Verordening voor de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam 2026

Geldend van 20-02-2026 t/m 22-02-2026 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Verordening voor de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam 2026

Besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam tot vaststelling van de Verordening voor de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam 2026

De regioraad van de Vervoerregio Amsterdam;

gelezen het voorstel van de regioraad BBV/2025/15498 van 10 februari 2026;

gelet op artikel 24, tweede en vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 47 van de Gemeenschappelijke regeling van de Vervoerregio Amsterdam;

gezien het advies van het dagelijks bestuur van 22 januari 2026;

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening voor de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam 2026

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

- agendacommissie: overlegvergadering bestaande uit de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van de RAR, de ambtelijk vertegenwoordiger van de Vervoerregio Amsterdam en de secretaris van de RAR;

- ambtelijk vertegenwoordiger van de Vervoerregio Amsterdam: de manager bij de Vervoerregio Amsterdam die het betreft;

- Bp2000: het Besluit personenvervoer 2000;

- concessiehouder: de vergunninghoudende vervoerder aan wie een concessie is verleend;

- concessieverlener: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam als opdrachtgever voor het openbaar vervoer;

- dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam;

- RAR: de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam;

- Wp2000: de Wet personenvervoer 2000.

Artikel 2 Taak

  • 1 De RAR wordt gevraagd advies uit te brengen over de in de Wp2000 en het Bp2000 beschreven onderwerpen aangaande het openbaar vervoer.

  • 2 De RAR wordt periodiek advies gevraagd over beleids- en strategische voornemens die betrekking hebben op het openbaar vervoer in het gebied van de Vervoerregio en op de door de concessieverlener daaraan te verbinden voorschriften.

  • 3 De RAR wordt periodiek en tenminste eenmaal per jaar geïnformeerd over de door de concessieverlener voorgenomen maatregelen of resultaten die effect hebben op de belangen van de reiziger.

    4 De RAR wordt periodiek geïnformeerd over de door een van de aan de Vervoerregio verbonden gemeenten voorgenomen maatregelen die effect hebben op de uitvoering van het openbaar vervoer.

  • 5 De RAR wordt periodiek geïnformeerd over de door een van de concessiehouders voorgenomen maatregelen of resultaten die van invloed zijn op de uitvoering van het openbaar vervoer.

  • 6 De RAR kan daarnaast ook ongevraagd advies uitbrengen over maatregelen die de belangen van de reizigers in het openbaar vervoer raken of dienen.

  • 7 De leden van de RAR dienen actief hun achterban te raadplegen.

Artikel 3 Adviesprocedure

  • 1 De concessieverlener c.q. de concessiehouder legt op grond van de Wp2000 en het Bp2000 adviesplichtige onderwerpen in advies voor aan de vergadering van de RAR.

  • 2 Deze adviesaanvragen worden tenminste zes weken, voorafgaand aan de vergadering van het dagelijks bestuur waarin besluitvorming moet plaatsvinden, schriftelijk voorgelegd aan de RAR.

  • 3 De RAR brengt uiterlijk zes weken na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek advies uit aan het dagelijks bestuur.

  • 4 De adviezen van de RAR worden als bijlagen gevoegd bij de bestuurlijke voorstellen die zij betreffen.

  • 5 De RAR wordt door de concessieverlener c.q. de concessiehouder zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven overeenkomstig het bepaalde in de Wp2000.

Artikel 4 Samenstelling

  • 1 De RAR bestaat in ieder geval uit vertegenwoordigers van reizigers consumentenorganisaties en dient een representatieve afspiegeling te zijn van de gebruikers van het openbaar vervoer in de regio Amsterdam.

  • 2 De RAR kan worden aangevuld met vertegenwoordigers uit organisaties, zonder expliciete openbaar vervoerdoelstelling, indien zij door hun doelstelling en werkzaamheden belang hebben bij het openbaar vervoer en het dagelijks bestuur van mening is dat zij een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de taak van de RAR.

  • 3 De organisaties zoals bedoeld in lid 1 dienen te voldoen aan de in het Bp2000 gestelde voorwaarden.

  • 4 De RAR kan daarnaast worden aangevuld met maximaal vier leden die op persoonlijke titel zitting hebben in de RAR (Kwaliteitszetels), indien het dagelijks bestuur van mening is dat zij een nuttige bijdrage kunnen leveren aan de taak van de RAR.

  • 5 Onder de in lid 1 bedoelde consumentenorganisaties worden in ieder geval gerekend de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (Rover) en Cliëntenbelang Amsterdam.

  • 6 Onder de in lid 2 bedoelde organisaties worden in ieder geval gerekend de ASVA Studentenunie, de Fietsersbond, de Voetgangersbond, ondernemingsorganisatie MKB Amsterdam en ouderenorganisaties in de regio Amsterdam.

  • 7 Rover vaardigt maximaal drie leden af en kan hiervoor twee plaatsvervangende leden aanwijzen. Cliëntenbelang Amsterdam, de ASVA Studentenunie en de Fietsersbond vaardigen ieder maximaal twee leden af en kunnen daarvoor elk één plaatsvervangend lid aanwijzen. De overige genoemde organisaties vaardigen één lid af en kunnen daarvoor elk één plaatsvervangend lid aanwijzen.

  • 8 Met de aanwezigheid van plaatsvervangende leden in de vergadering van de RAR wordt het maximale aantal leden per organisatie niet overschreden.

Artikel 5 Voordracht, benoeming en ontslag

  • 1 De organisaties dragen leden en plaatsvervangend leden voor en kunnen deze ook tussentijds vervangen.

  • 2 In de voordracht wordt aangegeven welke achtergrond, welke motivatie en welke binding het voorgedragen lid of plaatsvervangend lid heeft met het openbaar vervoer in het algemeen en het openbaar vervoer in de concessiegebieden van de Vervoerregio Amsterdam in het bijzonder.

  • 3 In de voordracht wordt getoetst in hoeverre het voorgedragen lid bijdraagt aan een representatieve afspiegeling van de reiziger aan de hand van de volgende criteria: regionale spreiding; spreiding man/vrouw; spreiding leeftijdsdoelgroepen, spreiding over doelgroepen en culturele diversiteit.

  • 4 Het dagelijks bestuur benoemt, met inachtneming van de criteria zoals genoemd in lid 3, de leden en de plaatsvervangende leden van de RAR.

  • 5 De benoeming geschiedt voor een periode van maximaal vier jaar.

  • 6 Met uitzondering van de leden bedoeld in artikel 4 lid 4 kunnen de leden van de RAR éénmaal worden herbenoemd voor een periode van maximaal vier jaar.

  • 7 De leden van de RAR worden door het dagelijks bestuur geschorst of ontslagen. Dit zal niet eerder gebeuren dan na overleg met de desbetreffende (consumenten) organisatie. Als reden voor ontslag kan worden aangevoerd het afwezig zijn bij meer dan 20% van de vergaderingen in een kalenderjaar.

  • 8 De concessiehouder en -verlener en de onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen zijn uitgezonderd van het lidmaatschap van de RAR,

  • 9 De agendacommissie van de RAR heeft een adviserende rol bij de voordrachten voor benoeming, schorsing of ontslag door het dagelijks bestuur. Bij de benoeming van leden van de RAR voert de agendacommissie ten aanzien van de vaste organisaties in de RAR een toetsing uit, waarbij op de organisaties bij voordrachten binnen het kader van de rol en positie van de RAR een inspanningsverplichting rust ten aanzien van de mate waarin de kandidaat bijdraagt aan de deskundigheid, representativiteit, diversiteit en inclusiviteit van de RAR. Bij kandidaten voor een kwaliteitszetel adviseert de agendacommissie het dagelijks bestuur zelf aan de hand van deze criteria inhoudelijk over de geschiktheid als lid van de RAR.

Artikel 6 Voorzitter

  • 1 De voorzitter van de RAR wordt door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst of ontslagen.

  • 2 De voorzitter is onafhankelijk.

  • 3 De voorzitter draagt zorg voor een goede afspiegeling van de OV-reizigers in de samenstelling van de RAR.

    4 De voorzitter ziet toe op het behoud en de uitbreiding van deskundigheid van de RAR en de informatievoorziening en scholing van de leden van de RAR.

  • 5 De benoeming geschiedt voor een periode van maximaal vier jaar.

  • 6 De voorzitter kan éénmaal worden herbenoemd. Slechts om zwaarwegende redenen kan de voorzitter voor een tweede maal worden herbenoemd.

  • 7 De RAR wijst uit zijn midden één of meerdere plaatsvervangend voorzitter(s) aan.

Artikel 7 Secretaris

  • 1 De secretaris-directeur van de Vervoerregio Amsterdam wijst een medewerker van de Vervoerregio Amsterdam aan als secretaris van de RAR.

  • 2 De secretaris is geen lid van de RAR.

  • 3 De secretaris heeft een adviserende taak naar de voorzitter en leden van de RAR.

  • 4 De secretaris is belast met het voorbereiden van de vergaderingen, het opstellen en uitvoeren van besluiten en adviezen van de RAR.

  • 5 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor voldoende administratieve ondersteuning en beheert de met de werkzaamheden van de RAR samenhangende bescheiden.

Artikel 8 Werkgroepen

  • 1 De RAR kan voor specifieke onderwerpen en/of deelbelangen werkgroepen instellen.

  • 2 Externe adviseurs kunnen worden geraadpleegd op verzoek van de voorzitter en de werkgroep. Zij maken officieel geen deel uit van de werkgroep.

Artikel 9 Huishoudelijk reglement

  • 1 Met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, de Wp2000 en het Bp2000 regelt de RAR naar eigen inzicht haar werkzaamheden.

  • 2 De RAR kan hiertoe een huishoudelijk reglement vaststellen.

Artikel 10 Kosten en vergoeding

  • 1 De kosten die voor het functioneren van de RAR noodzakelijk zijn, komen ten laste van de voor het openbaar vervoer beschikbaar gestelde middelen. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks het werkbudget voor de RAR vast.

  • 2 Voor het bijwonen van de vergaderingen van de RAR ontvangen de leden en voorzitter een vergoeding.

  • 3 De vergoeding voor de leden bedraagt 100% van de vergoeding per vergadering volgens artikel 3.4.1, eerste lid, gemeenteklasse 250.001 of meer inwoners, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De jaarlijkse herziening van dit bedrag volgens artikel 3.4.1, derde lid, van dit besluit wordt gevolgd.

  • 4 De vergoeding voor de voorzitter komt in overleg tussen de beoogd voorzitter en het dagelijks bestuur tot stand. Voor de jaarlijkse herziening wordt dezelfde werkwijze gevolgd als voor de leden.

  • 5 Het bijwonen van de vergadering blijkt uit het tekenen van de presentielijst en wordt als zodanig aangemerkt indien de vergadering voor tenminste drie vierde deel is bijgewoond.

  • 6 De vergoeding wordt elk half jaar uitbetaald. De uitbetaling geschiedt na afloop van elk halfjaar, per 30 juni en per 31 december.

Artikel 11 Vaststellen, wijzigen en intrekken

De regioraad van de Vervoerregio Amsterdam is bevoegd tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van de Verordening voor de Reizigers Advies Raad van de Vervoerregio Amsterdam 2026.

Artikel 12 Overgangsbepalingen benoemingen

Voor de leden die zijn benoemd onder de werking van de Regeling RAR 2019 geldt dat zij hun lidmaatschap voor de termijn van hun benoeming behouden en in aanmerking komen voor herbenoeming voor een eventuele tweede termijn.

Artikel 13 Intrekking oude regeling

Op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Regeling Reizigers Advies Raad 2019 van de Vervoerregio Amsterdam ingetrokken.

Artikel 14 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling wordt aangehaald als: “Verordening Reizigers Advies Raad 2026” en treedt na bekendmaking in het Blad gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam in werking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Ondertekening

De regioraad van Vervoerregio Amsterdam

Melanie van de Horst

Voorzitter

Alex Colthoff

Plaatsvervangend secretaris-directeur