Subsidieregeling onderwijsachterstanden Papendrecht

Geldend van 20-02-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling onderwijsachterstanden Papendrecht

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente PAPENDRECHT;

gezien het voorstel inzake het vaststellen van de Subsidieregeling onderwijsachterstanden Papendrecht;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, titel 4.2 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Papendrecht;

B E S L U I T :

vast te stellen de navolgende Subsidieregeling onderwijsachterstanden Papendrecht

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene Subsidieverordening gemeente Papendrecht;

  • b.

    Aanpak Onderwijsachterstanden: Aanpak Onderwijsachterstanden Papendrecht 2025-2029 welke op 24 juni 2025 door het college is vastgesteld;

  • c.

    aanvrager: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op grond van deze regeling subsidie aanvraagt;

  • d.

    beroepskracht voorschoolse educatie: een pedagogisch professional die werkzaam is op een voorschoolse voorziening en voldoet aan de kwalificatie-eisen voor voorschoolse educatie, zoals vastgelegd in de Wet kinderopvang;

  • e.

    college: het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Papendrecht;

  • f.

    doelgroepkinderen: doelgroeppeuters en doelgroepkleuters;

  • g.

    doelgroepkleuters: leerlingen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar (groep 1 en 2 van de basisschool) die volgens de gemeentelijke onderwijsachterstandencriteria extra ondersteuning nodig hebben;

  • h.

    doelgroeppeuter: een leerling in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar met een verhoogd risico op onderwijsachterstand of met een formele VE-indicatie;

  • i.

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december van hetzelfde jaar;

  • j.

    kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang of peuteropvang plaatsvindt, zoals bedoeld in de Wet kinderopvang. Het kan gaan om een kinderdagverblijf, peuteropvanglocatie of buitenschoolse opvang;

  • k.

    locatieplan: een plan per integraal kindcentrum waarin samenwerkingsafspraken met de basisschool staan beschreven, inclusief doelen, activiteiten, ouderbetrokkenheid, monitoring en kwaliteitsborging;

  • l.

    IKC: Integraal Kindcentrum, een samenwerkingsverband waarin onderwijs, kinderopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang en soms ook jeugdhulp en opvoedondersteuning vanuit één visie, onder gezamenlijke aansturing samenwerken of in hetzelfde gebouw gevestigd zijn. Gericht op de brede ontwikkeling van kinderen van 0 tot 12 jaar;

  • m.

    Intern Begeleider (IB-er): een onderwijsprofessional binnen een school die verantwoordelijk is voor de coördinatie van leerlingenzorg, ondersteuning van leerkrachten en het bewaken van de ontwikkeling van leerlingen;

  • n.

    IB-er in de voorschool: een intern begeleider van de basisschool die in overleg met een kindercentrum uren inzet in de peuteropvang om daar te observeren en te adviseren;

  • o.

    OVA-PPC: Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling - Prijsindex Particuliere Consumptie. De indexatiepercentages worden door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgesteld om de tarieven in de zorg jaarlijks te indexeren om de gestegen kosten voor personeel en materiële zaken te dekken.

  • p.

    Peuteropvang: kinderopvangvoorziening voor peuters van 2 tot 4 jaar, gericht op spelenderwijs leren, socialisatie en voorbereiding op de basisschool. Kan al dan niet gecombineerd zijn met voorschoolse educatie;

  • q.

    VE-indicatie: een toewijzing van het consultatiebureau die een peuter recht geeft op deelname aan voorschoolse educatie;

  • r.

    Voorschoolse Educatie (VE): aanbod op kindercentra voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar dat gericht is op het stimuleren van taal-, reken-, motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • s.

    Vroegschool: de groepen 1 en 2 van de basisschool, waar het VVE-programma wordt voortgezet.

Artikel 1.2 Doel van de regeling

  • a.

    Het doel van deze regeling is het voorkomen en verminderen van onderwijsachterstanden van doelgroepkinderen door het subsidiëren van activiteiten die bijdragen aan:

  • b.

    het versterken van basisvaardigheden van leerlingen, in het bijzonder op het gebied van taal;

  • c.

    het bevorderen van kansengelijkheid, zodat alle leerlingen, ongeacht hun sociaaleconomische of culturele achtergrond, gelijke ontwikkelingskansen krijgen;

  • d.

    het ondersteunen van IKC's bij de inzet van bewezen effectieve en innovatieve aanpakken gericht op het tegengaan van achterstanden;

  • e.

    het stimuleren van samenwerking tussen scholen, kindercentra, gemeenten, ouders en maatschappelijke organisaties ter verbetering van de onderwijskansen van leerlingen.

Artikel 1.3 Toepassingsgebied

  • a.

    De subsidie als bedoeld in deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan in Papendrecht gevestigde partijen voor de in artikel 2.1 bedoelde activiteiten die bijdragen aan het doel van deze regeling.

  • b.

    De ASV is van toepassing, tenzij daar in deze regeling uitdrukkelijk van wordt afgeweken.

Paragraaf 2 Subsidieerbare activiteiten

Artikel 2.1 Subsidieerbare activiteiten

Een subsidie als bedoeld in deze regeling wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die:

  • a.

    bijdragen aan de doelen van deze regeling, zoals benoemd in artikel 1.2;

  • b.

    primair het accent leggen op vroegtijdig opsporen en aanpakken van taalachterstanden;

  • c.

    gericht zijn op doelgroepkinderen en/of hun ouders;

  • d.

    worden gecontroleerd door middel van een kwalitatieve resultaatmeting.

Artikel 2.2 Weigeringsgronden

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in deze regeling wordt in ieder geval geweigerd, indien deze betrekking heeft op:

  • a.

    activiteiten die behoren tot de reguliere bekostiging van een IKC;

  • b.

    de bouw, verbouw of inrichting van gebouwen, tenzij deze uitsluitend ondersteunend zijn aan de gesubsidieerde activiteit;

  • c.

    kosten die geen direct verband houden met de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd;

  • d.

    activiteiten met een commercieel of recreatief karakter;

  • e.

    kosten die reeds op andere wijze door het Rijk of derden worden gesubsidieerd;

  • f.

    activiteiten die vallen onder de Jeugdwet;

Paragraaf 3 Subsidie locatieplannen

Artikel 3.1 Aanvraagprocedure

  • a.

    De aanvraag voor een subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt ingediend via een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.

  • b.

    Bij het aanvraagformulier voegt de aanvrager overeenkomstig het format ‘Locatieplan Papendrecht 2026-2029’ een inhoudelijk locatieplan toe, waarin wordt beschreven hoe de aanvraag bijdraagt aan de doelen uit artikel 1.2.

  • c.

    Bij het aanvraagformulier voegt de aanvrager overeenkomstig het format ‘Planning en begroting locatieplan Papendrecht 2026-2029’ een begrotingsplan toe, waarin wordt beschreven hoe de subsidiegelden worden ingezet.

  • d.

    De aanvraag wordt gedaan voor de duur van maximaal twee kalenderjaren.

Artikel 3.2 Aanvraagvoorwaarden

  • a.

    De aanvraag wordt door het IKC gedaan.

  • b.

    De subsidie wordt ingezet voor doelgroepkinderen en hun ouder(s).

  • c.

    Acties en interventies hebben een hoge kwaliteit, bijvoorbeeld doordat zij wetenschappelijk onderbouwd zijn, uitgevoerd worden door professionals of door de inzet van erkende leermethoden.

  • d.

    Resultaten worden gemeten waar mogelijk met een erkend kindvolgsysteem of een vergelijkbare methode.

Artikel 3.3 Aanvraagtermijn

  • a.

    De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, uiterlijk ingediend op 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • b.

    Aanvragen voor het kalenderjaar 2026 kunnen tot 1 april 2026 ingediend worden.

Artikel 3.4 Locatiebudgetten

  • a.

    Voor de subsidie als bedoeld in deze paragraaf gelden per subsidiejaar per IKC de hieronder genoemde subsidieplafonds.

Locatie

Subsidieplafond 2026

Voorschool

Vroegschool

Wasko ’t Kofschip

’t Kofschip

€ 42.930

Wasko Anne Frank

Anne Frank

€ 104.363

Het Visje

Augustinusschool

€ 40.725

Wasko de Kameleon

De Kameleon

€ 30.000

Wasko de Knotwilg

De Knotwilg

€ 78.061

Wasko de Leilinde

Daltonschool De Leilinde

€ 43.573

Wasko de Viermaster

De Viermaster

€ 88.875

Wasko de Wielen

De Wielen

€ 30.000

Wasko Beatrix

IKC Beatrix

€ 75.866

Wasko Oranje Nassau

Oranje Nassau

€ 67.213

Wasko Prins Floris

Prins Floris Moerbeihof

€ 61.120

Wasko Prins Floris

Prins Floris Zuidkil

€ 34.490

Wasko Prins Constantijn

Prins Constantijn

€ 37.932

Locatie

Subsidieplafond 2027-2029

Voorschool

Vroegschool

Wasko ’t Kofschip

’t Kofschip

€ 25.030

Wasko Anne Frank

Anne Frank

€ 55.041

Het Visje

Augustinusschool

€ 24.172

Wasko de Kameleon

De Kameleon

€ 20.000

Wasko de Knotwilg

De Knotwilg

€ 44.808

Wasko de Leilinde

Daltonschool De Leilinde

€ 25.281

Wasko de Viermaster

De Viermaster

€ 49.015

Wasko de Wielen

De Wielen

€ 20.000

Wasko Beaxtix

IKC Beatrix

€ 43.954

Wasko Oranje Nassau

Oranje Nassau

€ 40.587

Wasko Prins Floris

Prins Floris Moerbeihof

€ 38.217

Wasko Prins Floris

Prins Floris Zuidkil

€ 21.747

Wasko Prins Constantijn

Prins Constantijn

€ 23.086

Artikel 3.5 Toe- of afname middelen

  • a.

    Indien aanvullende subsidiegelden beschikbaar komen of middelen uit voorgaande jaren resteren, worden deze middelen toegevoegd aan de subsidieplafonds per locatie. De verdeling van deze middelen vindt plaats overeenkomstig de in de Aanpak Onderwijsachterstanden 2025–2029 opgenomen verdeelsleutel.

  • b.

    Indien sprake is van een vermindering van beschikbare middelen, worden resterende middelen uit voorgaande jaren zoveel mogelijk ingezet ter compensatie. Indien dit onvoldoende is, wordt de verdeling aangepast op basis van de in de Aanpak Onderwijsachterstanden 2025–2029 opgenomen prioritering, waarbij wettelijk verplichte uitgaven voorrang hebben. Een afname van beschikbare middelen kan leiden tot verlaging van de locatiebudgetten.

  • c.

    De vastgestelde subsidieplafonds per locatie zijn gebaseerd op de thans geldende verdeelsleutel. Indien sprake is van substantiële wijzigingen in deze verdeelsleutel, kunnen de subsidieplafonds dienovereenkomstig worden aangepast. De verdeelsleutel wordt na twee jaar herijkt.

Artikel 3.6 Verantwoording

  • a.

    Bij de verantwoording over de besteding van de subsidie als bedoeld in deze paragraaf geeft de subsidieontvanger aan welke resultaten zijn bereikt met de activiteiten waarvoor de subsidie is ontvangen. Er dient daarbij uit te worden gegaan van het locatieplan dat bij de subsidieaanvraag is ingediend.

  • b.

    Bij de verantwoording levert de subsidieontvanger een verslag van een tussenevaluatie aan, waarbij alle betrokkenen binnen het IKC aanwezig zijn geweest. Deze tussenevaluatie vindt plaats halverwege de looptijd van de subsidie.

Paragraaf 4 Subsidie extra inzet HBO’er in de voorschool

Artikel 4.1 Aanvraagprocedure

  • a.

    De aanvraag voor een subsidie als bedoeld in deze paragraaf wordt gedaan overeenkomstig het format ‘Locatieplan Papendrecht 2026-2029’.

  • b.

    De aanvraag wordt gedaan voor de duur van maximaal twee kalenderjaren.

Artikel 4.2 Aanvraagtermijn

  • a.

    De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • b.

    Aanvragen voor het kalenderjaar 2026 kunnen tot 1 april 2026 ingediend worden.

Artikel 4.3 Aanvraagvoorwaarden

  • a.

    De aanvraag wordt door het IKC gedaan.

  • b.

    De subsidie wordt uitbetaald aan het kindercentrum waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • c.

    De subsidie kan alleen worden ingezet voor een bijdrage in de personeelskosten van de expertise die ingezet wordt voor de activiteit.

Artikel 4.4 Subsidieplafond

De subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan voor maximaal 150 uur per jaar per locatie worden aangevraagd. Het uurtarief voor deze subsidie bedraagt vanaf 1 januari 2026 €58,40 per uur. Het uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd conform het OVA-PPC percentage.

Artikel 4.5 Verantwoording

  • a.

    Bij de verantwoording over de besteding van de subsidie als bedoeld in deze paragraaf geeft de subsidieontvanger aan hoeveel uur expertise is ingezet.

  • b.

    Bij de verantwoording geeft de subsidieontvanger aan welke resultaten er zijn bereikt met de activiteiten waarvoor de subsidie is ontvangen.

Paragraaf 5 Subsidie IB-er in de voorschool

Artikel 5.1 Aanvraagprocedure

  • a.

    De aanvraag voor de subsidie als bedoeld in deze paragraaf‘ wordt gedaan overeenkomstig het format ‘Locatieplan Papendrecht 2026-2029’.

  • b.

    De aanvraag wordt gedaan voor de duur van maximaal twee kalenderjaren.

Artikel 5.2 Aanvraagtermijn

  • a.

    De aanvraag wordt, in afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • b.

    Aanvragen voor het kalenderjaar 2026 kunnen tot 1 april 2026 ingediend worden.

Artikel 5.3 Aanvraagvoorwaarden

  • a.

    De aanvraag wordt door het IKC gedaan.

  • b.

    De subsidie wordt uitbetaald aan de vroegschool waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • c.

    De subsidie kan alleen worden ingezet voor een bijdrage in de personeelskosten van de IB-er die ingezet wordt voor de activiteit.

Artikel 5.4 Subsidieplafond

De subsidie als bedoeld in deze paragraaf kan voor maximaal 80 uur per jaar per locatie worden aangevraagd. Het uurtarief voor deze subsidie bedraagt vanaf 1 januari 2026 €60 per uur. Het uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd conform het OVA-PPC percentage.

Artikel 5.5 Verantwoording

  • a.

    Bij de verantwoording over de besteding van de subsidie als bedoeld in deze paragraaf geeft de subsidieontvanger aan hoeveel uur de IB-er is ingezet.

  • b.

    Bij de verantwoording geeft de subsidieontvanger aan welke resultaten er zijn bereikt met de activiteiten waarvoor de subsidie is ontvangen.

Paragraaf 6 Verlening en vaststelling

Artikel 6.1 Beslistermijn

  • a.

    Het college besluit op een aanvraag voor subsidie als bedoeld in deze regeling binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

  • b.

    Het college kan dit besluit met ten hoogste zes weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 6.2 Voorschot

Op de betaling van de subsidie als bedoeld in deze regeling, ongeacht of deze voor één of twee kalenderjaren is verleend, wordt jaarlijks in januari een voorschot verleend.

Artikel 6.3 Vaststelling en verantwoording

  • a.

    De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend voor 1 mei van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar of de kalenderjaren waarvoor de subsidie is verleend.

  • b.

    Indien aan de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar meerdere subsidies zijn verleend, worden voor het doel van de verantwoording de subsidiebedragen bij elkaar opgesteld.

Artikel 6.4 Begrotingsvoorbehoud

De gemeente Papendrecht is voor de subsidie afhankelijk van een specifieke uitkering onderwijsachterstanden vanuit het Rijk. De hoogte van deze uitkering kan fluctueren. Dit kan ook consequenties hebben voor de hoogte en duur van de subsidie.

Paragraaf 7 Slotbepalingen

Artikel 7.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige behandeling van de aanvrager of wanneer in het individuele geval met strikte toepassing van de regeling niet voldaan wordt aan het doel van deze regeling.

Artikel 7.2 Overgangs- en slotbepalingen

  • a.

    Deze regeling wordt aangehaald als 'Subsidieregeling onderwijsachterstanden Papendrecht 2025-2029'.

  • b.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • c.

    De ‘Uitvoeringsregeling subsidies onderwijsachterstanden gemeente Papendrecht 2021-2022’ wordt ingetrokken.

  • d.

    De ‘Uitvoeringsregeling subsidies onderwijsachterstanden gemeente Papendrecht 2021-2022’ blijft van toepassing op subsidies die grond van deze oude regeling zijn verleend.

Ondertekening

Aldus besloten in de collegevergadering op 16 december 2025.

De secretaris, de locoburgemeester

J.M. Ansems, A.M.J.M. Janssen