Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757410
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR757410/1
Beleidsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2025 - 2029
Geldend van 21-02-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2025 - 2029Vastgesteld door het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân op 3 juni 2025.
Wettelijke grondslag: afdeling 18.3 van de Omgevingswet, artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevings-besluit, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
Inwerkingtreding: de dag na bekendmaking.
1 Inleiding
1.1 Algemeen
Voor u ligt het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2025-2029 van Wetterskip Fryslân. Dit plan geeft richting aan de wijze waarop wij onze VTH-taken willen uitvoeren en geeft duidelijkheid over onze visie op VTH, de ontwikkelingen waar Wetterskip Fryslân mee te maken heeft, en de gewenste inzet op VTH die daaruit voortvloeit. Het is de opvolger van het Meerjarenplan Handhaving 2018-2022 dat uitsluitend inging op handhaving. Nieuw is dat dit beleidsplan zowel ingaat op vergunningverlening als toezicht en handhaving.
Door vergunningverlening wordt (vooraf) het (mede-)gebruik van water en waterstaatswerken gereguleerd. Vergunningverlening werkt vraaggestuurd. Deze ‘vraag’ hangt echter wel af van de keuzes die in de wet- en regelgeving zijn/worden gemaakt of een activiteit vergunningplichtig, meldingsplichtig of toestemmingsvrij is. Met toezicht en handhaving wordt bewaakt dat regels en zorgplichten die bijvoorbeeld volgen uit de Omgevingswet, de Waterschapsverordening en verleende vergunningen worden nageleefd.
Wetterskip Fryslân hecht groot belang aan schoon en voldoende water en veiligheid achter de dijken. Met verschillende instrumenten wordt gewerkt aan deze opgaven. Dit plan maakt inzichtelijk hoe VTH bijdraagt aan deze hoofdthema’s. Zo weet de samenleving wat zij op het vlak van VTH van Wetterskip Fryslân mag verwachten.
1.2 Aanleiding
Het Meerjarenplan Handhaving kende een looptijd tot en met 2022 en is op onderdelen verouderd. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelt een fors aantal wetten die gaan over de fysieke leefomgeving, waaronder over water, zoals de Waterwet. Bovendien is de keur vervangen door de waterschapsverordening, waarin alle regels die het waterschap stelt binnen haar beheergebied zijn opgenomen. Met de Omgevingswet wordt meer dan ooit ingezet op digitale dienstverlening aan de burger die met zijn vragen zoveel mogelijk geholpen moet worden aan één (digitaal) loket. Verschillende betrokken overheden moeten meer onderlinge samenwerking zoeken, zodat een aanvrager goed wordt geholpen. Ook is het uitgangspunt dat de mienskip (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties) in staat wordt gesteld om vroegtijdig te participeren bij belangrijke ontwikkelingen en initiatieven in zijn leefomgeving.
Naast de Omgevingswet zijn er andere maatschappelijke ontwikkelingen die vragen om een andere rol van het waterschap, wat ook raakt aan de uitvoering van VTH-taken. Wetterskip Fryslân wil een moderne waterautoriteit worden en zet volop in op (digitale, technologische en sociale) innovatie. De samenleving kijkt kritischer mee naar de wijze waarop het waterschap haar taken uitvoert. De opgaven in het waterbeheer, onder meer door het veranderende klimaat en meer periodes van wateroverlast en -schaarste, kunnen op steeds bredere belangstelling rekenen. Voor VTH betekent dit dat we duidelijk willen maken met welke visie wij deze taken uitvoeren. Heldere keuzes zijn nodig, omdat alle taken waarvoor het waterschap verantwoordelijk is niet allemaal evenveel aandacht kunnen krijgen. Middelen (tijd, geld en expertise) moeten ingezet worden voor de belangrijkste speerpunten en bij activiteiten waar de grootste risico’s zich voordoen.
In dit Beleidsplan maken we onze keuzes inzichtelijk. Hierin is te lezen welke strategische doelstellingen Wetterskip Fryslân nastreeft met de inzet op VTH, welke prioriteiten worden gesteld en welke instrumenten en strategieën zij inzet.
1.3 Leeswijzer
Het VTH-beleidsplan slaat een brug tussen de wettelijke kaders en strategische doelstellingen enerzijds, en plannen voor de uitvoering van werkzaamheden anderzijds. Het VTH-beleidsplan vormt inhoudelijk gezien niet alleen het kader voor toezicht en handhaving, zoals het Meerjarenplan Handhaving 2018-2022, maar ook voor vergunningverlening. Het plan is bedoeld voor de jaren 2025-2029. Dit plan wordt jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Daarin wordt een vertaling gegeven van de strategische doelstellingen en prioriteiten naar de (operationele) uitvoeringspraktijk gedurende één jaar. De resultaten worden gemonitord en in jaarverslagen getoetst aan de gestelde doelstellingen. Deze bevindingen dienen niet alleen als input voor het volgende jaar, maar zo is ook geborgd dat een herijking van het strategische beleidskader plaatsvindt, als dat noodzakelijk blijkt. Daarmee zorgen we er ook voor dat Wetterskip Fryslân voldoet aan de procescriteria die gelden voor de beleidscyclus voor VTH-taken.
In hoofdstuk 2 brengen we de voor het VTH-beleid relevante ontwikkelingen in kaart. Hiervoor beginnen we met een terugblik op de afgelopen periode. Vervolgens kijken we naar ontwikkelingen zoals aanpalend beleid dat recent of in de nabije toekomst is of wordt vastgesteld, of externe ontwikkelingen die ingrijpen op de werkzaamheden bij VTH. Hoofdstuk 3 beschrijft onze visie op VTH, waarbij we ingaan op de verschillende manieren van werken en hoe deze de realisatie van onze doelstellingen ondersteunen. In dit hoofdstuk presenteren we ook de resultaten van een brede impactanalyse met betrekking tot vergunde activiteiten. In hoofdstuk 4 gaan we vervolgens in op de strategieën en instrumenten die we inzetten. Hoofdstuk 5 behandelt de positie van dit VTH-beleid in de beleidscyclus en de middelen en voorzieningen die nodig zijn voor uitvoering ervan.
2 Ontwikkelingen
2.1 Inleiding
In dit hoofdstuk schetsen we de belangrijkste ontwikkelingen, in het recente verleden en toekomst, die hun weerslag hebben op de VTH-taken en waarop Wetterskip Fryslân moet anticiperen. Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en handhaving vormen wettelijke taken en verplichtingen van het waterschap, maar zijn geen doelen op zichzelf. VTH beoogt juist een belangrijke bijdrage te leveren aan de maatschappelijke doelen en hoofdthema’s van Wetterskip Fryslân. Deze doelen zijn terug te vinden in verschillende beleidsnota’s. In dit hoofdstuk geven we daarvan een verkorte weergave.
De VTH-taken volgen uit de Omgevingswet en de Waterschapsverordening. Vergunningplichten zijn geformuleerd met het oog op de volgende maatschappelijke doelen:
-
• het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste;
-
• het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
-
• het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen;
-
• het beschermen en verbeteren van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk;
-
• het behoeden van de staat en werking van een vaarweg voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die vaarweg.
Op basis van deze wet- en regelgeving worden vergunningaanvragen getoetst en meldingen beoordeeld. Vergunningen en meldingen worden gecontroleerd door middel van de uitvoering van het toezicht en waar nodig wordt naleving met handhaving afgedwongen. Veranderingen in wet- en regelgeving of in beleid drukken hun stempel op de uitvoering van de VTH-taken. Wij gaan hierna in op enkele belangrijke externe en interne ontwikkelingen. Voordat we dat doen, blikken we kort terug op de vorige beleidsperiode.
2.2 Terugblik
Wij starten met een korte terugblik op de voorgaande (beleids-)periode. In de verschillende rapportages is uitgebreid verslag gedaan van de activiteiten die in de afgelopen jaren zijn ontplooid.
Het Meerjarenplan Handhaving 2018-2022 had als één van de belangrijke operationele doelstellingen de voorbereiding op de Omgevingswet. In de afgelopen jaren zijn bepaalde wet- en regelgeving gedigitaliseerd en ingevoerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Onze medewerkers hebben zich de nieuwe wet- en regelgeving eigen gemaakt. Ook zijn de benodigde voorbereidingen getroffen voor de invoering van nieuwe belastingwetgeving, onder andere door uit te zoeken welke (meet-)bedrijven moeten worden bezocht.
Daarnaast was beoogd verschillende acties te ondernemen over het verbod op vuilwaterlozingen in de recreatievaart. Hoewel dit onderwerp onverminderd prioriteit heeft, is een aantal (proactieve) toezichtacties op de lange baan geschoven, in afwachting van de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving op dit thema.
Op deze ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de betekenis daarvan voor onze werkzaamheden gaan we in de volgende paragraaf nader in.
In de afgelopen beleidsperiode hebben wij samen met landbouworganisaties gewerkt aan het project ‘Schoon Erf Schoon Water Fryslân’ dat gericht was op erfafspoeling van nutriënten bij melkveehouderijen. Milieu-inspecteurs zijn in de periode 2017-2021 bij deelnemende bedrijven langs geweest als adviseur en niet als toezichthouders. De adviesbezoeken resulteerden in een aantal maatregelen voor die bedrijven. Vanaf 2022 is gecheckt of de maatregelen zijn uitgevoerd zoals afgesproken; het naleefpercentage blijkt na twee jaar 58% te zijn. Deze aanpak is geëvalueerd en heeft geresulteerd in verschillende lessen en aanbevelingen die we meenemen naar de toekomst.
In de afgelopen jaren hebben we gezien we dat het aantal ontvangen en behandelde vergunningaanvragen een toename laat zien.1 De verwachting is dat deze trend zich voortzet, als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (zie hieronder), maar ook vanwege de klimaat- en weerverandering (periodes met meer droogte en natte). Wij zijn erin geslaagd om het overgrote deel van de aanvragen binnen de wettelijke beslistermijn af te doen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat we al jaren zien dat de organisatie bij de uitvoering van VTH onder druk staat. Bij de afdeling vergunningverlening is de ervaren werkdruk de laatste jaren structureel te hoog geweest. Medewerkers hebben aangegeven onvoldoende te kunnen herstellen na drukke periodes, met uitval en ziekte tot gevolg. Ook zijn er diverse ontwikkelingen en veranderingen in het werk (zie 2.3 en 2.4) die de hoeveelheid en complexiteit van het werk hebben vergroot. Als gevolg daarvan staat de dienstverlening onder druk. De termijnen worden in de meeste gevallen nog wel gehaald, maar op tijd terugbellen lukt minder goed. Er is daardoor ook weinig tijd om vroeg te worden betrokken bij ontwikkelingen. Specifiek bij vergunningen voor waterkwantiteit is de formatie te klein gebleken en is uitbreiding met 1 fte voorgenomen.
De spontane naleving – bij het eerste bezoek is geen sprake van een overtreding – ligt in Fryslân relatief hoog, ook in vergelijking met de andere waterschappen. Doorgaans wordt bij minder dan 10% van de eerste bezoeken een overtreding geconstateerd. Wel zijn er verschillen per onderwerp/activiteiten. Waar het naleefcijfer lager ligt, is in het verleden extra aandacht besteed. Na de eerste handhaving blijft dit positieve beeld in stand: bij minder dan 2% van de hercontroles is de overtreding nog niet gestopt. Dit is ook weer iets beter dan het landelijk gemiddelde. Het aantal ontvangen handhavingsverzoeken is de laatste jaren letterlijk op een hand te tellen, overigens in lijn met het landelijk beeld. Het toezicht vindt met name thematisch of programmatisch plaats. Ten slotte merken we op dat Wetterskip Fryslân relatief zeer weinig handhavingsbeschikkingen uitvaardigt. Waar het landelijk gemiddelde ruim boven de 20 per jaar ligt, schommelt dit bij ons gemiddeld rond de 6 per jaar (sinds 2020).
1) In de periode 2019-2022 steeg het aantal ontvangen aanvragen van 964 naar 1522 en het aantal afgehandelde aanvragen van 855 naar 1401.
2.3 Ontwikkelingen in wet- en regelgeving en beleid
De wereld van het waterschap staat nooit stil. Wet- en regelgeving verandert, maar ook technische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed op ons werk. Daarnaast kunnen beleidsinhoudelijke doelstellingen veranderen. In deze paragraaf schetsen een beeld van die ontwikkelingen die het meest van invloed zijn of worden op de inzet van VTH.
2.3.1Algemeen
Een aantal ontwikkelingen is overkoepelend van toepassing op het werk binnen alle drie hoofdthema’s.
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Het Waterbeheerprogramma (WBP) 2022-2027, dat in samenwerking met de provincie is opgesteld, gaat in op de volgende ontwikkelingen in het waterbeheer:
-
• de verandering van het klimaat;
-
• de verstoring van de ecologie;
-
• de veranderende relatie tussen overheid en samenleving.
Het WBP beschrijft de maatregelen en ruimtelijke keuzes die nodig zijn om de ontwikkelingen het hoofd te bieden. Wetterskip Fryslân heeft hierbij gekozen voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak. Langs de lijn van de drie hoofdthema’s (waterveiligheid; voldoende water en schoon water) beschrijft het WBP het regulier beheer. Hierop gaan we in het vervolg van dit hoofdstuk nader in.
Participatiebeleid ‘Samen voor ons water’ (2023)
In het Participatiebeleid is, vooruitlopend op de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op decentraal niveau, vastgelegd hoe Wetterskip Fryslân wil dat inwoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties en andere belanghebbenden worden betrokken bij haar beleid, plannen en projecten, maar ook bij initiatieven vanuit de mienskip, zoals vergunningsaanvragen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de participatie met de omgeving en het aanleveren van de opbrengst hiervan. Het waterschap geeft advies over het gevolgde participatietraject en wijst op de (juridische) risico’s, als de omgeving niet goed is meegenomen.
Omgevingswet (2024)
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt en moderniseert de wetten voor de fysieke leefomgeving, waaronder op het gebied van water. De Omgevingswet heeft een grote impact op de uitvoering van de VTH-taken. Wetterskip Fryslân heeft al enkele jaren op de komst van deze wet geanticipeerd.
De Omgevingswet hanteert een ‘ja, mits’-principe. Dit betekent dat wij ruimte willen bieden aan initiatieven en ontwikkelingen vanuit de samenleving en daarbij kijken wat mogelijk is, in plaats van wat niet mogelijk is. ‘Ja, mits’ betekent echter niet, dat overal ‘ja’ op moet worden gezegd. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving moet worden geborgd. ‘Ja, mits’ houdt ook in dat meer gewerkt wordt met algemene regels, zoals (open geformuleerde) zorgplichten, en minder met meldings- en vergunningplichten. Waterschappen hebben hierbij meer ruimte dan voorheen om zelf te regelen welke activiteiten vergunningplichtig zijn. Dit moet de komende jaren ook zijn weerslag krijgen in de Waterschapsverordening. Vooralsnog is gekozen om ‘beleidsluw’ over te gaan van de Keur en algemene regels naar de Waterschapsverordening. Deze keuzes bepalen in belangrijke mate de vraag aan vergunningen.
|
In de Waterschapsverordening is bepaald welke activiteiten toestemmingsvrij zijn (buiten de algemene regels en voorschriften) en waarvoor een melding moet worden ingediend of een vergunning moet worden aangevraagd. Hoofdstuk 2 bevat de regels over lozingsactiviteiten (gerelateerd aan het hoofdthema schoon water). Voor directe lozingen zijn wij het bevoegde gezag. Hoofstuk 3 werkt de regels over het onttrekken en in de bodem brengen van water (gerelateerd aan het hoofdthema voldoende water) uit. Hoofdstuk 4 gaat over de beperkingengebiedactiviteiten (gerelateerd aan het hoofdthema veilig water). In aanvulling op de wettelijke zorgplichten voor het water zijn in de Waterschapsverordening enkele specifieke zorgplichten opgenomen en ter uitwerking daarvan algemene regels, die ook gelden als er geen melding hoeft worden gedaan of een vergunning moet worden aangevraagd. |
Daarnaast stelt de Omgevingswet samenwerking centraal, onder andere met andere overheden zoals de provincie, gemeenten, FUMO en Rijkswaterstaat, maar ook met de politie. Wetterskip Fryslân moet nog meer dan nu al het geval is de verbinding en samenwerking met andere overheden, maar ook met bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties zoeken om in te spelen op ontwikkelingen in de maatschappij en om haar maatschappelijke doelen te bereiken.
Verder zet de Omgevingswet sterk in op digitalisering. De geldende regels zijn digitaal raadpleegbaar. Via het Omgevingsloket kan een aanvrager checken of hij een vergunning nodig heeft en deze – in één keer bij verschillende bevoegde gezagen – aanvragen. Deze vergunningencheck lijkt te leiden tot een toename in het aantal vergunningaanvragen bij het waterschap. Ook het aantal informatieverzoeken lijkt toegenomen, al is de verwachting dat dit effect tijdelijk is. Ook binnen het toezicht neemt technologisering een steeds belangrijkere rol in, bijvoorbeeld door de inzet van luchtfoto’s en drones en nieuwe technieken om lozingen te detecteren.
Met de invoering van de Omgevingswet is het ook verplicht geworden om bij de aanleg van kabels en leidingen een KLIC-melding te doen. Hierbij moet vanuit vergunningverlening een beoordeling van de situatie gemaakt worden. De recente ervaring leert dat deze meldingen een extra beslag leggen op onze dienstverlening. Op operationeel niveau zien we verder dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), waarin de aanvragen voor omgevingsvergunningen worden ingediend, nog kinderziektes vertoont. Aanvragen zijn soms onvolledig of onjuist ingevuld, of zelfs helemaal niet voor het waterschap bedoeld. Sjablonen zijn nog van onvoldoende kwaliteit. Deze problemen spelen op landelijk niveau, en brengen ook extra werk met zich mee.
De Omgevingswet brengt ook enkele inhoudelijke wijzigingen aan:
-
• Er komt meer nadruk te liggen op participatie. Participatie geldt als indieningsvereiste voor het aanvragen van een omgevingsvergunning (zie hieronder).
-
• Bij de beoordeling van wateractiviteiten, met name onttrekkingen, moet rekening worden gehouden met de gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en met aanwezige grondwaterverontreinigingen. Waterschappen moeten daarvoor zelf een beoordelingskader ontwikkelen.
-
• De Vergunning Eigen Dienst, waarbij een vergunning wordt aangevraagd en verleend voor activiteiten die Wetterskip Fryslân zelf uitvoert, vervangt voor een belangrijk deel het projectplan Waterwet. Dit leidt tot een toename aan vergunningaanvragen. Ook zal hierop toezicht en handhaving moeten worden uitgevoerd, conform bijlage 3 van procedure P08.
-
• Voor een lozingsactiviteit geldt onder de Omgevingswet – onder oude wetgeving was dit ook al het geval – een actualiseringsplicht. Het waterschap moet beoordelen of de vergunningvoorschriften moeten wijzigen, om rekening te houden met nieuwe technieken en de veranderde kwaliteit van het milieu. Er is sprake van een achterstand in het actualiseren van vergunningen. Het actualiseren blijkt een tijdrovend proces te zijn.
Overige ontwikkelingen
We zien dat het aantal WOO-verzoeken in recente jaren toeneemt en dat vraagt veel capaciteit van de vakgroep Vergunningverlening. Dit werkt door in de werkdruk en mogelijk in de toekomst in de benodigde formatie.
Ten slotte is de blijvende inzet op het voldoen aan de Kwaliteitscriteria voor VTH Waterbeheer van belang. De kwaliteitscriteria zijn opgesteld door een werkgroep bestaande uit een vertegenwoordiging van leden van het Landelijk Overleg Vergunningen en Handhaving (LOVH), de Adviesgroep Vergunning en Handhaving (AgVH) en de Unie van Waterschappen. In deze kwaliteitscriteria worden de eisen vastgelegd voor de organisaties en medewerkers, inclusief eventuele derden voor wat betreft opleiding, kennis, ervaring en vlieguren. Om aan deze eisen te voldoen zal in beeld moeten worden gebracht hoeveel fte op elke VTH-taak wordt ingezet, hoeveel uren per jaar aan bepaalde activiteiten worden besteed. Ook moeten we weten welke kennis de werknemers binnen VTH in huis hebben, welke opleidingen ze hebben gevolgd en waar eventueel lacunes in kennis of vlieguren bestaan. Deze lacunes moeten vervolgens door extra opleiding (kennis) of uitbesteding/samenwerking en schaalvergroting (vlieguren) worden gevuld.
2.3.2Schoon water
Binnen het hoofdthema Schoon water zijn de belangrijkste maatschappelijke doelstellingen die Wetterskip Fryslân nastreeft neergelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de KRW-beslisnota en de Beleidsnota ecologie en vis. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor ons belangrijke instrumenten om de waterkwaliteit te beschermen en te verbeteren.
Waterbeheerprogramma 2022-2027
Hoofdstuk 4 van het WBP gaat in op het hoofdthema Schoon water. De volgende waterkwaliteitsdoelen zijn geformuleerd:
-
• Schone en ecologisch gezonde watersystemen.
-
• Watersystemen die passen bij hun omgeving en de klimaatrobuustheid, de biodiversiteit en het landschap versterken.
-
• Waterkwaliteit die de verschillende gebruiksfuncties mogelijk maakt.
-
• Het beschermen van de volksgezondheid en het milieu.
-
• Een klimaatbestendige en klimaatneutrale waterketen met zo weinig mogelijk emissies naar het milieu.
-
• Een duurzame waterketen met een zo duurzaam mogelijk gebruik van grondstoffen en energie. Afvalwater [beter: rioolwater] benutten we als bron voor nieuwe grondstoffen.
-
• Schoon en veilig zwemwater.
In juli 2023 heeft Wetterskip Fryslân, met de provincie, de toekomstvisie Fryslân Klimaatbestendig 2050+, waarvan de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) onderdeel vormt, vastgesteld. Centrale uitgangspunt is een klimaatbestendige inrichting van Fryslân, waarbij water en bodem sturend zijn. De visie werkt door bij de actualisatie van het WBP. Eén van de speerpunten is de verbetering van de waterkwaliteit, als randvoorwaarde voor het herstel van natuurwaarden en biodiversiteit, voor de landbouw en de recreatie.
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water, doorvertaald in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving, heeft als doel om uiterlijk in 2027 een goede ecologische en chemische toestand in alle grond- en oppervlaktewateren te bereiken. Per aangewezen KRW-waterlichaam (24 in ons beheergebied) zijn KRW-doelen vastgesteld. Om deze doelen te bereiken zijn verschillende maatregelen genomen; het huidige pakket is vastgesteld met de KRW-beslisnota uit 2021. In 2024 heeft een tussenevaluatie plaatsgevonden, om te bezien of we op koers liggen om de KRW-doelen in 2027 te behalen. Er vindt monitoring plaats die relevant zijn voor één of meerdere KRW-doelen/-parameters. We zien dat de waterkwaliteit verbetert, maar ook dat nog (hardnekkige) knelpunten blijven bestaan. Het wordt steeds meer duidelijk dat niet alle oorspronkelijk gestelde normen voor 2027 haalbaar en realistisch zijn. Waar mogelijk wordt ingezet op versnelling en intensivering van maatregelen, onder andere door erfafspoeling via advies en voorlichting terug te dringen en voorlichting te geven ter voorkoming van medicijnresten in het rioolwater.
Bij vergunningverlening voor wateractiviteiten (onder andere voor lozingen of het onttrekken van water) moet rekening worden gehouden met deze KRW-doelen. Aanvragen mogen hiermee niet in strijd komen. Mochten de KRW-doelen in 2027 niet zijn behaald, dan levert dit naar verwachting een behoorlijk knelpunt op voor de vergunningverlening. Het kan dan lastiger worden om medewerking te verlenen aan initiatieven en in het slechtste geval zou een situatie kunnen ontstaan, waarin niet of nauwelijks nog vergunningen verleend kunnen worden.
Baggeren (2021)
In 2021 is het beleid voor baggeren geactualiseerd. Met het baggeren wordt het profiel van de hoofdwateren weer op het gewenste niveau gebracht zoals dat is vastgelegd in de legger van Wetterskip Fryslân. De profielen zijn afgestemd op de benodigde aan- en afvoercapaciteit én ecologische randvoorwaarden voortkomend uit onder andere de kaderrichtlijn water en het gebruik als vaarweg. Daarbij is een nieuw uitgangspunt dat in het profiel naast de kwantiteitsnormen ook de ecologische normen zijn opgenomen. De KRW-beheermaatregelen met betrekking tot het onderhoudsbaggeren zijn geïntegreerd in de nieuwe baggercyclus om werk met werk te kunnen maken en structurele vastlegging van gegevens te borgen. We onderzoeken de kwaliteit van het slib binnen het leggerprofiel en grijpen kansen om de water(bodem)kwaliteit te verbeteren.
|
Opgaven voor de waterkwaliteit De waterkwaliteit staat onder andere onder druk door een teveel aan meststoffen/nutriënten (stikstof en fosfaat), gewasbeschermingsmiddelen en zeer zorgwekkende stoffen. Aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) Het landelijke ZZS-beleid richt zich op het voorkomen of beperken van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de leefomgeving, onder andere door bronaanpak. Bedrijven zijn verplicht om lozingen van ZZS, voor zover zij niet in het geheel verboden zijn, te voorkomen/minimaliseren. Hoe zij dat doen, moeten zij aantonen. In de vergunningen kunnen hierover voorschriften worden gesteld. Via vergunningverlening en toezicht en handhaving kunnen waterschappen grip erop houden dat ZZS in het oppervlaktewater terecht komen. Niet voor alle ZZS zijn reeds waterkwaliteitsnormen geformuleerd. Bijvoorbeeld bij ‘nieuwe’ stoffen, zoals PFAS, microplastics en medicijnresten, zijn deze normen nog in ontwikkeling, wat regulering via vergunningverlening en handhaving compliceert. Hoewel Wetterskip Fryslân geen bevoegd gezag is voor indirecte lozingen, blijft het van belang de handhaving op dit vlak te agenderen bij de juiste overheden en zo mogelijk te ondersteunen. We helpen de FUMO om de actualisatie van vergunningen op dit vlak rond te krijgen, en streven naar inzet van best beschikbare technieken om het toezicht op die lozingen die het functioneren van de rzwi’s kunnen beïnvloeden te verbeteren. De VNG heeft inmiddels een voorstel gedaan om het bevoegd gezag voor dit onderwerp weer bij de waterschappen onder te brengen. We houden er rekening mee dat dit in de toekomst ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen Gewasbeschermingsmiddelen kunnen schadelijk zijn voor het oppervlaktewater. Als te hoge concentraties worden aangetroffen, heeft dit negatieve gevolgen voor in het water levende dieren en planten. De NVWA is het bevoegde gezag ten aanzien van goed gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De toezichthouders van het waterschap controleren in samenwerking met de NVWA (in NOOOT-verband) op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de agrarische sector. Controle aspecten zijn dan o.a.: spuitvrije zones, juiste gebruik middelen, juiste gebruik apparatuur en spuitdoppen. Het toezicht is dus gericht op beperking van drift van gewasbeschermingsmiddelen richting/in het oppervlaktewater. Het aantreffen van gewasbeschermingsmiddelen is een veel voorkomend probleem, dat prioriteit verdient om nog concreter meegenomen te kunnen worden in toezicht en handhaving. |
Lozingen door pleziervaart – verzegelingsplicht (2026)
Het lozen van toiletwater vanaf pleziervaartuigen op een oppervlaktewater is verboden en ongewenst vanwege de aantasting van de waterkwaliteit en omdat dit gezondheidsrisico’s voor andere recreanten oplevert. Hoewel duidelijk is dat dit verbod niet goed wordt nageleefd, blijkt handhaving complex, omdat de illegale lozingen veelal uit het zicht plaatsvinden. Om de handhaafbaarheid te verbeteren, voorziet het Besluit activiteiten leefomgeving erin dat op verzegelingsplicht van de vuilwatertank en toiletafvoeren, waardoor de toezichthouder kan controleren op welke locatie de afsluiter geopend is geweest. Om de verzegeling te kunnen controleren is het noodzakelijk om bij een pleziervaartuig te kunnen binnentreden. Voor het kunnen binnentreden zonder toestemming is een aanwijzing van het dagelijks bestuur vereist. Op dit moment lijkt de verzegelingsplicht op zijn vroegst te gaan gelden vanaf 1 januari 2026, waarbij een hoge beoogde boete naar verwachting de benodigde inzet op handhaving en voorlichting zal beperken.
Modernisering van de heffing (2026)
In de komende beleidsperiode vindt een aanpassing van het belastingstelsel plaats (datum inwerkingtreding is 1 januari 2026), met als doel om het profijtbeginsel (‘de vervuiler betaalt’) te versterken. Heffing plichtige bedrijven zijn ingedeeld in drie categorieën: meetbedrijven; tabelbedrijven en forfaitaire bedrijven. Bij tabelbedrijven wordt gewerkt met een klasse-indeling. Hierin vinden ingrijpende wijzigingen plaats, waarbij voor een fors aandeel tabelbedrijven een herbeoordeling moet plaatsvinden, waarbij een nieuwe, meer op de specifieke omstandigheden gerichte afvalwatercoëfficiënt – in plaats van per bedrijfstak – moet worden vastgesteld. Deze vaststelling dient door middel van onderzoek (meting en bemonstering) plaats te vinden op initiatief (en kosten) van het waterschap. Heffingsmedewerkers zijn reeds gestart met de inventarisatie en voorbereiding hiervan, hiervoor is een plan van aanpak gemaakt welke akkoord is bevonden door de opgavemanager. Verwachting is dat deze werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden binnen de huidige bezetting met eigen apparatuur, mede omdat voor deze wijziging een overgangsperiode van 10 jaar is afgesproken. Ook komt er een nieuwe milieuvriendelijkere methode om de vervuilingswaarde van het afvalwater te bepalen. Heffingsmedewerkers treden hierbij in eerste instantie op als adviseur bij de meetbedrijven, dit om de wijzigingen te duiden en de eventuele gevolgen zichtbaar te krijgen. De wijziging van het belastingstelsel zal de ‘rode draad’ zijn de komende jaren voor de heffingsinspecteurs, waarbij de reguliere controles uiteraard zoveel mogelijk meegenomen worden. Om met alle belanghebbenden binnen WF de wijzigingen onderling af te stemmen en te waarborgen wordt actief deelgenomen aan de werkgroep ‘invoering nieuwe belastingwetgeving’.
Binnen Wetterskip Fryslân vereist zowel de nieuwe belastingwetgeving als het reguliere toezicht samenwerking tussen verschillende vakgroepen. Vakgroep Zuiveringsbeheer ontvangt het afvalwater en constateert veelal als eerste eventuele calamiteiten, om deze reden sluiten heffingsmedewerkers wekelijks aan bij de proceskamer Waterketen. Tevens is Vakgroep Vergunningverlening een belangrijke partner, de vergunningvoorschriften worden bij controles waar mogelijk ook meegenomen. Hierbij is de FUMO als externe partij betrokken en worden regelmatig gezamenlijk bedrijfsbezoeken afgelegd. De uiteindelijke bevindingen ten behoeve van de heffingsbepaling worden gedeeld met het Noordelijk Belastingkantoor welke de administratieve en financiële afhandeling verzorgd.
2.3.3Veilig water
Voor het hoofdthema Veilig water geldt dat een aantal van de huidige kaders al langere tijd van kracht zijn. In het Beleid voor vergunningverlening bij primaire en secundaire waterkeringen, uit 2013, staat een aantal beleidsdoelen vermeld die oorspronkelijk afkomstig zijn uit oudere plannen:2
In het meer recent vastgesteld Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen voor wat betreft waterveiligheid als volgt geformuleerd:
-
• De waterkeringen voldoen aan de normen en eisen die er zijn.
-
• Het versterken van de primaire waterkeringen vraagt op termijn meer ruimte in de kustzone.
-
• Klimaatverandering vraagt om langetermijnkeuzes voor het boezemwatersysteem, de omliggende polders en de hoge gronden.
-
• De resterende waterveiligheidsrisico’s vragen om bewustzijn en om een ruimtelijke ordening die daarop inspeelt.
De Beheernota waterkeringen (2019) is een vertaling van de strategische doelstellingen uit het Waterbeheerplan 2016-2021 naar operationele doelstellingen - te leveren prestaties - zoals beschreven in beheer- en onderhoudsplannen voor de waterkeringen. In de nota zijn doelen beschreven voor de verschillende typen waterkeringen (primair, secundair, regionaal en lokaal). In de huidige situatie zijn de operationele doelstellingen dus gebaseerd op de voorgaande strategische doelstellingen, en is een actualisatie van de vertaling gewenst.
De eerder genoemde toekomstvisie Fryslân Klimaatbestendig 2050+, die uitgaat van een klimaatbestendige inrichting van Fryslân, is uiteraard ook richtinggevend als het gaat om inrichting en beheer van de watersystemen in ons werkgebied. Als een van de leidende principes is hierin opgenomen dat we waterveiligheid waarborgen via het meerlaagsveiligheidprincipe (robuuste primaire keringen, toekomstbestendige ruimtelijke inrichting, adequate crisis- en risicomanagement). Door de toekomstige zeespiegelstijging moet ruimte gereserveerd worden rondom de keringen.
Voor vergunningverlening is vooralsnog enkel beleid vastgesteld voor de primaire en secundaire keringen. In dit beleid is vastgelegd welke belangen er kunnen spelen en dat tegen elkaar worden afgewogen, en zijn uitgangspunten voor die afweging geformuleerd. Daarbij wordt specifiek ingegaan op verschillende typen handelingen zoals bouwwerken, coupures, aanleg van kabels en leidingen, beplanting en medegebruik/recreatie.
Bij regionale en lokale keringen is sprake van een situatie waarin in alle gevallen maatwerk wordt geleverd bij de beoordeling van vergunningen. Omdat voor deze keringen geen beleid of een beoordelingskader beschikbaar is, wordt bij elke aanvraag advies ingewonnen bij de afdeling assetbeheer. Deze adviseert zowel over technische aspecten van de aanvraag, als over de gevolgen voor eventuele wijzigingen in de keringen voor het beheer ervan door het waterschap. Deze werkwijze heeft als voordeel dat elke situatie zorgvuldig gewogen wordt, maar heeft ook gevolgen gehad voor de werkbelasting van zowel vergunningverlening als assetbeheer. De ambitie is om op korte termijn beleid en beoordelingskaders te formuleren waardoor een deel van het maatwerk niet meer nodig zal zijn.
Ontwikkelingen in fysieke infrastructuur
Het waterschap krijgt te maken met diverse landelijke ontwikkelingen op het gebied van de fysieke infrastructuur. Zo is er de opkomst van aquathermie; in Nederland kan aquathermie in ruim 50 procent van de warmtevraag en ruim 50 procent van de koudevraag voorzien. Daarvoor is het wel van belang dat de effecten op de waterkwaliteit en op de waterkeringen worden bewaakt, onder andere bij de vergunningverlening. Ook de uitbreiding van het stroomnet in Fryslân vergt aandacht op het gebied van vergunningverlening.
Mogelijke organisatorische veranderingen
De inrichting van processen van vergunningverlening blijft in beweging. Er wordt voortdurend gekeken naar mogelijkheden om deze processen doelmatiger in te richten.
Bij verleende vergunningen kan er sprake zijn van een benodigde wijziging van de legger en het nemen van een leggerbesluit. Bij de afdeling vergunningverlening ligt weliswaar niet de verantwoordelijkheid voor het leggerbesluit zelf, maar moeten wel werkzaamheden worden verricht om de kwaliteit van de legger in stand te houden en te verbeteren. Er wordt daarnaast nu gekeken naar mogelijkheden om het vastleggen van een eventueel leggerbesluit als gevolg van een verstrekte vergunning te beleggen bij de afdeling vergunningverlening.
Ook op technisch vlak kunnen ontwikkelingen bij vergunningverlening gevolgen hebben voor de inhoud en opzet van de beoordelingsprocessen.
2) Waterhuishoudingsplan Fryslân 2010-2015, Waterbeheersplan 2010-2015 en Beheervisie Waterkeringen Wetterskip Fryslân 2013
2.3.4Voldoende water
De kaders voor het hoofdthema Voldoende zijn vastgelegd in zowel langer bestaande als nieuwe documenten. Voor grondwaterbeheer is een beleidsnota van kracht (sinds 2012). Hierin worden vier geografische deelsystemen binnen het grondwatersysteem van Fryslân onderscheiden, die elk unieke kenmerken hebben en waarvoor ook verschillende beheermaatregelen nodig zijn. In de nota wordt tevens gewezen op de verdeling van taken tussen verschillende partijen (overheden en perceeleigenaren), en op de kansen die samenwerking kan bieden. In de nota worden op strategisch niveau vier ambities geformuleerd:
-
1. Het waterschap betrekt als integraal waterbeheerder de grondwateraspecten nadrukkelijk bij het oppervlaktewaterbeheer en omgekeerd. (Watersysteembenadering)
-
2. Het grondwatersysteem wordt duurzaam beheerd.
-
3. In onze advisering over grondgebruiks- functies streven wij naar het duurzaam gebruik van het grondwatersysteem. (Integrale planvorming)
-
4. Binnen zijn beheergebied stelt het waterschap zijn kennis op het gebied van grondwater beschikbaar voor zijn partners.
In de Waterschapsverordening, die vanaf 2024 de Keur vervangt, is in hoofdstuk 3 vastgelegd voor welke activiteiten meldingsplicht of vergunningplicht geldt, en welke toestemmingsvrij zijn. Ook zijn hierin de indieningsvereisten voor meldingen en vergunningen vastgelegd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen onttrekkingen van oppervlaktewater, onttrekkingen van grondwater en het in de bodem brengen van water.
Ook in het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn voor het hoofdthema Voldoende water een aantal doelen opgesteld. Deze gaan uit van het basisdoel dat het peilbeheer en de inrichting van het watersysteem klimaatbestendig is. Daaruit vloeien de volgende doelen voort:
-
• We zorgen dat de peilen in het oppervlaktewater de best mogelijke grondwatercondities leveren voor de verschillende gebruiksfuncties;
-
• Het watersysteem moet wateroverlast bij extreme regenval tegengaan en schade en overlast zoveel mogelijk beperken;
-
• Het watersysteem moet water vasthouden en zo een watervoorraad kunnen vormen om watertekort en schade bij langere perioden met droogte te voorkomen;
-
• Het peilbeheer moet zorgen voor het verminderen van veenafbraak en het tegengaan van verzilting en verdroging van natuur;
-
• We houden met ons peilbeheer en de inrichting van ons watersysteem de grondwater voorraden op peil. Er moet een balans zijn tussen het watergebruik en de watervoorraad;
-
• We houden de waterinfrastructuur zo in stand dat deze geen belemmeringen heeft voor aan en afvoer van water voor het peilbeheer, het gebruik als vaarweg en de waterkwaliteit.
In de toekomstvisie Fryslân Klimaatbestendig 2050+ wordt beschreven hoe het waterschap in de toekomst zal moeten reageren op verwachte ontwikkelingen. Hierbij gaat het ten eerste om de zeespiegelstijging, waardoor de mogelijkheden voor het afvoeren onder vrij verval naar zee sterk beperkt zullen worden. Ook het IJsselmeer zal als gevolg van klimaatverandering een andere functie krijgen in het watersysteem, omdat de samenstelling en het volume van het daarin aanwezige water zal veranderen. Ook het verdwijnen van veen en toenemende weersextremen zorgen ervoor dat aanpassingen aan het watersysteem nodig zijn. Er wordt een nieuwe koers in voorgesteld, waarbij water en bodem leidend zijn. Dit heeft vergaande gevolgen voor omgang met het watersysteem, wat uitgewerkt zal moeten worden in beleid voor onttrekkingen.
Ontwikkelingen in werkprocessen VTH
Naast externe ontwikkelingen zijn ook enkele ontwikkelingen binnen de organisatie van belang voor het VTH-beleid. We onderzoeken een nieuwe benadering van vergunningverlening waarbij onttrekkingen per hectare worden gemonitord en vergunningaanvragen integraal worden afgewogen. Hierbij wordt mogelijk een systematiek van beschikbare ‘onttrekkingsruimte’ gehanteerd. Bij de beoordeling van aanvragen zal speciale aandacht uitgaan naar onttrekkingen binnen een vast te stellen straal van natuurgebieden.
Een tweede ontwikkeling is het in kaart brengen van dempingen, waarvoor momenteel het project AI Illegale dempingen is gestart. Door nieuwe technieken krijgen we steeds beter zicht op overtredingen op dit vlak. Als we de overtredingen die nu in beeld worden gebracht adequaat willen controleren en hierop willen handhaven, moet ook capaciteit beschikbaar worden gesteld.
3 Visie op VTH, speerpunten en doelstellingen
3.1 Inleiding
De opdracht van het waterschap is om te zorgen voor veilig, voldoende en schoon water. Dit doen we in een steeds veranderende en complexer wordende omgeving. De opgaven in het waterbeheer zijn groot. Met de Perspectiefnota 2025-2029 heeft het waterschap ook expliciet uitgesproken zich nog meer op te willen stellen als de autoriteit op het gebied van water. VTH draagt bij aan het behalen van de maatschappelijk doelen van het waterschap. In hoofdstuk 2 zijn we ingegaan op deze opgaven en doelen. In dit hoofdstuk gaan we in op onze visie op VTH, belangrijke speerpunten en doelstellingen.
Bij de uitvoering van VTH-taken zetten we beschikbare tijd, middelen en expertise risicogestuurd in, werken we gebiedsgericht, en stellen we burgers, bedrijven en organisaties centraal (‘klantgericht’). Samenwerken is daarbij cruciaal. Deze principes leggen we als volgt uit. Door deze principes centraal te stellen dragen vergunningverlening, toezicht en handhaving bij aan het realiseren van de maatschappelijke doelen van het waterschap.
3.2 Risicogestuurd werken
We zetten onze inzet voor VTH risicogestuurd in. Risicogestuurd werken draagt bij aan een efficiënte inzet van de (beperkt) beschikbare middelen op de belangrijkste risico’s.
Voor vergunningverlening en de afhandeling van meldingen geldt dat deze processen vraaggestuurd zijn. De vraag wordt gecreëerd door de keuzes die in wet- en regelgeving worden gemaakt: welke activiteiten zijn vergunningplichtig, meldingsplichtig of toestemmingsvrij? Als de risico’s groter zijn, dan is een vergunningplicht aangewezen. Bij weinig risicovolle activiteiten kan een melding volstaan of kan in het geheel geen vergunning of melding nodig zijn. Vanuit vergunningverlening geven we input om deze beleidskeuzes te maken bij de doorontwikkeling van de Waterschapsverordening. Verder hanteren we de volgende uitgangspunten:
-
• Elke aanvraag en melding dienen we te toetsen aan de geldende kaders en de aanvrager/melder dient binnen de wettelijke termijn een reactie te krijgen. Dit proces krijgt de prioriteit, boven andere aan vergunningverlening verbonden activiteiten, zoals het verzorgen van voorlichting en het voeren van vooroverleg.
-
• We verkennen mogelijkheden om aanvragen met grotere risico’s dieper te toetsen. Met het oog op de doelen van de KRW is verbetering van de waterkwaliteit ook bij VTH een belangrijk thema. Daar waar samenwerking en overleg niet voldoende effect sorteren, zal intensievere inzet van het VTH-instrumentarium soelaas kunnen bieden.
-
• Bij het actualiseren van vergunningen (zie hoofdstuk 2) gaan we als eerst aan de slag met de activiteiten/bedrijven, waarbij de milieurisico’s het grootst zijn. Conform het daarvoor opgestelde plan van aanpak wordt er gewerkt met een indeling van vier categorieën. De eerste groep dient op grond van de Omgevingswet eens in de vier jaar geactualiseerd te worden, vergunningen uit de tweede en derde categorie moeten regelmatig beoordeeld worden en de laatste categorie kan worden meegenomen in regulier toezicht.
Bij toezicht is meer ruimte voor risicogestuurd werken dan bij vergunningverlening. Aan de hand van een inschatting van de risico’s voor onze hoofdthema’s veilig, schoon en voldoende water en het verwachte naleefgedrag wordt bepaald aan welke activiteiten het meeste aandacht moet worden besteed en welke activiteiten om minder aandacht vragen. Jaarlijks bezien we of de inzet nog gericht is op de belangrijkste (nalevings-)risico’s. De inschatting van deze risico’s kan ook leiden tot verschillende prioriteiten in verschillende gebieden.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een prioriteitenmatrix. We onderscheiden verschillende activiteiten en (mogelijke) overtredingen, waarna inhoudelijk experts deze beoordelen op gevolgen voor onze hoofdthema’s, economisch en politiek-maatschappelijk belang. Deze beoordeling wordt integraal meegenomen om tot een prioritering te komen.
Bij de inzet van handhavingsacties beoordelen we ook welke interventies nodig zijn om risico’s weg te nemen. Soms volstaat het overdragen van kennis en het aanreiken van tips om een overtreding te beëindigen. In andere gevallen moet een stevige formele sancties volgen. Deze toezicht- en handhavingsstrategie werken we in het volgende hoofdstuk verder uit.
Bij het inzetten op risicogestuurd werken is het van belang om de juiste informatie te verzamelen. In de Perspectiefnota 2025-2029 zijn ambities voor data-innovatie geformuleerd. Dijken zijn ‘slim’ gemaakt en bevatten sensoren die waardevolle informatie verzamelen. Ook op andere manieren wordt data verzameld. Van persoonlijke gegevens tot grote datasets die onze wereld in kaart brengen wordt data gebruikt om kansen te creëren en te benutten. Door onder meer kunstmatige intelligentie in te zetten kunnen we situaties en risico’s beter voorspellen en kunnen eerdere en/of betere maatregelen genomen worden. Binnen de kaders van de visie op informatiemanagement (2023) en het daarop volgende uitvoeringsplan zal steeds meer worden ingezet (ook qua capaciteit) op datagedreven werken. Bijvoorbeeld door de inzet van luchtfoto’s, data vergelijken m.b.v. AI (kunstmatige intelligentie) en drones om bijv. slootdempingen en lozingen te detecteren. Een ander voorbeeld hiertoe is het toezicht op anti-fouling. Hier wordt dit jaar al met name gezocht naar de stof Cybutrine/Irgarol, welke wordt aangetroffen bij meetpunten in het oppervlaktewater van Noordwest Fryslân (vakgroep HEM). Deze stof is verboden in Nederland sinds 2016. Wereldwijd sinds 2023 verboden.
3.2.1Impactanalyse en prioritering
Het risicogestuurd werken doen we op basis van een integrale impactanalyse. Op basis van vakkundige beoordelingen van medewerkers vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving is per taakgebied ingeschat hoe groot de impact zou zijn bij afwijking van een verleende vergunning. Deze impact is beoordeeld op vijf aspecten: de impact op het thema waar het taakgebied onder valt (veilig, voldoende, schoon), eventuele aanvullende impact bij de andere thema’s, de economische impact en de maatschappelijk-politieke impact. Voor elk van de vijf aspecten is de impact beoordeeld op een vierpuntsschaal, variërend van geen impact of nihil tot grote, onomkeerbare impact. Bij de hoofdthema’s sluiten we hiermee aan op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet. Voor het beoordelen van de economische en maatschappelijk-politieke impact zijn eigen maatstaven ontwikkeld. Hierdoor is de impact van alle activiteiten op een uniforme wijze beoordeeld.
Bij de waardering van de impact gaan we uit van standaardsituaties, waarbij geen verzwarende of verlichtende omstandigheden van toepassing zijn. Eventuele verzwarende omstandigheden worden bij de beoordeling van een vergunningaanvraag of binnenkomst van een handhavingsmelding/-verzoek gesignaleerd. We reserveren ruimte om extra toezicht te houden bij vergunningen waar verzwarende omstandigheden van toepassing zijn, buiten de basislijn die vanuit de nu vastgestelde prioritering volgt.
We presenteren de uitkomsten van de impactanalyse in een top 3 per taakveld. In alle taakvelden is (bij toeval) sprake van meerdere activiteiten met dezelfde impactscore, die daardoor een gedeelde eerste of tweede plaats innemen.
De meest impactvolle activiteiten voor het thema Veilig Water zijn op basis van deze analyse als volgt:
|
Primaire keringen |
|
|
1 |
Verleggen en vergraven van een kering |
|
2 |
Bouwwerken aanleggen, oprichten, aanpassen of weghalen |
|
2 |
Leidingen leggen, onderhouden of verwijderen |
|
2 |
Kunstwerk, inlaat, uitstroomvoorziening, dam en/of duiker aanleggen/verwijderen |
|
Secundaire keringen |
|
|
1 |
Bouwwerken aanleggen, oprichten, aanpassen of weghalen |
|
1 |
Leidingen leggen, onderhouden of verwijderen |
|
1 |
Kunstwerk, inlaat, uitstroomvoorziening, dam en/of duiker aanleggen/verwijderen |
|
4 |
Verleggen en vergraven van een kering |
|
Regionale en lokale keringen |
|
|
1 |
Verleggen en vergraven van een kering |
|
2 |
Grond aanbrengen |
Hierbij is een aantal opmerkingen te maken:
-
• De impact op waterveiligheid is in sterke mate afhankelijk van de locatie van de betreffende keringen. De bovenstaande waardering is een basislijn, maar er is regelmatig sprake van verzwarende omstandigheden.
-
• Ook de periode in het jaar waarin werkzaamheden worden uitgevoerd kan van invloed zijn op veiligheid bij de keringen en kan dus een verlichtende of verzwarende factor zijn.
-
• De impact van activiteiten is ook vergelijkbaar tussen de verschillende typen keringen. Daarbij komt naar voren dat de impact het grootste is bij primaire keringen, daarna bij secundaire en als derde bij regionale/lokale keringen.
-
• Bij regionale en lokale keringen kwamen acht activiteiten op een gedeelde derde plek uit. Omwille van de ruimte hebben we die in bovenstaand overzicht achterwege gelaten.
De meest impactvolle activiteiten voor het thema Voldoende Water zijn:
|
Watersysteem |
|
|
1 |
Dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam |
|
2 |
Bouwwerken aanleggen, oprichten, aanpassen of weghalen |
|
2 |
Dam, duiker, of dam met duiker aanleggen/aanpassen of verwijderen |
|
Grondwater |
|
|
1 |
Bouwputbemaling |
|
2 |
Grondwateronttrekking |
|
2 |
In de bodem brengen van water (bij gelijktijdig onttrekken) |
Hierbij merken we het volgende op:
-
• Wanneer activiteiten in of rondom een hoofdwatergang plaatsvinden, is dit een verzwarende omstandigheid. Hetzelfde geldt voor activiteiten in stedelijk gebied.
-
• De periode van het jaar kan om twee redenen verzwarend zijn; er kan sprake zijn van hoogwater, maar ook (verwachtte) droogte kan een verzwarende omstandigheid vormen.
-
• De impact van activiteiten in het taakveld Watersysteem wordt aanzienlijk hoger ingeschat dan die van activiteiten met betrekking tot grondwater.
Voor het thema Schoon Water zijn de volgende activiteiten als meer impactvol beoordeeld:
|
Lozingen |
|
|
1 |
Rioolwaterzuiveringsinstallaties |
|
2 |
Industrie (direct)/ ZZS (Overige lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichaam) |
|
2 |
Overige lozingsactiviteiten op zuiveringtechnisch werk (ZZS, rechtstreekse lozingen op ons werk) |
Ook hierbij is een aantal opmerkingen te maken:
-
• De situering van activiteiten kan een verzwarende factor vormen. Hierbij moet met name scherp worden toegezien op activiteiten in of rondom KRW lichamen, Natura2000-gebieden, gebieden waar al verhoogde waarden zijn aangetroffen.
-
• Ook het soort bedrijf dat een vergunning aanvraagt, de omvang van lozingen en de grondsoort ter plaatse kunnen verzwarend doorwerken op de impact.
-
• Lozingen van agrarische bedrijven vormen een aparte categorie. Daarbinnen is geen onderscheid in impact te maken tussen soorten bedrijven.
De bovenstaande prioriteiten worden in het uitvoeringsprogramma jaarlijks vertaald naar een operationeel plan voor inzet op vergunninggericht toezicht en handhaving. Daarbij moet elk jaar bekeken worden wat bekend is van het naleefgedrag bij elke activiteit. Goed naleefgedrag werkt risicoverlagend, terwijl slecht naleefgedrag risicoverhogend werkt. De combinatie van impact zoals hierboven gepresenteerd met informatie over naleefgedrag en volumes van aanvragen en meldingen worden in het uitvoeringsprogramma vertaald naar de benodigde inzet.
3.3 Gebiedsgericht werken
We werken al gebiedsgericht en hebben de ambitie om deze werkwijze te versterken en te intensiveren. Onze medewerkers hebben veel kennis over en ervaring in de gebieden waar ze werken. Met de gebiedsgerichte aanpak werken we samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partijen, maar ook medeoverheden, in het gebied aan belangrijke wateropgaven. We leveren gebiedsgericht maatwerk. Ons beheergebied is zeer divers qua bodemopbouw en ruimtelijke inrichting. In het WBP komen deze verschillen tot uitdrukking. Ook in de Waterschapsverordening gelden bijvoorbeeld bij onttrekkingsactiviteiten in het waddengebied andere regels dan in de rest van het beheergebied.
Voor toezicht en handhaving vragen deze verschillen om in het ene gebied aan bepaalde activiteiten en risico’s wel nadrukkelijk – via thematisch en programmatische toezichtacties – aandacht te besteden en in een andere gebied minder .
Recent is het implementatieplan Gebiedsgericht Werken vastgesteld. We werken met vijf gebiedsteams die gestructureerd overleggen over de aanpak in het betreffende gebied. Bij het overleg onder andere rayonbeheerder en vergunningverleners aanwezig, terwijl een brede manier van werken wordt toegepast doordat ook gebiedsadviseurs en specialisten aanwezig zijn. Handhavers worden ook op de hoogte gehouden van de overleggen.
3.4 Klantgericht werken
De terugblik op de vorige beleidsperiode leert dat Wetterskip Fryslân er goed in slaagt om vergunningaanvragen tijdig af te handelen. Deze ambitie blijven wij nastreven. Daarnaast zijn er servicenormen vastgesteld hoe we bereikbaar zijn en hoe (snel) we reageren. De belangrijkste normen noemen we hier:
-
• Minimaal 95 procent van de vergunningaanvragen behandelen we binnen de wettelijke termijnen. Dezelfde ambitie geldt voor de behandeling van handhavingsverzoeken.
-
• Voor niet wettelijke producten en diensten zijn eigen normen vastgesteld en openbaar gemaakt. Zo reageren we binnen vier uur op een bericht via social media, en handelen we informatieverzoeken als het kan binnen vijf werkdagen af.
-
• We bellen binnen een dag terug bij ontvangst van een voicemailbericht of terugbelverzoek.
-
• Bij niet-telefonische contacten volgt altijd een ontvangstbevestiging met zaaknummer, behandelende medewerker of afdeling en doorlooptijd.
-
• We zijn fysiek te bezoeken voor informatie en overleg.
-
• We hebben een toegankelijke klachtprocedure om klachten over onze dienstverlening af te handelen.
Met onze nalevings- en vergunningenstrategie zorgen we ervoor dat zoveel vooraf duidelijk bestaat welke regels gelden en wat wel en niet mogelijk is. Wij gaan hierbij uit van een ‘ja, mits’-benadering en bieden ruimte aan initiatieven vanuit de mienskip. Dit wil niet zeggen dat alles kan. Ook in ons toezicht zetten we in op het overdragen van kennis en adviseren. Als het moet, schrikken we niet weg van stevigere handhaving.
Sinds 2023 is een klantcontactcentrum (KCC) in ontwikkeling. Het algemene idee achter een KCC is om de dienstverlening te verbreden en de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Daarvoor worden concrete stappen gezet ten aanzien van onder meer telefonie en andere kanalen, integratie van zaakgericht werken bij klantcontact en interne kennisdeling en -verspreiding ten behoeve van het KCC. Met klanttevredenheidsonderzoeken blijven we een vinger aan de pols houden over de tevredenheid over onze VTH-dienstverlening. In 2023 vastgestelde servicenormen ten aanzien van de kwaliteit van de dienstverlening worden gebruikt om periodiek de service aan klanten te agenderen en waar mogelijk stappen ter verbetering te nemen. Daarvoor blijven we periodiek de klanttevredenheid meten zodat we inzicht houden in de sterke punten en verbetermogelijkheden van onze klantenservice.
3.5 Samenwerken
Bij de uitvoering van VTH-taken is samenwerking op verschillende vlakken – zowel intern als extern – van cruciaal belang. We zetten in op verbetering van de afstemming en samenwerking op de volgende vlakken:
Afstemming tussen de verschillende hoofdthema’s Veilig, Schoon en Voldoende Water
Bij vergunningverlening moet onder de Omgevingswet meer dan voorheen worden gekeken naar de effecten op de waterkwaliteit. Bij het uitvoeren van toezicht beogen we zoveel mogelijk integraal te werken. Sommige medewerkers kunnen vanuit hun functie (bijvoorbeeld toezichthouder) een taak hebben om mogelijke overtredingen te signaleren. Andere medewerkers (bijvoorbeeld flora- en faunabeheerders) vervullen met hun aanwezigheid in het beheergebied een belangrijke oog- en oorfunctie.
Afstemming tussen beleid en de vakgroepen VTH
Als het beleid wijzigt (zie hoofdstuk 2), is van belang dat de VTH-medewerkers goed op de hoogte zijn van de beleidswijzigingen. Andersom kan uit de VTH-taken blijken dat op bepaalde onderdelen sprake is van omissies in het beleid. Reguliere afstemming tussen beleidsadviseurs en VTH-medewerkers is noodzakelijk om relevante ontwikkelingen te bespreken en beleid(-swijzigingen) voor te bereiden of goed te implementeren.
Afstemming tussen vergunningverleners en toezichthouders en handhavers
Voor toezichthouder is van belang dat vergunningen duidelijke voorschriften bevatten die goed handhaafbaar zijn. Nadat een vergunning is verleend, dient de toezichthouder daaraan een vervolg te geven. In het zaaksysteem worden verbeteringen aangebracht, zodat betere monitoring kan plaatsvinden onder andere op voorwaarden die aan vergunningen zijn gekoppeld. Daarbij gaan we bij vergunningen met betrekking tot schoon water uit van risicogestuurd toezicht, terwijl bij vergunningen ten aanzien van veilig en voldoende water gewerkt wordt met 100% toezicht, in verband met benodigde aanpassingen van de legger.
Afstemming met medeoverheden en handhavingspartners (FUMO, provincies, gemeenten, OM, NVWA)
In de Kaderbrief 2022-2026 hebben we al uitgesproken om in te zetten op nóg slimmere samenwerking met andere overheden. Dit doen we onder meer door beschikbare data te verbinden, door gebiedsgericht te werken (met partners met kennis in dat gebied) en door opgavegericht te werken (waarbij alle kennis zo veel mogelijk betrokken wordt, ook vanuit samenwerkingspartners). Wetterskip Fryslân werkt samen met verschillende overheden en handhavingspartners. De belangrijkste zijn de volgende:
-
• De FUMO aangewezen als toezichthouder op indirecte lozingen, vanuit de Friese gemeenten. Indirecte lozingen kunnen de werking van de rzwi’s nadelig beïnvloeden, en daarom is het van belang voor het waterschap om invloed te houden op (toezicht op) indirecte lozingen. Daarvoor hebben we een zetel in het dagelijks en algemeen bestuur van de FUMO. Omwille van het verhogen van de expertise bij FUMO is gekozen voor personele ondersteuning, inmiddels niet meer via detachering maar op uurbasis. Daarnaast vindt regelmatig periodiek en ad hoc overleg plaats met heffingsinspecteurs in verband met extra heffingen bij calamiteiten bij zowel indirecte als directe lozingen. Voor technische analyses maakt het FUMO ook gebruik van het laboratorium van het waterschap. Ten slotte neemt Wetterskip Fryslân deel aan het ambtelijk managersoverleg van FUMO.
-
• Met de provincie Fryslân bestaat de samenwerking voor een belangrijk deel uit de samenwerking binnen FUMO. Daarnaast neemt het waterschap deel aan het provinciaal VTH-overleg op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Ten derde is er regelmatig collegiaal overleg met provinciaal waterstaat.
-
• Met gemeenten is regelmatig ambtelijk contact. Dit gaat dan over taken die de FUMO niet heeft overgenomen van de gemeente. Bij een aantal gemeenten treedt het waterschap op als onbezoldigd toezichthouder. Als toezichthouders gedragingen constateren die aanleiding geven voor gemeentelijke handhaving, worden de bevindingen gerapporteerd aan die gemeenten. Andersom kan het ook voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders meldingen doorspelen aan het waterschap.
-
• Met het Openbaar Ministerie wordt samengewerkt op het gebied van toezicht. Toezichthouders van het waterschap zijn ook BOA voor domein 2 (milieuzaken). Daarbij wordt de LHSO gevolgd. Als een proces verbaal of bestuurlijke strafbeschikking moet worden opgesteld dan doet de BOA dit. Twee keer per jaar vindt werkoverleg plaats met de Officier van Justitie. Daarnaast zijn er nauwe contacten met de parketsecretaris.
-
• Samen met de andere noordelijke en oostelijk waterschappen wordt samengewerkt met de NVWA in toezicht op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Dit gebeurt binnen het Noordelijk en Oostelijk Overleg Open Teelt (NOOOT). In een jaarlijks vastgesteld controleplan staat beschreven hoeveel controles het waterschap uitvoert, en hoe de samenwerking verder geschiedt. Het gaat om ongeveer vijftig controles op jaarbasis. Ook buiten het NOOOT kan toezicht plaatsvinden, bijvoorbeeld bij overtredingen van EU-milieuwetgeving.
-
• Met het milieuteam van de Nationale Politie wordt samengewerkt op ad hoc basis. Het betreft dan voornamelijk zwaardere casuïstiek, waarbij een strafrechtcomponent bestaat. Ook wanneer andere overheden in overtreding zijn, wordt de politie ingeschakeld voor opstellen van processen-verbaal of advies bij registratie van overtredingen.
4 Strategieën en instrumenten
4.1 Inleiding
De ambities en doelen die we hebben geformuleerd kunnen worden vertaald in een strategisch plan. Dit plan kent meerdere facetten die we in dit hoofdstuk uiteenzetten, voor vergunningverlening, toezicht en naleving, handhaving en gedogen. De verschillende strategieën grijpen op elkaar in en dienen in samenhang bekeken te worden.
4.2 Vergunningenstrategie
De vergunningenstrategie gaat uit van een brede opvatting van vergunningverlening. Het gaat daarbij niet alleen om het beoordelen en afgeven van vergunningen, maar ook om het traject dat voorafgaand aan de vergunningaanvraag doorlopen kan – en zou moeten – worden. Onderdeel van de vergunningenstrategie is het beoordelen van meldingen op grond van algemene regels. Centraal bij vergunningverlening is de beoordeling of een bepaalde activiteit verenigbaar is met de doelstellingen van de Omgevingswet en Waterschapsverordening.
Voorlichting
Allereerst is het van belang dat we goed bereikbaar zijn en informatieverzoeken snel en effectief afhandelen. We sluiten daarbij aan op de servicenormen die we al hebben afgesproken (zie 3.2.3). Die gelden niet alleen voor telefonische contacten. Ook voor e-mail en berichten via onze social media-kanalen hebben we normen vastgesteld. Daarbij maken we onderscheid tussen een eerste reactie en een inhoudelijke afhandeling van informatieverzoeken. Beiden zijn van belang.
Naast de afhandeling van verzoeken om informatie stellen we ons ook proactief op voor het verspreiden van kennis en informatie bij burgers en bedrijven. Idealiter verhoudt Wetterskip Fryslân zich in de toekomst steeds meer als een betrouwbare partner naar de gebruikers, in plaats van als een bevoegd gezag. Dat vraagt om een meer gelijkwaardige kennispositie van die gebruiker. Door in te zetten op actieve voorlichting kunnen we op een doelmatige manier ervoor zorgen dat vergunningaanvragen soepeler doorlopen kunnen worden, dat naleefgedrag verbetert en dat de inzet op toezicht en handhaving ingericht kan worden op gebieden waar die het meest nodig zijn. Hoe beter de voorlichting is, hoe meer begrip en samenwerking vanuit de gebruikers van het water verwacht kan worden.
Betrouwbare informatievoorziening en voorlichting vereist ook interne kennisdeling. Alle medewerkers die contact hebben met belanghebbenden moeten een consistente lijn communiceren over de mogelijkheden en beperkingen die het gebruik van water met zich meonebrengen, en de eisen die aan vergunningaanvragen worden gesteld. We gaan werk maken van het verbeteren van de interne kennisdeling, zodat ons verhaal ongeacht de individuele gesprekspartner eenduidig, begrijpelijk en betrouwbaar blijft.
Vooroverleg
Voordat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag doet, kan deze in een vooroverleg vragen. In deze procedure wordt gekeken of een aanvraag (vanuit wet- en regelgeving bezien) ontvankelijk en haalbaar is, en of alle vereiste informatie beschikbaar is gesteld. Vanuit de Ja, mits-houding wordt meegedacht hoe een initiatiefnemer tot een haalbare aanvraag kan komen. We streven ernaar dat collega’s van Vergunningverlening eerder in het proces worden betrokken bij aanvragen. Daarvoor gaan we aan de slag met betere kennisdeling over beoordelingskaders voor vergunningaanvragen.
Actualisatieplicht
Voor een deel van de uitgegeven, langdurende vergunningen geldt dat een actualisatie uitgevoerd moet worden. Voor wat betreft de vergunningen voor lozingen is een plan van aanpak opgesteld voor de actualisatie. Hierbij is een verdeling gemaakt op basis van de noodzaak tot (snelle) actualisering. De eerste categorie betreft vergunningen die op grond van de Omgevingswet binnen vier jaren nadat er een nieuwe BREF is, geactualiseerd moeten worden. Categorieën 2 en 3 betreft bedrijven die vallen onder de verplichting dat regelmatig moet worden beoordeeld of de vergunning nog actueel is. Bij de laatste categorie gaat het om bedrijven waarbij slechts voor een enkele activiteit waarvoor een lozingsvergunning is afgegeven. Hierbij moet worden vastgesteld of de activiteit nog wordt verricht, en of de wijze waarop in overeenstemming is met de vergunning. De inhaalslag die hierop momenteel wordt uitgevoerd gaat in totaal naar schatting ruim 1200 uren kosten, waarbij de afronding eind 2025 gepland is.
Na deze inhaalslag zal periodieke toetsing van vergunningen plaats gaan vinden, waarbij de frequentie en duur afhangen van de risico’s/nadelige effecten of van het beschikbaar komen van een herziene BBT-conclusie.
Beoordeling van vergunningen
Bij de beoordeling van vergunningen toetsen we uiteraard de aanvragen aan de geldende kaders. Daarbij achten we het van het grootste belang dat de aanvraag binnen de wettelijke termijn beoordeeld wordt. We gaan uit van het Ja, mits-principe en denken mee in mogelijkheden voor de aanvrager. Dat wil niet zeggen dat we overal in meegaan. De geldende beleidskaders bieden het kader voor wat wel/niet mogelijk is.
Om de technische kennis in onze organisatie breder te delen en integraal mee te nemen in de beoordeling van vergunningaanvragen, gaan we meer gebruik maken van beoordelingskaders. Waar deze kaders tot nu toe enkel voor primaire en secundaire keringen beschikbaar zijn, gaan we dit in de toekomst ook ontwikkelen voor vergunningaanvragen bij regionale en lokale weringen. Hierdoor willen we een verschuiving bewerkstelligen van enkel maatwerk-beoordelingen op basis van advies van assetbeheer naar (groten)deels beoordeling op basis van standaard raamwerken. Dit verhoogt de consistentie van de beoordelingen en biedt mogelijkheden om de capaciteit bij assetbeheer beter te benutten. Over de gehele linie verwachten we dat dit tot een doelmatiger beoordelingsproces zal leiden, zowel bij de technische experts van assetbeheer als bij de juridische experts bij vergunningverlening.
Recente ontwikkelingen vragen ook om extra capaciteit bij vergunningverlening. Met de komst van de Omgevingswet is het in sommige gevallen nodig dat we vergunningaanvragen en meldingen van de eigen dienst beoordelen, daar waar vroeger een projectplan voldeed. We hebben daarnaast inzet nodig voor het verder implementeren van het gebruik van het Digitaal Stelsel Omgevingswet in onze processen.
De doorwerking van het gebiedsgericht werken in vergunningverlening impliceert ook dat we gebiedseigen ontwikkelingen, wensen en randvoorwaarden verwerken in de beoordelingskaders. Daarbij is een integrale benadering waarbij diverse onderdelen van de organisatie meedenken cruciaal.
Afgeven van vergunningen
Bij het opstellen van vergunningen zorgen we ervoor dat deze duidelijk zijn geformuleerd, dat alle voorwaarden waaraan de vergunde activiteit moet voldoen compleet en nauwkeurig zijn opgeschreven, en letten we erop dat deze voorschriften handhaafbaar zijn.
Binnen de organisatie zorgen we ervoor dat de informatie over vergunde activiteiten up-to-date is en brengen we de collega’s van toezicht om effectief hun werk uit te kunnen voeren. Door de informatie over gebieden actueel te houden, zijn zij continu op de hoogte van waar het toezicht op gericht moet worden. Voor vergunningen waarbij op activiteiten binnen een bepaalde termijn toezicht moet worden uitgevoerd zorgen we voor een planmatige aanpak die rekening houdt met de capaciteit van toezicht en de daarbinnen gestelde prioriteit. Dit vergt goede communicatie in beide richtingen.
Het is belangrijk dat eventuele gevolgen van vergunningen goed worden verwerkt in het leggerbesluit. Daarvoor zetten we in op borging van de correcte informatievoorziening tussen de vergunningverleners en collega's die verantwoordelijk zijn voor de legger. We gaan in de komende periode onderzoeken of een verschuiving van die verantwoordelijkheid naar de afdeling Vergunningverlening opportuun is, en op welke manier we de processen daarvoor moeten aanpassen. Dit zou wel een structurele werkbelasting opleveren.
4.3 Toezicht- en nalevingsstrategie
Met het verstrekken van vergunningen stellen we inwoners en bedrijven in staat om activiteiten in, op en om het water te ondernemen zonder dat de doelen van het waterschap daarbij in het gedrang komen. Daarbij is het na een zorgvuldige vergunningverlening ook van belang dat we borgen dat afspraken en voorschriften worden nageleefd. Voor het toezicht op de activiteiten hebben we aantal uitgangspunten en richtlijnen die gezamenlijk de toezicht- en nalevingsstrategie vormen.
Risicogestuurd toezicht
Risicogestuurd toezicht kan binnen de vakgroep Handhaving van Wetterskip Fryslân worden ingezet om op een efficiënte manier de grootste risico’s op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit en naleving aan te pakken. Door middel van deze aanpak kan de organisatie prioriteiten stellen bij handhavingsacties, rekening houdend met zowel regionale als thematische risico’s.
Het toezicht begint met een gedegen risicoanalyse. Binnen Wetterskip Fryslân kunnen thema’s zoals waterveiligheid (bijvoorbeeld dijken en waterwerken), schoon water (lozingen van schadelijke stoffen), en voldoende water (beheer van peilgebieden) worden meegenomen in deze analyse. Risicovolle gebieden, zoals nabijheid van KRW-lichamen, krijgen hierbij de meeste aandacht.
Met behulp van data en kaartlagen kan het toezichtteam gericht toezicht uitoefenen op locaties waar de impact het grootst is. Dit betekent dat bijvoorbeeld industriële bedrijven nabij kwetsbare waterlichamen intensiever worden gecontroleerd op lozingen en naleving van omgevingsvergunningen wateractiviteit. Een gebied waar frequent sprake is van overtredingen kan worden aangeduid als risicogebied, waar extra toezicht noodzakelijk is.
Binnen Wetterskip Fryslân kunnen innovatieve technieken zoals het gebruik van data-analyse een grote rol spelen. Deze technologie stelt de vakgroep Handhaving in staat om informatie te verzamelen en preventief te handelen. Dit type datagedreven werken is vooral nuttig voor het handhaven van waterveiligheid en waterkwaliteit, waarbij een snelle reactie op veranderingen of overtredingen essentieel is. Door deze digitale ondersteuning kunnen handhavingsmedewerkers hun capaciteit efficiënter inzetten en op tijd handhavingsacties ondernemen.
Vergunninggericht toezicht
Wanneer een vergunning afgegeven wordt, is het van belang om hierover goed te communiceren met de toezichthouders. We plannen hiervoor direct toezicht in na een passende periode, en voor dit type toezicht reserveren we capaciteit. Door deze vorm van toezicht kunnen we tijdig bijsturen bij eventuele afwijkingen van de voorschriften en daarmee de kansen vergroten voor blijvende naleving in de toekomst indien het om een blijvende activiteit of wijziging gaat.
We zullen ook tijdelijk capaciteit vrij moeten maken om achterstanden bij verleende waterkwantiteitsvergunningen op te lossen. Zo werken we toe naar een situatie waarin alle vergunningen zijn opgevolgd door een passende toezichtsmaatregel. Dat kan gaan om een of meerdere inspecties, maar ook (waar de situatie dat toelaat) om het nabellen van de vergunningaanvrager om te controleren of de activiteit daadwerkelijk gerealiseerd is.
Jaarlijkse inspecties door rayonbeheerders
Vanaf 2024 zijn we gestart met jaarlijkse inspecties van de waterkeringen in Fryslân. In de eerste maanden van het jaar worden de keringen van de boezem gecontroleerd. Daarbij kunnen specifieke accenten worden gelegd, zoals in 2024 de ruigte aan de buitenkant van de keringen. Mocht geconstateerd worden dat een bewoner of eigenaar niet aan de onderhoudsplicht heeft voldaan, dan wordt deze per brief gevraagd dit onderhoud alsnog uit te voeren.
Thematische en programmatische controles
Naast de vergunninggerichte controles, zetten we ook in op programmatische en thematische controles. Programmatische controles zijn onderdeel van een programma dat gericht is op één onderwerp. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan illegale dempingen. Deze programma’s kunnen zich binnen meerdere hoofdthema’s afspelen. Door programma’s op te zetten kunnen we direct onze bestuurlijke ambities naar de uitvoering van VTH vertalen. Thematische controles komen voort uit doelstellingen vanuit een van de drie hoofdthema’s. Beide type controles bieden de mogelijkheid om objectgericht, integraal toezicht toe te passen en zo op een doelmatige wijze meerdere controle-activiteiten uit te voeren. Dat biedt ook vanuit het perspectief van de objecteigenaar mogelijkheden om eventuele verbeterpunten integraal te bezien.
Voor beide typen controles geldt dat de keuze voor bepaalde programma’s en thema’s gemaakt wordt op basis van een analyse van zowel risico’s als prioriteiten. Zo borgen we dat de uitgevoerde controles aansluiten op de inzichten die we vanuit het werkveld ophalen en op de behoeften die daaruit voortvloeien, terwijl we in de prioriteitsstelling ook ruimte houden om bijvoorbeeld nationale of te verwachten ontwikkelingen voldoende aandacht te geven.
Inzet van moderne technieken
We willen de inzet van ons toezicht prioriteren op basis van een zo goed mogelijk beeld van de situatie in ons werkgebied. Daarvoor blijven we gebruik maken van de conventionele methoden zoals die door onze toezichthouders worden toegepast, maar we blijven ook onze blik open houden voor de mogelijkheden die nieuwe technologie ons kan bieden. Zo kunnen we met drones ons blikveld letterlijk verruimen en objecten makkelijker toegankelijk maken voor inspecties. Ook nieuwe sensortechnieken worden zo veel mogelijk ingezet. Hierdoor kunnen we met dezelfde capaciteit meer informatie verzamelen.
Afhandeling van handhavingsverzoeken
Een belanghebbenden kan gemotiveerd het dagelijks bestuur verzoeken om tot toepassing van een bestuursrechtelijke sanctie over te gaan. We nemen deze verzoeken altijd in principe altijd in behandeling, uitgezonderd anonieme verzoeken. De verzoeken worden vervolgens afgehandeld conform geldende procedures waarbij een belangrijk uitgangspunt is dat zowel verzoeker als degene over wie het verzoek gaat hun zienswijzen kunnen indienen.
Zo mogelijk zetten we in op mediation bij handhavingsverzoeken. Zo onderzoeken we de mogelijkheid om partijen op een lijn te krijgen zonder inzet van bestuursrechtelijke middelen. Dit vergroot de maatschappelijke cohesie en beperkt de benodigde inzet van het waterschap. Mocht mediation niet passend zijn, of niet tot een oplossing leiden, dan volgen we alsnog de vastgestelde procedure.
Ook de binnengekomen handhavingsverzoeken en de uitkomsten ervan bieden informatie over naleefgedrag in ons werkgebied. Deze informatie willen we als input gebruiken om meer inzicht te krijgen ten behoeve van de risicoanalyse en prioriteitstelling.
Toezicht op vergunningen en meldingen in de Eigen Dienst
Met de komst van de Omgevingswet zijn procedures rondom werkzaamheden van de eigen dienst van Wetterskip Fryslân gewijzigd. Daar waar in het verleden een projectplan werd opgesteld, moet nu doorgaans een aanvraag worden ingediend en beoordeeld. Dit betreft een omgevingsvergunning op grond van de waterschapsverordening (artikel 5.3 Omgevingswet).
Ook bij deze vergunningen moet sprake zijn van toezicht op de vergunde activiteiten. We houden hierbij zoveel mogelijk de procedures aan die ook gelden voor reguliere vergunningen.
4.4 Handhavingsstrategie
In deze paragraaf gaan we in op handhavingsstrategie: welke actie(s) ondernemen we, als een overtreding is geconstateerd? We beschrijven hoe we tot een passende sanctie komen om ervoor te zorgen dat een overtreding wordt beëindigd. In het kader van deze strategie besteden we ook aandacht gedogen.
Beginselplicht tot handhaving
We zijn niet alleen bevoegd tot handhaving bij geconstateerde overtredingen, maar zijn daartoe ook verplicht. Dit heet de beginselplicht tot handhaving. Slechts in bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als concreet zicht op legalisatie bestaat of zwaarwegende belangen zich verzetten tegen handhaving, kunnen we afzien van handhaving.
Bij concreet zicht op legalisatie is onder andere van belang dat sprake is van een ontvankelijke en vergunbare aanvraag voor een (legaliserende) vergunning. De overtreder moet een aanvraag indienen die voldoet aan de indieningsvereisten (‘ontvankelijk’) en het waterschap moet in beginsel bereid om deze vergunning te verlenen (‘vergunbaar’).
Differentiatie in Handhavingsinterventies
Niet elke overtreding vereist dezelfde aanpak. Risicogestuurd toezicht betekent dat de vakgroep Handhaving kan kiezen voor verschillende interventies, afhankelijk van het geschatte risico. Voor kleine overtredingen kan kennisoverdracht of een waarschuwing voldoende zijn. Bij grotere risico's, zoals ernstige waterverontreiniging, kunnen strengere maatregelen zoals formele sancties of dwangmaatregelen worden toegepast.
In dit kader speelt de positionering van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) een cruciale rol. De LHSO biedt een kader voor het afstemmen van de handhavingsinterventies op basis van de ernst van de overtreding en de gedragsanalyse van de overtreder. De strategie is gericht op een transparante en uniforme aanpak van handhaving door overheden. Het geeft richting aan welke interventies passend zijn, afhankelijk van de naleefbereidheid van de overtreder en de ernst van het risico voor de omgeving.
De LHSO maakt een onderscheid tussen verschillende typen overtreders, zoals incidentele overtreders, bewuste overtreders en recidivisten. Afhankelijk van de categorisatie kan de vakgroep Handhaving kiezen voor een meer educatieve benadering bij incidentele overtredingen, zoals adviesgesprekken en voorlichting. Bij bewuste overtredingen of recidive zal echter sneller worden gekozen voor een bestuurlijke aanpak, last onder dwangsom of bestuursdwang, met een scherpere focus op het afdwingen van naleving.
Door de toepassing van de LHSO kan handhaving effectief en proportioneel worden ingezet, waarbij wordt geborgd dat de aanpak zowel preventief als corrigerend werkt. Dit helpt niet alleen om overtredingen terug te dringen, maar ook om het vertrouwen in de handhaving te versterken en het milieu en de leefomgeving te beschermen.
Handhavingsinstrumenten
Herstelsanctie of bestraffende sanctie
Belangrijk doel van handhavend optreden is herstel van de rechtmatige toestand. Daarmee wordt het beëindigen van de overtreding, het wegnemen of beperken van de gevolgen van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding bedoeld. Als herstel mogelijk is, dan is bestuursrechtelijk handhaving, met een last onder dwangsom of bestuursdwang, aangegeven. In beginsel zijn de volgende bestuursrechtelijke maatregelen mogelijk:
-
1. De ambtelijke aanmaning
-
2. De bestuurlijke vooraankondiging
-
3. Bestuursrechtelijke sanctie (dwangsom of bestuursdwangbeschikking)
Met toepassing van de LHSO wordt beoordeeld wat de eerste stap is in een concrete situatie.
Daarnaast kan aanleiding bestaan om de overtreder te bestraffen. Hierbij wordt gehandeld volgens de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten. Redenen voor bestraffing worden ontleend aan de feiten en omstandigheden rond de overtreding, de overtreder of een combinatie daarvan. Sommige feiten lenen zich niet voor een herstelsanctie, bijvoorbeeld een eenmalige afvalwaterlozing waarvan de gevolgen niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. In gevallen, waarbij de gedraging nog niet is beëindigd of gevolgen nog kunnen worden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden, kan zowel een herstelsanctie als een bestraffende sanctie worden opgelegd.
De volgende strafrechtelijke maatregelen zijn beschikbaar:
-
1. De bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgevingsfeiten (BSB)
-
2. Het proces-verbaal (PV)
-
3. Het verkort PV bij de Snelle afdoening milieudelicten-aanpak (SAM)
De BSB is bedoeld als slagvaardig instrument bij overtredingen van geringe ernst of eenvoudige aard. Als sprake is van een contra-indicatie, zoals beschreven in de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid, dan is afdoening door het OM aangewezen. In dat geval moet de BOA een (verkort) PV van de geconstateerde gedraging(en) opmaken.
Landelijk is afgesproken om voor overtredingen gerelateerd aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen de bestuurlijke boete in te zetten. Wetterskip Fryslân maakt geen gebruik van de bestuurlijke boete en maakt in plaats daarvan een rapport van bevindingen op voor de NVWA die de bestuurlijke boete kan opleggen.
Spoedeisende bestuursdwang
In spoedeisende situatie, bijvoorbeeld als sprake is van een acute, ernstige bedreiging voor de waterkwaliteit of waterkwantiteit, kan worden opgetreden met spoedeisende bestuursdwang. Wetterskip voert zelf maatregelen uit of laat deze in opdracht uitvoeren om de overtreding te beëindigen of de gevolgen te beperken. Kosten van de toepassing van bestuursdwang worden verhaald op de overtreder. Zo spoedig mogelijk na de feitelijke handeling wordt een beschikking opgesteld.
Intrekken vergunning
Het is in sommige gevallen mogelijk om als handhavingssanctie een vergunning in te trekken. We kiezen ervoor om dit instrument slechts in uitzonderlijke gevallen in te zetten. Intrekking heeft ingrijpende gevolgen (verlies van rechten) en de noodzaak blijft om alsnog bestuursdwang toe te passen om de illegale situatie te beëindigen. Het opleggen van een last onder dwangsom/bestuursdwang is daarom in veel gevallen effectiever.
Overtreding door ‘eigen dienst’
Het waterschap heeft een aantal activiteiten waar het zowel uitvoerder als bevoegd gezag is. Het betreft bijvoorbeeld lozingen van rwzi’s, bronneringen bij eigen werken en werk aan keringen.
Bestuursrechtelijk optreden
Tegen overtredingen bij eigen werken wordt als volgt opgetreden:
Een gesprek met de leidinggevende van de vakgroep waar de overtreding heeft plaatsgevonden. In het gesprek wordt een hersteldatum afgesproken waarop de overtreding ongedaan moet zijn gemaakt. Het gesprek wordt vastgelegd in een verslag of een brief. Indien de overtreding niet tijdig ongedaan is gemaakt, geeft de secretaris-directeur op aanwijzing van het dagelijks bestuur mondeling of schriftelijk een dienstopdracht aan de overtreder.
Strafrechtelijk optreden
Ten aanzien van het strafrechtelijk optreden bij overtredingen door de eigen organisatie meldt de opsporingsambtenaar deze gevallen direct na constateren aan het Openbaar Ministerie. De Officier van Justitie bepaalt vervolgens of er strafrechtelijk opgetreden wordt. Met het Openbaar Ministerie is afgesproken dat in dergelijke gevallen opsporingsambtenaren van het waterschap niet betrokken worden bij het opmaken van een proces-verbaal.
Overtreding door andere overheid
Handhavend optreden verloopt in beginsel hetzelfde als bij een niet-overheid. Ten aanzien van een overtreding begaan door een andere overheid dient rekening te worden gehouden met de eventuele politieke/bestuurlijke gevoeligheid. Daarom wordt de bestuurlijk portefeuillehouder geïnformeerd, zodra een bestuurlijke vooraankondiging of zwaardere maatregelen wordt genomen of als strafrechtelijk optreden aan de orde is.
Gedogen
Gedogen is het bewust (tijdelijk) afzien van optreden tegen een overtreding. Wetterskip is zeer terughoudend in het gedogen van geconstateerde overtredingen. Het uitgangspunt voor gedogen is nee, tenzij. Gedogen is verbonden aan strikte uitgangspunten en wordt alleen toegepast in uitzonderlijke en/of spoedeisende situaties. Het landelijke kader zoals vastgelegd in de nota ‘Gedogen in Nederland’ wordt hierbij gevolgd. Belangrijke procedurele eis is dat (actief) gedogen uitdrukkelijk en schriftelijk dient te gebeuren. Wij wegen daarbij alle relevante belangen af. Een gedoogbeschikking kent een zo kort mogelijke termijn. Gedogen laat overigens onverlet dat wel strafrechtelijk kan worden opgetreden.
We zien toe op de naleving van de gedoogbeschikking. Wanneer de voorschriften die zijn verbonden aan de gedoogbeschikking worden overtreden, treden we handhavend op. In voorkomende gevallen zal dan de gedoogbeschikking worden ingetrokken en leggen we een last onder dwangsom of bestuursdwang op.
Samenwerking Binnen Wetterskip Fryslân
Een succesvolle risicogestuurde aanpak vereist samenwerking tussen verschillende vakgroepen binnen Wetterskip Fryslân. De vakgroep Handhaving werkt hierbij nauw samen met vakgroepen zoals Hydrologie, Ecologie en Monitoring en Beleid om een volledig beeld te krijgen van de risico’s. Deze afstemming zorgt ervoor dat handhavingsacties aansluiten bij de meest actuele gegevens en prioriteiten binnen de organisatie.
Jaarlijkse Evaluatie van Risico’s
Risicogestuurd toezicht is een dynamisch proces. Daarom moet de vakgroep Handhaving jaarlijks de risico-inschatting herzien en bijstellen waar nodig. Dit kan in samenwerking met andere vakgroepen en op basis van nieuwe data en monitoringresultaten. Door dit proces jaarlijks te evalueren, blijft het toezicht gericht op de meest urgente risico’s en kunnen veranderende omstandigheden snel worden meegenomen in de handhavingsstrategie.
5 Middelen en borging
5.1 Inleiding
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de uitwerking en uitvoering van het VTH-beleid worden geborgd in de organisatie. We beschrijven hoe de beleidscyclus voor VTH is vormgegeven en hoe dit VTH beleid daarin past. Vervolgens gaan we in op de inzet van personele middelen en voorzieningen.
5.2 Beleidscyclus
Het VTH-beleid 2025-2029 is een strategisch beleidsplan dat op hoofdlijnen schetst welke visie wij hebben op de VTH-taken, welke prioriteiten we stellen en welke strategieën we hanteren. Het beleidsplan vormt het uitgangspunt voor verdere uitwerking op tactisch en operationeel niveau. Dit doen we door middel van het opstellen van jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en periodieke evaluaties.
5.2.1Uitvoeringsprogramma’s
Op basis van het VTH-beleid stellen we jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. Daarmee geven we inzicht in de jaarplanning voor VTH binnen de strategische kaders van het VTH-beleid. In het uitvoeringsprogramma maken we bijvoorbeeld duidelijk welke activiteiten worden uitgevoerd. Hiervoor maken we een afweging op basis van verschillende bronnen en analyses.
Bij het vaststellen van het VTH-beleid wordt de impact van eventuele overtredingen bij vergunde activiteiten in kaart gebracht. Hiervoor wordt gekeken naar de impact op de drie hoofdthema’s Schoon, Veilig en Voldoende, maar ook naar economische en maatschappelijk-politieke gevolgen. Hieruit volgt een lijst met aandachtsgebieden. In combinatie met actuele inzichten in naleefgedrag en de volumes in vergunningaanvragen en meldingen vormt dit de basis voor prioriteitstelling voor het vergunninggericht toezicht. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de gevolgen van eventueel voorgenomen actualisaties, geplande controles en (doorlopende) projecten in het komende jaar.
Daarnaast vindt structureel gebiedsgericht toezicht plaats, waarbij ook eventueel illegale activiteiten die losstaan van vergunningen of meldingen kunnen worden geconstateerd. Dit gebiedsgericht toezicht organiseren we op basis van gebiedsspecifieke en seizoensafhankelijke factoren. Daarbij bekijken we of en in hoeverre de impactanalyse die bij vergunninggericht toezicht is uitgevoerd aanleiding geeft tot speciale aandacht bij gebiedsgericht toezicht.
Het uitvoeringsprogramma wordt dus opgesteld met inbreng van de collega’s in de uitvoering. Zo zorgen we dat de waardering van risico’s actueel blijft en een accurate weergave is van de situatie die onze mensen in het veld in de praktijk waarnemen. Het programma wordt vastgesteld door het Dagelijks Bestuur.
5.2.2Evaluatie en bijsturing
De behaalde resultaten en voortgang, bijvoorbeeld over binnengekomen aanvragen, behandeltermijnen, uitgevoerde controles en naleefgedrag, worden gemonitord. Jaarlijks wordt een evaluatie uitgevoerd waarin de ervaringen van het afgelopen jaar worden opgehaald. We bekijken hierbij of de risicoanalyse en prioriteitsstelling nog actueel zijn en of bijsturing noodzakelijk is om de gestelde doelen te behalen. Deze inzichten nemen we mee bij het opstellen van een nieuw uitvoeringsprogramma. Ook bezien we of (tussentijdse) herijking van het VTH-beleid noodzakelijk is.
Door de evaluatie zorgvuldig uit te voeren verbeteren we de informatiedeling tussen beleidsadviseurs en de vakgroepen VTH en verbeteren we onze informatiepositie met het oog op de nieuwe uitvoeringsplan. Eens in de vier jaar wordt de evaluatie ook meegenomen bij het opstellen van het nieuwe VTH-beleid.
5.3 Personele middelen
De borging van de personele en financiële middelen vindt plaats via de begrotingscyclus, waarin jaarlijks wordt bepaald welk budget voor de VTH-taken beschikbaar is. Met strategische personeelsplanning borgen we dat de beschikbare personele capaciteit optimaal wordt ingezet om de VTH-doelen te halen. Met de uitvoeringsprogramma’s bepalen we welke personele capaciteit beschikbaar moet worden gemaakt voor welke activiteiten. De uitvoeringsprogramma’s fungeren dus als vertaling van ontwikkelingen en opgaven naar personele inzet. Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat de personele capaciteit voor VTH onvoldoende is om voldoende aandacht te geven aan de gestelde prioriteiten, dan kan dit worden meegenomen in het personeelsbeleid en eventueel in de budgettering.
Andersom vormt de totale beschikbare personele capaciteit op de korte termijn ook een kader waarbinnen de prioriteitsstelling plaats moet vinden. Als blijkt dat het vergroten van capaciteit ook op langere termijn niet binnen de mogelijkheden valt, dan heeft dit mogelijk gevolgen voor (de doorwerking van) de prioriteitstelling en het behalen van de strategische doelen en ambities.
Bij de inzet van personeel voldoen we aan de VTH-kwaliteitscriteria Waterbeheer. We moeten er dus voor zorgen dat de uitvoering van taken gebeurt door mensen die daarvoor de juiste vaardigheden en expertise bezitten, en die voldoende ervaring hebben en houden bij de uitvoering van hun werkzaamheden (‘kritieke massa’). Mochten er op dit vlak tekortkomingen ontstaan, bijvoorbeeld omdat bepaalde werkzaamheden binnen ons werkgebied niet vaak genoeg uitgevoerd hoeven te worden, dan moet gekeken worden naar uitvoering in samenwerkingsverbanden.
We houden een vinger aan de pols voor wat betreft de toename van het aantal vergunningaanvragen, mede door de toename van het aantal vergunningen voor de eigen dienst (VED) en het in gebruik nemen van het Omgevingsloket Online (OLO). Hierbij moet ook gekeken worden naar de complexiteit van aanvragen en de doorwerking op toezicht. Deze factoren kunnen invloed hebben op de werkbelasting en de benodigde capaciteit voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving.
Om de vergunningverleners te ontlasten, zetten we ook proceduremedewerkers in. Zij kunnen eenvoudige meldingen en informatieverzoeken afhandelen waarvoor beperkte juridisch inhoudelijke kennis volstaat, daarbij inhoudelijk gevoed door kennisbanken en in de tweede lijn ondersteund door de vakinhoudelijke experts.
Om de personele capaciteit zo goed mogelijk in te zetten, worden de procedures van Handhaving per jaar (intern) geaudit (2 procedures per jaar) en waar nodig door de procedure-eigenaar aangepast. Zo wordt bekeken waar processen doelmatiger kunnen worden uitgevoerd, en hoe de organisatie daarop ingericht kan worden.
5.4 Voorzieningen
Voor een veilige, rechtmatige en efficiënte uitvoering van de VTH-taken zijn verschillende fysieke middelen en applicaties nodig, hier aangeduid als ‘voorzieningen’.
Deze voorzieningen staan hieronder opgesomd:
-
• Zaaksysteem Gegevens van meldingen, vergunningen, controles en bestuurlijke handhavingsacties worden vastgelegd in het Zaaksysteem. Hiermee is goede dossiervorming geborgd en bovendien draagt het systeem bij aan een uniform werkproces in de keten.
-
Daarnaast wordt het systeem gebruikt voor kwaliteitsborging en monitoring van de voortgang.
-
In het Zaaksysteem worden ook vragen, klachten en meldingen geregistreerd. Als een melding of klacht een bestuursrechtelijk vervolg krijgt, krijgt dit een vervolg in het Zaaksysteem.
-
Tevens is het Zaaksysteem een Document Management Systeem (DMS). De archivering van documenten zit in het Zaaksysteem. Voor VTH houdt dit in dat de VTH documenten volgens de selectielijst Waterschappen in het Zaaksysteem worden bewaard en vernietigd.
-
• Geoweb Voor het verlenen van vergunningen, maar ook voor het toezicht wordt gebruik gemaakt van Geoweb. Hierin staan verschillende kaartlagen die nodig zijn voor de beoordeling. Hierin zitten o.a. de leggerkaart, hoogtekaart, beheerregisters kunstwerken, waterlopen, waterkeringen, BasisRegistratie Percelen, etc.
-
• BOA Registratie Systeem (BRS) De strafrechtelijke stukken, die conform de Wet politiegegevens (WPG) afgeschermd moeten worden, worden niet in het Zaaksysteem opgeslagen. Hier maakt Handhaving gebruik van het BOA Registratie Systeem (BRS). Hiervoor is gekozen om te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de WPG.
-
• Apparatuur Vakgroep Handhaving heeft de beschikking over apparatuur voor meting, bemonstering. Daarnaast is er specifiek meetapparatuur voor onderzoeken bij bedrijven/industrie om de klasse van verontreinigingsheffing te bepalen.
-
Voor de kalibratie en het onderhoud van de apparatuur zijn protocollen beschikbaar.
-
• Drones Vakgroep Handhaving heeft de beschikking over drones. De drones worden in verschillende toezichtsituaties ingezet.
-
• Slimmer Handhaven Project AI dempingen: in dit project gebruikt het waterschap kunstmatige intelligentie. Hiermee wordt sneller en efficiënter toezicht mogelijk. Dempingen kunnen sneller worden opgespoord. Illegale dempingen belemmeren de goede werking van het watersysteem.
-
Verder wil Vakgroep Handhaving ook gebruik maken van PowerBI voor het risicogestuurd toezicht. Niet alleen de activiteiten, prioriteiten vanuit de risicomatrix VTH vanuit PowerBI, maar ook gebruik te maken van verschillende kaartlagen. Daarmee het risico nog beter te bepalen en rekening te houden met o.a. risicogebieden.
-
• Transportmiddelen De waterschapsinspecteurs van Vakgroep Handhaving maken gebruik van een dienstauto, die conform Arbo-eisen is ingericht. Tevens is er een calamiteitenaanhanger beschikbaar die ingezet wordt voor bijv. het olieruimen. Het vastgesteld wagenparkbeheerbeleid is van toepassing op de dienstauto’s.
-
• Bibliotheek en naslagwerken Alle medewerkers beschikken over een laptop/tablet en smartphone. VTH streeft naar zoveel mogelijk digitaal werken in het veld. Het Zaaksysteem en PowerBI hebben hierin een belangrijke functie.
Overige voorzieningen
Tot slot is een aantal praktische zaken geregeld die nodig zijn om de handhavingstaken goed uit te kunnen voeren. Alle waterschapsinspecteurs beschikken, naast een basisuitrusting die is afgestemd op de werkzaamheden, over een ontheffing voor de wegenverkeerswetgeving en een bewijs van toegang tot spoorwegterreinen (hebben we die nog?). De waterschapsinspecteurs zijn uitgerust met Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s) om hun werkzaamheden conform de Arbowet veilig te kunnen uitvoeren. De BOA’s zijn aangesloten op een portofoon (C2000), waarmee direct contact met de meldkamer kan worden gelegd.
Arbo
De waterschapsinspecteurs moeten hun werk veilig kunnen uitvoeren. Dit is niet alleen belangrijk voor kwaliteitsborging, maar ook voor de duurzame inzetbaarheid van de inspecteurs. De Arbocoördinator stelt voor de Vakgroep Handhaving een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) op.
Ondertekening
Bijlage, Impactanalyse per taakveld
In het onderstaande overzicht wordt per vergunde activiteit de impact weergegeven bij een overtreding. Hierbij wordt uitgegaan van een standaardsituatie, zonder verzwarende omstandigheden. Per taakveld is een rangnummer toegekend (hoogste impact op plaats 1). Bij een aantal taakvelden is van belang of deze gerelateerd is aan een bepaald type kering. Daar zijn verschillende impactscores toegekend.
|
Type kering |
Primair |
Secundair |
Regionaal/ lokaal |
|||
|
Taakveld waterkeringen |
Score impact |
Rang |
Score impact |
Rang |
Score impact |
Rang |
|
Verleggen en vergraven van een kering |
3,1 |
1 |
2,1 |
5 |
2,1 |
1 |
|
Grond aanbrengen |
3,0 |
6 |
2,0 |
6 |
2,0 |
2 |
|
Kunstwerken (inlaat) door de kering / Inlaat aanleggen / verwijderen / Uitstroomvoorziening aanleggen of vervangen of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Beplanting aanbrengen en weghalen |
1,6 |
13 |
1,2 |
11 |
1,7 |
3 |
|
Peil verhogen of verlagen van het oppervlaktewater |
1,7 |
12 |
1,0 |
13 |
1,0 |
14 |
|
Oeverbeschermende voorziening aanleggen / verwijderen |
2,4 |
7 |
1,7 |
8 |
1,7 |
3 |
|
Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal, overhangend bouwwerk plaatsen, verplaatsen, vervangen, behouden of verwijderen |
1,9 |
9 |
1,2 |
10 |
1,7 |
3 |
|
Kabel leggen, onderhouden en/of verwijderen |
1,7 |
10 |
1,0 |
13 |
1,4 |
12 |
|
Leiding leggen, onderhouden en/of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Dieren houden |
1,2 |
14 |
1,2 |
11 |
1,2 |
13 |
|
Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen oprichten, aanleggen, plaatsen, vervangen, uitbreiden, aanpassen of weghalen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Dam, duiker, of dam met duiker aanleggen/aanpassen of verwijderen |
3,0 |
2 |
2,4 |
1 |
1,7 |
3 |
|
Evenementen |
1,7 |
10 |
1,3 |
9 |
1,7 |
3 |
|
Baggeren van een oppervlaktewaterlichaam |
2,0 |
8 |
2,0 |
6 |
1,6 |
11 |
|
|
Primair |
Secundair |
Regionaal/ lokaal |
|||
|
Taakveld watersysteem |
Score |
Rang |
Score |
Rang |
Score |
Rang |
|
Dempen en verondiepen van een oppervlaktewaterlichaam |
2,4 |
1 |
2,4 |
1 |
2,4 |
1 |
|
Vergraven of graven van een oppervlaktewaterlichaam |
1,9 |
7 |
1,9 |
6 |
1,9 |
6 |
|
Peil verhogen of verlagen van het oppervlaktewater |
2,0 |
4 |
2,0 |
4 |
2,0 |
4 |
|
Oeverbeschermende voorziening aanleggen / verwijderen |
1,5 |
11 |
1,5 |
11 |
1,5 |
11 |
|
Steiger, vlonder, visstoep, meerpaal, overhangend bouwwerk plaatsen, verplaatsen, vervangen, behouden of verwijderen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Beplanting aanbrengen en weghalen (onderhoudsstrook vrijhouden hoofdwatergang) |
1,7 |
8 |
1,7 |
8 |
1,7 |
7 |
|
Bouwwerken, civiele kunstwerken, overige werken en voorzieningen oprichten, aanleggen, plaatsen, vervangen, uitbreiden, aanpassen of weghalen |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
|
Kabel/leiding leggen, onderhouden en/of verwijderen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Dam, duiker, of dam met duiker aanleggen/aanpassen of verwijderen |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
2,3 |
2 |
|
Deponeren of opslaan van afval, materialen, stoffen en goederen in of op een waterstaatswerk of in of op een beschermingszone van een waterstaatswerk |
1,1 |
17 |
0,6 |
20 |
0,8 |
20 |
|
Evenementen |
1,0 |
18 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Baggeren van een oppervlaktewaterlichaam |
2,0 |
4 |
1,9 |
7 |
1,7 |
8 |
|
Grond aanbrengen, baggerspecie en grond toepassen, baggerspecie verspreiden en dempen |
1,3 |
14 |
1,3 |
13 |
1,3 |
13 |
|
Aanleggen of verwijderen van een inlaat |
2,0 |
6 |
2,0 |
5 |
2,0 |
5 |
|
Uitvoeren van sonderingen |
1,2 |
15 |
1,0 |
14 |
1,0 |
16 |
|
Spitten, ploegen, bemesten, ondiepe grondroeringen of andere grondroeringen |
1,5 |
11 |
1,0 |
14 |
1,3 |
13 |
|
Uitstroomvoorziening en versneld afvoeren van water |
1,6 |
9 |
1,6 |
9 |
1,6 |
9 |
|
Seismetisch onderzoek in of op een waterstaatswerk |
1,2 |
15 |
1,0 |
14 |
1,2 |
15 |
|
Oppervlaktewateronttrekking |
1,4 |
13 |
1,4 |
12 |
1,4 |
12 |
|
Plaatsen van warmtewisselaar (aquathermie) |
1,6 |
10 |
1,6 |
10 |
1,6 |
10 |
|
Taakveld grondwater (alle keringen) |
Score |
Rang |
|
|
|
|
|
Bouwputbemalingen |
1,3 |
1 |
|
|
|
|
|
Grondwateronttrekking |
1,2 |
2 |
|
|
|
|
|
Taakveld lozingen (direct en indirect) |
Score |
Rang |
|
Weilanddepots (Lozen vanuit weilanddepots) |
1,7 |
12 |
|
Gewasbeschermingsmiddelen (Lozen van afvalwater bij gewassen/Lozen bij telen, kweken, spoelen of sorteren van gewassen) |
2,1 |
7 |
|
Biociden (antifouling) / toepassingscontrole Jachthavens en werven (wasplaats) |
2,0 |
8 |
|
Industrie (Direct)/ (Lozen van koelwater) |
1,6 |
14 |
|
Industrie (Direct)/ ZZS (Overige lozingsactiviteiten op oppervlaktewaterlichaam) |
3,0 |
2 |
|
RWZI's |
3,1 |
1 |
|
Pleziervaart (Lozen van huishoudelijk afvalwater) |
1,9 |
10 |
|
Overstorten (Lozen van afvalwater uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater) |
1,9 |
10 |
|
Kunstwerken / aquaducten (Lozen van chloride / overige lozingen ) |
1,2 |
15 |
|
Lozen van koude (aquathermie) |
1,0 |
16 |
|
Lozen van huishoudelijk afvalwater (septic, IBA's) |
1,0 |
16 |
|
Lozen bij opslaan en overslaan van niet inerte goederen |
2,4 |
5 |
|
Lozen van afvalwater bij ontgravingen en baggerwerkzaamheden |
2,3 |
6 |
|
Toepassen grond en bagger in onderwaterdepots |
2,7 |
4 |
|
Overige lozingsactiviteiten op zuiveringtechnisch werk (ZZS, rechtstreekse lozingen op ons werk) |
3,0 |
2 |
|
Lozen van grondwater bij ontwatering |
1,6 |
13 |
|
Grondwatersanering (lozen van grondwater bij saneringen) |
2,0 |
8 |
|
Taakveld lozingen agrarisch |
Risico |
Rang |
|
Melkveehouderij (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
|
Akkerbouw (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
|
Glastuinbouw (lozen afvalwater) |
2,4 |
1 |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl