorgegeven. Klachten en meldingen vormen daarmee een directe ingang tot mogelijke overtredingen of risico’s die anders onopgemerkt zouden blijven.
Bij de behandeling van klachten en meldingen staat zorgvuldigheid centraal. Dit betekent dat signalen worden geregistreerd, beoordeeld op urgentie en risico, en – indien nodig – opgevolgd met een onderzoek of inspectie. Hiermee wordt niet alleen de individuele melder serieus genomen, maar draagt het ook bij aan het vergroten van de naleving binnen de sector en het beschermen van publieke belangen, zoals veiligheid, gezondheid en leefomgeving.
Door klachten en meldingen structureel te monitoren en te analyseren, kunnen bovendien trends en terugkerende knelpunten worden herkend. Deze informatie kan worden gebruikt om het risicoprofiel van bedrijven bij te stellen en om toekomstig toezicht gerichter en effectiever in te zetten.
4.6.1Korte toelichting op de uren
De milieu-inspecteurs van de vakgroep Handhaving zijn allen aangewezen als Officier van Dienst Water binnen de calamiteitenorganisatie van WF, en zijn daartoe (per toerbeurt) 24/7 bereikbaar. In deze 'piket’-week geven zij de hoogste prioriteit bij toezicht aan incidenten en calamiteiten waarbij veiligheid in het geding komt. Het kan bijvoorbeeld gaan om incidenten waarbij de waterkwaliteit ernstig wordt aangetast zoals bij lozingen van verontreinigde stoffen. Dit toezicht is met name gericht op het beëindigen van de situatie die de waterkwaliteit aantast. Toezicht naar aanleiding van meldingen, klachten en verzoeken om handhaving heeft vervolgens de hoogste prioriteit. Dit toezicht heeft, naast het eerdergenoemde doel, een dienstverlenende functie.
De hoogste prioriteit van het toezicht ligt bij incidenten en calamiteiten waarbij veiligheid in het geding komt. Dit toezicht is met name gericht op het beëindigen of beperken van de gevolgen van de situatie die de functionaliteit en/of de balans van het watersysteem aantasten. Dit toezicht wordt uitgevoerd door de dienstdoende milieu-inspecteur, zo mogelijk in overeenstemming en in elk geval in afstemming met de gebiedstoezichthouder (rayonbeheerder).
Voor de planperiode is, op grond van data uit voorgaande jaren, een urenplanning van 3.160 uur voor deze taken bij vakgroep Handhaving beoogd. Aangezien het toezicht afhankelijk is van inkomende signalen kan het aantal uren aan verandering onderhevig zijn.
Het toezicht op klachten en meldingen, incidenten en calamiteiten heeft geen aparte score in de impactanalyse. Per geval wordt op basis van de impactanalyse door de milieu-inspecteur bepaald welke prioriteit er nodig is en aan de hand daarvan wordt gehandeld.
4.7 Juridische ondersteuning, monitoring en kwaliteit
Juridische ondersteuning
Bij toezicht ondersteunen de juristen vooral bij de interpretatie van wettelijke normen, het opstellen van rapportages met juridische duiding en de voorbereiding van bestuursrechtelijke interventies. Wanneer er bijvoorbeeld handhavingsbesluiten of lasten onder dwangsom of bestuursdwang moeten worden opgesteld dan neemt de jurist de regie op zich. Daarnaast begeleidt de jurist de uit handhaving voortkomende bezwaar- en beroepsprocedures.
Monitoring
Monitoring van toezicht en handhaving zal zich gedurende de planperiode richten op de onderwerpen genoemd onder paragraaf 4.2 t/m 4.6. Er zal zowel op kwantitatieve en kwalitatieve aspecten worden gerapporteerd. Daarnaast wordt een begin gemaakt met het zogeheten outcome gericht rapporteren, waarbij de nadruk wordt gelegd op het behalen van de gestelde doelen. Het gaat er dan om aan te geven domein welke effecten er zijn bereikt met de gepleegde inzet.
Kwaliteit
Om de kwaliteit en rechtmatigheid te waarborgen, wordt structureel ingezet op monitoring en evaluatie. De volgende instrumenten en werkwijzen worden toegepast:
-
• Casusoverleg: casusgericht bespreken van vergunningen, handhavingsbesluiten en zienswijzen op juridische juistheid en volledigheid.
-
• Feedbackrondes: Juridische advisering wordt geëvalueerd door VTH-medewerkers op bruikbaarheid, tijdigheid en toepasbaarheid.
-
• Jurisprudentie-alerts: Actuele uitspraken worden gedeeld en besproken in het team om de advisering hierop af te stemmen.
-
• Er wordt een jaarverslag geschreven over de bezwaarschriftenafhandeling en deze wordt gedeeld met de vakgroep Vergunningen en Handhaving.
4.8 Bezetting
Bezetting
De personele bezetting en middelen zijn geborgd in het Strategisch personeelsplanning (Spp). Het team Handhaving bestaat op dit moment uit 9 milieu-inspecteurs (8,7 fte) en 0,5 fte proces-beheerder. Om alle taken uit dit uitvoeringsprogramma uit te voeren in combinatie met de personele bezetting komt Vakgroep Handhaving uit op een tekort van 1548 uren. Wat ongeveer gelijk staat aan 1 fte bij 36 uren per week. Omdat de huidige vakgroepleider met pensioen gaat en de vakgroepen Vergunningverlening en Handhaving worden samengevoegd komt er 1 fte binnen de teams vrij voor handhavingsactiviteiten. Daardoor kan het tekort binnen de bestaande formatie worden opgelost.
Ondertekening
Bijlage 1, Ureninzet vakgroep Handhaving
Bijlage 2 Impactanalyse
In het onderstaande overzicht wordt per vergunde activiteit de impact weergegeven bij een overtreding. Hierbij wordt uitgegaan van een standaardsituatie, zonder verzwarende omstandigheden. Per taakveld is een rangnummer toegekend (hoogste impact op plaats 1). Bij een aantal taakvelden is van belang of deze gerelateerd is aan een bepaald type kering. Daar zijn verschillende impactscores toegekend.
TABEL INVOEGEN
|
Type kering |
Primair |
Secundair |
Regionaal/ lokaal |
|||
|
Taakveld waterkeringen |
Score impact |
Rang |
Score impact |
Rang |
Score impact |
Rang |
|
Verleggen en vergraven van een kering |
3,1 |
1 |
2,1 |
5 |
2,1 |
1 |
|
Grond aanbrengen |
3,0 |
6 |
2,0 |
6 |
2,0 |
2 |
|
Kunstwerken (inlaat) door de kering / Inlaat aanleggen / verwijderen / Uitstroomvoorziening aanleggen of vervangen of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Beplanting aanbrengen en weghalen |
1,6 |
13 |
1,2 |
11 |
1,7 |
3 |
|
Peil verhogen of verlagen van het oppervlaktewater |
1,7 |
12 |
1,0 |
13 |
1,0 |
14 |
|
Oeverbeschermende voorziening aanleggen / verwijderen |
2,4 |
7 |
1,7 |
8 |
1,7 |
3 |
|
Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal, overhangend bouwwerk plaatsen, verplaatsen, vervangen, behouden of verwijderen |
1,9 |
9 |
1,2 |
10 |
1,7 |
3 |
|
Kabel leggen, onderhouden en/of verwijderen |
1,7 |
10 |
1,0 |
13 |
1,4 |
12 |
|
Leiding leggen, onderhouden en/of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Dieren houden |
1,2 |
14 |
1,2 |
11 |
1,2 |
13 |
|
Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen oprichten, aanleggen, plaatsen, vervangen, uitbreiden, aanpassen of weghalen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Dam, duiker, of dam met duiker aanleggen/aanpassen of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Evenementen |
1,7 |
10 |
1,3 |
9 |
1,7 |
3 |
|
Baggeren van een oppervlaktewaterlichaam |
2,0 |
8 |
2,0 |
6 |
1,6 |
11 |
|
|
Primair |
Secundair |
Regionaal/ lokaal |
|||
|
Taakveld watersysteem |
Score |
Rang |
Score |
Rang |
Score |
Rang |
|
Dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam |
2,4 |
1 |
2,4 |
1 |
2,4 |
1 |
|
Vergraven of graven van een oppervlaktewaterlichaam |
1,9 |
7 |
1,9 |
6 |
1,9 |
6 |
|
Peil verhogen of verlagen van het oppervlaktewater |
2,0 |
4 |
2,0 |
4 |
2,0 |
4 |
|
Oeverbeschermende voorziening aanleggen / verwijderen |
1,5 |
11 |
1,5 |
11 |
1,5 |
11 |
|
Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal, overhangend bouwwerk plaatsen, verplaatsen, vervangen, behouden of verwijderen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Beplanting aanbrengen en weghalen (onderhoudsstrook vrijhouden hoofdwatergang) |
1,7 |
8 |
1,7 |
8 |
1,7 |
7 |
|
Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen oprichten, aanleggen, plaatsen, vervangen, uitbreiden, aanpassen of weghalen |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
|
Kabel/leiding leggen, onderhouden en/of verwijderen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Dam, duiker, of dam met duiker aanleggen/aanpassen of verwijderen |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
|
Deponeren of opslaan van afval, materialen, stoffen en goederen in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk |
1,1 |
17 |
0,6 |
20 |
0,8 |
20 |
|
Evenementen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Baggeren van een oppervlaktewaterlichaam |
2,0 |
4 |
1,9 |
7 |
1,7 |
8 |
|
Grond aanbrengen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden en dempen |
1,3 |
14 |
1,3 |
13 |
1,3 |
13 |
|
Aanleggen of verwijderen van een inlaat |
2,0 |
6 |
2,0 |
5 |
2,0 |
5 |
|
Uitvoeren van sonderingen |
1,2 |
15 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Spitten, ploegen, bemesten, ondiepe grondroeringen of andere grondroeringen |
1,5 |
11 |
1,0 |
14 |
1,3 |
13 |
|
Uitstroomvoorziening en versneld afvoeren van water |
1,6 |
9 |
1,6 |
9 |
1,6 |
9 |
|
Seismetisch onderzoek in of op een waterstaatswerk |
1,2 |
15 |
1,0 |
14 |
1,2 |
15 |
|
Oppervlaktewateronttrekking |
1,4 |
13 |
1,4 |
12 |
1,4 |
12 |
|
Plaatsen van warmtewisselaar (aquathermie) |
1,6 |
10 |
1,6 |
10 |
1,6 |
10 |
|
Taakveld grondwater (alle keringen) |
Score |
Rang |
|
|
|
|
|
Bouwputbemalingen |
1,3 |
1 |
|
|
|
|
|
Grondwateronttrekking |
1,2 |
2 |
|
|
|
|
|
Taakveld lozingen (direct en indirect) |
Score |
Rang |
|
Weilanddepots (Lozen vanuit weilanddepots) |
1,7 |
12 |
|
Gewasbeschermingsmiddelen (Lozen van afvalwater bij gewassen/Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen) |
2,1 |
7 |
|
Biociden (antifouling) / toepassingscontrole Jachthavens en werven (wasplaats) |
2,0 |
8 |
|
Industrie (Direct)/ (Lozen van koelwater) |
1,6 |
14 |
|
Industrie (Direct)/ ZZS (Overige lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichaam) |
3,0 |
2 |
|
RWZI's |
3,1 |
1 |
|
Pleziervaart (Lozen van huishoudelijk afvalwater) |
1,9 |
10 |
|
Overstorten (Lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater) |
1,9 |
10 |
|
Kunstwerken / aquaducten (Lozen van chloride / overige lozingen ) |
1,2 |
15 |
|
Lozen van koude (aquathermie) |
1,0 |
16 |
|
Lozen van huishoudelijk afvalwater (septic, IBA's) |
1,0 |
16 |
|
Lozen bij opslaan en overslaan van niet inerte goederen |
2,4 |
5 |
|
Lozen van afvalwater bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden |
2,3 |
6 |
|
Toepassen grond en bagger in onderwaterdepots |
2,7 |
4 |
|
Overige lozingsactiviteiten op zuiveringtechnisch werk (ZZS, rechtstreekse lozingen op ons werk) |
3,0 |
2 |
|
Lozen van grondwater bij ontwatering |
1,6 |
13 |
|
Grondwatersanering (lozen van grondwater bij saneringen) |
2,0 |
8 |
|
Taakveld lozingen agrarisch |
Risico |
Rang |
|
Melkveehouderij (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
|
Akkerbouw (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
|
Glastuinbouw (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl