VTH-beleidsplan 2024 – 2028

Geldend van 21-02-2026 t/m heden

Intitulé

VTH-beleidsplan 2024 – 2028

Inleiding

Voor u ligt het Vergunning-, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2024-2028 (hierna: VTH-beleidsplan) van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Dit VTH-beleidsplan schetst het kader waarbinnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp haar taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het Omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten uitvoert. De milieutaken die onder wettelijke verplichting zijn overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) vallen niet onder de reikwijdte van dit beleid. De gemeente is wel het bevoegde gezag voor deze basistaken. Het overgedragen takenpakket richt zich primair op de milieuaspecten in relatie tot bedrijvigheid (inrichtingen). De gemeente verzorgt zelf de milieuaspecten op het vlak van geluid, lucht, bodem, Omgevingsveiligheid en milieuzonering in relatie tot Ruimtelijke Ordening.

Het VTH-beleidsplan gaat dus over de taken die binnen het VTH-domein worden uitgevoerd. In Pijnacker-Nootdorp zijn deze taken belegd bij twee teams; team Ruimte van de afdeling Ruimte, Belastingzaken en Gegevensbeheer (hierna: RBG) en team Veiligheid en Handhaving van de afdeling Wijkzaken (hierna: WKZ). Het beleid is tot stand gekomen door afstemming tussen verschillende disciplines binnen het VTH-domein van de gemeente en aanverwante beleidsmedewerkers. Zij is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en ter kennisname verstuurd naar de gemeenteraad en de provincie Zuid-Holland.

Het VTH-beleidsplan heeft als doelstelling om te komen tot een uniforme werkwijze en een integrale afweging bij de inzet van de beschikbare middelen. Op basis van dit beleidsplan worden ook jaarlijks het uitvoeringsprogramma voor de VTH-taken en de bijbehorende evaluatie van het voorgaande jaar opgesteld.

Wat is een VTH-Beleid?

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn belangrijke instrumenten voor de overheid in relatie tot haar inwoners en bedrijven. Initiatiefnemers willen graag ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd.

Met dit VTH-beleidsplan willen wij transparant zijn over wat we doen, waarom we het doen, welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze VTH-taken en hoe we dit hebben georganiseerd.

Daarnaast bepaalt het Omgevingsbesluit dat het college van burgermeester en wethouders beleid vaststelt voor de uitvoerings- en handhavingstaken uit het Omgevingsrecht. Het beleid wordt uiteindelijk ter kennisname aan de gemeenteraad en aan de provincie gestuurd.

De systematiek van de “BIG8”

Dit beleid volgt de systematiek van de BIG8-cyclus uit het Omgevingsrecht. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. Om te laten zien dat beleid en uitvoering elkaar aanvullen zonder dat er sprake is van een hiërarchische relatie, hebben we de BIG8 gekanteld. Op deze manier staan beleid en uitvoering naast elkaar. Deze gelijkwaardige, continu doorwerkende relatie is precies wat een correcte inrichting van de cyclus nodig heeft. In dit VTH-beleid geven wij de BIG8-cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus.

Op de volgende pagina schematiseren we de stappen van de BIG8-cyclus in een leeswijzer en leggen we per icoon uit waar we in het hoofdstuk inhoudelijk op ingaan.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1: BIG8-cyclus

Leeswijzer

1. Omgevingsanalyse

afbeelding binnen de regeling

  • ▪︎

    Ten behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende periode beschrijven we in dit hoofdstuk:

    • Een gebiedsanalyse;

    • De verbeterpunten uit de evaluaties van de afgelopen periode;

    • De relevante juridische ontwikkelingen voor deze periode;

    • De relevante ruimtelijke beleidsontwikkelingen voor deze periode.

4. Strategieën en werkwijze

afbeelding binnen de regeling

  • ▪︎

    Op basis van de risicoanalyse en prioritering uit hoofdstuk 3 geven wij vorm aan onze werkwijze voor de VTH-taken;

  • ▪︎

    In hoofdstuk 4 gaan we in op de wijze waarop wij ons werk uitvoeren;

  • ▪︎

    Wij vullen dit aan met mogelijke veranderingen onder de Omgevingswet en de Wkb;

2. Missie, visie & doelstellingen

afbeelding binnen de regeling

  • ▪︎

    De missie in hoofdstuk 2 vloeit voort uit visiedocumenten van de gemeente;

  • ▪︎

    Aan de hand van onze visie bepalen we de doelen op het gebied van VTH voor de komende periode;

  • ▪︎

    Met deze hoofddoelstellingen in hoofdstuk 2 geven we richting aan het programma voor de komende periode;

  • ▪︎

    Dit programma krijgt vorm in het uitvoeringsprogramma. Daar wijzen we specifieke acties toe voor dat jaar om de doelstellingen uit dit beleid te behalen;

  • ▪︎

    We hebben een monitoringstool voor deze doelstellingen waarin we de acties opnemen en waarin we de voortgang bijhouden.

5. Borging uitvoering

afbeelding binnen de regeling

  • ▪︎

    Wij maken de beschikbare middelen voor de komende periode inzichtelijk in hoofdstuk 5;

  • ▪︎

    Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden bijgesteld;

  • ▪︎

    In de uitvoeringsprogramma’s gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in;

  • ▪︎

    Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond. We beschrijven de methode voor de evaluatie van het VTH-beleidsplan en het uitvoeringsprogramma;

  • ▪︎

    Jaarlijks zullen wij het uitvoeringsprogramma evalueren, zodat we eventueel bij kunnen sturen en doorlopend een evaluatie kunnen uitvoeren van het VTH-beleidsplan.

3.Risicoanalyse en prioritering

afbeelding binnen de regeling

  • ▪︎

    In hoofdstuk 3 beschrijven we de gehanteerde prioritering voor de werkzaamheden;

  • ▪︎

    In het uitvoeringsprogramma maken we de koppeling tussen de prioritering en de beschikbare middelen.

In deze leeswijzer maken wij duidelijk welk onderdeel van de BIG8-cyclus wij in welk hoofdstuk van dit VTH-beleid beschrijven. De onderstreepte, dikgedrukte woorden zijn de onderdelen van de BIG8-cyclus. De iconen komen bij elk hoofdstuk terug in dit beleid en in de overige documenten van de BIG8-cyclus.

1. Omgevingsanalyse

De Omgevingsanalyse beschrijft de invloed van interne en externe factoren op de VTH-werkzaamheden. Het richt zich op de omgeving waarbinnen VTH actief is en beschrijft relevante trends, gebeurtenissen en (beleids)ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het werk in de komende periode. Er wordt gestart met een terugblik op de eerdere VTH-taakuitvoering, gevolgd door een gebiedsanalyse en een beschrijving van de bestuurlijke ambities van de gemeente Pijnacker-Nootdorp voor het fysieke domein. Daarna wordt ingegaan op de impact van juridische, beleidsmatige, maatschappelijke en organisatorische ontwikkelingen op de VTH-werkzaamheden.

Terugblik

In de periode 2018-2022 heeft de gemeente het VTH-beleid gevormd in de Beleidsnota’s 'Toezicht en Handhaving 2018 - 2022' en 'Vergunningen 2019 – 2022', met betrekking tot het omgevingsrecht (Wabo). Uit de evaluatie hiervan, gebaseerd op de input van twee ambtelijke werksessies, kwam naar voren dat er behoefte is aan een betere afstemming en samenwerking tussen interne gemeentelijke domeinen en met externe ketenpartners. Om hierop in te spelen, leggen we in het vernieuwde VTH-beleidsplan 2024-2028 de nadruk op het versterken van de integrale samenwerking binnen de gemeente en met externe partners, om zo de effectiviteit en efficiëntie van onze dienstverlening te verbeteren. Bovendien zorgen we ervoor dat het nieuwe beleid volledig in lijn is met de vereisten van de Omgevingswet. Een volledig overzicht van de samenwerking met onze ketenpartners is opgenomen in bijlage 1.

Gebiedsanalyse

De identiteit van onze gemeente wordt gekenmerkt door diverse factoren, waaronder de historie, ruimtelijke structuur en vooral de bewoners. De bevolking van Pijnacker-Nootdorp groeit gestaag, en velen waarderen de combinatie van een hoogwaardig woonklimaat, landelijk groen nabij werk en voorzieningen die goed bereikbaar zijn. De afgelopen 20 jaar is het aantal inwoners fors gestegen, vooral binnen de leeftijdsgroep van 30 tot 40 jaar. Hoewel deze leeftijdsgroep prominent aanwezig is, zien we nog steeds een significant aantal inwoners in de leeftijdscategorie van 45 tot 55 jaar, voornamelijk gezinnen. Daarnaast bevinden zich relatief meer 75-plushuishoudens in onze gemeente dan het regionale gemiddelde. Echter, het aandeel jonge huishoudens (tot 35 jaar) is lager dan in de regio, wat aangeeft dat er ruimte is voor groei in deze demografische groep.

Wat betreft economische ontwikkelingen is de glastuinbouw sinds het begin van de twintigste eeuw een belangrijke pijler van onze gemeente geworden. Momenteel vormt de glastuinbouwsector een cruciaal onderdeel van onze lokale economie, met ruim 20% van de totale banen en vestigingen. Deze sector vertegenwoordigt 25% van onze lokale economie en is tevens de grootste werkgever. Naast de glastuinbouw heeft onze gemeente een gevarieerd bedrijfsleven, met groei in sectoren als (groot)handel, bouw, nijverheid, zakelijke dienstverlening en gezondheidszorg. Er is een groeiende aanwezigheid van ZZP'ers en de gemeente blijft een aantrekkelijke locatie voor lokale en regionale bedrijven. De economie van Pijnacker-Nootdorp is niet los te zien van de regionale economie.

Ruim twee derde van de beroepsbevolking forenst dagelijks tussen onze gemeente en de regio. Dit bevestigt de verwevenheid met de regio die ook duidelijk terug te zien is in de glastuinbouw.

Onze ruimtelijke ontwikkeling vertoont een diversiteit aan woonwijken, elk met een eigen karakteristieke bouwstijl. Deze ontwikkeling heeft geleid tot functiescheiding, waarbij woonwijken gescheiden zijn van bedrijventerreinen en infrastructuur is gebundeld in verkeerscorridors. Hoewel functiescheiding soms nodig is, biedt verbinding en menging kansen en meerwaarde, wat nog verder kan worden verkend in onze gemeente.

Door de diverse demografische en economische kenmerken, gecombineerd met onze ruimtelijke ontwikkeling, blijft onze gemeente een dynamische1 en leefbare omgeving die aantrekkelijk is voor bewoners en bedrijven.

Bestuurlijke ambities

In de verschillende ‘ambitiedocumenten’ van de gemeente Pijnacker-Nootdorp zijn aandachtspunten benoemd die het VTH-domein2 raken en die we meenemen in dit beleidsplan. In deze paragraaf geven wij hier een beknopte weergave van.

  • 1.

    Raadsakkoord 2022- 2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ inclusief uitvoeringsagenda

    Op 15 juni 2022 heeft de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp het Raadsakkoord 2022-2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ vastgesteld. Het raadsakkoord geeft aan dat de omgevingsvisie het beleidsdocument is om sturing te geven aan de ontwikkelingen binnen het ruimtelijk domein van Pijnacker-Nootdorp.

    Pijnacker-Nootdorp wilt een herkenbare, aantrekkelijke maar ook een goede bereikbare gemeente zijn. Burgers moeten prettig en veilig kunnen wonen maar ook ondernemers moeten een bedrijf kunnen opstarten en verder kunnen uitoefenen. Nieuwe ontwikkelingen worden zodanig ingepast dat ze bijdragen aan de identiteit, herkenbaarheid maar ook de samenhang van de kern en de wijk. Nieuwe woningen sluiten daarom goed aan bij de dorpse of landelijke woonmilieus3.

    Het VTH-domein speelt een essentiële rol bij het 'bouwen aan de toekomst' van de gemeente, met name bij grootschalige bouwprojecten. Door handhaving van bouwvoorschriften, ruimtelijke ordening en milieuaspecten draagt VTH bij aan het waarborgen van leefbaarheid, sociale veiligheid en sociale cohesie in de gemeenschap.

  • 2.

    Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050: ‘Verbonden met elkaar’

    De Omgevingsvisie is een nieuw instrument waarin de gemeenteraad zijn integrale visie op de fysieke leefomgeving voor de lange termijn weergeeft. Anders dan zijn voorganger, de ruimtelijke structuurvisie, omvat de Omgevingsvisie niet alleen traditionele aspecten zoals wonen, ruimtelijke ordening, mobiliteit en economie, maar ook bredere thema's zoals gezondheid, milieu, duurzaamheid en veiligheid.

    De Omgevingswet biedt binnen de wettelijke kaders kansen om regels op te stellen die duurzaam- en energieneutraal bouwen stimuleren en faciliteren en een beoordelingskader bieden. Daarnaast biedt de Omgevingswet de kans om regels op te stellen die klimaatadaptatie stimuleert/faciliteert of zo nodig afdwingt. Het is belangrijk om zowel af te dwingen, als te stimuleren om duurzaam handelen te bevorderen. Dit vraagt om een integrale aanpak bij de VTH-taken.

    De gemeente richt zich op het waarborgen van duurzaam bouwen door initiatiefnemers en het handhaven van duurzaamheidseisen. Deze ontwikkelingen kunnen in de toekomst van invloed zijn op de VTH-taken en de complexiteit ervan vergroten.

  • 3.

    Woonvisie Pijnacker-Nootdorp 2020-2030

    Op 25 juni 2020 heeft de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp de Woonvisie 2020-2030 vastgesteld. Deze visie vervangt de Uitvoeringsstrategie wonen 2015-2020 en geeft aan wat de gemeente gaat doen om evenwicht te krijgen in het aantal koop- en huurwoningen. Volgens de Woonvisie is er in de gemeente tot 2040 nog een behoefte van ongeveer 4000 nieuwbouwwoningen. In de omgevingsvisie wordt benoemd hoe we deze behoefte willen invullen. De gemeente moet rekening houden met toekomstige inzet op uitvoerende VTH-taken: de teams binnen het VTH-domein en beleidsadviseurs (o.a. ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) zullen intensiever samen moeten gaan werken om concrete woningbouwinitiatieven mogelijk te maken.

Juridische ontwikkelingen

Omgevingswet

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking is getreden Deze wet bundelt en moderniseert wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving en heeft aanzienlijke gevolgen voor de werkzaamheden op het gebied van VTH. Als VTH-domein hebben we ons de afgelopen jaren ingespannen om klaar te zijn voor de verwachte impact. Dit betekent dat we zowel nieuwe processen hebben geïmplementeerd, als bestaande processen hebben aangepast om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.

Een van de belangrijkste veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt, is de stimulans voor digitalisering en automatisering van VTH-processen. Dit omvat onder meer de invoering van online aanvraagprocedures en digitale informatie-uitwisseling tussen verschillende overheidsinstanties. Hierdoor streven we naar een efficiëntere en transparantere dienstverlening.

Daarnaast legt de Omgevingswet een grotere nadruk op participatie en burgerbetrokkenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat we actief belanghebbenden en burgers betrekken bij besluitvormingsprocessen en hen informeren over projecten en vergunningsaanvragen.

Een andere belangrijke pijler van de Omgevingswet is de bevordering van een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Dit vereist dat we verschillende aspecten zoals ruimtelijke ordening, milieu, natuur en waterbeheer in samenhang bekijken. Als gevolg hiervan herzien we bestaande werkwijzen en samenwerkingsverbanden binnen onze organisatie en met andere betrokken partijen.

Daarnaast moeten we rekening houden met een mogelijke toename van de werklast als gevolg van de Omgevingswet. Meer aanvragen en complexere procedures kunnen leiden tot een grotere behoefte aan capaciteit en expertise binnen onze organisatie.

Kortom, de Omgevingswet brengt diverse veranderingen met zich mee die een aanzienlijke impact hebben op onze VTH-werkzaamheden. Door ons voor te bereiden op deze veranderingen en flexibel in te spelen op nieuwe eisen en uitdagingen, streven we ernaar onze dienstverlening aan burgers en bedrijven te optimaliseren en te waarborgen.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

De Wkb is eveneens per 1 januari 2024 in werking getreden. De technische beoordeling van bouwwerken wordt overgeheveld naar een stelsel van private kwaliteitsborging. Dit betekent dat de gemeente deze taak niet meer uitvoert. In eerste instantie geldt dit alleen voor bouwwerken met een laag risicoprofiel (gevolgklasse 1). Hier vallen onder; eenvoudige bouwwerken, grondgebonden woningen of eenvoudige bedrijfsgebouwen.

Gevolgklasse 2 betreft bouwwerken waarbij als er niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan, dit kan leiden tot persoonlijke gevolgen. Hierbij kan gedacht worden aan sporthallen, scholen, etc. Bij gevolgklasse 3 is er een grote kans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Dit betreft bijvoorbeeld metrostations, ziekenhuizen en voetbalstadions. Ook gebouwen hoger dan 70 meter vallen onder deze gevolgklasse.

Binnen het stelsel van private kwaliteitsborging is de gemeente (deels) niet meer belast met het houden van toezicht op de bouwvoorschriften, maar de gemeente ontvangt wel meldingen. Deze meldingen dragen bij aan de rol van de gemeente als bevoegd gezag voor de handhaving. Hoe met deze meldingen wordt omgegaan is te lezen in hoofdstuk 4 van dit beleid. Ook de voorbereiding op de Wkb heeft veel inspanningen gekost, zoals o.a. de opleiding van personeel en de herziening van interne richtlijnen om te voldoen aan de veranderende vereisten.

Wet goed verhuurderschap

Op 1 juli 2023 trad de Wet goed verhuurderschap in werking, een initiatief van de regering om ongewenste verhuurpraktijken tegen te gaan en de bescherming van woningzoekenden, huurders en arbeidsmigranten te versterken. De wet richt zich op verhuurders van reguliere woonruimte, verhuurders van verblijfsruimte voor arbeidsmigranten en verhuurbemiddelaars. Met diverse instrumenten, zoals (basis)normen voor goed verhuurderschap4, de optie voor gemeenten om het woningbeheer over te nemen, tracht de wet haar doelen te realiseren. Inmiddels heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp het verplichte meld- en informatiepunt ingericht, als onderdeel van het meldpunt Leefomgeving5.

De exacte impact van deze veranderingen op de VTH-capaciteit van Pijnacker-Nootdorp vergt nader onderzoek. Ongeacht de specifieke keuzes die worden gemaakt, moeten de implicaties van deze nieuwe wet worden geïntegreerd in de organisatiestructuur en de werkprocessen van VTH.

Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen

De gemeente Pijnacker-Nootdorp staat voor grote maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen in de komende periode. De VTH-werkzaamheden zullen complexer worden. Dit vraagt om een integrale aanpak om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden.

Omgevingsprogramma’s

Momenteel is de gemeente bezig met de doorvertaling van onze Omgevingsvisie naar gebiedsgerichte/omgevingsprogramma’s. Het ontwerp van programma voor bedrijventerrein De Boezem is eind vorig jaar ter inzage gelegd en vastgesteld door de gemeenteraad. Het programma voor bedrijventerrein De Boezem, zal waarschijnlijk leiden tot nieuwe vergunningaanvragen, handhavingskwesties en toezicht activiteiten met betrekking tot dit specifieke gebied.

Voor het Omgevingsprogramma Vitale Glastuinbouwgebieden is eind 2023 gestart met een kader stellende notitie. Naar verwachting wordt dit programma in 2025 vastgesteld. Hoewel het programma nog in de ontwerpfase is, is het belangrijk om te anticiperen op de mogelijke impact ervan op de werkzaamheden van VTH. Dit programma kan bijvoorbeeld leiden tot nieuwe regelgeving of richtlijnen met betrekking tot de glastuinbouwsector, wat vervolgens van invloed kan zijn op vergunningverlening, handhaving en toezicht activiteiten met betrekking tot dit gebied.

Duurzaamheidsopgave

De gemeente Pijnacker-Nootdorp staat aan de vooravond van een grote energietransitie. Duurzaamheidsvraagstukken, zoals energietransitie en klimaatadaptatie, zullen de komende bestuursperiode veel aandacht krijgen. Om in 2050 klimaatneutraal te zijn moet het energiegebruik omlaag en moet er een overstap worden gemaakt naar duurzame energie.

De gemeente zal zich moeten richten op het waarborgen van duurzaam bouwen door initiatiefnemers en het toezien op naleving van duurzaamheidseisen. Deze ontwikkeling kan in de toekomst impact hebben op de VTH-taken en complexiteit van deze taken.

Woningbouwopgave

Een andere uitdaging voor de gemeente is de woningbouwopgave. Volgens de eerdergenoemde Woonvisie Pijnacker-Nootdorp (zie ‘bestuurlijke ambities’) is er tot 2040 nog een behoefte van ongeveer 4000 nieuwbouwwoningen. De gemeente verwacht dat deze behoefte ook na 2040 blijft toenemen. Na het afronden van de geplande groei in op de locaties Keijzershof, Ackerswoude, Tuindershof en de Scheg (circa 2.000 woningen worden gerealiseerd) bouwt de gemeente tot 2050 nog maximaal 3000 tot 4000 nieuwe woningen. De gemeente gaat de samenhang tussen de nieuwe en bestaande buurten hierbij bewaken, dit is een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkelingen6.

Bij de woningbouwopgave moeten verschillende partijen intensiever samenwerken aan de Initiatieventafel en in vergunningverlening om initiatieven mogelijk te maken.

Aantrekkelijke en veerkrachtige leefomgeving

De Omgevingsvisie van de gemeente geeft aan dat het steeds belangrijker wordt om te werken aan een aantrekkelijke en veerkrachtige leefomgeving. Dit komt door ontwikkelingen zoals vergrijzing, maar ook de ervaring met COVID-19. Dit vergt een leefruimte waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten en bewegen, maar ook ruimte biedt voor sport. De gemeente wil de schaarste groene ruimte voor steeds meer doeleinden gebruiken, waardoor conflicten kunnen ontstaan. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen. De omgevingsvisie wordt de komende jaren door beleid verder uitgewerkt in omgevingsprogramma’s, die weer vertaald worden naar het omgevingsplan.

Toezicht op de kinderopvang

Gemeenten in Nederland hebben de opdracht toezicht te houden op de kinderopvang en gastouderopvang en schakelen hiervoor de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) in. Ook binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp is de GGD hiervoor de uitvoerende instantie. Handhaving op overtredingen wordt uitgevoerd door de gemeente. In de aankomende periode moeten de beleidsregels omtrent de kwaliteitseisen voor de kinderopvang worden geactualiseerd; de gemeente moet namelijk de juiste parameters stellen hoe de GGD de werkzaamheden moet uitvoeren. VTH zal hierbij intensief moeten samenwerken met beleid. De aangepaste beleidsregels zullen o.a. getoetst moeten worden bij de gemeentelijke juristen.

Milieu

De ODH stelt elk jaar een jaarplan op waarin werkzaamheden en activiteiten staan genoteerd over o.a. de samenwerking met gemeenten. Voor de aankomende periode willen wij dit jaarplan elk kalenderjaar implementeren binnen de VTH-processen van de gemeentelijke organisatie. VTH gaat hierover in overleg met de ODH.

Organisatorische ontwikkelingen

Capaciteit en arbeidsmarkt

Het is een forse uitdaging om in de komende periode de capaciteit van de teams binnen het VTH-domein goed af te (blijven) stemmen op de veranderende omgeving en het werkaanbod. Van veel van deze veranderingen weten we pas echt wat de effecten zijn, als initiatieven onder de Omgevingswet en Wkb worden voorbereid en uitgevoerd. Feit is dat er de komende periode veel gevraagd wordt van het team VTH. De veranderingen kunnen invloed hebben op de inzet van de huidige beschikbare middelen, capaciteit en de prioritering van taken. Als in de komende periode blijkt dat er een structureel tekort aan capaciteit ontstaat, dan moet daarop uiteraard vroegtijdig worden geanticipeerd. Een structureel tekort aan capaciteit kan immers ten koste gaan van continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening.

Dit VTH-beleid biedt de mogelijkheid om ontwikkelingen in het takenpakket te monitoren en hier zo nodig op te anticiperen. Mocht er aanleiding zijn tot het uitbreiden van capaciteit, dan kan de huidige krapte op de arbeidsmarkt het aantrekken van goed gekwalificeerd personeel voor uitdagingen zorgen. Dat is mogelijk op te lossen door tijdelijke inhuur, maar dat biedt geen zekerheid in het kader van de continuïteit. Inzet op het aantrekken van minder ervaren medewerkers onder begeleiding van een senior kan dan nuttig zijn. Er zijn waarschijnlijk meer creatieve oplossingen nodig, waarbij soms ook gekeken moet worden naar herverdeling van taken en prioritering van werkzaamheden.

Integraliteit van werken

Het VTH-domein heeft met veel veranderingen te maken die van invloed zijn op de taken en werkzaamheden. Een van de doelen is om de interne VTH-processen binnen de gemeentelijke organisatie en de integrale samenwerking tussen verschillende disciplines te versterken. De eerste stap wordt gezet met dit integrale VTH-beleid. Pijnacker-Nootdorp heeft daarnaast een VTH-regisseur aangenomen die de samenwerking en de processen moet optimaliseren. Bij de implementatie van deze integrale aanpak kan de gemeente de transitiefase van de Omgevingswet benutten. Tijdens deze overgangsfase kunnen samenwerkingsafspraken tussen beleid en VTH worden herijkt, zodat de samenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan de integraliteit. Uit de ambtelijke sessies voor dit beleid is tot slot gebleken dat er behoefte is aan een integraal vergunningenoverleg. De komende periode onderzoeken wij in welke vorm een dergelijk overleg gehouden kan worden.

2. Missie, visie & doelstellingen

Voor de uitvering van VTH-taken is het belangrijk om een duidelijke visie te hebben. Deze visie geeft richting aan onze afdelingen en helpt ons om samen te werken aan gemeenschappelijke doelen. De visie zorgt er ook voor dat al onze acties goed op elkaar afgestemd zijn en bijdragen aan wat we willen bereiken. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we onze missie en visie in de praktijk brengen. Dit doen we door onze visie te vertalen naar meetbare doelstellingen die bijdragen aan het bereiken van onze overkoepelende doelen gedurende de komende periode.

Onze missie, visie en doelstellingen zijn gebaseerd op bestaande strategische documenten zoals het ‘Raadsakkoord7’ en de ‘Omgevingsvisie8’. Bij het opstellen van het VTH-beleid is aansluiting gezocht bij de bestaande kernwaarden en uitgangspunten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp die in de Omgevingsvisie zijn opgenomen. Daarnaast hebben we input opgehaald uit bestuurlijke en ambtelijke werksessies.

Onze missie

Wij werken samen aan een gezonde, duurzame, leefbare en veilige leefomgeving.

Onze visie

Wij dienen het algemeen belang van onze gemeenschap door actief bij te dragen aan de verbetering van de kwaliteit van onze leefomgeving. Ons doel is het creëren van een herkenbare, gezonde, veilige en veerkrachtige leefomgeving die het unieke karakter van onze gemeente versterkt, waarbij de groene aspecten binnen onze gemeenten een centrale rol spelen.

Dit doen we door nauw samen te werken met inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden, zowel binnen als buiten de gemeente. Onze verantwoordelijkheden omvatten het verstrekken van informatie, het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op het gebruik van de openbare ruimte en het handhaven van relevante regelgeving.

Daarnaast ondersteunen we actief kansrijke initiatieven die bijdragen aan de ontwikkeling van onze gemeenschap langs de ontwikkellijnen uit de omgevingsvisie. Op deze manier streven we naar een hoogwaardige leefomgeving die de ontwikkeling en het welzijn van onze gemeenschap ondersteunt, met aandacht voor de belangen van huidige en toekomstige generaties.

Doelstellingen

We hebben de missie en visie omgezet in vijf concrete doelstellingen. Eerst hebben we vastgesteld wat we willen bereiken (de doelstellingen), vervolgens hebben we beschreven wat we daarvoor gaan doen (de activiteiten) en hoe we kunnen bepalen wanneer we succesvol zijn (het gewenste resultaat). Deze doelstellingen worden elk jaar uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met specifieke activiteiten. In een monitoringstool worden deze activiteiten opgenomen, plannen we ze in en wijzen we verantwoordelijkheden toe. Op deze manier maken we de doelstellingen concreet en realistisch

Doelstelling 1:

Centrale positie in de gemeenschap versterken

  • Wat: Gemeente Pijnacker-Nootdorp staat in het middelpunt van de samenleving, waar we ons inzetten voor zowel externe, als interne belanghebbenden. We streven ernaar om een proactieve en dienstverlenende rol te vervullen, waarbij we altijd klaar staan voor overleg en ondersteuning. Dit doen wij door het gesprek aan te gaan in het voortraject op de initiatieventafel. Daarnaast worden onze vergunning trajecten zorgvuldig en tijdig doorlopen om de belangen van alle partijen te waarborgen. Wanneer nodig, handhaven we gepast om de naleving van wet- en regelgeving te garanderen. We hechten waarde aan integraliteit en komen onze afspraken na.

  • Hoe:

    • 1.

      Dienstverlenend met u in overleg: We streven ernaar om altijd beschikbaar te zijn voor een vooroverleg, waarbij we een toegankelijke en aantrekkelijke omgeving creëren om in gesprek te gaan en gezamenlijk tot passende oplossingen te komen.

    • 2.

      Tijdige en zorgvuldige vergunningstrajecten: We verzekeren tijdige en nauwkeurige afhandeling van vergunningaanvragen, zodat belanghebbenden weten wat ze van ons kunnen verwachten en kunnen rekenen op een efficiënte dienstverlening.

    • 3.

      Doeltreffende handhaving: Waar nodig zullen we adequaat handhaven bij niet-naleving van regelgeving en voorschriften, met respect voor proportionaliteit en rechtvaardigheid.

    • 4.

      Schouder aan schouder: We bevorderen een cultuur van samenwerking binnen onze organisatie, waarbij we afspraken nakomen en collega's ondersteunen om gezamenlijke doelstellingen te bereiken.

    • 5.

      Voortang en evaluatie: De voortgang en resultaten van deze doelstellingen zullen regelmatig worden geëvalueerd en gerapporteerd om transparantie en verantwoording te waarborgen.

  • Wanneer zijn we tevreden:

    • 1.

      Het aantal vooroverleggen toeneemt en stakeholders positief reageren op de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid ervan;

    • 2.

      Vergunningstrajecten consistent op tijd worden afgehandeld en de kwaliteit van de dienstverlening gewaardeerd wordt door aanvragers;

    • 3.

      Handhavingsacties effectief zijn en leiden tot naleving van regelgeving, met minimale herhaling van overtredingen;

    • 4.

      De interne samenwerking verbetert en collega's vertrouwen op elkaars integriteit en betrokkenheid bij het nakomen van afspraken;

    • 5.

      Er regelmatig evaluaties plaatsvinden waarin de voortgang van deze doelstellingen wordt besproken en eventuele verbeterpunten worden geïdentificeerd en aangepakt.

Doelstelling 2:

Borgen van een sluitende monitorings- en evaluatiecyclus (BIG8-cyclus)

  • Wat: In de komende periode streven we ernaar om de kwaliteitseisen en de BIG8-beleidscyclus te waarborgen. We zullen nauw samenwerken met beleidsafdelingen om ervoor te zorgen dat het beleid effectief wordt omgezet in uitvoering en dat de resultaten van de uitvoering worden teruggekoppeld naar het beleid. Hierbij voldoen wij aan de procescriteria onder de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Ons doel is om jaarlijks een jaarplan en een evaluatie op te stellen, en een proces- en projectmatige werkwijze te versterken. Hierbij staat het sturen op vooraf overeengekomen resultaten centraal. Zo creëren wij meer grip op de VTH-taken.

  • Hoe:

    • 1.

      VTH-zaaksysteem inrichten: Het VTH-zaaksysteem wordt verder ingericht om de juiste managementinformatie te genereren om onze geplande en geprioriteerde VTH-taken (beter) te monitoren.

    • 2.

      VTH-taken vastleggen: We leggen VTH-taken vast in het zaaksysteem en linken deze aan de categorieën in onze interne ambtelijke tool die we gebruiken de vereiste capaciteit te bepalen.

    • 3.

      Algemene monitoring van het VTH-beleid: We starten in 2024 met een algemene nieuwe monitoring op basis van voorliggend beleid.

    • 4.

      Jaarlijkse controle en evaluatie van doelstellingen: Elk jaar controleren en evalueren wij de voortgang van de doelstellingen van het beleid. Ieder jaar wordt het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma van het jaar erop opgesteld. Dit stelt ons in staat de vereiste documenten tijdig aan te leveren bij het gemeentebestuur en de provincie.

  • Wanneer zijn we tevreden: We streven ernaar meer sturing te geven aan onze VTH-taken en maken gebruik van diverse VTH-applicaties om te zorgen voor een volledige en betrouwbare informatieverstrekking. Deze informatie is voor relevante betrokkenen beschikbaar en inzichtelijk. Als wij elk jaar tijdig een jaarplan en een evaluatie hebben opgesteld, waardoor we objectief inzicht krijgen in de voortgang van onze doelstellingen, de beschikbare werkvoorraad en de benodigde capaciteit. Hiermee voldoen we aan het naleven van de BIG8-cyclus en de eisen van het IBT.

Doelstelling 3:

Verhoging naleving van regelgeving

  • Wat: We streven naar een verbetering van de naleving van omgevingsregelgeving en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door regelmatig toezicht en doelgerichte handhaving, met extra aandacht voor risicogebieden. Dit omvat het actief opsporen en aanpakken van illegale activiteiten, evenals andere inbreuken die de leefbaarheid en veiligheid van onze gemeenschap kunnen aantasten. Voordat we dit kunnen realiseren is het van belang om binnen het VTH-domein de informatiehuishouding te optimaliseren; op basis van deze cijfers kunnen we nog gerichter inzetten op het opsporen en aanpakken illegale activiteiten etc.

  • Hoe: We sturen actief op de samenhang tussen onderstaande aspecten:

    • 1.

      Optimaliseren van VTH-informatiehuishouding: Op basis van een geoptimaliseerde VTH-informatiehuishouding kunnen we nog gerichter inzetten op het opsporen en aanpakken van illegale activiteiten, evenals andere inbreuken die de leefbaarheid en veiligheid van onze gemeenschap kunnen aantasten.

    • 2.

      Doelgerichte controles n.a.v. signalen en controles voor de risicogebieden: N.a.v. een geoptimaliseerde VTH-informatiehuishouding kunnen we gerichter inspecties uitvoeren om naleving van zowel het Omgevingsrecht, als de APV te controleren, inclusief aspecten zoals ruimtelijke ordening, bouw- en gebruikseisen, openbare orde en veiligheid te handhaven. We doen dit naar aanleiding van signalen van burgers, bedrijven, interne en externe partners.

    • 3.

      Projectmatige aanpak illegaliteit en strijdig gebruik: We gaan door met de weg die we vorig jaar zijn ingeslagen door structureel tijd en middelen vrij te maken voor een proactieve en gerichte projectmatige aanpak van illegale bouw en strijdigheid met ruimtelijke regels. Dit omvat het bewust en gericht uitvoeren van controles en inspecties op verdachte locaties, met als doel om overtredingen van regelgeving met betrekking tot illegale bouw en strijdig gebruik actief op te sporen en aan te pakken.

    • 4.

      Tijdige opvolging van overtredingen: Het percentage overtredingen van zowel het Omgevingsrecht als de APV dat binnen een bepaalde termijn na constatering adequaat wordt opgevolgd en afgehandeld door middel van passende handhavingsmaatregelen, zoals waarschuwingen, boetes, sluitingen, enzovoort.

    • 5.

      Herhaling van overtredingen: Het percentage overtreders dat na handhaving opnieuw in overtreding blijkt te zijn binnen een bepaalde periode, zowel wat betreft het Omgevingsrecht als de APV, wat kan wijzen op de effectiviteit van de handhavingsmaatregelen en de nalevingscultuur.

  • Dit doen we door:

    • Gebruik te maken van ons nieuwe zaaksysteem voor het bijhouden van inspecties, overtredingen en opvolging.

    • Algemene monitoring om de voortgang te bespreken, knelpunten te identificeren en verbeteringen voor te stellen.

    • Commitment vanuit bestuur en management op het plan van aanpak. Deze commitment bereiken wij door een duidelijk verhaal te presenteren aan bestuur en management, waarin de winst en de risico’s van de verhoging van naleving op regelgeving inzichtelijk zijn gemaakt.

    • Periodieke rapportage aan het management over de voortgang en resultaten van onze handhavingsinspanningen.

  • Wanneer zijn we tevreden: We zijn tevreden als we de optimalisatie van de VTH-informatiehuishouding ons meer inzicht geeft in verschillende aspecten van naleving van regelgeving, zoals conformiteit bij inspecties, het aantal geconstateerde overtredingen en het aantal herhaalde overtredingen. Zo kunnen we gerichter en effectiever beleid ontwikkelen en uitvoeren om naleving te bevorderen. Tot slot streven we ernaar structureel middelen gereserveerd te hebben voor een proactieve en gerichte projectmatige aanpak van illegale bouw en strijdigheid met ruimtelijke regels.

Doelstelling 4:

Prioritering structureel toepassen binnen VTH

  • Wat: De komende periode actualiseren we de huidige prioritering op basis van een risicoanalyse. Op dit moment wordt nog gewerkt met een prioritering op basis van beschikbare capaciteit en om achterstanden in de werkvoorraad weg te werken. De behoefte is te komen tot een prioritering gebaseerd op een objectieve risicoanalyse. Het is van uiterst belang om een duidelijke, objectieve en transparante aanpak te hanteren, zodat alle betrokkenen begrijpen hoe de prioritering plaatsvindt en waarom bepaalde taken voorrang krijgen. Door monitoring van deze nieuwe prioritering kunnen we de effectiviteit en doelmatigheid gaan meten en kunnen we ook de inzet neerzetten waar deze het meest nodig is.

  • Hoe:

    • 1.

      Ambtelijke acties: Ambtelijk een geactualiseerde prioritering opstellen. Indicatoren vaststellen op basis waarvan kan worden gemonitord. Hiervoor is het noodzakelijk dat activiteiten in een geautomatiseerd systeem worden vastgelegd.

    • 2.

      Bestuurlijk draagvlak: Zorg dragen voor commitment vanuit het bestuur op de nieuw op te stellen en vast te stellen prioritering.

    • 3.

      Communiceer transparant: Zorg voor een open communicatie over de prioriteringsmethodiek en de redenering achter de prioritering van taken. Dit helpt om het begrip en de acceptatie van de prioriteringsbeslissingen te vergroten. Ook willen we een intern bewustzijn creëren van prioritering (bij bestuur en medewerkers).

    • 4.

      Train medewerkers: Zorg ervoor dat alle medewerkers bekend zijn met de prioriteringsmethodiek en weten hoe ze deze moeten toepassen in hun dagelijkse werkzaamheden. Bied indien nodig trainingen of workshops aan om de benodigde vaardigheden te ontwikkelen.

    • 5.

      Monitor en evalueer: Houd de effectiviteit van de prioriteringsmethodiek regelmatig in de gaten en evalueer of deze leidt tot de gewenste resultaten. Pas de methodiek indien nodig aan op basis van feedback en ervaringen uit de praktijk.

  • Wanneer zijn we tevreden: We zijn tevreden als wij een bestuurlijk afgedichte prioriteitenlijst hebben. Dat wij aan de hand van deze prioritering de capaciteit kunnen inzetten waar deze het meest nodig is. Tevens zijn we tevreden als monitoring aantoont dat dit leidt tot een meer effectieve inzet van capaciteit. Bovendien streven we ernaar dat iedereen binnen het VTH-domein zich bewust is van de prioritering.

Doelstelling 5:

Optimaliseren van VTH-processen binnen de gemeentelijke organisatie

  • Wat: We streven ernaar om de interne VTH-processen binnen de gemeentelijke organisatie te optimaliseren en de bijbehorende documentatie en beleid up-to-date te houden. Dit omvat het waarborgen van duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden en tijdslijnen.

  • Hoe:

    • 1.

      Vastleggen en borgen van afspraken en processen, zowel intern als extern.

    • 2.

      Optimaliseren van bestaande procesbeschrijvingen om de werkwijzen helder te definiëren en bijbehorende proceseigenaren identificeren.

    • 3.

      Duidelijke afspraken maken van oppakken taken binnen beleidsdomeinen; o.a. milieu, kinderdagverblijven, bodem, etc.

    • 4.

      Aanstelling van een VTH-regisseur om de algemene coördinatie te waarborgen.

    • 5.

      Zorgen voor volledige en geordende dossiers/documentatie.

    • 6.

      Inrichten van een VTH-applicatie die toegankelijk is voor alle medewerkers van vergunningverlening, toezicht en handhaving en betrokken stakeholders.

    • 7.

      Eens per half jaar evaluatie van de processen en algehele overlegstructuur om deze up te date te houden.

  • Wanneer zijn we tevreden: We beschouwen de doelstelling als behaald wanneer de interne VTH-processen zijn geoptimaliseerd en worden gevolgd. Dit houdt in dat er heldere procesafspraken zijn vastgelegd en dat de informatievoorziening binnen de organisatie actueel is, waardoor medewerkers gemakkelijk toegang hebben tot relevante documentatie.

Doelstelling 6:

Versterken integrale samenwerking

  • Wat: We willen ervoor zorgen dat verschillende afdelingen binnen de gemeente beter samenwerken en hun werk op elkaar afstemmen. Reactietermijnen worden momenteel niet vaak genoeg gehaald. De komende periode maken we hier een verbeterslag in. Dit is belangrijk om ervoor te zorgen dat het VTH-beleid goed wordt uitgevoerd en dat we efficiënt kunnen werken.

  • Hoe:

    • 1.

      Op zowel management-, als uitvoerend niveau worden afspraken gemaakt om de integrale samenwerking te bevorderen, zonder extra overleggen toe te voegen. We willen de bestaande overlegstructuren optimaliseren door integrale aspecten te integreren in de reguliere structuur. Binnen het VTH-domein is er al een duidelijke en uitgebreide overlegstructuur aanwezig. Het uiteindelijke doel van deze afspraken is om de samenwerking binnen deze bestaande structuur te versterken.

    • 2.

      Ook op gebied van externe samenwerking herzien we de samenwerkingsafspraken met onze partners zoals de Veiligheidsregio en Omgevingsdienst Haaglanden. Dit doen wij door het opstellen van een ‘servicelevel agreement’ met onze partners. In deze overeenkomst worden afspraken vastgelegd over de termijnen waarin partijen adviezen moeten aanleveren.

    • 3.

      Door middel van een Initiatieventafel betrekken we zowel interne als externe partners bij ruimtelijke initiatieven, zodat deze integraal worden beoordeeld en afgestemd. De Initiatieventafel biedt een platform waarop verschillende belanghebbenden samen kunnen komen om ruimtelijke ontwikkelingen te bespreken en de impact ervan op verschillende domeinen te evalueren.

  • Wanneer zijn we tevreden: We beschouwen deze doelstelling als behaald wanneer de bestaande overlegstructuur is herzien en geoptimaliseerd om integrale afstemming tussen verschillende domeinen, zowel intern als extern, mogelijk te maken. Dit houdt in dat er binnen deze herziene structuur regelmatige en gestructureerde afstemming plaatsvindt. Essentieel hierin is een duidelijke uitwisseling van informatie. Besluitvorming vindt plaats op basis van een gezamenlijk begrip van de situatie. De effectiviteit van deze samenwerking wordt gemeten en geëvalueerd, waarbij zichtbare verbeteringen worden geïdentificeerd en geïmplementeerd.

3. Risicoanalyse en prioritering

Waarom prioriteren wij onze werkzaamheden?

De essentiële taak van VTH is het waarborgen van naleving van wet- en regelgeving in de leefomgeving. Gebruikers van deze leefomgeving dienen zich aan de geldende regels te houden, omdat dit bijdraagt aan een veilige, gezonde, en leefbare omgeving voor onze inwoners. Dit geldt voor zowel de vergunningverlening als het toezicht en de handhaving.

In de wetenschap dat we niet overal tegelijk kunnen zijn en dat onze middelen beperkt zijn, is het cruciaal om met name toezicht en handhaving op een effectieve wijze in te zetten. Vooral daar waar de impact van slecht naleefgedrag van regels het grootst is. Dit vereist een zorgvuldige risicoanalyse en prioritering van onze taken. Dit hoofdstuk bespreekt de methodiek op basis waarvan wij de inzet van onze medewerkers bepalen.

Uitleg risicoanalyse en prioritering

In de vergunningverlening wordt al geruime tijd geprioriteerd gewerkt. Eenvoudige aanvragen met lage risico’s worden marginaal beoordeeld, terwijl complexe(re) aanvragen diepgaander worden beoordeeld, al dan niet met input van in- en externe adviseurs. Omdat deze bestendige werkwijze resulteert in een goed beeld van de uren die gemiddeld worden besteed aan een aanvraag, is geen specifieke prioritering uitgevoerd voor de vergunningstaken, maar is gerekend met de gemiddelde tijdsbesteding per type aanvraag en complexiteit.

Bij horeca-gerelateerde aanvragen is er daarnaast specifieke aandacht voor ondermijning en de integriteit van de aanvrager/exploitant via de Wet Bibob, alsmede de achtergronden van leidinggevenden die in horecagelegenheden werkzaam zijn.

Toezicht en handhaving zijn nauw met elkaar verbonden. Een duidelijke prioritering is hier wel van essentieel belang om beschikbare middelen en capaciteit op een efficiënte wijze in te zetten. Omwille van de werkdruk is op basis van een ambtelijke exercitie een prioritering opgesteld. De gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp heeft deze prioritering in 2022 ontvangen. Ondanks inspanningen om achterstanden weg te werken, is er nog steeds een aanzienlijk aantal lopende handhavingsdossiers en meldingen die nog moeten worden behandeld.

Op basis van vaste jurisprudentie mogen handhavingstaken worden geprioriteerd. Daarvoor is noodzakelijk dat een prioritering vooraf is vastgesteld. Op basis van de beginselplicht tot handhaving moet een gemeente altijd een besluit nemen op een verzoek om handhaving, maar mag op basis van de prioritering wel besluiten niet direct tot handhaving over te gaan, als dat niet strikt noodzakelijk is. Bij meldingen is het ook aan het bevoegd gezag om te bepalen welke urgentie een melding met zich meebrengt. Dit houdt in dat op basis van de prioritering bij het afhandelen van een verzoek om handhaving, meldingen of bij een door toezicht (ambtshalve) geconstateerde overtreding wordt opgetreden in de volgende volgorde (van hoge prioriteit naar lage prioriteit):

  • 1.

    Wettelijke overtredingen met betrekking tot constructieve veiligheid en/of brandveiligheid bij bouwen, gebruiken of in stand houden van bouwwerken;

  • 2.

    Meldingen/signalen van strijdigheid met het omgevingsplan van rechtswege, waarbij sprake is van overlast;

  • 3.

    Meldingen van strijdigheid zonder directe overlast;

  • 4.

    Strijdigheid waarbij de aard en omvang een projectmatige benadering vereist. Hierbij kan gedacht worden aan grootschalige projecten op een specifiek thema, zoals de inventarisatie van glastuinbouwgebieden of aan een gebiedsgerichte aanpak.

Deze prioritering stelt ons in staat om onze handhavingsinspanningen effectief en efficiënt te coördineren, met als uiteindelijk doel het waarborgen van een veilige, leefbare en rechtvaardige leefomgeving voor alle inwoners van gemeente Pijnacker-Nootdorp.

In de praktijk betekent dit dat elke melding serieus wordt genomen en wordt beoordeeld op basis van de vastgestelde prioritering. Hoewel deze prioritering de volgorde van behandeling bepaalt, betekent dit niet dat sommige meldingen helemaal niet worden opgepakt. Meldingen met een lagere prioriteit worden wellicht iets later behandeld, maar worden niet genegeerd. De gemeente blijft zich inzetten om alle meldingen op te pakken en af te handelen, zij het in een volgorde die is vastgesteld op basis van de prioritering.

Tot slot wordt voor meldingen waarbij de aard en omvang dit rechtvaardigen een projectmatige aanpak gehanteerd. Deze projectmatige aanpak zorgt ervoor dat overtredingen op een gestructureerde en integrale manier worden aangepakt, waarbij mogelijk verschillende disciplines binnen de gemeente worden betrokken. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zal in de komende jaren actief de aandacht vestigen op de glastuinbouwsector, waarbij deze projectmatige aanpak een belangrijke rol zal spelen.

Zoals in doelstelling 4 van dit beleid opgenomen, actualiseren wij bovenstaande prioritering aan de hand van een objectieve risicoanalyse. Het is van uiterst belang om een duidelijke, objectieve en transparante aanpak te hanteren, zodat alle betrokkenen begrijpen hoe de prioritering plaatsvindt en waarom bepaalde taken voorrang krijgen. Door monitoring van deze nieuwe prioritering kunnen we de effectiviteit en doelmatigheid gaan meten en kunnen we ook de inzet neerzetten waar deze het meest nodig is. De acties die hiervoor ondernomen worden, zullen onderdeel zijn van het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma.

4. Strategieën, uitgangspunten en werkwijzen

Om er als gemeente zorg voor te dragen dat het naleefgedrag onder inwoners en bedrijven verbetert en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving verbetert, hanteert het VTH-domein verschillende uitvoeringsstrategieën. Deze strategieën bevatten de belangrijkste uitgangspunten voor ons werk, geven aan hoe wij onze VTH-taken uitvoeren en hoe wij onze doelen en prioritaire werkwijze bereiken. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. Ten opzichte van het vorige beleidsplan zijn de strategieën herzien, mede door de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb. De komende periode gaan we de uitvoering van deze nieuwe strategieën monitoren en evalueren. Indien hiertoe aanleiding is, herzien we de strategieën.

afbeelding binnen de regeling

Hieronder volgt een nadere uitwerking van iedere uitvoeringsstrategie, door een opsomming van de belangrijkste uitgangspunten en de benodigde tekstuele toelichtingen. Waar nodig gaan we na deze uitgangspunten nader in op specifieke werkwijzen en processen die horen bij de uitvoeringsstrategie.

Preventiestrategie

Dienstverlening versus verantwoordelijkheid van initiatiefnemers

De verantwoordelijkheid voor naleving van regels ligt in eerste instantie bij inwoners, bedrijven en overige organisaties zelf. Door bewustwording bij inwoners en bedrijven te vergroten, zal de betrokkenheid en het draagvlak voor (spontane) naleving van wet- en regelgeving vergroten. Vanuit onze dienstverlening zetten wij dan ook in op het goed voorlichten van onze inwoners, bedrijven en overige (maatschappelijke) organisaties en instanties.

Heldere regels en informatievoorziening

Door duidelijke en heldere regelgeving op te stellen wordt betere naleving bevorderd. Een goede informatievoorziening zorgt voor betere bekendheid met de geldende wet- en regelgeving. De gemeente wil ervoor zorgen dat informatie over regels en voorschriften, evenals lokale richtlijnen, gemakkelijk beschikbaar is voor mensen die plannen willen maken of aanvragen willen indienen. Dit doen we onder andere via de gemeentelijke website en door indien nodig meer gedetailleerde informatie te verstrekken die specifiek is afgestemd op de inhoud van de aanvraag en de procedure.

Participatie en tijdige communicatie

Communicatie en voorlichting spelen een belangrijke rol in de preventiestrategie. De gemeente biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om de haalbaarheid van hun plannen te beoordelen in een vooroverleg. Daarbij stimuleert de gemeente de participatie van en door initiatiefnemers met omwonenden, bedrijven en maatschappelijke organisaties die te maken krijgen met de effecten van nieuwe initiatieven. Het Participatiebeleid staat op de gemeentelijke website, waar ook een stappenplan geraadpleegd kan worden9.

Informeel gesprek

In bepaalde situaties kan het houden van een 'informeel gesprek' een oplossing bieden voordat er juridische stappen worden genomen. Bij een informeel gesprek gaan de betrokken partijen (idealiter) rechtstreeks met elkaar in gesprek om het geschil op te lossen. De gemeente kan dit faciliteren en ervoor zorgen dat er niet alleen vanuit het handhavingsperspectief, maar ook vanuit een menselijk oogpunt, een positieve bijdrage wordt geleverd aan vraagstukken omtrent handhaving.

Preventieve werking van het opleggen van straffen (sanctioneren)

Door consistent handhavend op te treden, wordt gedacht dat het vooruitzicht op sancties mensen kan weerhouden van het overtreden van regels, waardoor potentieel overtredingen worden voorkomen. Dit komt doordat het bestuursrechtelijk kader sancties primair richt op herstel van de juiste wettelijke normen, eerder dan op puur straffen. Het idee is dat de dreiging van een maatregel individuen kan ontmoedigen om ongewenst gedrag te vertonen. Concrete voorbeelden kunnen helpen om dit principe te verduidelijken en te illustreren hoe sanctionering een preventieve rol kan spelen.

Vergunningsstrategie

Met vergunningverlening wordt de basis gelegd voor een goede uitvoering door de vergunninghouder. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten.

Ja, mits…

We staan open voor maatschappelijke initiatieven en beoordelen deze op hun mogelijkheden. Hierbij hanteren we het uitgangspunt van 'Ja, mits...' in plaats van 'Nee, tenzij...'. Ons streven is om initiatieven te faciliteren en toe te werken naar een vergunbare aanvraag, op voorwaarde dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan. Op deze manier zijn we al in lijn met de principes van de Omgevingswet. Samen met onze inwoners, bedrijven, partners en andere teams binnen de gemeente dragen we actief bij aan diverse uitdagingen binnen onze gemeente, met als uiteindelijk doel het waarborgen of verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving.

Duidelijke communicatie

In onze communicatie met inwoners en bedrijven streven we naar duidelijkheid en transparantie over ons beleid. We hanteren een open benadering ten aanzien van initiatieven. Tegelijkertijd dragen initiatiefnemers zelf de verantwoordelijkheid voor het tijdig indienen van een volledige aanvraag en het opbouwen van steun en acceptatie voor hun plannen onder belanghebbenden. We verstrekken heldere uitleg over de procedures, onze verwachtingen, wat initiatiefnemers van ons kunnen verwachten en welke resultaten ze kunnen behalen. Bovendien streven we ernaar dat een aanvrager zoveel mogelijk contact heeft met één medewerker (casemanager) van de gemeente. Dit zorgt ervoor dat de aanvrager één hoofdaanspreekpunt heeft gedurende het hele proces. Dit draagt bij aan duidelijkheid en efficiëntie in de communicatie tussen de gemeente en de aanvrager.

Dienstverlenend versus eigen verantwoordelijkheid

Evenals bij het vooroverleg, ligt bij vergunningverlening de voornaamste verantwoordelijkheid om aan regels te voldoen bij de aanvragers van vergunningen zelf. De gemeente heeft een specifieke rol in het vergunningsproces, waarbij onze verantwoordelijkheid hoofdzakelijk bestaat uit het controleren of een plan voldoet aan ruimtelijke kaders en welstandseisen. Daarnaast wordt beoordeeld of het aannemelijk is dat een bouwplan (voor gevolgklasse 2 en 3) voldoet aan de bouwtechnische eisen, waarbij we de focus leggen op de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 is de beoordeling van technische aspecten een verantwoordelijkheid van private kwaliteitsborgers (zie ook de nadere toelichting onder de uitleg bij de ‘toezichtstrategie’ en meer specifiek onder het kopje ‘Wkb-meldingen).

Scheiding van functies

Om ervoor te zorgen dat ons werk objectief blijft, hanteren we binnen de gemeente strikte scheidingen tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit betekent dat de persoon die een vergunningaanvraag behandelt, geen toezicht houdt op de uitvoering ervan. Bij toezicht en handhaving zijn de taken ook duidelijk verdeeld. De persoon die een overtreding constateert, geeft het dossier door aan de juridisch medewerker handhaving voor het opleggen van sancties. We moedigen echter wel samenwerking tussen de verschillende functies aan, zodat kennis wordt gedeeld en de kwaliteit van ons werk gegarandeerd blijft.

Samenwerking ketenpartners

Een effectieve aanpak van leefomgevingsvraagstukken vereist een sterke samenwerking tussen de gemeente en haar partners. Soms zijn meerdere overheidsorganisaties (gezagen) betrokken, wat de complexiteit vergroot. Door nauwere samenwerking tussen partners streven we naar verbeterde kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Dit omvat het delen van informatie en uitgangspunten om betere adviezen te genereren. We streven naar integrale afstemming bij aanvragen, bijvoorbeeld via de Initiatieventafel, om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de inrichting en het beheer van de leefomgeving.

Hieronder gaan we in op het wettelijke kader voor vergunningverlening, gevolgd door de werkwijzen en processtappen voor de behandeling van vergunningaanvragen en meldingen binnen het Omgevingsrecht en hierna ook voor APV en Bijzondere Wetten.

Wettelijk kader

In de beoordeling en afhandeling van vergunningaanvragen en meldingen passen we strikte en objectieve criteria toe. Deze criteria zijn gebaseerd op diverse bronnen, waaronder niet alleen wettelijke voorschriften, maar ook lokale beleidsregels en verordeningen. Het doel van deze aanpak is om een gelijke behandeling van alle aanvragen te waarborgen en willekeur te voorkomen. Door het gebruik van objectieve criteria streven we naar een gestandaardiseerde en eerlijke benadering bij het beoordelen van omgevingsvergunningen en meldingen. Dit draagt bij aan transparantie en rechtvaardigheid in het proces. Het proces is gebaseerd op een verscheidenheid aan belangrijke wet- en regelgeving. De onderstaande figuur biedt een opsomming van enkele van deze regelgevingen als referentiepunt. Het is belangrijk op te merken dat dit geen uitputtende lijst is, maar eerder een samenvatting van de voornaamste wettelijke kaders die worden gehanteerd.

Omgevingsrecht

APV en Bijzondere Wetten

  • Omgevingswet (Ow)

  • Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

  • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

  • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

  • Omgevingsbesluit (Ob)

  • De Omgevingsregeling

  • Het Invoeringsbesluit (met daarin de Bruidsschat)

  • Omgevingsplan (tijdelijk)

  • Beleidslijn Wet Bibob

  • Erfgoedverordening

  • Wet Milieubeheer

  • Algemene Plaatselijke Verordening

  • Alcoholwet

  • Wet op de kansspelen

  • Winkeltijdenwet

  • Opiumwet

  • Omgevingsplan (tijdelijk)

  • Huisvestingswet

  • Huisvestingsverordening

  • Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)

  • Leegstandwet

  • Telecommunicatiewet

  • Wegenverkeerswet

  • Marktverordening

  • Afvalstoffenverordening

Omgevingsrecht

Werkwijze en proces vooroverleg

Vóórdat een inwoner of ondernemer een vergunningaanvraag indient, stimuleren we hen om met ons in gesprek te gaan tijdens een vooroverleg. Hier krijgen zij de kans om hun algemene ideeën of plannen te bespreken en te beoordelen of verdere ontwikkeling wenselijk is vanuit het perspectief van gemeentelijk beleid. Dit vooroverleg fungeert als een eerste verkennend gesprek om de initiatiefnemer te adviseren voordat zij verdere stappen nemen. We zijn er om initiatiefnemers te begeleiden in dit proces, waarbij we hen ondersteunen met onze kennis en ervaring.

Voor complexe, omvangrijke of gevoelige activiteiten streven we ernaar om de dialoog voort te zetten aan de Initiatieventafel. De Initiatieventafel is een meer formele bijeenkomst waarin met een breder scala aan belanghebbenden concrete plannen worden besproken die invloed hebben op de leefomgeving. Tijdens deze bijeenkomsten (het kunnen er meer zijn) worden onder andere de haalbaarheid en mogelijke knelpunten van de plannen besproken. Dit heeft als doel tot een integrale afweging te komen. Hierbij begeleidt een toegewezen casemanager het volledige traject, vanaf de Initiatieventafel tot het uiteindelijke besluit over de vergunningaanvraag.

We moedigen initiatiefnemers actief aan om deel te nemen aan het voortraject. Dit doen wij door initiatiefnemers proactief te informeren over de voordelen van de initiatieventafel en bij het eerste contact en door heldere communicatie over het proces op onze gemeentelijke website. Daarnaast wordt deelname aan het voortraject financieel bemoedigd. Als stimulans worden er geen legeskosten in rekening gebracht voor een informatieoverleg en intaketafel. Voor het aanvragen van een Initiatieventafel wordt wel leges in rekening gebracht, maar die bij het tijdig indienen van de aanvraag in zijn geheel of deels in mindering wordt gebracht op de totale leges van de aanvraag. Deze aanpak beoogt de betrokkenheid van initiatiefnemers te vergroten en een vlot verloop van het vergunningstraject te waarborgen.

Werkwijze en proces vergunningverlening

Na binnenkomst van de aanvraag, volgen wij standaardwerkwijzen op hoofdlijnen, die per type vergunning kunnen verschillen. De processtappen van de standaardwerkwijzen zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van vergunningaanvragen of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. Als algemene leidraad voor de beoordeling van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. Zoals in hoofdstuk 3 beschreven wordt de aard van de beoordeling afgestemd op de specifieke aanvraag en de omstandigheden die daarbij een rol spelen. Dit draagt bij aan de efficiëntie van de procedures.

Werkwijze en proces meldingen

Voor meldingen van voormalige vergunningplichten (omgevingsrecht) geldt de grondslag van het Bal en Bbl. Het kan hier gaan om bouwmeldingen, sloopmeldingen, mobiel breken van bouw- en sloopafval en de gebruiksmelding (brandveilig gebruik). In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een beoordeling op volledigheid uitgevoerd. Wanneer de melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen.

De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Meldingen worden digitaal via het Omgevingsloket bij de gemeente ingediend of uitbesteed aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Bijvoorbeeld bij slopen waar sprake is van asbest. De afhandeling van meldingen wordt gedaan op basis van de in dit beleid opgestelde prioritering (zie hiervoor hoofdstuk 3). Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, vragen wij dit op bij onze ketenpartners.

APV en Bijzondere wetten

Werkwijze en proces vergunningverlening en meldingen

In de APV heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en/of de bescherming van het milieu. Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning/ontheffing wordt aangevraagd of dat er een melding wordt gedaan. De vergunningen op basis van de APV of Bijzondere Wetten worden aangevraagd via de website of via de mail en worden geregistreerd in het VTH-zaaksysteem. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van standaard-aanvraagformulieren10.

Voor categorie B en C evenementen waarvoor vergunningen nodig zijn, streven we ernaar deze uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement te verlenen. Zo heeft de organisator voldoende tijd om alles voor te bereiden volgens de vergunningsvoorschriften. Daarnaast biedt dit belanghebbenden voldoende gelegenheid om bezwaar en/of beroep in te dienen. Het is belangrijk dat de aanvraag tijdig wordt ingediend voor een snelle besluitvorming. Bij categorie B en C evenementen met verschillende aspecten zoals milieu, geluid en veiligheid, moet de aanvraag zelfs 18 weken van tevoren worden ingediend. Dit geeft organisatoren genoeg tijd om hun plannen en contracten op te stellen. Voor de kleinere A evenementen geldt een kortere termijn van 6 weken voor indiening, om spontane initiatieven mogelijk te maken.

Toezichtstrategie

De gemeente let op of regels worden nageleefd. Als er een overtreding wordt vastgesteld, proberen we eerst contact op te nemen met de persoon die de overtreding beging. We willen die persoon overtuigen om te stoppen met de overtreding. Dit noemen we 'informeel toezicht'. We laten de overtreder weten dat hij of zij verantwoordelijk is en vertellen wat er zal gebeuren als de overtreding niet stopt. We gebruiken het gezegde: 'we zijn streng over de regels, maar vriendelijk tegen de persoon'.

Afhankelijk van hoe ernstig de overtreding is en wat er op het spel staat, leggen we schriftelijk vast wat de overtreder moet doen om de overtreding te stoppen en binnen welke tijd. Dit doen we bijvoorbeeld als er direct gevaar is voor de gezondheid van mensen, ernstige schade aan het milieu dreigt of als er een direct veiligheidsprobleem is. We houden ook rekening met waarom de overtreding is begaan (onbewust of bewust) en of het vaker is gebeurd (recidive).

Er zijn verschillende vormen van toezicht, te weten:

  • 1.

    Preventief toezicht. Dit wordt deels ingevuld door vergunningplichten en de beoordeling van aanvragen om een vergunning te verlenen. Daarnaast kan preventief toezicht gaan over het voorkomen van overtredingen door vroegtijdige voorlichting.

  • 2.

    Repressief toezicht kan in de volgende situaties voorkomen:

    • a.

      Toezicht gebaseerd op een verleende of geweigerde vergunning, incl. daaraan verbonden voorschriften.

    • b.

      Toezicht op basis van algemene regels. Dit zijn activiteiten die vergunningsvrij mogen worden uitgevoerd of waaraan hooguit een melding voorafgaat (o.a. bouw-, en sloopmelding). Deze activiteiten zijn weliswaar vergunningsvrij, maar daarmee niet regelvrij. Aan algemene rechtstreeks werkende zorgplichten en voorschriften moet immers altijd worden voldaan.

  • 3.

    Projectmatig (integraal) toezicht. Dit kan gaan om zowel preventief als repressief toezicht al dan niet in samenwerking met ketenpartners. Het kan ook gaan om toezicht in specifieke gebieden of op specifieke (te verwachten) overtredingen.

Toezicht vindt geprioriteerd plaats. Waar toezicht een lage prioriteit heeft wordt vrijwel alleen gereageerd op signalen vanuit de maatschappij. Bij verleende vergunningen die in het kader van het toezicht een lage prioriteit hebben, vindt een eindcontrole plaats om een dossier te kunnen afsluiten en archiveren of om zo nodig achteraf te handhaven. Als het veel voorkomende overtredingen betreft, dan kan hiervoor eventueel een handhavingstraject worden gestart. De effectiviteit van de prioritering in het toezicht wordt gemonitord en indien nodig bijgestuurd binnen de kaders van dit beleidsplan en de daaropvolgende jaarplannen. Voor de komende periode wil het bestuur de handhavingsinspanningen gericht op het aanpakken van illegaliteit en strijdig gebruik vergroten. De aanpak hiervan zal projectmatig opgepakt worden.

Wkb-meldingen (bouw- en gereedmelding)

Nieuw in het toezicht is de inwerkingtreding van de Wkb. Hiermee verandert de beoordeling en het toezicht op bouwactiviteiten in gevolgklasse 1. Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid, en blijven het bevoegd gezag voor de handhaving. Bouwtoezicht voor gevolgklasse 1 bouwwerken wordt echter primair belegd bij private kwaliteitsborgers. Later zal dit mogelijk ook gaan gelden voor gevolgklassen 2 en 3. De preventieve toetsing van een bouwplan aan de bouwregelgeving voorafgaand aan de bouw, wordt vervangen door toetsing en toezicht door private kwaliteitsborgers. De initiatiefnemer moet de gemeente alleen nog op de hoogte stellen middels een bouwmelding voor aanvang van de bouw en gereedmelding bij oplevering. In de basis gaan wij hiermee hetzelfde om als met de overige meldingen, door deze risico-gestuurd op te pakken. Als er bijzondere lokale omstandigheden zijn, die van invloed kunnen zijn op (de wijze van) het bouwen van het bouwwerk, dan wordt daaraan speciale aandacht besteed in de risicobeoordeling door aannemer en kwaliteitsborger. Behandeling van deze meldingen gebeurt door onze toezichthouders. Als er signalen of klachten bij het gemeentelijke bouwtoezicht binnenkomen over de bouwkwaliteit, het functioneren van de kwaliteitsborger of bij bijzondere lokale omstandigheden, dan kan de gemeente de bouw stilleggen en/of een controle op de bouwplaats uitvoeren.

Handhavingsstrategie

De handhavingsstrategie is gebaseerd op het omgevingsrecht, waarbij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht11 (LHSO) wordt gebruikt om te bepalen hoe overtredingen het beste kunnen worden aangepakt. Dit zorgt voor uniformiteit en een eerlijk speelveld. In ons beleid is ook een prioritering opgenomen voor handhaving in de fysieke leefomgeving. Wanneer en hoe er wordt gehandhaafd, hangt af van de uitkomst van de LHSO en de prioritering in ons VTH-beleid.

We hebben een beginselplicht tot handhaving, wat betekent dat verzoeken om handhaving altijd serieus worden genomen. Echter, het moment van handhaving kan variëren afhankelijk van de prioritering. Bijvoorbeeld, in situaties met een lage prioriteit kan handhaving worden uitgesteld totdat er genoeg vergelijkbare gevallen zijn om als project aan te pakken. Dit voorkomt dat er veel tijd wordt besteed aan individuele situaties met een lage prioriteit, ten koste van situaties met een hogere prioriteit. Afzien van handhaving is alleen mogelijk in uitzonderlijke situaties waarin strikte handhaving tot onredelijke hardheid zou leiden.

Voor handhaving in het kader van de APV en bijzondere wetten geldt ook een prioritering op basis van ons VTH-beleid. In deze gevallen is er echter geen landelijke handhavingsstrategie, dus kan afstemming met verschillende diensten belangrijker zijn.

In bepaalde casuïstiek kan de inzet van een ‘minnelijk overleg’ uitkomst bieden voordat er juridische wegen worden behandeld. Bij een minnelijk overleg gaan de partijen (bij voorkeur) persoonlijk het gesprek met elkaar aan om de discussie op te lossen. De gemeente kan dit in eigen beheer uitvoeren en bewerkstelligen dat er niet alleen vanuit de handhavende kant maar ook vanuit de ‘menselijke kant’ een positieve bijdrage aan handhavingsvraagstukken geleverd kan worden. In de gevallen waar er geen bereidheid is tot medewerking of de gewenste oplossing niet geboden kan worden, wordt overgegaan tot het (formele) handhavingstraject. Ernstige overtredingen, waarbij de veiligheid of gezondheid in het geding is en overtredingen van recidivisten, worden altijd gesanctioneerd.

Gedoogstrategie

Gedogen is een laatste ‘strohalm’. We gedogen dan ook alleen in bijzondere situaties en als dat binnen bepaalde grenzen is toegestaan. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten.

Gedogen mag slechts in uitzonderingsgevallen voorkomen

Gelet op het uitzonderlijke karakter van gedogen moet evenwel als uitgangspunt gelden dat het gemeentebestuur daarbij zeer terughoudend is. Derden mogen erop vertrouwen dat een overheidsorgaan de voorschriften handhaaft, dan wel dat derden er recht op hebben dat hun belangen zorgvuldig worden meegewogen in de besluitvorming over het al dan niet handhaven.

Gedogen dient in omvang en in tijdsduur te worden beperkt

Een gedoogbeschikking wordt in principe verleend voor een zo kort mogelijke concrete termijn. Slechts in uitzonderingsgevallen kan deze worden verleend voor onbepaalde tijd (bij geringe inbreuk). In de situatie waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie wordt ook wel gesproken over een opschortingsbesluit. Voor wat betreft de geldigheidsduur van een opschortingsbesluit wordt aangesloten bij het moment waarop de overtreding c.q. het concrete zicht op legalisatie eindigt. Overigens staat bij het afzien van handhaven het door de overtreden rechtsregel beschermde belang (de beleidsdoelstelling) centraal.

Gedogen moet in beginsel expliciet en schriftelijk plaatsvinden en voldoen aan de Algemene wet bestuursrecht

Een gedoogverklaring is volgens vaste jurisprudentie een besluit (én een beschikking) waartegen bezwaar en beroep open staat. Gedogen dient dan ook op basis van een expliciet en schriftelijk besluit plaats te vinden. Ook dienen bij de voorbereiding van de gedoogbeschikking de Awb-criteria voor de voorbereiding van besluiten / beschikkingen in acht te worden genomen.

Gedoogbeschikking moet worden gecontroleerd

Uitgangspunt is dat op de gedoogbeschikking wordt gecontroleerd. Bij overtreding van de voorschriften wordt in beginsel de gedoogverklaring ingetrokken, waarna tegen de oorspronkelijke overtreding alsnog kan worden opgetreden

5. Borging van de uitvoering

In dit laatste hoofdstuk gaan we in op de uitvoering van onze VTH-taken. In jaarlijkse uitvoeringsprogramma's en jaarverslagen beschrijven we hoe we samenwerken met VTH-partners, hoe we de realisatie van onze doelen willen monitoren en bespreken we de details van de samenwerking in de regio.

Organisatie en middelen

Financiële middelen

Om de VTH-taken vanuit het Omgevingsrecht, de APV en Bijzondere Wetten uit te kunnen voeren en de beleidsdoelen te realiseren, zijn financiële en personele middelen nodig. Het benodigde budget is geborgd in onze begroting, deels onder het programma Ruimte & Wonen en deels onder het programma Veiligheid & Duurzaamheid12.

Team Ruimte / afdeling RBG 

FTE

Administratief, management en staf

2,45

Vergunningverleners Omgevingsrecht / Casemanagers

9,73

Juridische advisering

0,75

Jurist Bezwaar & Beroep

1,71

Totaal

14,64

Team Veiligheid & Handhaving / afdeling Wijkzaken

FTE

Administratief, management en staf

0,6

Vergunningverlener APV/Bibob/evenementen

2,72

Bouw- en woningtoezicht

3

Boa’s

4

Handhavingsjuristen (Omgevingsrecht, OOV, APV)

2,89

Totaal

13,21

Personele middelen

Het Omgevingsbesluit legt specifieke vereisten vast voor de kwaliteit van de uitvoering van taken binnen VTH. Deze kwaliteitscriteria omvatten twee belangrijke aspecten: procescriteria en eisen met betrekking tot kwaliteit van de uitvoering.

De procescriteria stellen eisen die de vorming van een consistente beleids- en uitvoeringscyclus bevorderen, waardoor resultaatgericht management mogelijk wordt. Hieraan zal in de komende periode prioriteit worden gegeven en is ook in de doelstellingen van dit VTH-beleid verwerkt. In de komende periode zal in het kader van de uitvoeringskwaliteit een 0-meting worden gedaan. In de tabel hiernaast is het formatieoverzicht voor VTH (team Ruimte en team Veiligheid & Handhaving) per 2024 overgenomen.

Kwaliteitsverordening/Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht)

Wij zijn verplicht een verordening te hebben waarin de kwaliteit van VTH-taken wordt geborgd. In deze verordening is opgenomen welke eisen wij stellen aan de uitvoeringsorganisaties. Dit is vastgelegd in de ‘Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent het omgevingsrecht Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Pijnacker-Nootdorp 2019’. Deze verordening wordt tezamen met dit beleid geactualiseerd naar de nieuwe Omgevingswet per 1-1-2024.

Uitvoering proces

De werkwijzen voor vergunningverlening en de afhandeling van meldingen zijn vastgelegd in de VTH-applicatie Powerbrowser. Deze werkwijzen zijn bekend gemaakt bij alle betrokken medewerkers en zijn geborgd binnen de organisatie. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt in deze applicatie. De werkprocessen zijn aangepast aan de komst van de Omgevingswet en Wkb. Daarom zullen we deze de komende periode monitoren en aanpassen op basis van getrokken lessen.

Afstemming interne en externe partners

Het is cruciaal voor de gemeente om effectief samen te werken met haar partners. Door samen te werken kunnen we hoogwaardige adviezen leveren die gebaseerd zijn op gedeelde informatie en gemeenschappelijke uitgangspunten, wat aanzienlijk bijdraagt aan de tevredenheid van onze klanten. Deze coördinatie is van essentieel belang voor een consistente en uniforme beoordeling en ons optreden naar buiten toe. Om dit te bereiken, hebben we specifieke werkprocessen en afspraken opgesteld. Deze procedures bevatten momenten van afstemming en advies, waardoor we als eenheid communiceren en optreden als een uniforme overheid. De interne documentatie van deze werkprocessen en afspraken is een dynamische reactie van onze organisatie op de strategische keuzes in dit beleidsplan.

Bij actualiteiten of urgente casuïstiek vinden er afstemmingsoverleggen plaats om afspraken te maken of informatie uit te wisselen. Overleg vindt plaats met interne diensten en externe partners, zoals de politie, de Omgevingsdienst Haaglanden en de Veiligheidsregio Haaglanden en het Hoogheemraadschap van Delfland. Ook de GGD Haaglanden speelt een belangrijke rol in het kader van ‘toezicht op de kinderopvang’. Een volledig overzicht van de samenwerking met onze ketenpartners is opgenomen in bijlage 1.

Bereikbaarheid

De gemeentelijke organisatie is ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar voor het melden van acute klachten en het behandelen van incidenten (toezicht en handhaving). Om dit te waarborgen heeft de gemeente verschillende piketregelingen;

  • 1.

    Milieu en bedrijven:

  • Omgevingsdienst Haaglanden (ODH):

    • a.

      Milieu overlastnummer: 088-333 555

    • b.

      Toetsing & Vergunningverlening milieu: 070-2189902

    • c.

      Toezicht & Handhaving milieu: 070-2189903

  • 2.

    Bouwen:

    • a.

      via Officier van dienst (OVD) Bevolkingszorg. Telefonisch bereikbaar via 085-7432836.

    • b.

      Wachtdienst gebouwenbeheer (gemeentelijke gebouwen) 0184-495909.

    • c.

      Wachtdienst openbare ruimte 0184- 495910.

  • 3.

    Calamiteiten:

    • a.

      worden via de meldkamer opgeroepen (regionaal ingeregeld).

Monitoring en evaluatie

Uitvoeringsprogramma

Elk jaar wordt het VTH-beleidsplan vertaald naar een concreet uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit programma omvat een overzicht van de werkvoorraad, voortgang op de beleidsdoelstellingen, welke activiteiten hiervoor worden ondernomen en operationele methoden. Het fungeert als een actieplan voor dat betreffende jaar. Om over de gehele periode de voortgang te monitoren onderzoeken wij ter ondersteuning hiervan het gebruik van een intern instrument / interne tool. Hierin zouden we de specifieke acties per jaar vast kunnen leggen die gedurende de gehele periode worden ondernomen om de voortgang van de beleidsdoelstellingen over meerdere jaren te volgen.

Het uitvoeringsprogramma biedt tevens inzicht in de toewijzing van (financiële en personele) middelen voor dat jaar en vergelijkt de beschikbare capaciteit en de verwachte werkvoorraad. Eventuele verschillen worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassingen in het programma. Het opgestelde uitvoeringsprogramma wordt ter informatie voorgelegd aan de gemeenteraad en gedeeld met het Interbestuurlijk Toezicht van de provincie (IBT).

Jaarverslag

Evaluatie is nodig om te beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of het uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. Op grond van de analyses en resultaten uit de monitoringsfase kan worden bepaald of eerdere maatregelen en plannen moeten worden bijgestuurd. Jaarlijks rapporteren wij in het jaarverslag over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Hierbij beoordelen we in ieder geval of:

  • ▪︎

    voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;

  • ▪︎

    de uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan;

  • ▪︎

    de gemeten resultaten in de monitoringsfase aanleiding geven om bij te sturen;

  • ▪︎

    we het VTH-beleidsplan (mede op basis van bovenstaande) eventueel moeten aanpassen.

Periodiek wordt het VTH-beleidsplan geëvalueerd. Dit om te beoordelen of:

  • ▪︎

    vastgestelde beleidsdoelen uit het VTH-beleidsplan zijn bereikt;

  • ▪︎

    de voorgenomen activiteiten uit het uitvoerings- en handhavingsbeleid zijn uitgevoerd;

  • ▪︎

    er aan de afspraken is voldaan met externe partijen;

  • ▪︎

    er eventueel aanpassing nodig is van het staande VTH-beleid.

Deze evaluatie kan de basis vormen voor een aanpassing aan het VTH-beleid. Het geeft inzicht in de bijdrage van het uitgevoerde beleid aan de gestelde visie en doelen en het naleefgedrag. De gegevens kunnen aanleiding geven om de op te stellen risicoanalyse aan te passen en doelen bij te stellen. Op deze manier borgt het VTH-domein ook voor aankomende jaren weer een zo goed mogelijke uitvoering van haar taken.

Ondertekening

Bijlage 1 | Samenwerking Ketenpartners

Externe partners

Doel samenwerking

Hoe

Veiligheidsregio Haaglanden (VRH)

De veiligheidsregio werkt aan de publieke veiligheid en gezondheid. Zij bestaat uit de Brandweer, GGD, GHOR, Ambulancezorg en Veilig Thuis.

De veiligheidsregio adviseert en ondersteunt de gemeente bij de vergunningverlening (bouwen, gebruik) op het gebied van brandveiligheid, bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen, brandveiligheid en gezondheidsaspecten bij evenementen, etc. Ook voert de veiligheidsregio op deze gebieden toezicht uit.

Naast bovenstaande taken voert de GGD het wettelijk verplicht toezicht uit op de kwaliteit van kinderopvanglocaties (Wet Kinderopvang).

Tot slot ondersteunt zij de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en Initiatieventafel.

Zie: Regionaal Beleidsplan Veiligheidsregio Haaglanden 2023 - 2026

Omgevingsdienst Haaglanden (ODH)

De ODH voert niet alleen toezicht uit. Ze verleend vergunningen, beoordeeld meldingen en handhaafd. Het taken pakket bestaat uit bedrijfsgerichte milieutaken en overige taken uit het basistakenpakket (voor nu is dat bijv. astbest en enkele bodemtaken).

De gemeente en de omgevingsdienst hebben een dienstverleningsovereenkomst (DVO). Hier is eveneens een mandaatbesluit voor genomen.

Zie Actieplan Omgevingsdienst Haaglanden.

Politie en Openbaar Ministerie

Afstemming over strafrechtelijke handhaving.

Wij volgen de LHSO. Het bestuurlijke handhavingstraject kan ertoe leiden dat de politie wordt ingeschakeld of dat zaken aan het Openbaar Ministerie worden overgedragen voor een strafrechtelijk traject.

Zie Handhavingsarrangement en LHSO

Provincie Zuid-Holland

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen wordt afgestemd met/advies ingewonnen bij de Provincie. Voor de complexe initiatieven vindt omgevingsoverleg plaats met de ketenpartners, waaronder de Provincie.

Hiernaast ziet de provincie Zuid-Holland toe in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.

Over de afstemming met de provincie zijn regionaal werkafspraken gemaakt. De casemanager is afhankelijk van de externe en interne samenwerking. Voor de integrale afweging worden specialisten gevraagd om hun advies over de aanvraag te geven. Dat kunnen interne of externe specialisten zijn (veiligheidsregio, waterschappen of provincie).

Hoogheemraadschap van Delfland

Bij een aantal ruimtelijke afwegingen stemmen wij af met het Waterschap Delfland. Daarnaast ondersteunt het waterschap de gemeente bij diverse projecten en is zij aangesloten bij de regionale afspraken over de intake- en Initiatieventafel.

Bij activiteiten in of nabijheid van het watersysteem en keringen (beschermingszones) en bij onttrekkingen van grondwater verleent het waterschap zelfstandig de omgevingsvergunning water. Hier geeft de gemeente advies

Met het Waterschap Delfland zijn regionaal werkafspraken gemaakt.